Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Verliefd door bacteriën, Lopen op bietensap, Exoten, Syndroom van Pendred, Stelende apen, Prostaatvergroting, Blozen door alcohol, Zeepaardjes, Giftig bladgroen, Keizersnede, Miltvuur, Snelle test voor infectieziekte.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), ecologie (6) en zenuwstelsel en hormonen (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voortplanting17-19, 35, 39-428
Ecologie8-9, 11, 28, 30, 336
Zenuwstelsel en hormonen12-14, 26, 43, 526
Afweer20, 46-47, 49-516
Ademhaling2, 5, 27, 294
Bloedsomloop4, 24-25, 484
Cellen1, 44-453
Gedrag3, 16, 313
Voeding en vertering7, 10, 233
Erfelijkheid15, 22, 323
Planten en fotosynthese36-383
DNA en eiwitsynthese6, 212
Evolutie341

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over voeding en vertering (6% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Verliefd door bacteriën

Je zweetlucht wordt veroorzaakt door de verschillende soorten bacteriën die op je huid en in je zweetklieren leven. Vooral in de zweetklieren van de oksels leven veel bacteriën. Verschillende soorten bacteriën produceren verschillende geurstoffen. Uit onderzoek blijkt dat je eerder verliefd wordt op iemand die andere soorten bacteriën in de zweetklieren heeft dan jij.

Vraag 1 1 punt

In de afbeelding zijn delen van de huid aangegeven met een letter.

Afbeelding bij vraag 1 (opgaven-p2-1.webp).
Bekijk het antwoord

C

Welke letter geeft het deel van de huid aan waar volgens de informatie veel bacteriën leven?

A letter P B letter Q C letter R

Vraag 2 1 punt

Zweten zorgt voor onze lichaamsgeur. → Noteer nog een andere functie van zweten.

Bekijk het antwoord

afkoelen / regeling van de lichaamstemperatuur

Vraag 3 1 punt

Noteer de uitwendige prikkel die volgens de informatie verliefde gevoelens kan veroorzaken bij mensen.

Bekijk het antwoord

de geur (van zweet / van de bacteriën)

Opmerking

Aan ‘het ruiken van zweet’ het scorepunt toekennen.

Lopen op bietensap

Afbeelding bij Lopen op bietensap (opgaven-p3-1.webp).

Sommige sporters drinken bietensap omdat ze denken dat ze dan beter presteren. Bietensap bevat veel nitraat. Het nitraat wordt in het lichaam omgezet in een stof die de bloedvaten laat verwijden. Hierdoor worden de spieren beter doorbloed.

Vraag 4 2 punten

Leg in twee stappen uit dat een marathonloper tot een grotere prestatie in staat is als de spieren beter worden doorbloed.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat

  • er meer zuurstof wordt vervoerd (naar de spieren), (1)
  • er (daardoor) meer verbranding (mogelijk) is. (1)

Opmerking

Aan het antwoord dat er meer glucose wordt vervoerd (naar de spieren), het eerste scorepunt toekennen.

Het Voedingscentrum waarschuwt dat elke dag bietensap drinken niet gezond is. In onze mond en maag wordt een deel van het nitraat omgezet in nitriet. Nitriet is ongezond omdat het bindt aan hemoglobine. Ook kan in de maag uit nitriet de stof nitrosamine ontstaan. Nitrosamine is een kankerverwekkende stof.

Vraag 5 1 punt

Als nitriet bindt aan hemoglobine kan deze haar functie niet meer uitvoeren.

Wat is de functie van hemoglobine?

  1. A het binden van zuurstof
  2. B het transporteren van hormonen
  3. C het omzetten van voedingsstoffen
  4. D het laten stollen van bloed
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 6 1 punt

Als nitrosamine aan het DNA bindt, kan het veranderingen in het DNA veroorzaken.

→ Noteer de naam voor een verandering in het DNA.

Bekijk het antwoord

mutatie

Vraag 7 1 punt

Rachel is een marathonloper. Op de dag van de wedstrijd wil ze bietensap drinken. Het bietensap dat zij wil drinken bevat 1,3 mg nitraat per mL. Het advies van het Voedingscentrum is om maximaal 260 mg nitraat per dag binnen te krijgen.

→ Bereken hoeveel mL bietensap zij maximaal mag drinken.

Bekijk het antwoord

(260/1,3 =) 200 (mL)

Exoten

Hieronder staan twee soorten beschreven.

soortbeschrijving
Japanse duizendknoopDeze plant is rond 1830 uit Japan meegenomen naar Nederland. De plant vermeerdert zich met stevige wortelstokken. De Japanse duizendknoop verdringt andere plantensoorten.
goudjakhalsDit zoogdier komt oorspronkelijk uit Oost-Europa. De soort verspreidt zich steeds verder naar het westen. Sinds 2016 wordt de goudjakhals ook in Nederland gezien. De goudjakhals jaagt op kleine zoogdieren, amfibieën en vogels.

Met het schema hieronder kun je bepalen of een organisme in Nederland een inheemse soort is, een nieuwe soort, een exoot of een invasieve exoot.

Afbeelding bij Exoten (opgaven-p4-1.webp).

Vraag 8 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met deze twee organismen. → Kruis in de tabel bij elk organisme aan of dit in Nederland een inheemse soort, een nieuwe soort, een exoot of een invasieve exoot is. Gebruik het schema hierboven.

inheemse soortnieuwe soortexootinvasieve exoot
Japanse duizendknoop
goudjakhals
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

inheemse soortnieuwe soortexootinvasieve exoot
Japanse duizendknoopX
goudjakhalsX
  • Japanse duizendknoop juist (1)
  • goudjakhals juist (1)

Vraag 9 1 punt

Om te voorkomen dat de Japanse duizendknoop zich verder uitbreidt, wordt de plant bestreden. Een manier van bestrijden is het verwijderen van de bloemen. Dit is niet voldoende om uitbreiding tegen te gaan. → Leg uit waardoor de Japanse duizendknoop zich toch kan vermeerderen zonder bloemen.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de plant wortelstokken heeft. / dat de plant aan ongeslachtelijke voortplanting doet.

Vraag 10 1 punt

Welk type kiezen heeft een goudjakhals?

En is het darmkanaal van de goudjakhals in verhouding tot zijn lichaam korter of langer dan dat van een planteneter?

het type kiezen is: het darmkanaal is:

  1. A knipkiezen; korter
  2. B knipkiezen; langer
  3. C knobbelkiezen; korter
  4. D knobbelkiezen; langer
  5. E plooikiezen; korter
  6. F plooikiezen; langer
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 11 1 punt

In de afbeelding zie je een pootafdruk van de goudjakhals.

Afbeelding bij vraag 11 (opgaven-p5-1.webp).
Bekijk het antwoord

B

Syndroom van Pendred

Is de goudjakhals een hoefganger, teenganger of zoolganger? A een hoefganger

B een teenganger C een zoolganger

Vlak na de geboorte van Aimee leek het alsof ze niet kon horen. Aimee kreeg daarom in het ziekenhuis een gehoortest. De verpleegkundige plakte elektroden op haar hoofd en speelde via een hoofdtelefoon verschillende geluiden af. Ze onderzocht hiermee of er hersenactiviteit was door de geluiden. Uit deze gehoortest bleek dat Aimee volledig doof is.

Uit verder onderzoek blijkt dat Aimee het syndroom van Pendred heeft. Door deze erfelijke aandoening werkt bij haar het slakkenhuis niet goed.

Afbeelding bij Syndroom van Pendred (opgaven-p6-1.webp).

Vraag 12 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken.

→ Kruis in de tabel bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Bij Aimee gaan er geen geluidsgolven door de gehoorgang.
Bij Aimee geven de gehoorbeentjes geen trillingen door.
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Bij Aimee gaan er geen geluidsgolven door de gehoorgang.X
Bij Aimee geven de gehoorbeentjes geen trillingen door.X

Vraag 13 2 punten

Bij het syndroom van Pendred werkt het evenwichtsorgaan vaak ook niet goed waardoor duizeligheid ontstaat.

In de afbeelding zie je een doorsnede van het oor met daarin de delen P tot en met T.

Afbeelding bij vraag 13 (opgaven-p6-2.webp).
Bekijk het antwoord
  • slakkenhuis: S (1)
  • evenwichtsorgaan: Q (1)

→ Noteer de letters waarmee het slakkenhuis en het evenwichtsorgaan zijn aangegeven.

Schrijf je antwoord zo op:

slakkenhuis: .................................................................................................. evenwichtsorgaan: ........................................................................................

Vraag 14 1 punt

Bij iemand met het syndroom van Pendred wordt de schildklier groter dan normaal. Dat komt doordat een hormoonklier de schildklier blijft stimuleren om schildklierhormoon te maken.

Welke hormoonklier regelt de werking van de schildklier?

  1. A eilandjes van Langerhans
  2. B bijnier
  3. C hypofyse
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 15 2 punten

Het syndroom van Pendred wordt veroorzaakt door een recessief gen (a). De ouders van Aimee dragen allebei het gen, maar zijn niet doof. Ze krijgen een tweede kind.

Op de uitwerkbijlage staat een kruisingsschema.

→ Vul het kruisingsschema in.

→ Noteer de kans dat het tweede kind het syndroom van Pendred heeft.

uitwerkbijlage
uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord

het juist ingevulde schema:

genotype zaadcellen
Aa
genotype eicellenAAAAa
aAaaa

De kans dat het tweede kind het syndroom van Pendred heeft, is 25% / 0,25 / ¼.

  • een juist schema (1)
  • een juiste kans op het syndroom van Pendred op basis van het ingevulde schema (1)

Stelende apen

Als je de Oeloewatoe-tempel in Indonesië bezoekt, pas dan op je spullen! De apen die rond de tempel leven, stelen de waardevolle spullen van onoplettende bezoekers. De apen geven je telefoon, zonnebril of camera alleen terug in ruil voor voedsel.

Dit gedrag blijkt in deze apenpopulatie een gewoonte te zijn geworden. Jonge apen zijn rond hun vierde levensjaar volleerd in het stelen en terugruilen.

Afbeelding bij Stelende apen (opgaven-p7-1.webp).

Vraag 16 1 punt

Het terugruilen voor voedsel is waarschijnlijk geen aangeboren gedrag. → Noteer een zin uit de tekst waaruit blijkt dat het terugruilen voor voedsel bij deze apen geen aangeboren gedrag is.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord:

− Jonge apen zijn rond hun vierde levensjaar volleerd in het stelen en terugruilen.

− Dit gedrag blijkt in deze apenpopulatie een gewoonte te zijn geworden.

Prostaatvergroting

Meneer Muller gaat naar de huisarts omdat hij vaak moet plassen en plassen moeilijk gaat. De huisarts legt uit dat het normaal is dat bij oudere mannen de prostaat groter wordt.

De huisarts laat wat bloed afnemen bij meneer Muller voor onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat meneer Muller te veel PSA in zijn bloed heeft. De stof PSA wordt door de prostaatcellen gemaakt en samen met vocht aan het sperma toegevoegd tijdens een zaadlozing. Een hoog PSAgehalte in het bloed kan wijzen op een grote prostaat.

In de afbeelding zie je delen van het mannelijk voortplantingsstelsel en het uitscheidingsstelsel.

Afbeelding bij Prostaatvergroting (opgaven-p8-1.webp).

Vraag 17 1 punt

Als de prostaat groter wordt, kan dat plasproblemen geven. → Leg uit met behulp van de afbeelding dat een te grote prostaat plasproblemen kan geven.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord:

− De prostaat kan de urinebuis dichtdrukken.

− De prostaat drukt tegen de blaas aan (waardoor het voelt alsof je moet plassen).

− De weg van de urine is door de prostaat heen, en die weg kan afgekneld worden.

Opmerking

Een juist antwoord gaat in op een aspect van de ligging van de prostaat ten opzichte van de urineblaas/urinebuis/urine.

Vraag 18 1 punt

In de afbeelding is deel P weergegeven. Deel P voegt ook vocht toe aan de zaadcellen tijdens een zaadlozing.

→ Noteer de naam van deel P.

Bekijk het antwoord

zaadblaasje(s)

Vraag 19 1 punt

PSA zorgt ervoor dat het sperma vloeibaar blijft, zodat de zaadcellen zich gemakkelijk kunnen bewegen.

→ Leg uit dat het voor een bevruchting nodig is dat de zaadcellen zich kunnen bewegen.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de zaadcellen door de baarmoeder/eileider moeten kunnen bewegen. / de zaadcellen de eicel moeten kunnen bereiken.

Een verhoogd PSA-gehalte kan ook wijzen op prostaatkanker. Daarom wordt er in het ziekenhuis een biopsie gedaan bij meneer Muller. Met een holle naald worden cellen van de prostaat opgezogen. In de afbeelding zie je hoe dit gebeurt.

Afbeelding bij vraag 20 (opgaven-p9-1.webp).

Vraag 20 1 punt

In de darm zijn veel bacteriën aanwezig. Meneer Muller moet daarom een uur voor de biopsie een medicijn slikken om een infectie tegen te gaan. → Noteer het type medicijn dat meneer Muller moet nemen.

Bekijk het antwoord

antibiotica

Vraag 21 1 punt

In het ziekenhuis worden de opgezogen prostaatcellen onder de microscoop bekeken. Kankercellen hebben een afwijkende vorm en soms een afwijkend aantal chromosomen. Meneer Mullers prostaatcellen zijn allemaal gezond.

Wat is het aantal chromosomen in een gezonde prostaatcel? En door welke deling ontstaan nieuwe prostaatcellen? aantal chromosomen type deling in een gezonde prostaatcel

  1. A 23; meiose
  2. B 23; mitose
  3. C 46; meiose
  4. D 46; mitose
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Blozen door alcohol

Sommige mensen gaan heel erg blozen na het drinken van alcohol. Ze worden dan rood in het gezicht en soms zelfs over hun hele lichaam. Dit komt doordat bij hen alcohol niet goed wordt afgebroken.

Of je alcohol goed kunt afbreken is erfelijk bepaald. De meeste mensen hebben het normale gen voor het enzym ALDH2. Bij hen wordt alcohol snel afgebroken door dit enzym. Er bestaat ook een variant van het gen voor ALDH2. Het enzym dat dan ontstaat, werkt veel minder goed. Voor de eigenschap ‘blozen na het drinken van alcohol’ bestaan de volgende genotypen en fenotypen:

  • homozygoot voor het normale gen: niet of nauwelijks blozen
  • heterozygoot: blozen
  • homozygoot voor de variant van het gen: heel erg blozen

Vraag 22 1 punt

Iemand die heterozygoot is, gaat blozen na het drinken van alcohol. Dit fenotype ligt tussen de twee andere fenotypen in.

→ Noteer de naam van dit type erfelijkheid.

Bekijk het antwoord

intermediair / intermediaire erfelijkheid / intermediaire overerving

Opmerking

Aan ‘intermediair fenotype’ het scorepunt toekennen.

Vraag 23 1 punt

Bij de meeste mensen wordt alcohol goed afgebroken. → Noteer de naam van het orgaan waarin dit gebeurt.

Bekijk het antwoord

lever

Vraag 24 2 punten

In de zinnen hieronder is beschreven hoe het blozen tot stand komt. Er zijn twee woorden weggelaten.

→ Welke woorden moeten er staan op plaats 1 en 2?

Kies uit: aders, haarvaten of slagaders.

Bekijk het antwoord
  • 1: slagaders (1)
  • 2: haarvaten (1)

Door de alcohol in het bloed ontstaat een reactie waarbij spiertjes in de wand van de …(1)… naar de huid ontspannen. Hierdoor stroomt er meer bloed door de …(2)… van de huid, wat de huid een rode kleur geeft. Dit heet blozen.

Schrijf je antwoord zo op:

1: .................................................................................................................. 2: ..................................................................................................................

Vraag 25 1 punt

Als veel bloedvaten naar de huid verwijden, verandert de bloeddruk. → Zal de bloeddruk dalen of stijgen doordat deze bloedvaten verwijden? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord:

− De bloeddruk gaat dalen, want er is minder druk op de wand van de bloedvaten.

− Dalen, doordat er meer ruimte is voor het bloed.

Vraag 26 2 punten

Als iemand heel veel alcohol in het bloed heeft, stimuleert dat een gebied in de hersenen waardoor die persoon kotsmisselijk wordt. De bewegingen van de spieren rondom het verteringskanaal werken dan de maaginhoud naar boven: die persoon moet overgeven.

→ Noteer de naam van de bewegingen van het verteringskanaal. → In welk deel van het verteringskanaal komt de maaginhoud bij het overgeven als eerste?

Bekijk het antwoord
  • peristaltiek / peristaltische bewegingen (1)
  • (in) de slokdarm (1)

Vraag 27 1 punt

Iemand die moet blozen van alcohol en ook nog astma heeft, kan beter geen alcohol drinken. De reactie die optreedt door veel alcohol in het bloed laat astmaklachten verergeren. De luchtwegen vernauwen dan, waardoor een ernstig zuurstofgebrek kan ontstaan.

→ Welk deel van de luchtwegen vernauwt bij een astma-aanval?

Bekijk het antwoord

de bronchiën / de luchtpijp / de luchtpijptakjes

Zeepaardjes

Zeepaardjes zijn vissen die in zee leven. Ze hebben een opvallend uiterlijk, want hun kop lijkt op die van een paard. Ze gebruiken hun vinnen om rechtop te blijven in het water. Ze zwemmen niet ver, maar blijven vooral in hun eigen gebiedje tussen het zeegras. Daar houden ze zich met hun staart vast aan een blad. Zeepaardjes eten bijna de hele dag. Ze zuigen kleine kreeftjes op. De kreeftjes leven van algen die in het water zweven. Zeepaardjes moeten zich verbergen voor de tonijn, de dorade en andere soorten roofvissen. Op de foto zie je dat het zeepaardje goed gecamoufleerd is in het zeegras.

Afbeelding bij Zeepaardjes (opgaven-p11-1.webp).

Vraag 28 1 punt

Een zeepaardje blijft vaak zijn hele leven in zijn eigen kleine gebied ter grootte van ongeveer een vierkante meter.

→ Noteer de naam voor het kleine gebied waarin het zeepaardje zich voedt en zich voortplant.

Bekijk het antwoord

territorium

Vraag 29 1 punt

Welke organen heeft een zeepaardje voor de gaswisseling?

  1. A longen
  2. B kieuwen
  3. C tracheeën
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 30 2 punten

Noteer een voedselketen van vier organismen waar het zeepaardje deel van uitmaakt. Gebruik de informatie in het kader hierboven.

Afbeelding bij vraag 30 (opgaven-p12-1.webp).
Bekijk het antwoord

de juiste voedselketen:

alg → kreeftje → zeepaardje → tonijn/dorade

  • de vier organismen in de juiste volgorde (1)
  • de pijlen in de juiste richting (1)

Het voortplantingsgedrag van het zeepaardje is bijzonder: het mannetje draagt de jongen. Voordat ze paren zwemmen het mannetje en vrouwtje urenlang om elkaar heen. Tijdens de paring verstrengelen hun staarten en brengt het vrouwtje de eitjes in de broedbuidel van het mannetje. Daar worden ze bevrucht en komen ze tot ontwikkeling. Na enkele weken komen de baby-zeepaardjes uit de buidel van het mannetje.

Vraag 31 1 punt

Voor de paring zwemmen het mannetje en vrouwtje urenlang om elkaar heen.

→ Noteer de naam van dit paringsgedrag.

Bekijk het antwoord

balts

Vraag 32 1 punt

Bij zeepaardjes bepalen chromosomen het geslacht, net als bij mensen. → Noteer hoe je aan de chromosomen kunt zien dat het zeepaardmannetje een mannetje is.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord: − Het mannetje heeft XY.

− Er is een ongelijk chromosomenpaar. − Hij heeft het mannelijk geslachtschromosoom.

Hieronder is de evolutionaire stamboom weergegeven van enkele soorten vissen.

Afbeelding bij vraag 33 (opgaven-p12-2.webp).

Vraag 33 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan uitspraken.

→ Kruis in de tabel bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Het zeepaardje is verwant aan de kaaimansnoek.
Het zeepaardje is meer verwant aan de platy dan aan de rijstvis.
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Het zeepaardje is verwant aan de kaaimansnoek.X
Het zeepaardje is meer verwant aan de platy dan aan de rijstvis.X

Zeepaardjes zijn het meest verwant aan zeenaalden. Hun laatste gemeenschappelijke voorouder leefde ongeveer 34 miljoen jaar geleden. Een zeenaald heeft ook een krulstaart en een paardensnuit, maar zwemt vooral horizontaal.

Zeenaalden leven tussen lange wieren die op de zeebodem liggen (zie foto). Ze eten hetzelfde als zeepaardjes.

Afbeelding bij vraag 34 (opgaven-p13-1.webp).

Vraag 34 2 punten

Onderzoekers denken dat de zeepaardjes zijn ontstaan toen 34 miljoen jaar geleden de eerste grote zeegrasvelden ontstonden. De voorouder van het zeepaardje is toen rechtop gaan zwemmen.

→ Leg uit hoe door natuurlijke selectie de voorouder van het zeepaardje rechtop ging zwemmen toen deze voor het eerst in de zeegrasvelden ging leven.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord:

− De voorouder die rechtop ging zwemmen in het zeegras viel minder op voor roofdieren. Hierdoor kreeg deze meer nakomelingen dan diegenen die horizontaal bleven zwemmen.

− Als zeepaardjes zo stil hangen vallen ze niet op in het zeegras. De kreeftjes kunnen die zeepaardjes dan niet zien. Hierdoor hebben deze zeepaardjes meer eten en kunnen ze zich meer voortplanten.

  • een juist effect van het rechtop zwemmen op de overlevingskans (1)
  • een juist effect op de voortplanting (1)

Giftig bladgroen

Boer Schenk verbouwt aardappelen. Aardappelen zijn de knollen van de aardappelplant. In april doet hij de aardappelen in de grond. Uit elke aardappel groeit een plant waaraan nieuwe aardappelen worden gevormd. Na vier maanden kan boer Schenk deze aardappelen oogsten. Hoe groter de aardappelen zijn, hoe beter zijn oogst is.

Afbeelding bij Giftig bladgroen (opgaven-p14-1.webp).

Vraag 35 1 punt

Nieuwe aardappelplanten kunnen ontstaan uit de zaden in de bessen of uit de knollen van de aardappelplant.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel.

→ Kruis in de tabel aan van welke manier van voortplanting er sprake is.

geslachtelijke voortplantingongeslachtelijke voortplanting
een plant ontstaat uit een zaadje
een plant ontstaat uit een knol
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

geslachtelijke voortplantingongeslachtelijke voortplanting
een plant ontstaat uit een zaadjeX
een plant ontstaat uit een knolX

Vraag 36 1 punt

De aardappelplant vervoert suikers vanuit de bladeren via de stengels naar de wortels. Daar worden de suikers als zetmeel in de knollen opgeslagen.

→ Noteer de naam van de vaten waarin suikers richting de wortels worden vervoerd.

Bekijk het antwoord

bastvaten

Dit jaar heeft boer Schenk last van coloradokevers. In de afbeelding zie je een aardappelplant met coloradokevers. Deze kevers en hun larven eten de groene stengels en bladeren van de aardappelplant. Als er een plaag is van deze kevers, kan de aardappeloogst mislukken.

Afbeelding bij vraag 37 (opgaven-p15-1.webp).

Vraag 37 2 punten

Als de bladeren van de plant zijn aangevreten, vormt deze plant alleen nog maar kleine aardappelen.

→ Leg in twee stappen uit waardoor de aardappelen klein blijven als de plant weinig bladeren heeft.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat

  • er in de plant minder fotosynthese plaatsvindt, / de plant minder glucose maakt, (1)
  • (waardoor) er minder zetmeel in de aardappelen komt. / er minder bouwstoffen/reservestoffen in de aardappelen komen. (1)

Vraag 38 1 punt

Onderzoekers hebben een manier gevonden om de coloradokever te bestrijden. Ze hebben het DNA van aardappelplanten veranderd. Deze aardappelplanten maken daardoor bladgroenkorrels die giftig zijn voor de coloradokever.

Welke delen van de plant zijn giftig geworden door deze verandering in het DNA?

  1. A alleen de bladeren
  2. B alleen de bladeren en de stengels
  3. C alleen de bladeren en de wortels
  4. D de bladeren, de stengels en de wortels
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Keizersnede

Soraya krijgt een keizersnede omdat bij haar een natuurlijke bevalling te risicovol is. Een keizersnede is een geboorte via een buikoperatie. In de afbeelding is het verloop van een keizersnede schematisch weergegeven.

Afbeelding bij Keizersnede (opgaven-p16-1.webp).

Vraag 39 1 punt

In fase 3 in de afbeelding worden de placenta en navelstreng uit de baarmoeder verwijderd. Bij een natuurlijke bevalling is er ook een fase waarbij de placenta en navelstreng uit de baarmoeder worden verwijderd. → Noteer de naam van deze fase.

Bekijk het antwoord

nageboorte

Vraag 40 1 punt

Bij Soraya ligt de placenta voor de baarmoedermond. Een natuurlijke bevalling is bij haar niet mogelijk omdat de placenta dan zou kunnen losscheuren. Dit is risicovol voor haar en de baby.

→ Leg uit waardoor de placenta bij Soraya tijdens de ontsluiting zal losscheuren.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat dan de baarmoedermond opent (waaraan de placenta is gehecht).

De dag dat de baby verwacht wordt, noem je de uitgerekende datum. Soraya heeft haar uitgerekende datum met een hartje op de kalender aangegeven.

Afbeelding bij vraag 41 (opgaven-p17-1.webp).

Vraag 41 1 punt

Sorayas keizersnede wordt precies drie weken voor de uitgerekende datum ingepland.

→ Noteer de datum waarop de keizersnede bij Soraya zal plaatsvinden.

Bekijk het antwoord

16 september (2026)

Ook Hali krijgt een keizersnede. Dit was niet gepland. Bij haar is een keizersnede nodig omdat de bevalling te lang duurt. De bewegingen van de baarmoederspieren zijn niet krachtig genoeg. Hali krijgt een ruggenprik zodat ze geen pijn voelt van de operatie.

Vraag 42 1 punt

Noteer de naam van de spierbewegingen van de baarmoeder die plaatsvinden tijdens de bevalling.

Bekijk het antwoord

(pers)weeën

Vraag 43 1 punt

Bij een ruggenprik wordt een verdovend middel ingespoten in het vocht rondom het ruggenmerg. Hierdoor zal Hali geen pijn in haar onderlichaam kunnen waarnemen.

Via welk type cellen worden pijnsignalen naar het ruggenmerg geleid?

  1. A via bewegingszenuwcellen
  2. B via gevoelszenuwcellen
  3. C via schakelcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Miltvuur

Miltvuur is een gevaarlijke ziekte die veroorzaakt wordt door de miltvuurbacterie. Deze bacterie kan een spore worden. Een spore is een soort rusttoestand om ongunstige omstandigheden te overleven. Vroeger werden dieren die doodgingen aan miltvuur begraven. Miltvuursporen kunnen tientallen jaren in de grond overleven. Als dan in deze grond gegraven wordt, kunnen de sporen vrijkomen en opnieuw dieren of mensen besmetten.

In de afbeelding zie je de levenscyclus van de miltvuurbacterie.

Afbeelding bij Miltvuur (opgaven-p18-1.webp).

Als je miltvuursporen binnenkrijgt, kunnen die zich via de bloedvaten verspreiden. In de weefsels kan de bacterie zich vermenigvuldigen en gifstoffen uitscheiden waar dierlijke cellen van sterven.

Miltvuur kwam vroeger vaak voor. Tegenwoordig worden zieke dieren die doodgaan aan miltvuur verbrand.

Vraag 44 2 punten

Miltvuur wordt veroorzaakt door een bacterie.

→ Noteer twee kenmerken van een bacterie die in de afbeelding te zien zijn.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist kenmerk:

− de aanwezigheid van een celwand − er is geen celkern / er is een (los) chromosoom − de cellen van bacteriën zijn kleiner dan andere cellen

per juist kenmerk (1)

Vraag 45 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan gegevens over miltvuur en vier organisatieniveaus.

→ Verbind elk gegeven door middel van een lijn met het juiste organisatieniveau. Gebruik elk organisatieniveau een keer.

uitwerkbijlage
uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord

de juiste lijnen:

gegevenorganisatieniveau
Besmetting gebeurt via de luchtwegen.cel
Een miltvuurbacterie geeft gifstoffen af.orgaanstelsel
Groepjes longcellen sterven af.organisme
Je voelt je ziek en zwak.weefsel

indien vier lijnen juist (2)

indien drie of twee lijnen juist (1)

indien minder dan twee lijnen juist (0)

Vraag 46 1 punt

Miltvuur is vaak dodelijk omdat de bacterie niet snel genoeg door het lichaam kan worden bestreden.

Welke bloeddeeltjes zorgen ervoor dat een bacterie wordt bestreden?

  1. A bloedplaatjes
  2. B rode bloedcellen
  3. C witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 47 1 punt

Na besmetting met de miltvuurbacterie gaat je lichaam veel warmte produceren en warmteverlies beperken. Hierdoor neemt de lichaamstemperatuur toe, waardoor het immuunsysteem harder kan werken. Dit noem je koorts.

Op de uitwerkbijlage staan twee manieren waarop regeling van de lichaamstemperatuur plaatsvindt.

→ Kruis in de tabel bij elke manier aan of dit de lichaamstemperatuur laat dalen of stijgen.

dalenstijgen
sterkere doorbloeding van de huid
rillen door spiersamentrekkingen
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

dalenstijgen
sterkere doorbloeding van de huidX
rillen door spiersamentrekkingenX

Snelle test voor infectieziekte

Aan de Technische Universiteit Eindhoven is een teststrookje ontwikkeld waarmee snel kan worden vastgesteld of een patiënt een bepaalde ziekte heeft, zoals HIV, griep of knokkelkoorts. Bij deze test brengt de arts een druppeltje bloed aan op een testpapier met lichtgevende eiwitten. De antistoffen in het bloed veranderen de kleur van het papier. Met een smartphone kan de arts de kleurverandering exact meten.

Afbeelding bij Snelle test voor infectieziekte (opgaven-p19-1.webp).

Vraag 48 1 punt

In welk deel van het bloed zitten de antistoffen die de kleur van het testpapier kunnen laten veranderen?

  1. A in de bloedplaatjes
  2. B in de rode bloedcellen
  3. C in de witte bloedcellen
  4. D in het bloedplasma
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 49 1 punt

Het testpapier kan gebruikt worden voor het aantonen van knokkelkoorts. Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken.

→ Kruis in de tabel bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Iemand kan al besmet zijn met knokkelkoorts, maar nog geen antistoffen hebben aangemaakt.
Iemand kan veel antistoffen hebben tegen knokkelkoorts, maar niet ziek zijn.
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Iemand kan al besmet zijn met knokkelkoorts, maar nog geen antistoffen hebben aangemaakt.X
Iemand kan veel antistoffen hebben tegen knokkelkoorts, maar niet ziek zijn.X

Vraag 50 1 punt

De onderzoekers moeten voor elke infectieziekte een ander type testpapier ontwikkelen.

→ Leg uit waarom ze niet voor verschillende infectieziektes hetzelfde type testpapier kunnen gebruiken.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat er specifieke antistoffen worden gemaakt tegen verschillende ziektes. / dat de antigenen van verschillende ziektes verschillend zijn.

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

De kleur die het testpapier krijgt, geeft aan hoeveel antistoffen er in het bloed van de patiënt zitten: groen betekent geen antistoffen, blauw betekent veel antistoffen.

Vraag 51 1 punt

Joachim heeft een vaccinatie gehad tegen knokkelkoorts. Zijn bloed wordt 10 dagen na de vaccinatie getest met het testpapier. Hieruit blijkt dat de vaccinatie succesvol is.

Heeft er bij Joachim actieve of passieve immunisatie plaatsgevonden? En welke kleur krijgt het testpapier van zijn druppel bloed? type immunisatie kleur/blauw

  1. A actief
  2. B actief; groen
  3. C passief; blauw
  4. D passief; groen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 52 1 punt

Een smartphone kan de kleur van het testpapier nauwkeuriger meten dan het menselijk oog.

Kan je de kleur van het testpapier waarnemen door de aanwezigheid van kegeltjes of van staafjes in het oog?

En bevinden deze zintuigcellen zich vooral in de gele vlek of juist daaromheen?

waarnemen doorplaats
Akegeltjesin de gele vlek
Bkegeltjesom de gele vlek heen
Cstaafjesin de gele vlek
Dstaafjesom de gele vlek heen
  1. A kegeltjes; in de gele vlek
  2. B kegeltjes; om de gele vlek heen
  3. C staafjes; in de gele vlek
  4. D staafjes; om de gele vlek heen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Biologie 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), ecologie (6) en zenuwstelsel en hormonen (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-26-2-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.