Eindexamen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Windenergie, Shannon-index, Bitcoins, Jaarringen, Toren van achtvlakken, Sprinttrein.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), veranderingen en afgeleide (4) en exponentiële groei (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken1-5, 12-14, 219
Veranderingen en afgeleide6, 10, 15-164
Exponentiële groei7-9, 114
Rijen18-203
Combinatoriek171

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over rijen (14% van de vragen, gemiddeld 4%) en formules en grafieken (43% van de vragen, gemiddeld 32%). Minder over lineaire verbanden (0% van de vragen, gemiddeld 7%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Windenergie

In een krant stond eind 2013 bij een artikel over de toekomst van windenergie de onderstaande figuur. In de figuur wordt de kostprijs voor het produceren van windenergie vergeleken met de kosten voor het produceren van energie in een traditionele kolencentrale (de marktprijs).

figuur

20 Legenda: kostprijs windenergie en marktprijs wind op zee

18 wind op land in cent per kWh marktprijs 16 kz 14

12

10 kl 8

6 km 4

2 0 9

1

3

5

7

9

1 ’1 ’0

’1

’1

’1

’1

’2 1- 1-

1-

1-

1-

1-

1- 1- 1-

1-

1-

1-

1-

1-

De grafieken zijn gebaseerd op een model van de werkelijkheid. Met behulp van dit model is het mogelijk om op ieder willekeurig tijdstip de kostprijs van energie uit te rekenen.

De formule voor de marktprijs km luidt: km = 0, 28 · t + 4,3 De formule voor de kostprijs van windenergie kl van windmolens op land luidt: kl = −0,31 · t + 10,0 Voor beide formules geldt: k is de prijs in cent per kWh (kilowattuur) en t is de tijd in jaren met t = 0 op 1 januari 2009.

We nemen in deze opgave aan dat de prijzen zich ook na 2020 volgens deze lineaire verbanden blijven ontwikkelen.

Door de duurdere windmolens op zee is de kostprijs van windenergie van die windmolens op dit moment nog steeds hoger dan die van windmolens op land. Maar door de voortdurende innovaties gaat dat veranderen.

Vraag 1 5 punten

Stel met behulp van de figuur een formule op voor de kostprijs k z van windenergie van windmolens op zee en bereken daarmee in welk jaar de windenergie van land en die van zee evenveel kosten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als in de formule van kz als richtingscoëfficiënt –0,83 gebruikt wordt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
  • Als op basis van andere gekozen punten een andere richtingscoëfficiënt berekend wordt met een waarde in het interval [–0,86; –0,8] hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Rond 2011 was de kostprijs van windenergie van windmolens op land nog tweemaal zo hoog als de marktprijs.

Vraag 2 4 punten

Bereken in welk jaar de marktprijs tweemaal zo hoog zal zijn als de kostprijs van windenergie van windmolens op land.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het maken van een tabel met daarin minstens twee waarden van km horend bij jaren na 2021 (1p)
  • Het aan die tabel toevoegen van een kolom met minstens twee waarden van 2 ⋅ kl (1p)
  • Constateren dat op 1 januari 2026 de waarde van km minder dan tweemaal zo groot was als de waarde van kl en dat op 1 januari 2027 de waarde van km meer dan tweemaal zo groot was als de waarde van kl (1p)

In 2009 werd er in totaal 23,4 miljoen MWh energie door kolencentrales geproduceerd (1 MWh is 1 megawattuur, dat is 1000 kWh). De overheid heeft als doelstelling dat op den duur alle energie duurzaam moet worden geproduceerd. Energie die in kolencentrales wordt geproduceerd valt niet onder duurzaam geproduceerde energie.

We willen nu een model maken voor de totale kosten TK van de door kolencentrales geproduceerde energie in de jaren 2009-2050. Daarvoor doen we twee aannames:

1 De totale hoeveelheid energie TE die per jaar door kolencentrales geproduceerd wordt, neemt lineair af van 23,4 miljoen MWh in 2009 tot 0 MWh in 2050. Er geldt dan: 23, 4 TE = 23, 4

  • ·j 41 In deze formule is TE in miljoenen MWh en j in jaren met j = 0 het jaar 2009. Bovendien is j een geheel getal.

2 Om de totale kosten TK van energie te berekenen in een bepaald jaar, gebruiken we de gemiddelde marktprijs g m in euro per MWh in dat jaar. Er geldt: g m = 2,8 · j + 44, 4 In deze formule is g m in euro per MWh en j in jaren met j = 0 het jaar 2009. Ook nu is j een geheel getal.

De totale kosten TK in een bepaald jaar zijn te berekenen door de door kolencentrales geproduceerde energie te vermenigvuldigen met de gemiddelde marktprijs in dat jaar. De formule voor TK is te schrijven als TK = a · j 2 + b · j + c . In deze formule is TK in miljoenen euro’s en j in jaren met j = 0 het jaar

2009 en is j een geheel getal.

Vraag 3 4 punten

Bereken de waarden van a, b en c in deze formule. Rond je antwoorden af op één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als alleen herleid wordt tot de formule TK = −1, 6 j 2 + 40, 2 j + 1039, 0 en a, b en c niet expliciet vermeld worden, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
  • Als de waarde van c vermeld wordt als 1039, hiervoor geen scorepunt in mindering brengen. Verder in totaal ten hoogste 1 scorepunt in mindering brengen bij het niet-afronden op één decimaal.

Shannon-index

De Shannon-index H is een maat voor de diversiteit (verscheidenheid) van een dieren- of plantenpopulatie in een gebied. Hoe hoger de Shannon-index, hoe groter de diversiteit. We kijken naar een gebied met twee soorten bomen. De formule voor de Shannon-index is dan:

H = −( p1 ln( p1 ) + p2 ln( p2 )) waarin p1 en p2 de aandelen van elke soort binnen het gebied zijn. Er geldt bijvoorbeeld dat p1 = 0,37 als 37% van de bomen uit soort 1 bestaat.

Bos A bestaat voor 70% uit eiken en voor 30% uit beuken en bos B bestaat voor 90% uit eiken en voor 10% uit beuken.

Vraag 4 3 punten

Onderzoek met de formule voor H van welk van beide bossen de Shannon-index het grootst is.

Bekijk het antwoord
  • Voor bos A geldt H A = −(0, 7 ln(0, 7) + 0,3ln(0,3)) (1)
  • Voor bos B geldt H B = −(0,9 ln(0,9) + 0,1ln(0,1)) (1)
  • H A = 0, 6 (of nauwkeuriger) en H B = 0,3 (of nauwkeuriger) dus de Shannon-index van bos A is het grootst (1)

In een bos met twee soorten bomen, eiken en beuken, geldt: als p het aandeel eiken is, is het aandeel beuken gelijk aan 1

  • p. De formule voor de Shannon-index kan dan geschreven worden als:

H = −( p ln( p ) + (1

  • p ) ln(1
  • p ))

Vraag 5 3 punten

Onderzoek met de grafische rekenmachine tot welke waarde de Shannon- index nadert als het aandeel eiken in het bos steeds kleiner wordt.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het berekenen van H-waarden horend bij ten minste drie geschikte waarden van p (alle kleiner dan of gelijk aan 0,5) (1p)

Met behulp van de afgeleide van H kunnen we onderzoeken bij welke verhouding eiken en beuken de Shannon-index maximaal is. Er geldt: dH =

  • ln( p ) + ln(1
  • p ) dp dH

Vraag 6 4 punten

Bereken met behulp van voor welke percentages eiken en beuken de dp Shannon-index H van het bos maximaal is.

Bekijk het antwoord
  • = 0 geeft − ln( p ) + ln(1 − p ) = 0 (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1)
  • H is maximaal voor p = 0,5 (1)
  • Dus 50% eiken en 50% beuken (1)

Bitcoins

De bitcoin is een digitale munteenheid die alleen online bestaat. Hij bestaat sinds 1 januari 2009 en kan worden gebruikt om te betalen in webwinkels of voor andere online diensten.

Bitcoins worden niet, zoals normaal geld, door een centrale bank in omloop gebracht. In plaats daarvan zijn alle bitcoins die in omloop zijn, gecreëerd door computers mee te laten werken aan oplossingen van geselecteerde wiskundige problemen. Dat werkt als volgt: Iedereen kan op zijn of haar computer speciale software laten draaien die meewerkt aan het oplossen van zo'n wiskundig probleem. De eigenaar van de computer die de oplossing voor een probleem vindt, krijgt daarvoor

25 (nieuw gecreëerde) bitcoins als beloning. Omdat er in 2014 iedere

10 minuten zo'n probleem werd opgelost, werden er op deze manier iedere 10 minuten 25 bitcoins in omloop gebracht.

Op 1 januari 2014 waren er (ongeveer) 12,2 miljoen bitcoins in omloop.

Vraag 7 3 punten

Bereken uitgaande hiervan in welk jaar het aantal bitcoins in omloop boven de 18 miljoen uitstijgt als de snelheid waarmee bitcoins in omloop gebracht worden niet verandert.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Per jaar komen er 365 ⋅ 24 ⋅ 6 ⋅ 25 =1,314 miljoen bitcoins bij (1p)
  • De vergelijking 12, 2 + 1,314 x = 18 moet worden opgelost (1p)

Opmerking Als een kandidaat met een jaarlengte van 365,25 dagen rekent, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

In werkelijkheid blijft de snelheid waarmee bitcoins in omloop worden gebracht niet gelijk aan 25 bitcoins per 10 minuten. Deze snelheid neemt namelijk af. Gedurende de eerste vier jaar, van 1 januari 2009 tot

1 januari 2013, was de beloning per oplossing nog 50 bitcoins. De beloning voor het vinden van een oplossing wordt elke vier jaar gehalveerd: van 1 januari 2013 tot 1 januari 2017 is de beloning per oplossing 25 bitcoins, voor de vier jaar erna 12,5 bitcoins per oplossing enzovoorts.

Vraag 8 4 punten

Bereken vanaf welk jaar de beloning per oplossing minder dan één bitcoin zal zijn.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het maken van een tabel met uitbetalingen per oplossing (2p)
  • Na 5 halveringen (gerekend vanaf de periode 2013-2017 is de uitbetaling per oplossing minder dan één bitcoin) (1p)

Het totale aantal bitcoins dat in omloop gebracht kan worden, is begrensd. Dat is een gevolg van (onder andere) het feit dat de beloning per oplossing steeds gehalveerd wordt. Het totale aantal bitcoins dat in omloop is, kan worden benaderd met de formule:

C = 21

  • 21 · 0,50,25·t Hierin is C het totale aantal bitcoins in miljoenen en t de tijd in jaren met t = 0 op 1 januari 2009.

Vraag 9 3 punten

Bepaal met behulp van een redenering aan de hand van de formule de grenswaarde van het totale aantal bitcoins dat in omloop is.

Bekijk het antwoord
  • Voor grote waarden van t gaat 0,50,25t naar 0 (1)
  • De formule gaat dus op den duur naar 21 − 21 ⋅ 0 (1)
  • De grenswaarde van het aantal bitcoins in omloop is dus 21 (miljoen) (1)

Om het totale aantal bitcoins dat in omloop is te reguleren, wordt niet alleen het aantal bitcoins per oplossing kleiner gemaakt, maar wordt ook de moeilijkheidsgraad van de wiskundige problemen steeds groter gemaakt. Er zijn namelijk steeds meer mensen die hun computers mee laten rekenen. De moeilijkheidsgraad van de problemen stijgt exponentieel volgens de formule D = 3,65 · e0,533·t . Hierin is D een maat voor de moeilijkheidsgraad en t de tijd in maanden met t = 0 op 1 januari 2013. Hierbij geldt dat hoe groter D is, hoe moeilijker het op te lossen probleem is.

Vraag 10 4 punten

Stel de formule van de afgeleide van D op en beredeneer hoe je aan deze formule kunt zien dat de grafiek van D toenemend stijgend is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als een kandidaat de kettingregel niet heeft toegepast, bij het eerste antwoordelement 0 scorepunten toekennen.

De formule kan zó worden herschreven dat je een moeilijkheidsgraad kunt invullen en zo de tijd in maanden kunt berekenen die nodig is om die moeilijkheidsgraad te bereiken.

Vraag 11 4 punten

Herschrijf de formule D = 3,65 · e0,533·t zó dat t wordt uitgedrukt in D.

Bekijk het antwoord
  • D • e0,533t = (1) 3, 65  D  • ( ) ln e0,533t = ln    3, 65  1  D  • 0,533t = ln   (1)  3, 65   D  ln  3, 65  • t=  (of een gelijkwaardige formule) (1) 0,533 of • ln( D) ln(3, 65 ⋅ e0,533t ) = (1) ln( D) ln(3, 65) + ln(e0,533t ) • = (1) ln( D) ln(3, 65) + 0,533t • = (1) ln( D) − ln(3, 65) • t= (of een gelijkwaardige formule) (1) 0,533 (4)

Jaarringen

Op de foto zie je een doorgezaagde boomstam. foto Hierin zijn zogenaamde jaarringen te zien. Deze ontstaan doordat de boom in de zomer snel groeit: dan wordt er licht gekleurd hout gevormd. In de winter groeit de boom langzaam en wordt er donker gekleurd hout gevormd. Zo komt er elk jaar een ring bij, die uit een licht en een donker gedeelte bestaat: een jaarring.

In deze opgave kijken we eerst naar de groeisnelheid van de diameter (G) van een grove den. Omdat een boom afwisselend snel en langzaam groeit, kun je deze groeisnelheid modelleren met behulp van sinusoïden.

Voor de groeisnelheid van de diameter van een grove den gelden de volgende eigenschappen:

  • de groeisnelheid is drie maanden na het ontkiemen van het zaadje maximaal;
  • de groeisnelheid is negen maanden na het ontkiemen minimaal;
  • dit patroon herhaalt zich elk jaar;
  • de maximale groeisnelheid is 2,1 cm per jaar;
  • de minimale groeisnelheid is 0,3 cm per jaar. Voor de groeisnelheid van de grove den kun je op basis van deze eigenschappen een formule opstellen van de vorm G = a + b sin(c(t
  • d )) . Hierin is G de groeisnelheid in cm per jaar en t de tijd in jaren na het ontkiemen.

Vraag 12 4 punten

Bereken de waarden van a, b, c en d in deze formule. Licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De evenwichtsstand is = 1, 2 (cm per jaar) dus a = 1, 2 (1)
  • De amplitude is 2,1 − 1, 2 = 0,9 (cm per jaar) dus b = 0,9 (1)
  • De periode is 1 jaar, dus c = 2π (of 6,3 (of nauwkeuriger)) (1)
  • Maximum voor t = 0, 25 (dus voor t = 0 gaat de grafiek stijgend door de evenwichtsstand) dus d = 0 (1)

Nu bekijken we de diameter van de stam van deze grove den. Daarbij kan de volgende formule worden opgesteld:

D = 1, 2t + 0,14 + 0,14sin(2π(t

  • 0, 25)) Hierin is D de diameter van de stam in cm en t de tijd in jaren na het ontkiemen met t = 0 op het moment van ontkiemen.

De grafiek van D is in de figuur getekend. De grafiek staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.

figuur

D 7 in cm 6

5

4

3

2 A 1

0

0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 5,5 t in jaren

Vraag 13 3 punten

Bereken met behulp van de formule op welk tijdstip de diameter een dikte van 5 cm bereikt. Rond je antwoord af op hele maanden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor een antwoord als ‘in de 51e maand’ (of ‘in de 50e maand’) geen scorepunten in mindering brengen.

In de grafiek is te zien dat de diameter schommelt rondom een lijn. De formule van deze lijn is T =1,2t+0,14. In plaats van de diameter te berekenen met de formule voor D is deze ook te benaderen met behulp van de formule van de lijn. Deze benadering zal in de meeste gevallen iets afwijken van de diameter volgens de formule van D.

Vraag 14 3 punten

Onderzoek hoe groot deze afwijking maximaal kan zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het maximale verschil is gelijk aan de amplitude van het sinusdeel van de gegeven formule (2p)
  • (Die amplitude is 0,14 dus) het maximale verschil is 0,14 (cm) (1p)

De diameter van de grove den groeit in de eerste zes maanden na het ontkiemen meer dan in de tweede zes maanden na het ontkiemen. Dat wisselen van groeisnelheid herhaalt zich zo in de jaren daarna.

Vraag 15 3 punten

Bereken met behulp van de formule van D hoeveel procent van de jaarlijkse groei in de eerste helft van het jaar plaatsvindt. Rond je antwoord af op gehele procenten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Een half jaar na ontkiemen is de diameter 0,88 (cm) (1p)

In het begin van deze opgave staat vermeld dat de groeisnelheid van de diameter G na negen maanden ( t = 0,75 ) minimaal is, namelijk 0,3 cm per jaar. De minimale groeisnelheid bij t = 0,75 die met de formule van D berekend wordt (zie punt A in de grafiek), is niet precies gelijk aan 0,3 cm per jaar.

Vraag 16 3 punten

Geef in de grafiek van D op de uitwerkbijlage nog een ander punt dan punt A aan waar de groeisnelheid volgens de formule van D minimaal is en bereken de minimale groeisnelheid in cm/jaar met de grafische rekenmachine. Rond je antwoord af op twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het tekenen van een punt, anders dan A, op de grafiek waar de helling van D minimaal is (1)
  • Beschrijven hoe met de GR de helling van D in, bijvoorbeeld, A bepaald kan worden (1)
  • Het antwoord: 0,32 (cm/jaar) (1)

Toren van achtvlakken

Op de afbeelding zie je een kunstwerk van afbeelding Elt de Boer: een toren van regelmatige achtvlakken op een voet. Het bovenste deel van de voet is de helft van een regelmatig achtvlak met daaronder een kubus waarvan de ribbe dezelfde lengte heeft als die van het halve achtvlak. Daarboven zie je negen hele achtvlakken die naar boven toe steeds kleiner worden.

De kunstenaar maakt de voet zwart en van de

9 achtvlakken maakt hij 3 achtvlakken rood, 3 oranje en 3 geel.

Vraag 17 4 punten

Bereken op hoeveel manieren de kunstenaar dit kan doen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als een kandidaat deze vraag beantwoord heeft door 9! te berekenen, geen scorepunten voor deze vraag toekennen.
  • Als een kandidaat deze vraag beantwoord heeft door 3!⋅ 3!⋅ 3! te berekenen, ten hoogste 1 scorepunt voor deze vraag toekennen.

Een regelmatig achtvlak, zie de figuur, heeft figuur

12 ribben die allemaal even lang zijn. De ribbe van de voet is 20 cm en die van het bovenste ribbe achtvlak is 4 cm. hoogte De achtvlakken worden naar boven toe steeds kleiner. De kunstenaar kan ervoor kiezen de ribbe van de achtvlakken steeds met een vaste factor r te vermenigvuldigen. Afgerond op twee decimalen geldt dan: r = 0,84

Vraag 18 3 punten

Bereken de waarde van r in drie decimalen nauwkeurig.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De vergrotingsfactor van het bovenste achtvlak ten opzichte van het 4 onderste is (1)
  • r =  (1)
  • Het antwoord: 0,836 (1)

De kunstenaar had er ook voor kunnen kiezen om de ribbe met een vaste lengte te laten afnemen. De lengten van de ribben van de opeenvolgende achtvlakken vormen dan een rekenkundige rij. Deze rij kan benaderd worden met de directe formule in de vorm van een lineaire formule: un = 20

  • 1,78n Hierin is n het nummer van het achtvlak. In de formule is un de lengte in cm van de ribbe van het n-de achtvlak. Bij n = 0 hoort de lengte van de ribbe van de voet.

Vraag 19 3 punten

Laat zien hoe de lineaire formule un = 20

  • 1,78n afgeleid kan worden uit de gegevens.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Er geldt: u0 = 20 (1)
  • De lengte van de ribbe neemt in 9 gelijke stappen af van 20 (cm) tot 4 (cm) (1)
  • De richtingscoëfficiënt van de lineaire formule (of het verschil tussen 4 − 20 twee opeenvolgende waarden) is ≈ −1, 78 (cm) (dus de formule is 9 u= n 20 − 1, 78n ) (1)

De twee methoden zullen in het algemeen verschillende lengtes geven voor de ribben van de achtvlakken uit de serie.

Vraag 20 4 punten

Onderzoek bij welk achtvlak uit de serie dit verschil maximaal is en geef ook aan hoe groot dat verschil is. Rond je antwoord af op gehele millimeters.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als een kandidaat twee tabellen maakt zonder de formules in de GR in te vullen, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
  • Als een kandidaat doorgerekend heeft met nauwkeuriger waarden dan 0,84 en 1,78, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Sprinttrein

Veel wielerwedstrijden worden beslist in een massasprint. Er zijn ploegen die zich hierin hebben gespecialiseerd. Zij stellen een zogenaamde sprinttrein van zes wielrenners samen, die ervoor moet zorgen dat hun ploeg de wedstrijd wint.

De ploeg Giant-Shimano, met de Duitse sprinter Marcel Kittel, heeft op deze wijze een aantal etappes gewonnen in de Tour de France van 2014.

Een sprinttrein werkt als volgt: vanaf drie kilometer voor de finish gaan zes renners van de ploeg om beurten aan kop rijden. Daarbij voeren ze geleidelijk de snelheid op, waarna de zesde renner de taak heeft de massasprint te winnen.

In een krant stond de volgende figuur (deze figuur staat ook vergroot op de uitwerkbijlage). Hierin is weergegeven welk vermogen en welke snelheid de renners bereiken wanneer zij aan kop rijden.

figuur Opbouw van de sprint van een team (Giant-Shimano)

2000 80 Vermogen renner 6 (de ‘afmaker’) Snelheid in watt 1800 in km/uur 70

1600 renner 5 (de ‘lead out’) 60 1400 50 1200

1000 renner 4 40 renner 3

800 renner 2 30 renner 1 600 20 400 10 200

0 0

3000 2500 2000 1500 1000 500 0 Start sprint Finish afstand tot finish in meters Legenda Vermogen in watt van de renner aan kop Snelheid in km/uur

Met de gegevens uit de figuur is voor iedere renner de geleverde arbeid te berekenen. De arbeid van een renner is gelijk aan het vermogen vermenigvuldigd met de tijdsduur in seconden. Een wielerliefhebber wil onderzoeken of een renner aan kop aan het eind van de sprint meer, dezelfde of minder arbeid levert dan een renner aan kop aan het begin van de sprint.

Vraag 21 7 punten

Voer dit onderzoek uit door vermogens en snelheden te kiezen bij de door jou gekozen renners en maak daarbij gebruik van de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Overzicht van de diverse mogelijke af te lezen gegevens, inclusief afleesmarges nr.renner op kop gereden snelheid bij op vermogen tijdens afstand in m kop rijden in km/u op kop rijden in W

1 750-850 48-50 480-570

2 650-750 49-51 560-650

3 500 50-55 640-730

4 500 54-61 720-830

5 280-320 60-65 820-1180

6 180-220 64-69 1140-1800

Opmerkingen

  • Bij de keuze van de renners dient er, om in aanmerking te komen voor het eerste scorepunt, een renner uit de nummers 1, 2 en 3 gekozen te worden en een andere uit de nummers 4, 5 en 6.
  • Bij het aflezen van de op kop gereden afstand, de snelheid en het vermogen mag iedere waarde uit het interval van de betreffende renner (zie bovenstaand overzicht) worden afgelezen, met dien verstande dat zowel snelheid als vermogen niet daalt gedurende de totale sprint.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-a-18-1-o

Andere examens wiskunde A vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), veranderingen en afgeleide (4) en exponentiële groei (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-a-18-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.