Eindexamen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Kopgroep, Dichtheidshoogte, Beweging, Kaartenhuis, Bevolkingsgroei, Einduitslag van de Volvo Ocean Race.
Het centraal examen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (8), exponentiële groei (4) en veranderingen en afgeleide (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 5-6, 8-12, 17 | 8 |
| Exponentiële groei | 18-21 | 4 |
| Veranderingen en afgeleide | 3-4, 7 | 3 |
| Combinatoriek | 15-16, 22 | 3 |
| Lineaire verbanden | 1-2 | 2 |
| Rijen | 13-14 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens wiskunde A vwo sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Kopgroep
Vlakke etappes van grote meerdaagse wielerwedstrijden, zoals de Tour de France, voltrekken zich vaak volgens hetzelfde patroon. Een groep wielrenners, de vluchters, vertrekt vroeg in de etappe voor een aanval en blijft daarna een aantal uren voor de rest van de wielrenners, het peloton, uit rijden. Deze opgave gaat uitsluitend over vlakke etappes.
Op zeker moment in een bepaalde etappe is er een groep vluchters die met een snelheid van 50 km/uur rijdt. De vluchters zijn op dat moment op
25 km van de eindstreep. Het peloton rijdt met een snelheid van
53 km/uur en is op datzelfde moment nog 28 km van de eindstreep.
Vraag 1 3 punten
Haalt het peloton de vluchters in voordat zij bij de eindstreep zijn, ervan uitgaand dat zowel de vluchters als het peloton niet harder of langzamer gaan rijden? Licht je antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het peloton legt (in een half uur) 0,5 · 53 = 26,5 (km) af (1p)
- (Dit is minder dan 28 km, dus) het peloton haalt de vluchters niet in (1p)
In het laatste uur van de etappe gaan de wielrenners in het peloton vaak jagen: ze gaan dan nog wat harder fietsen om de vluchters in te halen.
De wiskundige Hendrik Van Maldeghem heeft een formule ontwikkeld waarmee voor vlakke etappes berekend kan worden hoeveel kilometer het peloton nodig heeft om een groep vluchters in te halen.
Als de vluchters een constante snelheid hebben van 50 km/uur, ziet de formule er als volgt uit:
6 · a · p2 K= 3( p
- 50) + 6 · a · p · c + 9( p
- 50) 2 Hierin is: K het aantal kilometers voor de eindstreep waarop het peloton moet beginnen te jagen om de achterstand nog in te lopen; a de achterstand van het peloton op het moment dat het jagen moet beginnen, uitgedrukt in uren; p de snelheid van het peloton tijdens het jagen in km/uur, met p tussen 50 en 75 km/u; c hangt af van het aantal vluchters s:
- als s < 1 0 , dan geldt c = 1 0
- s ,
- als s ≥ 1 0 , dan geldt c = 0 .
Bij deze formule wordt ervan uitgegaan dat het peloton tijdens het jagen met dezelfde constante snelheid blijft rijden.
We gaan er in deze opgave steeds van uit dat de vluchters een constante snelheid hebben van 50 km/uur.
Op een gegeven moment heeft een groep van 8 vluchters 10 minuten voorsprong. De afstand van het peloton tot de aankomst is op dat moment nog 80 km. Het peloton begint op dat moment te jagen.
Vraag 2 3 punten
Bereken met de formule de minimale snelheid waarmee het peloton moet gaan jagen om de vluchters te kunnen inhalen. Geef je antwoord in een geheel aantal km/uur.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 80 = moet worden 3( p − 50) + 6 · 10 60 · p · 2 + 9( p − 50) 2 opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: ( p = 56, 07... dus) 57 (km/uur) (1)
Voor groepen vluchters die uit 10 of meer wielrenners bestaan, en waarvoor de achterstand van het peloton 6 minuten is, is de formule te 0,1 · p 2 herleiden tot K = . p
- 50 Ook hier nemen we aan dat het peloton altijd rijdt met snelheden tussen
50 en 75 km/uur. dK dK 0,1 · p · ( p
- 100) Voor de afgeleide geldt: = . dp dp ( p
- 50) 2
Vraag 3 4 punten
Toon aan dat deze formule van de afgeleide volgt uit de formule van K.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- = (1) dp ( p
- 50)2 dK 0,1· p 2
- 10 · p 0,1· p · ( p
- 100)
Opmerkingen
- Als bij het differentiëren de product- of de quotiëntregel niet is gebruikt, mogen voor het eerste antwoordelement geen scorepunten worden toegekend.
- Voor het eerste antwoordelement mag voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.
De afstand K, benodigd om de vluchters in te halen, wordt steeds kleiner als de snelheid p van het peloton hoger wordt. dK
Vraag 4 3 punten
Toon dit aan met behulp van een schets van de grafiek van . dp
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een schets van (met p tussen 50 en 75) (1)
- De grafiek van ligt voor p tussen 50 en 75 onder de p-as, dus K is voor dp p tussen 50 en 75 een dalende functie (1)
- De afstand K wordt dus steeds kleiner als p groter wordt (1)
Dichtheidshoogte
De prestaties van een vliegtuig zijn afhankelijk van vele factoren, zoals de luchtdruk, de temperatuur en de hoogte waarop het vliegtuig vliegt. Voor en tijdens een vlucht worden er allerlei berekeningen gemaakt, bijvoorbeeld om te bepalen hoeveel brandstof het vliegtuig nodig heeft en hoe steil het vliegtuig kan stijgen en dalen.
Om onder allerlei verschillende omstandigheden dezelfde (veiligheids)richtlijnen te kunnen hanteren, ontwikkelde de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie het model van de zogeheten standaardatmosfeer. Dit model geldt slechts beperkt, want in werkelijkheid blijft de temperatuur vanaf een bepaalde hoogte constant op –56,5 °C.
In het model gelden de volgende formules:
- Voor de temperatuur: T = 15
- 0,0065h met T de temperatuur in °C en h de hoogte in meter (m). 5,2561 0,0065h
- Voor de luchtdruk: L = 1013, 25 · 1
- met L de luchtdruk 288,15 in hectopascal (hPa) en h de hoogte in meter (m).
De luchtdruk L is nooit kleiner dan nul. Vanaf een bepaalde hoogte geeft de formule voor L geen uitkomsten meer.
Vraag 5 3 punten
Onderzoek vanaf welke hoogte dat is. Geef je antwoord in hele kilometers.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De formule is niet meer geldig als 1
- <0 (1) 288,15 0, 0065h
- Beschrijven hoe de vergelijking 1
- = 0 kan worden opgelost (1) 288,15
- Het antwoord: h = 44 330, 7... (m), dus het antwoord: (vanaf) 45 (km) (1p)
In het model neemt de temperatuur af bij toenemende hoogte.
Vraag 6 3 punten
Bereken volgens het model de luchtdruk op de hoogte waar de temperatuur –56,5 °C is. Geef je antwoord in hPa en in één decimaal.
Bekijk het antwoord
- Beschrijven hoe de vergelijking 15 − 0, 0065h = − 56, 5 kan worden opgelost (1)
- De oplossing: h = 11 000 (1)
- L = (1013, 25 · 1 − =) 226,3 (hPa) (1)
De luchtdruk neemt af bij toenemende hoogte, dus de grafiek van L is dalend.
Vraag 7 5 punten
Beredeneer aan de hand van een formule van de afgeleide van L, zonder getallen in te vullen of een schets/tekening te maken, of de luchtdruk toenemend of afnemend daalt als h toeneemt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als bij het differentiëren de kettingregel niet is gebruikt, mogen voor het eerste antwoordelement geen scorepunten worden toegekend.
- Voor het eerste antwoordelement mag voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.
In werkelijkheid zal een vliegtuig zelden in een standaardatmosfeer vliegen. Daarom worden de werkelijke omstandigheden waarin het vliegtuig zich bevindt, omgerekend naar de standaardatmosfeer. Het resultaat van deze berekening is de zogenoemde dichtheidshoogte (D). Dit is de theoretische hoogte waarop het vliegtuig zich zou bevinden in de standaardatmosfeer. Met de berekende dichtheidshoogte kan de piloot volgens de richtlijnen de veilige landingssnelheid bepalen.
Het berekenen van de dichtheidshoogte D gaat als volgt:
1 Meet de werkelijke luchtdruk en bereken met behulp van de formule voor L de bijbehorende theoretische hoogte. Deze hoogte wordt de drukhoogte ( hP ) (in m) genoemd.
2 Bereken de theoretische temperatuur ( TP ) die volgens het model van de standaardatmosfeer hoort bij deze drukhoogte.
3 Meet de werkelijke temperatuur ( TW ).
4 Nu geldt voor de dichtheidshoogte: D = hP + 36,576 · (TW
- TP ) , met D en hP in m, TW en TP in °C.
De piloot van een vliegtuig wil haar landing inzetten. De luchtdrukmeter geeft 990 hPa aan, de temperatuur is 21,4 °C.
Vraag 8 4 punten
Bereken de dichtheidshoogte die hierbij hoort. Geef je antwoord in hele meters.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Beschrijven hoe de vergelijking 1013, 25 · 1 − = 990 288,15 kan worden opgelost (1)
- De oplossing: h = 195, 3... (1)
- Bij hP = 195,3... hoort TP = 15 − 0, 0065 ·195,3... (= 13, 7...) (1)
- D = 195,3... + 36,576 · (21, 4 − 13, 7...) = 475,8... , dus het antwoord is 476 (m) (1)
Er bestaat een vuistregel om de drukhoogte hP te bepalen. Deze vuistregel is op grote hoogte niet bruikbaar, maar is wel geschikt als een vliegtuig op een lagere hoogte vliegt. De vuistregel luidt: hP = 8, 23 · (1013, 25
- M ) met M de gemeten luchtdruk in hPa en hP in m. Door deze formule voor de drukhoogte in te vullen in de formule voor de temperatuur in het model van de standaardatmosfeer, kan een lineair verband worden opgesteld tussen M en TP . Dit verband heeft de vorm TP = a · M + b met M in hPa en TP in °C.
Vraag 9 3 punten
Bereken de waarden van a en b. Geef a en b in drie decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- TP = 15 − 0, 0065 · (8, 23 · (1013, 25 − M )) (1)
- a = ( − 0, 0065 · 8, 23 · − 1 =)0, 053 (1)
- b = (15 − 0, 0065 · 8, 23 ·1013, 25 =) − 39, 204 (1)
Beweging
In Utrecht staat het kunstwerk Beweging van de kunstenaar Lolke van der Bij. Het is opgebouwd uit drie even grote golvende stalen balken die onder gelijke hoeken tegen elkaar staan. Zie de foto. foto bovenaanzicht
Zoals je in het bovenaanzicht kunt zien, kijk je bij de foto recht naar de linker balk. Je ziet slechts twee balken, want de derde balk bevindt zich precies achter de rechter balk op de foto. Op de foto is de breedte van de rechter balk precies de helft van die van de linker balk.
In de figuur is in een assenstelsel een verkleind model van de situatie op de foto weergegeven. De randen van de linker en rechter balk zijn sinusoïden. figuur
Door het midden van het kunstwerk loopt een denkbeeldige verticale lijn waarop de balken elkaar raken. Deze lijn is de x-as in het model. In het verkleinde model zijn de x- en y-waarden de afmetingen in mm. Een formule voor de bovenste sinusoïde in de figuur is: π y = 5, 70 + 1,90 sin ( x
- 33) 22
Zoals eerder vermeld, is op de foto de breedte van de rechter balk precies de helft van die van de linker balk. De formule van de onderste sinusoïde ( in de figuur heeft de vorm y = a + bsin c(x
- d ) . )
Vraag 10 4 punten
Bereken mogelijke waarden voor a, b, c en d in deze formule. Geef a, b en c in twee decimalen en d in gehelen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Wegens symmetrie: de grafiek gaat dalend door de evenwichtsstand bij x = 33 (1p)
π De formule y = 5, 70 + 1,90 sin ( x
- 33) hoort bij de bovenste 22 sinusoïde in de figuur, dus bij de buitenrand van de linker balk op de foto. De sinusoïde daaronder in de figuur hoort bij de binnenrand van de linker balk op de foto.
In werkelijkheid zijn de afmetingen van het kunstwerk 80 keer zo groot als die van het model.
Vraag 11 5 punten
Stel een formule op voor de werkelijke afstand in cm tussen de binnenrand van de linker balk en de denkbeeldige verticale lijn door het midden van het kunstwerk uitgedrukt in x, de hoogte vanaf de grond in cm.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als het omrekenen van mm naar cm vergeten is, hiervoor in totaal
1 scorepunt in mindering brengen.
- Als de waarde van c wordt gegeven als decimaal getal, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Op zonnige dagen werpt het kunstwerk een schaduw op het grasveld. De lengte van deze schaduw is afhankelijk van de hoogte van de zon op dat moment. De maximale hoogte waarop de zon op een bepaalde dag in 2021 staat, wordt bij benadering gegeven door de formule:
H = 38,0 + 23,5sin(0,0172(t
- 80)) Hierin is H de hoogte van de zon boven de horizon in graden en t de betreffende dag in het jaar met t = 0 op 1 januari 2021.
Als de maximale hoogte van de zon op een dag 45 graden is, wordt de schaduw van het kunstwerk op dat moment even lang als het kunstwerk zelf. Dit gebeurt op twee dagen in 2021, op 8 april voor het eerst.
Vraag 12 3 punten
Bereken op welke andere dag in 2021 dit voor de tweede keer gebeurt. Je kunt hierbij de tabel gebruiken. tabel datum 1 jan 1 feb 1 mrt 1 apr 1 mei 1 jun t 0 31 59 90 120 151
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 45 = 38,0 + 23,5sin(0, 0172(t − 80)) moet worden opgelost (1)
- Oplossen van deze vergelijking geeft ( t = 97,5... en) t = 245, 0... (1)
- De tweede dag (bij t = 245, 0... ) is: 3 september (1)
Kaartenhuis
Door speelkaarten op elkaar te stapelen, foto kan je een kaartenhuis bouwen. Op de foto zie je een kaartenhuis van drie lagen.
Het kaartenhuis op de foto is gebouwd volgens de zogeheten driehoeksconstructie. Bij de driehoeksconstructie ga je als volgt te werk:
- Zet steeds naast elkaar twee kaarten schuin tegen elkaar (de zwarte lijnstukken in de figuur hieronder).
- Leg een kaart op de toppen (de gestippelde lijnstukken in de figuur).
- Ga door tot het kaartenhuis af is. In de figuur is dit schematisch weergegeven voor een kaartenhuis van vier lagen. figuur
In deze opgave beschouwen we kaartenhuizen die volgens de driehoeksconstructie zijn gebouwd. Zowel het aantal staande kaarten als het aantal liggende kaarten in een laag vormt een rekenkundige rij. Door voor beide aantallen een directe formule op te stellen, kan een directe formule voor het totaal aantal kaarten in een laag gevonden worden. Deze formule is K (n) = 3n
- 1 , met K (n) het totaal aantal kaarten in de n-de laag. De liggende kaarten horen bij de laag waarop ze liggen, dus de bovenste liggende kaart in de figuur hoort bij laag 2.
Vraag 13 2 punten
Stel voor zowel de staande kaarten als voor de liggende kaarten in de n-de laag een directe formule op en toon daarmee aan dat K (n) = 3n
- 1 .
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Het aantal staande kaarten in de n-de laag is 2n (1)
- Het aantal liggende kaarten in de n-de laag is n − 1 , dus K ( n) = 2n + n − 1 = 3n − 1 (1)
Het totaal aantal kaarten in een kaartenhuis van n lagen noemen we T ( n) . Een directe formule hiervoor is T (n) = 32 n2 + 12 n .
Omdat T ( n) de somrij is van K (n) moet gelden: T (n)
- T (n
- 1) = K (n) .
Vraag 14 4 punten
Toon met behulp van de formules van K (n) en T ( n) aan dat inderdaad geldt dat T (n)
- T (n
- 1) = K (n) .
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- T (n − 1) = 32 (n − 1)2 + 12 (n − 1) (1)
- Dit geeft T (n − 1) = 32 (n2 − 2n + 1) + 12 (n − 1) (1)
- Dus T (n − 1) = 32 n 2 − 2 12 n + 1 (1)
- Hieruit volgt T (n) − T (n − 1) = 32 n2 + 12 n − ( 32 n 2 − 2 12 n + 1) = 3n − 1 (= K (n)) (1)
Een pakje speelkaarten, inclusief jokers, bestaat uit 54 kaarten.
Vraag 15 3 punten
Bereken hoeveel pakjes speelkaarten nodig zijn voor het kaartenhuis waarbij voor de onderste laag zoveel mogelijk kaarten van één pakje speelkaarten zijn gebruikt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- K ( n) = 54 geeft n = 18,3... , dus het aantal lagen is 18 (1)
- Er geldt T (18) = 495 (1)
- 495 = 9,1... , dus 10 pakjes speelkaarten (1)
Met de kaarten van drie pakjes speelkaarten wordt een zo hoog mogelijk kaartenhuis gebouwd. Met de kaarten die overblijven wordt daarna een tweede zo hoog mogelijk kaartenhuis gebouwd. Zo gaat men door totdat alle kaarten op zijn of totdat er te weinig kaarten over zijn om nog een kaartenhuis te bouwen.
Vraag 16 4 punten
Onderzoek met een berekening welke kaartenhuizen gebouwd zullen worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- ( 3 · 54 = 162 , dus) de vergelijking T (n) = 162 moet worden opgelost (1p)
- Beschrijven hoe de oplossing n = 10, 2... kan worden gevonden (1p)
Opmerking Voor het eerste antwoordelement in het eerste antwoordalternatief mag voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.
2 De formule voor T ( n) is te herleiden tot T (n) = 32 (n + 16 )
- 24 1 . Omdat je bij het bouwen van een kaartenhuis met de n-de laag begint, moet je van tevoren weten uit hoeveel lagen een kaartenhuis bestaat als je weet hoeveel speelkaarten je gebruikt. Daarvoor is het handig om een formule te hebben waarin n wordt uitgedrukt in T. 2
Vraag 17 3 punten
Herleid T = 32 (n + 16 )
- 24 1 tot een formule van de vorm n = aT + b + c . Geef de waarden van a, b en c in twee decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- T + 24 1 T + 0, 0416... • (n + 16 )2 = (3) (of (n + 0,166...) 2 = ) (1) 2 1,5 T + 24 1 T + 0, 0416... • Dit geeft n + 16 = (3) (of n + 0,166... = ) (1) 2 1,5 • Het antwoord: n = 0, 67T + 0, 03 − 0,17 (1) (3)
Bevolkingsgroei
Deze opgave gaat over een algemeen model voor de bevolkingsgroei waarbij men gebruikmaakt van de populatiegroei-ratio. Dit is een maat voor de bevolkingsgroei. De populatiegroei-ratio is als volgt gedefinieerd: W (t ) ln W (0) r = 1000 · t Hierin is r de populatiegroei-ratio, W (0) de wereldbevolking in miljoenen op een bepaald tijdstip en W (t ) de wereldbevolking in miljoenen t jaar later. Door verschillende aannames voor de populatiegroei-ratio te doen, komt men tot verschillende voorspellingen voor de grootte van de wereldbevolking.
Op 1 juli 2015 was de wereldbevolking 7383 miljoen en op 1 juli 2020 was dat 7834 miljoen. Men wil de wereldbevolking op 1 juli 2025 berekenen met behulp van de populatiegroei-ratio uit de periode 2015-2020. Neem aan dat deze ratio in de toekomst gelijk blijft.
Vraag 18 4 punten
Bereken met behulp van deze aanname de wereldbevolking op
1 juli 2025. Geef je antwoord in gehele miljoenen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
7834 ln r = 1000 · 7383
- Het antwoord: 8313 (miljoen) (1) of
7834 W (10) ln ln Omdat r gelijk blijft, geldt 1000 · 7383 = 1000 · 7834
- (1p)
5 (5)
7834 W (10)
De formule voor de populatiegroei-ratio kan worden herleid tot een formule van de vorm: W ( t ) = W (0) · e 0,001·r ·t
Vraag 19 3 punten
Geef deze herleiding.
Bekijk het antwoord
- r = 1000 · geeft ln = (1)
- Dit geeft = e1000 (1)
- Hieruit volgt W (t ) = W (0) · e 1000 (en dit geeft W (t ) = W (0) · e0,001·r·t ) (1)
Als de populatiegroei-ratio over twee even lange aaneengesloten perioden bekend is, kan de populatiegroei-ratio over de twee perioden samen als volgt worden berekend: r +r r = 1 2 ofwel r1 + r2 = 2r . 2 Hierin is r1 de populatiegroei-ratio over de eerste periode, r2 de populatiegroei-ratio over de tweede periode en r de populatiegroei-ratio over de twee perioden samen. W (t ) W (2t ) W (2t ) ln ln ln W (0) W (t ) W (0) Neem r1 = 1000 · , r2 = 1000 · en r = 1000 · . t t 2t
Vraag 20 4 punten
Toon met behulp van de rekenregels voor logaritmen aan dat r1 + r2 = 2r .
Bekijk het antwoord
- De formule van r1 + r2 als één breuk schrijven: W (t ) W (2t ) ln + ln W (0) W (t ) r1 + r2 = 1000 · (1)
- Dit herleiden tot 1000 · (1)
- Dit vereenvoudigen tot 1000 · (1)
- Dus r1 + r2 = 1000 · = 2 ·1000 · = 2r (1)
In het algemeen geldt:
Als r1 , r2 , …, rn de populatiegroei-ratio’s over n aaneengesloten even lange perioden zijn, dan is de populatiegroei-ratio r over de totale r + r2 + ... + rn periode gelijk aan r = 1 . n
In de tabel zijn populatiegroei-ratio’s gegeven over periodes van vijf aaneengesloten jaren in de periode 2020-2050. Deze waarden horen bij een bepaalde voorspelling van de wereldbevolking.
tabel periode 2020- 2025- 2030- 2035- 2040- 2045-
2025 2030 2035 2040 2045 2050 populatie- groei- 12,4 11,8 10,7 10,0 9,8 9,6 ratio
Met behulp van de populatiegroei-ratio’s uit de tabel en de eerder genoemde formule W ( t ) = W (0) · e 0,001·r ·t kun je berekenen met hoeveel procent de wereldbevolking volgens deze voorspelling groeit in de totale periode 2020-2050.
Vraag 21 4 punten
Bereken dit percentage. Geef je antwoord in hele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- W (30) = 7834 · e0,001 · 10,716... · 30 (= 10 804,6...) (1p)
10 804, 6...
Einduitslag van de Volvo Ocean Race
De Volvo Ocean Race (VOR) is een zeilwedstrijd rond de wereld die om de drie jaar gevaren wordt. Aan de editie van 2017-2018 namen zeven teams deel.
De VOR bestaat uit etappes en havenraces. De etappes gaan van de ene havenplaats naar de andere en duren meerdere dagen. De havenraces zijn wedstrijden van enkele uren dicht bij de kust.
Zowel voor de etappes als voor de havenraces zijn punten te verdienen. De tussenstand na tien etappes en negen havenraces staat in de tabel.
tabel punten voor punten voor plaats team de etappes de havenraces
1 MAPFRE (M) 65 56
2 Team Brunel (B) 65 41
3 Dongfeng Race Team (D) 64 49
4 Team AkzoNobel (A) 53 39
5 Vestas 11th Hour Racing (V) 38 26
6 Team Sun Hung Kai/Scallywag (S) 30 21
7 Turn the Tide on Plastic (T) 29 17
In het klassement zijn de punten voor de etappes belangrijker dan de punten voor de havenraces. De eindwinnaar van de VOR is het team dat aan het einde de meeste punten voor de etappes behaald heeft.
Als twee teams evenveel punten voor de etappes hebben, wordt gekeken naar de punten voor de havenraces om te bepalen welk team hoger in het klassement staat. In de tussenstand in de tabel is bijvoorbeeld te zien dat team M en team B allebei 65 punten hebben voor de etappes en dat team M op de eerste plaats staat, omdat team M meer punten heeft voor de havenraces.
Als aan het einde van de VOR twee teams evenveel punten voor de etappes hebben en ook evenveel punten voor de havenraces, dan wordt op basis van de gezeilde tijd in de etappes bepaald wie hoger staat in de einduitslag.
De tussenstand in de tabel geeft de situatie weer waarin er nog één etappe en twee havenraces moeten worden gevaren.
Voor de laatste etappe zijn nog de volgende punten te verdienen:
- De winnaar van de laatste etappe krijgt 8 punten, het tweede team krijgt 6 punten, het derde team 5 punten, enzovoort (steeds 1 punt minder). Een team dat de finish niet haalt, krijgt 0 punten.
- Het team dat de snelste totale tijd over alle etappes heeft gevaren krijgt een bonuspunt bij de totale punten voor de etappes. Op basis van hun prestaties op de eerdere etappes is nu al bekend dat dit punt naar team D gaat.
Voor de havenraces geldt de volgende puntentelling: De winnaar van een wedstrijd krijgt 7 punten, het tweede team krijgt 6 punten, het derde team
5 punten, enzovoort. Een team dat de finish niet haalt, krijgt 0 punten.
Vraag 22 6 punten
Onderzoek hoeveel verschillende einduitslagen er mogelijk zijn op basis van bovenstaande gegevens.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Voor de eerste plaats zijn er nog 3 mogelijkheden, voor de tweede plaats zijn er nog 2 mogelijkheden (1p)
- Daarna liggen de derde en vierde plaats vast (1p)
- Als team V vijfde wordt, zijn er twee mogelijkheden voor de zesde plaats (en ligt de zevende plaats vast) (1p)
- Als team S vijfde wordt, wordt team V zesde (en ligt ook de zevende plaats vast) (1p)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-21-2-o
Andere examens wiskunde A vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2?
Het centraal examen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (8), exponentiële groei (4) en veranderingen en afgeleide (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-21-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.