Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Bètablokkers, Hennep als medicijn, Wit en bruin vet, De bof, Gedragsonderzoek bij heliconiusvlinders, Domesticatie, Fytoplasma’s, Voortplanting bij kangoeroes, Atypische myopathie, Steenmarters, Antistoffen bij baby's, Koolzaad, Apen op Sumatra.
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (7), voeding en vertering (7) en gedrag (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Zenuwstelsel en hormonen | 2, 6, 11-12, 25, 49-50 | 7 |
| Voeding en vertering | 3-4, 13, 33, 35-36, 48 | 7 |
| Gedrag | 17-22, 38 | 7 |
| Bloedsomloop | 1, 8, 10, 14, 41 | 5 |
| Evolutie | 23-24, 26, 46-47 | 5 |
| Afweer | 15-16, 39, 42 | 4 |
| Voortplanting | 30-32, 40 | 4 |
| Cellen | 9, 28-29 | 3 |
| Erfelijkheid | 43-45 | 3 |
| Planten en fotosynthese | 5, 27 | 2 |
| Ademhaling | 7, 34 | 2 |
| Ecologie | 37 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over evolutie (10% van de vragen, gemiddeld 3%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Bètablokkers
Bètablokkers worden voorgeschreven aan mensen met een te hoge bloeddruk en aan mensen met hartproblemen. Bètablokkers verlagen de hartslag en de bloeddruk.
Op het internet vind je de volgende informatie over bloeddruk. De bloeddruk wordt gemeten in mmHg.
Gemiddelde bloeddruk naar leeftijd en geslacht
mannen vrouwen gemiddelde gemiddelde leeftijd bloeddruk bloeddruk (jaar) (in mmHg) (in mmHg) 30-39 128 115 40-49 131 120 50-59 136 127 60-69 143 137
Voor iedereen geldt: een bloeddruk hoger dan 140 mmHg is een te hoge bloeddruk.
Vraag 1 1 punt
De dokter meet de bloeddruk van een patiënt. Zij bekijkt bovenstaande informatie en zegt tegen de patiënt: “Uw bloeddruk is lager dan gemiddeld, maar hij is wel te hoog”. Bij welke patiënt is dit een juiste diagnose?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 2 1 punt
De dokter geeft de patiënt deze informatie: “Bètablokkers blokkeren de inwendige prikkel van een bepaald hormoon. Dit hormoon heeft invloed op de werking van de hartspier. Daardoor wordt de hartslag lager en daalt de bloeddruk.” Van welk hormoon wordt de werking door bètablokkers geblokkeerd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 3 1 punt
Een bijwerking van bètablokkers is een verminderde speekselproductie. Verminderde speekselproductie geeft een grotere kans op gaatjes in tanden en kiezen. Leg uit waarom de verminderde speekselproductie de kans op gaatjes groter maakt.
Bekijk het antwoord
- Uit de verklaring moet blijken dat (door verminderde speekselproductie in de mond) minder bacteriën doodgaan (waardoor er meer kans op gaatjes/cariës is). (1)
Vraag 4 1 punt
Bètablokkers worden, net zoals schadelijke stoffen, afgebroken door een orgaan. In de afbeelding zie je een romp van een mens schematisch getekend.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (letter) P (1)
Hennep als medicijn
Een hennepplant heeft alleen mannelijke of alleen vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen van hennep produceren heel veel stuifmeel dat glad en niet kleverig is.
Vraag 5 1 punt
Uit deze gegevens kun je concluderen of hennepplanten nectar produceren. Produceren hennepplanten nectar? En zo ja, welke planten?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
In de onbevruchte vrouwelijke bloemen zit de stof CBD, waarvan medicijnen worden gemaakt.
Vraag 6 1 punt
De stof CBD beïnvloedt de waarneming van pijn. In welk deel van de hersenen vindt de waarneming van pijn plaats?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 7 1 punt
Patiënten kunnen zo’n medicijn inhaleren met een verdamper. De stof CBD wordt dan via de longen opgenomen in het bloed. Het CBD-rijke bloed stroomt dan naar het hart en wordt vervolgens naar onder andere de hersenen gepompt. Hieronder zie je een schematische tekening van het hart. De vier bloedvaten van en naar het hart zijn aangegeven met de letters Q, R, S en T.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
Via welk bloedvat komt het CBD-rijke bloed vanuit de longen het hart binnen?
A via bloedvat Q
B via bloedvat R
C via bloedvat S
D via bloedvat T
Vraag 8 1 punt
Het hart pompt het CBD-rijke bloed via een van deze bloedvaten naar de hersenen. Via welk bloedvat is dat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Wit en bruin vet
Mensen hebben witte en bruine vetcellen. Een levensstijl van veel eten en weinig bewegen kan, door de opslag van vet in witte vetcellen, leiden tot overgewicht.
Vraag 9 2 punten
Onder de huid wordt vet opgeslagen in een laag witte vetcellen. Deze laag vetcellen heeft een belangrijke functie. Noteer de naam van het weefsel waarin deze laag vetcellen zich bevindt en geef aan welke functie deze laag vetcellen heeft. Schrijf je antwoord zo op: naam weefsel: ...................................................... functie vetcellen: ..................................................
Bekijk het antwoord
- (naam weefsel:) onderhuids bindweefsel (1)
- (functie vetcellen:) (opslag van) reservevoedsel / isolatie (1)
Vraag 10 1 punt
Overgewicht kan nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Het kan aandoeningen van het bloedvatenstelsel veroorzaken. Noem zo’n aandoening van het bloedvatenstelsel.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste aandoening: − hartinfarct/hartaanval − hartritmestoornis − hoge bloeddruk − (slag)aderverharding/(slag)aderverkalking/vernauwing van bloedvaten (1)
Vraag 11 1 punt
Bruine vetcellen bevinden zich tussen de ribben, achter het sleutelbeen en bij de hormoonklier die in de hals tegen de luchtpijp ligt. Hoe heet deze hormoonklier?
Bekijk het antwoord
- schildklier (1)
Bij afkoeling wordt vet in bruine vetcellen snel afgebroken om warmte te produceren. Deze afbraak wordt geregeld door een centrum in de hersenen. Als je huid afkoelt, worden zintuigcellen in de huid geprikkeld. Vervolgens geleiden zenuwcellen impulsen via het ruggenmerg naar dit centrum in de hersenen.
Vraag 12 1 punt
Door welk type zenuwcel worden impulsen vanuit de huid naar het ruggenmerg geleid?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 13 1 punt
Vet in bruine vetcellen wordt afgebroken om warmte te produceren. Hoe heet het stofwisselingsproces waarbij warmte vrijkomt?
Bekijk het antwoord
- verbranding (1)
Vraag 14 1 punt
In wit vetweefsel wordt vet opgeslagen. In bruin vetweefsel wordt het vet snel afgebroken. Zal door dit verschil in functie het aantal bloedvaten rondom deze cellen gelijk of verschillend zijn?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
De bof
De bof is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Ziekteverschijnselen treden pas twee tot drie weken na de besmetting op. In de vorige eeuw is er een vaccin ontwikkeld tegen de bof. Sindsdien is in Nederland ongeveer 95% van de inwoners ingeënt tegen de bof en komen besmettingen bijna niet meer voor. Kinderen worden ingeënt als ze veertien maanden oud zijn. De meeste kinderen jonger dan veertien maanden hebben via de moedermelk antistoffen tegen de bof gekregen.
Vraag 15 1 punt
Het diagram hieronder laat het aantal gemelde bofgevallen in de jaren
1976 tot en met 2018 zien. Tussen 1999 en 2008 zijn de bofgevallen niet geregistreerd. Uit de informatie is af te leiden sinds wanneer kinderen ingeënt worden tegen de bof. Sinds wanneer is dat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Zie het correctievoorschrift (1)
Vraag 16 1 punt
In 2010 en 2011 kregen veel mensen de bof, ondanks dat ze ingeënt waren. Artsen vermoeden dat in die tijd de antigenen van het bofvirus veranderd zijn. Leg uit waardoor ingeënte mensen ziek kunnen worden als de antigenen van het bofvirus veranderen.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de antistoffen van ingeënte mensen niet passen bij de veranderde antigenen van het bofvirus / de bof (waardoor de ziekte optreedt). (1)
Gedragsonderzoek bij heliconiusvlinders
Heliconiusvlinders voeden zich met nectar van voornamelijk rode bloemen. Wetenschappers onderzoeken of heliconiusvlinders bloemen kunnen leren herkennen aan hun vorm. Ze gebruiken rode kunststof bloemen in vier verschillende vormen (zie de afbeelding).
In het midden van de kunststof bloemen zit een buisje dat met water of met suikerwater gevuld kan worden. De wetenschappers hebben de vlinders die ze observeren in een laboratorium opgekweekt uit eitjes. Het onderzoek bestaat uit drie fases. In elke fase worden dezelfde vlinders gebruikt. De vlinders zijn hongerig bij de start van elke fase.
Fase 1 De vlinders mogen 30 minuten lang tussen de kunststof bloemen rondvliegen op zoek naar voedsel. De kunststof bloemen bevatten alleen water. De wetenschappers noteren van elke vlinder welke bloem hij als eerste kiest om voedsel te vinden. Fase 2 De wetenschappers doen vervolgens suikerwater in de bloem die tijdens fase 1 het minst vaak werd gekozen. In de andere bloemen doen ze alleen water. Gedurende acht dagen laten ze de vlinders 30 minuten per dag tussen de kunststof bloemen rondvliegen op zoek naar voedsel. Fase 3 De wetenschappers herhalen het onderzoek van fase 1.
De resultaten van fase 1 en 3 zie je hieronder in een diagram.
Vraag 17 2 punten
Uit de resultaten blijkt dat de vlinders in fase 1 een voorkeur hebben voor een bepaalde bloemvorm. Welke bloemvorm had in fase 1 de grootste voorkeur van de vlinders? In hoeveel procent van alle bezoeken in fase 1 was deze bloemvorm de eerste keus?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Indien de kandidaat een andere bloemvorm kiest dan R en met dat gegeven het juiste percentage uitrekent, maximaal 1 scorepunt toekennen. (bij keuze bloemvorm P, 18%, bij keuze bloemvorm Q, 11%, bij keuze bloemvorm S, 21% )
Vraag 18 1 punt
In fase 2 was er één bloemvorm met suikerwater. Uit de resultaten is af te leiden welke dat is. Noem de letter van deze bloemvorm.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (bloemvorm) Q (1)
Vraag 19 1 punt
Bij dit onderzoek is sprake van leergedrag bij de heliconiusvlinders. Welke vorm van leergedrag heeft bij dit onderzoek plaatsgevonden?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 20 1 punt
Alle kunststof bloemen in het onderzoek hebben dezelfde kleur. Leg uit waarvoor dat nodig is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste uitleg: − De wetenschappers willen de bloemvorm onderzoeken en niet de kleur. − Bij een onderzoek moeten alle andere omstandigheden hetzelfde zijn (, behalve datgene wat de wetenschappers willen onderzoeken). (1)
Vraag 21 1 punt
Leg uit waarom de vlinders in dit onderzoek hongerig moeten zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat vlinders een motivatie/inwendige prikkel nodig hebben om naar de bloemen te vliegen. (1)
Vraag 22 1 punt
Welke conclusie kunnen de wetenschappers trekken uit dit onderzoek?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat vlinders de vormen van bloemen kunnen leren herkennen. (1)
Domesticatie
Huisdieren stammen af van wilde voorouders. Door interactie met de mens zijn deze wilde dieren na vele generaties tam geworden en worden ze als huisdier gehouden. Dit proces wordt domesticatie genoemd. Om het domesticatieproces na te bootsen is een experiment gedaan dat vijftig jaar duurde.
Voor dit experiment werden een aantal vossen gekruist. De minst agressieve nakomelingen werden geselecteerd om verder mee te kruisen. Vijftig jaar later, na negen generaties van selectie en kruisingen, was het gedrag duidelijk veranderd.
Vraag 23 1 punt
Is er in dit experiment sprake van kunstmatige selectie of van natuurlijke selectie? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- kunstmatige (selectie), met een uitleg waaruit blijkt dat de selectie door mensen gedaan is / dat door de onderzoekers geselecteerd is op specifieke eigenschappen (1)
Vraag 24 1 punt
Behalve het gedrag zijn in deze vijftig jaar ook andere eigenschappen veranderd. Zo waren er onder de nakomelingen vossen met witte vlekken in hun vacht. Ook werden in opeenvolgende generaties de kop en de tanden steeds kleiner. Veranderde gedurende het experiment het fenotype van de vossen? En veranderde het genotype?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 25 1 punt
In de loop van de tijd waren bij de nakomelingen minder cellen die het hormoon adrenaline produceren. Waar wordt dit hormoon geproduceerd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 26 1 punt
Ook in het wild worden weleens vossen met witte vlekken geboren. Deze vossen hebben een kleinere overlevingskans dan bruine vossen. Leg uit waardoor een vos met witte vlekken in de vacht een kleinere overlevingskans heeft.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat uitlegt dat vossen met witte vlekken meer opvallen voor hun vijanden dan vossen met een bruine vacht (waardoor ze een kleinere overlevingskans hebben), het scorepunt ook toekennen.
Fytoplasma’s
Fytoplasma’s zijn bacteriën die in bastvaten van planten kunnen leven. Ze voeden zich met stoffen die door de bastvaten stromen. Fytoplasma’s hebben geen celwand, maar verder hebben ze dezelfde bouw als andere soorten bacteriën. Net als andere soorten bacteriën hebben fytoplasma’s alleen één cirkelvormig chromosoom. Ze planten zich voort door tijdens de celdeling het chromosoom te verdubbelen, zodat de dochtercellen die hierbij ontstaan weer een cirkelvormig chromosoom hebben.
Vraag 27 1 punt
Welke stoffen stromen door bastvaten? En in welke richting stromen die stoffen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 28 1 punt
Hebben fytoplasma’s een celkern? En hebben ze een celmembraan?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 29 1 punt
Planten fytoplasma’s zich geslachtelijk of ongeslachtelijk voort? En zijn de genotypen van de dochtercel en de moedercel gelijk aan elkaar of verschillend van elkaar?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Voortplanting bij kangoeroes
Kangoeroes zijn zoogdieren die in Australië voorkomen. Een vrouwelijke kangoeroe heeft twee afzonderlijke baarmoeders en een vagina die uit drie delen bestaat. De embryo’s van kangoeroes worden onvolgroeid geboren. Ze kruipen dan naar de buidel van de moeder, waar ze zich verder ontwikkelen totdat ze volgroeid zijn. In die tijd voeden ze zich met melk uit de tepels in de buidel.
Vraag 30 1 punt
In het voortplantingsstelsel van mannelijke kangoeroes komen geen zaadblaasjes voor. Bij kangoeroes heeft de prostaat ook de functie die de zaadblaasjes bij mensen hebben. Welke functie is dat?
Bekijk het antwoord
- produceren/toevoegen van vocht/voedingsstoffen (aan de zaadcellen) (1)
Vraag 31 2 punten
Op de uitwerkbijlage staat een tabel met beweringen over drie delen van de geslachtsorganen van kangoeroes. Deze drie delen hebben dezelfde functie als bij mensen. In de tekeningen hierboven worden bepaalde delen van de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen met letters aangegeven. Noteer achter elke bewering de juiste letter.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: letter het deel waarin het embryo zich ontwikkelt R het deel dat mannelijke geslachtscellen opslaat U het deel waarin de eicellen bevrucht worden P indien drie letters juist ingevuld (2) indien twee letters juist ingevuld (1) indien minder dan twee letters juist ingevuld (0) (2)
Een vrouwelijke en een mannelijke kangoeroe paren. Eén dag na de paring vindt de ovulatie plaats en wordt de eicel bevrucht. Twintig dagen na de bevruchting vindt de innesteling plaats. Zeven dagen na de innesteling wordt het embryo geboren en kruipt het door de vagina naar de buidel. Na 180 dagen verlaat de jonge kangoeroe de buidel.
Vraag 32 1 punt
Op 11 oktober heeft de paring plaatsgevonden.
Bekijk het antwoord
- (in weeknummer) 45 (1)
Atypische myopathie
Atypische myopathie is een paardenziekte. De ziekte kan ontstaan als paarden vruchten van de esdoorn eten. Door de gifstof in de vruchten wordt de stofwisseling in de spiercellen verstoord. In een later stadium worden spiercellen afgebroken en door een verstoring van het uitscheidingsstelsel komen eiwitten in de urine terecht. Een paard kan aan deze ziekte overlijden.
Vraag 33 1 punt
Door de verstoring van de stofwisseling in de spiercellen kunnen vetten niet meer als brandstof gebruikt worden. Noem een brandstof die de spiercellen dan nog wel kunnen gebruiken.
Bekijk het antwoord
- glucose / koolhydraten / eiwitten (1)
Vraag 34 1 punt
Een paard met atypische myopathie kan minder goed ademhalen. Leg uit waardoor de ademhaling minder goed gaat.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat ook de ademhalingsspieren aangetast worden. (1)
Vraag 35 1 punt
In welk orgaan worden eiwitten toegevoegd aan de urine?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 36 1 punt
Anna wil bij een boer een weiland huren voor haar paard. In het weiland staan bomen die ze niet kent. Op de grond liggen vruchten die ze meeneemt om te controleren of ze veilig zijn voor haar paard. In de afbeelding zie je wat Anna heeft meegenomen. Daaronder zie je een deel van de determineertabel die Anna raadpleegt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- nee, (het weiland is niet veilig,) met een uitleg waaruit blijkt dat dit de zaden van de esdoorn zijn (1)
Steenmarters
Steenmarters zijn zoogdieren die steeds vaker in steden aanwezig zijn. Steenmarters gaan ’s nachts op jacht naar voedsel. Ze hebben een territorium dat ze met geurstoffen markeren.
Soms kruipen steenmarters in auto’s, waar ze slangetjes en kabels kapot knagen. Men vermoedt dat in de slangetjes en kabels een stof is verwerkt die naar steenmarters ruikt.
Vraag 37 2 punten
Op de uitwerkbijlage staat een voedselweb waar de steenmarter deel van uitmaakt. De vakjes 1 en 2 zijn nog leeg. Zet in elk vakje één van de drie begrippen. Kies uit ‘mineralen’, ‘planten’ en ‘woelmuis’.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- woelmuis in vakje 1 (1)
- planten in vakje 2 (1)
Vraag 38 1 punt
Een steenmarter bijt een kabel door. Hierbij komt een geur vrij. Mogelijk wil een steenmarter hiermee concurrenten verjagen. Hoe heet dit type gedrag waarmee dieren concurrenten verjagen?
Bekijk het antwoord
- territoriumgedrag (1)
Antistoffen bij baby's
Tijdens de zwangerschap wordt een foetus beschermd tegen ziekteverwekkers door antistoffen die de zwangere vrouw aanmaakt. Na de geboorte krijgt de baby antistoffen binnen met de moedermelk. Een paar maanden nadat de borstvoeding gestopt is, verdwijnt de bescherming door deze antistoffen.
Vraag 39 2 punten
Bepaalde bloeddeeltjes van de zwangere vrouw maken antistoffen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met drie uitspraken over de aanmaak van antistoffen en de aanwezigheid van antistoffen in weefselvloeistof. Kruis voor elke uitspraak aan of die juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: juist onjuist Antistoffen worden aangemaakt door bloedplaatjes. X Alleen virusinfecties zetten het lichaam aan tot de X vorming van antistoffen. Antistoffen zijn ook aanwezig in weefselvloeistof. X indien 3 kruisjes juist ingevuld (2) indien 2 kruisjes juist ingevuld (1) indien minder dan 2 kruisjes juist ingevuld (0) (2)
Vraag 40 1 punt
Hieronder zie je een afbeelding van een foetus in de baarmoeder van een vrouw.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- placenta/moederkoek (1)
Tijdens de zwangerschap bevinden zich antistoffen in de bloedvaten van deel R. Wat is de naam van deel R?
Vraag 41 1 punt
Vanuit deel R stroomt bloed met antistoffen via de navelstreng naar het hart van de foetus. Door welk bloedvat stroomt het bloed met antistoffen vanaf deel R door de navelstreng? En via welk bloedvat stroomt het bloed naar het hart van de foetus?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 42 1 punt
Door de antistoffen uit de moedermelk is de baby na de geboorte immuun voor ziekteverwekkers. Hoe heet deze vorm van immunisatie van de baby?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Koolzaad
Boeren telen koolzaad voor de olie die uit de zaden wordt geperst. De bladkleur is meestal donkergroen. Er is ook een geelgroen fenotype. Dit fenotype wordt veroorzaakt door een recessief gen.
Vraag 43 1 punt
Ouder 1 met geelgroene bladeren wordt gekruist met ouder 2 met donkergroene bladeren. De helft van de nakomelingen heeft geelgroene bladeren, de andere helft heeft donkergroene bladeren. Welke ouder is heterozygoot voor de eigenschap bladkleur?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 44 1 punt
Twee planten met geelgroene bladeren worden onderling gekruist. Hoeveel procent van de nakomelingen heeft naar verwachting donkergroene bladeren?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 45 2 punten
De zaadopbrengst van planten met donkergroene bladeren en die van planten met geelgroene bladeren wordt met elkaar vergeleken. Het aantal gram zaad dat per plant geoogst wordt, is bij de planten met geelgroene bladeren een stuk lager dan bij de planten met donkergroene bladeren. Verklaar dit verschil.
Bekijk het antwoord
- (in het geelgroene blad) minder bladgroenkorrels aanwezig zijn (1)
- waardoor er minder fotosynthese kan plaatsvinden / minder bouwstoffen aangemaakt kunnen worden (voor de ontwikkeling van zaden) (1)
Apen op Sumatra
In het tropisch regenwoud op Sumatra leven orang-oetans en spookdiertjes.
Orang-oetans zijn mensapen met een roodbruine vacht. Ze leven hoog in de bomen en voeden zich vooral met vruchten, bladeren en boomschors.
Spookdiertjes zijn halfapen met een lichtbruine vacht. Ze hebben grote ogen waarmee ze in het donker goed kunnen zien. Spookdiertjes zijn vleeseters. Ze gaan ’s nachts op jacht en doden hun prooi met hun scherpe tanden.
orang-oetan spookdiertje
In de afbeelding zie je een stamboom die de afstamming van apen weergeeft volgens de evolutietheorie.
Vraag 46 1 punt
Hoeveel miljoen jaar geleden splitste zich de groep af waar de spookdiertjes bij horen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 37/38 (miljoen jaar geleden) (1)
Vraag 47 2 punten
Drie groepen apen zijn: halfapen, apen van de nieuwe wereld en apen van de oude wereld. Aan welk van deze groepen zijn de orang-oetans het meest verwant volgens deze stamboom? Leg je antwoord uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
aan de apen van de oude wereld, met een uitleg waaruit blijkt dat de afsplitsing van de apen van de oude wereld minder lang geleden plaatsvond dan de afsplitsing van de andere twee groepen
Vraag 48 2 punten
Het spijsverteringskanaal van orang-oetans is in verhouding veel langer dan dat van spookdiertjes. Leg dat uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Uit de uitleg moet blijken dat het spijsverteringskanaal van de orang-oetan in verhouding veel langer is omdat
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Vraag 49 1 punt
Spookdiertjes jagen ’s nachts. Ze hebben ogen met veel meer staafjes dan kegeltjes. Hebben staafjes een hogere of een lagere drempelwaarde voor licht dan kegeltjes? Of is de drempelwaarde gelijk?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 50 1 punt
De ogen van spookdiertjes bestaan uit delen met dezelfde namen en functies als bij mensen. Hieronder zie je een afbeelding van het oog. Vijf delen zijn met een nummer aangegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen voor een volledig juist antwoord 1 scorepunt toekennen.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2022, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-22-2-o
Andere examens biologie vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (7), voeding en vertering (7) en gedrag (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-22-2-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.