Eindexamen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Herbouwkosten in Amsterdam, Groeimodellen, Unieke woorden, London Eye, NS Flex.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2 loopt tot vraag 21. Van 19 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (6), machtsverbanden (4) en lineaire verbanden (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken1-5, 186
Machtsverbanden13-164
Lineaire verbanden19-213
Exponentiële groei7-82
Rijen9-102
Veranderingen en afgeleide61
Combinatoriek171

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over machtsverbanden (21% van de vragen, gemiddeld 4%) en lineaire verbanden (16% van de vragen, gemiddeld 6%). Minder over exponentiële groei (11% van de vragen, gemiddeld 23%) en veranderingen en afgeleide (5% van de vragen, gemiddeld 15%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Herbouwkosten in Amsterdam

De herbouwkosten zijn de kosten waarvoor een woning na afbraak opnieuw gebouwd kan worden. De herbouwkosten zijn voornamelijk afhankelijk van het vloeroppervlak, dat is het totale oppervlak van alle verdiepingen met een stahoogte van ten minste 1,5 meter.

De gemeente Amsterdam gebruikt voor verschillende woningtypen verschillende rekenmodellen om de herbouwkosten te berekenen1).

twee-onder-een-kapwoningen Voor twee-onder-een-kapwoningen hanteert Amsterdam het volgende lineaire model:

H twee = −5,63V + 2366,67 met 30 ≤ V ≤ 250 Hierin zijn H twee de herbouwkosten voor een twee-onder-een-kapwoning in euro’s per m2 vloeroppervlak en is V het vloeroppervlak van de woning in m2.

Vraag 1 2 punten

Toon aan dat de herbouwkosten van een twee-onder-een-kap-woning met een vloeroppervlak van 180 m2 (afgerond) 243 600 euro zijn.

Bekijk het antwoord
  • H twee = 1353, 27 (euro per m2) (1)
  • 1353, 27 ·180 = 243 588, 6 (en dat is afgerond 243 600 (euro)) (1)

portiekflats Voor portiekflats met 30 ≤ V ≤ 180 wordt ook een lineair model voor de herbouwkosten per m2 vloeroppervlak ( H portiek ) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op de volgende gegevens:

V (in m2) 50 90

H portiek (in euro’s per m2) 2429 2080

Vraag 2 5 punten

Bereken met behulp van deze gegevens de maximale herbouwkosten voor een portiekflat met 30 ≤ V ≤ 180 . Geef je antwoord in honderden euro’s.

Bekijk het antwoord
  • ( H portiek = aV + b met) ( a =) = −8, 725 (1)
  • (Bijvoorbeeld V = 50 en H portiek = 2429 geeft) − 8, 725 · 50 + b = 2429 , dus b = 2865, 25 (dus H portiek = − 8, 725V + 2865, 25 ) (1)
  • Dus de herbouwkosten zijn ( − 8, 725V + 2865, 25) · V (1)
  • Beschrijven hoe het maximum van ( − 8, 725V + 2865, 25) · V gevonden kan worden (1)
  • Het gevraagde antwoord is 235 200 (euro) (1)

noot 1 In deze opgave wordt uitgegaan van de regels die in 2017 in Amsterdam golden.

hoekwoningen Voor hoekwoningen bestaan de herbouwkosten per m2 vloeroppervlak uit een vast bedrag van 1375 euro, met daarbovenop een variabel bedrag dat exponentieel afneemt naarmate het vloeroppervlak groter wordt. Zie de figuur.

figuur

De formule die wordt gebruikt is van de vorm H hoek = b · g V + 1375 met

30 ≤ V ≤ 250 .

Op de grafiek in de figuur liggen de punten (30, 3480) en (250, 1387).

Vraag 3 4 punten

Bereken de waarden van b en g die uit deze gegevens volgen. Geef de waarde van b in gehelen en de waarde van g in vier decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als gerekend is met g 220 = 1387 3480 , voor deze vraag maximaal 3 scorepunten toekennen.

In de regelgeving hanteert men ook de volgende (nauwkeuriger) formule voor hoekwoningen:

H hoek = e−0,02359V +8,36 + 1375 met 30 ≤ V ≤ 250 Hierin zijn H hoek de herbouwkosten voor een hoekwoning in euro’s per m2 vloeroppervlak en is V het vloeroppervlak van de woning in m2.

De herbouwkosten van een hoekwoning zijn soms lager dan die van een twee-onder-een-kapwoning met hetzelfde vloeroppervlak.

Vraag 4 4 punten

Bereken voor welke vloeroppervlakken in gehele m 2 dit het geval is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als gerekend is met de bij vraag 3 gevonden formule, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

De formule H hoek = e −0,02359V +8,36 + 1375 is te herleiden tot de vorm

H hoek = b · g V + 1375 .

Vraag 5 3 punten

Geef deze herleiding. Geef de waarde van b in gehelen en de waarde van g in vier decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • e−0,02359V +8,36 = e8,36 · e−0,02359V (1)
  • e −0,02359V = (e −0,02359 )V (1)
  • De gevraagde waarden zijn b = 4273 en a = 0, 9767 (1)

tussenwoningen De formule die men voor tussenwoningen gebruikt, is:

H tussen = e−0,02398V +8,144 + 1144 met 30 ≤ V ≤ 250 Hierin zijn H tussen de herbouwkosten voor een tussenwoning in euro’s per m2 vloeroppervlak en is V weer het vloeroppervlak van de woning in m2.

In elk model gaat men ervan uit dat de herbouwkosten per m2 afnemen naarmate het vloeroppervlak groter is. De mate waarin de herbouwkosten per m2 afnemen, verschilt per model.

Vraag 6 4 punten

Stel de afgeleiden van H hoek en H tussen op en onderzoek met behulp van een schets van beide afgeleiden bij welke van deze twee woningtypen de mate van afname het grootst is. Licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kettingregel niet is gebruikt, voor deze vraag maximaal

2 scorepunten toekennen.

  • Als gerekend is met de afgeleide van de bij vraag 5 gevonden formule, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Groeimodellen

In de 18e eeuw werd algemeen aangenomen dat de toename van een populatie dieren kan worden beschreven met behulp van een meetkundige rij. Een model uit die tijd is:

Pn = r · Pn−1 model 1 P0 = c

In dit model geldt:

  • Pn is de populatiefractie na n jaar. Dat is de grootte van de populatie als deel van de maximale populatie. Pn is dus een getal tussen 0 en 1.
  • c is de startpopulatiefractie. Ook dit getal wordt uitgedrukt als een deel van de maximale populatie (en dus geldt 0 < c < 1 ).
  • r is de reproductiefactor: een getal dat aangeeft hoe snel een populatie zich per jaar uitbreidt.

Neem aan dat in een bepaald bosrijk gebied een populatie van

165 vossen leeft. De reproductiefactor van de vossen in dit gebied is 1,28 en in het gebied is plaats voor maximaal 500 vossen.

Vraag 7 3 punten

Bereken met behulp van model 1 na hoeveel jaar dit maximale aantal bereikt zal zijn.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

165

  • (Het is een meetkundige rij en) c = 0,33 (dus de populatie kan worden beschreven met de formule Pn = 0,33 ·1, 28n ) (1p)
  • Dit geeft n = 4, 49... , dus na 5 jaar (1p)

In model 1 wordt ervan uitgegaan dat een populatie altijd even snel groeit. Dit komt echter niet overeen met de werkelijkheid: als de populatie groeit wordt de ruimte per dier namelijk steeds kleiner, waardoor het moeilijker wordt om voedsel te vinden. Hierdoor zal een populatie steeds minder snel gaan groeien naarmate deze toeneemt.

Een verbeterde versie van model 1 is het logistische model:

Pn = r · Pn−1 · (1

  • Pn−1 ) model 2 P0 = c

De variabelen in dit model hebben dezelfde betekenis als in model 1.

De Oostvaardersplassen is een natuurgebied in de buurt van Lelystad. In

2020 leefden er in dit gebied een groot aantal edelherten. Door dit grote aantal konden andere diersoorten, voornamelijk vogels, zich niet meer goed ontwikkelen. Mede daarom wordt sinds 2021 de populatie door het afschieten van de dieren stabiel gehouden op 500 edelherten.

Neem aan dat er maximaal 2000 edelherten in de Oostvaardersplassen kunnen leven. Er geldt vanaf 2021 dat r = 1,58 en c = 0, 25 .

Vraag 8 3 punten

Bereken met behulp van model 2 hoeveel edelherten er in de periode 2021-2023 bij zouden komen als er geen dieren zouden worden afgeschoten.

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe P2 berekend kan worden (1)
  • P2 = 0,329... en dat komt overeen met 658 (of 659) edelherten (1)
  • Dat is dus een toename van 158 (of 159) edelherten (1)

In de rest van deze opgave gaan we bekijken hoe model 2 zich gedraagt bij verschillende waarden van r.

Als je voor r een getal tussen de 0 en 1 invult, dan nadert Pn voor iedere startwaarde c (met 0 < c < 1 ) naar 0. Je kunt dat beredeneren met de formule voor Pn .

Vraag 9 3 punten

Geef een redenering waaruit blijkt dat wanneer r tussen de 0 en 1 is, Pn altijd naar 0 nadert.

Bekijk het antwoord
  • Om Pn te berekenen moet je de drie getallen r, Pn−1 en 1 − Pn −1 , met elkaar vermenigvuldigen (1)
  • ( Pn−1 is een getal tussen 0 en 1, dus) 1 − Pn −1 is een getal tussen 0 en 1 (1)
  • Omdat je steeds vermenigvuldigt met een getal tussen 0 en 1 zal de uitkomst steeds kleiner worden, en dus nadert de uitkomst ( Pn ) op den duur naar 0 (1)

Voor waarden van r groter dan 1 wordt het model erg onvoorspelbaar.

figuur

In de figuur is de grafiek getekend voor r = 3,15 en c = 0, 25 . Er is te zien dat de waarde van Pn op den duur heen en weer gaat springen tussen twee vaste waarden.

Vraag 10 3 punten

Onderzoek tussen welke twee waarden Pn heen en weer gaat springen voor r = 3,15 en c = 0, 25 . Geef deze waarden in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de gevraagde waarden kunnen worden berekend (1)
  • De ene waarde is 0,53 (1)
  • De andere waarde is 0,78 (1)

Unieke woorden

Teksten bestaan uit woorden (en leestekens, maar die laten we in deze opgave buiten beschouwing). Deze woorden zijn niet allemaal verschillend. Dat wil zeggen dat ze niet allemaal uniek zijn. Hoe meer unieke woorden je naar verhouding tegenkomt, hoe moeilijker de tekst is.

In deze opgave kijken we naar het percentage unieke woorden in een tekst. Dit percentage wordt bepaald aan de hand van twee grootheden:

U: het aantal unieke woorden in een stuk tekst; T: het totaal aantal woorden in dat stuk tekst.

We bekijken de eerste twee zinnen van deze opgave:

Teksten bestaan uit woorden (en leestekens, maar die laten we in deze opgave buiten beschouwing). Deze woorden zijn niet allemaal verschillend.

Vraag 11 2 punten

Bepaal het percentage unieke woorden in de eerste twee zinnen van deze opgave samen. Geef je antwoord als geheel getal.

Bekijk het antwoord
  • T = 21 en U = 19 (‘woorden’ en ‘deze’ komen twee keer voor) (1)
  • ( 19 21 ·100 = 90, 4... dus) het gevraagde percentage is 90 (1)

Van het boek On The Origin of Species van Charles Darwin is het verband tussen U en T bepaald. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

In figuur 1 is op beide assen een logaritmische schaal gebruikt. De gestippelde lijn geeft een benadering van het verband tussen U en T. Figuur 1 staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.

On The Origin of Species bevat in totaal 191 740 woorden en er komen

8842 unieke woorden in voor. Naarmate je verder leest, kom je steeds minder nieuwe unieke woorden tegen. Als je een kwart van dit boek hebt gelezen, ben je al meer dan de helft van het totaal aantal unieke woorden tegengekomen.

Vraag 12 5 punten

Bereken met behulp van de gestippelde lijn in de figuur op de uitwerkbijlage hoeveel procent van het totaal aantal unieke woorden je dan al bent tegengekomen. Geef je antwoord als geheel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Bij het aflezen is een marge van 1 mm toegestaan.
  • Als de kandidaat geen gebruikmaakt van de logaritmische schaal op (een van) de assen, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.

De taalkundige Gustav Herdan ontdekte een algemeen verband tussen U en T voor grotere teksten. Dit verband werd door Harold Stanley Heap bekendgemaakt en wordt de wet van Herdan-Heap genoemd.

De internationale nieuwsdienst Reuters heeft een database

  • de zogeheten RCV1
  • beschikbaar gesteld ten behoeve van taalonderzoek. Onderzoekers hebben voor RCV1 het verband tussen U en T bepaald. Zie figuur 2, waarin log(U ) tegen log(T ) is uitgezet.

[figuur 2: zie het originele examen]

De grafiek in figuur 2 geeft het werkelijke verband tussen U en T in RCV1 en de gestippelde lijn geeft een benadering volgens de wet van Herdan- Heap.

Iemand leest een tekst die bestaat uit de eerste 7432 woorden uit RCV1.

Vraag 13 2 punten

Ga met behulp van figuur 2 na of deze tekst voldoet aan de wet van Herdan-Heap.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 7432 < 10 000 (of: log(7432) = 3,8... ) dus je moet links van de waarde log(T ) = 4 kijken (1)
  • Daar liggen de grafiek en de stippellijn uit elkaar, dus de tekst voldoet niet aan de wet van Herdan-Heap (1)

Een formule voor de gestippelde lijn in figuur 2 is log(U ) = 0, 49 log(T ) + 1, 64

Vraag 14 3 punten

Benader met behulp van deze formule het aantal unieke woorden in de eerste 1 000 000 woorden in RCV1. Geef je antwoord in duizenden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking log(U ) = 0, 49 log(1000 000) + 1, 64 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • ( U = 38 018,... dus) het gevraagde aantal is 38 000 (1)

De formule log(U ) = 0, 49 log(T ) + 1, 64 kan worden herleid tot de vorm U = c · T n . Na afronding van c op gehelen geldt U = 44 · T 0,49 .

Vraag 15 4 punten

Geef deze herleiding en bepaal daarmee c in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit log(U ) = 0, 49 log(T ) + 1, 64 volgt U = 100,49log(T ) +1,64 (1)
  • Dit geeft U = 10 (1)
  • Hieruit volgt U = T 0,49 ·101,64 (1)
  • ( 101,64 = 43, 65... dus) de gevraagde waarde van c is 43,7 (1)

Naarmate je vanaf het begin onafgebroken verder leest in RCV1, komen er steeds minder unieke woorden bij. Vanaf een bepaald totaal aantal woorden komt er (gemiddeld) minder dan één uniek woord per 50 woorden bij.

Vraag 16 4 punten

Onderzoek bij welk totaal aantal woorden dit het geval is. Geef je antwoord in duizenden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Een aanpak (met tabellen) waarbij in ieder geval gegeven wordt: ( U (883 000) = 36 055, 657... en U (883 050) = 36 056, 658... , dus) U (883 050)
    • U (883 000)(= 36 056, 658...
    • 36 055, 657...) = 1, 000...(> 1) ( U (884 000) = 36 075, 660... en U (884 050) = 36 076, 659... , dus) U (884 050)
    • U (884 000)(= 36 076, 659...
    • 36 075, 660...) = 0,999...(< 1) (2)
  • 1 (of Er moet (bij benadering) gelden: de afgeleide is (kleiner dan) 50 0,02) (1) dU

Opmerkingen

  • Voor het tweede antwoordalternatief mag voor het tweede antwoordelement voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.
  • Als een kandidaat is uitgegaan van een nauwkeuriger waarde van c uit de vorige vraag, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

London Eye

De London Eye is een reuzenrad in foto Londen. Zie de foto.

Een toerist heeft een kaartje gekocht waarmee hij zelf een dagprogramma kan samenstellen. Zo’n dagprogramma bestaat uit een bezoek aan de London Eye en aan nog twee andere attracties. Die twee andere attracties mag hij kiezen uit vijf bekende attracties in Londen. De toerist mag zelf bepalen in welke volgorde hij de drie attracties bezoekt.

Vraag 17 3 punten

Bereken hoeveel verschillende dagprogramma’s de toerist kan maken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Als tweede attractie (naast de London Eye) kun je kiezen uit 5 mogelijkheden en daarnaast kun je als derde attractie nog kiezen uit 4 mogelijkheden (dus 5 · 4 = 20 mogelijke combinaties voor deze twee attracties samen) (1p)
  • De London Eye kun je als eerste, tweede of derde bezoeken (dus 3 mogelijkheden) (1p)

De London Eye heeft 32 gondels, waarin de bezoekers plaatsnemen. Eén rondgang van een gondel duurt precies 30 minuten. De grafiek in de figuur hoort bij de hoogte van een van de gondels.

figuur

Bij deze grafiek hoort de formule h = 75 + 60 · sin(0, 209t ) . Hierbij is h de hoogte van de gondel boven de grond in meters en t de tijd in minuten met t = 0 om 11.00 uur ’s ochtends. Deze grafiek hoort echter niet bij de gondel die zich om 11.00 uur bij het instapplatform in het laagste punt bevindt. De grafiek van de gondel die zich om 11.00 uur in het laagste punt bevindt, heeft een formule van de vorm h = 75 + 60 · sin(0, 209(t

  • d )) .

Vraag 18 2 punten

Bereken een mogelijke waarde van d.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (Eén rondgang duurt) 30 minuten, een kwart hiervan is 7,5 minuten (1)
  • Een mogelijke waarde van d is 7,5 (1)

De gondels draaien met een dusdanig lage constante snelheid dat bij het in- en uitstappen het reuzenrad niet hoeft te worden stilgezet. Deze constante snelheid is even groot als de maximale snelheid waarmee h toeneemt of afneemt.

Vraag 19 5 punten

Bereken deze constante snelheid in km/uur. Geef je antwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Een tijdstip waarop h = 75 + 60 sin(0, 209t ) de evenwichtsstand passeert, bijvoorbeeld t = 0 (1)
  • De maximale helling van de grafiek van h is te berekenen met (1)
  • Beschrijven hoe deze waarde gevonden kan worden (1)
  • De maximale helling is 12,54 (meter/minuut) (1)
  • ( · 3, 6 = 0, 7524 dus) de gevraagde snelheid is 0,75 (km/uur) (1)

Hoe hoger je in het reuzenrad komt, hoe verder je kunt kijken. Met de formule a = h 2 + 12742000h , waarbij a de maximale kijkafstand in meters is en h de hoogte boven de grond in meters, kun je benaderen hoe ver je kunt kijken vanaf een bepaalde hoogte boven de grond.

Windsor Castle ligt hemelsbreed 40 kilometer van de London Eye vandaan. Op een heldere dag kun je vanuit de London Eye Windsor Castle zien liggen.

Vraag 20 5 punten

Bereken hoelang je per rondgang vanuit de London Eye op een heldere dag Windsor Castle kunt zien. Geef je antwoord in gehele minuten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de vergelijking h 2 + 12 742 000h = 40 000 kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord h = 125,56... (1)
  • Beschrijven hoe de vergelijking 75 + 60 sin(0, 209t ) = 125, 56... kan worden opgelost (1)
  • Dit geeft de antwoorden t = 4, 79... en t = 10, 23... (1)
  • Het antwoord (10, 23... − 4, 79... =) 5, 4... , dus 5 minuten (1)

NS Flex

Voor reizigers met het openbaar vervoer verkoopt de NS de zogenaamde NS Flex-abonnementen. Je kunt dan voor elke maand opnieuw het abonnement kiezen waarmee je in die maand in totaal de laagste kosten hebt. Drie van deze Flex-abonnementen zijn Dal Voordeel, Altijd Voordeel en Dal Vrij. In de tabel staan voor deze abonnementen de kosten per maand aangegeven en de kortingen die bij deze abonnementen gegeven worden. In deze opgave beperken we ons tot deze drie abonnementen.

tabel Dal Voordeel Altijd Voordeel Dal Vrij € 5,- per maand € 23,- per maand € 105,- per maand 40% korting in het 40% korting in het onbeperkt reizen in het weekend weekend weekend 40% korting buiten de 40% korting buiten de onbeperkt reizen buiten spits spits de spits geen korting in de spits 20% korting in de spits geen korting in de spits

Eefje woont in Enschede en werkt in Deventer. Ze reist altijd met de trein naar haar werk. Het aantal dagen dat ze per maand moet reizen is verschillend. Eefje wil een schema maken waaruit ze voor elk mogelijk aantal reisdagen per maand kan aflezen welk abonnement voor haar het voordeligst is.

Voor het maken van dit schema moet rekening gehouden worden met de volgende gegevens:

  • Eefjes werkdagen zijn van maandag tot en met donderdag.
  • Eefjes heenreis is met de trein van 6.16 uur vanuit Enschede.
  • Eefjes terugreis is met de trein van 17.30 uur vanuit Deventer.
  • Eefje reist altijd 2e klas en via de goedkoopste route.
  • Eefje reist alleen voor haar werk met de trein.
  • De spits is op werkdagen van 6.30 tot 9.00 uur en van 16.00 tot 18.30 uur.
  • Het tijdstip waarop je incheckt, bepaalt de korting die wordt berekend voor de hele reis.
  • Een enkele reis Enschede-Deventer vol tarief 2e klas kost € 12,10.

Vraag 21 7 punten

Maak met behulp van berekeningen een schema waaruit Eefje voor elk mogelijk aantal reisdagen per maand kan aflezen welk abonnement voor haar het voordeligst is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Na berekening kan een schema gemaakt worden als:

aantal reisdagen per maand Dal Voordeel minder dan 8 Altijd Voordeel minimaal 8, maximaal 16 Dal Vrij 17 of meer

  • Een schema als: (4p)

reisdagen Dal Voordeel Altijd Voordeel Dal Vrij

1 € 24,36 € 39,94 € 117,10 … … … …

7 € 140,52 € 141,58

8 € 159,88 € 158,52 … … … …

16 € 294,04 € 298,60

17 € 310,98 € 310,70

  • Het antwoord: een schema zoals bovenaan het antwoordmodel van deze vraag is weergegeven of in het hierboven gegeven schema duidelijk aangegeven bij welke aantallen reisdagen de verschillende abonnementen het voordeligst zijn (1p)
  • Om de grens te bepalen tussen Dal Voordeel en Altijd Voordeel: 18 = 7, 4... (1) 2, 42
  • Om de grens te bepalen tussen Altijd Voordeel en Dal Vrij: 82 = 16,9... (1) 4,84

Opmerkingen bij het tweede antwoordalternatief

  • De tabel moet minstens de waarden die hierboven gegeven zijn voor 7, 8, 16 en 17 reisdagen bevatten.
  • Bij het vierde antwoordelement voor elke fout in de waarden bij 7, 8, 16 en 17 reisdagen 1 scorepunt in mindering brengen. of

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-23-2-o

Andere examens wiskunde A vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2 loopt tot vraag 21. Van 19 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (6), machtsverbanden (4) en lineaire verbanden (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-23-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.