Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Voortplanting bij de reuzenpanda, Postduiven, Braken, Immuunsysteem en mazelen, Dolfijn onder water, Een bevalling, Cellen determineren, Pijn, Vogellijm, Soepschildpad heeft het te warm, Catharinaparkiet, Alcoholconsumptie, Intersekse.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), zenuwstelsel en hormonen (7) en gedrag (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voortplanting5, 21-26, 338
Zenuwstelsel en hormonen28-29, 43, 46-48, 517
Gedrag2-3, 6-85
Voeding en vertering4, 9-10, 12, 445
Ademhaling11, 17, 19-20, 455
Erfelijkheid40-41, 49-50, 525
Afweer13-164
Ecologie35-37, 394
Cellen1, 27, 313
Bloedsomloop18, 302
Planten en fotosynthese32, 342
Evolutie38, 422

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Voortplanting bij de reuzenpanda

De reuzenpanda is een zoogdier dat alleen bamboe eet. Panda’s kunnen bamboe moeilijk verteren omdat ze in hun darmen geen enzymen hebben die celwanden afbreken.

Vraag 1 1 punt

In de afbeelding zie je een cel van een bamboeplant .

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (de letter) Q (1)

Met welke letter is het deel van de cel aangegeven dat slecht verteerbaar is voor de panda?

De voortplanting bij de reuzenpanda gaat langzaam. Het vrouwtje heeft maar één keer per jaar een ovulatie. De hoeveelheid geslachtshormoon bij mannetjes is vaak het hoogst op het moment dat het vrouwtje niet vruchtbaar is. Wanneer het voortplantingsseizoen voor een vrouwtje begint, daalt de hoeveelheid geslachtshormonen bij het mannetje alweer. In fokcentra wordt het gedrag van reuzenpanda’s bestudeerd om de kans op voortplanting te vergroten. In een onderzoek werden meerdere vrouwtjes- en mannetjespanda’s geobserveerd. De onderzoekers maakten deze twee tabellen:

tabel 1 schema van het gedrag van vrouwtjes naar mannetjes

gedrag afkorting omschrijving gedrag van vrouwtje naar mannetje agressief ag maakt grommende geluiden neutraal ne geen waarneembare reactie toenadering to maakt piepende geluiden en ruikt seksueel se laat geslachtsdelen zien

tabel 2 observaties van het gedrag van drie vrouwtjes

naam panda aantal keer bepaald gedrag per dag ag ne to se Bao-Di 4 10 2 0 Xing-Hao 0 2 3 8 An-Tuan 2 6 3 8

Vraag 2 1 punt

Het maken van piepende geluiden van het vrouwtje is een type voortplantingsgedrag, dat voorafgaat aan de paring. Hoe noem je dit type voortplantingsgedrag?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • balts(gedrag) (1)

Vraag 3 2 punten

Bij welk vrouwtje uit tabel 2 is de kans op een paring het grootst? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het kiezen van An-Tuan met de uitleg dat zij seksueel gedrag vertoont, in totaal 1 scorepunt toekennen.

Bij de panda duurt het ongeveer 5 jaar voordat het lichaam volgroeid is. In tabel 3 zie je kenmerken die bij de eerste 6 levensfases horen.

tabel 3 de levenscyclus van de panda levensfase / kenmerken leeftijd fase 1 Is kaal, blind en doof. Heeft geen zichtbare geslachtskenmerken. pasgeboren Kan niet uit zichzelf poepen en plassen. Wordt gevoed met moedermelk. Kan de lichaamstemperatuur niet constant houden. fase 2 Begint met kruipen. Kan zelfstandig poepen en plassen. 3-5 Wordt gevoed met moedermelk. maanden fase 3 Begint met lopen. Leert bamboe eten. 5-6 Verlaat af en toe het hol. maanden Drinkt soms moedermelk. Geslachtskenmerken zijn zichtbaar. fase 4 Klimt in bomen. Eet bamboe. 0,5 - 1,5 jaar Drinkt geen moedermelk meer.

fase 5 Is zelfstandig. Groeit snel. 1,5 - 5 jaar Wordt geslachtsrijp.

fase 6 Is volgroeid.

vanaf 5 jaar

Vraag 4 2 punten

Noteer twee kenmerken uit tabel 3 die horen bij het levenskenmerk stofwisseling.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende kenmerken: − bamboe eten − moedermelk drinken − lichaamstemperatuur constant houden − poepen en plassen per juist kenmerk (1) (2)

Vraag 5 1 punt

Met welke levensfases van de mens zijn de fases 2 en 5 van de panda te vergelijken? Schrijf je antwoord zo op: fase 2: ……………………………………… fase 5: ………………………………………

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als beide antwoorden juist zijn 1 scorepunt toekennen.

Postduiven

Een duivenmelker kweekt en traint postduiven om mee te doen aan wedstrijden. Bij een wedstrijd worden duiven naar een verre plek van huis gebracht en daar losgelaten. De duif die het snelst weer in het eigen hok terug is, heeft gewonnen. Om de weg terug te vinden, maken duiven gebruik van herkenningspunten in de omgeving, van geuren en van de stand van de zon.

Als een jonge duif uit het ei is gekomen, richt hij zijn kopje omhoog en doet de bek wijd open als de ouderduif eraan komt. De ouderduif reageert door de jonge duif te voeden. Na ruim drie weken kunnen de jonge duiven vliegen en kunnen ze zonder de zorg van de ouders. De eerste dagen dat de jonge duiven vliegen, blijven ze in de buurt van het hok. In die periode kunnen ze handtam gemaakt worden. De jonge duiven zien andere duiven bedelen om voer bij de duivenmelker en gaan dit ook doen. De duivenmelker geeft ze dan voer. Daarna kunnen duiven getraind worden door ze iedere week een stukje verder weg te brengen en ze voer te geven als ze terugkomen.

Vraag 6 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met gedrag van de duiven. Kruis bij elk gedrag aan of dit aangeboren of aangeleerd gedrag is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: aangeboren aangeleerd het waarnemen van de stand van de zon X het kopje omhoog richten (van een jong dat X net uit het ei is gekomen) het bedelen om voedsel bij de duivenmelker X indien drie kruisjes juist ingevuld (2) indien twee kruisjes juist ingevuld (1) indien minder dan twee kruisjes juist ingevuld (0) (2)

Vraag 7 1 punt

Wanneer de jongen hun bek wijd openhouden, gaan de ouders altijd voeden. Hoe noem je een prikkel die altijd hetzelfde gedrag veroorzaakt?

Bekijk het antwoord
  • sleutelprikkel (1)

Vraag 8 2 punten

Noem de naam van de vorm van leren die een duivenmelker gebruikt bij het trainen van de duiven. Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord

Opmerking Aan het antwoord ‘imitatie’ met een juiste bijbehorende uitleg in totaal

1 deelscorepunt toekennen.

Braken

Naomi is na een barbecue misselijk geworden. Daardoor moet ze braken. Net voor en tijdens het braken gebeurt er van alles in haar lichaam.

Vraag 9 1 punt

Tijdens het eten is het voedsel door aanspannen en ontspannen van de kringspieren en lengtespieren van de slokdarm in de maag gekomen. Hoe heet deze beweging?

Bekijk het antwoord
  • peristaltiek / peristaltische (beweging) (1)

Vraag 10 1 punt

Bij het braken drukt het middenrif tegen de maag. Hierdoor wordt de maaginhoud uit de maag geperst. Wat is de positie van de maag ten opzichte van het middenrif? En moet de middenrifspier zich ontspannen of samentrekken om de maag samen te drukken?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

positie van de maag de middenrifspier

A boven het middenrif ontspant zich

B boven het middenrif trekt zich samen

C onder het middenrif ontspant zich

D onder het middenrif trekt zich samen

Vraag 11 1 punt

Tijdens het braken is ademhalen onmogelijk, omdat de luchtpijp is afgesloten. Het lichaam zorgt er zo voor dat er geen braaksel in de longen terecht kan komen. Welk deel van het ademhalingsstelsel zorgt hiervoor?

Bekijk het antwoord
  • (het) strotklepje (1)

Vraag 12 1 punt

Behalve maagzuur bevat maagsap ook enzymen. Wat is de functie van enzymen?

  1. A Enzymen activeren hormoonklieren.
  2. B Enzymen doden bacteriën.
  3. C Enzymen lossen vetten op.
  4. D Enzymen verteren voedingsstoffen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Immuunsysteem en mazelen

Mazelen is een zeer besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Het virus veroorzaakt koorts en ontstekingen aan ogen, oren, longen en hersenen. Sinds 1974 is er een vaccin beschikbaar tegen mazelen.

Vraag 13 1 punt

Mensen die niet gevaccineerd zijn tegen mazelen, zullen bij besmetting met het mazelenvirus meestal ziek worden. Hun lichaam maakt dan antistoffen aan. Als ze genezen zijn, zijn ze immuun voor een volgende besmetting met het mazelenvirus. Op welke manier zijn deze mensen dan immuun geworden voor het mazelenvirus?

  1. A door kunstmatige, actieve immunisatie
  2. B door kunstmatige, passieve immunisatie
  3. C door natuurlijke, actieve immunisatie
  4. D door natuurlijke, passieve immunisatie
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 14 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken over vaccineren. Kruis bij elke uitspraak aan of die juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 15 1 punt

Het mazelenvirus tast soms ook de witte bloedcellen aan. Als dat gebeurt, zal het lichaam bij een volgende infectie veel minder antistoffen maken. Noem een risico van de afname van het totale aantal antistoffen.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat er een grotere kans is op ziektes / er minder bescherming is tegen ziektes. (1)

Vraag 16 1 punt

Bij patiënten die besmet zijn met het mazelenvirus wordt het rode beenmerg onderzocht. Het rode beenmerg heeft een functie waarmee het invloed heeft op het immuunsysteem. Noem deze functie van het rode beenmerg.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat het rode beenmerg (witte) bloedcellen maakt. (1)

Dolfijn onder water

Dolfijnen zijn zeezoogdieren die jagen op vissen zoals haring. Tijdens de jacht kunnen dolfijnen heel lang onder water blijven. Dat is mogelijk doordat dolfijnenbloed per liter meer rode bloedcellen bevat dan mensenbloed. Ook kunnen de rode bloedcellen van dolfijnen meer zuurstof binden. Tijdens het duiken gaat de hartslag omlaag en het bloed stroomt vooral naar het hart, de hersenen en de spieren. De slagaders naar andere organen vernauwen, zodat daar nauwelijks bloed naartoe stroomt.

Vraag 17 2 punten

De ademhaling van een zoogdier zoals een dolfijn verloopt anders dan die van een vis zoals een haring. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met vragen over de ademhaling bij een dolfijn en bij een haring. Schrijf in de tabel de antwoorden op de vragen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: dolfijn haring Wat is bij dit organisme de naam van het long(en) kieuw(en) ademhalingsorgaan? Waar haalt dit organisme de zuurstof uit? (de) lucht (het) water indien twee kolommen (organismen) juist ingevuld (2) indien één kolom (organisme) juist ingevuld (1) indien geen kolom volledig juist ingevuld (0) (2)

Vraag 18 1 punt

Je ziet hier onder de microscoop de verschillende bloeddeeltjes van een dolfijn.

Bekijk het antwoord
  • (de letter) P (1)

Welke letter wijst het bloeddeeltje aan dat zorgt voor bloedstolling?

Vraag 19 1 punt

Noem de naam van de stof in het bloed die ervoor zorgt dat zuurstof wordt gebonden.

Bekijk het antwoord
  • hemoglobine (1)

Vraag 20 1 punt

Je ziet een tabel met het percentage zuurstof en het percentage koolstofdioxide in de uitgeademde lucht van dolfijnen die aan het wateroppervlak rustig ademen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Een bevalling

Mandy is zwanger. De verloskundige onderzoekt hoe de foetus in de baarmoeder ligt. Zij zegt dat de foetus in de meest voorkomende houding ligt voor een natuurlijke bevalling.

Vraag 21 1 punt

Wat is de meest voorkomende houding van een foetus vlak voor een natuurlijke bevalling?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A B C

Vraag 22 1 punt

Voor de ontsluiting krijgt Mandy weeën. Deze weeën zijn samentrekkingen van bepaalde spieren. Deze samentrekkingen zijn onbewuste bewegingen. Van welke spieren zijn dit de samentrekkingen?

  1. A van de baarmoederspieren
  2. B van de buikspieren
  3. C van de middenrifspieren
  4. D van de vaginaspieren
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 23 1 punt

Hormonen geven bepaalde prikkels waardoor weeën ontstaan. Wat is de naam van deze prikkels?

  1. A adequate prikkels
  2. B inwendige prikkels
  3. C supranormale prikkels
  4. D uitwendige prikkels
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 24 1 punt

De foetus is omhuld door vruchtvliezen. Om de geboorte mogelijk te maken, zullen deze vruchtvliezen breken. Op welk moment zullen de vruchtvliezen meestal breken?

  1. A tijdens de bevruchting
  2. B tijdens de indaling
  3. C tijdens de ontsluiting
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 25 1 punt

Direct na de geboorte van de baby krijgt Mandy weeën om de nageboorte op gang te brengen. Leg uit wat er bij de nageboorte gebeurt.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat bij de nageboorte de placenta/navelstreng/vruchtvliezen (uit de baarmoeder) verwijderd wordt/worden. (1)

Vraag 26 1 punt

De baby krijgt de naam Luna. Joris, de partner van Mandy, heeft ontslag genomen en blijft thuis om Luna op te voeden en te verzorgen. Joris vindt dat heel normaal. Maar de ouders van Joris vinden dat Mandy vooral voor Luna moet zorgen. 25 jaar geleden, toen Joris nog een baby was, werd hij vooral verzorgd door zijn moeder. Wat is er nu anders?

  1. A de rangorde tussen ouders
  2. B de rolpatronen van ouders
  3. C het imponeergedrag van ouders
  4. D het territoriumgedrag van ouders
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Cellen determineren

Maartje maakt een determineertabel om te bepalen of een cel afkomstig is van organismen uit de groep van bacteriën, dieren, planten of schimmels. In de tabel zijn deze groepen met de letters P, Q, R en S aangegeven.

determineertabel

1 a de cellen hebben een celkern ................................. ga verder bij 2 b de cellen hebben geen celkern .................................................... P

2 a de cellen hebben een celwand ................................ ga verder bij 3 b de cellen hebben geen celwand .................................................. Q

3 a er zijn cellen met bladgroenkorrels .............................................. R b er zijn geen cellen met bladgroenkorrels ...................................... S

Vraag 27 2 punten

Schrijf de letters P, Q, R en S op je antwoordblad. Schrijf de juiste groep van organismen erachter. Schrijf je antwoord zo op: P: ……………………………………….. Q: ……………………………………….. R: ……………………………………….. S: ………………………………………..

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • P: bacteriën Q: dieren R: planten S: schimmels indien vier groepen juist ingevuld (2) indien drie of twee groepen juist ingevuld (1) indien minder dan twee groepen juist ingevuld (0) (2)

Pijn

Als het lichaam ergens beschadigd wordt, bijvoorbeeld door een val of een ontsteking, ontstaat pijn. Voor het bestrijden van pijn kunnen verschillende middelen worden voorgeschreven door een arts. In de afbeelding zie je waar pijnbestrijdende middelen werken.

Vraag 28 1 punt

Bij een val worden de pijnprikkels vanuit de zenuwuiteinden van de ‘pijnzintuigen’ in de huid doorgegeven naar het centraal zenuwstelsel. Waar in de huid liggen deze zenuwuiteinden?

  1. A in de hoornlaag
  2. B in de kiemlaag
  3. C in de lederhuid
  4. D in het onderhuids bindweefsel

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 29 1 punt

Sterke pijnstillers stoppen de impulsoverdracht van de zenuwcellen in het centraal zenuwstelsel. De impulsoverdracht wordt gestopt bij deel P. Welk deel van het centraal zenuwstelsel is aangegeven met de letter P?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (het) ruggenmerg (1)

Bij een ontsteking worden zwakke pijnstillers zoals paracetamol gebruikt als medicijn. Deze pijnstillers werken plaatselijk in het weefsel. Ze remmen de ontstekingsreactie, waardoor de zwelling en de pijn afnemen. In de afbeelding zie je een type bloedvat.

Vraag 30 2 punten

Welk type bloedvat zie je in de afbeelding? Geef een kenmerk waaraan je dit kunt zien.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • voor een juist kenmerk (1) voorbeelden van een juist kenmerk: één cellaag dik / dunne wand / heeft (tijdelijk) gaatjes in de wand

Vraag 31 1 punt

De cellen van de wand van het bloedvat vormen samen een weefsel. Noteer de twee kenmerken waaruit dit blijkt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de cellen dezelfde vorm en functie hebben. (1)

Vogellijm

Vogellijm is een plant die hoog in een boom op de takken leeft. De plant heeft het hele jaar groene bladeren. Het is een parasiet: hij haalt water en voedingsstoffen uit de vaten van de boom waar hij in groeit. In het voorjaar bloeit vogellijm met gele bloemen. Vogellijm heeft óf alleen mannelijke bloemen óf alleen vrouwelijke bloemen. Uit de vruchtbeginsels ontstaan witte bessen.

Vraag 32 1 punt

Als het zaad op een geschikte boom terechtkomt, kan het zaad gaan kiemen. Het worteltje groeit dan de boom in, op zoek naar bepaalde voedingsstoffen. Hoe komt een kiemend zaad aan voedingsstoffen om een worteltje te ontwikkelen?

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de voedingsstoffen uit het zaadje / de zaadlob gehaald worden. (1)

Vraag 33 1 punt

Ontstaan de bessen van vogellijm uit vrouwelijke bloemen of uit mannelijke bloemen? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • uit vrouwelijke bloemen, met een uitleg waaruit blijkt dat vruchten ontstaan uit een vruchtbeginsel / uit een stamper (1)

Vraag 34 1 punt

Noem de manier waarop zaden van planten met bessen meestal verspreid worden.

Bekijk het antwoord
  • door dieren/vogels (1)

Soepschildpad heeft het te warm

Soepschildpadden leven in gebieden rond de evenaar. Ze zijn van hun twintigste tot dertigste levensjaar geslachtsrijp. De paring van soepschildpadden vindt plaats in de zee. Na de paring gaan de vrouwtjes terug naar het strand waar ze zelf uit het ei zijn gekomen. Ze leggen daar meerdere keren per jaar ongeveer 75 eieren en bedekken die met zand. Nadat de jongen uit het ei zijn gekomen, rennen ze naar zee.

Bij soepschildpadden wordt het geslacht bepaald door de temperatuur van de eieren tijdens de ontwikkeling van het embryo. Bij hogere temperaturen komen er vaker vrouwtjes uit de eieren, bij lagere temperaturen komen er vaker mannetjes uit de eieren.

Sint Eustatius soepschildpad

Natuurbeschermers op het eiland Sint Eustatius doen onderzoek naar de gevolgen van het opwarmen van de aarde. Ze bepaalden de gemiddelde temperatuur van het zand in de nesten. Dat deden ze aan de koele en aan de warme kant van het eiland, tijdens de koude periode en de warme periode van het jaar. Ze bepaalden het percentage mannetjes en vrouwtjes uit verschillende nesten. In tabel 1 staan de resultaten.

[tabel 1: zie het originele examen]

periode plaats gemiddelde percentage percentage zandtemperatuur man vrouw winter koele kant 27 °C 90 10 winter warme kant 29 °C 40 60 zomer koele kant 30 °C 15 85 zomer warme kant 32 °C 3 97

De natuurbeschermers verwachten dat over 25 jaar de zandtemperatuur gemiddeld 5 graden hoger is dan nu. Veel dieren en planten zijn in staat om zich door natuurlijke selectie aan te passen aan de opwarming. De natuurbeschermers denken dat soepschildpadden zich niet kunnen aanpassen aan de opwarming van de aarde.

Vraag 35 1 punt

Wordt het geslacht van soepschildpadden volgens de informatie uit het onderzoek bepaald door een abiotische factor, door een biotische factor of door beide?

  1. A abiotisch
  2. B biotisch
  3. C beide

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 36 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een diagram. Maak het diagram compleet en teken een lijndiagram van het percentage vrouwtjes dat uit het ei komt bij verschillende temperaturen van het zand.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • verticale as op een juiste manier benoemd en ingedeeld (1)
  • juiste waarden ingevuld en verbonden met rechte lijnen / door een vloeiende lijn (1)

Vraag 37 1 punt

Een vrouwtjesschildpad die in de winter aan de koele kant van het eiland uit het ei is gekomen, gaat 25 jaar later terug naar dezelfde plek om daar haar eieren te leggen. De gemiddelde zandtemperatuur is dan 5 °C gestegen. Hoeveel procent van haar nakomelingen zal naar verwachting een vrouwtje zijn? Gebruik tabel 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 97(%) (1)

Vraag 38 1 punt

De natuurbeschermers denken dat soepschildpadden zich niet kunnen aanpassen aan de opwarming van de aarde. Geef een argument uit de informatie dat deze gedachte ondersteunt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist argument: − Het klimaat is al veranderd voordat de soepschildpad geslachtsrijp is. − Soepschildpadden planten zich pas op late leeftijd voort. − Soepschildpadden zoeken geen koelere plek om hun eieren te leggen. − Er zijn bijna geen mannetjes meer om de vrouwtjes te bevruchten. (1)

De onderzoekers hebben onderzocht of het mogelijk is om de zandtemperatuur rondom het nest met eieren te verlagen. Ze deden dit in de zomer aan de warme kant van het eiland, waar het zand zwart is. Tussen dag 1 en dag 5 werd de zandtemperatuur gemeten. Je ziet de drie verschillende manieren en de resultaten in tabel 2.

[tabel 2: zie het originele examen]

afdekken van het nest afdekken van het nest afdekken van het nest met een wit katoenen met wit zand met palmbladeren laken

Vraag 39 1 punt

Noem de manier van afdekken die volgens de resultaten van dit onderzoek het meest effectief is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (het afdekken van het nest) met (palm)bladeren (1)

Catharinaparkiet

De Catharinaparkiet is een vogel uit Zuid-Amerika, die leeft in de bossen. In Nederland wordt deze vogel gehouden als volièrevogel. De parkieten worden gekweekt op kleur. Er is veel variatie in kleuren: groen, geel, grijs en blauw komen voor. Een vogelkweker heeft eenkleurige parkieten en bonte parkieten met meerdere kleuren. Hij kruist bepaalde parkieten. In de stamboom zie je de overerving van deze fenotypen. Bont of eenkleurig wordt bepaald door één gen.

Vraag 40 2 punten

Wordt het eenkleurige fenotype veroorzaakt door een dominant gen of door een recessief gen? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • (een) dominant (gen) (1)
  • Uit de uitleg moet blijken dat er bij twee eenkleurige ouders alleen bonte nakomelingen kunnen komen wanneer beide ouders heterozygoot zijn (voor de kleur). (1)

Vraag 41 3 punten

Een veelvoorkomende kleur van de parkiet is groen. Deze kleur komt voor in drie varianten: lichtgroen, donkergroen en olijfgroen. Deze kleuren zijn afhankelijk van het genotype van de parkiet.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

GO GLGO GOGO

GO GLGO GOGO

een juist ingevulde tabel:

kleur verhouding lichtgroen (0) donkergroen (1) olijfgroen (1)

Opmerking Als de kandidaat de verhouding in juiste percentages of juiste breuken heeft weergegeven, het derde scorepunt toekennen.

genotype fenotype GLGL lichtgroen L O

G G donkergroen GOGO olijfgroen

Een vogelkweker kruist olijfgroene parkieten met donkergroene parkieten. Op de uitwerkbijlage staan een kruisingsschema en een tabel. Vul het kruisingsschema in en geef in de tabel aan in welke verhouding de kleuren voorkomen bij de nakomelingen.

Vraag 42 2 punten

Behalve de kleur groen bij deze parkieten komen er ook andere kleuren voor, zoals de kleuren blauw of geel. De kleuren blauw of geel worden door mutaties veroorzaakt. Leg uit dat door natuurlijke selectie in de oorspronkelijke leefomgeving de kleur groen meer voorkomt dan blauw of geel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • groene parkieten minder opvallen / minder vaak prooi zijn (dan de blauwe of gele parkieten), (1)
  • waardoor de genen van groene parkieten vaker worden doorgegeven aan een volgende generatie / waardoor de groene parkieten meer nakomelingen krijgen. (1)

Alcoholconsumptie

De meeste mensen die te veel alcohol drinken, voelen zich de volgende dag minder fit en hebben vaak last van hoofdpijn. Alcohol zorgt voor vochtverlies, waardoor ook de hersenvliezen uitdrogen. Dit veroorzaakt de hoofdpijn. Alcohol remt de aanmaak van ADH, een hormoon dat wordt uitgescheiden door de hypofyse. Normaal stuurt dit hormoon de nieren aan, zodat er niet te veel water via de urine het lichaam verlaat.

Vraag 43 1 punt

Mensen die alcohol hebben gedronken, hebben een verminderde coördinatie van hun bewegingen. In welk deel van het centrale zenuwstelsel vindt de coördinatie van bewegingen plaats?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de kleine hersenen
  3. C in de hersenstam
  4. D in het ruggenmerg
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 44 1 punt

Alcohol is een gifstof die door een orgaan wordt afgebroken. Hoe heet dit orgaan?

Bekijk het antwoord
  • (de) lever (1)

Vraag 45 1 punt

Alcohol wordt in het lichaam afgebroken, maar kan ook door gaswisseling het lichaam verlaten. Waar vindt de gaswisseling plaats?

  1. A in de bronchiën
  2. B in de longblaasjes
  3. C in de luchtpijp
  4. D in de mondholte
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 46 1 punt

Via welke route komt het hormoon ADH bij de nieren?

  1. A via de dunne darmwand
  2. B via de urinebuis
  3. C via een lymfevat
  4. D via een slagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 47 1 punt

Je ziet hier een afbeelding van het hormoonstelsel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Welke letter wijst de hypofyse aan?

A letter P

B letter Q

C letter R

D letter S

Vraag 48 1 punt

Pubers zijn nog niet helemaal volgroeid, waardoor alcohol drinken voor hen schadelijker is dan voor volwassenen. Hoe komt dat?

  1. A Bij pubers is het evenwichtsorgaan nog niet volledig ontwikkeld.
  2. B Bij pubers is het immuunsysteem nog niet volledig ontwikkeld.
  3. C Bij pubers is het orgaan dat alcohol afbreekt nog niet volledig ontwikkeld.
  4. D Bij pubers zijn de hersenen nog niet volledig ontwikkeld.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Intersekse

Soms worden er meisjes geboren met het mannelijke genotype of jongens met het vrouwelijke genotype. Dit wordt intersekse genoemd. Ongeveer

1 op de 2000 mensen wordt geboren als een intersekse-persoon.

Elsa is geboren met alle primaire vrouwelijke geslachtskenmerken. In de puberteit krijgt zij secundaire mannelijke geslachtskenmerken. Uit onderzoek blijkt dat zij mannelijke geslachts-chromosomen heeft en dat haar vrouwelijke geslachtsklieren niet actief zijn.

Vraag 49 1 punt

Welke geslachts-chromosomen heeft Elsa in de lichaamscellen volgens de informatie?

  1. A XX
  2. B XY
  3. C YY
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 50 1 punt

Leg uit waarom intersekse-onderzoek vaak pas in de puberteit wordt gedaan.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − In de puberteit verandert het lichaam onder invloed van geslachtshormonen. − In de puberteit blijven de verwachte lichamelijke veranderingen uit. (1)

Vraag 51 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met geslachtskenmerken. Kruis bij elk geslachtskenmerk aan of het na de puberteit aanwezig is bij Elsa.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: wel aanwezig niet aanwezig baarmoeder X brede heupen X clitoris X teelballen X indien vier kruisjes juist ingevuld (2) indien drie of twee kruisjes juist ingevuld (1) indien minder dan twee kruisjes juist ingevuld (0) (2)

Vraag 52 1 punt

In Nederland worden gemiddeld per jaar 180.000 kinderen geboren. Hoeveel van die kinderen worden geboren met een intersekse- lichaam? Leg je antwoord uit met een berekening.

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor een juiste berekening met het juiste antwoord het scorepunt toekennen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-24-2-o

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), zenuwstelsel en hormonen (7) en gedrag (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-24-2-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.