Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Katten, Slikken, Ivf-behandeling, Kinkhoest, De kokospalm, Netwerk van schimmeldraden, HPV, Labradors fokken, Hongerige fruitvliegen, Slingerapen, Vetten en hormonen, Thermotherapie, Wolven.
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 loopt tot vraag 49. Van 46 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (7), voortplanting (7) en gedrag (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Voeding en vertering | 3-4, 6, 28, 30-31, 39 | 7 |
| Voortplanting | 7-10, 16, 33-34 | 7 |
| Gedrag | 23, 26-27, 41-43 | 6 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 1-2, 5, 24-25 | 5 |
| Afweer | 11-12, 18-19, 44 | 5 |
| Erfelijkheid | 20-22, 47 | 4 |
| Evolutie | 35-36, 48-49 | 4 |
| Planten en fotosynthese | 13-15 | 3 |
| Ecologie | 17, 40 | 2 |
| Bloedsomloop | 29 | 1 |
| Ademhaling | 38 | 1 |
| DNA en eiwitsynthese | 46 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Katten
Katten jagen vaak in de schemering op muizen. Bij katten bevindt zich achter het netvlies een extra vlies, het tapetum. Het tapetum kaatst licht dat door het netvlies heen gegaan is, terug naar het netvlies. Hierdoor kunnen katten in de schemering beter zien dan mensen.
Vraag 1 1 punt
De ogen van katten hebben dezelfde twee typen zintuigcellen als mensen. Een kat heeft méér zintuigcellen van het type dat bij weinig licht prikkels kan verwerken. Hoe heet dit type zintuigcellen?
Bekijk het antwoord
- staafjes (1)
Vraag 2 1 punt
Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken over de terugkaatsing van licht in de ogen van katten. Kruis bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
In de afbeelding zie je het verteringsstelsel van een kat. De delen hebben dezelfde namen en functies als bij het verteringsstelsel van een mens.
Vraag 3 2 punten
Klieren geven verteringssappen met enzymen af aan de inhoud van de delen Q en R van het verteringsstelsel. Schrijf de namen op van twee van die verteringssappen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het noemen van gal géén scorepunt toekennen.
Vraag 4 1 punt
In deel S van het verteringskanaal worden de meeste verteerde voedingsstoffen opgenomen in het bloed. Hoe heet dit deel van het verteringskanaal?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- dunne darm (1)
Slikken
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 5 1 punt
Slikken is een reflex die optreedt als zintuigcellen achter op de tong geprikkeld worden. Om deze slikreflex te laten plaatsvinden, worden impulsen langs zenuwcellen geleid. Worden deze impulsen via bewegingszenuwcellen geleid? En worden ze via gevoelszenuwcellen geleid?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 6 1 punt
In de afbeelding zie je enkele delen in het hoofd en de hals die betrokken zijn bij het slikken. Eén van die delen is de huig.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Ivf-behandeling
Soms willen vrouwen zwanger worden, maar lukt dat niet op een natuurlijke manier. Deze vrouwen kunnen in aanmerking komen voor een ivf-behandeling. Bij een ivf-behandeling wordt een eicel buiten het lichaam van een vrouw bevrucht en daarna in een bepaald orgaan geplaatst.
Vraag 7 1 punt
In de afbeelding zie je enkele organen van een vrouw.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig en juist antwoord 1 scorepunt toekennen.
P Q
R
S
T
Geef de letter én de naam van het orgaan waarin een bevruchte eicel wordt geplaatst bij een ivf-behandeling. Schrijf je antwoord zo op: letter: ................................................... naam: ..................................................
Vraag 8 1 punt
Van een vrouw die in aanmerking wil komen voor een ivf-behandeling wordt de urine onderzocht. In de urine worden cellen met een celkern aangetroffen. Kunnen dit bacteriën zijn? En kunnen dit cellen van de vrouw zijn?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 9 1 punt
Als een vrouw ook na een ivf-behandeling niet zwanger raakt, kan het zijn dat haar baarmoederslijmvlies te dun is voor een zwangerschap. Leg uit waardoor een zwangerschap niet mogelijk is bij een vrouw met een te dun baarmoederslijmvlies.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat dan geen innesteling mogelijk is / dat de placenta zich niet (voldoende) kan ontwikkelen. (1)
Vraag 10 1 punt
In het baarmoederslijmvlies bevinden zich onder andere bloedvaten en slijmvliescellen. Bestaat het baarmoederslijmvlies uit één type weefsel? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- Nee, met een uitleg waaruit blijkt dat niet alle cellen (in het baarmoederslijmvlies) eenzelfde vorm/functie hebben. (1)
Kinkhoest
Kinkhoest is een infectieziekte van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door een bacterie. De bacterie wordt overgebracht door hoesten en niezen. Baby’s krijgen de eerste vaccinatie tegen kinkhoest als ze twee maanden oud zijn.
Vraag 11 1 punt
Baby Fanny krijgt haar eerste vaccinatie tegen kinkhoest. Zij en haar moeder zijn nog niet in aanraking geweest met kinkhoestbacteriën. Hieronder zie je vier diagrammen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (1)
diagram 1 diagram 2 hoeveelheid hoeveelheid kinkhoest- kinkhoest- antistof antistof in het bloed in het bloed
tijd tijd vaccinatie vaccinatie
diagram 3 diagram 4 hoeveelheid hoeveelheid kinkhoest- kinkhoest- antistof antistof in het bloed in het bloed
tijd tijd vaccinatie vaccinatie
Eén van de diagrammen geeft de hoeveelheid kinkhoest-antistoffen in het bloed van Fanny juist weer. Welk diagram is dat?
A diagram 1
B diagram 2
C diagram 3
D diagram 4
Vraag 12 2 punten
Als een vrouw tegen het eind van haar zwangerschap wordt ingeënt tegen kinkhoest, dan is de baby vlak na de geboorte beschermd tegen deze ziekte. Leg uit waardoor zo’n inenting van de moeder de pasgeboren baby beschermt tegen kinkhoest.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de moeder na de inenting antistoffen aanmaakt (1)
- deze antistoffen aan de baby worden doorgegeven via de placenta / via de moedermelk (1)
De kokospalm
De kokospalm is een boom die in veel tropische en subtropische gebieden groeit en wel 30 meter hoog kan worden. De boom heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen die in bundels vanuit de oksels van de bladeren groeien (zie de afbeelding). De vrouwelijke bloemen produceren nectar en hebben een zoete geur. De vruchten van de kokospalm worden kokosnoten genoemd.
Vraag 13 2 punten
De bloemen van de kokospalm worden zowel door de wind als door insecten bestoven. In de informatie hierboven kun je eigenschappen van de bloemen vinden die kenmerkend zijn voor beide manieren van bestuiven. Noem één eigenschap uit de informatie die wijst op insectenbestuiving. Noem ook één eigenschap uit de informatie die wijst op windbestuiving. Schrijf je antwoord zo op: insectenbestuiving: ............................................................. windbestuiving: ...................................................................
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (insectenbestuiving:) (productie van) nectar / (zoete) geur (1) (windbestuiving:) uit de bloem stekende meeldraden (1) (2)
Vraag 14 1 punt
Als een bloemsteel van een kokospalm wordt afgesneden, loopt er zoet sap uit. In dit sap zit veel glucose. Cellen van de kokospalm maken deze glucose met behulp van licht. Hoe heet het deel van een cel waarin dat gebeurt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- bladgroenkorrel (1)
Vraag 15 1 punt
In de afbeelding zie je een doorgesneden kokosnoot. In de kokosnoot bevindt zich een kiempje.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
In welk deel van een bloem heeft dit kiempje zich na de bevruchting ontwikkeld?
A in een helmknop
B in een stempel
C in een stuifmeelbuis
D in een zaadbeginsel
Vraag 16 1 punt
Stuifmeel van een mannelijke bloem kan een vrouwelijke bloem van dezelfde kokospalm bevruchten. Hierna ontstaat een kokosnoot waaruit een jonge kokospalm kan groeien. Jaap en Yassin praten over het genotype van een kokospalm die op zo’n manier ontstaat. Jaap zegt dat het genotype van zo’n kokospalm altijd hetzelfde is als het genotype van de kokospalm waarvan hij afstamt. Yassin zegt dat het genotype van zo’n kokospalm een combinatie is van de genen van de stuifmeelkorrel en de genen van de eicel. Wie heeft of wie hebben gelijk?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Netwerk van schimmeldraden
Planten maken signaalstoffen als ze door bladluizen worden aangevallen. Bepaalde cellen in de plant reageren op zo’n signaalstof door geurstoffen te maken die aan de lucht worden afgegeven. Deze geurstoffen lokken vervolgens insecten die bladluizen eten. Onderzoekers hebben ontdekt dat signaalstoffen van sommige planten via ondergrondse schimmeldraden bij andere planten terechtkomen. De schimmeldraden groeien om de wortels van de planten heen. De schimmeldraden van meerdere planten zijn met elkaar verbonden in een netwerk.
Vraag 17 2 punten
Enkele onderzoekers hebben het volgende experiment uitgevoerd. Vijf planten van dezelfde soort groeien samen in een bak, totdat er een netwerk van schimmeldraden tussen hun wortels is ontstaan. Daarna worden plant 1 en 2 losgemaakt van het netwerk van schimmeldraden. Alleen de planten 3, 4 en 5 zijn dan nog verbonden door het netwerk. Vervolgens wordt om elke plant een plastic zak gebonden. De zak van plant 3 bevat bladluizen, de zakken van de andere planten niet.
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: wel geen in de zak van geurstoffen geurstoffen plant 2 X plant 3 X plant 4 X • indien drie kruisjes juist ingevuld (2) • indien twee kruisjes juist ingevuld (1) • indien minder dan twee kruisjes juist ingevuld (0) (2)
HPV
Aan het begin van de puberteit krijgen meisjes een oproep om zich te laten inenten tegen HPV. Dunya wil meer weten over HPV en vindt onderstaande informatie op internet.
HPV is een seksueel overdraagbaar virus. Er komen verschillende typen van dit virus voor. Je kunt jezelf beschermen door een inenting met het HPV-vaccin. Je krijgt twee prikken in je bovenarm, met een tussentijd van zes maanden. Het vaccin bevat antigenen van de twee typen HPV die 70 procent van alle gevallen van baarmoederhalskanker veroorzaken. Na de tweede prik ben je immuun voor deze typen HPV.
Vraag 18 1 punt
Is inenting met het HPV-vaccin actieve immunisatie of passieve immunisatie? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- Actieve (immunisatie), met een uitleg waaruit blijkt dat het vaccin antigenen bevat / het lichaam zelf antistoffen maakt na inenting. (1)
Vraag 19 2 punten
HPV kan ook bij jongens ziekten veroorzaken. Sinds men begonnen is met het inenten van meisjes is ook het aantal ziektegevallen door HPV bij jongens afgenomen. Leg uit dat door meisjes in te enten, jongens ook beschermd worden tegen HPV.
Bekijk het antwoord
- door inenting minder meisjes het HPV-virus dragen (1)
- daardoor de kans op overdracht van het virus (op jongens) afneemt (1)
Labradors fokken
Labradors zijn honden met een zwarte, bruine of blonde vacht. Het gen voor een zwarte vachtkleur is dominant (B) en het gen voor een bruine vacht is recessief (b). De kleur blond wordt door andere genen bepaald. Op basis van bepaalde eigenschappen worden labradors ingedeeld in negen verschillende typen. Drie van die typen staan beschreven in de tabel.
type 1 type 2 type 3
kleur vacht zwart blond blond kleur neus zwart zwart zwart mogelijke blond, bruin of blond, bruin of vachtkleur van zwart of blond zwart zwart nakomelingen
In de afbeelding hieronder zie je de labradors Peter en Rosa. Ze krijgen samen tien nakomelingen, zwarte en bruine.
Peter Rosa
Vraag 20 1 punt
Peter is een labrador van het type 1. Welk type labrador is Rosa?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (type) 3 (1)
Vraag 21 1 punt
Is Peter voor de eigenschap vachtkleur homozygoot of heterozygoot? Leg je keuze uit met behulp van de informatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Heterozygoot, met een uitleg waaruit blijkt dat hij zwarte en bruine nakomelingen heeft gekregen. (1)
In de tabel hieronder zie je een deel van een fokschema dat gebruikt wordt om de kleur van nakomelingen te voorspellen.
type ouder type 1 type 2 type 3
75% zwart 75% zwart type 1 100% zwart 25% bruin 25% bruin
type 2 100% zwart 100% blond 100% blond
75% zwart type 3 100% blond 100% blond 25% bruin
Vraag 22 1 punt
Een mannetje van type 1 wordt gekruist met een vrouwtje van type 1. Uit een echo blijkt dat het vrouwtje zwanger is van twaalf pups. Bereken hoeveel van de twaalf pups naar verwachting een zwarte vacht zullen hebben.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 9 (pups) (1)
Hongerige fruitvliegen
Fruitvliegen die honger hebben, vliegen op de geur van rottend fruit af. Wetenschappers hebben ontdekt dat de hoeveelheid insuline in het lichaam van de fruitvliegen daarbij een rol speelt. Net als bij mensen regelt insuline bij fruitvliegen het glucosegehalte in het bloed.
Vraag 23 1 punt
Wat is de uitwendige prikkel voor een fruitvlieg om op rottend fruit af te vliegen?
Bekijk het antwoord
- geur (van rottend fruit) (1)
Vraag 24 1 punt
Wetenschappers onderzoeken het bloed van twee groepen fruitvliegen. Groep 1 bestaat uit hongerige fruitvliegen. Groep 2 bestaat uit fruitvliegen die net gegeten hebben. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan of het glucosegehalte in het bloed van fruitvliegen uit groep 1 hoger of lager is dan bij fruitvliegen uit groep 2. Kruis ook aan of het insulinegehalte in het bloed van fruitvliegen uit groep 1 hoger of lager is dan bij fruitvliegen uit groep 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 25 1 punt
Fruitvliegen maken insuline in bepaalde hersencellen. In welk orgaan bevinden zich de cellen die insuline produceren bij de mens?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Slingerapen
Kelly en Angela bekijken in het apenhuis van de dierentuin het gedrag van verschillende apen. Ze hebben de opdracht gekregen om een ethogram en een protocol van één aap te maken. Ze kiezen voor een slingeraap. Over slingerapen lezen ze onderstaande informatie.
Slingerapen komen voor in Zuid-Amerika. Zij eten vruchten en noten, maar ook insecten, eieren en soms zelfs een vogeltje. Het zijn echte boombewoners. Met hun vier poten en lange staart slingeren ze door de bomen van de Zuid-Amerikaanse regenwouden.
Kelly en Angela presenteren hun onderzoek in twee tabellen (zie hieronder en op de volgende bladzijde).
Ethogram
gedragselement afkorting zit op een tak zt springt naar een andere tak sp hangt aan zijn staart hs slingert aan een tak sli zoekt vlooien bij een andere slingeraap zv klimt op een paal kp rent re staat sta zit te eten ze loopt lo
Protocol
1e 2e 3e 4e 5e minuut minuut minuut minuut minuut
0
- 5 seconden hs ze zt lo zt
6
- 10 seconden hs ze zt lo zt
11
- 15 seconden sli ze sli zt zt
16
- 20 seconden sli sli sli sli zv
21
- 25 seconden zt sli hs zt zv
26
- 30 seconden zt sp hs zv zv
31
- 35 seconden sli sp hs lo sta
36
- 40 seconden hs zt zt sli sli
41
- 45 seconden lo hs ze sli zt
46
- 50 seconden lo ze ze zv zv
51
- 55 seconden zt lo sli zv zv
56
- 60 seconden zt sta sta zv zv
Vraag 26 1 punt
Noem een gedragselement uit het ethogram dat behoort tot sociaal gedrag.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- zoekt vlooien (bij een andere slingeraap) / zv (1)
Vraag 27 2 punten
Hoeveel procent van de waarnemingen in het protocol bestaat uit slingeren? Leg je antwoord uit met een berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- het juiste aantal waarnemingen slingeren en het juiste aantal totale waarnemingen gebruikt (1)
- een juiste berekening met een bijbehorend juiste uitkomst (1)
Vetten en hormonen
Onderzoekers hebben ontdekt dat het hongergevoel toeneemt naarmate er meer van het hormoon ghreline in het lichaam aanwezig is. Ghreline wordt gemaakt door cellen in de maagwand en daarna door het bloed naar de hersenen vervoerd. Door het eten van voedingsmiddelen met veel vet neemt het hongergevoel snel af.
Vraag 28 1 punt
Voedingsstoffen kunnen worden gebruikt als bouwstof, als brandstof en als reservestof. Waarvoor worden vetten in het lichaam gebruikt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 29 1 punt
In de afbeelding hierboven zie je een schema van de bloedsomloop. Ghreline wordt door het bloed via de kortste weg van de maag naar de hersenen vervoerd. Komt ghreline tijdens dit vervoer door het hart? Zo ja, hoe vaak komt ghreline dan door het hart?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 30 1 punt
Vetten in het voedsel worden niet meteen door enzymen afgebroken. Eerst komen ze in het verteringskanaal in aanraking met gal. Wat is de functie van gal bij de vertering van vetten?
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat gal vetten verdeelt in kleine druppels / emulgeert. (1)
Vraag 31 2 punten
In welk orgaan wordt gal gemaakt? En in welk orgaan wordt gal opgeslagen? Schrijf je antwoord zo op: Gal wordt gemaakt in: ......................................................... Gal wordt opgeslagen in: .....................................................
Bekijk het antwoord
- (Gal wordt gemaakt in:) de lever (1)
- (Gal wordt opgeslagen in:) de galblaas (1)
Thermotherapie
Mannen kunnen op oudere leeftijd problemen krijgen met plassen doordat de prostaat groter wordt. Een vergrote prostaat kan behandeld worden met thermotherapie. Hierbij wordt via de opening van de penis een buisje ingebracht tot aan de prostaat. Via dit buisje worden microgolven uitgezonden die de prostaat verhitten. Hierdoor zal de prostaat kleiner worden.
In de tabel hieronder staan gegevens over het gemiddelde gewicht van de prostaat bij verschillende leeftijden.
Gemiddeld gewicht van de prostaat bij verschillende leeftijden leeftijd mannen (jaar) 1 12 25 70 gewicht prostaat (gram) 1 4 20 50
Vraag 32 2 punten
Maak van de gegevens in de tabel een lijndiagram op de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de grafiek bij nul begint, mag het tweede scorepunt niet toegekend worden.
In de afbeelding zie je het voortplantingsstelsel van een man.
P Q R S
T
U
Vraag 33 1 punt
Via de opening van de penis wordt het buisje voor thermotherapie ingebracht in het deel dat is aangegeven met de letter U. Noteer de naam van dit deel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- urinebuis/plasbuis (1)
Vraag 34 1 punt
Een functie van de prostaat is het maken van zaadvocht. Ook andere organen hebben als functie het maken van zaadvocht. Welke organen zijn dat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Wolven
Gebruik de informatie in de bijlage om vraag 35 tot en met 49 te beantwoorden.
Vraag 35 1 punt
Op de uitwerkbijlage staan twee beweringen over de stamboom in informatie 1. Kruis bij elke bewering aan of deze juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 36 1 punt
Welke dieren zijn volgens de informatie het meest aan elkaar verwant?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 37 1 punt
In de afbeelding van informatie 2 zie je het skelet van een wolf. Zijn wolven hoefgangers, teengangers of zoolgangers?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 38 2 punten
Tijdens het jagen hebben de spieren van de wolf extra energie nodig. Deze energie komt vrij bij het volgende stofwisselingsproces:
Bekijk het antwoord
- (op plaats (1):) glucose/vet/brandstof (1)
- (op plaats (2):) water/koolstofdioxide (1)
…(1)… + zuurstof …(2)… + ...(3)… + energie
Welke stof moet op plaats (1) staan? En welke stof kan op plaats (2) staan? Schrijf je antwoord zo op: op plaats (1): ............................................ op plaats (2): ... .........................................
Vraag 39 1 punt
In informatie 2 worden drie diersoorten genoemd. Welke diersoort heeft, in verhouding tot de grootte van het lichaam, de kortste darmen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 40 2 punten
Enkele organismen uit informatie 2 en 3 vormen samen een voedselketen. Noteer de voedselketen waar de wolf deel van uitmaakt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juiste voedselketen: es hert wolf wilg hert wolf
Vraag 41 1 punt
Uit de diagrammen in informatie 4 blijkt dat herten die wolvenpoep tegenkomen meer tijd besteden aan opletten dan wilde zwijnen die wolvenpoep tegenkomen. Geef daarvoor met behulp van informatie 2 een verklaring.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat wolven vaker op herten jagen dan op wilde zwijnen. (1)
Vraag 42 1 punt
Noem nog een ander opmerkelijk verschil in gedrag tussen herten en wilde zwijnen als er wolvenpoep aanwezig is. Gebruik hiervoor de diagrammen in informatie 4.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist opmerkelijk verschil: − Wilde zwijnen ruiken meer/langer aan wolvenpoep dan herten. − Bij aanwezigheid van wolvenpoep besteden herten veel minder tijd aan eten dan wilde zwijnen. − Bij wilde zwijnen heeft de aanwezigheid van wolvenpoep minder invloed op de tijd die ze besteden aan eten. (1)
Vraag 43 1 punt
In de diagrammen staan ook de resultaten van de controleproef. Waaruit bestond de controleproef?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de onderzoekers bij de controleproef het gedrag van herten en wilde zwijnen (op dezelfde plekken) in het bos hebben geobserveerd zonder daar wolvenpoep neer te leggen. (1)
Vraag 44 2 punten
Volgens informatie 5 kunnen wolven hondsdolheid overbrengen. Als iemand gebeten wordt door een wolf kan hij besmet raken met de ziekteverwekker die hondsdolheid veroorzaakt. Leg uit waardoor je geen antibiotica kunt gebruiken om de ziekteverwekker van hondsdolheid te bestrijden.
Bekijk het antwoord
- hondsdolheid door een virus / niet door een bacterie veroorzaakt wordt (1)
- antibiotica alleen bacteriën bestrijden / geen virussen bestrijden (1)
Vraag 45 1 punt
Volgens informatie 6 bepaalt een dominant gen bij zwarte wolven de kleur van de vacht. De lagen van de huid van een wolf hebben dezelfde namen als bij de mens. Waar in de huid bevinden zich cellen die het dominante gen voor vachtkleur bevatten?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 46 1 punt
Martine moet voor biologie een schematische tekening maken van een cel van een wolf. Met de letter P moet ze het deel aanwijzen waarin zich de erfelijke informatie voor de zwarte vacht bevindt. Martine maakt vier tekeningen (zie de afbeelding hieronder). Ze weet niet welke tekening juist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (tekening) 2 (1)
P P
P P
tekening 1 tekening 2 tekening 3 tekening 4
Noteer het nummer van de juiste tekening.
Vraag 47 1 punt
Een zwarte wolf die heterozygoot is voor de eigenschap vachtkleur paart met een grijze wolf. Hoeveel procent van de nakomelingen zal naar verwachting zwart zijn?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 48 2 punten
Volgens informatie 6 verwachten de wetenschappers dat wolven met een zwarte vacht zich in een bos beter kunnen voortplanten dan in gebieden met lage begroeiing. Leg dat uit met behulp van de informatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- zwarte wolven in een bos meer prooidieren kunnen vangen (1)
- en daardoor meer jongen kunnen voeden / langer kunnen blijven voortplanten (1)
Vraag 49 1 punt
De verwachting van de wetenschappers is gebaseerd op een evolutionair proces. Wat is de naam van dit proces?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- natuurlijke selectie (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2018, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-18-2-o
Andere examens biologie vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 loopt tot vraag 49. Van 46 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (7), voortplanting (7) en gedrag (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-18-2-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.