Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Zingende muizen, PAH, Blauwalgen, De axolotl, Sikkelcel-anemie, Cafeïne, Cafeïne, Gaan met die banaan, Vaccinatie bij ouderen, Grauwe ganzen, Baarmoederhalskanker, Pijn bij vissen, Golfstromen, Schubbeneters, De zwarte populier, De zwarte populier, Nieuwe voorbehoedmiddelen.
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 54. Van 53 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voortplanting (11), zenuwstelsel en hormonen (7) en voeding en vertering (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Voortplanting | 11, 13, 45-46, 48-54 | 11 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 1, 12, 17, 30, 33-35 | 7 |
| Voeding en vertering | 16, 18-23 | 7 |
| Afweer | 24-28, 32 | 6 |
| Ecologie | 10, 36-39 | 5 |
| Erfelijkheid | 5, 15, 43, 47 | 4 |
| Gedrag | 2, 29, 31 | 3 |
| Planten en fotosynthese | 7-8, 44 | 3 |
| Evolutie | 40-42 | 3 |
| Bloedsomloop | 3, 14 | 2 |
| Ademhaling | 4 | 1 |
| Cellen | 6 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over voortplanting (21% van de vragen, gemiddeld 13%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Zingende muizen
Muizen maken zingende geluiden die mensen niet kunnen horen. De zang van mannetjesmuizen is eenvoudig, maar als ze urine van vrouwtjes ruiken, wordt hun zang ingewikkelder.
Vraag 1 1 punt
Muizenoren bestaan uit delen met dezelfde namen en taken als mensenoren. De geluidsprikkels van de muizenzang worden bij muizen wel omgezet in impulsen, maar bij mensen niet. In welk deel van een muizenoor worden de geluidsprikkels omgezet in impulsen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 2 2 punten
In de informatie hierboven wordt een respons van mannetjesmuizen genoemd. Wat is de respons? En wat is de inwendige prikkel hiervoor? Schrijf je antwoord zo op: de respons: ...................................................... de inwendige prikkel: ........................................
Bekijk het antwoord
- (de respons:) verandering van/meer ingewikkelde zang (1)
- (de inwendige prikkel:) (geslachts)hormoon (1)
PAH
PAH is een aandoening waarbij de bloedvaten in de longen vernauwd zijn. Hierdoor moet het hart krachtiger samentrekken dan normaal om het bloed de longslagaders in te pompen. Bij PAH is daardoor de bloeddruk in de longslagaders veel te hoog.
Vraag 3 1 punt
In de afbeelding zie je het hart met enkele bloedvaten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
Welke letter in de afbeelding geeft een longslagader aan?
A letter P
B letter Q
C letter R
D letter S
Vraag 4 1 punt
PAH kan als gevolg hebben dat er te veel vocht tussen de cellen van het longweefsel komt. Ook tussen de longblaasjes en de omliggende haarvaten zit er dan te veel weefselvocht. Daardoor verloopt de gaswisseling slechter. De twee processen van de gaswisseling staan in een tabel op de uitwerkbijlage. Vul de ontbrekende gegevens bij ‘afgifte’ in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 5 2 punten
PAH kan verschillende oorzaken hebben. Eén daarvan is een erfelijke afwijking, veroorzaakt door een dominant gen (A). In de afbeelding zie je een stamboom van een familie waarin de erfelijke vorm van PAH voorkomt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer de kandidaat een andere letter gebruikt om het genotype aan te geven, dan ook de scorepunten toekennen.
Blauwalgen
Blauwalgen zijn bacteriën die zich bij warm weer snel vermeerderen in water met veel voedingsstoffen. Hierdoor ontstaat er een dikke en stinkende groene laag op het water.
Blauwalgen bevatten bladgroen. Hierdoor kunnen ze aan fotosynthese doen.
Vraag 6 1 punt
Heeft een blauwalg een celkern? En heeft een blauwalg een celwand?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 7 2 punten
Het schema hieronder stelt de fotosynthese voor.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (1:) koolstofdioxide/CO2 (1)
- (2:) zuurstof/O2 (1)
...(1)… + water + lichtenergie glucose + …(2)…
Wat moet op plaats 1 en op plaats 2 ingevuld worden om het schema compleet te maken? Schrijf je antwoord zo op: 1: ..................................................................... 2: .....................................................................
Vraag 8 1 punt
Ayşe en Danny onderzoeken slootwater met daarin blauwalgen. Ze gebruiken hiervoor:
- vier bekerglazen
- vier waterbaden, elk ingesteld op een andere temperatuur: 15 °C,
25 °C, 35 °C en 45 °C. Ze zetten in elk waterbad één bekerglas met 50 mL slootwater. Na enkele dagen bepalen ze in elk bekerglas de hoeveelheid blauwalgen per milliliter. Noteer de onderzoeksvraag die bij dit onderzoek past.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een juiste onderzoeksvraag waaruit blijkt dat Ayşe en Danny de invloed van de temperatuur op de hoeveelheid blauwalgen (in slootwater) onderzoeken. (1)
De axolotl
De axolotl is een amfibie die zijn hele leven eigenschappen van een larve (jonge amfibie) houdt. Hij heeft uitwendige kieuwen en een staartvin, waardoor hij goed aangepast is aan het leven in water. De axolotl eet kleine diertjes, zoals watervlooien. Hij kan prooidieren alleen goed waarnemen als ze bewegen. Het dier heeft geen natuurlijke vijanden, behalve zijn soortgenoten.
Vraag 9 1 punt
De informatie hierboven gaat over enkele levenskenmerken van de axolotl. Twee levenskenmerken zijn ademhalen en reageren op prikkels. Gaat de informatie over deze levenskenmerken?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 10 1 punt
De organismen in de informatie maken deel uit van een voedselketen. Om deze voedselketen compleet te maken is meer informatie nodig. Welke informatie ontbreekt om de voedselketen compleet te kunnen maken?
Bekijk het antwoord
- informatie over voedsel van watervlooien / over een plant/producent (1)
Vraag 11 1 punt
Om een vrouwtje te lokken maakt een mannetje een soort dansje. Hierbij geeft hij geurstoffen af en gebruikt hij zijn staart om de geurstoffen naar het vrouwtje te waaieren. Hoe heet dit type voortplantingsgedrag?
Bekijk het antwoord
- balts(gedrag) (1)
Vraag 12 1 punt
De axolotl houdt eigenschappen van een larve door een tekort aan jodium in het water. Door dit tekort kan de schildklier niet voldoende van de stof thyroxine maken. Hierdoor kan het dier zich niet volledig ontwikkelen. Tot welk orgaanstelsel behoort de schildklier?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 13 1 punt
Als een axolotl een poot verliest, groeit er op die plek vrijwel direct een klompje cellen. Alle cellen in dit klompje hebben dezelfde bouw. Vanuit dit klompje cellen groeit vervolgens een nieuwe poot, compleet met huid, spieren en bloedvaten. Bestaat het klompje cellen uit één type weefsel? En bestaat de nieuwe poot uit één type weefsel?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Sikkelcel-anemie
Daisy heeft sikkelcel-anemie. Bij iemand met sikkelcel-anemie bevatten de rode bloedcellen een afwijkende vorm van hemoglobine. Daardoor kunnen deze cellen niet goed functioneren. Sikkelcel-anemie wordt veroorzaakt door een recessief gen (a).
Vraag 14 2 punten
Door de sikkelcel-anemie is Daisy snel moe bij inspanning. Leg uit waardoor niet goed functionerende rode bloedcellen vermoeidheid kunnen veroorzaken.
Bekijk het antwoord
- (door niet goed functionerende rode bloedcellen) minder zuurstof beschikbaar is / kan worden vervoerd (1)
- er (daardoor) te weinig verbranding kan plaatsvinden / te weinig energie vrijgemaakt wordt (1)
Vraag 15 1 punt
Een tante en een oom van Daisy zijn beiden heterozygoot voor het gen dat sikkelcel-anemie veroorzaakt. Ze verwachten samen een kind. Hoe groot is de kans dat dit kind sikkelcel-anemie krijgt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Cafeïne
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 16 1 punt
Bij een grote groep kinderen is onderzocht hoeveel van die kinderen dranken met cafeïne drinken (zie de afbeelding).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Cafeïne
90 deel van de kinderen (%) 80
70
60
50
40
30
20
10
0 koffie thee cola energiedrank Legenda: 2-5 jaar 6-12 jaar 13-17 jaar
Naar aanleiding van het diagram worden twee uitspraken gedaan.
1 In elke leeftijdsgroep zijn er meer kinderen die cafeïne binnenkrijgen met energiedrank dan met het drinken van koffie.
2 Hoe ouder de kinderen zijn hoe meer kinderen cola drinken. Welke uitspraak is juist?
A geen van beide uitspraken
B alleen uitspraak 1
C alleen uitspraak 2
D uitspraak 1 en uitspraak 2
Vraag 17 1 punt
Cafeïne heeft invloed op de werking van een hormoon dat door de bijnieren wordt gemaakt. Toename van dit hormoon in het bloed heeft een versnelling van de ademhaling en van de hartslag tot gevolg. Wat is de naam van dit hormoon?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- adrenaline (1)
Vraag 18 1 punt
Cafeïne wordt in het verteringsstelsel opgenomen in het bloed. De lever breekt cafeïne uit het bloed af.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Welke letter geeft het bloedvat aan waarin cafeïne het eerst terechtkomt vanuit het verteringsstelsel?
A letter Q
B letter R
C letter S
D letter T
Vraag 19 2 punten
In de tabellen hieronder staan gegevens over de voedingswaarde van een energiedrank en de energiebehoefte van jongens.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juiste berekening:
4 x 250 ml = 1000 ml energiedrank
1000 ml energiedrank levert 10 x 340 = 3400 kJ
3400 kJ : 14.000 kJ x 100% = 24% (of nauwkeuriger)
Gaan met die banaan
In de tabel staan gegevens over de voedingswaarde van bananen.
banaan (per 100 gram)
energie 400 kJ eiwitten 1,0 gram koolhydraten (zetmeel, glucose) 20,0 gram water 74,0 gram voedingsvezels 2,0 gram overige voedingsstoffen 3,0 gram
Vraag 20 1 punt
In de tabel ontbreken de gegevens van een groep voedingsstoffen die als brandstof kunnen dienen. Welke groep ontbreekt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- vetten (1)
Vraag 21 1 punt
Bananen bevatten voedingsvezels. Leg uit wat de gunstige invloed is van voedingsvezels op het verteringskanaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat voedingsvezels de darmperistaltiek stimuleren. (1)
Vraag 22 1 punt
Ali druppelt wat jodium op een stukje banaan. De jodium geeft een blauwzwarte verkleuring. Geef de naam van de voedingsstof die Ali hiermee aantoont in de banaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- zetmeel (1)
Vraag 23 1 punt
Bananen bevatten veel kalium. Een teveel aan kalium in het bloed wordt door de nieren uitgescheiden. Deel P in de afbeelding geeft een deel van de nier aan dat betrokken is bij die uitscheiding.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Vaccinatie bij ouderen
Waterpokken is een kinderziekte die veroorzaakt wordt door een virus. Het virus blijft na besmetting in het lichaam aanwezig en kan op latere leeftijd gordelroos veroorzaken. Bij gordelroos ontstaan er bultjes en blaasjes op de huid die veel pijn doen. Er wordt onderzocht of ouderen tegen gordelroos beschermd kunnen worden door een vaccinatie.
Vraag 24 1 punt
Voor het onderzoek wordt een grote groep oudere mensen ingeënt met een vaccin. Dit vaccin bevat een verzwakt waterpokkenvirus. Om het onderzoek compleet te maken dient een andere groep ouderen als controlegroep. Waarmee moet deze controlegroep ingespoten worden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 25 1 punt
Uit het onderzoek blijkt dat oudere mensen na de vaccinatie minder kans hebben om gordelroos te krijgen. Leg uit waardoor een vaccin met een verzwakt waterpokkenvirus immuniteit tegen gordelroos kan opleveren.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat gordelroos wordt veroorzaakt door hetzelfde virus dat waterpokken veroorzaakt. (1)
Vraag 26 1 punt
Welke vorm van immunisatie is het toedienen van het vaccin met een verzwakt waterpokkenvirus?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 27 2 punten
In een ander onderzoek wordt een grote groep ouderen ingeënt tegen een bacterie die longontsteking veroorzaakt. In deze groep krijgen 49 mensen binnen twee jaar longontsteking. In de even grote controlegroep krijgen 90 mensen in die tijd longontsteking. Hoeveel procent van de mensen die longontsteking krijgen, zijn van tevoren ingeënt tegen deze ziekte? Leg je antwoord uit met een berekening.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juiste berekening:
49 + 90 = 139 mensen krijgen longontsteking waarvan ingeënt 49 : 139 x 100 = 35% (of nauwkeuriger)
Grauwe ganzen
Grauwe ganzen zijn vogels die in Nederland voorkomen. Als twee grauwe ganzen een broedpaar gevormd hebben, blijven ze de rest van hun leven bij elkaar. Een mannetje en een vrouwtje herkennen elkaar aan hun uiterlijk, gedrag en geluid.
Hieronder staat informatie over vier verschillende onderzoeken die met grauwe ganzen zijn gedaan.
Onderzoek 1 Het gedrag van een mannetje werd enkele jaren gevolgd. Zijn vrouwtje raakte zoek na een hevige storm. Het mannetje bleef een jaar alleen. Daarna vond hij een nieuw vrouwtje. Na anderhalf jaar kwam het eerste vrouwtje terug. Het mannetje vormde weer een broedpaar met zijn eerste vrouwtje en liet het nieuwe vrouwtje alleen.
Onderzoek 2 Van een ander broedpaar werd het vrouwtje weggehaald. Bij het mannetje nam het gehalte aan stresshormoon in het bloed sterk toe na het verdwijnen van het vrouwtje. Toen er een ander vrouwtje bij hem werd gezet, bleef het gehalte aan stresshormoon hoog. Pas toen zijn eigen vrouwtje na twee weken terugkwam, nam het gehalte snel af.
Onderzoek 3 Een gedragsonderzoeker zet enkele voerbakjes neer die dezelfde vorm hebben, maar van kleur verschillen. Eén bakje vult hij met voer, de andere blijven leeg. Al snel leren de ganzen in welk bakje voer zit. Ze lopen alleen nog op dat bakje af, ook als het op een andere plek staat of als het leeg is.
Onderzoek 4 Een onderzoeker haalt een ganzenvrouwtje weg als haar eieren uitkomen en zet een kip bij het nest. Na het uitkomen volgen de kuikens de kip overal heen. Ook als het ganzenvrouwtje na een halve dag terugkomt, blijven de kuikens de kip achterna lopen.
Vraag 28 1 punt
Over de onderzoeken 1 en 2 worden twee uitspraken gedaan. Deze twee uitspraken staan in een tabel op de uitwerkbijlage. Kruis bij elke uitspraak aan of deze juist is of onjuist.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 29 1 punt
Uit onderzoek 3 blijkt dat de ganzen geleerd hebben in welk gekleurd bakje het voer zit. Leg uit dat hier sprake is van conditionering.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de ganzen het gedrag geleerd hebben door het krijgen van een beloning/voer. (1)
Vraag 30 1 punt
Uit de resultaten van onderzoek 3 blijkt dat de ganzen kleuren kunnen onderscheiden. Ze hebben, net als mensen, twee typen zintuigcellen in hun ogen met dezelfde namen en functies. Hoe heet het type zintuigcellen waarmee de ganzen kleuren kunnen zien?
Bekijk het antwoord
- kegeltjes (1)
Vraag 31 1 punt
Het leergedrag dat in onderzoek 4 beschreven wordt, treedt alleen in een korte periode na het uitkomen van de eieren op. Hoe heet dit type leergedrag?
Bekijk het antwoord
- inprenting/inprenten (1)
Baarmoederhalskanker
Vaak is een infectie met het virus HPV de oorzaak van het ontstaan van baarmoederhalskanker. Van dit virus zijn verschillende typen bekend. Van alle gevallen van baarmoederhalskanker wordt 70% veroorzaakt door HPV type 16 en type 18. Sinds 2010 worden veel meisjes in Nederland ingeënt met een vaccin tegen deze twee typen HPV.
Vraag 32 1 punt
Over de vaccinatie tegen HPV type 16 en type 18 worden twee uitspraken gedaan. Deze twee uitspraken staan in een tabel op de uitwerkbijlage. Kruis bij elke uitspraak aan of deze juist is of onjuist.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Pijn bij vissen
Lisa wil weten of vissen pijn kunnen voelen. In een artikel leest ze dat vissen, net als mensen, zenuwuiteinden in de huid hebben die werken als pijnzintuigen.
Lisa leest over een experiment waarin een bioloog een groot aantal goudvissen heeft verdeeld in twee groepen. In de ene groep kregen de vissen een pijnstiller, in de andere groep niet. Die pijnstiller zorgt er in de grote hersenen voor dat impulsen uit de pijnzintuigen niet worden verwerkt. De bioloog prikkelde bij alle vissen de pijnzintuigen in de huid. In beide groepen reageerden de vissen door te gaan spartelen.
Vraag 33 2 punten
Het centraal zenuwstelsel van vissen bestaat uit vier delen met dezelfde namen en functies als bij mensen. Twee van die delen zijn het ruggenmerg en de grote hersenen. Geef de namen van de andere twee delen van het centraal zenuwstelsel.
Bekijk het antwoord
- hersenstam (1)
- kleine hersenen (1)
Vraag 34 1 punt
Uit het feit dat de pijnstiller geen invloed heeft op de reactie van de vissen, leidt Lisa af dat het spartelen van de vissen een reflex is. Leg uit waardoor de pijnstiller geen invloed heeft op een reflex.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de impulsen bij een reflex niet via de grote hersenen geleid worden. (1)
Vraag 35 1 punt
Twee uur na het experiment is er een verschil in het gedrag van de vissen van beide groepen. De vissen die de pijnstiller hebben gekregen, gedragen zich normaal, zoals vóór het experiment. De vissen die geen pijnstiller hebben gekregen, gedragen zich onrustig. Lisa trekt hieruit de conclusie dat de vissen die geen pijnstiller kregen, tijdens het experiment pijn hebben waargenomen. Geef een argument dat de conclusie van Lisa ondersteunt.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juist argument: Vissen die geen pijnstiller kregen, gedroegen zich (na het experiment) anders (dan vissen die wel een pijnstiller kregen). (1)
Golfstromen
Voor de westkust van Zuid-Amerika voert een golfstroom koel water aan met veel voedingszouten. Hierdoor is het zeewater rijk aan algen die deze zouten opnemen als voedingsstoffen. De algen zijn microscopisch kleine organismen met bladgroen. Ze vormen het voedsel voor sardines en ansjovissen. Deze vissen zijn voedsel voor dolfijnen, albatrossen en jan-van-genten. Er leven ook orka’s die op dolfijnen jagen.
Vraag 36 2 punten
Noteer een voedselketen bestaande uit vier schakels uit de informatie.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
een juiste voedselketen: alg(en) sardine(s)/ansjovis(sen) dolfijn(en) orka(’s)
Vraag 37 1 punt
Noteer een abiotische factor uit de informatie die invloed heeft op de overlevingskansen van organismen in het zeewater voor de kust van Zuid-Amerika.
Bekijk het antwoord
- één van de volgende abiotische factoren: − voedingszouten − (zee)water/golfstroom − temperatuur (1)
Vraag 38 1 punt
De temperatuur van het zeewater voor de westkust van Zuid-Amerika wisselt voortdurend onder invloed van de golfstromen (zie het diagram). 3 temperatuur hoger (°C) 2
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
1
0 gemiddeld
−1
−2 lager −3
1982 1986 1990 1994 1998 2002 2006 2010 2014 jaar
In welke periode was het verschil tussen de hoogste en de laagste temperatuur van het zeewater het grootst?
A 1982-1986
B 1986-1990
C 1998-2002
D 2010-2014
Vraag 39 2 punten
Soms wordt de koele golfstroom voor de kust van Zuid-Amerika verdrongen door een warme stroom. Dit verschijnsel wordt El Niño genoemd. Het water van deze warme stroom bevat veel minder voedingszouten dan dat van de koele stroom. Dit heeft gevolgen voor de albatrossen en de jan-van-genten. Deze zeevogels vinden dan te weinig voedsel in zee en gaan op het vaste land op zoek naar voedsel. Leg uit waardoor deze zeevogels gebrek aan voedsel uit zee krijgen.
Bekijk het antwoord
- er door gebrek aan voedingszouten minder algen voorkomen (in het warme water) (1)
- er minder (sardines en ansjo)vissen voorkomen (door gebrek aan algen als voedsel) (1)
Schubbeneters
Schubbeneters leven in een meer in Afrika. Het zijn vissen die zich voeden met schubben van andere vissen. Schubbeneters worden geboren met een scheve bek. De scheve bek zit links of rechts aan de voorkant van de vis (zie de afbeelding). Jonge schubbeneters ontdekken dat ze met hun scheve bek het makkelijkst schubben van één zijkant van een vis kunnen afhappen.
Een wetenschapper vermoedt dat het meer waarin de schubbeneters leven, al twintig miljoen jaar bestaat. Ze gaat ervan uit dat veel vissen in het meer een gemeenschappelijke voorouder hebben en maakt een stamboom (zie de afbeelding).
Petrochromis
blauwe regenboogvis
Plecodus
schubbeneter
prinses van Burundi
Vraag 40 1 punt
Hoe heet de theorie die verklaart hoe in de loop van de tijd door mutatie en selectie nieuwe soorten ontstaan uit een gemeenschappelijke voorouder?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- evolutie(theorie) (1)
Vraag 41 1 punt
Welke groep vissen is volgens de stamboom het langst geleden als aparte groep ontstaan?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Vraag 42 1 punt
Aan welke groep vissen is een schubbeneter het meest verwant volgens de stamboom?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 43 1 punt
Uit kruisingsproeven blijkt dat de eigenschappen linksmondig en rechtsmondig erfelijk zijn. In de tabel staan de resultaten van enkele kruisingen met schubbeneters.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (1)
De zwarte populier
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 44 1 punt
Timo maakt voor een biologie-opdracht een beschrijving van de zwarte populier.
Bekijk het antwoord
- Ja (dat is uit de beschrijving af te leiden / de populier kan zich geslachtelijk voortplanten), met een uitleg waaruit blijkt dat in de tabel staat dat er een bloeitijd is / dat er zaden zijn. (1)
De zwarte populier
hoogte tot 35 meter leeftijd kan 100 tot 150 jaar oud worden bloeitijd maart - april voortplanting verspreiding zaden door de wind
Timo vraagt zich af of de populier zich geslachtelijk voortplant. Is uit bovenstaande beschrijving van Timo af te leiden of de populier zich geslachtelijk kan voortplanten? Leg je antwoord uit.
Vraag 45 1 punt
Zwarte populieren hebben óf alleen mannelijke óf alleen vrouwelijke bloemen. In de afbeelding zie je deze twee typen bloemen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het antwoord dat Q een stempel heeft geen scorepunt toekennen.
In welk type bloem ontstaan de zaden? Noteer de letter en leg je antwoord uit.
Vraag 46 1 punt
Zwarte populieren hebben windbestuiving. Noteer een kenmerk van bloemen met windbestuiving.
Bekijk het antwoord
- één van de volgende kenmerken: − onopvallende kroonbladeren − lange / uit de bloem stekende meeldraden − grote/veervormige / uit de bloem stekende stempels − droog/veel stuifmeel (1)
Vraag 47 1 punt
Uit knoppen aan de wortels van een zwarte populier kunnen nieuwe zwarte populieren groeien. Een bioloog wil van een groepje van vier zwarte populieren bepalen of ze uit aparte zaden opgegroeid zijn, of uit de wortels van één boom. Hij onderzoekt daarvoor het DNA van elke boom. Uit het resultaat trekt hij de conclusie dat de bomen uit één boom zijn ontstaan. Leg uit wat het resultaat van het DNA-onderzoek was.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de bomen hetzelfde DNA hebben. (1)
Nieuwe voorbehoedmiddelen
Mannen en vrouwen die geen kinderen willen, kunnen verschillende middelen gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Enkele van die middelen zijn: het condoom, de anticonceptiepil en het spiraaltje. Wetenschappers werken eraan om de keuze aan voorbehoedmiddelen uit te breiden.
Vraag 48 1 punt
In de tekst hierboven worden enkele veel gebruikte voorbehoedmiddelen genoemd. Noteer een andere betrouwbare manier waarop zowel mannen als vrouwen ervoor kunnen zorgen dat ze geen kinderen krijgen.
Bekijk het antwoord
- sterilisatie / onthouding (1)
Kunststofpropjes Er is een gel-achtige kunststof in ontwikkeling die in de zaadleiders gebracht kan worden. Daar ontstaan dan propjes die de afvoer van zaadcellen blokkeren. Bij een zaadlozing komt daardoor sperma zonder zaadcellen vrij. Als een man weer vruchtbaar wil zijn, spuit een arts een oplosmiddel in de zaadleiders waardoor de kunststofpropjes verdwijnen.
Vraag 49 1 punt
Hierboven is het voorplantingsstelsel van een man afgebeeld. Welke letter in de afbeelding geeft een orgaan aan waarin een kunststofpropje wordt aangebracht als voorbehoedmiddel?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (letter) R (1)
Vraag 50 1 punt
Na het aanbrengen van kunststofpropjes in de voortplantingsorganen van een man verandert de samenstelling van het sperma. Schrijf de naam op van een orgaan dat stoffen maakt die dan nog wél in het sperma aanwezig zijn.
Bekijk het antwoord
- prostaat / zaadblaasje(s) (1)
SILCS SILCS is de afkorting van de naam van een nieuw type pessarium. Door de nieuwe vorm is het makkelijk in te brengen en blijft het goed zitten. De SILCS moet samen met een speciale gel gebruikt worden, die ervoor zorgt dat zaadcellen niet goed kunnen bewegen.
Vraag 51 1 punt
Een vrouw moet een SILCS zelf aanbrengen in haar lichaam.
Bekijk het antwoord
- (letter) R (1)
Welke letter in de afbeelding geeft de plaats aan waar een SILCS zich bevindt, als deze juist is aangebracht?
Vraag 52 2 punten
Kasia gebruikt de SILCS volgens voorschrift. Leg uit op welke twee manieren de SILCS Kasia beschermt tegen zwangerschap.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de SILCS zaadcellen tegenhoudt (1)
- de gel in de SILCS de beweging van zaadcellen remt (1)
Microchip Artsen onderzoeken de werking van een microchip die ze in het onderhuids bindweefsel aanbrengen. De chip bevat een hormoon met dezelfde werking als het hormoon in de anticonceptiepil. Elke dag geeft de microchip een klein beetje hormoon af. De chip kan zestien jaar onder de huid werkzaam blijven, zeggen de artsen.
De microchip lijkt op een voorbehoedmiddel dat al jaren op de markt is, het implantatiestaafje. Zo’n staafje bevat eenzelfde hormoon als de chip. Het staafje wordt ook onder de huid aangebracht en kan daar maximaal drie jaar werkzaam blijven. Het implantatiestaafje geeft voortdurend hormoon af. Direct na het aanbrengen geeft het veel hormoon af, maar na verloop van tijd wordt dat steeds minder.
Vraag 53 1 punt
In de informatie staat dat een microchip hormoon afgeeft om een zwangerschap te voorkomen. Wat is de werking van dit hormoon?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 54 1 punt
Hierboven zie je een doorsnede van de huid. Welke letter in de afbeelding geeft de laag aan waarin een microchip als voorbehoedmiddel wordt aangebracht?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (letter) S (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-19-1-o
Andere examens biologie vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 54. Van 53 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voortplanting (11), zenuwstelsel en hormonen (7) en voeding en vertering (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-19-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.