Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Kruiden, Voedsel van mensachtigen, Madagaskar, Klipdassen, Guanovleermuizen, Hamerduim, Organen in de hals, Draagmoeder, Popcornlongen, De navelstreng, De navelstreng, Het mazelenvirus, Bloedgroepen, Melatonine, Een bijzondere vogel, Citrusvruchten, Het syndroom van Carpenter, Darmziekte.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 loopt tot vraag 51. Van 48 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (7), zenuwstelsel en hormonen (7) en voortplanting (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Erfelijkheid19, 24-26, 42, 47-487
Zenuwstelsel en hormonen20-22, 36-397
Voortplanting1-2, 17-18, 23, 296
Voeding en vertering3, 5-6, 45-46, 506
Gedrag9-10, 12, 14, 40-416
Ademhaling4, 27-28, 304
Ecologie7-8, 163
Afweer32-343
Bloedsomloop35, 49, 513
Evolutie13, 432
Cellen441

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over planten en fotosynthese (0% van de vragen, gemiddeld 6%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Kruiden

In de keuken worden vaak kruiden gebruikt, zoals kruidnagels, peperkorrels en gember.

Kruidnagels zijn de bloemknoppen van de kruidnagelboom. Ze worden geoogst voordat de bloempjes open gaan. Na het drogen krijgen ze een bruine kleur.

Peperkorrels zijn de onrijpe groene bessen van de peperplant, die door drogen een zwarte kleur krijgen.

Gember zoals op de afbeelding is een stuk van de wortelstok van de gemberplant. Uit de wortelstokken kunnen nieuwe stengels groeien. De gemberplant heeft bloemen met een geel-paarse kleur.

Vraag 1 1 punt

Heeft er vóór de oogst van kruidnagels bevruchting plaatsgevonden in de bloemen van de kruidnagelboom? En heeft er vóór de oogst van de bessen bevruchting plaatsgevonden in de bloemen van de peperplant?

  1. A in geen van beide
  2. B alleen in de bloemen van de kruidnagelboom
  3. C alleen in de bloemen van de peperplant
  4. D in de bloemen van de kruidnagelboom en in de bloemen van de peperplant

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 2 1 punt

Kan de gemberplant zich geslachtelijk voortplanten? En kan de gemberplant zich ongeslachtelijk voortplanten?

  1. A alleen geslachtelijk
  2. B alleen ongeslachtelijk
  3. C geslachtelijk en ongeslachtelijk

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Voedsel van mensachtigen

Volgens de evolutietheorie stamt de tegenwoordige mens, Homo sapiens, af van andere mensachtigen, waaronder Homo erectus en Australopithecus afarensis. Wetenschappers hebben de voeding van de mensachtigen in kaart gebracht (zie de tabel). Tot 10.000 jaar geleden aten mensachtigen en mensen planten uit de omgeving en gingen ze af en toe op jacht. Ongeveer 10.000 jaar geleden ontstonden landbouw en veeteelt. Daardoor gingen mensen meer graan, vlees en zuivel eten.

periode soort voedsel

4 tot 2 miljoen Australopithecus • hoofdzakelijk plantaardig jaar geleden afarensis voedsel (vruchten, bladeren, knollen, wortels)

  • aangevuld met insecten

2 miljoen tot Homo erectus • hoofdzakelijk plantaardig 200.000 jaar voedsel (vruchten, bladeren, geleden knollen, wortels)

  • aangevuld met insecten, prooidieren en honing

200.000 tot Homo sapiens • plantaardig voedsel (vruchten, 10.000 jaar bladeren, knollen, stengels, geleden wortels, zaden)

  • aangevuld met insecten, prooidieren en honing

10.000 jaar Homo sapiens • plantaardig voedsel (granen, geleden tot vruchten, bladeren, stengels, heden knollen, wortels)

  • veel dierlijk voedsel (runderen, varkens, vogels, zuivelproducten)
  • aangevuld met honing

Vraag 3 2 punten

Volgens wetenschappers was het darmkanaal van Australopithecus afarensis langer dan dat van Homo sapiens. Leg uit dat de lengte van het darmkanaal een aanpassing is aan het type voedsel dat Australopithecus afarensis at.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • hij/Australopithecus afarensis vooral plantaardig voedsel at (1)
  • een langer darmkanaal plantaardig voedsel beter kan verteren / plantaardig voedsel moeilijker te verteren is waardoor het darmkanaal langer moet zijn (1)

Vraag 4 1 punt

Vanaf ongeveer twee miljoen jaar geleden gingen mensachtigen jagen om aan voedsel te komen. Jagen is een inspannende bezigheid waardoor de lichaamstemperatuur stijgt. Volgens wetenschappers ontwikkelden zich vanaf die tijd veranderingen in de huid om de lichaamstemperatuur te regelen. Noem een deel in de lederhuid dat actief wordt als de lichaamstemperatuur stijgt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist deel: − zweetklier(en) − (spiertjes van de) bloedvaten (1)

Vraag 5 1 punt

Homo erectus gebruikte werktuigen om het voedsel in stukken te snijden. Daardoor kon hij het voedsel makkelijker fijn kauwen. Leg uit waardoor fijngekauwd voedsel beter te verteren is dan grotere stukken voedsel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat enzymen/verteringssappen beter op fijngekauwd voedsel kunnen inwerken / dat fijngekauwd voedsel een groter oppervlak heeft. (1)

Vraag 6 1 punt

Homo sapiens is een echte alleseter. Dat is aan de kiezen te zien. Hoe heet het type kiezen dat voornamelijk bij alleseters voorkomt?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • knobbelkiezen (1)

Madagaskar

Madagaskar is een groot eiland voor de kust van Afrika. Op dit eiland groeien bomen, zoals de baobab en de tamarinde. Cicades (insecten) zuigen sap uit de bladeren van deze bomen. Ringstaartmaki’s eten de boomschors en de vruchten van deze bomen en jagen op de cicades. Ringstaartmaki’s zijn de prooidieren van fretkatten.

Vraag 7 2 punten

In de informatie staan namen van verschillende organismen. Deze organismen maken deel uit van voedselketens. Schrijf zo’n voedselketen op met vier organismen uit de informatie.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeelden van een juiste voedselketen: baobab(boom) cicade ringstaartmaki fretkat tamarinde(boom) cicade ringstaartmaki fretkat

Vraag 8 1 punt

Is de baobab een consument, een producent of een reducent?

  1. A een consument
  2. B een producent
  3. C een reducent
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Klipdassen

Klipdassen zijn zoogdieren die in Afrika leven. Hun lichaamsbouw is aangepast aan een leven op rotsen. Tijdens de paartijd scheiden de mannetjes een geurstof af uit een klier op hun rug. Onderzoekers hebben vastgesteld dat deze geurstof twee functies heeft:

  • Vrouwtjes komen op deze geur af.
  • Andere mannetjes houden na het ruiken van deze geur afstand.

Vraag 9 1 punt

In bovenstaande informatie worden een prikkel en een bijbehorende respons beschreven. Noem de prikkel en de respons. Schrijf je antwoord zo op: prikkel: ................................................. respons: ...............................................

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist antwoord 1 scorepunt toekennen.

Vraag 10 1 punt

Na de geboorte zoogt een vrouwtje haar jongen drie dagen lang. Daarna brengt ze haar jongen vast voedsel. Wat is de naam van dit type voortplantingsgedrag?

Bekijk het antwoord
  • broedzorg (1)

Vraag 11 1 punt

De rotsen waarop klipdassen leven, hebben lichtgekleurde strepen. Die strepen bestaan uit mineralen uit de urine van klipdassen. Drie delen van het uitscheidingsstelsel zijn:

1 nierbekken

2 niermerg

3 nierschors In welke volgorde gaan de mineralen die worden uitgescheiden door deze delen heen?

  1. A 1-2-3
  2. B 1-3-2
  3. C 2-1-3
  4. D 2-3-1
  5. E 3-1-2
  6. F 3-2-1
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 12 1 punt

Klipdassen leven in groepen van één volwassen mannetje en meerdere vrouwtjes. Het mannetje plast regelmatig op de hoeken van zijn terrein. Wat is de functie van dit gedrag?

Bekijk het antwoord
  • afbakenen/markeren van een territorium (1)

Een wetenschapper heeft een stamboom gemaakt om de verwantschap van klipdassen en andere dieren volgens de evolutietheorie weer te geven (zie de afbeelding).

zeekoeien

klipdassen

olifanten

aardvarkens

springspitsmuizen

tenreks

goudmollen

miljoen jaar geleden

Vraag 13 1 punt

Gerdien en Hanneke praten over de stamboom. Gerdien zegt dat klipdassen eerder zijn ontstaan dan aardvarkens. Hanneke zegt dat klipdassen meer verwant zijn aan zeekoeien dan aan olifanten. Wie heeft gelijk?

  1. A geen van beide
  2. B alleen Gerdien
  3. C alleen Hanneke
  4. D Gerdien en Hanneke

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Guanovleermuizen

Guanovleermuizen zijn insecteneters. Als ze op jacht zijn, stoten ze geluiden uit die door voorwerpen en organismen in de omgeving worden weerkaatst. De vleermuizen vangen de weerkaatste geluiden op en kunnen zo bepalen waar prooien zich bevinden (zie de afbeelding).

Vraag 14 1 punt

In een grote groep vleermuizen jagen meerdere vleermuizen soms op dezelfde prooi. Als één van de vleermuizen de prooi bijna te pakken heeft, maakt die vleermuis een ander geluid. Hierdoor wordt het voor andere vleermuizen moeilijk om dezelfde prooi te vangen. Leg uit dat het maken van dit andere geluid sociaal gedrag is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat het gaat om gedrag dat zich richt op soortgenoten. (1)

In de tabel staat informatie over guanovleermuizen in verschillende gebieden.

gemiddeld gewicht (gram) Argentinië 13,6 Californië 11,0 Jamaica 9,8 Louisiana 12,2

Vraag 15 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een stuk grafiekpapier. Maak op dit grafiekpapier een staafdiagram van het gemiddelde gewicht van de vleermuizen uit elk van de vier gebieden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De verticale as is juist ingedeeld, grootheid en eenheid zijn juist benoemd, en de vier verschillende gebieden zijn juist aangegeven bij het diagram of in een legenda (1)
  • De getallen zijn uitgezet als vier staven met een juiste lengte (1)

Vraag 16 1 punt

Het gemiddelde lichaamsgewicht van de vleermuizen in de vier gebieden is niet gelijk. Dit kan verklaard worden door verschillen in biotische factoren in die gebieden. Noteer een biotische factor die van invloed kan zijn op het lichaamsgewicht van vleermuizen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste biotische factor: − natuurlijke vijanden − prooidieren / voedsel − ziekteverwekkers (1)

Vraag 17 1 punt

Vleermuizen zijn zoogdieren. De geboorte van vleermuizen bestaat uit dezelfde fasen als de geboorte bij mensen. Hoe heet de fase van de geboorte die aan de uitdrijving vooraf gaat?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • ontsluiting / indaling (1)

Vraag 18 1 punt

Na de uitdrijving volgt de nageboorte. Bij de nageboorte komt de navelstreng naar buiten. Geef de naam van een ander deel dat bij de nageboorte naar buiten komt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • een van de volgende delen: − vruchtvlies/vruchtvliezen − placenta (1)

Hamerduim

Sommige mensen hebben één duim die korter en breder is dan normaal. Dat wordt een hamerduim genoemd (zie de duim links in de afbeelding). Zo’n verandering in de bouw van de duimbotjes wordt bepaald door een dominant gen (A).

Vraag 19 2 punten

Karin en Mike krijgen een kind. Karin heeft gewone duimen. Mike is heterozygoot voor de eigenschap hamerduim. Op de uitwerkbijlage staat een kruisingsschema. Vul dit schema in en noteer hoe groot de kans is dat het kind van Karin en Mike ook een hamerduim krijgt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

het juist ingevulde schema en het juiste antwoord:

genotype zaadcellen

A a genotype eicellen

a Aa aa

(a) (Aa) (aa)

Kans dat het kind van Karin en Mike een hamerduim heeft: 50%

Opmerking Als het schema anders ingevuld is en de kandidaat daar een juist bijbehorend antwoord uit afleidt, alleen het tweede scorepunt toekennen.

Organen in de hals

In de afbeelding zie je enkele organen in de hals, waaronder de schildklier.

Vraag 20 1 punt

Noteer de naam van een proces dat geregeld wordt door het schildklierhormoon.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist proces: − verbranding − stofwisseling − groei − ontwikkeling (1)

Vraag 21 1 punt

De werking van de schildklier wordt geregeld door een hormoon. Dat hormoon wordt door een hormoonklier bij de hersenen gemaakt. Geef de naam van deze hormoonklier bij de hersenen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • hypofyse (1)

Vraag 22 2 punten

De schildklier behoort tot het hormoonstelsel. In de afbeelding zijn ook organen van andere orgaanstelsels weergegeven. Noteer twee andere orgaanstelsels waarvan delen in de afbeelding zijn weergegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende orgaanstelsels: − ademhalingsstelsel − bloedvatenstelsel − bottenstelsel/skelet/geraamte − spierstelsel per juist orgaanstelsel (1) (2)

Draagmoeder

In een krant stond het volgende bericht:

Na een reeks schandalen heeft het Thaise parlement vandaag het betaalde draagmoederschap verboden. Steeds vaker zoeken buitenlandse paren een Thaise vrouw om voor hen een kind te dragen. Vooral één zaak zorgde voor verontwaardiging. Het paar nam wel het gezonde meisje mee, maar liet haar tweelingbroertje met het syndroom van Down bij de draagmoeder achter.

Vraag 23 1 punt

Draagmoederschap biedt een oplossing voor paren bij wie zwangerschap niet mogelijk is. In een laboratorium worden eicellen van een vrouw bevrucht door zaadcellen van haar man. Eén of twee bevruchte eicellen worden daarna, door een dunne buis, in het lichaam van een draagmoeder gebracht (zie de afbeelding).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • baarmoeder (1)

bevruchte eicel

buis

Hoe heet het orgaan waarin de bevruchte eicellen worden gebracht?

Vraag 24 1 punt

In de informatie is sprake van een draagmoeder en van een buitenlands paar. De draagmoeder heeft een tweeling gebaard. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in deze tabel aan van wie de genen van de tweeling afkomstig zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 25 1 punt

Is de tweeling waarover in het krantenbericht geschreven wordt, een eeneiige tweeling of is het een twee-eiige tweeling? Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.

Bekijk het antwoord
  • Een twee-eiige tweeling, met een uitleg waaruit blijkt dat de tweeling bestaat uit een jongen en een meisje / dat slechts één van de twee het syndroom van Down heeft. (1)

Vraag 26 1 punt

Het syndroom van Down kan ontstaan doordat er iets fout is gegaan bij de meiose. Welke cellen ontstaan door meiose?

  1. A alleen de geslachtscellen
  2. B alleen de eerste cellen van het embryo
  3. C de geslachtscellen en de eerste cellen van het embryo
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Popcornlongen

Popcornlongen ontstaan door het inademen van de stof diacetyl. De aandoening is voor het eerst ontdekt bij medewerkers van een popcornfabriek omdat diacetyl vrijkomt bij het maken van popcorn. De stof veroorzaakt een verdikking van de wand van de longblaasjes.

Vraag 27 1 punt

Iemand met popcornlongen heeft minder zuurstof in zijn bloed dan een gezonde persoon in een vergelijkbare situatie. Leg uit waardoor dit komt.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat door de verdikking (in de wand van de longblaasjes) de opname van zuurstof in het bloed moeilijker/minder wordt. (1)

Vraag 28 1 punt

Patiënten met popcornlongen moeten vaak hoesten. Bij het hoesten trekken de buikspieren zich krachtig samen. Gaat het middenrif dan omhoog of omlaag? En heeft dit inademing of uitademing tot gevolg?

  1. A Het middenrif gaat omhoog met inademing tot gevolg.
  2. B Het middenrif gaat omhoog met uitademing tot gevolg.
  3. C Het middenrif gaat omlaag met inademing tot gevolg.
  4. D Het middenrif gaat omlaag met uitademing tot gevolg.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

De navelstreng

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 29 1 punt

In de afbeelding zie je een dwarsdoorsnede van een navelstreng.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Nee (de cellen behoren tot verschillende weefsels), met een uitleg waaruit blijkt dat zich in de navelstreng cellen bevinden met verschillende vormen/functies. (1)

De navelstreng

Behoren alle cellen van de navelstreng tot één weefsel? Leg je antwoord uit.

Soms wordt de navelstreng dichtgedrukt, waardoor het bloed niet goed kan doorstromen (zie de afbeelding hieronder).

navelstreng

dichtgedrukte navelstreng

Vraag 30 1 punt

Als gevolg van het dichtdrukken van de navelstreng, veranderen bij de ongeboren baby de gehaltes aan zuurstof en koolstofdioxide in het bloed. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in deze tabel aan hoe bij de ongeboren baby het gehalte aan zuurstof en het gehalte aan koolstofdioxide in het bloed veranderen, direct na het dichtdrukken van de navelstreng.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Na de geboorte wordt de navelstreng doorgeknipt.

Artsen vermoeden dat het direct na de geboorte doorknippen van de navelstreng kan leiden tot ijzertekort bij de baby. In zo’n geval moet de baby extra ijzerzouten krijgen. Ze vermoeden dat het ijzertekort minder groot zal zijn als de navelstreng later wordt doorgeknipt.

Vraag 31 2 punten

De artsen doen een onderzoek om na te gaan of hun vermoeden juist is. Schrijf een werkplan voor zo’n onderzoek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • twee groepen baby’s, in de ene groep wordt de navelstreng direct na de geboorte doorgeknipt, in de andere groep later (1)
  • (na het doorknippen van de navelstreng) de hoeveelheid ijzer in het bloed van de baby’s in beide groepen vergelijken (1)

Het mazelenvirus

Mazelen is een ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Het mazelenvirus dringt witte bloedcellen binnen om zich te vermenigvuldigen. Na korte tijd gaan de besmette bloedcellen dood. Het virus tast vooral witte bloedcellen aan die een functie hebben bij het geheugen van het afweersysteem.

Vraag 32 1 punt

Voor het functioneren van het afweersysteem is het belangrijk dat witte bloedcellen ziekteverwekkers kunnen herkennen. Waaraan herkennen witte bloedcellen ziekteverwekkers?

  1. A aan antigenen
  2. B aan antistoffen
  3. C aan antigenen en aan antistoffen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 33 1 punt

Witte bloedcellen die niet besmet zijn met het mazelenvirus, proberen het virus te bestrijden. In diagram 1 zie je hoe het aantal witte bloedcellen verandert na een infectie met het mazelenvirus. Diagram 2 laat zien hoe sterk de afweerreactie is na zo’n infectie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

diagram 1 diagram 2 aantal sterkte witte van de bloed- afweer- cellen reactie

0 1 2 3 0 1 2 3 tijd (weken) tijd (weken) infectie infectie

Legenda: milde infectie matige infectie ernstige infectie

Naar aanleiding van de diagrammen worden twee uitspraken gedaan.

1 Twee weken na een matige infectie zijn er weer evenveel witte bloedcellen als voor de infectie.

2 Bij een ernstige infectie reageert het afweersysteem sterker dan bij een matige infectie. Welke uitspraak is juist?

A geen van beide uitspraken

B alleen uitspraak 1

C alleen uitspraak 2

D uitspraak 1 en uitspraak 2

Vraag 34 1 punt

In Nederland worden kinderen ingeënt tegen mazelen. Daarvoor wordt een verzwakt mazelenvirus gebruikt. Welke vorm van immunisatie is zo’n inenting?

  1. A kunstmatige actieve immunisatie
  2. B kunstmatige passieve immunisatie
  3. C natuurlijke actieve immunisatie
  4. D natuurlijke passieve immunisatie

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Bloedgroepen

Bij een bloedtransfusie krijgt een patiënt meestal rode bloedcellen toegediend van een donor met dezelfde bloedgroep. In noodgevallen kunnen daarvoor ook rode bloedcellen van een andere bloedgroep gebruikt worden. Dit kan alleen als dit geen klontering in het bloed van de patiënt veroorzaakt.

In een noodsituatie zijn er twee patiënten die een bloedtransfusie nodig hebben. Er is bloed beschikbaar van één donor (zie de tabel).

bloedgroep donor A patiënt 1 0 patiënt 2 AB

Vraag 35 1 punt

Aan welke patiënt kunnen rode bloedcellen uit het donorbloed toegediend worden zonder gevaar voor klontering?

  1. A aan geen van beide patiënten
  2. B alleen aan patiënt 1
  3. C alleen aan patiënt 2
  4. D aan patiënt 1 en aan patiënt 2

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Melatonine

Melatonine is een hormoon dat het slapen beïnvloedt. Speciale cellen in het netvlies geven informatie aan de hersenen over de hoeveelheid licht in de omgeving. Hoe donkerder het wordt, des te meer melatonine de hersenen maken. Als de hoeveelheid melatonine in het bloed stijgt, worden mensen slaperig.

Vraag 36 1 punt

In de afbeelding zie je een doorsnede van een oog.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (letter) S (1)

P

Q R S

T

Welke letter geeft het deel aan waarin impulsen ontstaan die de productie van melatonine beïnvloeden?

Vraag 37 2 punten

Het netvlies bevat ook twee typen zintuigcellen die ervoor zorgen dat je kan zien. Noteer de namen van deze twee typen zintuigcellen en leg uit wat het verschil in functie is tussen deze twee typen zintuigcellen. Schrijf je antwoord zo op: namen van de typen zintuigcellen: ............................................... verschil in functie van de typen zintuigcellen: ..............................

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor andere verschillen tussen kegeltjes en staafjes, zoals ligging in het netvlies of verschillen in bouw, geen scorepunt toekennen.

Wetenschappers onderzoeken de invloed van cafeïne op de productie van melatonine in zwak licht en in fel licht. Ze voeren het onderzoek uit met een groot aantal proefpersonen, zes uur voordat die normaal naar bed zouden gaan. De proefpersonen zitten in zwak licht of in fel licht en krijgen ieder een pil met cafeïne of eenzelfde pil zonder cafeïne:

  • groep 1: zit in zwak licht en krijgt een pil zonder cafeïne
  • groep 2: zit in zwak licht en krijgt een pil met cafeïne
  • groep 3: zit in fel licht en krijgt een pil zonder cafeïne
  • groep 4: zit in fel licht en krijgt een pil met cafeïne

De wetenschappers geven de resultaten weer in een diagram.

tijd die het 2,0 duurt voordat melatoninestijging plaatsvindt 1,5 (uren)

1,0

0,5

0 groep 1 groep 2 groep 3 groep 4

Vraag 38 1 punt

De resultaten in de groepen 1 en 3 worden met elkaar vergeleken. Hoeveel uur later vindt de melatoninestijging plaats bij groep 3 dan bij groep 1?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 1,5 (uur) (1)

Vraag 39 1 punt

Leg uit dat je uit het diagram kunt afleiden dat de invloed van cafeïne in zwak licht groter is dan in fel licht.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat (uit het diagram blijkt dat) het verschil tussen groep 1 en groep 2 groter is dan tussen groep 3 en groep 4. (1)

Een bijzondere vogel

Een vogelonderzoeker ontdekte in het veld een bijzondere vogel (zie de afbeelding). Het was een rode kardinaal. Bij rode kardinalen hebben de mannelijke vogels rode veren en de vrouwelijke vogels witte veren. Deze bijzondere vogel had echter een witte rechterhelft en een rode linkerhelft.

De onderzoeker observeerde de bijzondere vogel enige tijd. Hij stelde vast dat de vogel nooit zong. Ook reageerde de vogel niet op de zang van andere rode kardinalen. Bij rode kardinalen zingen normaal gesproken zowel de mannetjes als de vrouwtjes in de voortplantingstijd.

Vraag 40 1 punt

Rode kardinalen zingen in de voortplantingstijd om een partner te lokken voor de voortplanting. Hoe heet dit type voortplantingsgedrag?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • balts(gedrag) (1)

Vraag 41 1 punt

De bijzondere vogel zong niet in de voortplantingstijd. De inwendige prikkel voor dit gedrag ontbrak bij deze vogel. Wat is deze inwendige prikkel?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (geslachts)hormonen (1)

Vraag 42 1 punt

Bij vogels hebben de mannetjes twee gelijke geslachtschromosomen (ZZ) en vrouwtjes twee verschillende (ZW). Als de bijzondere vogel voor de helft mannelijk is en voor de helft vrouwelijk, welke geslachtschromosomen kunnen zich dan in een huidcel bevinden?

  1. A WW en ZW
  2. B WW en ZZ
  3. C ZW en ZZ
  4. D WW of ZW
  5. E WW of ZZ
  6. F ZW of ZZ

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Citrusvruchten

Citrusvruchten zijn vruchten van planten van het geslacht Citrus. Sinds duizenden jaren kruisen kwekers de verschillende citrusplanten onderling, waardoor steeds nieuwe varianten ontstaan. Oorspronkelijk kwamen alleen pompelmoesplanten, mandarijnplanten en sukadecitroenplanten voor. Uit deze drie soorten lieten kwekers andere citrusplanten ontstaan die andere citrusvruchten maken, zoals sinaasappels, citroenen en grapefruits.

Vraag 43 1 punt

Daisy en Kevin praten over het kweken van citrusvruchten. Daisy beweert dat de kwekers natuurlijke selectie toepasten om een geschikte plant te kweken. Kevin beweert dat het genotype van sinaasappels en grapefruits hetzelfde is. Wie heeft gelijk?

  1. A geen van beide
  2. B alleen Daisy
  3. C alleen Kevin
  4. D Daisy en Kevin
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 44 1 punt

Met behulp van DNA-onderzoek kan de onderlinge verwantschap van de citrusplanten worden onderzocht. Geef de naam van het deel van de cel waarin zich DNA van de sinaasappelplant bevindt.

Bekijk het antwoord
  • (cel)kern (1)

In de tabel staan enkele voedingswaarden van verschillende citrusvruchten, per 100 gram.

energiewaarde koolhydraten voedingsvezels (kJ) (gram) (gram) citroen 153 3,0 2,0 grapefruit 156 6,6 1,4 mandarijn 193 9,8 0,9 sinaasappel 215 7,9 2,0

Vraag 45 2 punten

Eén gram koolhydraten levert 16,8 kJ energie. Hoeveel procent van de energie in mandarijnen is afkomstig van koolhydraten? Leg je antwoord uit met een berekening en rond af op een heel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening: koolhydraten leveren 9,8 x 16,8 kJ = 164,64 kJ energie dat zijn 164,64 x 100 / 193 = 85% van de totale hoeveelheid energie in mandarijnen

Vraag 46 2 punten

Koolhydraten leveren energie. Noem nog twee groepen voedingsstoffen die energie kunnen leveren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • eiwitten (1)
  • vetten (1)

Het syndroom van Carpenter

Het syndroom van Carpenter is een erfelijke aandoening die afwijkingen veroorzaakt aan de schedel en het gezicht. Het syndroom wordt veroorzaakt door een recessief gen.

Vraag 47 1 punt

Karen en Richard hebben een kind met het syndroom van Carpenter. Zelf hebben ze deze aandoening niet. Karen is in verwachting van hun tweede kind. Hoe groot is de kans dat het tweede kind het syndroom van Carpenter heeft?

  1. A 0%
  2. B 25%
  3. C 50%
  4. D 75%
  5. E 100%
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 48 1 punt

Karen en Richard vragen aan de dokter of met prenataal onderzoek vastgesteld kan worden of hun tweede kind het syndroom van Carpenter heeft. De dokter stelt een onderzoek voor waarbij afwijkingen aan de schedel van de ongeboren baby te zien zijn. Welk onderzoek stelt de dokter voor?

  1. A echoscopie
  2. B vlokkentest
  3. C vruchtwaterpunctie
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Darmziekte

NEC is een zeldzame darmziekte die bij te vroeg geboren baby’s voorkomt. Door een slechte bloedaanvoer naar de darmen kan de binnenkant van de darmwand beschadigd raken.

Vraag 49 1 punt

Je ziet een afbeelding van de bloedsomloop.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: E (1)

In de afbeelding zijn enkele bloedvaten met letters aangegeven. Welk bloedvat voert het bloed naar de darmen?

A bloedvat P

B bloedvat Q

C bloedvat R

D bloedvat S

E bloedvat T

F bloedvat U

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Bij een baby met NEC wordt het voedsel dat in haar maag zit, met een slangetje eruit gehaald. Hieronder zie je een doorsnede van de keelholte. Twee delen zijn met een letter aangegeven.

Vraag 50 1 punt

Welke letter geeft het deel aan waar het slangetje doorheen gaat om het voedsel uit de maag te halen? En hoe heet dat deel? Schrijf je antwoord zo op: letter: ................................................. naam: ................................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist antwoord 1 scorepunt toekennen.

Vraag 51 1 punt

Het bloed van de baby moet worden onderzocht. De verpleegkundige haalt 2 mL bloed uit haar armader. Is het afgenomen bloed zuurstofarm of zuurstofrijk? En wordt dit bloed uit de grote of uit de kleine bloedsomloop gehaald?

  1. A zuurstofarm bloed uit de grote bloedsomloop
  2. B zuurstofarm bloed uit de kleine bloedsomloop
  3. C zuurstofrijk bloed uit de grote bloedsomloop
  4. D zuurstofrijk bloed uit de kleine bloedsomloop

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2019, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-19-2-o

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 loopt tot vraag 51. Van 48 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over erfelijkheid (7), zenuwstelsel en hormonen (7) en voortplanting (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-19-2-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.