Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Bloedproducten, Hormoon FGF21, Chromosomen van een baby, Koolstofdioxide in planten, Fruitvliegen, Buiktyfus, Gebarentaal, Cassave, Hormoonklieren in de hersenen, Teken, Een poster over voortplanting, Kraaien, Goed zien, De kattenkrabziekte.
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 55. Van 54 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over gedrag (11), zenuwstelsel en hormonen (7) en erfelijkheid (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Gedrag | 16, 20-24, 36, 47-50 | 11 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 7, 32-35, 51-52 | 7 |
| Erfelijkheid | 8-11, 17, 40-41 | 7 |
| Bloedsomloop | 1-6 | 6 |
| Voortplanting | 30-31, 43-46 | 6 |
| Planten en fotosynthese | 12-15, 25 | 5 |
| Afweer | 19, 37, 53-55 | 5 |
| Ecologie | 28-29, 38 | 3 |
| Voeding en vertering | 26-27 | 2 |
| Cellen | 18 | 1 |
| Evolutie | 42 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over gedrag (20% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over voeding en vertering (4% van de vragen, gemiddeld 13%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Bloedproducten
Een bloedbank verzamelt bloed van gezonde mensen. Het bloed wordt onderzocht en bewerkt tot bloedproducten, zoals rode bloedcellen, bloedplaatjes, bloedplasma en plasmageneesmiddelen. Deze bloedproducten worden gebruikt voor de behandeling van zieke mensen. De bloedproducten worden door een transfusie toegediend.
Vraag 1 1 punt
Bloed bevat hormonen. Welk bloedproduct bevat de meeste hormonen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 2 2 punten
David krijgt een transfusie met rode bloedcellen. Zijn bloed heeft de volgende kenmerken:
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: wel geschikt niet geschikt rode bloedcellen van bloedgroep A X rode bloedcellen van bloedgroep B X rode bloedcellen van bloedgroep AB X rode bloedcellen van bloedgroep 0 X indien vier kruisjes juist ingevuld (2) indien drie kruisjes juist ingevuld (1) indien minder dan drie kruisjes juist ingevuld (0) (2)
antigeen antistof
B anti-A
Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel voor elk bloedproduct aan of het wel of niet geschikt is voor David.
Vraag 3 1 punt
Voor de transfusie moet de verpleegkundige een holle naald in een bloedvat in de arm van David prikken. Twee bloedvaten zijn goed bereikbaar: de armader en de armslagader. Welk bloedvat kan de verpleegkundige het best gebruiken? Leg je antwoord uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de armader, met een uitleg waaruit blijkt dat de bloeddruk in de armader laag is / lager is (dan in de armslagader) (1)
Vraag 4 1 punt
Het bloedproduct gaat vanuit de arm naar het hart van David. In de afbeelding zijn enkele delen van het hart met letters aangegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Hormoon FGF21
Onderzoekers hebben ontdekt dat het hormoon FGF21 de trek in suiker vermindert. Dit hormoon wordt in de lever gemaakt. Via het bloed komt FGF21 in de hersenen terecht.
Vraag 5 1 punt
FGF21 wordt na aanmaak in de lever afgevoerd via het bloed. Geef de naam van het bloedvat dat bloed afvoert vanuit de lever.
Bekijk het antwoord
- leverader (1)
Vraag 6 1 punt
Hoeveel keer komt FGF21 minimaal door het hart wanneer het via de kortste weg van de lever naar de hersenen gaat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 7 2 punten
In een laboratorium wordt bij muizen onderzoek gedaan naar de werking van FGF21. De wetenschappers willen weten of muizen gewicht verliezen als FGF21 twee weken lang aan hun voedsel wordt toegevoegd. Maak een werkplan voor zo’n onderzoek.
Bekijk het antwoord
- bij één groep muizen FGF21 aan het voedsel toevoegen en bij een andere groep muizen niet (onder gelijke omstandigheden) (1)
- na twee weken het (gemiddelde) gewicht van de muizen in beide groepen met elkaar vergelijken (1)
Chromosomen van een baby
Geslachtscellen van mensen bevatten 23 chromosomen en ontstaan bij een bepaalde celdeling. Bij deze celdeling gaat soms iets fout, waardoor een geslachtscel een chromosoom te veel kan hebben. Als zo’n geslachtscel samensmelt met een normale geslachtscel en uitgroeit tot een baby, heeft de baby een erfelijke afwijking die trisomie (‘driemaal het chromosoom’) genoemd wordt.
Vraag 8 1 punt
Hoeveel chromosomen heeft een huidcel van een baby met trisomie?
Bekijk het antwoord
- 47 (chromosomen) (1)
Vraag 9 1 punt
Tijdens een zwangerschap kan worden vastgesteld of een embryo trisomie heeft. Hiervoor worden huidcellen van het embryo gebruikt die via een bepaalde onderzoeksmethode worden weggenomen (zie de afbeelding).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Hoe heet deze onderzoeksmethode?
A echoscopie
B vlokkentest
C vruchtwaterpunctie
Vraag 10 1 punt
De huidcellen worden in het laboratorium gestimuleerd om te delen, zodat de chromosomen kunnen worden onderzocht. Welk type celdeling vindt plaats bij de huidcellen in het laboratorium?
Bekijk het antwoord
- gewone celdeling/mitose (1)
Vraag 11 1 punt
Door het onderzoek van de chromosomen kan ook worden vastgesteld of het embryo een jongen of een meisje is. Leg uit hoe je aan de chromosomen kunt zien dat het embryo een jongen is.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat een jongen twee verschillende geslachtschromosomen heeft / een Y-chromosoom heeft. (1)
Koolstofdioxide in planten
In de afbeelding hieronder zie je een dwarsdoorsnede van een blad. Enkele cellen zijn met een letter aangegeven.
Vraag 12 1 punt
Via deel T wordt koolstofdioxide opgenomen. Wat is de naam van deel T?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- huidmondje (1)
Vraag 13 1 punt
Koolstofdioxide en water worden door planten omgezet in glucose. In welke cellen kan deze omzetting plaatsvinden?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Vraag 14 1 punt
Een deel van de gemaakte glucose wordt naar de wortels vervoerd. Leg uit waardoor wortelcellen zelf geen glucose kunnen maken uit koolstofdioxide en water.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat wortelcellen geen zonlicht krijgen / geen bladgroenkorrels hebben. (1)
Vraag 15 1 punt
Door welke vaten vindt transport van glucose naar de wortels plaats?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Fruitvliegen
Fruitvliegen worden in laboratoria veel gebruikt voor erfelijkheids- onderzoek. Ze kunnen makkelijk gekweekt worden en planten zich snel voort. Een vrouwtje geeft stoffen af, feromonen, waar een mannetje op afkomt. Het mannetje volgt het vrouwtje, tikt tegen haar achterlijf en trilt met één van zijn vleugels. Binnen een uur volgt dan de paring. Daarna legt het vrouwtje eitjes, waaruit zich larven ontwikkelen. Een larve wordt na enige tijd een pop. Uit de pop ontstaat een nieuwe fruitvlieg. De stadia van de levenscyclus van de fruitvlieg staan in de tabel.
Vraag 16 1 punt
Wat is volgens de informatie de sleutelprikkel voor het beschreven baltsgedrag van het mannetje?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- feromonen/(geur)stoffen (die het vrouwtje afgeeft) (1)
Vraag 17 1 punt
In de afbeelding zijn verschillende stadia in de voortplanting van fruitvliegen met een cijfer aangegeven. De genotypen van deze stadia worden met elkaar vergeleken. Hoeveel van deze stadia hebben hetzelfde genotype?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Buiktyfus
Buiktyfus wordt veroorzaakt door bacteriën. De eerste ziekteverschijnselen beginnen gemiddeld 24 tot 48 uur na het eten van besmet voedsel. De ziekteverschijnselen zijn: misselijkheid, overgeven, diarree, koorts en hoofdpijn. Er bestaat een vaccin tegen buiktyfus.
Vraag 18 1 punt
Op de uitwerkbijlage staan voorbeelden van delen van cellen. Teken in het kader op de uitwerkbijlage één bacteriecel. Gebruik één of meerdere voorbeelden om de bacteriecel te tekenen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen voor een volledige tekening 1 scorepunt toekennen.
Vraag 19 2 punten
Cynthia en Elvira reizen door India. Cynthia heeft voor de reis een vaccinatie tegen buiktyfus gehad, Elvira niet. Na een gezamenlijke maaltijd krijgt Elvira buiktyfus. Vier weken later, terug in Nederland, laten beide vrouwen voor de zekerheid een bloedonderzoek doen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel voor elke vrouw aan of ze wel of geen antistoffen tegen buiktyfus in haar bloed heeft. En kruis voor elke vrouw aan of bij haar wel of geen sprake is van actieve immunisatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: antistoffen tegen buiktyfus actieve immunisatie in het bloed ja nee ja nee Cynthia X X Elvira X X indien vier kruisjes juist ingevuld (2) indien drie of twee kruisjes juist ingevuld (1) indien minder dan twee kruisjes juist ingevuld (0) (2)
Gebarentaal
Onderzoekers hebben ontdekt dat chimpansees verschillende gebaren gebruiken om met elkaar te communiceren. Zo betekent bijvoorbeeld springen ‘volg mij’.
Vraag 20 1 punt
Om achter de betekenis van gebaren van chimpansees te komen, maken de onderzoekers eerst een tabel met beschrijvingen van verschillende gedragingen. Hieronder zie je een deel van die tabel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- ethogram (1)
gedraging afkorting stampen met beide voeten sv gooien met een voorwerp gv krabben kr een voet optillen vo springen sp zwaaien met een arm zw bijten op een blaadje bb over de mond wrijven mw
Hoe wordt zo’n tabel voor gedragsonderzoek genoemd?
Vervolgens observeren de onderzoekers het gedrag van 80 chimpansees om erachter te komen wat de betekenis is van meer dan 50 verschillende gedragingen. Een deel van de resultaten staat in de tabel hieronder.
gedraging betekenis stampen met beide voeten ‘stop daarmee’ gooien met een voorwerp ‘ga weg’ krabben ‘vlooi mij’ een voet optillen ‘klim op mijn rug’ springen ‘volg mij’ zwaaien met een arm ‘ga weg’ bijten op een blaadje ‘ik wil seks’ over de mond wrijven ‘kom dichterbij’
Vraag 21 1 punt
De onderzoekers gebruiken in hun verslag afbeeldingen om gebaren van de chimpansees te verduidelijken. Eén daarvan zie je hieronder.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- klim op mijn rug (1)
Wat is de betekenis van dit gebaar?
Chimpansees gebruiken veel gebaren om met elkaar te communiceren. Zulke gebaren worden ‘communicatief’ genoemd. Gebaren die niet bedoeld zijn om te communiceren, worden ‘non-communicatief’ genoemd. De onderzoekers vergelijken het gebruik van gebaren bij chimpansees met het gebruik van gebaren bij mensen (zie de tabel hieronder).
aantal verschillende gebaren communicatief non-communicatief chimpansees 420 105 mensen 425 40
Vraag 22 2 punten
Op de uitwerkbijlage staat een stuk grafiekpapier. Maak op dit grafiekpapier een staafdiagram van de gegevens uit de tabel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de verticale as is juist ingedeeld en benoemd en de staven zijn juist benoemd (1)
- de aantallen zijn juist uitgezet als vier aparte of twee gestapelde staven (1)
Vraag 23 1 punt
Over de gegevens in de tabel hierboven doet Steffie twee uitspraken.
1 Er zijn bij chimpansees meer verschillende communicatieve dan non-communicatieve gebaren geteld.
2 Bij mensen zijn meer verschillende gebaren geteld dan bij chimpansees. Wat is juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 24 1 punt
Tijdens het onderzoek gebruiken de chimpansees ook gebaren om iets duidelijk te maken aan de onderzoekers. Is dit sociaal gedrag? Leg je antwoord uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- nee, met een uitleg waaruit blijkt dat het daarbij niet gaat om gedrag tussen soortgenoten of ja, met een uitleg waaruit blijkt dat de chimpansees daarbij de onderzoekers beschouwen als soortgenoten (1)
Cassave
Boer Winston verbouwt op zijn land cassaveplanten (zie afbeelding 1). De knollen van deze plant worden cassave genoemd en zijn voedzaam (zie afbeelding 2). Om cassave te oogsten trekt boer Winston de planten uit de grond en haalt de knollen eraf. Na de oogst kiest hij sterke stammen en hakt die in stukken van 15 cm. Deze stukken steekt hij weer in de grond, waar ze uitgroeien tot nieuwe cassaveplanten.
afbeelding 1 afbeelding 2
Vraag 25 1 punt
De wortels van cassaveplanten slaan reservestoffen op. Ze hebben ook nog andere functies. Noem één andere functie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − plant stevig in de grond vastzetten − voedingszouten opnemen − water opnemen (1)
Vraag 26 2 punten
De cassaveknollen van boer Winston worden verwerkt tot chips. In de tabel staan de voedingswaarden van cassavechips. Eén gram koolhydraten levert 16,8 kJ energie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juiste berekening: 67,3 x 16,8 kJ = 1130,64 kJ 1130,64 kJ x 225 : 100 = 2544 kJ (of nauwkeuriger)
Opmerking Als de kandidaat beide rekenstappen in één juiste formule verwerkt met een juiste uitkomst, mogen beide scorepunten toegekend worden.
Voedingswaarden per 100 gram cassavechips energie 1914 kJ eiwitten 1,4 gram koolhydraten 67,3 gram vetten 19,6 gram zout 2,5 gram
Bereken voor één zak cassavechips van 225 gram hoeveel energie de koolhydraten leveren. Laat je berekening zien.
Vraag 27 2 punten
Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding van het menselijke verteringsstelsel. Als je cassavechips eet, worden in bepaalde organen stoffen uit de cassavechips in het bloed opgenomen. Kleur twee van die organen in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als er drie organen zijn ingekleurd, waaronder twee juiste organen,
1 scorepunt aftrekken. Als er vier of meer organen zijn ingekleurd, waaronder juiste organen, géén scorepunten toekennen.
Vraag 28 2 punten
De cassaveplanten van boer Winston hebben last van de groene mijt, die van de bladeren eet. Als er veel mijten van de bladeren eten, worden de cassaveknollen minder groot. Leg uit waardoor de cassaveknollen minder groot worden als er veel mijten van de bladeren eten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de plant (door verlies aan bladeren/bladgroen) minder fotosynthese heeft (1)
- en daardoor de knollen minder groeien / minder stoffen opslaan (1)
Vraag 29 1 punt
In de afbeelding hieronder zie je vier schema’s die de voedselrelaties weergeven tussen de genoemde organismen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
Welk schema is juist?
A schema 1
B schema 2
C schema 3
D schema 4
Vraag 30 1 punt
Boer Winston vermeerdert de cassaveplanten ongeslachtelijk om de voedingswaarden van de knollen constant te houden. Leg uit waardoor bij ongeslachtelijke voortplanting de kans groot is dat de voedingswaarden van de cassave in elke generatie constant blijven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat bij ongeslachtelijke voortplanting geen combinatie van erfelijke eigenschappen (van twee ouders) plaatsvindt / de erfelijke eigenschappen van de moederplant behouden worden. (1)
Vraag 31 1 punt
Kan de cassaveplant zich in het wild geslachtelijk voortplanten? Leg je antwoord uit met behulp van afbeelding 1 en 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- ja, met een uitleg waaruit blijkt dat cassaveplanten (volgens afbeelding 1) bloemen/vruchten/zaden hebben (1)
Hormoonklieren in de hersenen
In de hersenen liggen drie hormoonklieren: de epifyse, de hypofyse en de hypothalamus. In de afbeelding zijn twee van deze klieren weergegeven.
Vraag 32 2 punten
De letters P en Q in de afbeelding geven twee delen van het centraal zenuwstelsel aan. Hoe heten deze delen? Schrijf je antwoord zo op: P = ........................................................... Q = ..........................................................
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (P =) hersenstam (1)
- (Q =) kleine hersenen (1)
Vraag 33 1 punt
De epifyse maakt het hormoon melatonine dat het slapen regelt. De productie van dit hormoon wordt beïnvloed door de hoeveelheid licht die op het netvlies valt. Vanuit het netvlies worden impulsen via delen van de hersenen naar de epifyse geleid. Door welke zenuwcellen worden deze impulsen dan geleid?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: F
Vraag 34 1 punt
Jens doet twee uitspraken over hormonen uit de hypofyse:
1 Hormonen uit de hypofyse beïnvloeden de groei.
2 Hormonen uit de hypofyse beïnvloeden de menstruatiecyclus. Wat is juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De hypothalamus beïnvloedt onder andere de lichaamstemperatuur. Als de temperatuur van het bloed te laag wordt, maakt de hypothalamus meer van het hormoon TRH. Dit heeft tot gevolg dat de hypofyse meer van het hormoon TSH maakt. TSH zet de schildklier aan om meer van het schildklierhormoon thyroxine te produceren. De afbeelding geeft dit schematisch weer.
Vraag 35 1 punt
Naar aanleiding van het schema in de afbeelding doet Nelly twee uitspraken:
1 Thyroxine remt de productie van TRH.
2 Als thyroxine de hypofyse remt, maakt de schildklier meer thyroxine. Wat is juist volgens het schema?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Teken
Teken behoren tot de spinachtigen. Ze zijn ongeveer 2 mm groot en zuigen bloed van zoogdieren. In de afbeelding zie je een schematische weergave van het lichaam van een teek.
Vraag 36 1 punt
Teken hebben een speciaal zintuig voor het opsporen van koolstofdioxide: het orgaan van Haller. Aan de hoeveelheid koolstofdioxide in de lucht herkent een teek of er een zoogdier in zijn buurt is. Leg uit waardoor de lucht in de buurt van zoogdieren meer koolstofdioxide bevat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat zoogdieren koolstofdioxide uitademen/uitscheiden. (1)
Alléén schapenteken kunnen Borrelia-bacteriën overbrengen. Deze bacteriën veroorzaken bij mensen de ziekte van Lyme. De bacteriën kunnen zich in het lichaam schuilhouden, bijvoorbeeld in de oogzenuw en in de grote hersenen. Daardoor kunnen ook nog jaren na een tekenbeet klachten ontstaan.
Hieronder staat een deel van een determineertabel voor teken.
1 a heeft een schild ga naar 2
b heeft geen schild duiventeek
2 a schild heeft één kleur ga naar 3
b schild heeft meerdere kleuren dermacentor
3 a poten zijn gestreept hyalomma b poten zijn niet gestreept ga naar 4
4 a poten zijn zwart schapenteek
b poten zijn anders gekleurd hondenteek
Vraag 37 1 punt
Noem een orgaanstelsel waarin Borrelia-bacteriën zich volgens de informatie kunnen verschuilen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- zenuwstelsel / zintuigstelsel (1)
Vraag 38 1 punt
Elisabeth gaat met haar hond door het bos wandelen. Thuis ontdekt ze een teek op haar onderbeen. Ze bekijkt de teek met een loep. Ze ziet een volledig bruin schild en bruine poten. Kan de teek van Elisabeth besmet zijn met Borrelia-bacteriën? Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- nee, met een uitleg waaruit blijkt dat de gevonden teek een hondenteek is (en geen Borrelia-bacteriën heeft) / geen schapenteek is (1)
In de afbeelding hieronder zie je de levenscyclus van een teek. Het vrouwtje legt bevruchte eieren. Daarna sterft het vrouwtje. Uit de eieren komen larven met zes poten. De cellen van deze larven bevatten 28 chromosomen. Uit de larven ontwikkelen zich de nimfen. De nimfen groeien uit tot mannetjes of vrouwtjes die geslachtscellen produceren. Na de bevruchting begint de cyclus opnieuw.
Vraag 39 1 punt
In de informatie over de levenscyclus worden enkele levenskenmerken van teken beschreven. Noem één zo’n levenskenmerk.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- een juist levenskenmerk: − groeien/ontwikkelen − voortplanten (1)
Vraag 40 1 punt
Hoeveel chromosomen bevat een zaadcel van een teek?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 14 (chromosomen) (1)
Vraag 41 1 punt
Een larve ontwikkelt zich tot een nimf. Noem een kenmerk van het fenotype van larven dat volgens de informatie tijdens deze ontwikkeling verandert.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- een juist kenmerk: − aantal poten − grootte van het lichaam − vorm van het lichaam (1)
In de afbeelding hieronder staat de stamboom van de spinachtigen volgens de evolutietheorie.
Vraag 42 1 punt
Ellen trekt twee conclusies uit de stamboom.
1 Teken zijn meer verwant aan schorpioenen dan aan spinnen.
2 Hooiwagens zijn eerder ontstaan dan teken. Zijn deze conclusies volgens de gegevens in de stamboom juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Een poster over voortplanting
Amber maakt tijdens de biologieles een poster over het mannelijke en vrouwelijke voortplantingsstelsel. Bepaalde organen heeft ze met letters aangegeven. Bij sommige delen heeft ze een kaartje met de functie geplakt. In de afbeelding zie je de poster waaraan ze werkt.
Vraag 43 1 punt
Op het lege kaartje wil Amber de functie van deel U noteren. Wat moet ze op dit kaartje schrijven?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het antwoord “maakt sperma” geen scorepunt toekennen.
Vraag 44 1 punt
Amber moet nog drie kaartjes bij de afbeelding van het vrouwelijke lichaam plakken. Welk kaartje hoort bij het deel met de letter T?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 45 1 punt
Amber praat met Joris over haar poster. Amber zegt dat menstruatiebloed het lichaam via deel S verlaat. Joris zegt dat in deel Q een foetus kan ontwikkelen. Wat is juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 46 1 punt
Drie delen van het mannelijke voortplantingsstelsel zijn V, W en X. Welke delen vervoeren zaadcellen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Kraaien
Kraaien zijn vogels die in groepen leven. Elk broedpaar heeft een eigen nest. Verwante vogels zoeken samen voedsel en helpen elkaar bij het grootbrengen van de jongen. Kraaien maken verschillende geluiden, waaronder een scheldroep om alarm te slaan en aanvallers mee weg te jagen. Als een kraai scheldt, komen andere kraaien aangevlogen en die schelden dan mee.
Vraag 47 1 punt
Wat is de uitwendige prikkel voor de andere kraaien om mee te gaan schelden?
Bekijk het antwoord
- het geluid/schelden van een kraai (1)
Van kraaien is bekend dat ze elkaar herkennen. Onderzoekers willen weten of kraaien mensen aan hun gezicht kunnen herkennen. Ze voeren daarom een experiment uit in een park waarin een grote groep kraaien voorkomt. Een van de onderzoekers zet een masker op.
Vervolgens vangt hij zeven kraaien, doet gekleurde ringen om hun poten en laat ze weer los. Ongeveer vijftien procent van de kraaien in het park ziet dit gebeuren en begint meteen te schelden.
Daarna lopen verschillende medewerkers regelmatig door het park, soms met het masker op, soms zonder het masker en ook weleens met het masker ondersteboven op.
De medewerkers noteren hoeveel kraaien tegen ze beginnen te schelden. Een deel van de resultaten staat in het diagram hieronder.
Vraag 48 1 punt
Naar aanleiding van het diagram worden twee uitspraken gedaan. Deze twee uitspraken staan in een tabel op de uitwerkbijlage. Kruis bij elke uitspraak aan of die juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 49 1 punt
Een van de medewerkers beweert dat kraaien tegen alle typen maskers schelden en niet alleen tegen het masker dat gebruikt werd om de kraaien te vangen. Schrijf een aanvulling op het experiment waarmee de onderzoekers kunnen aantonen of de medewerker wel of geen gelijk heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste aanvulling: een medewerker met een ander type masker door het park laten lopen (1)
Vraag 50 1 punt
In het diagram is te zien dat in de loop van de tijd steeds meer kraaien gaan schelden tegen medewerkers met het masker op. Ook jongen die pas ná het begin van het experiment uit het ei zijn gekomen, vertonen na enige tijd dit gedrag. Ze gaan dan ook schelden zodra ze de medewerker met het masker zien. Verklaar waardoor ook deze jongen gaan schelden tegen het masker.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de jongen dit leren van de oudere kraaien. (1)
Goed zien
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 51 1 punt
Het oog bestaat uit verschillende lagen. Geef de naam van de laag waar lichtprikkels worden omgezet in impulsen.
Bekijk het antwoord
- netvlies (1)
Vraag 52 1 punt
In de iris bevinden zich kringspieren en lengtespieren. Deze spieren regelen hoeveel licht het oog binnenkomt. Welke van de genoemde spieren trekken samen bij weinig licht? Wordt daardoor de pupil groot of klein?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De kattenkrabziekte
Veel katten zijn besmet met een bacterie die bij mensen de kattenkrabziekte kan veroorzaken. Besmette katten hebben zelf geen ziekteverschijnselen. Door krabben of bijten kan de bacterie overgebracht worden op mensen en zich in het lichaam verspreiden. Bij de meeste mensen levert een besmetting geen problemen op, omdat hun lichaam de ziekteverwekker snel bestrijdt. Sommige mensen kunnen echter na zo’n besmetting opgezwollen lymfeknopen en koorts krijgen.
Vraag 53 2 punten
Noteer twee manieren waarop witte bloedcellen de ziekteverwekker kunnen bestrijden.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van juiste manieren: − antistoffen maken − de bacterie omsluiten/afbreken per juiste manier (1) (2)
Vraag 54 1 punt
Drie vloeistoffen in het lichaam zijn: bloed, lymfe en weefselvloeistof. In welke van deze vloeistoffen kan de verwekker van de kattenkrabziekte zich bij een besmet persoon bevinden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
In twee ziekenhuizen is vier jaar lang bijgehouden hoeveel patiënten de kattenkrabziekte hadden. De tabel geeft een deel van de resultaten weer.
leeftijd totaal aantal aantal (jaar) onderzochte personen personen met kattenkrabziekte
0
- 10 422 60
11
- 20 217 41
21
- 30 139 23
Vraag 55 2 punten
Welke leeftijdsgroep heeft het hoogste percentage personen met kattenkrabziekte? Leg je antwoord uit met berekeningen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van juiste berekeningen: leeftijd 0
- 10: 60 / 422 x 100 = 14% (of nauwkeuriger) leeftijd 11
- 20: 41 / 217 x 100 = 19% (of nauwkeuriger) leeftijd 21
- 30: 23 / 139 x 100 = 17% (of nauwkeuriger)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-21-1-o
Andere examens biologie vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 55. Van 54 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over gedrag (11), zenuwstelsel en hormonen (7) en erfelijkheid (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-21-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.