Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een bloementaart, Dwerggroei bij katten, Te vroeg geboren, Gedrag bij wulpen, De penis, Een voedselweb, Wespenallergie, Koningsvissen, Luizen bij duiven, Darmbacteriën, CRISPR-Cas-systeem, Spruitjes, Transgender personen, Uv-straling, Bescherming bij het lassen, Tandenpoetsen bij honden.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (10), zenuwstelsel en hormonen (7) en voortplanting (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voeding en vertering1, 5, 25-27, 31-32, 37, 49, 5110
Zenuwstelsel en hormonen4, 22-23, 40, 44-467
Voortplanting7-8, 14-15, 38-396
Gedrag11-13, 29-30, 526
Afweer20-21, 24, 504
Erfelijkheid6, 34, 413
Ademhaling9, 47-483
Bloedsomloop10, 16, 283
Ecologie17-193
Cellen33, 42-433
Planten en fotosynthese2-32
DNA en eiwitsynthese351
Evolutie361

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over voeding en vertering (19% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Een bloementaart

Karel leest in een kookboek dat je sommige bloemen kunt eten. Hij kiest een recept voor een bloementaart uit. Enkele van de benodigde ingrediënten staan hieronder.

− 100 g roomboter

  • 150 mL melk
  • 300 g tarwemeel
  • 400 g bloemkool
  • 150 g pompoenpitten
  • gele kroonbladeren van zonnebloemen
  • paarse kroonbladeren van viooltjes
  • 1 citroen

Vraag 1 1 punt

De meeste ingrediënten bevatten vezels. Noteer een ingrediënt uit dit recept dat geen vezels bevat.

Bekijk het antwoord
  • roomboter / melk (1)

Vraag 2 1 punt

Zitten in dit recept de kroonbladeren van insectenbloemen of van windbloemen? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • van insectenbloemen, met een uitleg waaruit blijkt dat de kroonbladeren in het recept opvallend/gekleurd zijn (1)

Vraag 3 2 punten

Drie plantaardige ingrediënten van deze bloementaart zijn ontstaan na bevruchting van de plant. Noteer de drie ingrediënten uit dit recept die na bevruchting ontstaan zijn.

Bekijk het antwoord
  • tarwe(meel), pompoenpit(ten), citroen indien drie ingrediënten juist (2) indien twee ingrediënten juist (1) indien minder dan twee ingrediënten juist (0) (2)

Dwerggroei bij katten

Als een kat zich niet goed ontwikkelt en delen van het lichaam te klein blijven, wordt dat dwerggroei genoemd. Een voorbeeld hiervan is het kattenras Munchkin, waarbij de katten zeer korte poten hebben in verhouding tot hun lichaam (zie de afbeelding). Dwerggroei kan verschillende oorzaken hebben.

Vraag 4 1 punt

Dwerggroei kan ontstaan doordat de hypofyse en de schildklier minder goed werken. Geef de naam van het orgaanstelsel waar de hypofyse en de schildklier bij horen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (het) hormoonstelsel (1)

Vraag 5 1 punt

Als het voedsel van een jonge kat te weinig kalkzouten bevat, kan dit ook tot dwerggroei leiden. Leg uit hoe een tekort aan kalkzouten dwerggroei kan veroorzaken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat kalkzouten belangrijke bouwstoffen zijn / nodig zijn voor de groei van de botten. (1)

Vraag 6 2 punten

Soms is dwerggroei erfelijk bepaald. Dwerggroei wordt dan bepaald door een dominant gen (A). Kattenembryo’s die homozygoot dominant zijn voor dit gen, sterven voordat ze geboren worden. Twee katten met erfelijk bepaalde dwerggroei krijgen samen nakomelingen. De katten krijgen veel jongen:

  • doodgeboren jongen;
  • jongen met dwerggroei;
  • jongen met een normale groei.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juist ingevulde tabel en de juiste conclusie:

genotype zaadcellen

De kans op vroegtijdige sterfte van de kattenembryo’s is 25% / 0,25 / ¼

Te vroeg geboren

Een zwangerschap duurt gemiddeld 39 weken. Soms worden baby’s te vroeg of extreem vroeg geboren. Deze baby’s kunnen verschillende gezondheidsproblemen krijgen.

Vraag 7 1 punt

In deze tabel zie je hoeveel baby’s er in 2016 in Nederland werden geboren en hoelang de zwangerschap duurde.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 1,67% / 1,7% / 2% (1)

duur van de aantal geboren 2016 zwangerschap baby’s over tijd geboren langer dan 42 weken 3.155 op tijd geboren van 37 t/m 42 weken 154.358 te vroeg geboren van 33 t/m 36 weken 8.754 extreem vroeg geboren van 23 t/m 32 weken 2.828 totaal aantal geboren baby’s 169.095

Hoeveel procent van deze baby’s is extreem vroeg geboren?

Vraag 8 1 punt

Een extreem vroege geboorte kan gebeuren als een foetus niet goed groeit. In de afbeelding zie je een foetus in de buik van de moeder.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de foetus via deel P voedingsstoffen/bouwstoffen / zuurstof krijgt van zijn moeder. (1)

Leg uit welke rol deel P heeft bij de groei van de foetus.

Vraag 9 1 punt

Een te vroeg geboren baby moet soms beademd worden. De dokter plaatst dan een slangetje om lucht in de longen te blazen. Het slangetje moet in de juiste buis in de keel geplaatst worden. Hieronder zie je twee schematische tekeningen. In één tekening is het slangetje op de juiste wijze geplaatst.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (in tekening) P, met een uitleg dat in tekening P het slangetje in de luchtpijp geplaatst is / dat in tekening Q het slangetje in de slokdarm geplaatst is (1)

In welke tekening is het slangetje op de juiste wijze geplaatst voor een succesvolle beademing? Leg je antwoord uit.

Vraag 10 1 punt

Het hart van een te vroeg of extreem vroeg geboren baby is soms onvoldoende ontwikkeld. In de afbeelding hieronder is links een normaal ontwikkeld hart getekend en rechts een onvoldoende ontwikkeld hart.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • linkerkamer / aorta / hartkleppen / halvemaanvormige kleppen (1)

Gedrag bij wulpen

Biologen bestuderen het gedrag van wulpen in een weiland. Wulpen zijn vogels met gebogen, lange snavels waarmee zij wormen en larven uit de grond halen.

De biologen beschrijven enkele gedragingen in een tabel en voegen een tekening toe (zie de tabel hieronder).

afkorting beschrijving tekening LO loopt op twee poten

PO poetst zijn veren met de snavel

SE staat stil op één poot

ST staat stil op twee poten

RV rust met snavel tussen de veren

Vraag 11 1 punt

Wat is de naam van zo’n tabel met beschrijvingen van gedragingen?

  1. A ethogram
  2. B practicum
  3. C protocol
  4. D veldwaarneming

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Een bioloog observeert één wulp. Met een stopwatch houdt ze gedurende één minuut bij, welk gedrag ze ziet. De resultaten zie je in de afbeelding.

Vraag 12 1 punt

Welke gedragingen vertoont de wulp achter elkaar gedurende de eerste twaalf seconden van de observatie?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A

B

C

D

E

F

Vraag 13 1 punt

Hoeveel seconden besteedt de wulp aan lopen gedurende deze minuut?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • twee / 2 (seconden) (1)

De penis

In de puberteit krijgt een jongen voor het eerst een zaadlozing. Bij seksuele opwinding wordt zijn penis stijf. Bij de zaadlozing wordt een bepaalde verbinding afgesloten, zodat er geen sperma in de blaas terechtkomt.

Vraag 14 1 punt

Als de penis stijf wordt, vult een deel van de penis zich met bloed. Geef de naam van dit deel.

Bekijk het antwoord
  • (het) zwellichaam / (de) zwellichamen (1)

Vraag 15 1 punt

In de afbeelding zie je de organen van het mannelijke voortplantingsstelsel. Vier plaatsen zijn met letters aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Met welke letter is de plaats aangegeven waar tijdens de zaadlozing de verbinding afgesloten wordt?

A met letter P

B met letter Q

C met letter R

D met letter S

Vraag 16 2 punten

Als de penis stijf wordt, stroomt er meer bloed doorheen. Door welk bloedvat stroomt het bloed de penis in? En hoort dit bloedvat bij de grote of bij de kleine bloedsomloop? Op de uitwerkbijlage staat een zin over de stijf wordende penis. Omcirkel de juiste woorden in deze zin.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • penisslagader (1)
  • grote (1)

Een voedselweb

Faizal maakt dit voedselweb met tien groepen organismen.

Vraag 17 1 punt

Uit het voedselweb leidt Faizal een voedselketen af die uit vier schakels bestaat en waarin roofvogels voorkomen. Schrijf deze voedselketen op.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de schakels niet door pijlen in de juiste richting verbonden zijn, geen scorepunt toekennen.
  • Als er een voedselketen van vijf schakels is getekend, dan geen scorepunt toekennen.
  • Als een voedselketen zonder plant is getekend, dan geen scorepunt toekennen.

Vraag 18 2 punten

De biologiedocent doet drie beweringen over dit voedselweb. Op de uitwerkbijlage staan deze drie beweringen in een tabel. Kruis voor elke bewering aan of die juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: juist onjuist Elke voedselketen in het voedselweb begint met een X consument. De bladluizen maken deel uit van vier voedselketens. X In het voedselweb komen geen alleseters voor. X indien drie juiste regels (2) indien twee juiste regels (1) indien minder dan twee juiste regels (0) (2)

Vraag 19 1 punt

De biologiedocent bespreekt met Faizal hoe zijn voedselweb eruit zou zien als er geen boerenkoolplanten waren. Uit hoeveel groepen organismen bestaat het voedselweb van Faizal als hij de boerenkoolplanten weglaat?

  1. A uit 6 groepen organismen
  2. B uit 7 groepen organismen
  3. C uit 8 groepen organismen
  4. D uit 9 groepen organismen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Wespenallergie

Door een steek van een wesp krijg je een gifstof in je lichaam. Er ontstaat daardoor een pijnlijk gezwel. Bij sommige mensen veroorzaakt een wespensteek een allergische reactie. Bij een allergische reactie kunnen er vele rode bultjes op de huid ontstaan. Ook kan een allergische reactie leiden tot een astma-aanval of een opgezwollen keel.

Bij een allergische reactie reageren witte bloedcellen op het gif van de wesp door antistoffen te maken. Hierbij komt de stof histamine vrij. Histamine zorgt ervoor dat de bloedvaten wijder worden. Door histamine laten de wanden van de haarvaten ook meer vocht door naar het weefsel, waardoor de rode bultjes en zwellingen ontstaan.

Je ziet een afbeelding waarin de drie stappen van de allergische reactie schematisch zijn getekend met antigenen, antistoffen en witte bloedcellen.

stap 1 stap 2 stap 3

Vraag 20 1 punt

Op de uitwerkbijlage zie je een tabel met de symbolen die gebruikt zijn voor dit schema. Kruis in de tabel bij elk symbool de juiste naam aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 21 1 punt

Gaat de bloeddruk omlaag of omhoog als er veel histamine in het bloed komt? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan het antwoord omlaag met een juiste uitleg 1 scorepunt toekennen.

Er zijn twee mogelijkheden om zo’n allergische reactie na een wespensteek te voorkomen:

1 Noodpen: Met een noodpen kan na een wespensteek adrenaline worden geïnjecteerd. Adrenaline vernauwt de bloedvaten en zorgt dat de luchtwegen wijder worden.

2 Immuuntherapie: Door steeds een beetje meer wespengif toe te dienen, wordt het afweersysteem minder gevoelig gemaakt. Het lichaam went er langzaam aan en het immuunsysteem zal minder heftig gaan reageren wanneer iemand gestoken wordt door een wesp. De immuuntherapie duurt 3 tot 5 jaar.

Vraag 22 1 punt

Adrenaline wordt ook in het lichaam gemaakt. Door welke hormoonklier wordt adrenaline gemaakt?

  1. A door de alvleesklier
  2. B door de bijnieren
  3. C door de hypofyse
  4. D door de schildklier

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 23 2 punten

Adrenaline beïnvloedt het bloedvatenstelsel en het ademhalingsstelsel. Geef de naam van nog een orgaanstelsel dat door adrenaline beïnvloed wordt en noteer welke invloed adrenaline op dat orgaanstelsel heeft. Schrijf je antwoord zo op: orgaanstelsel: ........................................ invloed adrenaline: .................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • orgaanstelsel: spierstelsel / spijsverteringstelsel (1)
  • invloed adrenaline: versterkt de activiteit van de spieren / het glucosegehalte van het bloed wordt verhoogd (1)

Vraag 24 1 punt

Is de productie van antistoffen tegen het wespengif toegenomen of afgenomen na de immuuntherapie? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (De productie van antistoffen tegen het wespengif is) afgenomen. Het immuunsysteem is minder gevoelig, dus zal het minder antistoffen maken. (1)

Koningsvissen

Koningsvissen zijn grote vissen die diep in zee kunnen leven. Koningsvissen hebben een constante lichaamstemperatuur, in tegenstelling tot de meeste vissoorten.

Vraag 25 1 punt

In de spieren van de koningsvissen ontstaat warmte. Geef de naam van het stofwisselingsproces in de spieren waardoor warmte ontstaat.

Bekijk het antwoord
  • verbranding (1)

Vraag 26 1 punt

Door een hogere lichaamstemperatuur kunnen koningsvissen sneller bewegen dan vissen van gelijke grootte met een lagere lichaamstemperatuur. Wat is hiervan een voordeel?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist voordeel: − Ze kunnen sneller achter hun prooi aan zwemmen. − Ze kunnen sneller vluchten. (1)

Onderzoekers hebben de lichaamstemperatuur van een koningsvis gemeten terwijl hij in zee zwom. Hieronder staat een deel van deze meting in een diagram uitgezet.

Vraag 27 1 punt

Over dit diagram worden twee uitspraken gedaan.

1 Hoe dieper de koningsvis zwemt, hoe meer zijn lichaamstemperatuur daalt.

2 De koningsvis is tijdens de meting op meer dan 80 meter diepte geweest. Wat is juist?

  1. A alleen uitspraak 1
  2. B alleen uitspraak 2
  3. C beide uitspraken
  4. D geen van beide uitspraken

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Koningsvissen hebben een enkelvoudige bloedsomloop. Het hart heeft één boezem en één kamer (zie de afbeelding hieronder). Enkele bloedvaten zijn met een letter aangegeven. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Vraag 28 1 punt

Welke letter geeft een bloedvat aan waar zuurstofrijk bloed doorheen stroomt?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Luizen bij duiven

Tussen de veren van duiven leven luizen die zich voeden met eiwitten en vetten uit die veren. Veel luizen hebben dezelfde kleur als de veren van de duiven waar ze op leven. Alle luizen behoren tot dezelfde soort. De duiven proberen de luizen bij elkaar of bij zichzelf te verwijderen door met hun snavel door de veren te strijken en de luizen eraf te vegen. Dit wordt ‘preening’ genoemd.

Biologen onderzoeken dit preening-gedrag bij de duiven. De biologen hebben daarvoor een snavelkapje ontwikkeld. Duiven die zo’n kapje over hun snavel krijgen, kunnen de luizen niet meer verwijderen, maar kunnen zich nog wel voeden.

Vraag 29 1 punt

Tot welk type gedrag hoort preening?

  1. A tot broedzorg
  2. B tot imponeergedrag
  3. C tot verzorgingsgedrag
  4. D tot voedingsgedrag
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

De biologen willen weten of natuurlijke selectie een rol speelt in de aanpassing van de luizen aan de veerkleur van de duif. Ze doen een nieuwe proef die een aantal jaren duurt.

De biologen hebben vier groepen duiven samengesteld:

  • witte duiven met snavelkapjes
  • witte duiven zonder snavelkapjes
  • zwarte duiven met snavelkapjes
  • zwarte duiven zonder snavelkapjes

Alle duiven worden besmet met grijze luizen. Een luis leeft ongeveer

50 dagen en kan in die tijd tot wel 300 nakomelingen krijgen. Na vier jaar bekijken de onderzoekers de kleuren van de luizen op de duiven.

Hieronder zie je de resultaten in een tabel.

kleur van de kleuren van de luizen na vier jaar luizen aan het begin op de duiven op de duiven met kleur duiven op alle duiven zonder snavelkapje snavelkapje

Vraag 30 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan drie beweringen over dit onderzoek. Kruis voor elke bewering aan of die juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: juist onjuist Door mutaties kunnen luizen met een andere X kleur ontstaan. De grijze luizen vallen bij witte duiven minder op X dan de witte luizen. Bij de duiven zonder snavelkapje vindt selectie X plaats op de kleur van de luizen. indien drie juiste regels (2) indien twee juiste regels (1) indien minder dan twee juiste regels (0) (2)

Darmbacteriën

In het verteringskanaal leven nuttige bacteriën en schadelijke bacteriën. Nuttige bacteriën bevorderen een goede werking van de darmen. Schadelijke bacteriën kunnen ontstekingen veroorzaken, waardoor verschillende ziekten kunnen ontstaan.

Vraag 31 1 punt

Om schadelijke bacteriën in de darmen te bestrijden, kunnen antibiotica gebruikt worden. Leg uit waardoor het gebruik van antibiotica ook nadelig kan zijn voor het goed functioneren van de darmen.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat antibiotica ook nuttige bacteriën in de darmen doden. (1)

Vraag 32 2 punten

In voedingsmiddelen met veel vezels komen bepaalde koolhydraten voor die samen als FOS aangeduid worden. Biologen vermoeden dat door FOS het aantal nuttige bacteriën in de darmen van muizen toeneemt. Ze doen een onderzoek om dit aan te tonen. Schrijf een werkplan op voor dit onderzoek.

Bekijk het antwoord
  • Eén groep muizen krijgt voeding met FOS, een andere groep krijgt dezelfde voeding zonder FOS (1)
  • Het aantal nuttige bacteriën in de darmen van beide groepen muizen wordt (na enige tijd) vergeleken (1)

CRISPR-Cas-systeem

Wetenschappers kunnen bij muizen een fout stukje DNA uit een chromosoom wegknippen, zodat er een gezond muizen-embryo kan ontstaan. Ze gebruiken daarvoor het CRISPR-Cas-systeem. In de tekeningen wordt schematisch uitgelegd hoe wetenschappers dat doen.

Een zaadcel van Daarna wordt Het Cas-eiwit Vervolgens gaat een muis wordt het Cas-eiwit in knipt het foute de bevruchte met een de eicel stukje DNA uit eicel delen. Er injectienaald in gebracht. een chromosoom ontstaat een een eicel van een van de zaadcel. embryo zonder muis gebracht. Hierdoor ontstaat fout DNA. er tijdelijk een gat in dat chromosoom. De eicel repareert het gat met DNA zonder fout.

Vraag 33 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan door welk type celdeling de cellen van stap 1 zijn ontstaan. Kruis ook aan door welk type celdeling de cellen van stap 4 zijn ontstaan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 34 1 punt

Het foute stukje DNA is ontstaan door een mutatie. Finn en Ilse praten over mutaties.

  • Finn zegt dat een mutatie kan ontstaan door radio-actieve straling.
  • Ilse zegt dat mutaties alleen ontstaan in geslachtscellen. Wie heeft gelijk?
  1. A Alleen Finn heeft gelijk.
  2. B Alleen Ilse heeft gelijk.
  3. C Finn heeft gelijk en Ilse heeft gelijk.
  4. D Geen van beiden heeft gelijk.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 35 1 punt

Wordt de mutatie volgens de informatie vóór of ná de bevruchting weggeknipt? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • ná de bevruchting, met een uitleg waaruit blijkt dat bij stap 1 de bevruchting plaatsvindt / dat de kernen van eicel en zaadcel al zijn samengesmolten (voordat er geknipt wordt) (1)

Spruitjes

Spruitjes zijn de okselknoppen van de spruitkoolplant (zie de afbeelding). Spruitjes maken deel uit van gezonde voeding, omdat ze veel vitamine C en voedingsvezels bevatten. Spruitjes stonden bekend om hun bittere smaak. Door kruising en selectie zijn er nu rassen die zoeter en minder bitter zijn. Dit proces heet veredeling en wordt uitgevoerd op plantenveredelingsbedrijven.

Vraag 36 1 punt

Kun je het veredelen en daardoor het ontstaan van spruitkoolrassen met een zoetere smaak een voorbeeld van evolutie noemen? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als een kandidaat ‘ja’ antwoordt en daar een vakinhoudelijk correct argument voor kan geven, mag het scorepunt worden toegekend.

Hieronder staat informatie over de voedingswaarde van 100 gram gekookte spruitjes.

voedingswaarde per 100 g gekookte spruitjes energie 189 kJ koolhydraten 5,2 g vitamine C 132 mg voedingsvezels 4,5 g

Vraag 37 1 punt

Pubers hebben gemiddeld per dag 90 mg vitamine C nodig. Hoeveel gram gekookte spruitjes moet je minimaal eten om 90 mg vitamine C binnen te krijgen? Leg je antwoord uit met een berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 68 (of nauwkeuriger) (gram gekookte spruitjes) voorbeeld van een juiste berekening: 90 : 132 x 100 = 68,18 (g) (1)

Transgender personen

Mensen worden een transgender persoon genoemd als ze mannelijke geslachtsorganen hebben maar zich vrouw voelen, of als ze vrouwelijke geslachtsorganen hebben maar zich man voelen.

Transgender personen die als man geboren zijn, kunnen zich met vrouwelijke geslachtshormonen laten behandelen. Daardoor krijgen ze geleidelijk aan vrouwelijke geslachtskenmerken. Met medicijnen remmen ze de productie van mannelijke geslachtshormonen af. Hieronder zie je welke effecten de behandeling heeft en na hoeveel tijd het maximale effect bereikt is.

maximaal effect bereikt na De spiermassa neemt af. 1 tot 2 jaar De borsten groeien. 2 tot 3 jaar De heupen worden breder. 2 tot 3 jaar De aanmaak van zaadcellen wordt minder. meer dan 3 jaar

Vraag 38 1 punt

Heeft een behandeling met vrouwelijke geslachtshormonen invloed op de primaire of op de secundaire geslachtskenmerken?

  1. A alleen op de primaire geslachtskenmerken
  2. B alleen op de secundaire geslachtskenmerken
  3. C op de primaire en op de secundaire geslachtskenmerken
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Soms laat een transgender persoon zich aan de geslachtsorganen opereren. De mannelijke geslachtsdelen worden dan zo veranderd dat ze lijken op vrouwelijke geslachtsdelen. De operatie gaat als volgt:

1 Er wordt een holte gemaakt tussen de endeldarm en de urinebuis.

2 De teelballen en delen van de penis worden verwijderd.

3 Van de penishuid wordt een vagina gemaakt.

4 Van de balzak worden schaamlippen gemaakt.

5 Van de eikel wordt een ander deel gemaakt.

Vraag 39 1 punt

Bij de operatie wordt van de eikel een vrouwelijk deel gemaakt dat dezelfde functie heeft als de eikel. Geef de naam van het deel dat bij een vrouw dezelfde functie heeft als de eikel.

Bekijk het antwoord
  • (de) clitoris / (de) kittelaar (1)

Vraag 40 1 punt

Na zo’n operatie is het niet meer nodig om medicijnen te gebruiken die de productie van mannelijke geslachtshormonen afremmen. Leg uit waardoor dit niet meer nodig is.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat er (na de operatie) geen teelballen meer zijn (die mannelijke geslachtshormonen maken). (1)

Vraag 41 1 punt

Verandert het genotype van een transgender persoon na zo’n operatie? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • Nee (het genotype verandert niet), met een uitleg waaruit blijkt dat door de operatie organen en weefsels veranderd zijn, maar niet de erfelijke informatie in de celkernen/cellen. (1)

Uv-straling

Als je gaat zonnen, kan je huid verbranden door de uv-straling van de zon. Pigmentcellen houden een deel van de uv-straling tegen.

Vraag 42 1 punt

Hoe heet het gedeelte van huid waarin de pigmentcellen worden gemaakt?

  1. A hoornlaag
  2. B kiemlaag
  3. C lederhuid
  4. D onderhuids bindweefsel
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 43 1 punt

Uv-straling beschadigt het DNA in de cellen van de huid. In welk deel van de cel bevindt zich dit DNA?

Bekijk het antwoord
  • (in de) celkern/kern (1)

Vraag 44 1 punt

Als je lang in de zon zit, krijg je het warm. Leg uit op welke manier je huid ervoor zorgt dat je lichaam weer afkoelt.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de huid het lichaam afkoelt door zweetproductie / het verwijden van bloedvaten. (1)

Bescherming bij het lassen

Theo is lasser. Met een lasapparaat kan hij twee stukken metaal met elkaar verbinden. Tijdens het lassen ontstaan hoge temperaturen, giftige gassen en fel licht. Speciale kleding beschermt Theo tegen brandwonden. Een afzuigkap voorkomt dat hij schadelijke gassen inademt. Een laskap voorkomt dat het felle licht zijn netvlies beschadigt.

Vraag 45 1 punt

In de afbeelding zie je een doorsnede van het oog.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: E (1)

Welke letter geeft het deel aan dat Theo met zijn laskap beschermt?

A letter P

B letter Q

C letter R

D letter S

E letter T

Vraag 46 2 punten

Als de huid tijdens het lassen onvoldoende beschermd wordt, kunnen brandwonden ontstaan. Bij een tweedegraads-brandwond is de huid verbrand tot en met de lederhuid. Daardoor raken onder andere zintuigen in de huid beschadigd. Noem twee zintuigen in de huid.

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende zintuigen: − drukzintuig − koudezintuig − pijnzintuig/zenuwuiteinde − tastzintuig − warmtezintuig per juist zintuig (1) (2)

Vraag 47 1 punt

Een enkele keer ademt Theo een giftig gas in. Het giftige gas stroomt dan door verschillende delen van het ademhalingsstelsel en wordt opgenomen in het bloed. Delen van het ademhalingsstelsel zijn: de bronchiën, de longblaasjes en de luchtpijp. In welke volgorde stroomt het giftige gas bij inademing door deze delen?

  1. A bronchiën longblaasjes luchtpijp
  2. B bronchiën luchtpijp longblaasjes
  3. C longblaasjes bronchiën luchtpijp
  4. D longblaasjes luchtpijp bronchiën
  5. E luchtpijp bronchiën longblaasjes
  6. F luchtpijp longblaasjes bronchiën
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 48 1 punt

Als Theo vaker giftige gassen zou inademen, kan hij bronchitis krijgen. In de bronchiën zit dan veel slijm als gevolg van een ontstekingsreactie. De haarvaten om de longblaasjes kunnen daardoor minder zuurstof opnemen. Leg uit dat de haarvaten minder zuurstof kunnen opnemen bij bronchitis.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat er minder lucht door de bronchiën kan gaan (door het slijm). (1)

Tandenpoetsen bij honden

Als honden veel tandplak hebben, kunnen ze een tandvleesontsteking krijgen. De dierentandarts adviseert de eigenaar dan om de tanden van de hond te poetsen.

Vraag 49 1 punt

In de afbeelding hieronder zie je een doorsnede van een tand van een hond. De delen hebben dezelfde namen en functies als bij de mens.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: E (1)

Welke letter geeft het tandbeen aan?

A letter P

B letter Q

C letter R

D letter S

E letter T

Vraag 50 1 punt

De hond van Mikaela heeft een tandvleesontsteking. De dierentandarts kijkt door de microscoop en ziet in het slijm uit de bek van de hond cellen van bacteriën en schimmels. Op de uitwerkbijlage staan twee kenmerken van bacteriën en schimmels. Kruis in de tabel voor elk kenmerk aan of dit hoort bij bacteriën of bij schimmels.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 51 1 punt

Door het tandenpoetsen wordt de speekselproductie verhoogd. De dierentandarts legt uit dat daardoor de kans op een tandvleesontsteking wordt verlaagd. Leg uit hoe speeksel beschermt tegen tandvleesontsteking.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste uitleg: − Speeksel doodt bacteriën/ziekteverwekkers / bevat enzymen tegen bacteriën. − Speeksel spoelt bacteriën/ziekteverwekkers weg uit de mondholte. (1)

Vraag 52 1 punt

Mikaela wil haar hond door middel van conditionering leren stil te zitten als zij bij hem de tanden poetst. Leg uit wat Mikaela moet doen om haar hond te conditioneren.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat Mikaela de hond moet belonen als hij stilzit / moet straffen als hij beweegt (bij het tanden poetsen). (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-23-1-o

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (10), zenuwstelsel en hormonen (7) en voortplanting (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.