Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Chocolade, DNA-onderzoek, In de achtbaan, splitste zich, splitste zich, Onderzoek bij bastaardschorpioenen, Suiker tegen de pijn?, Brandnetels en vlinders, Stamcel-transplantatie, Medicijnresten in het oppervlaktewater, Albinisme bij mensen, Melkvee houden.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (7), zenuwstelsel en hormonen (7) en voortplanting (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Erfelijkheid4-5, 10, 26, 41-42, 497
Zenuwstelsel en hormonen6-9, 17-18, 447
Voortplanting11-13, 20, 48, 50-517
Gedrag14-15, 23, 37, 45-477
Afweer16, 31-33, 525
Voeding en vertering1, 3, 24, 344
Ecologie22, 25, 38-394
Cellen28, 30, 35, 434
Bloedsomloop2, 19, 293
Planten en fotosynthese21, 27, 403
Ademhaling361

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Chocolade

In chocolade zit de stof theobromine. Als honden chocolade eten, kunnen ze door de theobromine allerlei klachten krijgen, zoals misselijkheid, koorts en soms zelfs een hartstilstand. Hieronder zie je in een tabel informatie over de ernst van de klachten die optreden als honden chocolade eten. De organen van honden hebben dezelfde namen als die van mensen.

Vraag 1 1 punt

Asha, de hond van Michel, heeft chocolade-eitjes opgegeten. Michel brengt Asha meteen naar de dierenarts. De dierenarts heeft een middel om de peristaltische bewegingen in een deel van Asha’s verteringskanaal om te keren. Leg uit hoe een omkering van de richting van de peristaltische bewegingen kan vóórkomen dat Asha ziek wordt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de hond (Asha) dan de eitjes/chocolade gaat uitbraken (waardoor er minder/geen theobromine in haar bloed terechtkomt). (1)

Vraag 2 2 punten

De chocolade zit al in de dunne darm van Asha. Daar wordt theobromine opgenomen in het bloed. Vervolgens stroomt dat bloed via de kortste weg naar het hart. Op de uitwerkbijlage staan drie organen in een tabel. Kruis voor elk orgaan aan of theobromine door dit orgaan komt via de kortste weg van de dunne darm naar het hart.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: via de kortste weg van dunne darm naar hart komt theobromine door wel niet de lever X de maag X de nieren X indien drie juiste regels (2) indien twee juiste regels (1) indien minder dan twee juiste regels (0) (2)

Vraag 3 1 punt

Hond Asha weegt 25 kilo. Ze heeft 15 eitjes van pure chocolade opgegeten. Elk chocolade-eitje weegt 8 g. Welk type klachten gaat Asha krijgen volgens de informatie in de tabel?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • (Asha krijgt) ernstige klachten. (1)

DNA-onderzoek

Steeds vaker wordt DNA gebruikt bij de opsporing van een onbekende dader van een misdrijf. Daarbij is de bepaling van verwantschap tussen mensen van belang. Bij mannen wordt daarvoor het DNA van het Y-chromosoom onderzocht.

De onderzoeker neemt met een wattenstaafje cellen uit het wangslijmvlies van een man weg. Uit deze cellen haalt hij de Y-chromosomen. Met het DNA van de Y-chromosomen maakt hij een DNA-profiel van deze man.

Vraag 4 1 punt

Hoeveel Y-chromosomen bevat de celkern van een cel uit het wangslijmvlies van een man?

Bekijk het antwoord
  • één / 1 (Y-chromosoom) (1)

In de afbeelding hieronder zie je een stamboom. Vier mannen uit deze familie hebben deelgenomen aan een DNA-onderzoek (nummers 1 t/m 4).

Vraag 5 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met twee uitspraken over deze stamboom. Kruis voor elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

In de achtbaan

Demi gaat naar een pretpark. Eerst wil ze in de achtbaan die meerdere loopings maakt. Terwijl ze in de rij staat, hoort ze muziek en het gegil van de mensen in de achtbaan. Ze ziet felgekleurde lichtjes en ze ruikt de poffertjes van een poffertjeskraam dichtbij.

Vraag 6 2 punten

Terwijl Demi wacht, zetten haar zintuigen prikkels om in impulsen. Op de uitwerkbijlage staan twee delen van zintuigen in een tabel. Noteer voor elk deel de adequate prikkel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: adequate prikkel netvlies (felgekleurd) licht geurslijmvlies geur (van de poffertjes) per juiste prikkel (1) (2)

Vraag 7 1 punt

Als Demi in de achtbaan ondersteboven hangt, geeft een zenuw informatie door aan haar hersenen over de veranderde houding van haar lichaam. In de afbeelding hieronder zie je een schematische tekening van het oor. Vier delen zijn met een letter aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Welk deel maakt impulsen als de houding van Demi verandert?

A deel P

B deel Q

C deel R

D deel S

Vraag 8 1 punt

Een deel van de achtbaan gaat door een hal die bijna donker is. In de hal ziet Demi alleen nog vaag de omtrek van de mensen in het wagentje voor haar. In het netvlies zitten verschillende typen zintuigcellen. De activiteiten van deze zintuigcellen worden met elkaar vergeleken. Welke beschrijving geldt in een donkere ruimte?

  1. A De kegeltjes maken de meeste impulsen.
  2. B De staafjes maken de meeste impulsen.
  3. C De kegeltjes en de staafjes maken evenveel impulsen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 9 1 punt

Demi is misselijk geworden door de achtbaan. Het braakcentrum in haar hersenstam stuurt impulsen naar de spieren van haar maag. De maagspieren knijpen zich daarna samen. Door welke typen zenuwcellen worden deze impulsen van de hersenstam naar de maag geleid?

  1. A door schakelcellen
  2. B door bewegingszenuwcellen
  3. C door gevoelszenuwcellen
  4. D door schakelcellen en bewegingszenuwcellen
  5. E door schakelcellen en gevoelszenuwcellen
  6. F door gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

splitste zich

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 10 1 punt

Is de informatie van de verloskundige voldoende om te bepalen of de tweeling van Karin eeneiig of twee-eiig is? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • nee (de informatie is niet voldoende), met een uitleg waaruit blijkt dat het niet hebben van gezamenlijke vruchtvliezen bij eeneiige en bij twee-eiige tweelingen vóórkomt / dat zowel de tweelingen uit groep 1 als die uit groep 4 geen vruchtvliezen delen (1)

Vraag 11 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Noteer in de tabel hoeveel zaadcellen nodig zijn voor een bevruchting die tot een eeneiige tweeling leidt, en hoeveel zaadcellen nodig zijn voor een bevruchting die tot een twee-eiige tweeling leidt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 12 1 punt

In de afbeelding zie je een schematische tekening van de vrouwelijke voortplantingsorganen. Drie plaatsen zijn aangegeven met een letter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

splitste zich

Als een bevruchte eicel zich na de deling splitst, ontstaat er een eeneiige tweeling. Welke letter in de afbeelding geeft de plaats aan waar de eicel is bevrucht?

A letter P

B letter Q

C letter R

Vraag 13 1 punt

Karin bevalt van twee meisjes. Ze praat met haar man Ronald over de baby’s. Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken van Karin en Ronald. Kruis voor elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Onderzoek bij bastaardschorpioenen

Bastaardschorpioenen zijn spinachtige dieren die niet groter worden dan 4 mm. Bij de paring zet het mannetje een spermapakketje op de grond, terwijl hij een vrouwtje vasthoudt. Daarna neemt het vrouwtje het pakketje op met haar geslachtsorgaan. Maar soms neemt ze het pakketje niet op en loopt ze weg.

Biologen willen weten of de vrouwtjes een voorkeur hebben om steeds met hetzelfde mannetje te blijven paren of dat ze liever een ander mannetje kiezen. Ze doen een onderzoek.

Experiment A Een mannetje paart met 52 vrouwtjes-bastaardschorpioenen. Alle vrouwtjes nemen een spermapakketje van het mannetje aan. Na de paring wordt het mannetje apart gezet. De vrouwtjes worden in twee groepen van 26 vrouwtjes verdeeld. Na een wachttijd van 1,5 uur wordt hetzelfde mannetje bij de vrouwtjes van groep 1 gezet. Bij de 26 vrouwtjes van groep 2 wordt een ander mannetje gezet. Er wordt in beide groepen geteld hoeveel vrouwtjes een spermapakketje aannemen.

Experiment B Dit experiment wordt op bijna dezelfde manier gedaan als experiment A, alleen wachten de biologen nu 48 uur tot ze de tweede paring toestaan.

De resultaten van beide experimenten zie je in onderstaande tabel.

van hetzelfde van het andere mannetje mannetje

groep 1 groep 2 aantal vrouwtjes dat een experiment A spermapakketje 4 14 na 1,5 uur aanneemt

aantal vrouwtjes dat een experiment B spermapakketje 18 18 na 48 uur aanneemt

Vraag 14 2 punten

Trek uit elke proef een conclusie. Schrijf je antwoord zo op: Conclusie uit experiment A: ......................................... Conclusie uit experiment B: .........................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste conclusies: − (Conclusie uit experiment A:) De vrouwtjes paren de tweede keer liever met een ander mannetje dan met hetzelfde mannetje. − (Conclusie uit experiment B:) Na 48 uur hebben de vrouwtjes geen voorkeur meer voor een bepaald mannetje. per juiste conclusie (1) (2)

Vraag 15 2 punten

Maak op de uitwerkbijlage een staafdiagram van de gegevens uit de tabel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • De verticale as is juist ingedeeld en benoemd, er is een aparte legenda of de staven zijn in het diagram benoemd (1)
  • Vier staven zijn op de juiste manier getekend (1)

Suiker tegen de pijn?

De meeste kinderen tot en met 4 jaar worden een aantal keer gevaccineerd. Ze zijn dan immuun voor twaalf ernstige infectieziekten. Veel kinderen huilen na de prik omdat ze schrikken of omdat ze de prik als pijnlijk ervaren.

Vraag 16 1 punt

Een van de ziekten waartegen kinderen worden gevaccineerd, is de bof. Leg uit hoe de vaccinatie ervoor zorgt dat kinderen immuun worden voor de bof.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat het lichaam antistoffen / geheugencellen (tegen de ziekteverwekker van de bof) gaat maken. (1)

Vraag 17 1 punt

Veel kinderen huilen omdat de prik pijn doet. In welk onderdeel van het centraal zenuwstelsel vindt de bewustwording van de pijn plaats?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de hersenstam
  3. C in de kleine hersenen
  4. D in het ruggenmerg
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 18 1 punt

Artsen willen onderzoeken of de waarneming van pijn beïnvloed kan worden door het drinken van water met suiker. Ze verdelen kinderen die voor een vaccinatie komen, in twee groepen. De artsen geven één groep kinderen vlak voor de vaccinatie water met suiker te drinken. Wat geven de artsen aan de kinderen van de andere groep?

  1. A vruchtensap
  2. B water
  3. C water met suiker
  4. D water met zout
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 19 1 punt

Glucose uit het suikerwater wordt opgenomen in het bloed. Het glucoserijke bloed stroomt via een ader naar de rechterboezem van het hart. In welke volgorde stroomt het glucoserijke bloed vervolgens door het hart en de longen?

  1. A rechterboezemlinkerboezemlongenlinkerkamerrechterkamer
  2. B rechterboezemlinkerboezemlongenrechterkamerlinkerkamer
  3. C rechterboezemrechterkamerlongenlinkerboezemlinkerkamer
  4. D rechterboezemrechterkamerlongenlinkerkamerlinkerboezem
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Brandnetels en vlinders

De brandnetel is een veel voorkomende vaste plant. De brandnetel heeft mannelijke en vrouwelijke planten. De vrouwelijke bloeiwijze bestaat uit vele kleine groene bloemetjes. De mannelijke planten hebben pluimen met kleine onopvallende bloemen. Als je zo’n pluim een tikje geeft, valt er veel stuifmeel uit.

In de herfst sterven de stengels en bladeren af en overwintert de plant met alleen de ondergrondse worteldelen. Uit deze worteldelen groeien in de lente meerdere nieuwe planten met stengels, bladeren en bloemen.

Vraag 20 1 punt

Op welke manier(en) plant de brandnetel zich voort?

  1. A alleen geslachtelijk
  2. B alleen ongeslachtelijk
  3. C zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 21 2 punten

Behoort de brandnetel tot insectenbestuivers of windbestuivers? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • windbestuivers (1)
  • bloemen zijn onopvallend en klein / er valt veel stuifmeel uit (1)

De brandnetel is een belangrijke plant voor een aantal vlindersoorten zoals de kleine vos. Deze vlinders leggen hun eitjes op de onderkant van de bladeren van brandnetels. De groenbruine rupsen die uit de eitjes zijn gekomen eten de bladeren van de brandnetel. De rupsen worden veel gevangen door vogels zoals koolmezen die de rupsen aan hun jongen voeren. Rupsen die niet gevangen worden gaan zich verpoppen. Na de verpopping voeden de vlinders zich met nectar van de bloemen van de vlinderstruik.

Vraag 22 1 punt

In bovenstaande tekst worden voedselketens in een aantal voedselrelaties beschreven. Noteer zo’n voedselketen die uit drie schakels bestaat.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat brandnetel rups vogel noteert, hiervoor een scorepunt toekennen.

Vraag 23 1 punt

Het leggen van de eitjes aan de onderkant van het blad verhoogt de overlevingskans voor de eitjes. Leg uit dat de overlevingskans hierdoor wordt verhoogd.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste uitleg: − De eitjes aan de onderkant van het blad vallen niet op waardoor ze minder vaak opgegeten worden. − De eitjes aan de onderkant van het blad worden niet blootgesteld aan het zonlicht waardoor ze minder snel uitdrogen. (1)

Vraag 24 1 punt

De gevangen rupsen worden gevoerd aan de jongen van de koolmees. Rupsen bevatten vooral bouwstoffen die nodig zijn voor de groei en ontwikkeling van de jonge koolmees. Welke stoffen zijn dat?

  1. A eiwitten
  2. B koolhydraten
  3. C mineralen
  4. D vetten
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 25 1 punt

De vlinders voeden zich met nectar uit bloemen van de vlinderstruik. Welk voordeel heeft de vlinderstruik van dit bezoek van de vlinders?

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de (bloemen van de) vlinderstruik tijdens het bezoek van de vlinders bestoven worden / het stuifmeel van de vlinderstruik verspreid wordt. (1)

Vraag 26 1 punt

Het fenotype van de kleine vos verandert gedurende zijn leven.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

Verandert dan ook het genotype?

A Ja, het genotype verandert als uit het ei een rups ontstaat.

B Ja, het genotype verandert als uit de rups een pop ontstaat.

C Ja, het genotype verandert als uit de pop een vlinder ontstaat.

D Nee, het genotype van het ei, de rups, de pop en de vlinder blijft gelijk.

Vraag 27 2 punten

Nitraat is een minerale voedingsstof die opgenomen wordt door planten. Bij een gebrek aan deze stof kleuren de bladeren van de brandnetel geel. Leg uit welke invloed gele bladeren hebben op de groei van de brandnetel.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Het antwoord moet het inzicht bevatten waaruit blijkt dat planten met gele bladeren

Stamcel-transplantatie

Stamcellen zijn cellen die kunnen uitgroeien tot allerlei typen cellen. Bloedcellen ontstaan ook uit stamcellen, die zich delen door middel van mitose. Sommige mensen kunnen zelf geen gezonde bloedcellen meer maken. Zij kunnen worden behandeld door transplantatie van stamcellen van een gezonde donor. Om stamcellen te kunnen transplanteren krijgt een donor een behandeling waardoor er veel meer stamcellen ontstaan. Deze stamcellen komen in de bloedbaan van de donor terecht en worden uit het bloed gefilterd.

De ontvanger krijgt een behandeling waardoor de eigen stamcellen gedood worden om ruimte te maken voor de donorstamcellen. Daarna krijgt de ontvanger de donorstamcellen toegediend. De donorstamcellen vervangen de gedode stamcellen. De ontvanger krijgt voortdurend medicijnen om afstoting van de stamcellen en infecties tegen te gaan.

Vraag 28 1 punt

De bloeddeeltjes worden gevormd door stamcellen. Waar zitten de stamcellen die de bloeddeeltjes vormen?

  1. A in de botten
  2. B in de klieren
  3. C in de lymfe
  4. D in de spieren
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 29 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met verschillende bloeddeeltjes. Kruis voor elk bloeddeeltje de juiste functie aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: afweer tegen bloed- transport van ziekte- stolling zuurstof verwekkers bloedplaatjes X rode bloedcellen X witte bloedcellen X indien drie juiste regels (2) indien twee juiste regels (1) indien minder dan twee juiste regels (0) (2)

Vraag 30 1 punt

Witte bloedcellen hebben 46 chromosomen. Hoeveel chromosomen bevat de stamcel waaruit bloedcellen ontstaan?

  1. A 23
  2. B 46
  3. C 92
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 31 1 punt

Welk soort medicijn bestrijdt bacteriële infecties?

Bekijk het antwoord
  • antibiotica (1)

Vraag 32 2 punten

Door de stamcel-transplantatie wordt de bloedgroep van de ontvanger gelijk aan de bloedgroep van de donor. Leg met behulp van de informatie uit hoe dit komt.

Bekijk het antwoord
  • nieuwe bloedcellen ontstaan uit stamcellen van de donor (1)
  • dus hebben de bloedcellen dezelfde eigenschappen als die van de donor (1)

Vraag 33 1 punt

Soms worden bloeddeeltjes die zijn gemaakt door de donorstamcellen afgebroken door antistoffen uit het ABO bloedgroepensysteem die nog aanwezig zijn bij de ontvanger. Welke bloeddeeltjes worden dan afgebroken door antistoffen van de ontvanger?

  1. A bloedplaatjes
  2. B rode bloedcellen
  3. C witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Medicijnresten in het oppervlaktewater

Medicijnen helpen je om een ziekte te bestrijden. Medicijnen worden na inname verbruikt en afgebroken, maar een deel van elk medicijn komt via urine of ontlasting in het riool terecht. Rioolwater wordt gezuiverd maar medicijnresten kunnen niet goed worden verwijderd. Deze medicijnresten komen daarom met het gezuiverde water in het oppervlaktewater terecht. Medicijnresten hebben effect op de organismen die in het water leven.

Je ziet een tabel waar het effect van verschillende soorten medicijnresten op vissen is beschreven.

medicijn wordt effect op vissen bij te hoge concentratie gebruikt voor medicijn in het oppervlaktewater depressie verminderde activiteit en eetlust pijn weefselschade aan kieuwen hoge bloeddruk verandering in voortplantingsgedrag kalmering verminderde activiteit

Vanaf een bepaalde concentratie zijn medicijnresten in het oppervlaktewater een risico voor vissen. Onderzoekers hebben voor verschillende medicijnresten die risicogrens vastgesteld. Bij een waarde hoger dan 1 is de gemeten concentratie medicijnen hoger dan de risicogrens.

Je kunt informatie hierover terugzien in de grafiek hieronder.

Vraag 34 2 punten

Het menselijk lichaam ziet medicijnen als gifstoffen die afgebroken moeten worden. Welk orgaan zorgt voor afbraak van medicijnen? En welk orgaan verwijdert medicijnresten uit het bloed? Schrijf je antwoord zo op: afbraak van medicijnen: .............................................. medicijnresten verwijderen: .........................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • afbraak van medicijnen: lever (1)
  • medicijnresten verwijderen: nier(en) (1)

Vraag 35 1 punt

Resten van pijnstillers in het water veroorzaken ‘weefselschade aan kieuwen bij vissen’. Leg uit wat een weefsel is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • een groep cellen met dezelfde vorm / functie (1)

Vraag 36 1 punt

Bij welk orgaanstelsel horen de kieuwen?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • ademhalingsstelsel (1)

Vraag 37 1 punt

Als er resten van een middel tegen hoge bloeddruk in het oppervlaktewater terechtkomen, kan dat bij vissen afwijkend paringsgedrag veroorzaken. Paringsgedrag is een voorbeeld van voortplantingsgedrag. Geef nog een voorbeeld van voortplantingsgedrag.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • baltsgedrag / broedzorg (1)

Vraag 38 2 punten

Een regenboogforel is een vis die voornamelijk garnalen eet. Garnalen leven vooral van plantaardig plankton. In het oppervlaktewater komen ook resten voor van de anticonceptiepil. De stoffen uit de anticonceptiepil veroorzaken een afname van de populatiegrootte regenboogforellen. Door deze afname zal na een periode ook de populatiegrootte van garnalen en plankton veranderen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Q (1)
  • Met een uitleg waaruit blijkt dat door de kleiner wordende regenboogforelpopulatie er steeds meer garnalen opgroeien die zich voeden met plankton waardoor de planktonpopulatie steeds kleiner wordt (1)

In de grafiek zie je de verandering in populatiegrootte van de regenboogforel, de garnalen en het plankton. De grafieklijn van de regenboogforel is aangegeven. Met welke letter is de grafieklijn van het plankton aangegeven? Leg je antwoord uit.

Vraag 39 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken. Kruis aan of deze uitspraken juist of onjuist zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 40 1 punt

Medicijnresten hebben ook invloed op eencellige organismen zoals bacteriën en groene algen. Een onderzoeker bekijkt eencellige algen en bacteriën onder de microscoop. De algen hebben behalve de groene kleur nog een onderscheidend kenmerk. Welk kenmerk heeft een eencellige alg wel, maar een bacterie niet?

  1. A celkern
  2. B celmembraan
  3. C celwand
  4. D cytoplasma

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Albinisme bij mensen

Mensen met albinisme hebben geen of weinig pigment. Hun huid en haar is licht van kleur. De huid van een persoon met albinisme is zeer gevoelig voor zonlicht en verbrandt snel. Albinisme is erfelijk en wordt bepaald door één gen.

Je ziet de stamboom van twee ouders en hun twee kinderen. Van dit gezin heeft alleen Jorrit albinisme.

Vraag 41 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een zin over het genotype van Jorrit. Omcirkel de juiste mogelijkheden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Indien de kandidaat een onjuist genotype met een juiste benaming voor dat genotype kiest, hiervoor 1 scorepunt toekennen.

Vraag 42 2 punten

Rik, de broer van Jorrit, is heterozygoot voor de eigenschap albinisme. Jessica is zwanger van Rik. In haar familie komt het gen voor albinisme niet voor. Op de uitwerkbijlage staat een kruisingsschema. Vul het schema in en noteer de kans dat het kind van Rik en Jessica ook heterozygoot is voor de eigenschap albinisme.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

het juist ingevulde schema:

Rik

a Aa Aa

De kans dat het kind van Rik en Jessica heterozygoot is voor de eigenschap albinisme, is 50%. / 0,50 / 0,5 / ½

Vraag 43 1 punt

In de afbeelding zie je een doorsnede van de huid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Met welke letter is de laag van de huid aangegeven waar de cellen zitten die pigment maken?

A in laag P

B in laag Q

C in laag R

D in laag S

Vraag 44 1 punt

Bij een kleine groep van mensen met albinisme lijken de ogen rood-grijs van kleur. Het vaatvlies weerkaatst rood licht, bij mensen met albinisme wordt dit weerkaatste rode licht doorgelaten omdat deel Q geen pigment bevat.

Bekijk het antwoord
  • iris / regenboogvlies (1)

Melkvee houden

Teun is melkveehouder. Hij heeft geen stieren en bestelt daarom sperma om zijn koeien mee te bevruchten. Dat sperma brengt hij in het geslachtsorgaan van de koe met behulp van een rietje. Dit wordt kunstmatige inseminatie genoemd.

Teun let goed op het gedrag van zijn koeien om te bepalen in welke fase van de voortplantingscyclus zij zich bevinden. Het beste moment voor de kunstmatige inseminatie is de fase waarin een koe blijft stilstaan als ze wordt besprongen door een andere koe. Dit wordt de sta-reflex genoemd. De eisprong vindt plaats tijdens fase 3.

In tabel 1 zie je de gedragselementen waar Teun op let. Ook wordt aangegeven welk gedrag in welke fase voorkomt. In tabel 2 zie je een weergave van een observatie van 10 minuten. Tijdens deze observatie is elke 20 seconden het waargenomen gedrag van Lily21 weergegeven.

tabel 1 Gedragselementen afkorting fase 1 fase 2 fase 3 ruikt/likt aan andere koeien RL ja ja nee bespringt andere koeien KB ja nee nee blijft staan als ze door een andere ST nee ja nee koe wordt besprongen loopt weg als ze door een andere WL ja nee ja koe wordt besprongen eet gras ET ja nee ja ligt op het gras LG ja ja ja

tabel 2 Waargenomen gedrag (elke 20 seconde, 10 minuten lang) minuut 1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e 0-20 sec LG LG ET ET ET RL ET ET RL LG 20-40 sec LG RL ET ET ET KB WL ET LG LG 40-60 sec LG RL ET ET RL KB WL RL LG LG

Vraag 45 2 punten

In tabel 1 staan een aantal gedragselementen beschreven. Noteer de afkortingen van de gedragselementen die NIET horen bij sociaal gedrag?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • ET (1)
  • LG (1)

Vraag 46 1 punt

Hoe wordt tabel 2 bij een gedragsonderzoek genoemd?

  1. A ethogram
  2. B protocol
  3. C practicum

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 47 2 punten

Hoeveel procent van de tijd besteedt Lily21 aan liggen op stro? Leg je antwoord uit met een berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • 0,3 0,30 en 30% goed rekenen; 0,3% fout rekenen
  • Bij een juiste berekening met verkeerde waardes van het aantal observaties, 1 scorepunt toekennen.

Vraag 48 1 punt

Zal Lily21 bevrucht raken als Teun bij Lily21 direct na de observatie kunstmatige inseminatie toepast? Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • nee, met een uitleg waaruit blijkt dat Lilly21 nog in fase 1 zit / nog geen sta-reflex vertoont (1)

Vraag 49 1 punt

Bij de keuze voor sperma let Teun ook op de vachtkleur van de stier. De koeien van Teun zijn roodbont, maar hij wil roodbonte en zwartbonte kalfjes krijgen. Roodbont is recessief en zwartbont is dominant. Is het mogelijk dat de koeien van Teun zwartbonte en roodbonte kalfjes krijgen, en zo ja, welk sperma met welk genotype voor vachtkleur kan daarvoor zorgen?

  1. A Ja, dat is mogelijk met het sperma van een heterozygote stier.
  2. B Ja, dat is mogelijk met sperma van een homozygoot dominante stier.
  3. C Ja, dat is mogelijk met sperma van een homozygoot recessieve stier.
  4. D Nee, dat is onmogelijk.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 50 1 punt

Tijdens de kunstmatige inseminatie voelt Teun met zijn hand in de endeldarm van de koe of het rietje op de juiste plek terechtkomt (zie de afbeelding). De namen en functies van de voortplantingsorganen van koeien zijn hetzelfde als bij mensen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • (de) baarmoeder/baarmoedermond (1)

Geef de naam van het deel waar het rietje in uitkomt.

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Vraag 51 1 punt

Na negen maanden begint de geboorte van het kalfje.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Welke fase van de geboorte zie je in de afbeelding hierboven?

A indaling

B ontsluiting

C uitdrijving

D nageboorte

Vraag 52 1 punt

Het is belangrijk dat een pasgeboren kalfje moedermelk drinkt. Moedermelk bevat antistoffen die het kalfje immuun maakt voor bepaalde ziekten. Welke immunisatie vindt plaats doordat het kalfje moedermelk drinkt?

  1. A actieve immunisatie
  2. B auto-immunisatie
  3. C kunstmatige immunisatie
  4. D passieve immunisatie

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-23-2-o

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (7), zenuwstelsel en hormonen (7) en voortplanting (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-23-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.