Eindexamen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Vleermuisdetector, Noodstroom voor de Arena, Caravanremmen, Aluminium, OSIRIS-REx.

Kort antwoord

Het centraal examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over krachten (8), geluid en trillingen (5) en energie en arbeid (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten10-12, 14, 20-238
Geluid en trillingen1-55
Energie en arbeid6-9, 135
Grootheden en eenheden16-172
Druk18-192
Warmte151

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuurkunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over krachten (35% van de vragen, gemiddeld 11%) en energie en arbeid (22% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over straling (0% van de vragen, gemiddeld 19%) en elektriciteit (0% van de vragen, gemiddeld 14%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Vleermuisdetector

Charlotte en Fabio doen onderzoek naar het geluid van de roep van vleermuizen. Ze ontdekken dat iedere soort vleermuis een eigen roep heeft. Per vleermuissoort verschilt het verloop van de frequentie van de roep in de tijd. In figuur 1 is voor drie verschillende soorten vleermuizen weergegeven hoe de frequentie van hun roep verloopt in de tijd.

[figuur 1: zie het originele examen] dwergvleermuis hoefijzervleermuis laatvlieger

Fabio neemt een roep van een vleermuis op en verwerkt deze opname in een (u,t)-diagram; hij zoomt hierbij in op het begin en het einde van de geluidspuls. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 1 2 punten

Leg met behulp van figuur 1 uit van welke vleermuis Fabio de roep heeft opgenomen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Uit het (u,t)-diagram blijkt dat de periode van de trilling aan het einde van de puls groter wordt en de frequentie dus afneemt. Uit het sonogram volgt dat alleen de dwergvleermuis een afnemende frequentie heeft.

De roep van een vleermuis wordt gevormd in het strottenhoofd. Charlotte vat de holte in het strottenhoofd op als een luchtkolom met een open en een gesloten uiteinde. Zie de dwarsdoorsnede van het strottenhoofd van een vleermuis in figuur 3.

[figuur 3: zie het originele examen]

Mensen kunnen geluid met frequenties tussen 20 Hz en 20 kHz horen.

Figuur 3 staat vergroot op de uitwerkbijlage. Neem aan dat de luchttemperatuur in het strottenhoofd 20 °C is.

Vraag 2 5 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Geef in de figuur op de uitwerkbijlage het patroon aan van knopen K en buiken B dat hoort bij de grondtoon van deze luchtkolom.
  • Toon met dit patroon aan dat deze grondtoon niet hoorbaar is voor mensen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: −

Uit de opgemeten lengte van de luchtkolom en de schaal volgt: λ = 5,1 · 500 ·10−6 = 2,55 ·10−3 m λ = 4λ = 4 · 2,55 ·10−3 = 1, 02 ·10−2 m

v 343 f = = = 34 ·103 Hz. (Dit is hoger dan de hoogste toon die λ 1, 02 ·10−2 een mens kan horen.)

Opmerkingen

  • Wanneer het patroon alleen is getekend zonder aangeven van knopen K en buiken B, vervalt de eerste deelscore.
  • De derde deelscore kan alleen worden toegekend als deze consequent is met het patroon.

Een vleermuisdetector is een apparaat dat het geluid van een vleermuis, dat voor de mens onhoorbaar is, via een tussenstap hoorbaar kan maken. Zie figuur 4.

[figuur 4: zie het originele examen]

Er bestaan twee verschillende soorten vleermuisdetectoren. De eerste soort is de TE-detector. Deze detector neemt een aantal trillingen op en speelt deze trillingen vertraagd weer af. De frequenties in het geluid van de vleermuis worden daardoor verkleind met een ingestelde factor R. In formulevorm:

f vleermuis f TE detector = (1) R

In figuur 5 staat een (u,t)-diagram met daarin een deel van het geluid van de hoefijzervleermuis. De frequentie van dit geluid is 83 kHz. Daarnaast staat het (u,t)-diagram van hetzelfde deel, maar dan na bewerking door de TE-detector.

[figuur 5: zie het originele examen]

Vraag 3 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bepaal de frequentie van het geluid na bewerking door de TE-detector.
  • Bepaal met behulp van formule (1) de ingestelde waarde van R.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: f TE detetector = 14 ·103 Hz en R = 5,9

voorbeeld van een antwoord:

  • Uit het (u,t)-diagram van de detector volgt:

212 ·10−6 (1) T= = 7,1 ·10−5 s → f TE detetector = = 14 ·103 Hz.

3 7,1 ·10−5

  • Uit formule (1) volgt: f vleermuis 83 ·103 R= = = 5,9. f TE detector 14 ·103

De tweede soort detector is de HD-detector. Deze detector gebruikt een techniek waarbij de frequenties in het geluid worden ‘verschoven’. Met een knop kan worden ingesteld hoeveel de frequenties van het geluid moeten worden verschoven ( Δf instel ). In formulevorm:

f HD detector = f vleermuis

  • Δf instel (2p)

In figuur 6 is aangegeven hoe deze techniek werkt voor de roep van de laatvlieger (zie figuur 1).

[figuur 6: zie het originele examen]

Vraag 4 2 punten

Bepaal met behulp van figuur 6 op welke waarde Δf instel is ingesteld om het geluid van de laatvlieger hoorbaar te maken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: Δfinstel = 25 kHz (met een marge van 1 kHz)

voorbeeld van een antwoord: Er geldt: Δfinstel = f vleermuis

  • f HD detector = 35
  • 10 = 25 kHz.

Fabio wil de roep van de dwergvleermuis (zie figuur 1) volledig kunnen horen.

Vraag 5 3 punten

Vul de eerste zin op de uitwerkbijlage aan en omcirkel in iedere volgende zin het juiste antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Het geluid van de dwergvleermuis bevat frequenties van

29 kHz tot 90 kHz.

Het verschil tussen de hoogste en laagste frequentie van de roep van de dwergvleermuis is groter dan het verschil tussen de hoogste en laagste frequentie van het hoorbare gebied.

Om de roep van de dwergvleermuis volledig hoorbaar te maken, kunnen de frequenties dus verkleind worden.

Om de roep van de dwergvleermuis volledig hoorbaar te maken is alleen de TE-detector geschikt.

Noodstroom voor de Arena

Voetbalstadions als de Johan Cruijff Arena worden gebruikt voor grote evenementen, zoals sportwedstrijden en concerten. Hiervoor wordt in de Arena 9,0 miljoen kWh per jaar aan elektrische energie verbruikt. De Arena wordt verduurzaamd. Een deel van de energie wordt nu geleverd door een oppervlak van 7, 20 ·103 m 2 aan zonnepanelen. Het rendement van de zonnepanelen is 18%. De zon schijnt gemiddeld 1, 2 ·103 h per jaar op de zonnepanelen met een gemiddeld stralingsvermogen van 7,5 ·102 W per vierkante meter zonnepaneel.

Vraag 6 5 punten

Bereken hoeveel procent van het jaarlijkse energieverbruik in de Arena door de zonnepanelen wordt geleverd. Noteer je antwoord in twee significante cijfers.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: 13(%)

voorbeeld van een antwoord: De zonnepanelen leveren in totaal een elektrisch vermogen van: Pzonnepanelen = 7, 20 ·103 · 7,5 ·102 · 0,18 = 9, 72 ·105 W = 972 kW. Per jaar leveren de panelen dan een energie van:

E = Pt = 972 ·1, 2 ·103 = 1,17 ·106 kWh. 1,17 ·106 Dit komt overeen met ·100 = 13%. 9, 0 ·106

De Arena is ook voorzien van een noodstroomsysteem. Als tijdens een evenement het stroomnet buiten het stadion is uitgevallen, wordt de elektriciteitsvoorziening binnen het stadion overgenomen door dieselgeneratoren die elektriciteit opwekken door diesel te verbranden. Diesel heeft een verbrandingswarmte van 36 ·109 J m −3 . In de Arena wordt tijdens een evenement 1,3 ·103 kWh elektrische energie voor de verlichting gebruikt.

Vraag 7 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bereken hoeveel liter diesel minimaal nodig is voor de verlichting tijdens dit evenement.
  • Geef een reden waarom het daadwerkelijke dieselverbruik hoger is.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: V = 1,3 ·102 (L)

voorbeeld van een antwoord:

E 1,3 ·103 · 3, 6 ·106

  • Ech = rV V → V = ch = = 0,13 m 2 = 1,3 ·102 L. rV 36 ·109
  • Er is nog geen rekening gehouden met het rendement van de generatoren/er gaat energie verloren in andere vormen.

Om de zonnepanelen ook geschikt te maken als duurzaam noodstroomsysteem wordt de energie van de zonnepanelen opgeslagen in een superbatterij. Hierdoor worden de dieselgeneratoren overbodig. Zie figuur 1. [figuur 1: zie het originele examen]

De superbatterij bestaat uit geschakelde accu’s. Een accu is te beschouwen als een serieschakeling van een spanningsbron U en een interne weerstand Rint . Deze serieschakeling wordt aangesloten op een verbruiker met weerstand Rverb . Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

De superbatterij van de Arena is gemaakt van gebruikte accu’s van elektrische auto’s.

Op een gegeven moment wordt de accu uit de auto (Rverb is klein) gehaald en in de superbatterij van de Arena geplaatst. Iedere accu voorziet een klein deel van de Arena van energie. Per accu is de Rverb dan groot. De Rint verandert niet bij de overplaatsing van de auto naar de superbatterij. Als gevolg van de interne weerstand Rint wordt een accu warm tijdens het gebruik.

Vraag 8 3 punten

Omcirkel in iedere zin op de uitwerkbijlage het juiste antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De totale weerstand van de schakeling (zie figuur 2) neemt toe wanneer de accu wordt overgeplaatst van de auto naar de superbatterij. De stroomsterkte in deze schakeling neemt dan af. De spanning over Rint in deze schakeling neemt dan af. De warmteontwikkeling in Rint neemt dan af.

Voor het ontwerp van de superbatterij moest berekend worden hoeveel accu’s nodig waren. Iedere accu bestaat uit 192 aparte cellen. Zie figuur 3.

[figuur 3: zie het originele examen]

Elke cel in een gebruikte accu heeft een capaciteit van 31 Ah bij een spanning van 3,0 V. De superbatterij in de Arena heeft een totale energieopslag nodig van 2,8 ·103 kWh .

Vraag 9 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit.

  • Bereken de energieopslag voor één gebruikte accu.
  • Bereken het benodigde aantal accu’s voor de Arena.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomsten: Eaccu = 18 kWh en n = 1, 6 ·10 2

voorbeelden van antwoorden:

  • Er geldt: 3, 0 V · 31Ah = 93 Wh = 0,093 kWh. Voor de autoaccu is de opslag dan gelijk aan 192 · 0, 093 = 18 kWh. 2,8 ·103
  • Voor de Arena zijn dan in totaal = 1, 6 ·102 accu’s nodig. 18

Opmerking Als een kandidaat de factor 192 niet of niet juist toepast, kan deelscore vier nog wel behaald worden.

Caravanremmen

Caravans hebben een remsysteem dat remblokken tegen remtrommels in de wielen drukt. Dit remsysteem kan op drie verschillende manieren geactiveerd worden:

1 Handmatig door het aantrekken van een hefboom (handrem).

2 Met een breekkabel als de caravan losschiet van de trekhaak (losbreekrem).

3 Doordat een afremmende auto tegen de koppeling duwt (oplooprem). Zie figuren 1 en 2.

figuur 1 figuur 2

Handrem De handrem wordt gebruikt bij het parkeren. De handrem werkt met een hefboom die draait rond draaipunt D. Hiermee wordt een kracht uitgeoefend op de remblokken bij de wielen. De hendel wordt omhoog getrokken met een spierkracht. De wielen zijn geblokkeerd totdat de rem wordt ontgrendeld met een knop. Om de wielen te blokkeren moet op punt Q van de hefboom een kracht F van 3,5 ·103 N werken.

Figuur 2 is een schematische weergave op schaal van figuur 1. In de uitwerkbijlage staat figuur 2 vergroot weergegeven. Ook zijn de werklijnen getekend van de twee krachten die op de hefboom werken.

Vraag 10 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Teken in de figuur op de uitwerkbijlage de armen van de krachten.
  • Bepaal de spierkracht waarmee de handrem moet worden aangetrokken om de wielen te blokkeren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: Fspier = 6,9 ·102 N voorbeeld van een antwoord: −

Uit de hefboomwet volgt: F1r1 = F2 r2 → 3,5 ·103 ·1, 4 = Fspier · 7,1 → Fspier = 6,9 ·102 N.

Losbreekrem Als de caravan tijdens het rijden van de auto losraakt, moet de caravan zo snel mogelijk tot stilstand komen. Daarvoor zorgt de losbreekrem. Dit is een kabel die aan één kant vastzit aan de auto en aan de andere kant aan de hefboom van de handrem. Zie figuur 3. Als de caravan tijdens het rijden loskomt van de auto, trekt de kabel de handrem aan. Zodra de rem in de blokkeerstand is getrokken, breekt de kabel en remt de caravan afzonderlijk van de auto af. Zie figuur 4.

figuur 3 figuur 4

De stalen breekkabel is ontworpen om te breken bij 3,5 ·103 N . Het spanning-rekdiagram van de gebruikte staalsoort staat in figuur 5.

[figuur 5: zie het originele examen]

Vraag 11 4 punten

Bepaal de diameter (dikte) die de staalkabel moet hebben.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: d = 3,3 ·10−3 m

voorbeeld van een antwoord: Uit het diagram volgt dat de kabel breekt bij een spanning σ = 410 ·106 N m −2 . De staalkabel moet een doorsnede hebben met een

F 3,5 ·103 oppervlakte A = = = 8,5 ·10−6 m 2 . De kabel heeft een diameter σ 410 ·10 6

4A 4 · 8,5 ·10−6 d= = = 3,3 ·10−3 m. π π

Oplooprem Wanneer de auto afremt, werkt er een kracht van de auto op de caravan. Hierdoor wordt het remsysteem van de caravan geactiveerd, zodat de caravan zelf gaat remmen (oplooprem). Tijdens een lange afdaling kan het remsysteem constant blijven remmen. De remtrommels worden daardoor zeer heet. De ANWB heeft hier onderzoek naar gedaan. In figuur 6 is een (v,t)-diagram van een auto met caravan tijdens een afdaling weergegeven.

[figuur 6: zie het originele examen]

De combinatie auto met caravan heeft tijdens de afdaling een afstand afgelegd van 4,3 km.

Vraag 12 1 punt

Geef aan hoe dat te bepalen is met behulp van figuur 6. Je hoeft de bepaling niet uit te voeren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: De afstand is te bepalen door de oppervlakte onder de grafiek te bepalen.

De motor van de auto is tijdens de afdaling niet gebruikt. De beginsnelheid en eindsnelheid van de rit zijn beide gelijk aan 0 m s −1. Tussen het begin en het einde van de afdaling zit een hoogteverschil van

370 meter. De totale massa van de combinatie is 3, 0 ·103 kg.

Vraag 13 5 punten

Bereken met behulp van de wet van behoud van arbeid en energie de gemiddelde remkracht op de combinatie. Noteer je antwoord in het juiste aantal significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: F = 2,5 ·103 N

voorbeeld van een antwoord: Uit de wet van behoud van arbeid en energie volgt: 3, 0 ·103 · 9,81 · 370 Etot, in = Etot, uit → mgh = Fs → F = = 2,5 ·103 N. 4,3 ·103

Tussen 550 s en 570 s remde de combinatie op een horizontale weg eenparig af tot stilstand. Figuur 6 staat ook op de uitwerkbijlage.

Vraag 14 3 punten

Bepaal met de tweede wet van Newton en de figuur op de uitwerkbijlage de grootte van de remkracht op de combinatie tijdens dit afremmen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: F = (

  • )1, 4 ·103 N

voorbeeld van een antwoord: Uit de helling van de grafiek tussen 550 s en 570 s volgt: Δv 0

  • 9, 0 a= = = (
  • ) 0, 45 m s 2 . Δt 570
  • 550 Voor de remkracht geldt dan:

F = ma = 3, 0 ·103 ·

  • 0, 45 =
  • 1, 4 ·103 N.

Δv

Tijdens de hele afdaling werd de temperatuur van de remtrommels continu gemeten. Tussen 450 en 545 seconden was de snelheid constant. De temperatuur van beide ijzeren remtrommels (mtot = 5,2 kg) is gedurende deze periode opgelopen van 120 °C naar 175 °C.

Vraag 15 5 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bereken hoeveel warmte minimaal per seconde in de remtrommels werd ontwikkeld tijdens deze periode. Noteer je antwoord in het juiste aantal significante cijfers.
  • Geef aan waarom het werkelijk opgewekte warmtevermogen in de remtrommels groter was dan de berekende minimale waarde.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: P = 1, 4 ·103 W

voorbeeld van een antwoord:

  • De remmen hebben energie opgenomen in de vorm van warmte. Voor het opgewekte warmtevermogen geldt:

E cmΔT 0, 46 ·103 · 5, 2 · (175

  • 120) P= = = = 1, 4 ·103 W. t t 545
  • 450
  • In werkelijkheid is er tijdens het remmen ook warmte afgestaan aan de omgeving.

Aluminium

Aluminium is een metaal dat vanwege zijn stofeigenschappen veel verschillende toepassingen heeft. Door de lage dichtheid van aluminium is het bijvoorbeeld in voertuigen een interessante vervanging voor ijzer. Vermindering van gewicht betekent namelijk vermindering van energiegebruik door het voertuig. Ingenieurs hebben ooit de volgende vuistregel bepaald:

In een voertuig kan ijzer worden vervangen door aluminium in de verhouding 2:1 bij gelijkblijvende stevigheid van de constructie. Dit betekent dat 2 kilogram ijzer kan worden vervangen door 1 kilogram aluminium. De stevigheid van een constructie wordt onder andere bepaald door de treksterkte van het materiaal.

Vraag 16 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bereken de verhouding tussen de dichtheden van ijzer en aluminium.
  • Geef een reden waarom de ingenieurs op een andere verhouding uitkomen dan uit de dichtheden volgt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: 2,91:1,00

voorbeeld van een antwoord:

  • IJzer heeft een dichtheid van 7,87(·103 kg m −3 ) , aluminium een dichtheid van 2, 70(·103 kg m −3 ) . Hieruit volgt de verhouding 7,87 : 2, 70 → 2,91:1, 00 .

De treksterkte van aluminium is veel lager dan van ijzer.

De thermische eigenschappen van aluminium maken dit metaal ook geschikt voor gebruik in zogenaamde koellichamen. In elektrische apparaten worden koellichamen gebruikt om warmte op te nemen en af te voeren tijdens langdurig gebruik van de elektronica. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Voor een koellichaam zijn twee materiaaleigenschappen van belang:

  • de soortelijke warmte
  • de warmtegeleidingscoëfficiënt

Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over de vergelijking tussen twee koellichamen van gelijke vorm en grootte, het ene gemaakt van aluminium en het andere van koper.

Vraag 17 3 punten

Omcirkel in iedere zin op de uitwerkbijlage het juiste antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Bij een gegeven temperatuur van de elektronica hangt de hoeveelheid warmte die het koellichaam per seconde afstaat aan de omgeving af van de warmtegeleidingscoëfficiënt van het gebruikte materiaal.

De waarde van deze stofeigenschap is voor aluminium kleiner dan voor koper.

Een elektrisch onderdeel in een computer bereikt daardoor een lagere temperatuur als het wordt gekoeld met een koellichaam van koper.

Opmerking Bij een fout in de eerste zin komt ook de derde deelscore te vervallen.

De productie van nieuw aluminium uit erts kost veel energie. Aluminium is echter goed herbruikbaar; gebruikt aluminium is met minder energie volledig te recyclen. Om aluminium voor recycling te herkennen in een mengsel van metaalafval, wordt gebruikgemaakt van de stofeigenschap halveringsdikte. Het metaalafval wordt eerst versnipperd en daarna doorstraald met een evenwijdige bundel röntgenfotonen met een energie van 50 keV. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

De hoeveelheid doorgelaten straling wordt gemeten. Wanneer een stukje aluminium wordt gedetecteerd dan wordt dit stukje van de band geblazen en opgevangen. De overige metalen blijven op de band liggen.

Er wordt een stukje metaal van 14 mm dikte doorstraald. Van de röntgenstraling die erop valt wordt 17% doorgelaten.

Vraag 18 4 punten

Leg met een berekening uit of dit stukje moet worden weggeblazen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: De halveringsdikte van aluminium bij 50 keV is 0,70 cm. Hieruit volgt voor de doorgelaten intensiteit: d 1,4 d1 I = I 0 · ( 12 ) 2 = I 0 · ( 12 ) 0,70 = 0, 25 · I 0 Aluminium zou 25% van de straling doorlaten. Omdat er slechts 17% wordt doorgelaten, is het geen aluminium en moet het dus niet worden weggeblazen.

d

De röntgenbron is extreem krachtig en daarom zeer goed afgeschermd. De gebruikte bron zendt 15 kW aan stralingsvermogen uit. Röntgenstraling heeft een weegfactor 1. Wanneer een medewerker per ongeluk zijn hand (m = 500 g) gedurende 0,1 s onder de bron zou houden en de hand 25% van de uitgezonden straling zou absorberen, dan zou de jaarlijkse stralingsbeschermingsnorm van 500 mSv al flink worden overschreden.

Vraag 19 4 punten

Toon dit met een berekening aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: De straling levert een energie van E = Pt = 15 ·103 · 0,1 = 1,5 ·103 J. Hiervan wordt 25% geabsorbeerd. E Uit H = wR D en D = volgt: m

E 0, 25 ·1,5 ·103

H = wR = 1 · = 8 ·102 Sv. (Deze waarde ligt ver boven de m 0,50 jaarlijkse beschermingsnorm).

OSIRIS-REx

In 2016 werd de satelliet OSIRIS-REx gelanceerd. Deze satelliet moest een bezoek brengen aan planetoïde Bennu om bodemmonsters op te halen voor onderzoek. Een planetoïde is een klein hemellichaam dat net als een planeet in een baan rond de zon beweegt.

Met behulp van observaties en metingen vanaf aarde hebben onderzoekers de massa van Bennu bepaald op 7,329 ·1010 kg.

In 2020 arriveerde OSIRIS-REx bij Bennu. Om veilig te kunnen landen moest de valversnelling op Bennu bekend zijn. De onderzoekers hebben daarom een model van Bennu gemaakt. Bennu werd gemodelleerd als een bol met een straal van 2, 45 ·102 m. Volgens dit model is de gravitatieversnelling op Bennu 1, 2 ·105 keer zo klein als de valversnelling op aarde.

Vraag 20 3 punten

Toon dit met een berekening aan.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Op het oppervlak van Bennu geldt: GMm 6, 674 ·10−11 · 7,329 ·1010 Fz = Fg → mg = 2 → g = = 8,14 ·10−5 m s −2 . ( 2, 45 ·10 ) 2 r (2)

De valversnelling bleek te klein voor een echte landing. Daarom werd een andere methode gekozen: OSIRIS-REx maakte alleen met een robotarm contact met Bennu. Zie figuur 1. Tijdens het contact werd gas door de kop van de robotarm geperst. Dit gas liet stof van het oppervlak opwaaien. Dit stof werd verzameld in stofcontainers. Het gas perste zich ten slotte via openingen in de kop naar buiten. Zie schematisch in figuur 2.

figuur 1 figuur 2

Het gas zorgde voor twee even grote krachten F aan de linker- en rechterkant van de kop. De verticale componenten van beide krachten zorgden ervoor dat de kop tegen het oppervlak van Bennu aangedrukt werd. Op de uitwerkbijlage is een vergroting van een deel van figuur 2 afgebeeld. Hierin is de richting van de kracht F ( F = 3,3 ·10−1 N ) aan de rechterkant weergegeven.

Vraag 21 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bepaal met een constructie de grootte van de verticale component Fv van deze kracht F.
  • Leg met behulp van figuur 2 uit dat de kop in horizontale richting geen versnelling ondervond.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: Fv = 0, 24 N (met een marge van 0,02 N)

voorbeeld van een antwoord: −

3,3 ·10−1 Uit de constructie en de schaal volgt Fv = · 2, 6 = 0, 24 N. 3, 6

Uit (de symmetrie in) figuur 2 volgt dat de gasstromen links en rechts even groot zijn, maar niet in dezelfde richting staan. De krachten in horizontale richting zijn links en rechts even groot, maar tegengesteld gericht. De nettokracht in horizontale richting (en dus de versnelling) is dan gelijk aan 0.

Door de kleine valversnelling was het moeilijk om nauwkeurig de massa te bepalen van het verzamelde materiaal. Om deze massa toch te kunnen bepalen, was een zogenaamde spin-manoeuvre bedacht. Tijdens deze manoeuvre werd de robotarm met het verzamelde materiaal volledig uitgestrekt. Vervolgens werd OSIRIS-REx met behulp van een stuwraket rondgedraaid. Zie figuur 3.

[figuur 3: zie het originele examen]

Let op: de laatste opdrachten van dit examen staan op de volgende pagina.

Van het ronddraaien van het materiaal kan een eenvoudig model worden gemaakt. In dit model draait het materiaal met onbekende massa m aan een massaloze arm met een bekende lengte rond een draaipunt D. Omdat de massa van OSIRIS-REx veel groter is dan de massa van het materiaal is D tevens het zwaartepunt van OSIRIS-REx. Zie het bovenaanzicht in figuur 4.

[figuur 4: zie het originele examen]

De kracht van de robotarm op het materiaal werd gemeten.

Vraag 22 2 punten

Leg uit met behulp van een formule uit het informatieboek welke andere grootheid ook gemeten moest worden om de massa te kunnen bepalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Op de massa m werkt een middelpuntzoekende kracht, dus er geldt: mv 2 Farm = Fmpz = r De staal r is bekend en constant en de massa m moet worden bepaald, dus baansnelheid v (of omlooptijd T) moet worden gemeten. mv 2

OSIRIS-REx moet het materiaal uiteindelijk afleveren op aarde. Om het verzamelde materiaal ongeschonden door de dampkring heen te krijgen, is het opgeslagen in een capsule met een hitteschild. De capsule is zo ontworpen dat de warmtestroom door het hitteschild zo klein mogelijk is, om de temperatuur in de capsule zo laag mogelijk te houden. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met verschillende eigenschappen van het hitteschild waarvoor een ontwerpkeuze is gemaakt.

Vraag 23 2 punten

Geef op de uitwerkbijlage met een kruisje per eigenschap aan of die eigenschap zo groot mogelijk of zo klein mogelijk moet zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • eigenschap zo groot zo klein mogelijk mogelijk dikte van het hitteschild X oppervlak van het hitteschild X warmtegeleidingscoëfficiënt van het X materiaal indien drie antwoorden goed (2) indien twee antwoorden goed (1) indien één of geen antwoord goed (0) (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Natuurkunde 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1023-a-23-2-o

Andere examens natuurkunde havo

Hoe ToetsChecker natuurkunde per vraagtype nakijkt, lees je op natuurkunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over krachten (8), geluid en trillingen (5) en energie en arbeid (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuurkunde havo 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1023-a-23-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.