Eindexamen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Duurzamer douchen, Wonen in New York, Daglengte, Minder werken, foto afbeelding.
Het centraal examen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2 loopt tot vraag 20. Van 16 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (6), exponentiële groei (5) en veranderingen en afgeleide (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 6-10, 20 | 6 |
| Exponentiële groei | 3, 12-13, 15-16 | 5 |
| Veranderingen en afgeleide | 11, 14, 17 | 3 |
| Statistiek | 4 | 1 |
| Rijen | 19 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over exponentiële groei (31% van de vragen, gemiddeld 22%). Minder over combinatoriek (0% van de vragen, gemiddeld 9%) en lineaire verbanden (0% van de vragen, gemiddeld 7%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Duurzamer douchen
De laatste tientallen jaren wordt er door de overheid aandacht besteed aan duurzamer leven.
Op de website milieucentraal.nl zijn onder andere de volgende tips over duurzamer douchen te vinden:
- Gebruik een waterbesparende douchekop, die laat 7,2 liter water per minuut door in plaats van 10 liter water per minuut bij een gewone douchekop.
- Douch korter, 5 minuten in plaats van 7,4 minuten.
- Douch minder vaak, niet dagelijks, maar vijf keer per week en was je de andere twee keer bij de wastafel. Bij wassen bij de wastafel wordt gemiddeld maar 3 liter water per keer verbruikt.
We bekijken een Nederlander die dagelijks 7,4 minuten met een gewone douchekop doucht. Deze persoon besluit alle hierboven genoemde tips op te volgen. Hierdoor neemt het waterverbruik per week flink af.
Vraag 1 3 punten
Bereken met hoeveel procent het waterverbruik afneemt. Geef je antwoord in een geheel aantal procenten.
Bekijk het antwoord
- Vóór het opvolgen van de tips was het waterverbruik voor het douchen 7, 4 ·10 · 7 = 518 (liter per week) (1)
- Na het opvolgen van de tips is het waterverbruik voor het douchen en wassen bij de wastafel 5 · 7, 2 · 5 + 2 · 3 = 186 (liter per week) (1)
- Het antwoord: ( = −0, 640... , dus) 64 (%) (1)
Het water dat uit een douchekop komt, noemen we douchewater. In het vervolg van deze opgave nemen we het volgende aan:
- De temperatuur van douchewater is gelijk aan 38 °C.
- Tijdens een douchebeurt wordt 7,2 liter douchewater per minuut gebruikt.
In de meeste huishoudens wordt voor douchewater koud water met warm water vermengd. De verhouding tussen de hoeveelheid koud en warm water bepaalt de temperatuur van het douchewater.
Als er 3,2 liter koud water van 10 °C met 4 liter warm water van 60 °C vermengd wordt, ontstaat er 7,2 liter douchewater van afgerond 38 °C.
Vraag 2 3 punten
Bereken in één decimaal nauwkeurig de temperatuur in °C van dit douchewater.
Bekijk het antwoord
- 3, 2 ·10 + 4 · 60 ( = 272) (1)
- De temperatuur van het douchewater is dan (1)
- Het antwoord: 37,8 (°C) (1)
Water verwarmen kost energie. Door gebruik te maken van douche warmteterugwinning kan er duurzamer worden gedoucht. Bij deze techniek wordt er uit het water dat het riool instroomt warmte gehaald, waardoor er minder energie nodig is om douchewater (van 38 °C) te verkrijgen. Het apparaat waarmee dit gebeurt, wordt een douche-wtw genoemd.
Als er geen douche-wtw geïnstalleerd is, zijn de energiekosten tijdens een douchebeurt gemiddeld 5,8 cent per minuut.
Als er wel een douche-wtw geïnstalleerd is, zijn de energiekosten voor een douchebeurt te berekenen met de formule K = 5, 75 + 2,92t Hierin is K de energiekosten per douchebeurt in centen en t de tijd in minuten die een douchebeurt duurt, met t groter dan 0.
Een vierpersoonshuishouden laat bij de verbouwing van de badkamer voor 650 euro een douche-wtw installeren. De energiekosten om douchewater te verkrijgen gaan hierdoor omlaag in vergelijking met de situatie zonder douche-wtw. We nemen aan dat alle vier de personen vijf dagen per week douchen en dat elke douchebeurt vijf minuten duurt. Op een bepaald moment zal dit huishouden met de douche-wtw in totaal net zoveel aan energiekosten voor het douchen bespaard hebben als dat de installatie van de douche-wtw gekost heeft.
Vraag 3 4 punten
Bereken na hoeveel jaar dit het geval is. Geef je antwoord in één decimaal.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Een jaar douchen met douche-wtw (voor het hele huishouden) kost
52 · 4 · 5 · 20, 35 ( = 21164) (cent) (1)
- Zonder douche-wtw zouden de kosten voor een jaar douchen (voor het hele huishouden) gelijk zijn aan 52 · 4 · 5 · 5 · 5,8 ( = 30 160) (cent) (1) 650
- Het antwoord: ( = 7, 22... , dus na) 7,2 (jaar) (1) 301, 60
- 211, 64
Opmerking Als gewerkt is met 365/7 (of 365,25/7) weken hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Wonen in New York
Wonen in het centrum van een grote stad is in het algemeen duurder dan wonen buiten het centrum. In figuur 1 staan de huurprijzen per maand in
2016 van 1- en 3-kamerappartementen in New York, uitgezet tegen de reistijd met het openbaar vervoer tot 42nd Street, een van de belangrijkste straten in het commerciële centrum. Figuur 1 staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.
[figuur 1: zie het originele examen]
Een punt in figuur 1 stelt niet de huurprijs van één appartement voor, maar de gemiddelde huurprijs van alle appartementen met dezelfde reistijd.
Verhuurders van appartementen gebruiken soms de volgende vuistregel:
Voor elke kamer meer in een appartement stijgt de huurprijs met ongeveer 25%.
We bekijken appartementen met een reistijd van 25 minuten.
Vraag 4 3 punten
Onderzoek met behulp van figuur 1 op de uitwerkbijlage of de gemiddelde huurprijs van deze appartementen aan bovenstaande vuistregel voldoet.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- = 1,51... en 1,51...2 = 1, 229... (dus de toename is 22,9…% per 2250 kamer) (1p)
Opmerkingen
- De toegestane marge bij het aflezen van de huurprijzen is $ 100.
- Als er niet exponentieel gerekend is maximaal 1 scorepunt aan deze vraag toekennen.
In figuur 2 op de uitwerkbijlage zijn aan figuur 1 twee trendlijnen toegevoegd. In het vervolg van deze opgave gaan we uit van deze trendlijnen en niet meer van de individuele datapunten.
We bekijken een 1-kamerappartement met een reistijd van 15 minuten tot 42nd Street. Voor de huurprijs van dit appartement kun je ook een 3-kamerappartement huren. De reistijd tot 42nd Street vanaf dat 3-kamerappartement is wel langer dan de reistijd vanaf het 1-kamerappartement.
Vraag 5 3 punten
Bepaal met behulp van figuur 2 op de uitwerkbijlage hoeveel langer de reistijd vanaf dat 3-kamerappartement is. Licht je antwoord toe en geef je antwoord in hele minuten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De toegestane marge bij het bepalen van de reistijd voor het 3-kamerappartement is 2 minuten.
De formule die past bij de trendlijn van de 3-kamerappartementen is:
H = 20 367 · r −0,571 Hierin is H de huurprijs per maand van een 3-kamerappartement in dollars en r de reistijd tot 42nd Street in minuten.
Vraag 6 3 punten
Beredeneer aan de hand van de formule, zonder getallen in te vullen of een schets/tekening te maken, dat de huurprijs H hoger wordt als de reistijd r korter wordt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking In het tweede antwoordalternatief voor het eerste antwoordelement uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
Voor 1-kamerappartementen is de formule van de trendlijn: P = 5800
- 2572 · log(r ) Hierin is P de huurprijs per maand van een 1-kamerappartement in dollars en r de reistijd tot 42nd Street in minuten.
Er zijn in New York bewoners van een 1-kamerappartement met een bepaalde reistijd tot 42nd Street die theoretisch minstens $ 75 huur zouden kunnen besparen door één minuut verder weg van 42nd Street in een ander 1-kamerappartement te gaan wonen. Ofwel, voor deze bewoners geldt: als de reistijd tot 42nd Street met één minuut toeneemt, dan daalt de huurprijs met minstens $ 75.
Vraag 7 3 punten
Onderzoek met behulp van de formule voor P hoelang de reistijd van deze bewoners maximaal is. Geef je antwoord in hele minuten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De vergelijking P ( r + 1)
- P ( r ) =
- 75 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1p)
- Het antwoord: (dit geeft r = 14,3... , dus maximaal) 14 (minuten) (1p)
Opmerking Als het antwoord (maximaal) 14 (minuten) met behulp van de afgeleide is gevonden, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Daglengte
Gedurende het hele jaar veranderen het tijdstip van zonsopkomst en het tijdstip van zonsondergang van dag tot dag. In de figuur zie je periodieke grafieken van de tijdstippen van de zonsopkomst en de zonsondergang in De Bilt voor een jaar met 365 dagen. In de figuur is geen rekening gehouden met de zomertijd.
figuur
Het meest vroege tijdstip waarop de zon onder gaat is op 12 december om 16:30 uur. Het meest late tijdstip dat de zon onder gaat is in de zomer om 21:00 uur. Met behulp van deze gegevens kan voor het tijdstip van de zonsondergang een model opgesteld worden van de vorm Tonder = a + b · sin(c (t
- d )) Hierin is Tonder het tijdstip van de zonsondergang in uren en t de tijd in gehele dagen met t = 0 op 1 januari. Bijvoorbeeld bij 12 december hoort t = 345 . Dit geeft Tonder = 16,5 dus de zon gaat dan onder om 16:30 uur.
Na afronding van c en d geldt: Tonder = 18, 75 + 2, 25sin(0, 0172(t
- 71)) .
Vraag 8 3 punten
Laat zien hoe de waarden van a, b, c en d uit de gegevens volgen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (De evenwichtsstand is) a = = 18, 75 en (de amplitude is) 2 b = 18, 75 − 16, 5 = 2, 25 (1)
- c= = 0, 01721... (dus na afronding geldt c = 0, 0172 ) (1)
- d = 345 − 34 · 365 = 71, 25 (dus na afronding geldt d = 71 ) (1)
Het model voor het tijdstip van de zonsopkomst is: Top = 6,58 + 2, 25sin(0,0172(t
- 272))
Hierin is Top het tijdstip van de zonsopkomst in uren en t de tijd in gehele dagen met t = 0 op 1 januari.
Vraag 9 3 punten
Bereken hoeveel dagen van het jaar de zonsopkomst in De Bilt vóór 06:30 uur plaatsvindt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Beschrijven hoe de vergelijking 6,58 + 2, 25sin ( 0, 0172(t
- 272) ) = 6,5 kan worden opgelost (1)
Opmerking In het eerste antwoordalternatief voor het eerste antwoordelement voor elke ontbrekende of verkeerde waarde 1 scorepunt in mindering brengen tot een maximum van 2 scorepunten.
Het meest vroege tijdstip van zonsopkomst valt later in het jaar dan het meest late tijdstip van de zonsondergang.
Vraag 10 3 punten
Bereken hoeveel dagen later.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Tonder (161) = 20,9994... , Tonder (162) = 20,9999... en Tonder (163) = 20,9998... (1p)
- Top (180) = 4,3301... , Top (181) = 4,3300... en Top (182) = 4,3305... (1p)
- Uit de formule voor Tonder volgt dat Tonder maximaal is voor t = 71 + 14 · 365 = 162, 25 (1p)
- Uit de formule voor Top volgt dat Top minimaal is voor t = 272
- 14 · 365 = 180, 75 (1)
Opmerkingen
- Bij het tweede antwoordalternatief moeten in zowel het eerste als in het tweede antwoordelement alle drie de waarden gegeven zijn.
- Als in het derde antwoordalternatief in het eerste antwoordelement gerekend wordt met t = 345
- 12 · 365 = 162,5 resulterend in eindantwoord 18 (dagen later), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Doordat het tijdstip van zonsopkomst en het tijdstip van zonsondergang gedurende het hele jaar veranderen, verandert gedurende het jaar ook de daglengte, dat is de tijd tussen zonsopkomst en zonsondergang.
Op 21 maart begint op het noordelijk halfrond de lente. De daglengte neemt dan het meest toe.
Vraag 11 4 punten
Bereken met hoeveel minuten per dag de daglengte in De Bilt toeneemt als de lente begint. Geef je antwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Bij 21 maart hoort t = 79 (1)
- De daglengte wordt gegeven door ( L =)18,75 + 2, 25sin(0,0172(t − 71)) − (6,58 + 2, 25sin(0,0172(t − 272))) (1)
- Het berekenen van de daglengtes ( L(79) =)12,080... en ( L(80) =)12,156... (uur) (1)
- Het antwoord: (op 21 maart is) de toename 12,156... − 12, 080... = 0, 076... (uren per dag) (en 0, 076... · 60 = 4,58... , dus) 4,6 (minuten per dag) (1)
Minder werken
In 2020 publiceerde de onderzoeker Charlie Giattino de resultaten van een onderzoek naar de welvaart in een land. Welvaart is een maat voor hoe goed mensen het financieel hebben en wordt (vaak) uitgedrukt in dollars.
Volgens zijn onderzoek was de verdubbelingstijd van de welvaart in Duitsland in de periode 1850-1940 gelijk aan 47 jaar.
Verder volgde uit het onderzoek dat de welvaart in Duitsland vanaf 1950 bij benadering toeneemt volgens de formule: WD = 6742e0,0315t (formule 1)
Hierin is WD de welvaart in Duitsland in dollars en t de tijd in gehele jaren met t = 0 het jaar 1950.
De welvaart nam in de periode 1850-1940 langzamer toe dan dat hij sinds
1950 toeneemt.
Vraag 12 4 punten
Bereken het verschil tussen de verdubbelingstijd van de welvaart in Duitsland in de periode 1850-1940 en de verdubbelingstijd sinds 1950. Geef je antwoord in gehele jaren.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking e0,0315t = 2 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Dit geeft een verdubbelingstijd van 22 (jaar) (1)
- Het antwoord: het verschil is (47 − 22 =) 25 (jaar) (1)
Giattino deed ook onderzoek naar het verband tussen de welvaart in een land en het aantal uren dat een werknemer in dat land gemiddeld per jaar werkt. Voor Duitsland wordt dit verband gegeven door de formule: U D = −529, 4ln(WD ) + 6983 (formule 2)
Hierin is U D het aantal uren dat een werknemer in Duitsland gemiddeld per jaar werkt en WD de welvaart in Duitsland in dollars. Op basis van formule 2 concludeerde Giattino dat naarmate de welvaart toeneemt, het aantal gewerkte uren afneemt.
Als de welvaart in Duitsland met 50% toeneemt, dan neemt het gemiddeld aantal gewerkte uren per werknemer per jaar met een vast aantal af.
Vraag 13 3 punten
Bereken hoeveel uur dit volgens de formule voor U D is. Geef je antwoord in gehele uren.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het inzicht dat in de formule WD vervangen moet worden door 1,5WD (1p)
Iemand doet de volgende bewering:
Als in Duitsland de welvaart toeneemt dan neemt het gemiddeld aantal gewerkte uren per werknemer per jaar sneller af bij een hogere welvaart dan bij een lagere welvaart.
Vraag 14 4 punten
Beredeneer aan de hand van een formule van de afgeleide van U D , zonder getallen in te vullen of een schets/tekening te maken, of deze bewering juist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De afgeleide = (1)
- ( is negatief en) als WD toeneemt, neemt toe (of wordt d WD dWD dWD steeds minder negatief) (1)
- Dus U D is afnemend dalend (1)
- (Volgens de bewering is U D toenemend dalend, dus) de bewering is onjuist (1)
Door formule 1 en formule 2 te combineren, kan een formule opgesteld worden die het verband benadert tussen het gemiddeld aantal gewerkte uren per werknemer per jaar in Duitsland en het jaar. Deze formule is van de vorm U D = pt + q .
Vraag 15 5 punten
Stel deze formule op. Geef p in drie decimalen en q als een geheel getal.
Bekijk het antwoord
- Substitutie van WD = 6742e0,0315t geeft U D = −529, 4 ln(6742e0,0315t ) + 6983 (1)
- ln(6742e0,0315t ) = ln(6742) + ln(e0,0315t ) (1)
- ln(e0,0315t ) = 0, 0315t (en ln(6742) = 8,81... ) (1)
- U D = −529, 4(0, 0315t + 8,81...) + 6983 (1)
- U D = −16, 676t + 2316 (1)
In Nederland groeit de welvaart bij benadering ook exponentieel sinds 1950. In 1960 was de welvaart in Nederland $ 11 529 en in 2000 was dat $ 34 497. Uit de gegevens volgt dat de welvaart in Nederland kan worden beschreven met de formule: WN = 8766 · 1,028t (formule 3)
Hierin is WN de welvaart in Nederland in dollars en t de tijd in gehele jaren met t = 0 het jaar 1950.
In formule 3 is de beginhoeveelheid afgerond op helen tot 8766 en de jaarlijkse groeifactor is afgerond op drie decimalen tot 1,028.
Vraag 16 4 punten
Bereken de beginhoeveelheid in één decimaal en de jaarlijkse groeifactor in vier decimalen.
Bekijk het antwoord
- 34 497 • De (groei)factor per 40 jaar is ( = 2,99219...) (1) 11 529 1 • Dus de (groei)factor per jaar is 2,99219...40 (= 1, 02777...) (1) 11 529 34 497 • De beginhoeveelheid is (10) (of ) (1) 1, 02777... 1, 02777...50 • De gevraagde beginhoeveelheid en groeifactor zijn 8765,9 en 1,0278 (1) (4)
In 1950 was de welvaart in Nederland groter dan in Duitsland. Bovendien nam de welvaart in Nederland toen sneller toe dan die in Duitsland. Decennia later haalde de welvaart in Duitsland die in Nederland in. Hieruit volgt dat vanaf een bepaald moment de welvaart in Duitsland sneller toenam dan die in Nederland. dWD dWN
Vraag 17 4 punten
Bereken met behulp van de afgeleiden en vanaf welk jaar dit dt dt het geval was.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als gewerkt is met (nauwkeurigere) waarden uit de vorige vraag, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
foto afbeelding
De krattenbrug bestaat uit twee even grote torens met daartussen een overspanning.
Elke toren bestaat uit 29 lagen gestapelde kratten. De bovenste laag geven we nummer 1, de laag direct daaronder nummer 2, enzovoorts.
Voor de bovenste 11 lagen geldt voor het aantal kratten per laag: A(n) = 3,5n + 3,5 voor lagen met een oneven nummer A(n) = 3,5n + 3 voor lagen met een even nummer Hierin is A(n) het aantal kratten en n het nummer van de laag.
Elke laag (behalve de bovenste laag natuurlijk) met een oneven nummer heeft eenzelfde aantal kratten meer dan de direct daarboven gelegen laag met een even nummer.
Vraag 18 3 punten
Toon dit, zonder gebruik te maken van een getallenvoorbeeld, aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat A( n)
- A( n
- 1) heeft berekend met n een even nummer en uitkomt op 3 kratten meer, maximaal 2 scorepunten voor deze vraag toekennen.
Neem aan dat voor de overspanning in totaal 4950 kratten zijn gebruikt. Voor beide torens geldt dat laag 12 tot en met laag 29 elk evenveel kratten bevatte als laag 11.
Vraag 19 4 punten
Bereken het totaal aantal kratten in de hele krattenbrug.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het aantal kratten in de eerste 10 lagen is de som van
5 (5) ∑ (3,5(2n
- 1) + 3,5) en ∑ (3,5(2n) + 3) (1) n =1 n =1
Op de foto is te zien dat de krattenbrug over een rivier is gebouwd. Deze rivier, de Dommel, stroomt midden onder de brug door. In de figuur is de situatie schematisch weergegeven in een assenstelsel. In deze figuur zijn van de brug alleen de torens en de onderkant van de overspanning weergegeven. Deze onderkant noemen we de boog.
figuur
In de figuur is de grond als x-as genomen en gaat de y-as door het hoogste punt van de boog.
Verder zijn de volgende gegevens bekend, zie de figuur:
- De boog is 26,7 meter breed.
- De maximale hoogte van de boog is 5,3 meter ten opzichte van de grond.
- De Dommel is 9,0 meter breed.
Voor de boog kan een formule worden opgesteld van de vorm y = a · x2 + b . Een persoon met een lengte van 1,90 meter loopt op een afstand van
6 meter van de waterkant onder de brug door.
Vraag 20 5 punten
Onderzoek of deze persoon rechtop onder de brug door kan lopen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (Uitgaande van het snijpunt met de y-as (0 ; 5, 3) volgt:) b = 5, 3 (1)
- ( = 13,35 , dus) het punt (13,35; 0 ) (of ( − 13, 35; 0) ) ligt op de boog (1)
- Invullen in y = a · x 2 + 5,3 geeft: a = = −0, 0297... 13,352 (en dus y = −0, 0297... · x 2 + 5,3 ) (1)
- 6 meter vanaf de waterkant geldt: x = ( 92 + 6 =)10,5 (of x = − 10, 5 ) (1)
- Invullen van x = 10,5 (of x = − 10, 5 ) in de formule geeft y = 2, 02...( > 1,90) (meter), dus deze persoon kan rechtop onder de brug doorlopen (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-24-2-o
Andere examens wiskunde A vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2 loopt tot vraag 20. Van 16 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (6), exponentiële groei (5) en veranderingen en afgeleide (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-24-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.