Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een blaasontsteking, Algen en salamanders, Een gordeldier, Een strenge winter, De ziekte van Dercum, De ziekte van Dercum, Zwartvoetkatten, Hemochromatose, Leverschade, Moyamoya, Geluid, De ziekte van Bechterew, Een bloedtransfusie, Een bloedtransfusie, De ziekte van Fabry, Edelpapegaaien, Evolutie van gewervelde dieren, Zakkenrollers, Een EUG, Het Duane-syndroom, Een niertransplantatie, Gedrag van een hond, Een droge omgeving, Immuniteit, Krolse poezen, Biologische producten, Biologische mais, Biologische maisplanten, Biologische en niet-biologische kippen, Biologische bestrijding, Ziektes bij landbouwdieren.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 56. Van 55 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (8), zenuwstelsel en hormonen (7) en gedrag (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Erfelijkheid9-10, 18, 26, 28-29, 36, 498
Zenuwstelsel en hormonen12-14, 24, 35, 42-437
Gedrag15-16, 30-31, 33, 38-397
Voortplanting1-2, 8, 34, 47-486
Afweer3, 27, 37, 41, 55-566
Ecologie5-7, 44, 52-536
Voeding en vertering17, 19, 46, 544
Bloedsomloop20, 22-23, 504
Ademhaling11, 252
Cellen21, 512
Planten en fotosynthese40, 452
Evolutie321

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Een blaasontsteking

Als bacteriën via de urinebuis in de urineblaas terechtkomen, kan dit een blaasontsteking veroorzaken. Meestal zijn bacteriën uit de ontlasting de oorzaak van zo’n ontsteking.

Vraag 1 1 punt

Een blaasontsteking komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen. In de afbeelding zie je enkele organen in de onderbuik van een man en van een vrouw.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de urinebuis van een vrouw dichter bij de anus ligt (dan die van een man) / dat de urinebuis van een vrouw korter is (dan die van een man). (1)

Leg met behulp van de afbeelding uit dat vrouwen een grotere kans hebben om blaasontsteking te krijgen dan mannen.

Vraag 2 1 punt

Bij veel mannen wordt de prostaat groter als ze ouder worden. De prostaat drukt dan tegen de urineblaas. Dit kan tot gevolg hebben dat de blaas niet goed leeg raakt bij het plassen. Dit vergroot de kans op een blaasontsteking. In de afbeelding hierboven geven letters enkele organen van de man aan. Welke letter geeft de prostaat aan?

  1. A letter Q
  2. B letter R
  3. C letter S
  4. D letter T

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

GT-0191-a-o

Vraag 3 1 punt

Als je veel drinkt, moet je veel plassen. De kans om een blaasontsteking te krijgen is daardoor kleiner dan wanneer je weinig drinkt. Leg uit dat veel plassen de kans op een blaasontsteking verkleint.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat door het plassen bacteriën (uit de urinebuis/urineblaas) weggespoeld worden. (1)

Vraag 4 1 punt

Bacteriën die een blaasontsteking veroorzaken, kunnen zich via een urineleider verder verspreiden. Hoe heet het orgaan waarin bacteriën als eerste terechtkomen als ze zich vanuit de urineblaas verder verspreiden via een urineleider?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Aan het antwoord ‘nierbekken’ ook 1 scorepunt toekennen.

Algen en salamanders

Gevlekte molsalamanders leven in het oosten van Noord-Amerika. Het lichaam van de volwassen salamander is zwart en heeft gele vlekken. In de afbeelding zie je drie fasen in de ontwikkeling van eitje tot volwassen salamander.

Vraag 5 1 punt

In de eitjes van gevlekte molsalamanders leven eencellige algen. Deze plantjes gebruiken afvalstoffen van de larven die in de eitjes groeien. De larven maken op hun beurt gebruik van de energierijke stof die de algen door fotosynthese maken. Hoe heet deze energierijke stof?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • glucose (1)

Vraag 6 1 punt

De algen komen ook voor in cellen van larven. De twee stoffen die nodig zijn voor de fotosynthese, nemen de algen op uit cellen van de larven. Welke twee stoffen zijn dit?

  1. A koolstofdioxide en water
  2. B koolstofdioxide en zuurstof
  3. C water en zuurstof

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 7 2 punten

De larven van de molsalamanders hebben voordeel van de stoffen die de algen produceren bij de fotosynthese. De volwassen molsalamanders bevinden zich overdag vooral onder stenen en in vochtige bodem. Leg uit dat de salamanders daar geen voordeel meer kunnen hebben van algen in hun cellen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebrek aan licht is (1)
  • (waardoor) geen fotosynthese kan plaatsvinden (1)

Een gordeldier

Het negenbandig gordeldier is een zoogdier dat in Noord-Amerika leeft en in de zomer paart. De innesteling van de embryo’s gebeurt pas in november. Dit wordt een uitgestelde innesteling genoemd. De jongen worden in het voorjaar geboren.

Vraag 8 1 punt

Leg uit wat voor het gordeldier een voordeel is van een uitgestelde innesteling.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat zo de geboorte wordt uitgesteld totdat de omstandigheden gunstiger zijn. (1)

Vraag 9 1 punt

Een geslachtscel van het negenbandig gordeldier bevat 32 chromosomen. Hoeveel chromosomen bevat een levercel van een embryo van dit dier?

Bekijk het antwoord
  • 64 (1)

Vraag 10 1 punt

Het negenbandig gordeldier krijgt meestal vier jongen per keer. Deze vier jongen vormen samen altijd een eeneiige vierling en hebben hetzelfde genotype. Leg uit dat de vier jongen van een eeneiige vierling hetzelfde genotype hebben.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de vier jongen afkomstig zijn uit één (bevruchte) eicel. (1)

Een strenge winter

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 11 1 punt

Tijdens een strenge winter stierven in een natuurgebied in Nederland een aantal herten door gebrek aan voedsel. Volgens de boswachter konden de dieren hun lichaamstemperatuur niet meer goed op peil houden en raakten ze onderkoeld. Leg uit dat de lichaamstemperatuur kan dalen door gebrek aan voedsel.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat er door een gebrek aan voedsel minder verbranding plaatsvindt in het lichaam. (1)

De ziekte van Dercum

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 12 1 punt

De ziekte van Dercum is een zeldzame aandoening waarbij gezwellen ontstaan in het vetweefsel onder de huid. Zulke gezwellen worden lipomen genoemd en kunnen zeer pijnlijk zijn.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

De ziekte van Dercum

Welke letter in de afbeelding geeft de laag aan waarin lipomen ontstaan bij de ziekte van Dercum?

A letter Q

B letter R

C letter S

D letter T

Bij patiënten met deze ziekte kan kleding op de huid hevige pijn veroorzaken. De druk op de huid door de kleding veroorzaakt impulsen die via uitlopers van zenuwcellen naar het centraal zenuwstelsel gaan.

Vraag 13 1 punt

Waar in het centraal zenuwstelsel worden deze impulsen verwerkt tot bewuste waarneming van de pijn?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de kleine hersenen
  3. C in de hersenstam
  4. D in het ruggenmerg

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 14 1 punt

Hoe heten de zenuwcellen die de impulsen vanuit de huid naar het centraal zenuwstelsel geleiden?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gevoelszenuwcellen (1)

Zwartvoetkatten

Uit onderzoek is gebleken dat grote katachtigen, zoals leeuwen en tijgers, in gevangenschap door bepaalde geuren aangezet kunnen worden tot meer actief gedrag. Onderzoekers doen een experiment om na te gaan of dit ook geldt voor zwartvoetkatten. Ze gebruiken hiervoor doeken met de geur van kattenkruid. Eerst maken ze een lijst met verschillende gedragingen van 6 zwartvoetkatten in een dierentuin (zie de tabel).

gedraging afkorting omschrijving niet-actief:

- rusten ru op de buik of op de zij liggen

- staan st op dezelfde plaats blijven, steunend op vier poten

- zitten zi gehurkt blijven op de achterpoten actief:

- voortbewegen vb lopen of rennen

- zich verzorgen zv het eigen lichaam likken

- de kooi onderzoeken ko de omgeving in de kooi besnuffelen

- de doek onderzoeken do de doek besnuffelen

Tijdens het experiment worden de 6 zwartvoetkatten gedurende twee weken elk alleen in een kooi geplaatst. In de eerste week wordt bij elke kat op de dagen 1, 3 en 5 een doek zonder geur in de kooi gelegd. Op deze drie dagen wordt 48 keer per dag het gedrag van elk dier genoteerd. In de tweede week wordt dit herhaald met doeken met de geur van kattenkruid.

GT-0191-a-o

Vraag 15 2 punten

In de diagrammen is aangegeven hoeveel keer elk gedrag werd genoteerd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening: (18 : 48) x 100 = 37,5% / 38%

Voor hoeveel procent bestaat het genoteerde gedrag in de eerste week uit actief gedrag? Leg je antwoord uit met een berekening.

Vraag 16 1 punt

Wat zou het experiment betrouwbaarder maken? Schrijf een aanvulling of een verbetering van het experiment op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste aanvulling of verbetering: − andere/meer zwartvoetkatten gebruiken − andere/meer geuren gebruiken − het experiment herhalen (1)

Hemochromatose

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 17 1 punt

Door de ziekte hemochromatose worden er te veel ijzerzouten uit het voedsel in het bloed opgenomen. Het teveel aan ijzer komt onder andere terecht in de alvleesklier. Hierdoor raken de groepjes cellen beschadigd die insuline produceren. Hoe worden die groepjes cellen genoemd?

Bekijk het antwoord
  • de eilandjes van Langerhans (1)

Vraag 18 1 punt

Hemochromatose is een erfelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een recessief gen. Susan heeft hemochromatose. Tom is heterozygoot voor het gen dat hemochromatose veroorzaakt. Hoe groot is de kans dat een kind van Susan en Tom hemochromatose heeft?

  1. A 0%
  2. B 25%
  3. C 50%
  4. D 75%
  5. E 100%
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Leverschade

De lever kan beschadigd raken door het drinken van veel alcohol of het gebruik van bepaalde medicijnen. Ook infecties kunnen leiden tot leverschade. Leverschade kan nadelige gevolgen voor de functies van de lever hebben.

Vraag 19 1 punt

Enkele functies die organen in het lichaam kunnen hebben, zijn:

1 het afbreken van gifstoffen

2 het maken van adrenaline

3 het maken van enzymen voor de spijsvertering

4 het opslaan van reservestof Welke twee cijfers geven functies van de lever aan?

  1. A 1 en 2
  2. B 1 en 3
  3. C 1 en 4
  4. D 2 en 3
  5. E 2 en 4
  6. F 3 en 4
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 20 1 punt

Leverschade kan tot gevolg hebben dat er veel van een bepaalde stof uit de lever terechtkomt in het bloed. Deze stof wordt aangeduid met de afkorting ALAT. In de afbeelding geven letters enkele bloedvaten aan. Pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan. Welke letter geeft het bloedvat aan dat bloed met ALAT uit de lever afvoert?

  1. A letter Q
  2. B letter R
  3. C letter S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 21 1 punt

Leverschade kan tot gevolg hebben dat de lever groter wordt. Door celdeling maakt de lever dan nieuwe levercellen. Hoe heet deze celdeling?

Bekijk het antwoord
  • mitose / gewone celdeling (1)

Moyamoya

Moyamoya is een aandoening die ontstaat door vernauwing van bloedvaten die bloed naar de hersenen vervoeren. De hersenen krijgen dan te weinig bloed aangevoerd. Als gevolg daarvan groeit er een netwerk van haarvaten om de vernauwde bloedvaten heen. Op een röntgenfoto ziet dit eruit als een rookwolk. Moyamoya is een Japans woord dat ‘rookwolk’ betekent.

Vraag 22 1 punt

Is er bij moyamoya sprake van vernauwing van slagaders of is er sprake van vernauwing van aders? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • (vernauwing van) slagaders, met een uitleg waaruit blijkt dat het bloedvaten betreft die bloed naar de hersenen toe voeren (1)

Vraag 23 1 punt

In de afbeelding hieronder zie je een schema van de bloedsomloop.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Geluid

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 24 1 punt

Mees luistert met oordopjes naar muziek. De geluidsprikkels worden via verschillende delen van het oor doorgegeven aan de gehoorzintuigcellen in het slakkenhuis. Enkele delen van het oor zijn:

1 de gehoorbeentjes

2 de gehoorgang

3 het trommelvlies

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

De ziekte van Bechterew

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 25 1 punt

Indy heeft de ziekte van Bechterew. Daardoor zijn de gewrichten tussen haar ribben en haar wervels aangetast en kan ze haar borstkas niet meer bewegen om te ademen. Ze kan alleen nog ademhalen door haar middenrif te bewegen. In welke richting beweegt haar middenrif als de middenrifspieren zich samentrekken? En ademt ze dan in of ademt ze dan uit?

  1. A Haar middenrif gaat naar beneden en ze ademt in.
  2. B Haar middenrif gaat naar beneden en ze ademt uit.
  3. C Haar middenrif gaat naar boven en ze ademt in.
  4. D Haar middenrif gaat naar boven en ze ademt uit.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Een bloedtransfusie

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 26 1 punt

De afbeelding laat de bloedgroepen zien van vier personen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: E (1)

Een bloedtransfusie

Paul heeft een bloedtransfusie nodig. Van wie kan Paul rode bloedcellen toegediend krijgen zonder dat er gevaar is voor klontering?

A alleen van Ada

B alleen van Barend

C alleen van Carla

D van Ada en van Barend

E van Ada en van Carla

F van Barend en van Carla

Vraag 27 1 punt

Als Paul rode bloedcellen van een niet-passende bloedgroep zou krijgen toegediend, treedt er klontering op van deze cellen. Dit ontstaat door bloedgroep-antistoffen in het bloed van Paul. Welke letter in de afbeelding geeft een bloeddeeltje aan dat bloedgroep-antistoffen maakt?

  1. A letter Q
  2. B letter R
  3. C letter S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

De ziekte van Fabry

De ziekte van Fabry is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Het gen dat de ziekte veroorzaakt, ligt op het X-chromosoom. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Vraag 28 1 punt

Koen heeft de ziekte van Fabry. Hoeveel procent van zijn zaadcellen bevat het gen voor deze ziekte?

  1. A 0%
  2. B 50%
  3. C 100%
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 29 1 punt

Door prenataal onderzoek kan vastgesteld worden of een baby het gen voor de ziekte van Fabry heeft. Er worden dan eerst cellen van de ongeboren baby weggenomen. Noem een methode waarbij zulke cellen weggenomen worden.

Bekijk het antwoord
  • vlokkentest/vruchtwaterpunctie (1)

Edelpapegaaien

In regenwouden van Australië leven edelpapegaaien. Het mannetje en het vrouwtje zijn zó verschillend van kleur dat men lang dacht dat het twee verschillende papegaaiensoorten waren. Het mannetje is groen van kleur, het vrouwtje felrood. Het vrouwtje legt haar eieren in een holletje hoog in de stam van een boom. Als een vrouwtje een holletje heeft gevonden, lokt ze enkele mannetjes om mee te paren. Ze verdedigt haar holletje fel tegen andere vrouwtjes. Het vrouwtje en de jongen worden gevoerd door de mannetjes waarmee ze heeft gepaard. De mannetjes zoeken voedsel hoog tussen de bladeren van de bomen. Ze proberen daar verborgen te blijven voor roofvogels.

Vraag 30 1 punt

Wat is de functie van de kleur van het mannetje tijdens het zoeken naar voedsel?

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de kleur een schutkleur is. (1)

Vraag 31 1 punt

In bovenstaande informatie is sprake van territoriumgedrag. Welke zin uit de informatie beschrijft territoriumgedrag? Schrijf de eerste twee woorden en de laatste twee woorden van deze zin op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer een kandidaat op een andere manier de juiste zin aangeeft, dan ook 1 scorepunt toekennen.

Evolutie van gewervelde dieren

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 32 1 punt

De afbeelding geeft de afstamming weer van een aantal groepen gewervelde dieren volgens de evolutietheorie. In de stamboom is aangegeven wanneer enkele kenmerken van deze groepen zijn ontstaan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Zakkenrollers

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 33 1 punt

In dierenpark Apenheul zijn wandelpaden aangelegd in het leefgebied van de apen. Zo lopen bezoekers tussen de apen. Apen die hier nieuw zijn, laten zich eerst nog niet zo zien, maar al snel komen ze dichterbij. De apen hebben gezien dat bezoekers vaak iets te eten bij zich hebben. Daardoor zijn ze zich gaan gedragen als zakkenrollers en graaien ze in zakken en tassen op zoek naar iets eetbaars. Hoe heet het leergedrag waardoor de apen zich zijn gaan gedragen als zakkenrollers?

Bekijk het antwoord
  • conditionering / trial & error (1)

Een EUG

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 34 1 punt

Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een EUG, ontstaat als de innesteling van een embryo buiten de baarmoeder plaatsvindt. Meestal gebeurt dit in een eileider. Een EUG is heel gevaarlijk voor moeder en kind. Welke letter in de afbeelding geeft een Q orgaan aan waarin de innesteling bij een R EUG meestal plaatsvindt?

  1. A letter Q S
  2. B letter R
  3. C letter S T
  4. D letter T

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Het Duane-syndroom

Iemand met het Duane-syndroom kan één of twee ogen niet goed opzij bewegen. Dit is het gevolg van een afwijking aan de zenuwen die impulsen afgeven aan de oogspieren.

Vraag 35 1 punt

In de afbeelding zie je een dwarsdoorsnede van een oog, van boven gezien.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Welke letter geeft een oogspier aan?

A letter Q

B letter R

C letter S

D letter T

Vraag 36 1 punt

Soms is het Duane-syndroom het gevolg van een verandering in het DNA. Hoe heet een verandering in het DNA?

Bekijk het antwoord
  • mutatie (1)

Een niertransplantatie

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 37 1 punt

In het verleden kon een niertransplantatie alleen plaatsvinden als de donor en de ontvanger de juiste bloedgroepen daarvoor hadden. Door een nieuwe techniek speelt de bloedgroep bij deze transplantatie geen rol meer. Bij die techniek worden bij de nierpatiënt de antistoffen tegen de donorbloedgroep uit het bloed gefilterd. Alle andere antistoffen gaan terug in het lichaam van de patiënt. Leg uit dat het voor een patiënt belangrijk is dat alle andere antistoffen terug in het lichaam gaan na het filteren van het bloed.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat antistoffen beschermen tegen (infectie)ziekten. (1)

Gedrag van een hond

Voor een biologieopdracht bestudeert Jippe het gedrag van zijn hond. Hij maakt daarbij twee tabellen. In tabel 1 beschrijft hij de gedragingen die hij bij zijn hond waarneemt.

[tabel 1: zie het originele examen] gedragselement afkorting omschrijving drinken dr water oplikken uit het drinkbakje eten et voedsel in de bek nemen en doorslikken kijken kij het hoofd naar verschillende kanten bewegen krabben kr met één van de poten over het eigen lichaam krassen kwispelen kw de staart heen en weer bewegen lopen lo in een rustig tempo voortbewegen op vier poten snuffelen sn met de snuit ergens aan ruiken zitten zi zich alleen met het achterwerk op de grond bevinden

Vervolgens noteert hij gedurende vijf minuten in tabel 2 welk gedrag zijn hond elke vijf seconden vertoont.

[tabel 2: zie het originele examen] 1e minuut 2e minuut 3e minuut 4e minuut 5e minuut 0-5 sec. lo kw et kr et 6-10 sec. lo kij et kr et 11-15 sec. kij kij et kr et 16-20 sec. kij sn et kr dr 21-25 sec. kij et et lo kij 26-30 sec. lo et et lo kij 31-35 sec. lo et dr lo lo 36-40 sec. kij dr dr sn lo 41-45 sec. kij dr lo et lo 46-50 sec. kij sn lo et lo 51-55 sec. kw et zi et kij 56-60 sec. kw et zi et kij

GT-0191-a-o

Vraag 38 1 punt

Tabel 1 is een ethogram. Hoe heet tabel 2 bij een gedragsonderzoek?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • protocol (1)

Vraag 39 1 punt

In tabel 2 is te zien dat de hond drie van de gedragselementen uit tabel 1 steeds na elkaar vertoont. Schrijf deze drie gedragselementen op in de volgorde waarin de hond ze steeds vertoont.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen 1 scorepunt toekennen aan het noemen van de drie juiste gedragselementen in de juiste volgorde.

Een droge omgeving

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 40 1 punt

De bladeren van planten die in een droge omgeving leven, hebben vaak eigenschappen die beschermen tegen waterverlies. Enkele eigenschappen die deze bladeren kunnen hebben, zijn:

1 een dikke waslaag op de opperhuid

2 een groot bladoppervlak

3 haartjes op de opperhuid

4 veel huidmondjes per vierkante millimeter Welke twee van deze eigenschappen beschermen een plant tegen verlies van water?

  1. A 1 en 2
  2. B 1 en 3
  3. C 1 en 4
  4. D 2 en 3
  5. E 2 en 4
  6. F 3 en 4
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Immuniteit

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 41 2 punten

In de tabel staan vier manieren waarop iemand immuun kan worden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • het juist ingevulde schema: indien de drie letters Q, S en T juist ingevuld (2) indien één of twee van de letters Q, S en T juist ingevuld (1) (2)

Krolse poezen

Als een poes bereid is om te paren, wordt ze krols genoemd. Dit gebeurt gemiddeld eenmaal per drie weken. Ze gaat dan luid miauwen, over de grond liggen rollen en languit met haar achterwerk omhoog liggen. Krolsheid ontstaat als de voortplantingsorganen opeens veel meer van het geslachtshormoon oestrogeen gaan produceren. Dit wordt een oestrogeenpiek genoemd.

Vraag 42 1 punt

Enkele biologen doen een experiment om te onderzoeken wat de invloed is van het aantal uren licht per dag op het optreden van oestrogeenpieken. Ze plaatsen een aantal poezen eerst zeven weken in een ruimte met veertien uur licht per dag, vervolgens twaalf weken in een ruimte met acht uur licht per dag en ten slotte weer in een ruimte met veertien uur licht per dag. Ze bepalen regelmatig de hoeveelheid oestrogeen in het bloed van de poezen. De resultaten staan in het diagram.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juiste conclusie waaruit blijkt dat oestrogeenpieken wel optreden als er veertien uur licht per dag is / als de dagen lang zijn (en niet als er acht uur licht per dag is / als de dagen kort zijn). (1)

De biologen trekken een conclusie uit de resultaten om antwoord te geven op hun onderzoeksvraag. Schrijf deze conclusie op.

Vraag 43 1 punt

Krolse poezen zijn erg onrustig en lopen vaak weg. Daarom laten sommige mensen de eierstokken van hun poes weghalen. Leg uit waardoor een poes niet meer krols wordt als haar eierstokken zijn weggehaald.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat er dan geen oestrogeen/geslachtshormoon meer wordt geproduceerd. (1)

Biologische producten

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 44 2 punten

Op steeds meer producten in supermarkten staat dat ze biologisch zijn. Bij het maken van biologische producten wordt meer rekening gehouden met het milieu en het dierenwelzijn dan in de gangbare landbouw. Ze zijn daardoor duurder dan andere producten. Ongeveer twee procent van alle producten in supermarkten is biologisch. In de tabel staan enkele voorbeelden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De verticale as is juist benoemd met de juiste grootheid en eenheid en de groepen producten zijn juist bij het diagram aangegeven (1)
  • De getallen uit de tabel zijn juist uitgezet als vier staven (1)

Biologische mais

Net als andere biologische producten wordt biologische mais geteeld zonder gebruik van allerlei chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Deze mais wordt grotendeels gebruikt als veevoer voor de biologische veeteelt, maar ook voor het maken van bijvoorbeeld popcorn en andere voedingsmiddelen (zie de tabel).

voedingswaarde per 100 gram energie eiwitten koolhydraten vetten water voedingsmiddel (kJ) (g) (g) (g) (g) maiskorrels

292 3 12 1 84 (gekookt) maisolie 3700 0 0 100 0 maismeel 1445 0 85 0 14 popcorn 1442 11 71 4 10

Vraag 45 1 punt

Gebruikt een maisplant glucose voor de opbouw van maiskorrels? En gebruikt de plant hiervoor minerale zouten?

  1. A geen glucose en geen minerale zouten
  2. B alleen glucose
  3. C alleen minerale zouten
  4. D glucose en minerale zouten

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 46 1 punt

Leg met behulp van de gegevens uit de tabel uit waardoor popcorn meer kilojoules aan energie levert dan een gelijke hoeveelheid gekookte maiskorrels.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat popcorn meer energierijke stoffen bevat / meer eiwitten/koolhydraten/vetten bevat / minder water bevat dan (een gelijke hoeveelheid) maiskorrels. (1)

Biologische maisplanten

In de afbeelding zie je een maisplant. Op de top van de plant staat een pluim met mannelijke bloemen. Wat lager, in de oksels van de bladeren, bevinden zich de onrijpe maiskolven met vrouwelijke bloemen. Elke maiskorrel van een rijpe maiskolf is een vruchtje dat uit een vrouwelijke bloem is gegroeid.

Vraag 47 1 punt

Uit de bouw van de mannelijke bloemen kun je afleiden dat een maisplant bloemen met windbestuiving heeft. Noem een kenmerk van de meeldraden waaraan dat te zien is in de afbeelding.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de helmdraden/meeldraden lang zijn / buiten de bloem hangen. (1)

Vraag 48 1 punt

Hoe heet het deel van een maisbloem waaruit een maiskorrel groeit?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Aan het antwoord ‘zaadbeginsel’ geen scorepunt toekennen.

Biologische en niet-biologische kippen

Er zijn veel verschillen tussen biologische en niet-biologische kippen. Zo hebben biologische kippen betere leefomstandigheden en is het voer dat ze krijgen biologisch. Ook de kippenrassen zijn verschillend. De niet-biologische kippenhouderij gebruikt voor de vleesproductie speciale kippenrassen die ontstaan zijn door dieren met elkaar te kruisen die zeer snel groeien. Ze krijgen veel voedsel om de snelle groei te stimuleren. Deze snelle manier van groeien veroorzaakt problemen met hart en longen. De poten kunnen het gewicht vaak niet meer dragen.

Vraag 49 1 punt

Wordt het verschil tussen het gewicht van een biologische kip en van een niet-biologische kip veroorzaakt door verschil in genotype? En wordt het veroorzaakt door verschil in milieufactoren?

  1. A alleen door verschil in genotype
  2. B alleen door verschil in milieufactoren
  3. C door verschil in genotype en door verschil in milieufactoren
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 50 1 punt

Noem een orgaanstelsel van een niet-biologische kip dat volgens de informatie door de snelle groei niet meer goed kan functioneren.

Bekijk het antwoord
  • een van de volgende orgaanstelsels: − ademhalingsstelsel − bloedvatenstelsel − bottenstelsel/geraamte/skelet − spierstelsel (1)

Biologische bestrijding

In de biologische landbouw worden bacteriën, schimmels en insecten ingezet om ongedierte te bestrijden. Een bacterie die veel gebruikt wordt als bestrijdingsmiddel is Bacillus thuringiensis. Deze bacterie maakt gifstoffen die dodelijk zijn voor veel insecten. De schimmel Verticillium lecanii kan gebruikt worden om insecten zoals bladluis en witte vlieg te bestrijden. In kassen worden verschillende insecten ingezet als bestrijdingsmiddel. In de tabel staan de namen van enkele insecten die als natuurlijke vijanden ingezet worden om schadelijke insecten te bestrijden bij de teelt van komkommerplanten en tomatenplanten.

natuurlijke vijand ingezet als bestrijdingsmiddel tegen sluipwesp witte vlieg, bladluis roofwants witte vlieg, bladluis galmug bladluis

Vraag 51 1 punt

Een tomatenkweker bekijkt een microscopisch preparaat van een cel. De cel heeft wel een celwand, maar geen celkern. Van welk biologisch bestrijdingsmiddel kan deze cel afkomstig zijn?

  1. A van Bacillus thuringiensis
  2. B van Verticillium lecanii
  3. C van een sluipwesp

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 52 1 punt

Bacillus thuringiensis wordt meestal niet gebruikt in een kas waarin insecten als bestrijdingsmiddel zijn ingezet. Leg uit waarom Bacillus thuringiensis daar beter niet gebruikt kan worden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat (gifstoffen van) deze bacterie schadelijk (zijn)/is voor (veel) insecten. (1)

Vraag 53 2 punten

In de informatie staan namen van verschillende organismen die deel uitmaken van voedselketens. Schrijf één voedselketen op waarvan de galmug en nog twee andere organismen deel uitmaken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

een van de volgende voedselketens:

  • tomatenplant bladluis galmug
  • komkommerplant bladluis galmug

Ziektes bij landbouwdieren

In de niet-biologische landbouw krijgen veel dieren medicijnen toegediend om ervoor te zorgen dat ze niet ziek worden. In de biologische landbouw mogen medicijnen alleen gebruikt worden als dieren echt ziek zijn. Het is daar wel toegestaan om dieren in te enten met antigenen van ziekteverwekkers. Zowel dieren in de biologische landbouw als die in de niet-biologische kunnen ziek worden. Salmonella, Q-koorts en vogelgriep zijn ziektes waarmee landbouwdieren besmet kunnen zijn. De ziekteverwekkers ervan kunnen ook gevaarlijk zijn voor mensen.

Salmonella Veel dieren in de landbouw zijn besmet met deze bacterie. Meestal worden de dieren er zelf niet ziek van. Mensen kunnen een infectie met salmonella oplopen via besmette producten zoals vlees en eieren. Een van de verschijnselen na infectie is diarree. Diarree ontstaat als een bepaald deel van het darmkanaal niet voldoende water uit de onverteerde resten opneemt, waardoor de ontlasting dun en waterig is.

Vraag 54 1 punt

Door een salmonella-infectie wordt een bepaald deel van het darmkanaal aangetast, waardoor diarree ontstaat. Hoe heet dit deel van het darmkanaal?

Bekijk het antwoord
  • dikke darm (1)

Q-koorts De bacterie die deze ziekte veroorzaakt, komt vooral voor bij schapen en geiten. Geïnfecteerde dieren vertonen meestal geen ziekteverschijnselen. Wel kan de bacterie miskramen bij zwangere dieren veroorzaken. De bacterie kan op mensen overgebracht worden door het inademen van besmette mestdeeltjes die in de lucht zweven. Om te onderzoeken of dieren op een bedrijf zijn geïnfecteerd met deze bacterie, is een test ontwikkeld. Met deze test kunnen stoffen die het lichaam maakt tegen de bacterie, in het bloed worden aangetoond.

Vraag 55 1 punt

De test is ontwikkeld om een infectie met Q-koorts aan te tonen. Hoe heten de stoffen die in het bloed van de dieren worden aangetoond bij deze test?

Bekijk het antwoord
  • antistoffen (1)

Vogelgriep Vogelgriep wordt veroorzaakt door een virus dat in verschillende vormen voorkomt. Sommige vormen zijn erg besmettelijk en zeer schadelijk voor vogels die als pluimvee worden gehouden, zoals kippen, eenden en kalkoenen. Enkele vormen van het vogelgriepvirus kunnen door besmette dieren overgedragen worden op mensen.

Vraag 56 1 punt

Kan vogelgriep bestreden worden met antibiotica? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • nee, met een uitleg waaruit blijkt dat antibiotica alleen werkzaam zijn tegen bacteriën / niet werkzaam zijn tegen virussen (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0191-a-21-3-o

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 56. Van 55 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (8), zenuwstelsel en hormonen (7) en gedrag (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0191-a-21-3-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.