Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Ademhaling, Bomen, Een determineertabel, Hulp bij de voortplanting, Verwelkingsziekte, Orgaanstelsels, Watervergiftiging, Runderen, Koemelk-allergie, Gedrag van een octopus, Placenta, Ontwikkeling van de zaadcellen, Jongen voeren, Botulisme, Plasticafval in zee, Bloedonderzoek, Bloedtransfusie, Ziekte van Pfeiffer, Apen, Een animatiefilm.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (7), planten en fotosynthese (6) en voortplanting (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voeding en vertering16, 18, 20-22, 33, 387
Planten en fotosynthese5-6, 8, 11-12, 316
Voortplanting9-10, 25-27, 296
Bloedsomloop2, 14-15, 39-405
Erfelijkheid7, 13, 17, 30, 415
Afweer19, 42-455
Gedrag23-24, 32, 49-505
Ademhaling1, 3-43
Ecologie35-373
Evolutie46-483
Zenuwstelsel en hormonen28, 342

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over planten en fotosynthese (12% van de vragen, gemiddeld 6%). Minder over zenuwstelsel en hormonen (4% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Ademhaling

De ademhaling wordt geregeld door speciale cellen in de hersenstam, het ademhalingscentrum. Het ademhalingscentrum meet de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed.

Vraag 1 1 punt

Jana loopt hard. Een koolstofdioxidedeeltje gaat met het bloed vanuit haar linkerbeenspier via de kortste weg naar het ademhalingscentrum. Gaat het koolstofdioxidedeeltje dan door de grote bloedsomloop? En gaat het koolstofdioxidedeeltje dan door de kleine bloedsomloop?

  1. A alleen door de grote bloedsomloop
  2. B alleen door de kleine bloedsomloop
  3. C door de grote bloedsomloop en door de kleine bloedsomloop
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 2 1 punt

Welk deel van het bloed vervoert de meeste koolstofdioxide?

Bekijk het antwoord
  • bloedplasma (1)

Vraag 3 1 punt

Jana ademt tijdens het hardlopen vooral via borstademhaling. De impulsen van het ademhalingscentrum gaan naar spieren in haar borstkas. Deze spieren trekken samen om haar longen groter te maken. Geef de naam van deze spieren.

Bekijk het antwoord
  • tussenribspieren (1)

In de afbeelding zie je een longblaasje met een haarvat.

Vraag 4 2 punten

P en Q zijn twee gassen die bij de gaswisseling betrokken zijn. Geef de namen van deze gassen. Schrijf je antwoord zo op: P: ............................................................. Q: ............................................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (P:) koolstofdioxide/waterdamp (1)
  • (Q:) zuurstof (1)

Bomen

Om nieuwe bossen of parken aan te planten, worden zo veel mogelijk boomsoorten gebruikt die in Nederland van oudsher voorkomen. Boomkwekers verzamelen zaden van deze boomsoorten, die ze vervolgens laten ontkiemen. Als ze onvoldoende zaden kunnen verzamelen, proberen ze bomen op te kweken uit stekken.

Vraag 5 1 punt

In welk deel van een bloem ontwikkelen zich zaden?

  1. A in een kroonblad
  2. B in een meeldraad
  3. C in een stamper
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 6 1 punt

Zaden bevatten energierijke stoffen. Om te kunnen ontkiemen, moeten de zaden ook stoffen uit de omgeving opnemen. Welke twee stoffen zijn dat?

  1. A glucose en koolstofdioxide
  2. B glucose en water
  3. C glucose en zuurstof
  4. D koolstofdioxide en water
  5. E koolstofdioxide en zuurstof
  6. F water en zuurstof
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 7 1 punt

Van een bepaalde boom heeft een kweker stekken genomen en zaden verzameld. Het genotype van de stekken en van de zaden wordt vergeleken met het genotype van de boom waarvan ze afstammen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in deze tabel aan of bomen die uit stekken ontstaan hetzelfde of een ander genotype hebben dan de ouderplant. Kruis ook aan of bomen die uit zaden ontstaan hetzelfde of een ander genotype hebben dan de ouderplant.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Een determineertabel

In een boek over planten die in het water leven, staat een determineertabel. Hieronder staat een deel van deze tabel.

1 a. Alle bladeren van de plant bevinden zich onder water ............... 2 b. De plant heeft bladeren boven en/of op het water...................... 5

2 a. De blaadjes hebben een gladde rand ........................... waterpest b. De blaadjes hebben geen gladde rand ...................................... 3

3 a. De blaadjes zijn veervormig .................................. aarvederkruid b. De blaadjes zijn niet veervormig ............................................... 4

4 a. Het plantje stinkt als je het stuk wrijft ........................... kranswier b. Het plantje stinkt niet als je het stuk wrijft .................... hoornblad

5 a. De plant heeft bladeren die op het water drijven ........................ 6 b. De plant heeft bladeren die boven het water uitsteken ............... 7

6 a. De bladeren zijn klein en rond ..................................... kikkerbeet b. De bladeren zijn lang en smal ................................... fonteinkruid

7 a. De bladeren zijn pijlvormig ............................................. pijlkruid b. De bladeren zijn lang en smal .............................. krabbenscheer

Vraag 8 1 punt

Kikkerbeet en krabbenscheer zijn planten met witte bloemen, maar hun bladeren verschillen duidelijk van vorm. Beschrijf met behulp van de determineertabel een ander verschil tussen deze twee planten. Schrijf je antwoord zo op: kikkerbeet: ........................................... krabbenscheer: ....................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist antwoord 1 scorepunt toekennen.

Hulp bij de voortplanting

Het kan zijn dat een man maar weinig gezonde zaadcellen in zijn sperma heeft. Een arts kan dan helpen om de kans op een bevruchting te verhogen. De arts verzamelt de gezonde zaadcellen uit het sperma van de man en brengt deze rechtstreeks in een bepaald voortplantingsorgaan van de vrouw.

Vraag 9 1 punt

In de afbeelding is het orgaan waarin de zaadcellen dan terechtkomen aangegeven met P. Noteer de naam van orgaan P.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • baarmoeder (1)

Vraag 10 1 punt

Om de kans op een bevruchting zo groot mogelijk te maken, worden de verzamelde zaadcellen pas ingebracht als de vrouw vruchtbaar is. Wanneer is de kans op een bevruchting het grootst?

  1. A 1 dag na het begin van de menstruatie
  2. B 7 dagen na het begin van de menstruatie
  3. C 14 dagen na het begin van de menstruatie
  4. D 28 dagen na het begin van de menstruatie
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Verwelkingsziekte

Bij tomatenplanten komt een ziekte voor die door een schimmel wordt veroorzaakt. De schimmel dringt via de wortels de tomatenplant binnen en verstopt vaten. De bladeren krijgen daardoor een gebrek aan water en worden slap. Kwekers noemen deze ziekte de verwelkingsziekte.

Vraag 11 1 punt

Welke verstopping zorgt ervoor dat de bladeren gebrek aan water krijgen?

  1. A alleen een verstopping van de bastvaten
  2. B alleen een verstopping van de houtvaten
  3. C een verstopping van de bastvaten en van de houtvaten
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 12 2 punten

Een cel uit een wortelhaar van een tomatenplant en een cel van de schimmel worden met elkaar vergeleken. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis voor elke cel alle delen aan die deze cel heeft.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: bladgroen- celkern celwand korrels cel uit een wortelhaar X X cel van de schimmel X X per juiste regel (1) (2)

Vraag 13 1 punt

Door een mutatie worden sommige tomatenplanten bestand tegen de schimmel. Ook de nakomelingen van deze tomatenplanten zijn niet meer gevoelig voor de schimmel. Na enkele generaties blijken er toch weer planten te zijn die de verwelkingsziekte krijgen. Noem een oorzaak waardoor na enkele generaties toch weer tomatenplanten zijn ontstaan die de verwelkingsziekte krijgen.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste oorzaken: − Er is een mutatie opgetreden in de schimmel. − Er is een (terug)mutatie opgetreden in de tomatenplant. − Er is een infectie opgetreden met een andere schimmelsoort. (1)

Orgaanstelsels

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 14 2 punten

In de afbeelding zie je onder andere organen van het ademhalingsstelsel. Noem de namen van twee andere orgaanstelsels waarvan in de afbeelding organen getekend zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • bloedvatenstelsel (1)
  • spierstelsel (1)

Watervergiftiging

Watervergiftiging kan ontstaan door het drinken van heel veel water in korte tijd. Het bloed bevat daardoor te veel water en het zoutgehalte van het bloed wordt te laag. Hierdoor zwellen cellen op en kan schade aan weefsels ontstaan.

Vraag 15 1 punt

Als hersenweefsel opzwelt, worden haarvaten in de hersenen dichtgedrukt. Hierdoor kan hersenweefsel afsterven. Leg uit waardoor hersenweefsel afsterft als er geen bloed door de haarvaten in de hersenen kan stromen.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat het hersenweefsel/de cellen dan geen zuurstof/voedingsstoffen meer ontvangt/ontvangen (en daardoor afsterft/afsterven). (1)

GT-0191-a-o

Vraag 16 1 punt

Sporters die intensief trainen, verliezen water met zouten door de huid. Om watervergiftiging te voorkomen, krijgen zij het advies om water met mineraalzouten te drinken. In de afbeelding zie je een schematische tekening van de huid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Runderen

Bij een bepaald runderras is de kleur van de vacht rood, wit of rood-wit gevlekt. De kleur van de vacht is een erfelijke eigenschap. Als een homozygoot rood rund gekruist wordt met een homozygoot wit rund, zijn alle nakomelingen rood-wit gevlekt.

rood wit rood-wit

Vraag 17 1 punt

Twee van de rood-wit gevlekte nakomelingen worden met elkaar gekruist. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Vul in deze tabel in hoe groot de kans is op rode, witte en rood-wit gevlekte nakomelingen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Koemelk-allergie

Koemelk bevat andere eiwitten dan moedermelk. Doordat baby’s eiwitten nog niet volledig afbreken, kunnen onvolledig verteerde eiwitten van koemelk in hun bloed terechtkomen. Voor de meeste baby’s is dat geen probleem, maar sommige baby’s reageren daar allergisch op.

Om vast te stellen of een baby koemelk-allergie heeft, wordt onder andere een bloedtest uitgevoerd. De medisch assistent zoekt in het bloed naar stoffen die tijdens een allergische reactie worden aangemaakt.

Vraag 18 2 punten

Eiwitten worden verteerd met behulp van verteringssappen. Noteer twee verschillende klieren die verteringssappen produceren.

Bekijk het antwoord
  • de juiste klieren: − speekselklier(en) − maagsapklier(en) − darmsapklier(en) − alvleesklier per juiste klier (1) (2)

Vraag 19 1 punt

Welke stoffen zoekt de medisch assistent? En door welke bloeddeeltjes worden deze stoffen gemaakt?

  1. A antigenen, gemaakt door rode bloedcellen
  2. B antigenen, gemaakt door witte bloedcellen
  3. C antistoffen, gemaakt door rode bloedcellen
  4. D antistoffen, gemaakt door witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 20 1 punt

Koemelk bevat mineralen. Het grootste gedeelte van deze mineralen wordt opgenomen in het bloed. Op welke manier verlaten mineralen die niet in het bloed zijn opgenomen het lichaam van de baby?

  1. A via de ontlasting
  2. B via de urine
  3. C via zweet
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

GT-0191-a-o Lars is 14 maanden oud en heeft koemelk-allergie. Om Lars voldoende eiwitten te laten eten, geeft zijn moeder hem gekookte insecten te eten.

In de tabel staan de voedingswaarden van verschillende insecten en van koemelk, per 100 gram of per 100 mL. Het vraagteken staat voor een groep energierijke voedingsstoffen.

eiwitten ? vetten (g) (g) (g) insecten keverlarven 20,8 12,0 2,0 sprinkhanen 14,3 3,3 2,2 rupsen 6,7 1,9 2,1

koemelk volle melk 3,3 4,5 3,4

Vraag 21 2 punten

Hoeveel gram sprinkhanen moet zijn moeder hem geven, zodat Lars evenveel eiwitten binnen krijgt als met een glas volle melk van 200 mL? Leg je antwoord uit met een berekening. Rond af op een heel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening: een glas volle melk bevat 2 x 3,3 = 6,6 gram eiwitten 6,6 : 14,3 x 100 = 46 gram sprinkhanen

Vraag 22 1 punt

In bovenstaande tabel met de voedingswaarden is de naam van een groep energierijke voedingsstoffen vervangen door een vraagteken. Welke naam moet bij het vraagteken worden ingevuld?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • koolhydraten (1)

Gedrag van een octopus

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 23 1 punt

Octopussen zijn inktvissen met acht armen. Als een octopus zich bedreigd voelt, bijvoorbeeld door een potvis, spuit hij een wolk donkere stof in het water. Is het spuiten van zo’n wolk donkere stof een prikkel voor de octopus of een respons van de octopus? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • een repons (van de octopus), met een uitleg waaruit blijkt dat de octopus reageert op de bedreiging (door een potvis) (1)

Vraag 24 2 punten

Biologen hebben de volgende twee typen voortplantingsgedrag van octopussen beschreven:

1 Bij de mannetjes bevinden de zaadcellen zich in zakjes in een van de armen. Een mannetje steekt deze arm in een holte bij een vrouwtje om de zaadcellen in haar lichaam te brengen.

2 Vrouwtjes bewaken hun eitjes tegen roofdieren. Ook spuiten ze er regelmatig vers water overheen, zodat er voldoende zuurstof is voor de ontwikkeling van de eitjes. Geef de namen van deze twee typen voortplantingsgedrag. Schrijf je antwoord zo op: type voortplantingsgedrag mannetjes: ....................................................... type voortplantingsgedrag vrouwtjes: .........................................................

Bekijk het antwoord
  • (type voortplantingsgedrag mannetjes:) paring(sgedrag) (1)
  • (type voortplantingsgedrag vrouwtjes:) broedzorg (1)

Placenta

In de afbeelding zie je een foetus. Via de placenta kan de foetus stoffen die uit zijn lichaam verwijderd moeten worden, aan het bloed van de zwangere vrouw afgeven. De vrouw scheidt die stoffen dan uit.

Vraag 25 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat dezelfde afbeelding. Kleur met een pen in die afbeelding alleen de placenta in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor de volledig ingekleurde placenta mag 1 scorepunt worden toegekend. Als ook de navelstreng ingekleurd is, geen scorepunt toekennen.

Vraag 26 1 punt

Noem een stof die afkomstig is van de foetus en die de zwangere vrouw uitscheidt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste stof: − koolstofdioxide − ureum − water (1)

Vraag 27 2 punten

Een zwangere vrouw drinkt alcohol. Deze alcohol komt via de placenta in de hersenen van haar foetus terecht. De alcohol gaat daarbij door vier orgaanstelsels. Op de uitwerkbijlage staan deze orgaanstelsels. Geef met de nummers 1 t/m 4 aan in welke volgorde de alcohol door deze orgaanstelsels gaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: volgorde bloedvatenstelsel van de foetus (3) bloedvatenstelsel van de zwangere vrouw (2) verteringsstelsel van de zwangere vrouw (1) zenuwstelsel van de foetus (4) indien vier nummers juist ingevuld (2) indien drie of twee nummers juist ingevuld (1) indien minder dan twee nummers juist ingevuld (0) (2)

Ontwikkeling van de zaadcellen

In een bepaald voortplantingsorgaan van de man ontstaan na meiose zaadcellen. De ontwikkeling van de zaadcellen wordt beïnvloed door hormonen die in een klier bij de hersenen worden gemaakt.

Vraag 28 1 punt

Geef de naam van de hormoonklier bij de hersenen die de werking van dit mannelijke voortplantingsorgaan beïnvloedt.

Bekijk het antwoord
  • hypofyse (1)

Vraag 29 1 punt

Ali en Anastasia praten over de ontwikkeling van de zaadcellen. Ali zegt dat de zaadcellen in de zaadblaasjes gemaakt worden. Anastasia zegt dat de cellen in de wand van een zaadblaasje twee keer zo veel chromosomen hebben als de zaadcellen. Wie heeft gelijk?

  1. A Geen van beiden heeft gelijk.
  2. B Alleen Ali heeft gelijk.
  3. C Alleen Anastasia heeft gelijk.
  4. D Ali en Anastasia hebben beiden gelijk.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 30 1 punt

Hoe groot is de kans dat een zaadcel in de bijbal een X-chromosoom bevat? En hoe groot is de kans dat een zaadcel in de bijbal een Y-chromosoom bevat? Schrijf je antwoord zo op: kans op een X-chromosoom: .................... kans op een Y-chromosoom: … .................

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist antwoord 1 scorepunt toekennen.

Jongen voeren

Honingzuigers zijn kleine vogels die voornamelijk van nectar leven. Met hun lange snavel en buisvormige tong zuigen ze de nectar uit een bloem. Als honingzuigers jongen hebben, vangen beide ouders insecten om de jongen te voeren.

Vraag 31 1 punt

Planten lokken honingzuigers met nectar. Leg uit welke functie dit heeft voor de plant.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat honingzuigers voor de bestuiving zorgen. (1)

Onderzoekers willen weten wat de invloed is op het lichaamsgewicht van de jongen als alleen het vrouwtje de jongen voert. Bij een aantal nesten vangen ze de mannetjes weg. Jongen die door beide ouders worden gevoerd, dienen als controlegroep. De overige omstandigheden zijn gelijk. De onderzoekers bepalen iedere dag het gewicht van de jongen uit de onderzochte nesten. De resultaten zetten ze in een lijndiagram (zie de afbeelding) uit.

gemiddeld 7 lichaamsgewicht 6 van de jongen (g) 5 4 3 2 1

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 leeftijd (dagen) Legenda: jongen verzorgd door beide ouders jongen verzorgd door alleen vrouwtjes

Vraag 32 1 punt

Schrijf een conclusie uit deze resultaten op die past bij de onderzoeksvraag.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste conclusie: − Als alleen de vrouwtjes voeren, is het gemiddelde lichaamsgewicht van de jongen lager (dan wanneer beide ouders voeren). − Als alleen de vrouwtjes voeren, heeft dat in de eerste drie dagen (na het uitkomen uit de eieren) geen invloed op het gemiddelde lichaamsgewicht / heeft dat pas na drie dagen invloed op het gemiddelde lichaamsgewicht. (1)

Botulisme

Botulisme is een ernstige voedselvergiftiging die ontstaat doordat bepaalde bacteriën in voedsel een giftige stof maken. Nadat iemand dit bedorven voedsel heeft gegeten, wordt de giftige stof in het bloed opgenomen. Deze stof verstoort de impulsgeleiding van de bewegingszenuwcellen. De overlevingskans van de bacteriën in voedsel is afhankelijk van de temperatuur en de aanwezigheid van zuurstof. Verhitting van het voedsel boven 80 °C doodt de bacteriën en maakt de giftige stof onwerkzaam.

Vraag 33 1 punt

De giftige stof wordt in de dunne darm in het bloed opgenomen. In welk orgaan komt deze stof daarna het eerst terecht?

  1. A in het hart
  2. B in de lever
  3. C in een long
  4. D in de maag
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

In de afbeelding zie je een uitloper van een bewegingszenuwcel.

Vraag 34 1 punt

In welke richting worden impulsen geleid in een bewegingszenuwcel?

  1. A alleen in richting P
  2. B alleen in richting Q
  3. C in richting P en in richting Q

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 35 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met twee factoren die de overlevingskans van de bacteriën beïnvloeden. Kruis voor elke factor aan of het een biotische of een abiotische factor is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Plasticafval in zee

Plasticafval komt regelmatig in zee terecht. Enkele gevolgen hiervan zijn:

1 Het plastic houdt licht tegen.

2 Plastic op de zeebodem verhindert dat er zuurstof in de bodem komt.

3 Vissen en zeevogels nemen plastic met het voedsel op.

4 Plastic geeft schadelijke stoffen af.

5 Microscopisch kleine plasticdeeltjes komen in eencellige plantjes en diertjes (plankton) terecht.

Vraag 36 1 punt

Gevolg 1 en gevolg 2 belemmeren twee stofwisselingsprocessen in organismen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met deze 2 gevolgen. Kruis bij elk gevolg aan welk stofwisselingsproces belemmerd wordt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 37 2 punten

Gevolg 5 leidt tot ophoping van plastic in een voedselketen. Plankton wordt gegeten door mosselen en zandspieringen. Zandspieringen zijn voedsel voor de Noordse stormvogel. Op de uitwerkbijlage staan deze organismen afgebeeld. Geef met drie pijlen de beschreven voedselrelaties tussen de organismen weer.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als meer dan drie pijlen getekend zijn, mag géén scorepunt toegekend worden.

Vraag 38 1 punt

De gezondheid van de Noordse stormvogel gaat achteruit als plastic zich ophoopt in zijn maag. Leg uit hoe plastic in de maag een vogel ziek kan maken.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste uitleg: − Plastic geeft schadelijke stoffen af. − Plastic beschadigt de maag. − Plastic belemmert de vertering. − Door plastic raakt de maag vol waardoor de vogel minder voedingsstoffen binnenkrijgt. (1)

Bloedonderzoek

Bij pasgeboren baby's wordt wat bloed afgenomen uit de hiel. Door dit bloed te onderzoeken kunnen bepaalde afwijkingen opgespoord worden, zoals AGS en CHT. AGS is een ziekte waarbij de bijnieren niet goed functioneren. Bij CHT werkt de schildklier niet goed. Beide ziekten kunnen met medicijnen behandeld worden.

Vraag 39 1 punt

Uit welke huidlaag kan bloed afgenomen worden?

  1. A uit de hoornlaag
  2. B uit de kiemlaag
  3. C uit de lederhuid
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

GT-0191-a-o

Vraag 40 2 punten

In de afbeelding is een aantal organen met een letter aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (bijnier: letter) S (1)
  • (schildklier: letter) Q (1)

P

Q

R S

T

Welke letter geeft een bijnier aan? En welke letter de schildklier? Schrijf je antwoord zo op: bijnier: letter …… ...................................... schildklier: letter .......................................

Vraag 41 1 punt

AGS wordt veroorzaakt door een recessief gen (a). Hoe groot is de kans dat een man met AGS en een homozygote vrouw zonder AGS een kind met AGS krijgen?

  1. A 0%
  2. B 25%
  3. C 50%
  4. D 75%
  5. E 100%
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Bloedtransfusie

Lotte heeft een bloedtransfusie nodig. De verpleegkundige bepaalt haar bloedgroep. Hij legt twee druppels van haar bloed op een glaasje. Aan de ene druppel voegt hij wat vloeistof met antistoffen tegen A (anti-A) toe, aan de andere druppel wat vloeistof met antistoffen tegen B (anti-B). In de afbeelding zie je het resultaat.

anti-A anti-B

Legenda: geen klontering

klontering

Vraag 42 2 punten

Op het moment van de bloedtransfusie heeft de verpleegkundige alleen rode bloedcellen met de volgende bloedgroepen ter beschikking:

  • bloedgroep A
  • bloedgroep AB
  • bloedgroep 0 Welke beschikbare rode bloedcellen kan de verpleegkundige aan Lotte geven? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

(rode bloedcellen van bloedgroep) 0 met een uitleg waaruit blijkt dat op rode bloedcellen van bloedgroep 0 geen (A- of B-)antigenen voorkomen / dat rode bloedcellen van bloedgroep 0 geen klontering in het lichaam van Lotte kunnen veroorzaken

Ziekte van Pfeiffer

De ziekte van Pfeiffer wordt veroorzaakt door het Epstein-Barr-virus. Dit virus kan met speeksel van besmette personen overgedragen worden. Ziekteverschijnselen zijn onder andere vermoeidheid, koorts en keelpijn. De meeste mensen zijn voor hun twintigste levensjaar al eens besmet geweest met het virus. Als kleine kinderen het virus oplopen, hebben ze meestal weinig ziekteverschijnselen.

Vraag 43 1 punt

Iemand die eenmaal besmet geweest is met het virus, is daarna immuun. Is deze immuniteit actief of passief ontstaan? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • actief, met een uitleg waaruit blijkt dat het lichaam (na infectie met de ziekteverwekker) zelf antistoffen heeft gemaakt (1)

Vraag 44 1 punt

De ziekte komt bij volwassenen bijna niet voor. Leg uit waardoor bij volwassenen de kans op de ziekte van Pfeiffer klein is.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de meeste volwassenen al immuun zijn (omdat ze voor hun twintigste besmet zijn geraakt). (1)

Vraag 45 1 punt

Als ouders weten dat een kind de ziekte van Pfeiffer heeft, kunnen ze maatregelen nemen om besmetting van andere kinderen te voorkomen. Noem zo’n maatregel.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste maatregelen: − handen laten wassen − speelgoed/bestek/tandenborstel goed schoonmaken − zakdoek voor mond en neus houden bij niezen/hoesten − niet kussen (1)

Apen

Mark heeft een stamboom gevonden die de afstamming van verschillende groepen apen volgens de evolutietheorie weergeeft.

Marmosets

Doodshoofdapen

Kapucijnapen

Brulapen

Bavianen Makaken Meerkatten Langurapen Colobusapen Gibbons Orang-oetans Gorilla’s Chimpansees Bonobo’s Mensen

38 35 30 25 20 15 10 5 miljoen jaar geleden

Vraag 46 1 punt

Hoeveel verschillende groepen apen kwamen er 5 miljoen jaar geleden voor volgens de gegevens in de stamboom?

Bekijk het antwoord
  • 13 (verschillende groepen apen) (1)

Vraag 47 1 punt

Mark bestudeert de stamboom en doet twee uitspraken. De uitspraken staan op de uitwerkbijlage. Kruis voor elke uitspraak aan of hij juist of onjuist is volgens de gegevens in de stamboom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 48 1 punt

Volgens de evolutietheorie is de ontwikkeling van de verschillende groepen apen lang geleden begonnen. Hebben bij deze ontwikkeling mutaties een rol gespeeld? En heeft natuurlijke selectie daarbij een rol gespeeld?

  1. A geen van beide
  2. B alleen mutaties
  3. C alleen natuurlijke selectie
  4. D mutaties en natuurlijke selectie
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Een animatiefilm

In een animatiefilm wordt het verhaal verteld van een luiaard die drie verlaten eieren mee naar huis neemt. Na enige tijd kruipen kleine dinosaurussen uit de eieren. Het eerste wat de jonge dinosaurussen zien als ze uit het ei kruipen, is de luiaard. Vanaf dat moment volgen de jonge dinosaurussen de luiaard alsof hij hun moeder is. Ze worden door hem opgevoed en komen niet in contact met andere dinosaurussen.

Vraag 49 1 punt

In de film hebben de jonge dinosaurussen, direct nadat ze uit het ei kwamen, geleerd dat de luiaard hun moeder is. Dit verschijnsel komt ook in de natuur voor. Hoe wordt die vorm van leren genoemd?

  1. A conditionering
  2. B gewenning
  3. C inprenting
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 50 1 punt

Een luiaard is een planteneter. In de film eten de jonge dinosaurussen echter niet van de planten die de luiaard ze geeft. In plaats daarvan jagen ze op dieren. Is het voedingsgedrag van de jonge dinosaurussen erfelijk of aangeleerd? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • erfelijk, met een uitleg waaruit blijkt dat ze dit (voedingsgedrag) niet van de luiaard/soortgenoten geleerd hebben (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0191-a-22-3-o

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (7), planten en fotosynthese (6) en voortplanting (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0191-a-22-3-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.