Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De hermelijn, Plantenhormonen, Titeren, Een trage maag, Hoofdluizen, Gedragsonderzoek bij vervetapen, Fokken van pythons, Nijlpaard Hasana, Pitrus, De neushoornkever, Energiedrank, Problemen met resus, Myxomatose, Vingerdier.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), afweer (6) en ecologie (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voeding en vertering2, 11, 15, 26, 36-409
Afweer8-10, 45, 47, 496
Ecologie1, 33-34, 48, 505
Zenuwstelsel en hormonen12, 27-28, 35, 525
Ademhaling13-14, 19, 25, 305
Voortplanting18, 41-445
Gedrag20-22, 32, 515
Planten en fotosynthese4-5, 7, 314
Bloedsomloop16-17, 463
Evolutie3, 242
Erfelijkheid23, 292
Cellen61

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over erfelijkheid (4% van de vragen, gemiddeld 11%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

De hermelijn

Meerkeuzevragen

Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Er is sprake van normale situaties en gezonde organismen, tenzij anders vermeld.

De hermelijn is een klein roofdier dat op veldmuizen en konijnen jaagt. Hij komt vaak voor in gebieden waar gras beschikbaar is voor zijn prooidieren.

In de zomer is de vacht van de hermelijn op de rug bruin. Als de winter komt en de dagen korter worden, wordt er minder pigment aangemaakt. Hierdoor is de hermelijn in de winter helemaal wit. Deze camouflage zorgt ervoor dat de hermelijn in de sneeuw kan ontsnappen aan roofdieren zoals vossen. De verandering in de vachtkleur van de hermelijn is erfelijk bepaald.

Vraag 1 2 punten

Maak met behulp van de informatie een voedselketen van vier organismen waarin de hermelijn voorkomt.

Twee foto's van de hermelijn, één in de winter (helemaal wit) en één in de zomer (bruin). Bekijk in Opgaven, pagina 2

Bekijk het antwoord

gras → veldmuis / konijn → hermelijn → vos

Vraag 2 1 punt

De hermelijn heeft grote hoektanden en een bepaald type kiezen. Noteer de naam van het type kiezen van de hermelijn.

Bekijk het antwoord

knipkiezen

Vraag 3 1 punt

Er ligt steeds minder vaak sneeuw. Biologen verwachten dat er na verloop van tijd minder witte hermelijnen zullen zijn. Leg dit uit.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat er een verband is tussen de vachtkleur en de overlevingskans van de (witte) hermelijn.

Plantenhormonen

Planten maken hormonen aan die de groei regelen. Abscisinezuur is zo'n hormoon, dit hormoon wordt gevormd in de wortels en bladeren van de plant. Abscisinezuur zorgt ervoor dat de huidmondjes sluiten in droge periodes om verdamping van water tegen te gaan. Een ander hormoon is giberelline. Dit hormoon beïnvloedt de groei door de celdeling in de stengel te stimuleren. Bovendien zorgt giberelline ervoor dat het reservevoedsel in een zaadje gebruikt wordt bij de kieming.

Vraag 4 1 punt

In de afbeelding zie je een schematische doorsnede van een blad. Hierin zijn delen aangegeven met de letters P tot en met S.

Welke letter geeft een huidmondje aan?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Schematische doorsnede van een blad met de delen P tot en met S. Bekijk in Opgaven, pagina 3

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 5 1 punt

Noteer de naam van het type vaten waarin abscisinezuur wordt getransporteerd vanuit de wortels naar de bladeren.

Bekijk het antwoord

houtvaten

Vraag 6 1 punt

In planten kan zowel mitose als meiose plaatsvinden. Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken over mitose en meiose. Kruis voor elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Giberelline stimuleert mitose in de stengels.
Tijdens de kieming vindt meiose plaats.
Bekijk het antwoord

De juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Giberelline stimuleert mitose in de stengels.X
Tijdens de kieming vindt meiose plaats.X

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Vraag 7 1 punt

In de afbeelding zie je een opengesneden zaadje van een boon. Hierin zijn delen aangegeven met de letters P, Q en R.

Welke letter geeft het deel aan waaruit het kiempje reservevoedsel haalt?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R

Opengesneden zaadje van een boon met de delen P, Q en R. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Titeren

De meeste honden worden gevaccineerd tegen ziektes zoals hepatitis, parvo en de ziekte van Carré. Sommige vaccinaties worden elk jaar of elke twee jaar herhaald. Tegenwoordig kan eerst bloedonderzoek worden gedaan om te beoordelen of de vaccinatie echt nodig is. Dit onderzoek heet titeren. Met de resultaten van het titeren wordt dan bepaald of de hond nog beschermd is of opnieuw gevaccineerd moet worden.

Vraag 8 1 punt

Welke stoffen in het bloed worden gemeten bij het titeren?

Bekijk het antwoord

antistoffen

Vraag 9 1 punt

Hond Wodan is immuun voor de ziekte parvo. Leg uit dat Wodan hierdoor niet immuun is voor de ziekte van Carré.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat de ziekte(verwekker) van Carré andere antigenen heeft / Wodan andere antistoffen nodig heeft voor immuniteit.

Vraag 10 1 punt

Puppy's zijn de eerste weken na de geboorte meestal natuurlijk passief immuun voor een aantal ziektes. Leg uit op welke manier deze puppy's natuurlijk passief immuun zijn geworden.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat dit via de moedermelk / placenta is gebeurd.

Een trage maag

Carola heeft een trage maag. De zenuwen die haar centraal zenuwstelsel met haar maag verbinden, sturen minder impulsen waardoor de peristaltiek van de maag verstoord is. Voedsel blijft ongeveer drie uur in de maag van een gezond persoon. Bij Carola blijft het voedsel langer in de maag, waardoor zij zich altijd vol voelt. Carola heeft vaak last van maagzuur en laat veel boeren.

De maag is opgebouwd uit drie lagen: de spierlaag, de bindweefsellaag met bloedvaten en de slijmvlieslaag met maagsapkliertjes. Je ziet de drie lagen in de afbeelding.

Vraag 11 1 punt

Welke laag is bij een trage maag minder actief waardoor er minder peristaltiek plaatsvindt?

  1. A de slijmvlieslaag
  2. B de bindweefsellaag
  3. C de spierlaag

Afbeelding van de maagwand met de drie lagen: spierlaag, bindweefsellaag en slijmvlieslaag. Bekijk in Opgaven, pagina 5

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 12 1 punt

Carola voelt zich door haar trage maag altijd vol. In welk deel van de hersenen vindt bewustwording van haar volle maag plaats?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de kleine hersenen
  3. C in de hersenstam
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 13 1 punt

De maag van Carola zwelt op als er tijdens de vertering gassen ontstaan. De maag drukt dan tegen haar middenrif. Dit heeft invloed op haar ademhaling. Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken.

Kruis voor elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Carola heeft moeite met uitademen.
Als Carola haar buikspieren aanspant komt er meer druk op de maag.
Bekijk het antwoord

De juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Carola heeft moeite met uitademen.X
Als Carola haar buikspieren aanspant komt er meer druk op de maag.X

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Vraag 14 1 punt

Als Carola een boer laat, kan het teveel aan gas uit haar maag ontsnappen. Het gas verlaat de maag via de mondholte. Op dat moment zijn de luchtpijp en de neusholte afgesloten. Op de uitwerkbijlage staat een tabel.

Kruis aan welk deel de luchtpijp afsluit en welk deel de neusholte afsluit.

huigstrotklepje
sluit de luchtpijp af
sluit de neusholte af
Bekijk het antwoord

De juist ingevulde tabel:

huigstrotklepje
sluit de luchtpijp afX
sluit de neusholte afX

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Vraag 15 2 punten

Als Carola's klachten erger worden en medicijnen niet meer helpen, kan ze sondevoeding krijgen. Ze krijgt dan via de neus een slangetje ingebracht tot in haar maag. Zes keer per dag wordt daar vloeibare voeding doorheen gedruppeld.

Delen van het lichaam zijn:

  • 1 luchtpijp
  • 2 mondholte
  • 3 neusholte
  • 4 slokdarm
  • 5 twaalfvingerige darm

Door welke delen gaat het slangetje? Noteer alleen de juiste nummers.

Bekijk het antwoord

3 en 4

Scores: indien alleen de twee juiste nummers: 2; indien alleen de twee juiste nummers en één onjuist nummer extra: 1; indien alleen één juist nummer en één onjuist nummer: 1; indien alleen één juist nummer: 1; in alle andere gevallen: 0.

Hoofdluizen

Hoofdluizen zijn insecten die op het hoofd van mensen leven. Ze houden zich vast aan de haren en zuigen bloed uit de hoofdhuid. Als een hoofdluis bloed gaat zuigen, maakt hij een wondje in de huid. In het wondje spuit hij speeksel. Een stofje in het speeksel zorgt ervoor dat het bloed niet kan stollen en dat de hoofdluis bloed kan blijven zuigen.

Vraag 16 1 punt

Om een bloedvat te bereiken, prikt de hoofdluis door lagen van de huid. In welke volgorde gebeurt dat?

  1. A hoornlaag → kiemlaag → lederhuid
  2. B hoornlaag → lederhuid → kiemlaag
  3. C kiemlaag → hoornlaag → lederhuid
  4. D kiemlaag → lederhuid → hoornlaag
  5. E lederhuid → hoornlaag → kiemlaag
  6. F lederhuid → kiemlaag → hoornlaag

Foto van een hoofdluis. Bekijk in Opgaven, pagina 6

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 17 1 punt

Bij de bloedstolling is een bepaald bloeddeeltje betrokken. Noteer de naam van dit bloeddeeltje.

Bekijk het antwoord

bloedplaatje(s)

Vraag 18 1 punt

In de afbeelding zie je de levenscyclus van de hoofdluis. De cyclus begint als het vrouwtje een bevrucht eitje aan een hoofdhaar vastplakt. Uit het eitje komt een kleine luis, die na 10 dagen volwassen is.

Over de levenscyclus van deze hoofdluis worden twee uitspraken gedaan:

  • 1 De hoofdluis in stadium 3 heeft hetzelfde fenotype als in stadium 5.
  • 2 Een lichaamscel van de hoofdluis in stadium 2 heeft hetzelfde aantal chromosomen als een lichaamscel in stadium 4.

Welk van deze uitspraken is juist of welke van deze uitspraken zijn juist?

  1. A geen van beide
  2. B alleen 1
  3. C alleen 2
  4. D zowel 1 als 2

Schema van de levenscyclus van de hoofdluis met de stadia 1 tot en met 5. Bekijk in Opgaven, pagina 7

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 19 1 punt

Met een speciale shampoo kun je hoofdluizen bestrijden. Deze shampoo verstopt de tracheeën van de hoofdluis.

Leg uit waardoor een hoofdluis doodgaat als de tracheeën verstopt zijn.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de hoofdluis hierdoor geen zuurstof kan opnemen / hierdoor geen koolstofdioxide kan afstaan.

Gedragsonderzoek bij vervetapen

Vervetapen leven in sociale groepen van vijf tot twintig dieren. Vervetapen verwijderen regelmatig stofjes, huidschilfers en soms vlooien uit elkaars vacht. Dit wordt vlooien genoemd. Een aap wordt altijd gevlooid door een aap die lager in de rangorde staat. In een dierentuin doen gedragsbiologen onderzoek naar het gedrag van de vervetapen.

Daarvoor maken ze twee schema's.

schema 1

gedragafkortingomschrijving
lopenLObeweegt voort op de poten
zittenZIzit met de billen op de grond
eet appelEAneemt een hap en kauwt op een appelstukje
vlooienVLplukt met twee vingers iets uit de vacht van een andere aap
spelenSPrent achter een andere aap aan en tikt hem aan

schema 2

minuten / seconden0-1010-2020-3030-4040-5050-60
1
2
3
4
5

Vraag 20 2 punten

Noteer de naam van schema 1 en van schema 2.

Schrijf je antwoord zo op:

schema 1: ......................................................................................

schema 2: ......................................................................................

Foto van een vervetaap met een jong. Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

schema 1: ethogram

schema 2: protocol

Opmerking

Voor het volgende antwoord één scorepunt toekennen:

(schema) 1: protocol

(schema) 2: ethogram

Vraag 21 1 punt

De gedragsbiologen observeren vijf vervetaap-vrouwtjes gedurende een dag. Ze houden bij hoe vaak de vrouwtjes elkaar vlooien. Het resultaat staat in het schema hieronder.

aap die gevlooid wordtaap die andere aap vlooit
AmaBisaCyrahDayoEsi
Ama-0000
Bisa5-000
Cyrah107-00
Dayo191713-8
Esi151290-

Een aap wordt altijd gevlooid door een aap die lager in de rangorde staat. Op de uitwerkbijlage staat een rangordeschema.

Noteer in het schema de rangorde van deze apen. Begin met de naam van het meest dominante dier.

meest dominant→meest onderdanig
Bekijk het antwoord

De juist ingevulde tabel:

meest dominant→meest onderdanig
DayoEsiCyrahBisaAma

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Vraag 22 1 punt

De biologen vragen zich af wat Cyrah gaat doen om een stukje appel te krijgen. De volgende dag doen de biologen een experiment met alleen Ama en Cyrah. De biologen zetten een gesloten kist met stukjes appel neer in hun verblijf. De biologen kunnen de kist van een afstand openen. Zodra Ama een stukje appel pakt, houden de biologen vijf minuten lang bij wat Cyrah doet. De aantekeningen van de biologen staan in de tabel hieronder.

min.0-1010-2020-3030-4040-5050-60
1LOLOZIZIZILO
2LOVLVLVLVLVL
3VLEAEAEAEAZI
4ZIZIVLVLVLVL
5VLVLEAEAEAEA

Noteer de gedragshandeling die Cyrah laat zien om een stukje appel te krijgen.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat Cyrah Ama vlooit (om een stukje appel te krijgen).

Fokken van pythons

Jeffrey fokt pythons. Hij heeft twee van zijn mooiste pythons geselecteerd om te kruisen. Dit mannetje en dit vrouwtje laat hij eerst door de dierenarts onderzoeken. De dierenarts merkt op dat het mannetje vervormingen aan de wervels heeft. Deze vervormingen worden veroorzaakt door de ziekte van Paget, een dominant overervende ziekte.

Vraag 23 2 punten

Jeffrey vraagt zich af of het verstandig is om met dit pythonmannetje te fokken. Hij wil weten hoe groot de kans is op nakomelingen met de ziekte van Paget bij deze kruising. De dierenarts heeft voor hem een stamboom gemaakt van de familie van het mannetje. Het geselecteerde pythonpaar is aangegeven met de letters P en Q.

Op de uitwerkbijlage staat een kruisingsschema.

Vul het kruisingsschema in.

Noteer de kans dat een nakomeling de ziekte van Paget heeft.

genotype zaadcellen van P
genotype eicellen van Q

Stamboom van de familie van het pythonmannetje, met het geselecteerde pythonpaar P en Q. Bekijk in Opgaven, pagina 10

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist ingevuld kruisingsschema en de juiste conclusie:

genotype zaadcellen van P
Aa
genotype eicellen van QaAaaa
aAaaa

De kans dat een nakomeling de ziekte van Paget heeft is 50% / 0,50 / ½

Vraag 24 1 punt

Op een röntgenfoto van een python zijn de vervormingen aan de wervels goed te zien. Een python heeft soms ook overblijfselen van heupbeenderen en poten.

Geef een verklaring voor de aanwezigheid van deze overblijfselen op basis van de evolutietheorie.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord:

  • De voorouder van de python had poten.
  • De python is ontstaan uit een dier dat kon lopen.
  • De python heeft poten die in de evolutie nog niet helemaal zijn verdwenen.
  • De poten zijn rudimentaire organen.

Opmerking

Aan een antwoord waaruit blijkt dat de python zich als gevolg van evolutie zou ontwikkelen naar een dier met poten, geen scorepunt toekennen.

Vraag 25 1 punt

Op de foto zie je de luchtpijp van de python. De bouw van de luchtpijp van een python is gelijk aan die van de mens.

Wat is de functie van de kraakbeenringen in de luchtpijp van de python?

Foto van de luchtpijp van een python. Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat kraakbeenringen de luchtpijp openhouden.

Vraag 26 1 punt

Bij een python is de luchtpijp uitschuifbaar. Als het nodig is, kan de python de luchtpijp tot uit de bek schuiven. Jeffrey heeft dat nog nooit gezien. Jeffrey voert zijn pythons muizen en jonge ratten.

Leg uit in welke situatie het voor een python die in de natuur leeft nodig kan zijn de luchtpijp tot uit de bek te schuiven.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat een python in de natuur heel grote prooien kan eten (waardoor de ademhaling van de slang, zonder deze uitschuifbare luchtpijp, geblokkeerd wordt).

Aanvulling: Opmerking. Als de kandidaat een andere situatie beschrijft waarin een uitschuifbare luchtpijp functioneel zou zijn, het scorepunt toekennen.

Nijlpaard Hasana

Nijlpaard Hasana is in 2019 in een dierentuin in Emmen overleden. Na haar overlijden bleek dat er iets bijzonders met dit nijlpaard was. Van buiten had ze de kenmerken van een vrouwtje en ze gedroeg zich als een vrouwtje. In haar lichaam vond de dierenarts geen baarmoeder en eierstokken maar wel delen van het mannelijke voortplantingsstelsel. Hasana was de helft van een tweeling, wat bij nijlpaarden heel zeldzaam is. De dierenarts denkt dat de mannelijke delen in het lichaam van Hasana het gevolg zijn van de tijd die ze samen met haar tweelingbroer in de baarmoeder doorbracht. Tijdens de embryonale ontwikkeling werd Hasana blootgesteld aan de mannelijke geslachtshormonen van haar tweelingbroertje.

Vraag 27 1 punt

Hasana's broertje maakte veel mannelijke geslachtshormonen. Door welke hormoonklier worden de mannelijke geslachtshormonen gemaakt?

Bekijk het antwoord

teelbal/zaadbal

Vraag 28 1 punt

Over Hasana worden twee uitspraken gedaan. In elke uitspraak is een woord weggelaten.

  • 1 Hasana had ......... geslachtskenmerken van een man.
  • 2 Hasana had ......... in haar lichaam.

Wat moet worden ingevuld in zin 1 en in zin 2?

in zin 1in zin 2
Aprimaireeileiders
Bprimairezaadleiders
Csecundaireeileiders
Dsecundairezaadleiders
  1. A in zin 1 primaire, in zin 2 eileiders
  2. B in zin 1 primaire, in zin 2 zaadleiders
  3. C in zin 1 secundaire, in zin 2 eileiders
  4. D in zin 1 secundaire, in zin 2 zaadleiders
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 29 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken over tweelingen bij mensen. Kruis voor elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Een meisje en haar tweelingbroer zijn altijd een twee-eiige tweeling.
Een meisje en haar tweelingbroer hebben altijd dezelfde geslachtschromosomen.
Bekijk het antwoord

De juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Een meisje en haar tweelingbroer zijn altijd een twee-eiige tweeling.X
Een meisje en haar tweelingbroer hebben altijd dezelfde geslachtschromosomen.X

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Pitrus

Pitrus is een plant die groeit langs de waterkant. De wortels staan vaak in het water. In de stengel van de pitrus zitten ruimtes die met lucht gevuld zijn. Via deze ruimtes krijgen de wortels zuurstof.

Vraag 30 1 punt

Op welke momenten van de dag hebben de wortelcellen zuurstof nodig?

  1. A alleen overdag
  2. B alleen 's nachts
  3. C overdag en 's nachts

Foto van een pitrusplant aan de waterkant. Bekijk in Opgaven, pagina 13

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 31 1 punt

Hieronder zie je een schematische tekening van een wortel. Met twee pijlen is de richting aangegeven waarin de stoffen glucose en nitraat worden vervoerd.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel.

Kruis voor elke pijl aan welke stof in die richting wordt vervoerd.

glucosenitraat
pijl P
pijl Q

Schematische tekening van een wortel met pijl P (omhoog) en pijl Q (omlaag). Bekijk in Opgaven, pagina 13

Bekijk het antwoord

De juist ingevulde tabel:

glucosenitraat
pijl PX
pijl QX

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

De neushoornkever

De neushoornkever is een insect. De naam neushoornkever komt van de grote hoorn op de kop van het mannetje. In de zomer gaan mannetjes op zoek naar een vrouwtje. Als er meerdere mannetjes bij een vrouwtje in de buurt zijn, zoeken de mannetjes elkaar op om te laten zien wie de sterkste is. Meestal is het mannetje met de kleinste hoorn al verjaagd voordat er gevochten wordt. Als er wel gevochten wordt, wint de neushoornkever met de grootste hoorn meestal.

Na de paring zet het vrouwtje haar eitjes af in plantenafval. Uit de eitjes komen larven die zich voeden met het plantenafval. De larven groeien drie tot vijf jaar waarna ze verpoppen tot een volwassen neushoornkever. De groeisnelheid van de larven is afhankelijk van de temperatuur in dit plantenafval. Bij een lage temperatuur of bij gebrek aan voedsel duurt het larvestadium langer en wordt de hoorn van het volwassen mannetje uiteindelijk kleiner.

Vraag 32 1 punt

Een neushoornkever-mannetje met een korte hoorn vlucht meteen als een ander mannetje zijn langere hoorn laat zien. Tot welk gedrag behoort dit laten zien van de hoorn aan de tegenstander?

  1. A baltsgedrag
  2. B territoriumgedrag
  3. C verzorgingsgedrag

Foto van een neushoornkever. Bekijk in Opgaven, pagina 14

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 33 1 punt

Noteer een biotische factor uit de informatie die invloed heeft op de snelheid waarmee een larve zich ontwikkelt tot een volwassen neushoornkever.

Bekijk het antwoord

voedsel / plantenafval

Vraag 34 2 punten

In de hoop plantenafval wordt warmte geproduceerd door verbranding. Welke twee stoffen ontstaan bij de verbranding?

Bekijk het antwoord
  • koolstofdioxide
  • water

Energiedrank

Op de school van Roy en Melissa is het drinken van energiedrank verboden. Ze vinden de volgende informatie op internet:

"Energiedrank is een koolzuurhoudende drank met veel suiker en een hoger gehalte aan cafeïne dan andere frisdranken met cafeïne. Cafeïne veroorzaakt een hogere hartslag, een hogere bloeddruk, een versnelde ademhaling en zorgt ervoor dat de reactiesnelheid hoger is. Bij een te hoge inname van cafeïne kunnen er gezondheidsproblemen ontstaan."

Vraag 35 1 punt

Cafeïne uit de energiedrank heeft invloed op orgaanstelsels. Noteer de namen van twee orgaanstelsels waarop cafeïne volgens de informatie invloed heeft.

Bekijk het antwoord

twee van de volgende orgaanstelsels:

  • ademhalingsstelsel
  • bloedvatenstelsel
  • zenuwstelsel

Opmerking

Wanneer een leerling enkel een orgaan noemt en/of het woord 'stelsel' niet gebruikt, geen scorepunt toekennen.

Aanvulling: de lijst wordt vervangen door: twee van de volgende orgaanstelsels: ademhalingsstelsel, bloedvatenstelsel, zenuwstelsel, spierstelsel.

Vraag 36 1 punt

Energiedrank bevat zuren. Hierdoor is het drinken van energiedrank slecht voor je gebit. Noteer welk deel van een tand als eerste wordt aangetast.

Bekijk het antwoord

glazuur

Vraag 37 1 punt

Er zitten suikers in energiedrank. Onder welke groep energierijke voedingsstoffen vallen suikers?

Bekijk het antwoord

koolhydraten

Vraag 38 2 punten

De suiker in energiedrank kan door het lichaam worden verbruikt bij de verbranding. Als er meer brandstof is dan het lichaam nodig heeft, kan dit worden opgeslagen als glycogeen of als vet. Noteer in welke delen van het lichaam glycogeen en vet kan worden opgeslagen.

Schrijf je antwoord zo op:

glycogeen: ....................................................................................................

vet: ...............................................................................................................

Bekijk het antwoord

glycogeen: (in de) lever / spieren

vet: (in het) onderhuids bindweefsel / onder de huid

Opmerking

Aan het antwoord 'vet: in vetcellen' of 'vet: rond de organen' het scorepunt toekennen.

Aanvulling: de opmerking wordt vervangen door: Opmerking. Aan het antwoord 'vet: (in de) huid', 'vet: (in) vetcellen' of 'vet: rond de organen' het scorepunt toekennen.

Roy en Melissa vinden op internet een onderzoek over het gebruik van energiedrank in relatie tot opleiding en geslacht. In de tabel zie je de resultaten van dit onderzoek.

Percentage leerlingen dat wekelijks energiedrank drinkt per opleidingsniveau

jongensmeisjes
klas 2klas 4klas 2klas 4
vmbo-kb35453237
vmbo-gt25301518
havo172289

Vraag 39 1 punt

Melissa en Roy bekijken de tabel uit het onderzoek en doen daar uitspraken over.

  • Melissa zegt dat uit elke klas meer jongens energiedrank drinken dan meisjes.
  • Roy zegt dat meer leerlingen uit klas 2 energiedrank drinken dan leerlingen uit klas 4.

Wie heeft gelijk?

  1. A geen van beiden
  2. B alleen Melissa
  3. C alleen Roy
  4. D zowel Melissa als Roy
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Aanvulling: op pagina 10 bij vraag 39 moet altijd 1 scorepunt worden toegekend, ongeacht of er wel of geen antwoord gegeven is, en ongeacht het gegeven antwoord.

Vraag 40 2 punten

Maak op de uitwerkbijlage een staafdiagram van het percentage leerlingen op vmbo-gt-niveau dat wekelijks energiedrank drinkt. Geef de vier groepen leerlingen weer in vier staven.

Leeg assenstelsel voor het staafdiagram, met op de verticale as het percentage leerlingen op vmbo-gt-niveau dat wekelijks energiedrank drinkt. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 3

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist staafdiagram:

Problemen met resus

Chantal en Ronald verwachten een tweeling en bezoeken daarom de verloskundige. Chantal is resusnegatief en door het genotype van Ronald zijn al hun kinderen resuspositief. Omdat het verschil in bloedgroep problemen kan geven, krijgt haar bevalling extra aandacht.

Vraag 41 1 punt

De verloskundige doet een prenataal onderzoek bij Chantal. Met behulp van geluidsgolven bekijkt ze de foetussen.

Noteer de naam van deze manier van prenataal onderzoek.

Bekijk het antwoord

echo(scopie)

Vraag 42 1 punt

Op de monitor is te zien dat er vloeistof om de foetussen zit.

Noteer de naam van deze vloeistof.

Bekijk het antwoord

vruchtwater

Vraag 43 1 punt

Bij elk bezoek controleert de verloskundige de bloeddruk van Chantal. Een afwijkende bloeddruk is ongunstig voor de foetussen. Een afwijkende bloeddruk kan ontstaan als stoffen uit de placenta de slagaders laten vernauwen.

Gaat de bloeddruk omlaag of omhoog als de slagaders in Chantals lichaam vernauwen? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de bloeddruk omhoog gaat omdat (door het vernauwen van de slagaders) er minder ruimte voor het bloed is.

Vraag 44 1 punt

Je ziet de foetussen van Chantal in de afbeelding. Hierin zijn delen aangegeven met de letters P tot en met S.

Welke letter geeft het deel aan waar voedingsstoffen uitgewisseld worden tussen Chantal en de foetussen?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Afbeelding van de twee foetussen in de baarmoeder, met de delen P tot en met S aangegeven. Bekijk in Opgaven, pagina 17

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 45 1 punt

Doordat Chantal resusnegatief is kan een afweerreactie op gang komen als zij in contact komt met resuspositieve bloedcellen. Om dit te voorkomen heeft ze bij de bevalling van haar eerste kind een injectie gekregen met anti-R. Zonder deze injectie zou haar lichaam geleerd hebben om zelf anti-R te maken. Het anti-R komt dan tijdens de zwangerschap in het bloed van de tweeling. Dit zou schadelijk zijn voor de ontwikkeling van de foetussen.

Wat gebeurt er als anti-R uit het bloed van Chantal in de bloedsomloop van de resuspositieve tweeling terechtkomt?

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de (rode) bloedcellen (van de tweeling) kapot gaan / dat het bloed gaat klonteren.

Myxomatose

Myxomatose is een virusziekte bij konijnen. Konijnen krijgen het virus door contact met besmette soortgenoten of doordat ze gebeten worden door insecten die het virus bij zich dragen. Na de besmetting krijgt het konijn koorts, zwellingen en kan het blind worden.

Vraag 46 1 punt

Een virus kan na inademing via een longblaasje opgenomen worden in het bloed en gaat daarna via de kortste weg naar de kop van het konijn. In welke volgorde gaat het virus door de bloedvaten?

  1. A longader → aorta → halsader
  2. B longader → aorta → halsslagader
  3. C longslagader → aorta → halsader
  4. D longslagader → aorta → halsslagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 47 2 punten

Door de besmetting met het virus raakt het oog van het konijn ontstoken. Daardoor zwelt het ooglid op en raakt deel P in de afbeelding geïrriteerd.

Noteer de naam en de functie van deel P.

Schrijf je antwoord zo op:

naam: ...........................................................................................................

functie: ........................................................................................................

Tekening van een konijnenoog met deel P aangegeven. Bekijk in Opgaven, pagina 18

Bekijk het antwoord

naam: hoornvlies

voor het noemen van een juiste functie, voorbeelden van een juiste functie:

  • bescherming van de pupil
  • breking van het licht
  • licht doorlaten

Vraag 48 1 punt

Leg uit waardoor blindheid de overlevingskans van een konijn in het wild kleiner maakt.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste uitleg:

  • Het konijn kan roofdieren niet meer zien.
  • Het konijn kan minder goed eten zien.
  • Het konijn kan minder goed een vluchtweg vinden.

Vraag 49 1 punt

Als een konijn myxomatose had, gaf de dierenarts in het verleden uit voorzorg antibiotica om besmetting met andere ziekteverwekkers tegen te gaan.

Tegen welke ziekteverwekkers werken antibiotica?

  1. A tegen bacteriën
  2. B tegen schimmels
  3. C tegen andere virussen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vingerdier

Het vingerdier leeft in de bossen van Madagaskar. Vingerdieren gaan in het donker op zoek naar insectenlarven. Ze kloppen op bomen en luisteren naar het geluid van de bewegende larven onder de boomschors. Als een vingerdier een larve hoort, dan peutert hij met zijn lange vingers de larve uit de boom.

Vraag 50 1 punt

Is het vingerdier een consument, een producent of een reducent?

  1. A een consument
  2. B een producent
  3. C een reducent

Foto van een vingerdier met de lange vingers. Bekijk in Opgaven, pagina 19

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 51 1 punt

Noteer de inwendige prikkel voor het vingerdier om op bomen te kloppen.

Bekijk het antwoord

honger

Vraag 52 2 punten

De delen van het oor van een vingerdier hebben dezelfde namen en functies als bij de mens. Het vingerdier hoort een larve onder de boomschors. In het schema hieronder zie je de weg die het geluid aflegt, van de oorschelp tot het slakkenhuis.

oorschelp → ...1... → ...2... → gehoorbeentjes → slakkenhuis

Welk deel hoort op plaats 1 en welk deel hoort op plaats 2 te staan?

Schrijf je antwoord zo op:

op plaats 1: .....................................................................................................

op plaats 2: .....................................................................................................

Bekijk het antwoord

op plaats 1: gehoorgang

op plaats 2: trommelvlies

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Biologie 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 telt 52 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), afweer (6) en ecologie (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0191-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.