Eindexamen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Blindsimultaandammen, Levensverwachting, Formule van Camp, Support.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1 telt 20 vragen. De meeste vragen gaan over veranderingen en afgeleide (6), formules en grafieken (5) en lineaire verbanden (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Veranderingen en afgeleide8-11, 19-206
Formules en grafieken7, 12-14, 165
Lineaire verbanden3-5, 154
Kansrekening1-22
Exponentiële groei17-182
Statistiek61

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over veranderingen en afgeleide (30% van de vragen, gemiddeld 14%) en lineaire verbanden (20% van de vragen, gemiddeld 6%). Minder over exponentiële groei (10% van de vragen, gemiddeld 23%) en combinatoriek (0% van de vragen, gemiddeld 9%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Blindsimultaandammen

Blindsimultaandammen is een tak van de damsport waarbij een dammer het gelijktijdig opneemt tegen meerdere tegenstanders. De dammer in kwestie ziet de speelborden en tegenstanders niet en speelt dus alle partijen uit zijn hoofd. Deze opgave gaat over deze damsportvariant.

De puntentelling bij dammen is als volgt: de winnaar krijgt 2 punten, de verliezer 0. Bij gelijkspel (dat wordt remise genoemd) krijgen beide spelers 1 punt. Een dammer die het wereldrecord blindsimultaandammen wil verbreken, moet tegen meer tegenstanders spelen dan de zittende wereldrecordhouder. Bovendien moet hij minstens 70% van het maximaal te behalen aantal punten scoren.

In 1950 scoorde de Nederlandse dammer Piet Roozenburg tegen in totaal

5 tegenstanders precies 70%. Met deze score werd hij toen recordhouder.

Vraag 1 3 punten

Onderzoek op welke manieren deze partijen van Piet Roozenburg verdeeld kunnen zijn in aantallen keren winst, verlies en remise.

Bekijk het antwoord
  • Zijn score was 7 punten (1)
  • Eén mogelijkheid is 3 keer winst, 1 keer remise en 1 keer verlies (1)
  • Eén mogelijkheid is 2 keer winst, 3 keer remise (en 0 keer verlies) (1)

Bij een latere recordpoging in 2014 speelde de Nederlandse dammer Ton Sijbrands tegen 32 dammers. Hij won 14 partijen en verloor er geen. Een sportjournalist beweerde: “Gelukkig heeft hij geen wedstrijd verloren, want anders had hij geen 70%-score gehaald”.

Vraag 2 3 punten

Onderzoek of deze bewering juist is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Om een 70%-score te halen, moeten er 45 punten behaald worden en in

14 gewonnen partijen worden al 28 punten behaald (1)

  • De resterende (45
    • 28 =) 17 punten moeten in (32
    • 14 =) 18 partijen behaald worden (1)
  • Dat kan met 17 keer remise en 1 verliespartij dus de bewering is onjuist (1p)

Opmerking Bij het eerste antwoordalternatief mag voor het eerste antwoordelement voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.

Sinds 1982 heeft Ton Sijbrands het wereldrecord behoorlijk stevig in handen. De tabel geeft een overzicht van zijn wereldrecords.

tabel jaar partijen winst remise verlies score(%)

1982 10 9 1 0 95,00

1986 12 11 1 0 95,83

1987 14 12 1 1 89,29

1991 15 13 2 0 93,33

1993 18 14 4 0 88,89

1999 20 17 3 0 92,50

2002 22 17 5 0 88,64

2004 24 20 4 0 91,67

2007 25 21 4 0 92,00

2009 28 18 7 3 76,79

2014 32 14 18 0 71,88

In de rest van deze opgave bekijken we deze ontwikkeling nader. We letten daarbij eerst op het verloop van het aantal partijen p in de tijd. We noteren de tijd t in jaren, waarbij t = 0 overeenkomt met het jaar 1982.

Hiermee maken we figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

De punten in figuur 1 liggen bij benadering op een lijn. Deze lijn is in figuur 1 ook getekend. De lijn suggereert dat Sijbrands in de toekomst een record van 38 partijen kan behalen.

Vraag 3 4 punten

Bereken in welk jaar dit, uitgaande van deze lijn, het geval zou zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Een vergelijking van de lijn is p = 23 t + 10 (1)
  • De vergelijking 2 t + 10 = 38 moet opgelost worden (1)
  • De oplossing t = 42 (1)
  • Het antwoord: 2024 (1)

Vervolgens kijken we naar de duur van de recordpogingen. In figuur 2 is deze duur d in uren uitgezet tegen de tijd t in jaren. Ook hier komt t = 0 overeen met het jaar 1982.

[figuur 2: zie het originele examen]

In figuur 2 kun je onder andere aflezen dat de duur van de recordpoging van Sijbrands in 1987 en 1991 ongeveer 11 uur was en in 2014 ongeveer

48 uur.

We noemen figuur 1 een p-t-diagram en figuur 2 een d-t-diagram. Door deze figuren te combineren, kunnen we een d-p-diagram maken. In figuur 3 is hiermee een begin gemaakt. Figuur 3 staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.

[figuur 3: zie het originele examen]

Vraag 4 4 punten

Maak het d-p-diagram op de uitwerkbijlage af.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Voor elk foutief getekend of niet-getekend punt 1 scorepunt in mindering brengen.
  • De relevante waarden van d mogen met een marge van 1 uur worden afgelezen.

Levensverwachting

De levensverwachting is het aantal jaren dat mensen naar verwachting gemiddeld zullen leven vanaf hun geboorte. In 2013 was de levensverwachting in Nederland 81,04 jaar. Dat betekent dus dat mensen die in 2013 in Nederland geboren zijn, gemiddeld 81 jaar en 15 dagen oud zullen worden.

In Nederland stijgt de levensverwachting al geruime tijd. In figuur 1 is de ontwikkeling van de levensverwachting in Nederland sinds 1950 weergegeven. Deze figuur staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.

[figuur 1: zie het originele examen]

In figuur 1 is te zien dat de levensverwachting vrijwel lineair stijgt.

Volgens een recente schatting zal in 2099 de levensverwachting van Nederlanders 90,78 jaar zijn.

Vraag 5 4 punten

Onderzoek met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage of deze schatting overeenkomt met een schatting die uitgaat van een lineaire toename van de levensverwachting.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De richtingscoëfficiënt volgens de schatting van 2013 tot 2099 is 90, 78
    • 81, 04 ≈ 0,11 (1)

2099

  • 2013

Uit onderzoek is bekend dat mensen met een hoog inkomen gemiddeld langer leven dan mensen met een laag inkomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de levensverwachting in landen met een hoog gemiddeld inkomen per persoon doorgaans hoger is dan in landen met een laag gemiddeld inkomen per persoon. In figuur 2 is voor een groot aantal landen de levensverwachting uitgezet tegen het gemiddelde inkomen per persoon. Hierbij stelt iedere stip een land voor. Op de horizontale as staat het gemiddelde inkomen per persoon P (in dollars) en op de verticale as de levensverwachting L (in jaren). Alle gegevens gaan over 2012.

[figuur 2: zie het originele examen]

In figuur 2 heeft zowel de horizontale als de verticale as een logaritmische schaalverdeling. Ook is er een trendlijn toegevoegd die het verband tussen gemiddeld inkomen per persoon en levensverwachting benadert.

Met een gemiddeld inkomen per persoon van $128 722 is Qatar het land met het hoogste gemiddelde inkomen per persoon ter wereld. Toch was de levensverwachting daar in 2012 lager dan je volgens de trendlijn mag verwachten.

Vraag 6 3 punten

Bereken met behulp van schattingen in de grafiek hoeveel procent lager dit is. Geef je antwoord als een geheel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De levensverwachtingen mogen met een marge van 1,5 jaar worden afgelezen.

De trendlijn in figuur 2 is een rechte lijn, dus er bestaat een lineair verband tussen log( L ) en log( P ) . Dit verband ziet er als volgt uit: log( L ) = 0, 084 · log( P ) + 1,509 Je kunt deze formule ook schrijven als een machtsverband. Dat verband ziet er dan als volgt uit: L = 32, 28 · P 0,084

Vraag 7 4 punten

Laat zien hoe de tweede formule uit de eerste formule is af te leiden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij beide antwoordalternatieven: als het vierde antwoordelement vermeld is zonder voorafgegaan te worden door het tweede én het derde antwoordelement (of daarmee gelijkwaardige beweringen), geen scorepunt voor dit vierde antwoordelement toekennen.

In figuur 2 is duidelijk te zien dat wanneer het gemiddelde inkomen per persoon stijgt, de levensverwachting volgens de trendlijn dat ook doet. Door de logaritmische schaal is echter niet te zien of dit een toenemende of een afnemende stijging is.

Vraag 8 4 punten

Onderzoek met behulp van de afgeleide van L of er sprake is van toenemende of afnemende stijging.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Een schets van de grafiek van L' (1p)

Formule van Camp

Voor een winkelier zijn zowel aan het bestellen van producten als aan het in voorraad houden van producten kosten verbonden. Daarom doen economen onderzoek naar een juiste balans tussen het aantal bestellingen per jaar en het aantal producten per bestelling.

Veronderstel dat een winkelier jaarlijks 100 stuks van een bepaald product verkoopt. Hij wil dat er per jaar in totaal 100 exemplaren besteld worden in n even grote bestellingen, bijvoorbeeld 4 bestellingen van elk

25 stuks.

Vraag 9 2 punten

Bepaal welke andere aantallen bestellingen in deze situatie mogelijk zijn.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Bij minder dan 4 juiste aantallen bestellingen, geen scorepunten toekennen.
  • Bij 4 tot 7 juiste aantallen bestellingen, maximaal 1 scorepunt toekennen.
  • Voor elk verkeerd aantal bestellingen, 1 scorepunt in mindering brengen.
  • Het al dan niet vermelden van het aantal bestellingen 4 is niet relevant voor de beoordeling van de vraag.

Bij een veel gebruikt algemeen model nemen economen aan dat de winkelier voor elke bestelling en voor elk in voorraad gehouden product een vast bedrag rekent. De formule bij dit model is: A· B 1 K= + 2 · n ·V (1) n

Hierin is:

  • K de totale jaarlijkse kosten in euro’s;
  • A het aantal producten dat jaarlijks besteld wordt;
  • B de bestelkosten per bestelling in euro’s;
  • n het aantal producten per bestelling;
  • V de voorraadkosten per product per jaar in euro’s.

Voor een bepaald product hanteert een winkelier € 8,- bestelkosten per bestelling. De voorraadkosten zijn € 0,60 per product per jaar. Per jaar verkoopt de winkelier 1000 stuks van dit product en hij wil dus ook dat er

1000 producten per jaar besteld worden. De winkelier wil dat de totale jaarlijkse kosten maximaal € 110,- zijn.

Vraag 10 5 punten

Bereken welk aantal bestellingen per jaar minimaal mogelijk is.

Bekijk het antwoord
  • De ongelijkheid + 0,5 · n · 0, 60 ≤ 110 of de vergelijking n 1000 · 8 + 0,5 · n · 0, 60 = 110 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe de (bijbehorende) vergelijking kan worden opgelost (1)
  • De oplossing: (100 en) 266,… (1)
  • Het aantal producten per bestelling is 250 (1)
  • Het antwoord: (het aantal bestellingen is minimaal =) 4 (1)

In het vervolg van deze opgave gaan we uit van het algemene model waarbij we geen rekening meer houden met het feit dat n eigenlijk een geheel getal moet zijn. Dat n positief moet zijn, blijft wel een eis.

De optimale bestelgrootte is het aantal producten per bestelling waarbij de totale jaarlijkse kosten minimaal zijn.

In formule (1) zijn A, B en V getallen die bij een bepaald product bekend zijn. Daarom kan de optimale bestelgrootte worden berekend door de dK vergelijking = 0 op te lossen. dn Hieruit volgt de zogeheten formule van Camp: 2· A· B n= (2) V Met deze formule van Camp kun je de optimale bestelgrootte direct berekenen als je A, B en V weet. dK

Vraag 11 4 punten

Laat zien dat de formule van Camp inderdaad volgt uit = 0. dn

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het eerste antwoordelement mag voor een niet volledig juist antwoord

1 scorepunt worden toegekend.

Door formule (2) en formule (1) te combineren, kan een uitdrukking gevonden worden voor de minimale kosten. Er blijkt dat deze minimale kosten evenredig zijn met de wortel uit A · B · V . Er geldt dus: K min = c · A · B · V (3)

Hierin is c de evenredigheidsconstante.

De waarde van c kan onder andere berekend worden door de waarden

A = 1000, B = 8 en V = 0,60 (zie eerder in deze opgave) te gebruiken. Die waarden moeten dan zowel in formule (3) als in formule (2) ingevuld worden. Daarna kan met deze resultaten en gebruikmakend van formule (1) de waarde van c berekend worden.

Vraag 12 5 punten

Bereken de waarde van c. Geef je antwoord in twee decimalen.

Bekijk het antwoord
  • Invullen in (3): K min = c · 1000 · 8 · 0, 60 (= c · 4800 = 69, 2... · c ) (1)
  • Invullen in (2): n = (= 163, 2...) (1)
  • Deze waarde van n invullen in (1) geeft 8 ·1000 1 K= + ·163, 2... · 0, 60 = 97,9... (1)
  • Deze K gelijk stellen aan Kmin geeft 97,9... = 69, 2... · c (1)
  • Het antwoord: (c =) 1, 41 (1)

Bloeddruk

Het hart pompt bloed door het menselijk lichaam. Als het hart samentrekt, wordt bloed in de bloedvaten gepompt, met als gevolg dat deze onder druk komen te staan. Als het hart zich weer ontspant, neemt de druk in de bloedvaten weer af. Dit proces herhaalt zich voortdurend en het aantal keren per minuut dat dit gebeurt, noemen we de hartslag. Tijdens dit proces neemt de druk in de bloedvaten dus steeds toe en weer af. De hoogste druk wordt de bovendruk genoemd en de laagste druk noemt men de onderdruk. Van een bepaalde persoon is in figuur 1 de bloeddruk uitgezet tegen de tijd.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 13 2 punten

Bepaal met behulp van figuur 1 de hartslag van deze persoon.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Er zijn 5 hartslagen in 4 seconden (of een andere waarde uit het interval [3,7; 4,3]) (1) 60

Als model van de bloeddruk wordt vaak een sinusoïde van de vorm P = a + b sin(c · t ) gebruikt. Hierin is P de bloeddruk, t de tijd in seconden en zijn a , b en c constanten. Deze constanten zijn afhankelijk van de hartslag en worden zo gekozen dat maximum en minimum van de sinusoïde overeenkomen met bovendruk en onderdruk.

Een tweede persoon heeft een hartslag van 66 slagen per minuut. Zijn bovendruk is 124 en zijn onderdruk is 82.

Vraag 14 4 punten

Stel een formule voor P op van de bloeddruk van deze persoon, horend bij het model van de sinusoïde.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De evenwichtsstand is = 103 (dus a = 103 ) (1)
  • De amplitude is 124 − 103 = 21 (dus b = 21 ) (1)
  • De periode is 60 66 seconde (1)
  • c = 2 15 π (of c = 6,9... ) dus P = 103 + 21sin(2 15 πt ) (of P = 103 − 21sin(2 15 πt ) ) (1)

De eenheid van bloeddruk is ‘millimeter kwikdruk’, afgekort mmHg. Een modernere maat voor bloeddruk is kilopascal (kPa). Het is vrij eenvoudig om mmHg om te rekenen naar kPa. Daarvoor gebruiken we dat het verband tussen kPa en mmHg recht evenredig is en dat de gemiddelde luchtdruk op aarde gelijk is aan 760 mmHg, maar ook gelijk is aan 101,325 kPa.

Vraag 15 3 punten

Stel een formule op voor het verband tussen K, de bloeddruk in kilopascal en H, de bloeddruk in mmHg. Rond daarbij zonodig af op twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het tweede antwoordelement van elk van beide antwoordalternatieven mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

Bloeddruk meten wordt meestal gedaan met de methode van Riva-Rocci, genoemd naar de Italiaanse uitvinder ervan. Die werkt als volgt: met een opblaasbare band om de bovenarm wordt de polsslagader afgekneld, zodat er geen bloed meer doorheen stroomt. Daarna laat men langzaam de lucht uit de band lopen, totdat er voor het eerst weer een bloedstroming waarneembaar is. De bijbehorende druk is de bovendruk. Daarna laat men de band nog verder leeglopen, totdat de bloedstroming niet meer waarneembaar is. De druk die daarbij hoort is de onderdruk.

In figuur 2 staat een schets die bij deze methode past.

[figuur 2: zie het originele examen]

In figuur 2 gaat de lijn van de bloeddrukmeter precies door twee toppen van de bloeddruk. In werkelijkheid is dit meestal niet zo, omdat het verloop van deze lijn afhangt van hoe ver de band opgeblazen wordt en hoe snel deze leegloopt. Daarom is een dergelijke bloeddrukmeting nooit helemaal nauwkeurig. Boven- en onderdruk (of eigenlijk benaderingen daarvan) worden gevonden door te bepalen waar de twee grafieken elkaar voor het eerst en voor het laatst snijden.

Van een patiënt kan de bloeddruk benaderd worden met de formule: P = 110 + 23sin(2 πt ) (met P in mmHg en t in seconden) Bij een bloeddrukmeting volgens de methode van Riva-Rocci pompt een verpleegkundige een bloeddrukmeter op tot een waarde van 170 mmHg. Daarna laat hij, vanaf t = 0 , de druk gelijkmatig afnemen met 10 mmHg per seconde.

Vraag 16 5 punten

Bereken welke bovendruk en onderdruk de verpleegkundige rapporteert. Geef je antwoord in gehele getallen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als een kandidaat niet de snijpunten van de twee grafieken berekend heeft, maar maximum en minimum van de sinusfunctie bepaald heeft, maximaal 1 scorepunt voor deze vraag toekennen.
  • Als een kandidaat voor het laatste snijpunt de waarde P = 91,5 heeft afgelezen en hierdoor op een onderdruk van 92 (mmHG) komt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Support

Softwarebedrijven maken nieuwe software maar moeten ook aandacht besteden aan het geven van support aan hun klanten. Het geven van deze support kost bij veel softwarebedrijven steeds meer tijd. Als een softwarebedrijf vervolgens geen nieuw personeel wil aannemen, gaat de toenemende tijd die besteed wordt aan support ten koste van de tijd voor het ontwikkelen van nieuwe software.

Bij softwarebedrijf X-tent-O is geconstateerd dat men, als gevolg van deze toenemende vraag naar support, elke maand 3% minder tijd dan in de maand daarvoor besteedt aan het ontwikkelen van nieuwe software. Zie de figuur.

figuur

Na twee jaar moet al meer dan de helft van de beschikbare werktijd besteed worden aan support. En na vijf jaar kan nog maar 16% van de beschikbare werktijd aan het ontwikkelen van nieuwe software besteed worden.

Als er door de toename van de support elke maand 3% minder tijd besteed kan worden aan het ontwikkelen van nieuwe software dan in de maand daarvoor, dan kun je het percentage werktijd P dat aan support wordt besteed, met de volgende formule berekenen: ( P = 100 · 1

  • 0,9712t ) Hierin is t de tijd in jaren vanaf de lancering van de nieuwe software.

Uit de figuur blijkt dus dat na twee jaar meer dan de helft van de tijd aan support wordt besteed en dat er na vijf jaar (ongeveer) 16% van de beschikbare werktijd aan nieuwe software besteed wordt.

Vraag 17 3 punten

Bereken met behulp van de formule de procentuele toename van het percentage werktijd dat aan support wordt besteed tussen twee en vijf jaar na de lancering van de nieuwe software. Geef je antwoord in gehele procenten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Op t = 2 is het percentage 51,8… en op t = 5 is het percentage 83,9… (1)
  • De procentuele toename is ·100(%) (=61,8…(%)) (1)
  • Het antwoord: 62(%) (1)

Veel beginnende softwarebedrijven houden er binnen een paar jaar mee op, omdat ze zich verkijken op de tijd die in support moet worden gestoken.

Vraag 18 3 punten

Bereken met behulp van de formule hoelang het duurt totdat 90% van het percentage werktijd bij X-tent-O aan support wordt besteed. Geef je antwoord in hele maanden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de vergelijking 100 · (1 − 0,9712t ) = 90 kan worden opgelost (1)
  • t = 6,299… (jaar) (1)
  • Het antwoord: (het duurt) 6 jaar en 4 maanden (of 76 (maanden)) (1)

Met behulp van de afgeleide van P kan de verandering van het percentage dat aan support wordt besteed, worden bepaald. Die afgeleide is van de vorm P' = k · 0,9712t . Afgerond op één decimaal geldt: k = 36,6 .

Vraag 19 5 punten

Bereken k met behulp van differentiëren. Geef je antwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Elk van de factoren −100 · 0,9712t , 12 en ln(0,97) in het tweede score- element is, bij elk van beide antwoordalternatieven, voldoende voor

1 scorepunt.

Het percentage werktijd dat aan support wordt besteed heeft, zoals ook in de figuur te zien is, een grenswaarde (van 100%). Dat percentage stijgt afnemend naar die grenswaarde.

Vraag 20 3 punten

Beredeneer aan de hand van de afgeleide van P dat het percentage werktijd dat aan support wordt besteed inderdaad steeds minder sterk toeneemt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Een schets van de afgeleide van P (1p)
  • De grafiek van de afgeleide ligt overal boven de horizontale as dus P neemt toe (1p)

Opmerking Bij het eerste antwoordalternatief mogen voor het tweede antwoordelement uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-a-22-1-o

Andere examens wiskunde A vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1 telt 20 vragen. De meeste vragen gaan over veranderingen en afgeleide (6), formules en grafieken (5) en lineaire verbanden (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-a-22-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.