Eindexamen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: CO2 in de atmosfeer, Domino-effect, Scheepsgolven, Batterijspanning, Raad het getal.
Het centraal examen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), exponentiële groei (6) en veranderingen en afgeleide (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 4-7, 10-12, 14-15 | 9 |
| Exponentiële groei | 1-3, 13, 20-21 | 6 |
| Veranderingen en afgeleide | 9, 16-17 | 3 |
| Combinatoriek | 18-19 | 2 |
| Lineaire verbanden | 8 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over formules en grafieken (43% van de vragen, gemiddeld 32%) en exponentiële groei (29% van de vragen, gemiddeld 22%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
CO2 in de atmosfeer
In deze opgave kijken we naar het verloop van de concentratie CO2 in de atmosfeer. Onderzoekers hebben geconstateerd dat de natuurlijke concentratie CO 2 eeuwenlang stabiel is gebleven rond de 280 ppm (parts per million). De toename van de concentratie CO2 sinds de industriële revolutie wordt met name veroorzaakt door massaproductie van goederen en voedsel. In de figuur zie je het verloop van de concentratie CO2 in de periode 1800–2009.
figuur
De toename verloopt exponentieel. Het verloop van de concentratie CO2 kan worden benaderd met het model:
C = 280 + g t Hierbij is C de concentratie CO2 in ppm en t de tijd in jaren met t = 0 op
1 januari 1800. De waarde 280 staat in dit model voor de constante natuurlijke concentratie CO 2.
Op 1 januari 2002 was de concentratie CO 2 370 ppm. Met dit gegeven en met behulp van bovenstaande gegevens is te berekenen dat de waarde van g, afgerond op vier decimalen, gelijk is aan 1,0225.
Vraag 1 3 punten
Bereken de waarde van g in vijf decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 280 + g 202 = 370 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Dit geeft g = 1, 02253 (1)
Vraag 2 3 punten
Bereken in welk jaar de concentratie CO2 verdubbeld zal zijn ten opzichte van de natuurlijke concentratie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als met een nauwkeurigere waarde van g wordt gerekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Zoals je in de figuur kunt zien is de grafiek toenemend stijgend. De t formule C = 280 + 1,0225 benadert deze stijging.
Vanaf 1800 duurde het 150 jaar totdat de concentratie CO2 met (ongeveer) 10% was toegenomen. Vanaf 1950 duurde het veel korter totdat de volgende 10% stijging van de concentratie CO 2 werd gemeten.
Vraag 3 4 punten
Bereken hoeveel gehele jaren hiervoor nodig waren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als met een nauwkeurigere waarde van g wordt gerekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
- Als gerekend wordt met C = 281 in 1800 (t = 0), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Domino-effect
Een rij dominostenen wordt achter elkaar gezet. Vervolgens wordt de eerste dominosteen omgeduwd, waarna de rest van de rij (als het goed is) ook omvalt. Dit wordt het domino-effect genoemd, waarbij kleine dominostenen ook grotere kunnen omduwen. Deze opgave gaat over dit domino-effect, waarbij we dominostenen bekijken die telkens 1,5 keer zo hoog zijn als de voorgaande steen. Een Amerikaan beweert dat wanneer de 13e dominosteen 1 meter hoog is, de 29e dominosteen hoger is dan het Empire State Building. Het Empire State Building is een wolkenkrabber in New York, met een hoogte van 381 meter.
Vraag 4 2 punten
Ga met een berekening na of deze Amerikaan gelijk heeft.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het oplossen van de vergelijking 1, 5n = 381 geeft n = 14, 65... (1p)
- Het oplossen van de vergelijking b ·1, 513 = 1 geeft b = 0, 005... (1) 29
In figuur 1 zie je een zijaanzicht van drie figuur 1 dominostenen. We nemen in het vervolg van deze opgave het volgende aan:
- De hoogte van de eerste dominosteen is 48 mm.
- De dikte van de eerste dominosteen is 7,5 mm.
- Iedere volgende dominosteen is 1,5 keer zo hoog en 1,5 keer zo dik als de voorgaande.
- Iedere dominosteen valt tegen het midden van de volgende dominosteen.
- Als de dominostenen op een rij worden gezet, dan krijgt de kleinste steen nummer 1, de volgende steen nummer 2, enzovoorts.
Doordat de eerste dominosteen tegen het midden figuur 2 van de tweede steen moet vallen, ligt de afstand L1 vast. Zie figuur 2. Voor de dominostenen 1 en 2 is deze afstand te berekenen met de formule L1 = h12
- (0,5 · h 2 ) 2 . Hierbij is L1 de afstand tussen dominostenen 1 en 2, h1 de hoogte van dominosteen 1 en h 2 de hoogte van dominosteen 2, alle in mm.
Vraag 5 2 punten
Bereken de afstand tussen dominosteen 1 en 2 in gehele mm.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- • Het berekenen van h2 = 1,5 · 48 (= 72) (1) Het berekenen van L1 = 482 − ( 0,5 · 72 ) (= 31, 7...) , dus 32 (mm) 2 • (1) (2)
Voor de hoogte van dominosteen 2 geldt h 2 = 1,5 · h1 .
Door dit in te vullen in de formule L1 = h12
- (0,5 · h 2 ) 2 is de afstand L1 ook te schrijven als L1 = a · h1 . De waarde van a is afgerond op twee decimalen 0,66.
Vraag 6 3 punten
Herleid de formule L1 = h12
- (0,5 · h 2 ) 2 tot L1 = a · h1 en geef de waarde van a in drie decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- ( h2 = 1,5 · h1 invullen in L1 = h12 − ( 0,5 · h2 ) geeft) 2 • L1 = h12 − ( 0,5 ·1,5h1 ) 2 1 • Dit herleiden tot L1 = 0, 4375 · h12 (1) • L1 = 0, 4375 · h12 geeft L1 = 0, 661· h1 (1) (3)
[figuur 3: zie het originele examen]
In figuur 3 zie je de algemene situatie. Er geldt (voor n ≥ 2 ):
- hn = 48 ·1,5n−1 , met hn de hoogte in mm
- dn = 7,5 ·1,5n−1 , met d n de dikte in mm
- Ln = 0, 66 · hn , met Ln de afstand in mm tussen dominosteen n en de dominosteen links daarvan
- An = Ln−1 + d n
Uit bovenstaande gegevens volgt (voor n ≥ 2 ):
An = 19,08 ·1,5n
Vraag 7 3 punten
Toon dit aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- Er geldt: An = 0,66 · 48 ·1,5n−2 + 7,5 ·1,5n−1 (1)
- Dit herleiden tot An = 0,66 · 48 ·1,5n ·1,5−2 + 7,5 ·1,5n ·1,5−1 (1)
- Dit herleiden tot An = 19, 08 ·1,5n (1)
In het televisieprogramma MythBusters foto werd een experiment bedacht waarbij na het omduwen van de eerste dominosteen uiteindelijk dominosteen nummer 12 op een auto valt. Om het experiment uit te voeren werd een 15 meter lange parkeerplaats gebruikt.
Vraag 8 4 punten
Onderzoek of deze parkeerplaats lang genoeg is om het experiment uit te voeren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- Het inzicht dat voor de eerste dominosteen alleen de dikte meetelt (1)
- De totale tussenafstand plus dikte van steen 2 t/m 12 kan berekend 12 worden met ∑ (19, 08 ·1,5n ) en geeft 7340,… (mm) (1)
- Het inzicht dat de hoogte van dominosteen 12 erbij moet worden opgeteld, deze hoogte is ( h12 = 48 ·1,512−1 = ) 4151,... (mm) (1)
- De totale lengte ( 7340,... + 7,5 + 4151,... = ) 11 492,... (mm), dus de parkeerplaats was lang genoeg (1)
Scheepsgolven
Golven op het water kunnen op verschillende manieren ontstaan, bijvoorbeeld door wind of door schepen. In deze opgave bekijken we golven die ontstaan door een varend schip. De golflengte is de afstand tussen twee opeenvolgende golftoppen. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Golven verplaatsen zich over het water. De snelheid waarmee een golf zich over het water verplaatst, is afhankelijk van de golflengte. Het verband tussen de golflengte en de snelheid waarmee een golf zich verplaatst, wordt gegeven door de volgende formule: V = 1, 25 · L (formule 1) Hierbij is L de golflengte in meters en V de snelheid waarmee de golf zich verplaatst in meter per seconde. Als L toeneemt, dan neemt ook V toe. De grafiek van V is dus stijgend.
Vraag 9 4 punten
Stel een formule op voor de afgeleide van V en beredeneer met behulp hiervan of de stijging afnemend of toenemend is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- V = 1, 25 · L0,5 (1)
- = 1, 25 · 0,5 · L−0,5 = 0,5 (of een vergelijkbare uitdrukking) (1)
- Een redenatie, schets of getallenvoorbeeld waaruit blijkt dat als L groter dV wordt, kleiner wordt (1)
- De conclusie dat de stijging afnemend is (1)
Als de golflengte twee keer zo groot wordt, dan neemt de snelheid van de golf met een vaste factor toe.
Vraag 10 2 punten
Bereken, zonder een getallenvoorbeeld te gebruiken, deze factor. Geef je antwoord in twee decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- Het invullen van 2L in de formule geeft V = 1, 25 · 2 L (1)
- Herleiden tot V = 1, 25 · 2 · L ( = 2 ·1, 25 · L ) , dus de gevraagde factor is 1,41 (1)
Een schip en de golf die door dat varende schip ontstaat, verplaatsen zich met gelijke snelheid (samen) door het water. Als een schip langzaam vaart, dan ontstaat er langs het schip een golf zoals in figuur 2. Er zijn dan meerdere toppen van de golf zichtbaar langs de zijkant van het schip. In figuur 2 is tevens een assenstelsel toegevoegd.
[figuur 2: zie het originele examen]
De voorkant van het schip valt samen met een top van de golf. Omdat het schip en de golf samen dezelfde kant op bewegen, blijft die top tijdens het varen samenvallen met de voorkant van het schip.
Een schip van 30 meter lang vaart met een snelheid van 3 meter per seconde. De golf die door het varen ontstaat heeft een amplitude van
15 centimeter. De golf is te beschrijven met de formule: h = 15 · sin(a( x
- b)) (formule 2) Hierbij is h de hoogte ten opzichte van de evenwichtsstand in centimeters en x de afstand vanaf de voorkant van het schip in meters, met 0 ≤ x ≤ 30 . De waarden van a en b in formule 2 zijn te berekenen door gebruik te maken van formule 1.
Vraag 11 5 punten
Bereken a en b in formule 2. Geef a en b in twee decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Beschrijven hoe de vergelijking 15 = 15 · sin(1, 09...(0
- b)) opgelost kan worden (1)
Om de hoogte van de golven van een schip te verkleinen, is de bulbsteven uitgevonden. De bulbsteven is een uitstekende bult aan de voorkant van een schip. Zie de foto.
foto
Normaal gesproken bevindt de bulbsteven zich (grotendeels) onder water. Omdat het schip op de foto geen lading vervoert, is de bulbsteven boven water zichtbaar.
Zowel het schip als de bulbsteven veroorzaken een golf. De golf van de bulbsteven dempt de golf van het schip gedeeltelijk. Een schip met een lengte van 100 meter veroorzaakt bij een bepaalde vaarsnelheid een golf met de formule: hschip ( x) = 50 · sin(15π ( x + 7,5))
en de bulbsteven van het schip veroorzaakt een golf met de formule: hbulb ( x) = 30 · sin(15 π ( x
- 6))
Hierbij zijn hschip en hbulb de hoogtes ten opzichte van de evenwichtsstand in centimeters en is x de afstand vanaf de voorkant van het schip in meters met 0 ≤ x ≤ 100 .
De formule die hoort bij de gecombineerde golf van het schip en de bulbsteven wordt verkregen door hschip en hbulb op te tellen. Zie figuur 3.
[figuur 3: zie het originele examen]
De amplitude van de gecombineerde golf is kleiner dan de amplitude van de golf van het schip zonder de bulbsteven.
Vraag 12 4 punten
Bereken hoeveel de amplitude van de gecombineerde golf kleiner is dan de amplitude van de golf van het schip zonder de bulbsteven. Geef je antwoord in gehele centimeters.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op opgaven
Bekijk het antwoord
- De amplitude van de golf van het schip zonder bulbsteven is 50 (cm) (1)
- Beschrijven hoe de amplitude van de gecombineerde golf bepaald kan worden (1)
- Deze amplitude is 23,38… (cm) (1)
- ( 50 − 23,38... = 26, 61... , dus) 27 (cm) (kleiner) (1)
Batterijspanning
In het dagelijks leven worden er veel batterijen gebruikt om apparaten te laten werken. Een batterij werkt door het verschil in spanning tussen de pluspool en de minpool. Dit spanningsverschil noemen we de totale spanning van de batterij. Deze totale spanning wordt lager als je de batterij enige tijd hebt gebruikt. Hierdoor gaat bijvoorbeeld een fietslamp met een batterij op een gegeven moment minder fel branden.
Een van de eerste batterijen werd in 1836 uitgevonden door de Britse scheikundige Daniell. Bij deze batterij werd bij de pluspool koper en bij de minpool zink gebruikt. Deze opgave gaat over zo’n batterij.
De spanningen van de polen van deze batterij zijn te berekenen met de volgende formules:
V plus = 0,34 + 0,0296 · log(k )
V min =
- 0, 76 + 0, 0296 · log( z )
Hierin zijn V plus en Vmin de spanningen van de polen in volt en k en z de concentraties van koper en zink in molair1).
De totale spanning van de batterij, Vbatterij , is het verschil tussen de spanningen van beide polen:
Vbatterij = Vplus
- Vmin
Bij de batterij geldt in het begin dat k en z allebei 1 molair zijn. De totale spanning is dan 1,1 volt. Door het gebruik van de batterij neemt k af en neemt z toe. Als deze batterij enige tijd stroom heeft geleverd geldt k = 0,7 en z = 1,3 .
Vraag 13 3 punten
Bereken met hoeveel procent de totale spanning van de batterij in dit geval is gedaald. Geef je antwoord in twee decimalen.
Bekijk het antwoord
- Vplus = ( 0,34 + 0, 0296 · log(0, 7) = ) 0,335... en Vmin = ( −0, 76 + 0, 0296 · log(1,3) = ) − 0, 756... (1)
- Vbatterij wordt 0, 335... − −0, 756... = 1, 092... (1)
- ·100 = −0, 72... dus het antwoord is: (gedaald met) 0, 72 (%) (1)
Vraag 14 3 punten
Bereken, zonder gebruik te maken van een getallenvoorbeeld, met hoeveel volt de spanning van de pluspool afneemt als k halveert. Geef je antwoord in vier decimalen.
Bekijk het antwoord
- Halveren van k geeft Vplus = 0,34 + 0, 0296 · log ( 12 k ) (1)
- Dit herleiden tot Vplus = 0,34 + 0,0296 · log ( k ) + 0,0296 · log ( 12 ) ( = Vplus + 0,0296 · log ( 12 ) ) (1)
- Het antwoord: (een afname van) 0,0089 (volt) (1)
noot 1 molair is een maat voor het aantal deeltjes per liter
Uit Vbatterij = V plus
- Vmin en de gegeven formules voor V plus en Vmin kan de volgende formule worden herleid: k Vbatterij = 1,10 + 0,0296 · log z
Vraag 15 3 punten
Voer deze herleiding uit.
Bekijk het antwoord
- Vbatterij = 0,34 + 0, 0296 · log(k ) − ( −0,76 + 0, 0296 · log( z ) ) (1)
- Vbatterij = 1,10 + 0, 0296 · log( k ) − 0, 0296 · log( z ) (1)
- De rest van de herleiding (1)
Het is mogelijk om voor Vbatterij een formule op te stellen waarin alleen z voorkomt: Vbatterij = 1,10 + 0, 0296 · log(2 z
- 1
- 1) , met 1 ≤ z < 2
Doordat z, de concentratie van het zink, toeneemt tijdens het gebruik van de batterij, daalt de totale spanning van de batterij. Dit kan worden aangetoond door te kijken naar de afgeleide functie van Vbatterij . Er geldt (na afronding): d Vbatterij
- 0,0257 = dz 2z
- z2 d Vbatterij
Vraag 16 4 punten
Toon aan dat deze formule voor juist is. dz
Bekijk het antwoord
- De afgeleide van 2 z − 1 − 1 is − 2z −2 (1)
- De afgeleide van log(2 z − 1 − 1) is −1 · −2 z −2 (1)
- = −0, 0257... (1)
- De rest van de herleiding (1)
d Vbatterij
Vraag 17 4 punten
Onderzoek met een schets van of de daling van de totale dz spanning tijdens het gebruik van de batterij toenemend of afnemend is.
Bekijk het antwoord
- d Vbatterij • Een schets van de grafiek van , zoals bijvoorbeeld dz of (1) • Het inzicht dat gekeken moet worden naar (1 ≤) z < 2 (1) d Vbatterij • Bij toenemende waarde van z neemt af (1) dz • Dus Vbatterij is toenemend dalend (1) (4)
Raad het getal
Raad het getal is een spel voor twee personen waarbij iemand één geheel getal bedenkt, dat de ander vervolgens gaat raden. Diegene die het getal bedenkt, noemen we de bedenker en diegene die gaat raden de speler.
Het spel werkt als volgt: De bedenker kiest een getal van maximaal vier cijfers, waarbij het eerste cijfer geen 0 mag zijn. Het getal kan dus bijvoorbeeld 7 zijn, of 60, of 544, of 9328.
Vaak kiest de bedenker een viercijferig getal dat makkelijk te onthouden is. Dat is een getal dat
- bestaat uit vier dezelfde cijfers, of
- bestaat uit vier opeenvolgende cijfers, die in oplopende of aflopende volgorde staan (bijvoorbeeld 2345 of 4321).
Vraag 18 4 punten
Bereken hoeveel verschillende makkelijk te onthouden getallen er zijn.
Bekijk het antwoord
- Er zijn 6 getallen die bestaan uit 4 oplopende cijfers (namelijk 1234, 2345, 3456, 4567, 5678 en 6789) (1)
- Er zijn 7 getallen die bestaan uit 4 aflopende cijfers (namelijk 9876, 8765, 7654, 6543, 5432, 4321 en 3210) (1)
- Er zijn 9 getallen die bestaan uit vier dezelfde cijfers (1)
- Het antwoord: (6+7+9=) 22 (1)
Het getal dat de bedenker bedenkt, noemen we het bedachte getal. De getallen die de speler noemt, noemen we genoemde getallen. Omdat het lang kan duren voordat de speler het bedachte getal noemt, geeft de bedenker feedback. Deze feedback bestaat uit een van de volgende drie mogelijkheden:
- ‘Goed geraden’ (bedachte getal = genoemde getal).
- ‘Hoger’ (bedachte getal > genoemde getal).
- ‘Lager’ (bedachte getal < genoemde getal).
Het noemen van een getal en het geven van feedback herhaalt zich totdat de bedenker de feedback ‘Goed geraden’ geeft en het spel stopt. Het aantal keer dat de speler een getal noemt en vervolgens feedback krijgt, noemen we het aantal beurten. We bekijken eerst een vereenvoudigde versie van het spel, waarbij de speler aan het begin van het spel weet dat het bedachte getal minimaal 1 is en maximaal 9. De speler kan in elke beurt het aantal nog mogelijke getallen in ieder geval halveren door de volgende strategie toe te passen:
- Is het aantal nog mogelijke getallen oneven, noem dan het middelste nog mogelijke getal.
- Is het aantal mogelijke getallen even, noem dan een van de twee middelste nog mogelijke getallen. De bedenker kiest het getal 8. De speler volgt bovenstaande strategie. Het aantal beurten waarin de speler het bedachte getal raadt, ligt dan nog niet vast.
Vraag 19 4 punten
Onderzoek welke aantallen beurten mogelijk zijn waarin de speler het bedachte getal 8 kan raden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het kan niet in één beurt, omdat de speler dan het getal 5 moet noemen (1p)
- Het kan in twee beurten: de speler kiest eerst 5 en daarna 8 (1p)
- Het kan in drie beurten: de speler kiest eerst 5, dan 7, dan 8 (1p)
- Het kan in vier beurten: de speler kiest eerst 5, dan 7, dan 9 en dan 8 (dus het aantal mogelijke beurten is 2, 3 of 4) (1p)
In het vervolg van deze opgave bekijken we een versie van het spel, waarbij we de eis dat het bedachte getal uit maximaal vier cijfers moet bestaan, loslaten. We kijken naar getallen tussen 0 en n, waarbij n een geheel getal groter dan 1 is. Hierdoor kan het bedachte getal elk getal vanaf 1 tot en met n
- 1 zijn.
Het aantal beurten dat nodig is om het bedachte getal te raden, hangt mede af van de gevolgde strategie. Als de eerder beschreven strategie toegepast wordt, dan geldt: n
- 1 < 2m−1 Hierbij is m het maximaal aantal beurten dat nodig is om het bedachte getal te noemen.
Twee personen spelen het spel met n = 26 . Volgens de formule is de kleinst mogelijke waarde van m dan gelijk aan 6.
Vraag 20 2 punten
Toon dit met behulp van de formule n
- 1 < 2m−1 aan.
Bekijk het antwoord
- Het inzicht dat de vergelijking 25 = 2 m −1 moet worden opgelost (1)
- Dit geeft m = 5, 6... dus de kleinst mogelijke waarde van m is 6 (1)
De waarde 6 die de formule geeft voor n = 26 gaat uit van het ‘slechtste’ geval: dat steeds precies de helft van het aantal mogelijke getallen overblijft. Het blijkt echter dat voor n = 26 de speler het bedachte getal altijd in maximaal 5 beurten kan noemen.
Vraag 21 4 punten
Bepaal het maximaal aantal overblijvende getallen per beurt en laat daarmee zien dat de speler in maximaal 5 beurten het bedachte getal kan noemen voor n = 26 .
Bekijk het antwoord
- (Bij 25 mogelijke getallen moet de speler het middelste getal kiezen.) Er blijven 12 getallen over na de eerste beurt (als het middelste getal niet het bedachte getal is) (1)
- De speler kan het vervolgens terugbrengen tot maximaal 6 getallen na de tweede beurt (door een van de twee middelste getallen te kiezen) en (door vervolgens nog een keer een van de twee middelste getallen te kiezen) het terugbrengen tot maximaal 3 getallen na de derde beurt (1)
- Na de vierde beurt is er nog één getal mogelijk en weet de speler het bedachte getal (immers: is de feedback ‘Goed geraden’, dan is het het middelste getal) (1)
- (Als de feedback na de vierde beurt ‘Lager’ is, dan is het het laagste van de drie getallen; als de feedback ‘Hoger’ is, dan is het het hoogste van de drie getallen) dus in de vijfde beurt kan de speler (met zekerheid) het bedachte getal noemen (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A 2025, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-25-2-o
Andere examens wiskunde A vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2?
Het centraal examen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), exponentiële groei (6) en veranderingen en afgeleide (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-1024-a-25-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.