Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Mondademhaling, Piercing, Beerdiertjes, De menstruatiecyclus, Vaccinatie bij katten, Coeliakie, De maag, Bijen en cafeïne, Schimmelinfectie bij boomkikkers, Toeterende vleugels, Goudvissen, Alfalfa, tomaten 85 95,4 0,7 2,9 0,4, Prenataal onderzoek, Prenataal onderzoek, Paddentrek, Cysten in de nieren, Raven.
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 53. Van 50 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (8), erfelijkheid (7) en gedrag (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Voeding en vertering | 2, 20-21, 24-27, 43 | 8 |
| Erfelijkheid | 5, 37-38, 44-46, 51 | 7 |
| Gedrag | 29-30, 33, 35, 47-49 | 7 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 3, 7-9, 11 | 5 |
| Voortplanting | 10, 15-16, 28, 42 | 5 |
| Afweer | 17-19, 22-23 | 5 |
| Ademhaling | 1, 4, 31 | 3 |
| Ecologie | 13, 34, 53 | 3 |
| Planten en fotosynthese | 39-41 | 3 |
| Bloedsomloop | 6 | 1 |
| Evolutie | 14 | 1 |
| Cellen | 32 | 1 |
| DNA en eiwitsynthese | 36 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Mondademhaling
Reva en haar tweelingbroer Milan zijn bij de huisarts, omdat Reva een luchtweginfectie heeft. Reva heeft de gewoonte om door haar mond in te ademen. Haar broer Milan ademt meestal door zijn neus.
Vraag 1 1 punt
De huisarts legt Reva uit dat de kans op een infectie van de luchtwegen bij haar groter is dan bij Milan, omdat zij meestal door de mond ademhaalt. Leg uit waardoor de kans op een infectie toeneemt als iemand meestal door de mond ademhaalt.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat (bij mondademhaling) minder bacteriën uit de lucht worden gefilterd (dan bij ademhaling door de neus). (1)
Vraag 2 1 punt
De huisarts vertelt dat Reva ook meer kans heeft op tandbederf, doordat haar slijmvliezen vaker uitdrogen. Welke laag van een tand wordt als eerste aangetast bij tandbederf?
Bekijk het antwoord
- (het) glazuur (1)
Vraag 3 1 punt
Doordat Reva minder vaak slikt dan Milan, gaat de buis van Eustachius bij haar minder vaak open. Geef een reden waarvoor het nodig is dat de buis van Eustachius regelmatig opengaat.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste reden: − Daardoor blijft de luchtdruk in de trommelholte gelijk aan de luchtdruk in de gehoorgang. − Daardoor kan het trommelvlies beter trillingen doorgeven. (1)
Vraag 4 1 punt
Hieronder zie je twee schematische tekeningen. Eén tekening geeft de situatie weer tijdens een inademing, de andere de situatie tijdens een uitademing.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
Welke tekening geeft de situatie tijdens een uitademing weer? En is het middenrif tijdens deze uitademing aangespannen of ontspannen?
A tekening 1, het middenrif is aangespannen
B tekening 1, het middenrif is ontspannen
C tekening 2, het middenrif is aangespannen
D tekening 2, het middenrif is ontspannen
Vraag 5 1 punt
Zijn Reva en Milan een eeneiige tweeling of een twee-eiige tweeling? Leg je antwoord uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- een twee-eiige tweeling, met een uitleg waaruit blijkt dat ze niet hetzelfde geslacht hebben (1)
Piercing
Bij het zetten van een piercing wordt een gaatje in de huid gemaakt om een ring of staafje te plaatsen. Piercings kunnen in verschillende delen van het lichaam worden aangebracht. Na het piercen is de doorboorde huid nog enige tijd gevoelig.
Vraag 6 2 punten
Marieke laat een neuspiercing plaatsen. De wond gaat bloeden. Het bloed stolt snel, maar de volgende dag is de wond ontstoken. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan welke bloeddeeltjes het bloed van Marieke laten stollen en welke bloeddeeltjes de infectie bestrijden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: bloed- rode witte plaatjes bloedcellen bloedcellen bloed laten stollen X de infectie X bestrijden per juist ingevulde regel (1) (2)
Vraag 7 1 punt
Tijdens het plaatsen van de piercing worden de pijnzintuigen in de huid van Marieke geprikkeld. De impulsen worden verwerkt in de grote hersenen, waardoor Marieke pijn voelt. Welk type zenuwcellen verwerkt de impulsen in de grote hersenen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 8 2 punten
In de huid liggen drukzintuigen en pijnzintuigen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel voor beide typen zintuigen aan in welke laag of in welke lagen van de huid ze liggen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: opperhuid lederhuid drukzintuigen X pijnzintuigen X X per juist en volledig ingevulde regel (1) (2)
Vraag 9 1 punt
In de afbeelding hieronder zie je een deel van het oor met P aangegeven. De vriend van Marieke laat daar een piercing plaatsen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (de) oorschelp (1)
Geef de naam van deel P.
Vraag 10 1 punt
Sommige vrouwen kiezen voor een piercing in de navel, schaamlippen of tepels. Welke van de genoemde delen zijn een primair geslachtskenmerk?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Beerdiertjes
Luuk zoekt voor biologie informatie over beerdiertjes (zie de afbeelding).
Luuk schrijft het volgende op:
Beerdiertjes zijn een halve millimeter groot. Ze hebben acht pootjes met klauwen. Ze hebben twee gevoelige plekjes op hun kop die dezelfde functie als ogen hebben. Ze leven in een vochtige omgeving.
Als het lange tijd droog is, rollen beerdiertjes zich op en stoppen ze met eten. Ze nemen dan ook minder zuurstof op. Bijna al hun lichaamsvocht verdwijnt via de huid. De beerdiertjes verschrompelen en lijken dood te zijn. Als ze in zo’n toestand zijn, kan de wind ze makkelijk meenemen naar een andere plek.
Vraag 11 1 punt
Wat is de adequate prikkel voor de twee gevoelige plekjes op de kop van de beerdiertjes?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- licht (1)
Vraag 12 2 punten
Op de uitwerkbijlage staan twee reacties van beerdiertjes op langdurige droogte. Elke reactie is een voorbeeld van een levenskenmerk. Schrijf voor elke reactie het bijbehorende levenskenmerk op.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: levenskenmerk Beerdiertjes rollen zich op. bewegen/reageren op prikkels Beerdiertjes nemen minder zuurstof op. ademhalen/stofwisseling per juist ingevulde regel (1) (2)
Vraag 13 1 punt
Als de wind een opgerold beerdiertje meeneemt, wordt de kans op overleven voor dit beerdiertje groter. Geef hiervoor een verklaring.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste verklaring: Het beerdiertje heeft dan kans om in een gunstige/vochtige omgeving terecht te komen (waardoor de kans op overleven groter wordt). (1)
Luuk heeft op internet een stamboom gevonden die de afstamming van de beerdiertjes weergeeft volgens de evolutietheorie.
Vraag 14 1 punt
Naar aanleiding van de stamboom doet Luuk twee uitspraken:
1 De beerdiertjes zijn meer verwant aan de peniswormen dan aan de gifkakendragers.
2 De beerdiertjes zijn later ontstaan dan de rondwormen. Wat is juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
De menstruatiecyclus
Marit vindt op internet een afbeelding van de menstruatiecyclus, die ze voor een schoolopdracht wil gebruiken. Vijf dagen zijn met letters aangegeven.
Vraag 15 2 punten
Marit wil een legenda bij de afbeelding maken. Ze wil daarin ‘begin menstruatie’ en ‘ovulatie’ opschrijven. Welke letter geeft het begin van de menstruatie aan? Welke letter geeft de ovulatie aan? Noteer je antwoorden op de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: letter begin van de menstruatie T ovulatie Q per juist ingevulde letter (1) (2)
Vraag 16 1 punt
Marit heeft tijdens haar menstruatie vaak buikpijn. Sinds ze de anticonceptiepil gebruikt, zijn deze klachten minder geworden. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met twee uitspraken over de anticonceptiepil. Kruis bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vaccinatie bij katten
Op de website van een dierenarts staat de volgende informatie over ziektes bij katten:
Niesziekte en kattenziekte Deze ziektes zijn levensbedreigend voor katten en worden veroorzaakt door virussen. De virussen verspreiden zich via besmette katten. Het virus dat kattenziekte veroorzaakt, kan ook via handen en schoenen van mensen worden overgebracht.
Vaccinatie Om katten te beschermen tegen niesziekte en kattenziekte kunnen ze vanaf een leeftijd van negen weken worden ingeënt. Tot deze leeftijd hebben jonge katjes antistoffen die ze van hun moeder hebben gekregen. Voor een volledige bescherming raden we 10 vaccinaties aan, volgens onderstaand schema.
leeftijd vaccin combinatievaccin tegen niesziekte tegen niesziekte en tegen kattenziekte
9 weken X
12 weken X
1 jaar X
2 jaar X
3 jaar X
4 jaar X
5 jaar X
6 jaar X
7 jaar X
8 jaar X
Vraag 17 1 punt
Naar aanleiding van de informatie worden twee uitspraken gedaan.
1 Het combinatievaccin bevat ten minste twee verschillende antigenen.
2 Katjes jonger dan 9 weken hebben antistoffen verkregen door actieve immunisatie. Wat is juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 18 1 punt
Welk vaccin biedt langer bescherming: het vaccin tegen niesziekte of het vaccin tegen kattenziekte? Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.
Bekijk het antwoord
- (het vaccin tegen) kattenziekte, met een uitleg waaruit blijkt dat de tijd tussen de inentingen langer is dan bij het vaccin tegen niesziekte / dat het vaccin tegen kattenziekte maar vijf keer wordt toegediend en het vaccin tegen niesziekte tien keer (in acht jaar) (1)
Vraag 19 1 punt
Er zijn katten die nooit buiten komen en nooit in aanraking komen met andere katten. Toch wordt geadviseerd deze katten in te enten tegen kattenziekte. Leg uit hoe de katten toch besmet zouden kunnen worden met het kattenziektevirus.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de katten via (handen en schoenen van) mensen besmet kunnen raken. (1)
Coeliakie
Coeliakie is een auto-immuunziekte. Bij deze ziekte bestrijden bloedcellen het eiwit gluten. Gluten komt voor in bepaalde voedingsmiddelen. Doordat de bloedcellen gluten gaan bestrijden, raakt bij mensen met coeliakie het darmslijmvlies beschadigd. Op lange termijn ontstaat bij hen botontkalking door een gebrek aan kalkzouten.
Vraag 20 1 punt
Leg uit waardoor mensen met coeliakie een gebrek aan kalkzouten krijgen.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat er door het beschadigde darmslijmvlies minder kalkzouten/voedingsstoffen kunnen worden opgenomen (in het bloed). (1)
Vraag 21 1 punt
Tot welke groep voedingstoffen behoren kalkzouten?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 22 1 punt
Meneer Smit heeft veel last van zijn darmen. De dokter doet een bloedonderzoek. Hij zoekt naar bepaalde stoffen. Als deze stoffen in het bloed aanwezig zijn, betekent dit dat meneer Smit coeliakie heeft. Naar welke stoffen zoekt de dokter?
Bekijk het antwoord
- antistof/antistoffen/antilichamen (tegen gluten) (1)
Vraag 23 1 punt
Als meneer Smit een nieuwe dunne darm zou krijgen door een transplantatie, kan hij dan na de transplantatie nog steeds last krijgen van coeliakie? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- ja, met een uitleg waaruit blijkt dat hij (na een transplantatie) nog steeds zijn eigen (witte) bloedcellen heeft die gluten bestrijden of nee, met een uitleg waaruit blijkt dat hij (na een transplantatie) medicijnen moet nemen die het afweersysteem remmen (1)
De maag
In de afbeelding zie je de maag en twee andere organen.
Vraag 24 2 punten
Wat is de naam van de organen die worden aangegeven met de letters P en Q? Schrijf je antwoord zo op: letter P = ………………………. letter Q = ……………………….
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (letter P =) slokdarm (1)
- (letter Q =) twaalfvingerige darm/dunne darm (1)
Vraag 25 1 punt
De drie organen horen bij hetzelfde orgaanstelsel. Schrijf de naam van dit orgaanstelsel op.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (spijs)verteringsstelsel (1)
Vraag 26 1 punt
Drie functies van organen zijn:
1 bacteriën bestrijden
2 vetten emulgeren
3 voedsel kneden Wat is een functie van de maag?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Vraag 27 1 punt
In maagsap komen enzymen voor. De activiteit van enzymen is afhankelijk van het zuurgehalte (pH). Hoe hoger de pH, hoe minder zuur er aanwezig is. In het diagram zie je de activiteit van drie verschillende enzymen (P, Q, R) uit het menselijk lichaam weergegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (enzym) P, met een uitleg waaruit blijkt dat maagsap zuur is en (enzym) P het meest actief is in een zure omgeving / maagsap een pH van 2,5 heeft en (enzym) P het meest actief is bij pH 2,5 (1)
Bijen en cafeïne
Bijen voeden zich met nectar die ze uit bloemen halen. Als ze een bron van nectar gevonden hebben, geven ze de informatie over deze bron aan andere bijen door. Ze doen dit door middel van een bijendans.
Veel planten maken nectar om bijen te lokken. Onderzoekers hebben ontdekt dat sommige planten nectar met cafeïne maken.
Vraag 28 1 punt
Waarvoor willen planten bijen lokken?
Bekijk het antwoord
- (planten lokken bijen voor de) bestuiving/voortplanting (1)
Vraag 29 1 punt
In een onderzoek krijgen twee groepen bijen twee verschillende voedselbronnen aangeboden:
- Bron A bevat een suikeroplossing zonder cafeïne.
- Bron B bevat een suikeroplossing met cafeïne. De onderzoekers stellen vast dat bijen die bron B bezoeken, de informatie over deze bron vaker en langer doorgeven aan hun soortgenoten dan bijen die bron A bezoeken. Daardoor vliegen meer bijen naar bron B dan naar bron A. Noteer een onderzoeksvraag die past bij dit onderzoek.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste onderzoeksvraag: − Beïnvloedt cafeïne (in een suikeroplossing) het gedrag van bijen? − Vinden bijen cafeïne (in een suikeroplossing) aantrekkelijk? (1)
Vraag 30 1 punt
In een volgend onderzoek worden de voedselbronnen A en B leeggehaald, maar ze blijven wel op dezelfde plek staan. De bijen die in het vorige onderzoek bron A bezochten, gaan al snel op zoek naar een nieuwe voedselbron. De bijen die in het vorige onderzoek bron B bezochten, blijven keer op keer de lege bron B bezoeken, ook al is er niets te vinden. Bedenk een verklaring voor dit verschil in gedrag van de bijen.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste verklaring: − Cafeïne beïnvloedt het gedrag van bijen. − Bijen hebben een voorkeur voor (een suikeroplossing met) cafeïne. − Bijen zijn verslaafd geraakt aan de cafeïne. − Bijen hebben de informatie over bron B vaker en langer doorgegeven. (1)
Schimmelinfectie bij boomkikkers
Boomkikkers zijn amfibieën. Ze kunnen besmet raken met de schimmel Batrachochytrium dendrobatidis, die hun huid aantast. De schimmel wordt onder andere overgedragen bij sociaal contact tussen kikkers. Boomkikkers hebben veel last van de schimmelinfectie als de temperatuur gedurende een langere periode sterk schommelt.
Onderzoekers hebben opgemerkt dat een bepaalde soort boomkikkers zich anders gedraagt na besmetting met de schimmel. In de paartijd kwaken besmette mannetjes sneller en langer dan niet-besmette mannetjes. Vrouwelijke boomkikkers blijken een voorkeur te hebben voor besmette mannetjes.
Vraag 31 1 punt
Na besmetting met de schimmel worden de bovenste huidlagen van de boomkikker dikker, waardoor de huidademhaling moeilijker gaat. Volwassen boomkikkers kunnen echter nog op een andere manier ademhalen. Geef de naam van de ademhalingsorganen die ze hierbij gebruiken.
Bekijk het antwoord
- longen (1)
Vraag 32 2 punten
Een laborant bekijkt een stukje huid van een besmette boomkikker door een microscoop. Alle cellen zijn voldoende uitvergroot en de delen van de cellen zijn goed herkenbaar. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan wat de laborant ziet bij cellen van de boomkikker en wat hij ziet bij cellen van de schimmel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: bladgroen- celkern celwand korrels cellen van de boomkikker X cellen van de schimmel X X per juist en volledig ingevulde regel (1) (2)
Vraag 33 1 punt
Het geluid van niet-besmette mannetjes is een sleutelprikkel voor de vrouwtjes. Is het geluid van besmette mannetjes een supranormale prikkel voor de vrouwtjes? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- ja, met een uitleg waaruit blijkt dat besmette mannetjes sneller en langer kwaken (dan niet-besmette mannetjes) / dat vrouwtjes een voorkeur hebben voor het geluid van besmette mannetjes (1)
Vraag 34 1 punt
Leg uit dat het voor de schimmel voordelig is dat vrouwtjes een voorkeur hebben voor besmette mannetjes.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de schimmel zich sneller kan verspreiden als vrouwtjes met besmette mannetjes paren (en daarbij zelf ook besmet raken). (1)
Toeterende vleugels
Breedbekvogels leven in Afrika. De mannetjes maken een toeterend geluid door snel met hun vleugels te bewegen. Met dit toeteren houden ze soortgenoten uit hun leefgebied weg. Biologen hebben opgemerkt dat dit toeteren in de paartijd vrouwtjes lokt.
Vraag 35 2 punten
In de informatie zijn de functies van het toeteren beschreven. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel voor beide functies van het toeteren aan tot welk gedrag dat toeteren behoort.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: balts- gedrag om territorium- gedrag rangorde te gedrag bepalen toeteren om soortgenoten X te lokken toeteren om soortgenoten X weg te houden per juist ingevulde regel (1) (2)
Goudvissen
Goudvissen worden al meer dan 1000 jaar gekweekt. Ongeveer 400 jaar geleden ontstond een goudvis met dubbele vinnen (zie de afbeelding).
Vraag 36 1 punt
De eigenschap ‘dubbele vinnen’ is ontstaan door een mutatie uit de eigenschap ‘enkele vinnen’. Wat is een mutatie?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- een verandering in een chromosoom/in het DNA/in het erfelijk materiaal/in een gen (1)
Vraag 37 1 punt
Kwekers hebben goudvissen met dubbele vinnen gekruist met verschillende typen goudvissen met enkele vinnen. Zo zijn er na verloop van tijd goudvissen met dubbele vinnen ontstaan met verschillende kleuren en vormen. Is er bij dit kweken sprake van selectie?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 38 1 punt
Een goudvis met dubbele vinnen (vis P) wordt gekruist met een goudvis met enkele vinnen (vis Q). Alle nakomelingen hebben enkele vinnen. Kruising van zo’n nakomeling (vis R) met een vis met dubbele vinnen levert 405 nakomelingen op. Van deze nakomelingen zijn er 195 met enkele vinnen en 210 met dubbele vinnen (zie de stamboom hieronder).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Alfalfa
Abdel en Els willen voor biologie een proefje met alfalfa doen. Op internet vinden ze de volgende informatie:
Alfalfa is een kiemgroente. Het zaaien van alfalfa is gemakkelijk. De zaadjes kunnen in het licht of in het donker ontkiemen. De kiemplantjes kunnen al na zes dagen gegeten worden. Alfalfa is gezond en zit vol eiwitten, mineralen en vitamines.
Abdel en Els laten 50 alfalfazaadjes in het donker ontkiemen en 50 alfalfazaadjes in het licht. In het donker blijven de kiemplantjes wit, in het licht worden ze groen.
Vraag 39 2 punten
Schrijf twee abiotische factoren op die voor de ontkieming van alfalfazaden nodig zijn.
Bekijk het antwoord
- twee van de volgende abiotische factoren: − temperatuur/warmte − water − zuurstof per juiste factor (1) (2)
Vraag 40 1 punt
Leg uit waardoor de kiemplantjes in het licht groen worden.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de kiemplantjes bladgroenkorrels aanmaken (voor de fotosynthese). (1)
Vraag 41 1 punt
Aan de wortels van de kiemplantjes ontstaan wortelharen. Wat is de functie van wortelharen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 42 1 punt
Abdel en Els laten enkele kiemplantjes in de schooltuin verder groeien. In september zien ze dat de planten zaden gemaakt hebben. Hebben de alfalfaplanten zich geslachtelijk of ongeslachtelijk voortgeplant? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- geslachtelijk, met een uitleg waaruit blijkt dat zaden alleen bij geslachtelijke voortplanting ontstaan (1)
tomaten 85 95,4 0,7 2,9 0,4
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 43 2 punten
Hoeveel energie bevat de salade van Abdel? Leg je antwoord uit met een berekening.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juiste berekening: energie in tomaten: 2 x 85 = 170 (kJ) energie in alfalfa: 0,5 x 97 = 48,5 (kJ) energie in slasaus: 10 : 100 x 1140 = 114 (kJ) totale hoeveelheid energie in de salade: 170 + 48,5 + 114 = 332,5/333 (kJ)
Prenataal onderzoek
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 44 1 punt
Clara is in verwachting. Om de chromosomen van haar foetus te onderzoeken worden er cellen van de foetus weggenomen. Noem een prenatale onderzoeksmethode waarbij cellen van een foetus weggenomen worden.
Bekijk het antwoord
- vlokkentest/vruchtwaterpunctie (1)
Vraag 45 1 punt
De arts heeft de chromosomen in kaart gebracht (zie de afbeelding). Zij vertelt Clara dat haar ongeboren baby een chromosomale afwijking heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het antwoord “down(syndroom)” geen scorepunt toekennen.
Prenataal onderzoek
Leid uit de afbeelding af wat de chromosomale afwijking is.
Vraag 46 1 punt
Is aan de chromosomen in de afbeelding te zien of de ongeboren baby van Clara een jongen of een meisje is?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Paddentrek
In het begin van het jaar trekken padden van hun winterverblijf naar de gebieden waar ze zich voortplanten. De paddentrek begint als de temperatuur en de luchtvochtigheid gunstig zijn, en vindt alleen ’s nachts plaats. In de tabel zie je hoe deze factoren de paddentrek beïnvloeden.
Het diagram hieronder geeft informatie over de temperatuur en de luchtvochtigheid in de maand februari van een bepaald jaar.
Vraag 47 1 punt
Op welke dag in februari kan de paddentrek op z’n vroegst beginnen volgens de informatie?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (dag) 20 / 20 februari (1)
Vraag 48 1 punt
In welke categorie valt de paddentrek op 26 februari volgens de informatie?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 49 1 punt
Op 10 november van hetzelfde jaar wordt een gemiddelde temperatuur gemeten van 9°C en een luchtvochtigheid van 82%. Ondanks de gunstige omstandigheden is er geen paddentrek, omdat de inwendige prikkel voor de voortplanting ontbreekt. Noteer deze inwendige prikkel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (geslachts)hormonen (1)
Cysten in de nieren
Er is een ziekte waarbij in de nieren cysten ontstaan. Cysten zijn blaasjes gevuld met vocht. Als er veel van zulke cysten aanwezig zijn, kan de functie van de nieren verstoord worden. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een dominant gen (A).
Vraag 50 1 punt
Noem een functie van de nieren.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste functie: − water / afvalstoffen uitscheiden − bloed filteren (1)
Vraag 51 1 punt
Indra en Pieter verwachten een kind. Indra is heterozygoot voor deze nierziekte. Pieter heeft de ziekte niet. Hoe groot is de kans dat het kind van Indra en Pieter deze nierziekte zal krijgen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Raven
Raven behoren tot de kraaiachtigen, net als kraaien, roeken en kauwen. Al deze vogels zijn grotendeels zwart en lijken veel op elkaar. In de afbeelding zie je een raaf.
Vraag 52 1 punt
Hieronder staat een deel van een determineertabel voor vogels.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
23 a de vogel heeft een grijze oogring ............................................ kauw b de vogel heeft geen grijze oogring ......................................... zie 24
24 a de volwassen vogel is kleiner dan 60 cm ............................... zie 25 b de volwassen vogel is groter dan 60 cm ................................... raaf
25 a de snavel heeft aan de kopkant een kaal stuk huid ................... roek b de snavel heeft aan de kopkant geen kaal stuk huid ................ kraai
Wat is volgens de gegevens in deze determineertabel een verschil tussen een raaf en een kraai?
A de kleur van de oogring
B de grootte van het lichaam
C de kaalheid van de huid bij de snavel
Vraag 53 1 punt
Raven eten plantaardig voedsel zoals bessen, maar ook insecten, muizen en kadavers van dode dieren. Behoren raven tot de consumenten, tot de producenten of tot de reducenten?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-21-2-o
Andere examens biologie vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 53. Van 50 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (8), erfelijkheid (7) en gedrag (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-21-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.