Eindexamen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Duiken, Engelendeel, Gewicht in beweging, Vlinders in Nederland, Zwemtijden en FINA-punten.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), exponentiële groei (7) en veranderingen en afgeleide (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken1-2, 9, 11-13, 18-209
Exponentiële groei5-7, 14-177
Veranderingen en afgeleide4, 212
Machtsverbanden31
Rijen81
Combinatoriek101

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over exponentiële groei (33% van de vragen, gemiddeld 22%) en formules en grafieken (43% van de vragen, gemiddeld 32%). Minder over lineaire verbanden (0% van de vragen, gemiddeld 7%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Duiken

Karima volgt een duikcursus voor beginners. In het theorieboekje wordt uitgelegd dat er onder water een grotere druk heerst dan boven water. Aan de oppervlakte is de druk 1 bar. Omdat een duiker op grotere diepte lucht inademt onder een hogere druk verbruikt hij zijn luchtvoorraad sneller en is de maximale duiktijd korter. Door het gewicht van het water neemt de druk onder water lineair toe met de diepte: zie de onderstaande tabel.

tabel diepte druk 0m 1 bar

10 m 2 bar

20 m 3 bar

30 m 4 bar

40 m 5 bar

Een duiker neemt samengeperste lucht mee in een duikfles om onder water te kunnen ademen. Het is van levensbelang om een duik goed te plannen, zodat de duiker nooit zonder lucht komt te zitten. De maximale duiktijd op grond van de beschikbare luchtvoorraad kan volgens het theorieboekje van Karima berekend worden met de volgende formule1): V (b

  • e) T= q· p Hierin is T de maximale duiktijd op een vaste diepte in minuten, V de inhoud van de duikfles in liters, zijn b en e de druk in de fles in bar aan het begin respectievelijk aan het eind van de duik, is q het luchtverbruik van de duiker in liter/minuut en p de druk op de duikdiepte.

Karima is van plan een duik op een diepte van 10 meter uit te voeren. Ze heeft een duikfles met een inhoud van 14 liter die gevuld is met lucht met een druk van 200 bar. Karima weet in eerste instantie haar luchtverbruik niet en maakt gebruik van het gegeven dat het luchtverbruik van een met haar vergelijkbare duiker 18 liter/minuut is. Aan het einde van de duik wil ze als reserve nog minstens 50 bar druk in haar fles hebben.

Vraag 1 3 punten

Bereken met deze gegevens hoeveel minuten haar duik maximaal mag duren. Geef je antwoord in hele minuten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Op 10 meter diepte is de druk volgens de tabel 2 bar (1)
  • T= (1)
  • Het antwoord: 58 (minuten) (1)

noot 1 Er zijn ook formules waarbij rekening gehouden wordt met de tijdsduur van de duik en de druk tijdens het dalen en stijgen, maar in deze opgave laten we dat buiten beschouwing.

In bovenstaande berekening is voor het luchtverbruik van Karima een waarde van een met haar vergelijkbare duiker gebruikt. Voor een nauwkeuriger berekening wil zij haar individuele luchtverbruik berekenen op basis van gegevens van een vorige duik. Eerder heeft Karima een duik gemaakt met een duikdiepte van 15 meter. Ze begon met een volle duikfles van 14 liter met 200 bar druk. Aan het einde van haar duik, na

49 minuten, had ze nog 63 bar druk in haar duikfles.

Vraag 2 4 punten

Bereken haar luchtverbruik in liter per minuut tijdens die duik. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Op 15 meter diepte is de druk 2,5 bar (1)
  • 49 = (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: 15,7 (liter/minuut) (1)

Om sneller de maximale duiktijd te berekenen, is het handig om in plaats van de druk p op de duikdiepte direct de duikdiepte d in meter in de formule in te kunnen vullen. Hiervoor moet de formule aangepast worden.

Vraag 3 3 punten

Stel met behulp van de tabel een dergelijke formule voor T op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Met behulp van de tabel kan een verband tussen p en d opgesteld worden van de vorm p = a · d + b (1)
  • Het verband is p = 0,1d + 1 (1)
  • De bedoelde formule voor de maximale duiktijd wordt dan V (b − e) T= (of een gelijkwaardige formule) (1)

Voor een situatie met een fles van 10 liter met een begindruk van 180 bar, een einddruk van 60 bar en een luchtverbruik van een duiker van

25 liter/minuut geldt voor de maximale duiktijd de volgende formule: 1200 T= 2,5d + 25 Deze functie is dalend.

Vraag 4 4 punten

Onderzoek met behulp van de afgeleide van T of de maximaal toegestane duiktijd in deze situatie toenemend of afnemend daalt bij grotere duikdiepte.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • T = 1200(2,5d + 25)−1 (1p)
    • 3000
  • T ' ( d ) =
    • 3000(2,5d + 25) −2 ( = ) (1) (2, 5d + 25) 2 1
  • Als d toeneemt, dan (neemt (2,5d + 25) 2 toe en) neemt af (2,5d + 25) 2 −3000 −3000 dus neemt (2) toe (of wordt ‘steeds minder (2,5d + 25) (2,5d + 25) 2 negatief’) (1p)

Opmerkingen

  • Voor het eerste antwoordelement van het eerste antwoordalternatief mag voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.
  • Als bij het differentiëren de quotiëntregel niet is gebruikt, mogen voor het eerste antwoordelement van het eerste antwoordalternatief geen scorepunten worden toegekend.

Engelendeel

Traditioneel gebrouwen whisky wordt enkele jaren in houten vaten opgeslagen om daarin te rijpen. In het algemeen geldt: hoe langer de whisky rijpt, hoe beter hij smaakt. Lang rijpen heeft echter een nadeel: een deel van de whisky gaat verloren doordat deze in het houten vat trekt of verdampt. Het deel van de whisky dat tijdens het rijpen verloren gaat, wordt het engelendeel genoemd. Het engelendeel wordt uitgedrukt in een percentage per jaar.

Van een bepaald soort whisky is het engelendeel 4,5%. Neem aan dat het engelendeel elk jaar hetzelfde percentage is.

Vraag 5 3 punten

Bereken hoelang het duurt totdat nog maar de helft van de whisky over is. Geef je antwoord in jaren en gehele maanden.

Bekijk het antwoord
  • Het inzicht dat de vergelijking 0, 955 x = 0, 5 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: x = 15, 05... , dus 15 jaar en 1 maand (1)

In werkelijkheid is bij traditioneel gebrouwen whisky het engelendeel niet ieder jaar even groot. Zeker aan het begin van de rijpingsperiode is dit deel een stuk groter, doordat de whisky nog in het hout moet trekken.

Pappy Van Winkle 23 is een zeer exclusieve whisky die op traditionele wijze geproduceerd wordt en, zoals de naam al suggereert, 23 jaar in een houten vat rijpt voordat hij in flessen gedaan wordt. Op de website van de producent staat het volgende:

Het rijpingsproces begint met een vat met 200 liter whisky. Het eerste jaar gaat er maar liefst 10% verloren, doordat de whisky in het hout trekt. De

8 jaren erna gaat er 4% per jaar verloren en daarna steeds 3% per jaar. Tenslotte gaat er van het eindproduct ook nog 6 liter verloren bij het vullen van de flessen.

Pappy Van Winkle 23 wordt verkocht in flessen van 750 ml.

Vraag 6 4 punten

Bereken hoeveel van zulke flessen kunnen worden gevuld, uitgaande van

200 liter whisky.

Bekijk het antwoord
  • Na het eerste jaar is er nog 200 · 0,9 = 180 liter over (1)
  • Na 23 jaar is er nog 180 · 0,968 · 0,9714 = 84, 77... liter over (1)
  • Uiteindelijk belandt 84, 77... − 6 = 78, 77... liter in flessen (1)
  • = 105, 02... , dus 105 (flessen) (1)

De meeste whisky rijpt tegenwoordig niet meer in houten vaten. In plaats daarvan wordt de whisky in grote metalen ketels gedaan en worden er houtsnippers aan toegevoegd. Hierdoor wordt het engelendeel beperkt tot zo’n 3% per jaar. Voor het vervolg van de opgave gaan we ervan uit dat het engelendeel ieder jaar 3% is.

Bij de massaproductie van whisky wordt ervoor gezorgd dat de totale hoeveelheid whisky gelijk blijft door jaarlijks de ketel weer bij te vullen met nieuw geproduceerde whisky. Hierdoor ontstaat er een mengsel dat maar voor een deel uit de oorspronkelijke whisky bestaat.

Bijvoorbeeld: Een ketel bevat 500 liter whisky. Na een jaar is daarvan 3%, dus 15 liter, verloren gegaan. Er wordt aan het eind van dat jaar

15 liter nieuw geproduceerde whisky in de ketel gedaan, zodat er dan

485 liter whisky van 1 jaar oud en 15 liter whisky van 0 jaar oud in zit. Aan het eind van het tweede jaar is er weer 15 liter verloren gegaan en ook dit wordt weer aangevuld met nieuw geproduceerde whisky, enzovoorts.

In de tabel staat voor een aantal jaren de samenstelling van het mengsel aan het eind van het jaar, in procenten.

tabel leeftijd van de whisky jaar (n) n n –1 n –2 n –3 n –4

0 100 0 0 0 0

1 97 3 0 0 0

2 94,09 2,91 3 0 0

3 91,27 2,82 2,91 3 0

4 88,53 2,74 2,82 2,91 3

5 85,87 … … … …

In de tabel kun je bijvoorbeeld aflezen dat aan het eind van het 4e jaar 88,53% van het mengsel bestaat uit 4 jaar oude whisky, 2,74% uit 3 jaar oude whisky, 2,82% uit 2 jaar oude whisky, 2,91% uit 1 jaar oude whisky en 3% uit nieuw geproduceerde whisky (0 jaar oude whisky).

Vraag 7 4 punten

Bereken hoeveel procent van het mengsel aan het eind van het 7e jaar bestaat uit whisky van 5 jaar of ouder. Geef je antwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Bij het tweede antwoordalternatief mogen bij het eerste antwoordelement voor een niet volledig juist antwoord 1 of

2 scorepunten worden toegekend.

  • Bij het tweede antwoordalternatief mag ook, als gevolg van tussentijds afronden, het antwoord 85,88(%) worden geaccepteerd.

Als we alleen kijken naar de later toegevoegde whisky in een bepaald jaar, dan vormen de percentages later toegevoegde whisky’s in dat jaar een meetkundige rij.

Om te berekenen hoeveel procent van een whiskymengsel bestaat uit later toegevoegde whisky, kun je de termen uit deze meetkundige rij bij elkaar optellen. n −1 Er geldt dus: T ( n) = ∑ W (k ) met W (k ) = 3 · 0,97k k =0 In deze formule is T (n) het percentage later toegevoegde whisky na n jaar en W (k ) het percentage whisky van k jaar oud in het mengsel.

Vraag 8 2 punten

Bereken, gebruik makend van bovenstaande somformule, welk percentage van het mengsel na 7 jaar bestaat uit alle later toegevoegde whisky. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe T (7) = ∑ W (k ) met de GR berekend kan worden (1)
  • Het antwoord: 19,2(%) (1)

Gewicht in beweging

Begin deze eeuw deed de bioloog Yunsheng Ma samen met andere biologen onderzoek naar het verband tussen het lichaamsgewicht, de hoeveelheid lichaamsbeweging en het eetpatroon tijdens feestdagen van een groep Amerikanen.

Bij het onderzoek naar de invloed van beweging op het lichaamsgewicht speelt de MET-waarde1) een rol. De MET-waarde is een eenheid voor de hoeveelheid energie die een bepaalde fysieke activiteit kost ten opzichte van de hoeveelheid benodigde energie in rust. Eén MET komt overeen met de ruststofwisseling, de hoeveelheid energie die verbruikt wordt tijdens stilzitten. De MET-waarde van lichamelijke activiteiten varieert van 0,9 MET (tijdens slaap) tot 18 MET (bij zware inspanning). In de tabel is voor een aantal activiteiten de MET-waarde voor volwassen mannen weergegeven.

tabel activiteit MET-waarde 18 jaar en ouder stilzitten 1 wandelen, rustig, 3-5 km/uur 3,5 wandelen, stevig, 5-6 km/uur 4,3 fietsen, rustig, 16-19 km/uur 4,0 fietsen, stevig, 19-22 km/uur 8,0 hardlopen, algemeen 8,0 wielrennen 15,8 zwemmen, recreatief 4,0 zwemmen, sportief 9,8

Met behulp van de MET-waarde en de duur van de activiteit kan het aantal MET-minuten of MET-uren van een activiteit berekend worden. Als een volwassen man bijvoorbeeld 45 minuten lang rustig fietst, dan zegt men ook wel dat hij 180 MET-minuten of 3 MET-uren heeft uitgevoerd. Dit gebruikt men om de mate van lichaamsbeweging te beschrijven.

Een volwassen man wandelt wekelijks met een snelheid van 4 km/uur in

2 uur een rondje van 8 km. Hij wil meer MET-uren realiseren en besluit om hetzelfde rondje met een snelheid van 6 km/uur te gaan wandelen. De tijd die ‘overblijft’ van die 2 uur, wordt stilzittend doorgebracht.

Vraag 9 5 punten

Onderzoek of dit voor hem het gewenste resultaat oplevert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het aantal MET-uren van de wandeling was 2 · 3,5 = 7 (of 420 MET- minuten) (1)
  • De nieuwe tijd voor zijn wandeling is = 1,33... uur (of 80 minuten) (1)
  • Het aantal MET-uren van de wandeling wordt 1, 33... · 4,3 = 5, 73... (of 344 MET-minuten) (1)
  • De overblijvende 0,66… uur (of 40 minuten) komt overeen met 0,66… MET-uren (of 40 MET-minuten) (1)
  • De totale MET-tijd wordt (0, 66... + 5, 73... =) 6, 4 (MET-uren) (of 384 MET-minuten) dus dit levert niet het gewenste resultaat op (1)

noot 1 MET: Metabolic Equivalent of Task

Om meer MET-uren te realiseren, wil deze volwassen man per week maximaal 3 keer (op dinsdag, woensdag en/of donderdag) een uur fietsen of een uur hardlopen en daarmee in totaal precies 12 MET-uren realiseren. Hij kan dan bijvoorbeeld hardlopen op dinsdag en rustig fietsen op donderdag. Hij wil op één dag één uur dezelfde activiteit uitvoeren dus wisselen van activiteit na een half uur is voor hem geen optie.

Vraag 10 4 punten

Onderzoek hoeveel verschillende weekindelingen hij kan maken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 3 dagen rustig fietsen: 1 weekindeling (1)
  • 1 dag rustig fietsen en 1 dag stevig fietsen of hardlopen (1)
  • Dat kan op ( 3 · 2 · 2 = )12 manieren over de 3 dagen verdeeld worden (1)
  • Het antwoord: ( 1 + 12 = )13 (verschillende weekindelingen) (1)

Na de feestdagen blijken Amerikanen gemiddeld zwaarder dan daarvoor. Dat zou mede veroorzaakt kunnen worden door de geringe hoeveelheid lichaamsbeweging in die periode. In figuur 1 is voor de groep onderzochte Amerikanen het verband geschetst tussen de totale fysieke activiteit per dag en de tijd. Hierbij komt t = 0 overeen met 1 januari.

[figuur 1: zie het originele examen]

De totale fysieke activiteit per dag varieert jaarlijks van minimaal 29,4 MET-uren per dag tot 30,5 MET-uren per dag. Op 21 december, de kortste dag, is de totale fysieke activiteit per dag minimaal. De totale fysieke activiteit wordt gemodelleerd met een formule van de vorm:

F = a + b sin(c(t

  • d )) Hierin is F de totale fysieke activiteit in MET-uren per dag en is t de tijd in dagen met t = 0 op 1 januari.

Vraag 11 5 punten

Bereken de waarden van a, b, c en d. Geef a en b in twee decimalen, c in vijf decimalen en d in gehelen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als een kandidaat bij het berekenen van c en d uitgegaan is van 365,25 dagen in een jaar, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Men heeft ook bijgehouden hoeveel calorieën de deelnemers gemiddeld per dag gedurende het jaar binnenkregen en hoe het gemiddelde gewicht van de deelnemers gedurende het jaar varieerde. Zie figuren 2 en 3.

[figuur 2: zie het originele examen]

[figuur 3: zie het originele examen]

De gemiddelde calorie-inname wordt gemodelleerd met de formule:

C = 2005 + 45sin(0,0172t + 2,3756) Hierin is C de gemiddelde calorie-inname in kcal per dag en is t weer de tijd in dagen met t = 0 op 1 januari.

Het gemiddelde gewicht wordt gemodelleerd met de formule:

G = 83,87 + 0, 24sin(0,0172t + 1,1017) Hierin is G het gemiddelde gewicht in kg en is t weer de tijd in dagen met t = 0 op 1 januari.

Het grootste verschil in gemiddeld gewicht in een jaar is procentueel gezien kleiner dan het grootste verschil in gemiddelde calorie-inname in een jaar.

Vraag 12 4 punten

Toon dit aan met behulp van de formules.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als zowel bij antwoordelement 2 als bij antwoordelement 4 gedeeld wordt door het maximum of de evenwichtsstand, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Het gemiddelde gewicht is later maximaal dan de gemiddelde calorie- inname.

Vraag 13 3 punten

Bereken hoeveel dagen later dit volgens de formules is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • C = 2005 + 45sin(0, 0172t + 2,3756) geeft

C = 2005 + 45sin(0, 0172(t + 138,11...)) (1)

  • G = 83,87 + 0, 24 sin(0, 0172t + 1,1017) geeft

G = 83,87 + 0, 24 sin(0, 0172(t + 64, 05...)) (1)

  • (138,11… −64, 05... = 74,0… geeft) het antwoord: 74 (dagen later) (1p)

Opmerkingen

  • Als een kandidaat in het tweede antwoordelement van het eerste antwoordalternatief niet op gehelen afrondt en hierdoor op een verschil van 74 dagen uitkomt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
  • Als een kandidaat uitgegaan is van 365,25 dagen in een jaar, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Vlinders in Nederland

De Vlinderstichting in Nederland houdt jaarlijks vlindertellingen. Het totaal aantal vlinders is in de periode 1992–2017 met 40% afgenomen. Hierbij vermoedt men een exponentiële trend.

Vraag 14 4 punten

Bereken de jaarlijkse procentuele afname in deze periode, uitgaande van de exponentiële trend. Geef je antwoord in één decimaal.

Bekijk het antwoord

Opmerking 0, 6 Als een kandidaat rekent met een groeifactor , ten hoogste 1 scorepunt 25 voor deze vraag toekennen.

De heivlinder is een van de vlindersoorten heivlinder waarvan het aantal sterk is gedaald. Zie figuur 1.

figuur 1 heivlinders

In figuur 1 is op de verticale as een logaritmische schaalverdeling gebruikt. Op deze as is niet het aantal heivlinders maar de populatie- index weergegeven. Deze index geeft het percentage heivlinders aan ten opzichte van het totaal aantal heivlinders in 1992. De populatie-index van het jaar 1992 is dus 100. In 1995 is de populatie-index weer (ongeveer) 100. Met andere woorden: in 1995 waren er (ongeveer) evenveel heivlinders als in 1992.

Nadat het aantal heivlinders vanaf 2003 stabiel leek en zich in de periode 2011–2013 zelfs wat leek te herstellen, was 2017 weer een rampjaar voor de heivlinder.

Vraag 15 3 punten

Bereken met behulp van de figuur het percentage heivlinders in 2017 ten opzichte van het aantal heivlinders in 1992. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij het meten is een marge van 0,1 cm toegestaan.

In figuur 2 zie je dezelfde grafiek als in figuur 1 maar nu is een trendlijn toegevoegd.

figuur 2 heivlinders met trendlijn

De trendlijn in figuur 2 hoort bij een exponentieel model voor de afname van de populatie-index. De trendlijn kan worden beschreven met de volgende formule: log( P) = −0,026t + 1,8 Hierin is P de populatie-index en is t het aantal jaren na 1992.

Als de trend zich op dezelfde manier blijft doorzetten, zal het aantal getelde heivlinders in een gegeven jaar minder dan 2% zijn van het aantal getelde heivlinders in 1992.

Vraag 16 2 punten

Bereken in welk jaar dat volgens de gegeven formule voor het eerst het geval zal zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de vergelijking − 0, 026t + 1,8 = log(2) kan worden opgelost (1)
  • Dit geeft t = 57, 6... , dus in het jaar 2050 (1)

De formule log( P) = −0,026t + 1,8 kan worden herleid tot een formule van t de vorm P = b · g waarmee de populatie-index in een bepaald jaar in één keer kan worden berekend.

Vraag 17 4 punten

Geef deze herleiding. Geef b in gehelen en g in drie decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • P = 10−0,026t +1,8 (1)
  • P = 101,8 ·10−0,026t (1)
  • P = 10 · (10 ) (1)
  • Dus P = 63 · 0,942t (1)

Zwemtijden en FINA-punten

Bij wedstrijdzwemmen worden er verschillende zwemnummers gezwommen, bijvoorbeeld de 50 meter rugslag voor heren en de

200 meter schoolslag voor vrouwen. Om prestaties bij verschillende zwemnummers met elkaar te vergelijken, wordt gebruikgemaakt van FINA-punten1). Hoe meer FINA-punten, hoe beter de prestatie van een zwemmer.

Het aantal FINA-punten wordt berekend met de formule: 3 B P = 1000 (formule 1) T P is hierbij het aantal FINA-punten, T de gezwommen tijd in seconden in twee decimalen en B de basistijd in seconden in twee decimalen. De basistijd2) is het wereldrecord op een zwemnummer aan het begin van het jaar.

Het aantal FINA-punten is altijd een geheel getal. Als de uitkomst van de formule geen geheel getal is, dan wordt er een geheel getal van gemaakt door alle cijfers achter de komma weg te laten. Zo wordt 345,798 bijvoorbeeld 345.

Gegeven zijn de volgende (basis)tijden:

  • Maarten Brzoskowski zwom in november 2021 de 50 meter vrije slag in 22,26 seconden; de bijbehorende basistijd is 20,16 seconden.
  • Op 16 december 2021 zwom Anne Louise Palmans de 100 meter schoolslag in 1 minuut en 10,25 seconden; de bijbehorende basistijd is

1 minuut en 4,13 seconden.

Vraag 18 2 punten

Bepaal welke van de twee genoemde zwemmers het hoogste aantal FINA-punten scoorde.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat de berekende scores noteert als niet-gehele waarden, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Omdat het aantal FINA-punten altijd een geheel getal is, is het mogelijk dat verschillende gezwommen tijden bij dezelfde basistijd een gelijk aantal FINA-punten opleveren.

Als 0,01 s sneller gezwommen wordt dan de basistijd, dan zijn er twee opties voor de bijbehorende score:

1 1000 FINA-punten (dit is het geval voor langere basistijden)

2 1001 of meer FINA-punten (dit is het geval voor kortere basistijden)

Vraag 19 4 punten

Bereken de grootste basistijd waarbij 0,01 s sneller zwemmen dan de basistijd leidt tot een score van minimaal 1001 FINA-punten. Geef je antwoord in seconden en in twee decimalen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het maken van een tabel met daarin in ieder geval de waarden van P en

Opmerking Als bij het tweede antwoordalternatief het antwoord 30,02 is gevonden en de waarden van P en B voor B = 30,02 en B = 30,03 zijn gegeven, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen. Doordat er met een beperkt aantal decimalen achter de komma gerekend wordt, kan de grafische rekenmachine mogelijk uitkomen op 30,02 in plaats van op 30,01.

noot 1 De FINA is een internationale zwembond: Fédération Internationale de Natation. noot 2 In deze opgave wordt gebruikgemaakt van de basistijden uit 2021.

De FINA-punten worden onder andere gebruikt om te bepalen welke zwemmers mee mogen doen aan het NJK (Nederlands junioren- kampioenschap). Voor het NJK wordt een plaatsingslijst gemaakt door per zwemmer voor 6 verschillende zwemnummers het aantal FINA-punten uit te rekenen en deze punten bij elkaar op te tellen. Diegene die in totaal de meeste FINA-punten heeft, komt boven aan de plaatsingslijst, daarna volgt diegene met het een-na-hoogste totaal, et cetera. Op basis van de plaatsingslijst wordt bepaald wie mee mag doen aan het NJK.

Met formule 1 kan het aantal FINA-punten berekend worden op basis van een gezwommen tijd en een basistijd. Als je als zwemmer bezig bent met je plek op de plaatsingslijst, dan is het nuttig om uit te rekenen welke tijd je moet zwemmen om een bepaald aantal FINA-punten te halen. Dit kan met de formule:

10B T= 3 (formule 2) P

Vraag 20 3 punten

Toon door middel van een herleiding aan dat formule 1 en formule 2 met elkaar overeenkomen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • P= (1) T 3

103 B3 B

  • P= (3) = 1000 (1) T T

De snelste tijd die een zwemmer ooit gezwommen heeft, noemen we het persoonlijk record van die zwemmer. Een van de zwemnummers die gebruikt wordt voor de plaatsingslijst van het NJK is de 100 meter vrije slag. Bij de 100 meter vrije slag voor meisjes is de basistijd 50,25 seconden. Er geldt dus:

T = 502,5 · P −1/3 (formule 3)

In de volgende vraag vergelijken we twee zwemsters. De ene heeft als beste prestatie een tijd staan met een score van 300 FINA-punten, de ander een tijd met een score van 500 FINA-punten. We laten de eis dat FINA-punten altijd een geheel getal zijn buiten beschouwing.

Vraag 21 3 punten

Laat met behulp van de formule van de afgeleide zien dat T '(300) ≈ 2 · T '(500) en leg uit wat de praktische betekenis hiervan voor de zwemsters is.

Bekijk het antwoord
  • = 502,5 · − P 3 (= (1)
  • T '(300) = −0,08... en T '(500) = −0,04... (en dus T '(300) ≈ 2 · T '(500) ) (1)
  • Een zwemster met een score van 300 FINA-punten moet meer van haar persoonlijk record afzwemmen om een FINA-punt te stijgen dan een zwemster met een score van 500 FINA-punten (0,08 seconden versus 0,04 seconden, dus ongeveer 2 keer zoveel) (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-a-23-1-o

Andere examens wiskunde A vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), exponentiële groei (7) en veranderingen en afgeleide (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.