Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Menstruatie, Menstruatie, Een hartkamer van kunststof, Haaien, Eucalyptusbomen, Eucalyptusbomen, Een experiment, Noten kraken, Insecten en het weer, Ebola, Gapen, Kersenbomen, Kersenbomen, Gevlekte hyena’s, Bilirubine, Tuinslakken, Familieonderzoek, Gif en poep, Puberteit.
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 54. Van 51 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (9), zenuwstelsel en hormonen (7) en voeding en vertering (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Erfelijkheid | 30, 36-40, 52-54 | 9 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 7, 27, 32, 44, 48, 50-51 | 7 |
| Voeding en vertering | 33, 41-43, 47, 49 | 6 |
| Planten en fotosynthese | 10-12, 15-16 | 5 |
| Bloedsomloop | 3-4, 34-35 | 4 |
| Ecologie | 5, 19-21 | 4 |
| Ademhaling | 6, 14, 25, 28 | 4 |
| Gedrag | 8, 18, 26, 31 | 4 |
| Voortplanting | 1-2, 29 | 3 |
| Afweer | 22-24 | 3 |
| Evolutie | 9 | 1 |
| Cellen | 13 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over erfelijkheid (18% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over voortplanting (6% van de vragen, gemiddeld 14%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Menstruatie
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 1 1 punt
Veel vrouwen gebruiken tijdens de menstruatie maandverband of tampons om bloed en slijmvlies uit de baarmoeder op te vangen. Een tampon wordt in de vagina ingebracht.
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Menstruatie
Welke letter in de afbeelding geeft het deel aan waarin een tampon wordt ingebracht?
A letter P
B letter Q
C letter R
Gebruik onderstaande afbeelding om vraag 2 te beantwoorden. april mei juni week 13 14 15 16 17 18 18 19 20 21 22 22 23 24 25 26 m 2 9 16 23 30 7 14 21 28 1 4 11 18 25 d 3 10 17 24 1 8 15 22 29 2 5 12 19 26 w 4 11 18 25 2 9 16 23 30 3 6 13 20 27 d 5 12 19 26 3 10 17 24 31 7 14 21 28 v 6 13 20 27 4 11 18 25 8 15 22 29 z 7 14 21 28 5 12 19 26 9 16 23 30 z 1 8 15 22 29 6 13 20 27 10 17 24 juli augustus september week 26 27 28 29 30 31 31 32 33 34 35 35 36 37 38 39 m 2 9 16 23 30 6 13 20 27 1 3 10 17 24 d 3 10 17 24 31 1 7 14 21 28 2 4 11 18 25 w 4 11 18 25 2 8 15 22 29 5 12 19 26 d 5 12 19 26 3 9 16 23 30 6 13 20 27 v 6 13 20 27 4 10 17 24 31 7 14 21 28 z 7 14 21 28 5 11 18 25 8 15 22 29 z 1 8 15 22 29 12 19 26 9 16 23 30
Vraag 2 1 punt
Frederike heeft op 20 juni de eerste dag van haar menstruatie. Ze heeft een regelmatige menstruatiecyclus van 28 dagen. Op 9 juli gaat ze twee weken op vakantie. Als haar cyclus regelmatig blijft, wanneer kan Frederike dan haar volgende menstruatie verwachten?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Een hartkamer van kunststof
Wetenschappers hebben een hartkamer nagebouwd van kunststof. Een computer kan deze hartkamer pompbewegingen laten maken. De wetenschappers onderzoeken of deze hartkamer van kunststof ingebouwd kan worden bij mensen met hartproblemen. De hartkamer van kunststof neemt in zo’n geval de functie van de linkerkamer over.
Vraag 3 2 punten
De hartkamer van kunststof moet, net als de echte linkerkamer, bloed kunnen opvangen uit een ander deel van het hart en dit bloed vervolgens een bloedvat in pompen. Uit welk deel van het hart moet de hartkamer van kunststof bloed opvangen? En in welk bloedvat moet de hartkamer van kunststof dit bloed daarna pompen? Schrijf je antwoord zo op: deel van het hart: .................................................................. naam van het bloedvat: .........................................................
Bekijk het antwoord
- (deel van het hart:) linkerboezem (1)
- (naam van het bloedvat:) aorta (1)
Vraag 4 1 punt
Om de functie van de linkerkamer goed over te kunnen nemen, moeten er kleppen in de hartkamer van kunststof aangebracht worden. Leg uit wat de functie van deze kleppen is.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat kleppen (in de hartkamer) het terugstromen van bloed tegengaan. (1)
Haaien
De meeste haaiensoorten zijn roofvissen. Ze jagen op vissen en zeezoogdieren zoals zeehonden, maar ook op inktvissen en kreeftachtigen.
Vraag 5 2 punten
Haaien vormen niet de eerste, maar de laatste schakel van veel voedselketens in zee. Welke groep organismen vormt de eerste schakel van voedselketens: consumenten, producenten of reducenten? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- producenten (1)
- met een uitleg waaruit blijkt dat producenten energierijke stoffen (met behulp van zonlicht) kunnen maken (1)
Vraag 6 1 punt
Haaien halen adem met kieuwen. Water stroomt de bek in en langs de kieuwen er weer uit (zie de afbeelding). De letters P en Q geven twee plaatsen aan waar het water langs stroomt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- (bij) Q, met een uitleg waaruit blijkt dat de kieuwen koolstofdioxide afgeven (aan het water) (1)
Op welke plaats bevat het water meer koolstofdioxide, bij P of bij Q? Leg je antwoord uit.
Vraag 7 1 punt
Haaien kunnen goed zien. Een haaienoog heeft onder andere een hoornvlies, een ooglens en een netvlies met staafjes en kegeltjes. Uit de bouw van zo’n oog leiden biologen af dat haaien kleuren kunnen zien. Uit welke eigenschap van een haaienoog leiden ze dit af?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 8 1 punt
Er zijn haaiensoorten die altijd agressief gedrag vertonen als ze bloed in het water waarnemen. Wat is bloed voor deze haaien op dat moment?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 9 1 punt
Haaien zijn gewervelde dieren. In de afbeelding zie je een stamboom die de afstamming van verschillende groepen gewervelde dieren weergeeft volgens de evolutietheorie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Eucalyptusbomen
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 10 1 punt
Wetenschappers in Australië zoeken naar nieuwe manieren om uit te vinden of er ergens goud in de bodem zit. Ze hebben ontdekt dat eucalyptusbomen goud uit de bodem kunnen opnemen. Dit goud is terug te vinden in de bladeren van die bomen. Hoe komen deze gouddeeltjes vanuit de wortels in de bladeren terecht?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 11 1 punt
Er zijn meer dan 700 soorten eucalyptusbomen, waarvan de meeste alleen in Australië voorkomen. Er zijn eucalyptussoorten met een dikke waslaag op de bladeren en soorten met een dunne waslaag. Welke van die soorten zijn beter aangepast aan een droge omgeving, die met een dikke of die met een dunne waslaag op de bladeren? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- (de soorten met een) dikke waslaag, met een uitleg waaruit blijkt dat een dikke waslaag beter beschermt tegen vochtverlies (dan een dunne waslaag) (1)
Vraag 12 2 punten
De bloemen van sommige eucalyptussoorten hebben geen gekleurde kroonbladeren, maar ze vallen op door een groot aantal witte of fel gekleurde meeldraden (zie de afbeelding). Deze meeldraden hebben, naast hun normale functie, ook de functie die gekleurde kroonbladeren bij andere bloemen hebben.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- stuifmeel produceren (1)
- insecten/dieren lokken (voor bestuiving) (1)
Eucalyptusbomen
Noem de twee functies van de meeldraden van eucalyptusbloemen.
Vraag 13 1 punt
In de cellen van een meeldraad komen vacuolen met kleurstof voor. Hebben deze cellen een celmembraan? En hebben ze een celwand?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 14 1 punt
Olie uit bladeren van sommige eucalyptussoorten wordt gebruikt om slijmvorming in de luchtwegen te verminderen. Te veel slijm in de luchtwegen kan benauwdheid veroorzaken. Leg uit waardoor te veel slijm benauwdheid kan veroorzaken.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat een teveel aan slijm de luchtwegen vernauwt / de verversing van lucht in de longen bemoeilijkt. (1)
Een experiment
In de afbeelding zie je een opstelling voor een experiment. De opstelling staat in het licht. De plant staat met de wortels in water met voedingszouten en de muis krijgt voldoende voedsel. Koolstofdioxide en zuurstof kunnen zich door het slangetje over beide ruimtes verspreiden.
Vraag 15 1 punt
In het schema hieronder geven twee pijlen een richting aan waarin koolstofdioxide en zuurstof zich in de proefopstelling verspreiden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in deze tabel aan welk gas zich voornamelijk in de richting van 1 verspreidt en welk gas zich voornamelijk in de richting van 2 verspreidt.
Vraag 16 1 punt
Als de proefopstelling voor een langere tijd in het donker staat, gaan de plant en de muis uiteindelijk dood. Leg uit waardoor de organismen dan sterven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat er dan gebrek aan zuurstof ontstaat. (1)
Noten kraken
Kraaien zijn alleseters. Ze eten ook noten, maar noten zijn voor de kraaien te hard om zelf te kraken. Een kraai in Japan heeft een truc geleerd om noten te kraken. De vogel laat vanuit de lucht een noot vallen op een zebrapad. Dan wacht hij tot er een auto overheen rijdt, waardoor de noot openbarst en hij de inhoud kan opeten. De kraai vliegt niet meteen op de gekraakte noot af, maar wacht op de stoep totdat het voetgangerslicht op groen springt.
Vraag 17 1 punt
Bovenstaande informatie gaat over het opnemen van voedsel door een kraai. Het opnemen van voedingsstoffen is een levenskenmerk. De informatie gaat nog over andere levenskenmerken. Schrijf een ander levenskenmerk uit de informatie op.
Bekijk het antwoord
- reageren op prikkels / bewegen (1)
Vraag 18 1 punt
De kraai heeft geleerd een noot op het zebrapad te laten vallen om hem door een auto te laten kraken. Hoe heet dit leergedrag?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Insecten en het weer
Wespen jagen op andere insectensoorten, zoals muggen en vliegen. In de zomer van 2014 waren er maar weinig wespen. Door extreme regenval in het voorjaar waren veel wespennesten verdwenen. Ook spoelden door de regen veel vliegende wespen weg uit de lucht. Larven in de overgebleven nesten kregen niet voldoende voedsel, waardoor ze verhongerden.
Vraag 19 1 punt
Noem een abiotische factor die volgens bovenstaande informatie van invloed is op de overlevingskansen van wespen.
Bekijk het antwoord
- regen(val)/water (1)
Vraag 20 2 punten
Als gevolg van de hoge temperaturen in de winter en het voorjaar waren er in de zomer van 2014 veel muggen. Leg met behulp van de informatie uit wat een andere verklaring zou kunnen zijn voor het grote aantal muggen in de zomer van 2014.
Bekijk het antwoord
- er (in de zomer van 2014) weinig wespen waren (1)
- daardoor minder muggen werden gevangen / meer muggen in leven bleven (1)
Vraag 21 1 punt
Als de luchtdruk in de omgeving plotseling daalt, betekent dat vaak dat er slecht weer op komst is, zoals regen en storm. Onderzoekers vragen zich af of het veranderen van de luchtdruk van invloed is op het paringsgedrag van insecten. Ze onderzoeken het paringsgedrag van twee soorten insecten bij dalende, bij stabiele en bij stijgende luchtdruk. Het diagram geeft de resultaten weer.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
Ebola
Ebola is een levensgevaarlijke virusziekte. In 2014 was er een grote uitbraak van ebola, waarbij binnen enkele maanden duizenden mensen besmet raakten. Omdat er geen medicijnen tegen ebola waren, werd geadviseerd om bloed af te nemen van mensen die genezen waren van de ziekte. Antistoffen uit dit bloed zouden dan andere patiënten kunnen helpen om de besmetting met het ebola virus te overleven.
Vraag 22 1 punt
Is het toedienen van antistoffen uit bloed van genezen mensen een vorm van immunisatie? Zo ja, is het dan actieve of passieve immunisatie?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 23 1 punt
Voor het toedienen van bloedplasma met antistoffen tegen ebola wordt geadviseerd om plasma van bloedgroep AB te gebruiken. Dit plasma kan veilig toegediend worden aan patiënten met bloedgroep AB, A, B en 0. Leg uit waardoor dit bloedplasma geschikt is om aan alle patiënten te geven, ongeacht hun bloedgroep.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat dit bloedplasma geen bloedgroep-antistoffen bevat / geen klontering kan veroorzaken. (1)
Vraag 24 1 punt
Het toedienen van antistoffen tegen ebola kan ook via een bloedtransfusie met volledig bloed van een genezen persoon. In zo’n geval wordt geadviseerd om aan vrouwen tussen de 15 en 45 jaar oud alleen resusnegatief bloed te geven. Dit advies wordt gegeven om problemen bij een zwangerschap te voorkomen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in deze tabel aan of in resusnegatief bloed resusantigenen aanwezig kunnen zijn. Kruis ook aan of in dit bloed resusantistoffen aanwezig kunnen zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Gapen
Met echoscopie is aangetoond dat mensen al vóór de geboorte gapen (zie de afbeelding). Over de functie van gapen bestaan verschillende ideeën.
Vraag 25 1 punt
Gapen begint met een diepe inademing. Vroeger dacht men daarom dat gapen werd veroorzaakt door zuurstoftekort. Door te gapen zou er dan meer zuurstof in het bloed komen. Leg uit dat gapen bij een ongeboren baby niet tot gevolg kan hebben dat er meer zuurstof in het bloed komt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat bij een ongeboren baby zuurstof niet wordt opgenomen door de longen / uit het vruchtwater / via ademhaling / uit de lucht. (1)
Vraag 26 1 punt
Is gapen aangeleerd gedrag of is het erfelijk? Leg je antwoord uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- erfelijk, met een uitleg waaruit blijkt dat mensen al vóór de geboorte gapen (1)
Vraag 27 1 punt
Lisa gaapt. Daardoor gaat haar buis van Eustachius open en verandert de luchtdruk in haar trommelholte. In de afbeelding hieronder zie je delen van het oor.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
P
Q
R S
Welke letter in de afbeelding geeft de buis aan die opengaat als Lisa gaapt?
A letter P
B letter Q
C letter R
D letter S
Vraag 28 1 punt
Lisa is verkouden. Haar buis van Eustachius is verstopt met slijm en gaat niet goed open als ze gaapt. Daardoor komt haar trommelvlies onder druk te staan. Leg uit dat Lisa niet goed kan horen als het trommelvlies onder druk staat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat haar trommelvlies dan niet goed kan trillen. (1)
Kersenbomen
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 29 1 punt
In de afbeelding hieronder zie je een doorsnede van de stamper van een kersenbloem.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Kersenbomen
stuifmeelkorrel
eicel
Heeft bij deze bloem bestuiving plaatsgevonden? En heeft er bevruchting plaatsgevonden?
A geen van beide
B alleen bestuiving
C alleen bevruchting
D zowel bestuiving als bevruchting
Op één chromosomenpaar van een kersenboom bevindt zich gen S. Gen S kan in vier verschillende typen voorkomen: S1, S2, S3 en S4. Een stuifmeelbuis kan alleen groeien als de stuifmeelkorrel een ander type van gen S heeft dan de cellen van de stamper (zie de afbeelding).
S-genen in stuifmeelkorrels S1 S2 S1 S3 S3 S4
stempel
stijl
S-genen in stamper S1S2 S1S2 S1S2 Legenda: geen stuifmeelbuis
Vraag 30 1 punt
Op de stamper van een kersenboom met genotype S1S2 komen stuifmeelkorrels terecht van een kersenboom met genotype S2S3. Hoe groot is de kans op nakomelingen met genotype S2S2?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Gevlekte hyena’s
Gevlekte hyena’s leven in groepen in Afrika. In elke groep heerst een rangorde onder de mannetjes en onder de vrouwtjes. Hierbij spelen dominante en onderdanige gedragingen een rol. Onderzoekers observeren het gedrag van vijf vrouwtjes in een groep gevlekte hyena’s. Ze bepalen de rangorde van deze vrouwtjes aan de hand van het aantal onderdanige gedragingen van elk vrouwtje tegenover de andere vier. In de tabel staat een deel van de resultaten.
aantal onderdanige gedragingen van Eshe tegenover tegenover tegenover tegenover Akua Delu Chipo Binah
0 13 20 0
Vraag 31 1 punt
De onderzoekers stellen vast dat Eshe op plaats 3 in de rangorde van de vijf vrouwtjes staat. Kan op grond van deze resultaten bepaald worden of Akua hoger of lager in rang staat dan Delu? En zo ja, wie staat er dan hoger in rang?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 32 1 punt
Hoe hoger een vrouwtje in rang staat, des te hoger is het gehalte aan testosteron in haar bloed. Als een dominant vrouwtje zwanger is, stijgt het testosterongehalte. Deze stof komt via de placenta in het bloed van de embryo’s terecht. Hierdoor vertonen de pasgeboren hyena’s in het nest al paringsgedrag. Wat is de inwendige prikkel voor dit paringsgedrag?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- testosteron/(geslachts)hormoon (1)
Bilirubine
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 33 1 punt
Bilirubine is een afvalstof die in de lever ontstaat bij de afbraak van rode bloedcellen. Bilirubine wordt samen met gal afgevoerd naar het verteringskanaal. Een deel van de bilirubine komt uiteindelijk in de ontlasting terecht. Drie delen van het verteringskanaal zijn:
1 dikke darm
2 dunne darm
3 endeldarm In welke volgorde passeert bilirubine deze delen op weg naar de anus?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 34 1 punt
Bij sommige mensen kan bilirubine niet goed vanuit de lever naar het verteringskanaal afgevoerd worden. Een deel van deze stof komt dan in het bloed terecht. Geef de naam van het bloedvat dat bloed met bilirubine uit de lever afvoert.
Bekijk het antwoord
- leverader (1)
Vraag 35 1 punt
De bilirubine die in het bloed terechtgekomen is, wordt met de urine uitgescheiden. In de afbeelding zie je delen van het uitscheidingsstelsel. Welke letter geeft een deel aan dat bilirubine uit het bloed verwijdert, waardoor die stof in de urine terechtkomt? P
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Tuinslakken
Op de foto zie je een tuinslak. De huisjes van deze tuinslakken kunnen geel of bruin zijn. De kleur is een erfelijke eigenschap. Het gen voor de bruine kleur is dominant (A).
Vraag 36 2 punten
Een tuinslak die heterozygoot is voor de kleur van het huisje paart met een homozygote tuinslak. Ze krijgen nakomelingen met een bruin huisje en nakomelingen met een geel huisje. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Schrijf in deze tabel het genotype en het fenotype op van de homozygote ouder.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
de juist ingevulde tabel:
genotype van de homozygote ouder aa fenotype van de homozygote ouder geel (huisje)
Opmerking Als het genotype met AA of Aa is aangegeven en bij het fenotype “bruin” is ingevuld, mag 1 scorepunt worden toegekend.
Vraag 37 2 punten
In een tuin is de bodem bedekt met bruin strooisel. Strooisel bestaat uit dode resten van organismen. In deze tuin leeft een populatie slakken. Er zijn slakken met gele huisjes en slakken met bruine huisjes. De slakken eten van de dode resten op de bodem van de tuin. Zelf worden de slakken gegeten door vogels. In de loop van enkele jaren neemt het deel van de populatie dat bestaat uit slakken met gele huisjes af. Het deel met bruine huisjes neemt juist toe. Dit is het gevolg van natuurlijke selectie. Leg uit hoe door natuurlijke selectie het aantal slakken met bruine huisjes in deze populatie toeneemt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- slakken met een bruin huisje een grotere overlevingskans hebben (dan slakken met een geel huisje) (1)
- daardoor slakken met een bruin huisje een grotere kans hebben om zich voort te planten (1)
Familieonderzoek
Bij een onderzoek naar erfelijke aandoeningen wordt het erfelijk materiaal van de leden van verschillende families onderzocht.
Vraag 38 1 punt
In de afbeelding zie je stambomen van drie families waarin een bepaalde erfelijke ziekte voorkomt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
familie 1 familie 2 familie 3 Legenda: man zonder de ziekte vrouw zonder de ziekte man met de ziekte vrouw met de ziekte
Voor genetisch onderzoek naar deze ziekte moet erfelijk materiaal beschikbaar zijn van drie familieleden met die ziekte. Deze drie familieleden moeten nauw aan elkaar verwant zijn. Slechts één van deze drie families voldoet aan die voorwaarde. Welke familie is dat?
A familie 1
B familie 2
C familie 3
Vraag 39 1 punt
In de familie De Bruin komt een ziekte voor. Uit onderzoek blijkt dat de ziekte erfelijk is. In de afbeelding zie je de stamboom van de familie De Bruin.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Legenda:
1 2 man zonder de ziekte man met de ziekte vrouw zonder de ziekte
3 4 5 6 vrouw met de ziekte
7 8 9 10
Uit gegevens in de stamboom kan afgeleid worden dat het gen voor de ziekte recessief is. Uit welke gegevens kan dat met zekerheid afgeleid worden?
A uit de fenotypen van 1, 2 en 4 samen
B uit de fenotypen van 3, 4 en 8 samen
C uit de fenotypen van 5, 6 en 9 samen
Vraag 40 1 punt
Mila de Bruin is zwanger en wil weten of haar ongeboren baby de erfelijke ziekte heeft. Geef de naam van een methode om cellen van de ongeboren baby weg te nemen voor prenataal onderzoek.
Bekijk het antwoord
- vlokkentest/vruchtwaterpunctie (1)
Gif en poep
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 41 1 punt
In de Mojavewoestijn in de Verenigde Staten leven bosratten die van giftige creosootstruiken eten. De ratten worden niet ziek van het gif. Wetenschappers hebben ontdekt dat in het verteringskanaal van deze ratten bacteriën leven die het gif afbreken. In een experiment kreeg een aantal van deze bosratten een behandeling met antibiotica. Daarna werden ze wél ziek als ze van de giftige struiken aten. Leg uit waardoor de bosratten na de behandeling met antibiotica wel ziek werden van het gif.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de bacteriën (in het verteringskanaal van de bosratten) door antibiotica gedood worden. (1)
Vraag 42 2 punten
Bosratten die in andere delen van de Verenigde Staten leven, worden ziek als ze van creosootstruiken eten. Deze bosratten zijn wél gevoelig voor het gif. De wetenschappers vragen zich af of ze zulke bosratten ongevoelig voor het gif kunnen maken. Ze doen een onderzoek waarbij ze voedselbrokjes gebruiken die gemengd zijn met poep van bosratten uit de Mojavewoestijn. In die poep zitten veel darmbacteriën. Schrijf een werkplan op voor zo’n onderzoek.
Bekijk het antwoord
- een (groot) aantal gevoelige bosratten in twee groepen verdelen, de ene groep voedsel gemengd met poep (van ongevoelige ratten) geven, de andere groep voedsel zonder die poep geven (1)
- (na enige tijd) de gevoeligheid voor het gif in beide groepen vergelijken (door ze van creosootstruiken te laten eten) (1)
Vraag 43 1 punt
Romy en Ari spreken met elkaar over het onderzoek met gevoelige bosratten. Romy zegt dat dit onderzoek geen ongevoelige bosratten zal opleveren. Ze heeft geleerd dat bij mensen bacteriën in het voedsel niet levend in de dunne darm aankomen. Leg uit waardoor bij mensen de meeste bacteriën in het voedsel niet levend in de dunne darm aankomen.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat bacteriën gedood worden door (stoffen in) speeksel/maagsap/maagzuur. (1)
Puberteit
Gebruik de informatie in de bijlage om vraag 44 tot en met 54 te beantwoorden.
Vraag 44 1 punt
GH en gonadotrofinen hebben invloed op processen in het lichaam. In een tabel op de uitwerkbijlage staan twee van die lichaamsprocessen. Kruis in deze tabel bij elk proces aan of dit volgens de informatie wordt beïnvloed door GH of door gonadotrofinen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 45 1 punt
In de afbeelding zie je een doorsnede van de huid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Welke letter geeft een deel van de huid aan dat bij acne verstopt en ontstoken is?
A letter P
B letter Q
C letter R
D letter S
Vraag 46 1 punt
In de informatie staat dat bij ernstige acne een bepaalde crème gebruikt kan worden. Hoe heet het deel van de opperhuid dat sneller afschilfert bij gebruik van deze crème?
Bekijk het antwoord
- hoornlaag (1)
Vraag 47 2 punten
In de informatie staat een tabel met gegevens over energiebehoefte. Op de uitwerkbijlage staat een stuk grafiekpapier. Maak op dit grafiekpapier een staafdiagram van de gemiddelde energiebehoefte per dag van mannen in de leeftijdsgroepen 4-8 jaar, 9-13 jaar, 14-18 jaar en 19-30 jaar.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Het eerste scorepunt niet toekennen als bij de verticale as de grootheid en/of de eenheid ontbreekt.
Vraag 48 2 punten
In tabel 1 van informatie 3 is te zien dat na de puberteit de energiebehoefte per dag afneemt. Dit heeft onder andere te maken met de afname van de productie van GH. Leg uit waardoor de energiebehoefte afneemt als de productie van GH afneemt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- (door afname van GH) de groei afneemt (1)
- daardoor minder energierijke stoffen nodig zijn (1)
Vraag 49 2 punten
Tijdens de biologieles rekent Chantal haar BMI uit. Ze is 1,70 meter lang en weegt 58 kilogram. Wat is de BMI van Chantal? En tot welke gewichtsklasse behoort ze? Gebruik informatie 3. Schrijf je antwoord zo op: BMI: ........................................................... gewichtsklasse: ..........................................
Bekijk het antwoord
- (BMI:) 20 (of nauwkeuriger) (1)
- (gewichtsklasse:) gezond gewicht (1)
Vraag 50 1 punt
Volgens informatie 4 zijn delen van het brein tijdens de puberteit nog volop in ontwikkeling, zoals de temporale en de frontale schors. Hoe heet het deel van de hersenen waarin zich de temporale schors bevindt?
Bekijk het antwoord
- grote hersenen (1)
Vraag 51 1 punt
In informatie 4 wordt het hormoon cortisol genoemd. Welke letter in de afbeelding geeft een orgaan aan dat cortisol produceert?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
R S
T
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Vraag 52 1 punt
In informatie 5 wordt de invloed van een aantal geslachtschromosomen op de puberteit beschreven. Welke geslachtschromosomen heeft een jongen met het syndroom van Klinefelter in een levercel?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 53 1 punt
Het syndroom van Turner wordt soms pas in de puberteit opgemerkt. Leg met behulp van de informatie uit waardoor het syndroom van Turner dan wél opgemerkt kan worden.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat meisjes met het syndroom van Turner in de puberteit niet ongesteld worden. (1)
Vraag 54 1 punt
Het syndroom van Turner kan vastgesteld worden door bloedonderzoek. Rode bloedcellen en bloedplaatjes zijn voor zo’n onderzoek niet geschikt. In de afbeelding zie je enkele bloeddeeltjes.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Herziene opgaven · Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat alleen witte bloedcellen een kern/chromosomen/DNA/erfelijk materiaal hebben. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-18-1-o
Andere examens biologie vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 54. Van 51 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (9), zenuwstelsel en hormonen (7) en voeding en vertering (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-18-1-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.