Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Cellen en orgaanstelsels, Meikevers, Reddende rugzak-ratten, Komodovaraan, Tussen de lakens, Gentherapie bij doofheid, Ziekte van Milroy, Toxoplasmose, Duindoorn, Gezond door je hond, Oogkleur, Planten in de klas, Lapjeskatten.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), erfelijkheid (7) en bloedsomloop (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voortplanting6, 20-22, 28, 32, 35-368
Erfelijkheid25, 29, 43-45, 49-507
Bloedsomloop1, 16, 26-27, 39-406
Zenuwstelsel en hormonen11, 15, 23-24, 41-426
Gedrag7, 12-13, 17, 345
Planten en fotosynthese37-38, 47-484
Voeding en vertering2, 18-193
Ademhaling3, 8, 463
Cellen4-5, 143
Afweer30-31, 333
Ecologie9-102

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over voeding en vertering (6% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Cellen en orgaanstelsels

Meerkeuzevragen

Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Er is sprake van normale situaties en gezonde organismen, tenzij anders vermeld.

Mevrouw Pool geeft les over orgaanstelsels en cellen. Op het bord laat ze vier verschillende orgaanstelsels zien. De orgaanstelsels zijn hieronder aangegeven met de nummers 1 tot en met 4. De pijlen geven aan dat een orgaanstelsel stoffen kan doorgeven aan een ander orgaanstelsel.

Vraag 1 2 punten

Noteer de naam en het nummer van het orgaanstelsel waar de aorta bij hoort.

Schrijf je antwoord zo op:

naam orgaanstelsel: .................................

nummer: ..................................................

Schema van vier orgaanstelsels, aangegeven met de nummers 1 tot en met 4, met pijlen die de doorgifte van stoffen tussen orgaanstelsels aangeven. Bekijk in Opgaven, pagina 2

Bekijk het antwoord

naam orgaanstelsel: bloedvatenstelsel

nummer: 3

Vraag 2 1 punt

De pijlen geven aan dat een orgaanstelsel stoffen kan doorgeven aan een ander orgaanstelsel.

Welke stof geeft orgaanstelsel 2 vooral door aan orgaanstelsel 3?

  1. A glucose
  2. B koolstofdioxide
  3. C mineralen
  4. D zuurstof

Schema van vier orgaanstelsels, aangegeven met de nummers 1 tot en met 4, met pijlen die de doorgifte van stoffen tussen orgaanstelsels aangeven. Bekijk in Opgaven, pagina 2

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

De orgaanstelsels werken samen om stoffen op te nemen, om te zetten en weer af te geven. Een aantal van deze stoffen is nodig voor de verbranding.

Vraag 3 1 punt

Bij de verbranding komt energie vrij.

Waar gebruikt orgaanstelsel 4 uit de informatie deze energie voor?

Schema van vier orgaanstelsels, aangegeven met de nummers 1 tot en met 4, met pijlen die de doorgifte van stoffen tussen orgaanstelsels aangeven. Bekijk in Opgaven, pagina 2

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de energie gebruikt wordt voor spieractiviteit.

Vraag 4 1 punt

Stoffen die nodig zijn voor de verbranding moeten door de buitenste laag van de cel naar binnenkomen.

Hoe heet de buitenste laag van een dierlijke cel?

Bekijk het antwoord

celmembraan

Mevrouw Pool laat tijdens de uitleg de volgende afbeelding van een deel van het ademhalingsstelsel zien.

Vraag 5 2 punten

Noteer de namen van de delen waar de letters R en S bij staan.

Schrijf je antwoord zo op:

letter R: ..............................................

letter S: ..............................................

Afbeelding van een deel van het ademhalingsstelsel, met de letters R en S aangegeven. Bekijk in Opgaven, pagina 3

Bekijk het antwoord

letter R: luchtpijp/kraakbeenring

letter S: longblaasje(s)

Meikevers

Meikevers ondergaan in hun leven een metamorfose. De larven van meikevers heten engerlingen. In de afbeelding zie je de stadia van de metamorfose.

Een volwassen meikever eet bladeren van bomen zoals de beuk, wilg en zomereik. Natuurlijke vijanden van de volwassen meikever zijn: kikkers, kraaien en vleermuizen.

Een engerling eet wortels van gras en van andere tuinplanten. Natuurlijke vijanden van de engerling zijn: kraaien, mollen en zwijnen.

Engerlingen zitten tot hun derde levensjaar in de grond en komen als meikever in april of mei boven de grond. Eenmaal boven de grond zijn vrouwtjes na 10 tot 15 dagen geslachtsrijp. Het vrouwtje verspreidt een geur. Het mannetje neemt met voelsprieten de geur waar en gaat op zoek naar het vrouwtje om te paren.

Vraag 6 1 punt

Uit de informatie kun je afleiden dat twee levenskenmerken van de meikever `reageren op prikkels' en `voeden' zijn. Een ander levenskenmerk is pas vanaf het derde levensjaar aanwezig.

Welk ander levenskenmerk hebben meikevers, volgens de informatie, vanaf hun derde levensjaar?

Afbeelding van de stadia van de metamorfose van de meikever: engerling, pop en volwassen meikever. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

voortplanting

Vraag 7 1 punt

Het gedrag van het vrouwtje veroorzaakt een uitwendige prikkel dat leidt tot het zoekgedrag van het mannetje. Voor dit zoekgedrag is ook een inwendige prikkel nodig.

Noteer de inwendige prikkel die leidt tot het zoekgedrag van het mannetje.

Bekijk het antwoord

hormonen/voortplantingsdrang

Vraag 8 1 punt

Engerlingen halen adem onder de grond.

Noteer de naam van de ademhalingsorganen van de engerling.

Bekijk het antwoord

trachee(ën)

Vraag 9 1 punt

Uit de informatie blijkt dat meikevers onderdeel zijn van een voedselketen. Welke reeks van organismen is de juiste voedselketen?

  1. A eitjes → engerling → meikever
  2. B zomereik → engerling → meikever
  3. C zomereik → meikever → vleermuis
  4. D vleermuis → meikever → zomereik
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 10 1 punt

Meikevers vormen met andere organismen een voedselketen.

Tot welke groep organismen behoren meikevers?

  1. A consumenten
  2. B producenten
  3. C reducenten
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Reddende rugzak-ratten

Tijdens een aardbeving schudt de bodem zo hard dat een huis erdoor kan instorten. Het is daarna voor reddingswerkers een hele klus om overlevenden te vinden. Gedragsonderzoekers hebben ontdekt dat speciaal getrainde ratten overlevenden kunnen vinden. Ratten hebben een erg goede neus en snuffelen van nature overal.

In de afbeelding zie je zo'n getrainde rat; hij draagt een rugzak met een belletje. De rat vindt snuffelend zijn weg tussen het puin. Als hij de geur van een overlevende ruikt, trekt hij aan het belletje en keert dan terug naar de reddingswerker. De reddingswerker beloont de rat met iets lekkers.

Vraag 11 1 punt

Wat is de adequate prikkel waarmee de rat, volgens de informatie, de overlevende waarneemt?

  1. A geluid
  2. B geur
  3. C licht

Foto van een getrainde rat met een rugzak met een bel (belletje). Bekijk in Opgaven, pagina 5

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 12 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over lerende ratten.

Kruis in de tabel bij elke zin het juiste leerproces aan.

conditionereninprententrial-and-error
Toevallig een voedselplek vinden tijdens het snuffelen, is een voorbeeld van...
Het krijgen van een beloning na terugkeer bij de reddingswerker, is een voorbeeld van...
Bekijk het antwoord
conditionereninprententrial-and-error
Toevallig een voedselplek vinden tijdens het snuffelen, is een voorbeeld van...X
Het krijgen van een beloning na terugkeer bij de reddingswerker, is een voorbeeld van...X

Vraag 13 1 punt

Bij de eerste rugzak-training worden zintuigcellen in de rug van de rat geprikkeld. Na enige tijd voelt de rat de rugzak niet meer.

Noteer de naam van dit proces.

Bekijk het antwoord

gewenning

Vraag 14 1 punt

De huid van ratten heeft dezelfde bouw als die van de mens.

Met welke letter is het deel van de huid aangegeven dat de zintuigcellen voor het voelen van de rugzak bevat?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R

Doorsnede van de huid van een rat, met de letters P, Q en R aangegeven. Bekijk in Opgaven, pagina 6

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 15 1 punt

Door welke zenuwcellen worden impulsen van de huid naar het centraal zenuwstelsel geleid?

  1. A bewegingszenuwcellen
  2. B gevoelszenuwcellen
  3. C schakelcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Komodovaraan

De komodovaraan is de grootste hagedis ter wereld. Hij kan wel drie meter lang worden.

De komodovaraan jaagt op grote prooidieren. Met zijn beet komt gif vrij waardoor het bloed van de prooi niet meer stolt. Daardoor sterft de prooi na korte tijd. Hierna eet de komodovaraan het hele prooidier op.

De komodovaraan plant zich voort door het leggen van eieren. Na ongeveer zeven maanden komen de jongen uit het ei. De komodovaraan doet niet aan broedzorg. Meteen na het uitkomen van de eieren klimmen de jongen in bomen, zodat ze veilig zijn voor volwassen komodovaranen en andere vijanden.

Vraag 16 1 punt

In de informatie staat dat het bloed van de prooi door het gif van de komodovaraan niet meer stolt.

Welke bloeddeeltjes worden uitgeschakeld door het gif van de komodovaraan?

  1. A bloedplaatjes
  2. B rode bloedcellen
  3. C witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 17 1 punt

Het in de boom klimmen van de jongen van de komodovaraan is erfelijk gedrag.

Leg uit dat het in de boom klimmen van de jongen van de komodovaraan erfelijk gedrag is.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat ze het gedrag niet van hun ouders geleerd kunnen hebben / ze direct na het uitkomen van de eieren in een boom klimmen.

Vraag 18 1 punt

De lengte van het darmkanaal is aangepast aan het voedsel dat een organisme eet.

Leg uit dat het darmkanaal van de komodovaraan korter is dan het darmkanaal van een even grote planteneter.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat dierlijk voedsel gemakkelijker te verteren is / dat plantaardig voedsel moeilijker te verteren is dan dierlijk voedsel.

Vraag 19 1 punt

De komodovaraan eet ook de botten van zijn prooi. Een orgaan in het verteringskanaal maakt een sterk zuur aan, dat deze botten verteert.

Welk orgaan maakt dit zuur aan?

Bekijk het antwoord

maag

Tussen de lakens

Sommige verliefde mensen brengen graag tijd met elkaar door tussen de lakens. Voorbehoedmiddelen kunnen daarbij goed van pas komen.

Op internet vind je websites met informatie over voorbehoedmiddelen. In de afbeelding worden drie websites weergegeven, elk met een beschrijving van een voorbehoedmiddel.

  • website 1: 'Je plakt de eerste drie weken een pleister (in de vierde week verlaten bloed en slijmvlies via de vagina je lichaam).'
  • website 2: 'Het is een dun hoesje van rubber, je draagt het tijdens de seks.'
  • website 3: 'De eileiders worden onderbroken.'

Vraag 20 1 punt

In de afbeelding hierna zie je Mats en Merel en hun voortplantingsorganen. Op website 3 staat informatie over het voorbehoedmiddel van Merel.

Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken over gebeurtenissen in het lichaam van Merel.

Kruis in de tabel bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Bij Merel rijpen per maand één of meerdere eicellen in de eierstokken.
Bij Merel kunnen de zaadcellen de baarmoeder niet bereiken.

Mats en Merel in bed, met een uitvergroting van de voortplantingsorganen van Merel. Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Bij Merel rijpen per maand één of meerdere eicellen in de eierstokken.X
Bij Merel kunnen de zaadcellen de baarmoeder niet bereiken.X

Vraag 21 1 punt

In de afbeelding zie je Robert en Bart en hun voortplantingsorganen. Zij hebben voor het eerst seksueel contact met elkaar. Ze gebruiken een condoom.

Noteer waartegen dit voorbehoedmiddel het verliefde stel beschermt.

Robert en Bart met een uitvergroting van hun voortplantingsorganen. Bekijk in Opgaven, pagina 9

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat ze beschermd zijn tegen (besmetting met) een soa.

Opmerking

Als de kandidaat noteert dat het voorbehoedmiddel een (ongewenste) zwangerschap voorkomt, geen scorepunt toekennen.

Vraag 22 1 punt

In de afbeelding zie je Iwan en Luana en hun voortplantingsorganen. Bij Iwan zijn na een operatie de zaadleiders afgesloten. Daardoor komt er bij een orgasme vocht zonder zaadcellen uit zijn penis.

Een orgaan dat vocht maakt, is de prostaat.

Noteer de naam van een ander orgaan dat vocht maakt dat uit de penis komt tijdens het orgasme van Iwan.

Iwan en Luana met een uitvergroting van hun voortplantingsorganen. Bekijk in Opgaven, pagina 9

Bekijk het antwoord

zaadblaasje(s)

Gentherapie bij doofheid

Een mutatie in het DFNA9-gen veroorzaakt doofheid doordat bij mensen met deze mutatie de zintuigcellen in het oor hun taak niet meer kunnen uitvoeren. Dit gebeurt vanaf het 35ste levensjaar. In de afbeelding zie je een doorsnede van het oor. Vier delen zijn met letters aangegeven.

Vraag 23 2 punten

Noteer de naam en de letter van het deel van het oor waar de zintuigcellen van het gehoor liggen.

Schrijf je antwoord zo op:

naam: ......................................................................................................

letter: .......................................................................................................

Doorsnede van het oor, met vier delen aangegeven met letters. Bekijk in Opgaven, pagina 10

Bekijk het antwoord

naam: slakkenhuis

letter: S

Vraag 24 2 punten

Er is gemeten vanaf welke geluidssterkte mensen van 50 jaar met en zonder de mutatie van het DFNA9-gen bepaalde toonhoogten kunnen horen. In het diagram zie je dit als de gemiddelde drempelwaarden van de geluidssterkte van het geluid (decibel) bij verschillende toonhoogtes (kHz).

Op de uitwerkbijlage staan drie uitspraken over dit diagram.

Kruis in de tabel bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Lage geluiden worden door mensen uit beide groepen vaak beter waargenomen dan hoge geluiden.
Geluiden onder de 20 decibel kunnen door mensen van 50 jaar, zonder de mutatie, niet waargenomen worden.
Een 50-jarige met de mutatie in het DFNA9-gen, kan geluiden van 4 kHz waarnemen vanaf 60 decibel.

Diagram met de gemiddelde drempelwaarden van de geluidssterkte (decibel) per toonhoogte (kHz), voor 50-jarigen met en zonder de mutatie in het DFNA9-gen. Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Lage geluiden worden door mensen uit beide groepen vaak beter waargenomen dan hoge geluiden.X
Geluiden onder de 20 decibel kunnen door mensen van 50 jaar, zonder de mutatie, niet waargenomen worden.X
Een 50-jarige met de mutatie in het DFNA9-gen, kan geluiden van 4 kHz waarnemen vanaf 60 decibel.X

Onderzoekers kunnen gemuteerde genen in cellen repareren. Dit noemen we gentherapie. Ze brengen het juiste gen in de zintuigcellen van het binnenoor van muizen in. Na de gentherapie is het gen in het binnenoor gerepareerd.

Vraag 25 1 punt

Leg uit dat een muis het gemuteerde gen na de gentherapie nog steeds kan doorgeven aan zijn nakomelingen.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste uitleg:

  • Het gemuteerde DFNA9-gen is alleen aangepast in de zintuigcellen van het oor.
  • Door de gentherapie wordt het gemuteerde DFNA9-gen niet aangepast in de geslachtscellen.

Ziekte van Milroy

De ziekte van Milroy is een erfelijke aandoening waarbij de lymfevaten zich niet goed ontwikkelen. Hierdoor hoopt zich veel vocht op in weefsels van het onderlichaam, met name in de onderbenen.

In de afbeelding zie je schematisch het weefsel in de onderbenen en drie typen transportvaten met aftakkingen.

Vraag 26 1 punt

Wat is de naam van het vocht op plaats P?

  1. A bloedplasma
  2. B cytoplasma
  3. C lymfe
  4. D weefselvloeistof

Schematische weefsel van de onderbenen met drie typen transportvaten met aftakkingen; plaats P is aangegeven. Bekijk in Opgaven, pagina 12

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 27 1 punt

Vocht kan ook uit de benen worden afgevoerd via de haarvaten. Via welke delen van het bloedvatenstelsel komt dit vocht achtereenvolgens in het hart terecht?

  1. A beenader → holle ader → linkerboezem
  2. B beenader → holle ader → rechterboezem
  3. C beenslagader → holle ader → linkerboezem
  4. D beenslagader → holle ader → rechterboezem
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 28 2 punten

Door de ziekte van Milroy kunnen er soms afwijkingen ontstaan aan de balzak en de urinebuis. In de afbeelding zie je het voortplantingsstelsel van een gezonde man. Vier delen zijn met letters aangegeven.

Noteer met welke letter de balzak en de urinebuis aangegeven worden.

Schrijf je antwoord zo op:

balzak: ........................

urinebuis:....................

Voortplantingsstelsel van een gezonde man, met vier delen aangegeven met letters. Bekijk in Opgaven, pagina 13

Bekijk het antwoord

balzak: S

urinebuis: Q

Vraag 29 1 punt

De ziekte van Milroy wordt veroorzaakt door een dominant gen. Er wordt een baby geboren waarvan beide ouders heterozygoot zijn voor de ziekte van Milroy.

Wat is de kans dat deze baby de ziekte van Milroy heeft?

  1. A 0%
  2. B 25%
  3. C 50%
  4. D 75%
  5. E 100%
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Toxoplasmose

Toxoplasmose is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door een eencellig diertje, de toxoplasma-parasiet. Deze parasiet kan zich alleen voortplanten in de darmen van katachtigen. De eitjes van de parasiet worden verspreid door de ontlasting van katten.

In Nederland heeft ongeveer 40 procent van de bevolking antistoffen in het bloed tegen toxoplasmose. Besmetting is normaal gesproken ongevaarlijk. Voor zwangere vrouwen kan het wel gevolgen hebben voor het embryo. De parasiet kan via de placenta het embryo bereiken en een miskraam veroorzaken.

Vraag 30 1 punt

Leg uit dat niet iedere zwangere vrouw die besmet is met de toxoplasma-parasiet, deze doorgeeft aan het embryo.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat sommige vrouwen al antistoffen hebben (tegen de toxoplasma-parasiet). / dat sommige vrouwen al immuun zijn (voor de toxoplasma-parasiet).

Vraag 31 1 punt

Er wordt gewerkt aan een middel om de toxoplasma-parasiet bij katten te voorkomen. Een kat krijgt dan de verzwakte ziekteverwekker ingespoten. Hierna gaat de kat antistoffen tegen de parasiet maken. De kat wordt op deze manier kunstmatig immuun gemaakt.

Noteer de naam van het middel dat de kat krijgt om deze kunstmatig immuun te maken.

Bekijk het antwoord

vaccin

Vraag 32 1 punt

In de afbeelding zie je een schematische weergave van een embryo in de baarmoeder. Vier delen zijn met letters aangegeven.

Met welke letter is de placenta aangegeven?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Schematische weergave van een embryo in de baarmoeder, met vier delen aangegeven met letters. Bekijk in Opgaven, pagina 15

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 33 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan drie uitspraken over een besmetting met de toxoplasma-parasiet.

Kruis in de tabel bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
De parasiet die toxoplasmose veroorzaakt, werkt als antigeen.
Het verkrijgen van immuniteit na een besmetting heet actieve immuniteit.
Antibiotica zijn geschikt om toxoplasmose te bestrijden bij een besmet persoon.
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
De parasiet die toxoplasmose veroorzaakt, werkt als antigeen.X
Het verkrijgen van immuniteit na een besmetting heet actieve immuniteit.X
Antibiotica zijn geschikt om toxoplasmose te bestrijden bij een besmet persoon.X

Vraag 34 2 punten

Ook muizen kunnen worden besmet met de toxoplasma-parasiet. De muizen vertonen daardoor meer onderzoekend gedrag en zijn minder angstig. Ook voelen deze muizen zich aangetrokken tot de geur van katten-urine.

Leg uit dat de toxoplasma-parasiet zich door deze effecten op muizen sneller kan vermeerderen.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat:

  • de (besmette) muizen door hun gedrag sneller/vaker kunnen worden opgegeten door katten (dan niet-besmette muizen),
  • waarna de parasiet zich kan voortplanten in de kat.

Duindoorn

De duindoorn is een struik die vooral voorkomt in open zandvlaktes zoals de duinen. Een groep duindoornstruiken is meestal ontstaan door wortelstokken.

In de herfst heeft de struik oranje bessen. Wanneer deze bessen gaan rotten, kan er alcohol ontstaan. Vogels zoals lijsters en spreeuwen eten van deze bessen. Soms worden ze dan dronken en kunnen niet meer goed vliegen. Ze zijn dan een makkelijke prooi voor vossen en roofvogels zoals de sperwer.

In de afbeelding zie je delen van de duindoorn met een aantal kenmerken. De struik heeft alleen mannelijke of alleen vrouwelijke bloemen.

  • grijskleurige bladeren met aan de bovenkant haartjes en aan beide kanten huidmondjes
  • takken met doorns
  • zeer kleine, groene, reukloze bloemen die of vrouwelijk of mannelijk zijn
  • oranje bessen met zaden

Vraag 35 1 punt

De struik kan twee typen bloemen hebben. In de afbeelding worden delen van een bloem van een duindoorn aangegeven met de letters P en Q.

Welke letter geeft het voortplantingsorgaan aan van een duindoornstruik waaraan vruchten ontstaan? Leg je antwoord uit.

Delen van een bloem van een duindoorn, aangegeven met de letters P en Q. Bekijk in Opgaven, pagina 16

Bekijk het antwoord

P, met een uitleg waaruit blijkt dat dit een vrouwelijke bloem / een stamper is.

Vraag 36 2 punten

Noteer op welke manieren de duindoorn zich geslachtelijk en ongeslachtelijk kan voortplanten.

Schrijf je antwoord zo op:

geslachtelijk door: ....................................................................................

ongeslachtelijk door: ................................................................................

Bekijk het antwoord

geslachtelijk door: bloemen/bessen/vruchten/zaden/geslachtscellen

ongeslachtelijk door: wortelstokken

Vraag 37 1 punt

Noteer een kenmerk uit de informatie waaruit blijkt dat deze struik door de wind bestoven wordt.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist kenmerk:

  • geen geur
  • (zeer kleine) groene bloemen

Vraag 38 1 punt

Noteer een kenmerk uit de informatie waaruit blijkt dat de bladeren van de duindoorn aangepast zijn om verdamping van water tegen te gaan.

Bekijk het antwoord

harige/smalle bladeren

Gezond door je hond

Mensen met een hond hebben minder kans op een hartinfarct, blijkt uit onderzoek. Hondeneigenaren hebben minder last van overgewicht, te hoge bloeddruk of een te hoog cholesterol. Dit komt waarschijnlijk doordat ze meer bewegen dan een gemiddeld persoon zonder hond.

Bij het aaien van zijn hond, komt bij het baasje het hormoon oxytocine vrij uit de hypofyse. Oxytocine geeft onder andere een gelukkig gevoel. De bijnieren maken door de oxytocine minder van het stresshormoon cortisol aan.

Vraag 39 1 punt

In de informatie wordt een aantal oorzaken voor het krijgen van een hartinfarct genoemd.

Noteer een andere oorzaak voor het krijgen van een hartinfarct.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste oorzaak:

  • roken
  • alcohol drinken
  • te vet eten

Vraag 40 1 punt

Welk bloedvat is verstopt bij een hartinfarct?

  1. A bovenste holle ader
  2. B onderste holle ader
  3. C kransader
  4. D kransslagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 41 1 punt

Om te bepalen hoeveel van het stresshormoon cortisol aanwezig is bij mensen, wordt er bloedonderzoek gedaan.

Uit welk deel van het bloed kun je de hoeveelheid hormonen bepalen?

  1. A bloedplaatjes
  2. B bloedplasma
  3. C rode bloedcellen
  4. D witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 42 2 punten

In de afbeelding zie je enkele hormoonklieren.

Noteer op de uitwerkbijlage de letter van de hormoonklier die oxytocine afgeeft en de letter van de hormoonklier die cortisol afgeeft.

hormoonklierletter
hormoonklier die oxytocine afgeeft
hormoonklier die cortisol afgeeft

Afbeelding van enkele hormoonklieren, aangegeven met letters. Bekijk in Opgaven, pagina 17

Bekijk het antwoord
hormoonklierletter
hormoonklier die oxytocine afgeeftP
hormoonklier die cortisol afgeeftS

Oogkleur

Een baby kan geboren worden met blauwe ogen. Deze kleur ligt niet direct vast en kan nog veranderen. Er zijn minstens 61 genen die bepalen welke kleur ogen je krijgt. Sommige van deze genen zorgen voor veel pigment in je ogen, dan krijg je bruine ogen. Bij weinig pigment houd je blauwe ogen.

Davids ogen zijn verschillend van kleur. Soms is dit erfelijk en dit wordt dan altijd veroorzaakt door een dominant gen. Soms is de oorzaak niet erfelijk en verandert de oogkleur door een ziekte zoals na een ontsteking aan het oog.

Vraag 43 1 punt

Noteer de naam van het deel van het oog dat het pigment bevat dat de oogkleur bepaalt.

Bekijk het antwoord

iris/regenboogvlies

Vraag 44 1 punt

De blauwe oogkleur van een baby kan in het eerste levensjaar veranderen.

Verandert dan het fenotype? En verandert dan het genotype?

  1. A alleen het fenotype verandert
  2. B alleen het genotype verandert
  3. C het fenotype en het genotype verandert
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 45 2 punten

De ouders van David gaan op internet zoeken naar families waarbij er ook familieleden zijn met ogen die verschillend van kleur zijn. In de afbeelding zie je een stamboom die de ouders van David vinden. In deze stamboom komt de erfelijke vorm voor van ogen die verschillend van kleur zijn.

De letter Q geeft een nog ongeboren kind aan.

Op de uitwerkbijlage staat een kruisingsschema. Vul het kruisingsschema in. Noteer de kans dat het kind (Q) twee verschillende kleur ogen heeft.

genotype zaadcellen
genotype eicellen

Stamboom van de ouders van David, met de erfelijke vorm van ogen die verschillend van kleur zijn. Bekijk in Opgaven, pagina 18

Bekijk het antwoord

het juist ingevulde kruisingsschema:

genotype zaadcellen
aa
genotype eicellenAAaAa
aaaaa

De kans dat het kind twee verschillende kleur ogen heeft, is 50% / 0,5 / ½

Planten in de klas

Als er een groot aantal leerlingen in een klein klaslokaal is, wordt de luchtkwaliteit minder. Onderzoekers vragen zich af of planten in de klas kunnen helpen bij het verbeteren van de luchtkwaliteit.

Er wordt een onderzoek uitgevoerd tijdens schooltijd in vier klaslokalen op verschillende scholen. Eerst worden vier weken lang de waarden bijgehouden van de koolstofdioxide-concentratie en de hoeveelheid licht. Na deze periode plaatsen de onderzoekers planten in het klaslokaal en meten ze opnieuw vier weken lang dezelfde factoren. In de tabel zie je de resultaten van het onderzoek.

lokaalperiode 1 zonder plantenperiode 2 met plantenhoeveelheid licht
110461168weinig
215751275veel
312351273weinig
4921858veel

Gemiddelde concentratie koolstofdioxide tijdens schooltijd (ppm)*

*ppm = aantal deeltjes per miljoen deeltjes

Vraag 46 1 punt

In een vol klaslokaal neemt ook de hoeveelheid vocht in de lucht toe. Vocht wordt uitgescheiden door zweten.

Op welke andere manier scheiden de leerlingen vocht in de lucht uit?

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat dit vocht uitgeademd wordt. / dat dit vocht ontstaat bij de verbranding.

Opmerking

Aan een antwoord als ‘met de urine’ geen scorepunt toekennen.

Vraag 47 2 punten

De onderzoekers hebben tijdens het onderzoek de hoeveelheid licht in de lokalen bijgehouden, omdat dit van invloed kan zijn op de luchtkwaliteit.

Leg in twee stappen uit hoe in periode 2 de hoeveelheid licht van invloed is op de concentratie koolstofdioxide.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat:

  • planten licht nodig hebben (voor de fotosynthese).
  • door fotosynthese de koolstofdioxide-concentratie daalt.

Vraag 48 2 punten

In lokaal 2 was een duidelijke verbetering van de luchtkwaliteit te zien door de aanwezigheid van planten en veel licht.

Maak op de uitwerkbijlage een staafdiagram van de gemiddelde concentratie koolstofdioxide in lokaal 2 zonder planten en met planten.

Leeg rooster met een verticale as voor de gemiddelde concentratie koolstofdioxide (ppm), waarin het staafdiagram getekend moet worden. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 3

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juist diagram:

  • de verticale as is juist ingedeeld, en de staven hebben een correcte legenda of notatie op de x-as
  • de waarden zijn juist uitgezet als twee staven naast elkaar

Lapjeskatten

Roosje is een lapjeskat met rode, zwarte en witte vlekken. Een lapjeskat is altijd heterozygoot voor de vachtkleur en heeft het gen voor een rode vacht en het gen voor een zwarte vacht. Het gen voor deze vachtkleuren ligt op het X-chromosoom. Het gen voor de witte vlekken ligt op een ander chromosoom.

Vraag 49 2 punten

Lichaamscellen van katten bevatten 38 chromosomen. Noteer het aantal chromosomen van een levercel en van een zaadcel van een kater.

Schrijf je antwoord zo op:

levercel: ......................

zaadcel: ......................

Bekijk het antwoord

levercel: 38

zaadcel: 19

Vraag 50 1 punt

Lapjeskatten zijn altijd poezen.

Leg uit waarom een kater geen lapjeskat kan zijn.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moeten blijken dat mannetjes maar één X-chromosoom hebben (en dus maar één gen voor vachtkleur).

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Biologie 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), erfelijkheid (7) en bloedsomloop (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-26-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.