Eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Oogpracticum, De erwtenplant, Werkstuk keizerspinguïn, Groente uit zee, Meerlingen, Het oor van de kat, Osteogenesis imperfecta, De giraffe, Chlamydia bij schapen, Maagverkleining, Kamerplanten, Razendsnelle evolutie, Een nieuw hart, Onbeschermde seks.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), voeding en vertering (8) en zenuwstelsel en hormonen (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voortplanting5, 15-16, 29-30, 48-508
Voeding en vertering11-12, 14, 21-22, 33, 35-368
Zenuwstelsel en hormonen1-3, 18-20, 347
Planten en fotosynthese6, 13, 38-405
Erfelijkheid17, 23-24, 41-425
Afweer31-32, 37, 474
Gedrag7, 25-263
Ecologie8, 27-283
Bloedsomloop44-463
Evolutie10, 432
Cellen41
Ademhaling91

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Oogpracticum

Bas en Kaya doen tijdens de biologieles een practicum over de bouw van het oog. Ze hebben de opdracht gekregen om het oog van een schaap te ontleden. Ze bekijken eerst de buitenkant van het oog en maken een schematische tekening, die je hieronder ziet. Het deel waarvan ze de naam niet weten, is aangegeven met een vraagteken.

Vraag 1 1 punt

Noteer de naam van het buitenste, witte deel van het oog dat is aangegeven met het vraagteken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Aan het antwoord ‘oogwit’ geen scorepunt toekennen.

Vraag 2 1 punt

Het valt Bas en Kaya op dat de pupil van het schapenoog heel groot is. Ze praten over de werking van de pupilreflex. Bas zegt dat de kringspieren in de iris ontspannen zijn als een pupil groot is. Kaya zegt dat een pupil in het donker groter wordt. Wie heeft gelijk?

  1. A geen van beiden
  2. B alleen Bas
  3. C alleen Kaya
  4. D zowel Bas als Kaya

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 3 1 punt

Bas en Kaya snijden het oog open en halen de lens eruit. Bas houdt de lens dicht bij een krant. Hij kan door de lens de letters scherp zien. Nu beweegt hij de lens wat verder van de krant af. Om het beeld scherp te houden, zou de vorm van de lens moeten veranderen. Moet de lens uit het schapenoog dan boller of platter worden? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De lens moet platter worden, met een uitleg waaruit blijkt dat de afstand tot de krant groter wordt. (1)

De erwtenplant

Tijdens de biologieles onderzoeken leerlingen verschillende delen van een erwtenplant. Ze bekijken de cellen van het blad.

Vraag 4 1 punt

De leerlingen maken een preparaat van het blad van de erwtenplant en bekijken dit onder de microscoop. In de tabel op de uitwerkbijlage staan delen die bij cellen aanwezig kunnen zijn. Kruis bij elk deel aan of het wel of niet in het preparaat van de cellen van het blad aanwezig is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Vraag 5 1 punt

De cellen in het blad van de erwtenplant hebben 14 chromosomen. De geslachtscellen van de erwtenplant ontstaan door een bepaalde celdeling en hebben daardoor een ander aantal chromosomen. Wat is de naam van de celdeling waarbij de geslachtscellen ontstaan? En hoeveel chromosomen heeft een geslachtscel van een erwtenplant?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

celdeling waarbij de aantal chromosomen in de geslachtscellen ontstaan geslachtscel

A meiose 7

B meiose 28

C mitose 7

D mitose 28

Vraag 6 1 punt

De erwtenplant maakt eiwitrijke zaden. Om deze eiwitten te maken, heeft de plant mineralen nodig. Nadat de plant de mineralen heeft opgenomen, worden ze vervoerd naar de vruchtbeginsels van de plant. Worden de mineralen opgenomen door de huidmondjes of door de wortelharen? En worden ze vervoerd door de houtvaten of door de bastvaten?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Werkstuk keizerspinguïn

Jort maakt voor het vak biologie een werkstuk over de keizerspinguïn. Keizerspinguïns zijn grote vogels die leven op de Zuidpool. Over hun voortplantingsgedrag schrijft hij de volgende zinnen op:

1 Het mannetje duwt zijn snavel op zijn borst en maakt een geluid, waarna het vrouwtje naar hem toe loopt.

2 Het mannetje en het vrouwtje strekken hun nek naar boven en kijken elkaar een tijdje aan.

3 Het mannetje en het vrouwtje paren met elkaar.

4 Het vrouwtje legt één ei en gaat daarna naar zee om zich te voeden.

5 Het mannetje houdt het ei op zijn voeten onder een huidplooi warm.

6 Als het kuiken uit het ei gekomen is, bedelt het met gepiep om eten en wordt het gevoed door het mannetje.

7 Na twee maanden keert het vrouwtje terug en gaat het mannetje naar zee om zich te voeden.

Vraag 7 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met twee typen voortplantingsgedrag die passen bij vier zinnen uit de tekst. Noteer bij elk type voortplantingsgedrag de nummers van twee zinnen die erbij horen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: beschreven in de zinnen baltsgedrag 1, 2 broedzorg 5, 6 per juist ingevulde regel (1) (2)

Jort leest de volgende informatie: Keizerspinguïns eten krill en inktvis. Krill bestaat uit garnaalachtige diertjes die leven van plantaardig plankton. De keizerspinguïn jaagt op inktvis en is soms zelf de prooi van orka’s.

Hieronder zie je het voedselweb dat Jort heeft gemaakt. Bij de nummers 1, 2 en 3 moet hij de namen van drie organismen nog invullen.

Vraag 8 2 punten

In het voedselweb ontbreken nog drie organismen. Welke organismen uit de tekst moeten bij de nummers 1, 2 en 3 in het voedselweb staan? Schrijf je antwoord zo op: 1: ....................................................... 2: ....................................................... 3: .......................................................

Bekijk het antwoord
  • 1: (plantaardig) plankton 2: inktvis 3: orka indien drie nummers juist (2) indien twee nummers juist (1) indien minder dan twee nummers juist (0) (2)

Vraag 9 1 punt

In het ijskoude water kunnen de keizerspinguïns een half uur op grote diepte jagen. Daarna moeten ze naar boven komen om adem te halen. Noteer de naam van het orgaan van de keizerspinguïn waarin de gaswisseling plaatsvindt.

Bekijk het antwoord
  • long(en) (1)

Vraag 10 1 punt

Jort schrijft in zijn werkstuk dat er ook andere soorten pinguïns zijn. Hij kopieert een stamboom van internet en plakt die in zijn werkstuk. Je ziet deze stamboom hieronder.

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Groente uit zee

Sushi kan bestaan uit rijst met vis en groenten, omwikkeld met zeewier. Milan en Sem maken tien sushirolletjes. De ingrediënten die ze hiervoor gebruiken zijn:

  • avocado
  • gekookte rijst
  • zalm
  • zeewier

In de tabel hieronder staat informatie over de voedingswaarde van de ingrediënten die ze gebruiken.

voedingswaarde per 100 gram

energie- eiwit vet voedings- water mineraal waarde (g) (g) vezels (g) kalium (kJ) (g) (mg) avocado 816 1,9 19,5 4,3 72,5 377 gekookte

620 3,2 0,3 0,7 63,4 25 rijst zalm 785 21,8 11,0 0,0 62,6 489 zeewier 1060 31,5 1,5 36,3 6,5 1730

Vraag 11 1 punt

In de tabel ontbreken de gegevens van een groep voedingsstoffen die als brandstof kan dienen. Welke groep voedingsstoffen ontbreekt in de tabel?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • koolhydraten (1)

Vraag 12 1 punt

Over de voedingsvezels die in de tabel staan, doen Milan en Sem elk een uitspraak: Milan zegt dat voedingsvezels volledig worden verteerd en opgenomen in het bloed. Sem zegt dat voedingsvezels zorgen voor een goede darmperistaltiek. Wie heeft gelijk?

  1. A geen van beiden
  2. B alleen Milan
  3. C alleen Sem
  4. D zowel Milan als Sem

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 13 1 punt

In de tabel staan voedingsstoffen waaruit zeewier bestaat. Welke van deze voedingsstoffen worden door de zeewierplanten opgenomen uit de zee?

  1. A eiwitten en mineralen
  2. B eiwitten en water
  3. C mineralen en water

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 14 1 punt

Milan en Sem hebben de sushirolletjes opgegeten. Waar worden de meeste verteerde voedingsstoffen uit de sushi opgenomen in het bloed?

  1. A in de maag
  2. B in de dunne darm
  3. C in de dikke darm
  4. D in de endeldarm

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Meerlingen

In Nederland vinden elk jaar ongeveer 200.000 geboortes plaats. Bij 2140 van die geboortes wordt een meerling (twee of meer baby’s tegelijk) geboren.

Vraag 15 1 punt

Wat is de kans op een geboorte van een meerling in Nederland?

  1. A 1%
  2. B 4%
  3. C 9%
  4. D 11%
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Er zijn genen die de kans op een meerling vergroten. Zo is er een gen dat ervoor zorgt dat de hypofyse meer van het hormoon FSH produceert. Dit hormoon stimuleert de rijping van eicellen. Ook is er een gen dat ervoor zorgt dat het orgaan waarin de eicellen rijpen, sterker reageert op het hormoon FSH.

Vraag 16 1 punt

Noteer de naam van het orgaan waarin de eicel rijpt.

Bekijk het antwoord
  • eierstok(ken) (1)

Vraag 17 1 punt

Leg uit dat een vrouw die draagster is van deze twee genen een grotere kans op een twee-eiige tweeling heeft.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat een twee-eiige tweeling ontstaat doordat er meerdere eicellen rijpen. (1)

Het oor van de kat

Doofheid komt bij witte katten vaker voor dan bij gekleurde katten. In de afbeelding is het gehoororgaan van een kat schematisch weergegeven met daarin de delen P tot en met S.

Vraag 18 1 punt

Welke letter geeft het deel aan dat zintuigcellen bevat voor geluiden?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 19 1 punt

In welk deel van het centraal zenuwstelsel vindt bewuste waarneming van geluid plaats?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de kleine hersenen
  3. C in de hersenstam

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 20 1 punt

Met een gehoortest kan een onderzoeker bepalen of een kat doof is. De kat wordt onder narcose gebracht en er worden elektroden aangebracht op de kop van de kat. De kat krijgt via oordopjes geluiden afgespeeld. Als de kat de geluiden waarneemt, gaat op het computerscherm de lijn omhoog en omlaag. Op het scherm in de afbeelding zie je de resultaten van de gehoortest van een witte kat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Osteogenesis imperfecta

Osteogenesis imperfecta (OI) is een zeldzame erfelijke aandoening, veroorzaakt door een dominant gen. Bij OI komen ook gebitsafwijkingen voor. Het tandbeen is dan minder sterk en het tandglazuur slijt sneller. Als er gaatjes ontstaan, zijn deze moeilijk te behandelen omdat de tanden en kiezen erg breekbaar zijn.

Vraag 21 2 punten

In de afbeelding zie je schematisch een doorsnede van een kies. Hierin zijn delen aangegeven met P tot en met S.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • tandbeen: Q (1)
  • tandglazuur: P (1)

Met welke letter is het tandbeen aangegeven? En met welke letter is het tandglazuur aangegeven? Schrijf je antwoord zo op: tandbeen: ...................................................................................................... tandglazuur: ..................................................................................................

Vraag 22 1 punt

Voor mensen met OI is een goede verzorging van het gebit, door tandenpoetsen en flossen, extra belangrijk. Ook moeten ze vaker naar de tandarts voor een gebitscontrole. Noteer nog een andere maatregel om gaatjes te voorkomen.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − niet snoepen − geen frisdrank met suiker drinken − geen zure dranken drinken − een fluorbehandeling (1)

Vraag 23 2 punten

Melisa heeft OI en is heterozygoot voor deze eigenschap. Henk heeft de aandoening niet. Ze krijgen samen een baby.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juist ingevulde tabel en de juiste conclusie:

genotype zaadcellen

a a genotype eicellen

Op de uitwerkbijlage staat een kruisingsschema. Vul het kruisingsschema in. Bepaal de kans dat hun baby OI heeft.

Vraag 24 1 punt

Henk en Melisa willen graag met zekerheid laten vaststellen of de foetus OI heeft. Leg uit dat echoscopie daarvoor geen geschikt onderzoek is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat bij dit onderzoek niet naar het DNA / de chromosomen / de genen gekeken wordt. (1)

De giraffe

In de paringstijd kunnen mannelijke giraffen achterhalen of het vrouwtje bereid is om te paren, door te ruiken aan de urine van het vrouwtje. Ondanks hun extreem lange nek kunnen ze niet helemaal naar de grond buigen om daar aan de urine te snuffelen. De mannetjes proberen de vrouwtjes te laten plassen door zachtjes hun achterwerk aan te raken terwijl ze ruiken. Als zij dan plast en hij een bepaalde geurstof ruikt dan weet hij dat ze paringsbereid is.

Vraag 25 1 punt

Noteer uit de informatie een uitwendige prikkel voor het vrouwtje en haar bijbehorende respons. Schrijf je antwoord zo op: prikkel: .......................................................................................................... respons: ........................................................................................................

Bekijk het antwoord
  • prikkel: de aanraking van het achterwerk respons: plassen (1)

Vraag 26 1 punt

In de afbeelding zie je de ligging van het orgaan van Jacobson. Tijdens het snuffelen aan de urine ademen mannelijke giraffen de lucht met de geurstoffen in. Deze lucht gaat langs het orgaan van Jacobson. De functie van dit orgaan is vergelijkbaar met het reukzintuig van de mens.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Welke zenuwcellen geleiden de impulsen van het orgaan van Jacobson naar het centraal zenuwstelsel?

A bewegingszenuwcellen

B gevoelszenuwcellen

C schakelcellen

Giraffen zijn planteneters. Zelf zijn de giraffen prooidieren voor hyena’s en leeuwen. Een gezonde giraffe loopt het meeste gevaar aangevallen te worden tijdens het drinken en tijdens de momenten dat het mannetje probeert een vrouwtje te laten plassen.

Vraag 27 1 punt

Is de giraffe een consument of een producent? En heeft de giraffe knobbelkiezen of plooikiezen?

  1. A een consument met knobbelkiezen
  2. B een consument met plooikiezen
  3. C een producent met knobbelkiezen
  4. D een producent met plooikiezen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 28 1 punt

De leeuw is een natuurlijke vijand van de giraffe. Leg uit dat het voor een mannelijke giraffe gevaarlijk is als hij moet buigen richting het achterwerk van een vrouwtje.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − De (mannelijke) giraffe ziet roofdieren minder snel. − De (mannelijke) giraffe kan minder snel vluchten. (1)

Chlamydia bij schapen

Schapen kunnen besmet raken met de chlamydia-bacterie. Wanneer een zwanger schaap voor het eerst besmet raakt, kunnen de placenta en vruchtvliezen aangetast worden. Hierdoor kunnen haar lammetjes te vroeg of dood geboren worden. Het eerste jaar dat er een chlamydia- uitbraak in een kudde is, kunnen zwangere schapen van alle leeftijden daar last van hebben. In de volgende jaren zijn het vooral dieren die voor de eerste keer lammetjes krijgen. Met bloedonderzoek is aan te tonen of een schaap de infectie heeft. Als dit zo is, kunnen andere schapen van de kudde nog vóór hun eerste bevruchting gevaccineerd worden.

Vraag 29 1 punt

Noteer een functie van de placenta.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer enkel ‘bescherming’ genoemd wordt, geen scorepunt toekennen.

Vraag 30 1 punt

Tijdens welke fase van de bevalling verlaat de placenta de baarmoeder?

  1. A tijdens de indaling
  2. B tijdens de ontsluiting
  3. C tijdens de uitdrijving
  4. D tijdens de nageboorte
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 31 2 punten

Schapen kunnen immuun worden voor chlamydia als ze een infectie met de chlamydia-bacterie hebben doorgemaakt of als ze gevaccineerd zijn tegen chlamydia. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met deze twee manieren waarop een schaap immuun kan worden voor de chlamydia-bacterie. Kruis bij elke manier aan welke vorm van immuniteit hierbij past.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: kunstmatig kunstmatig natuurlijk natuurlijk actief passief actief passief na infectie X na vaccinatie X per kruisje (1) (2)

Vraag 32 1 punt

Onderzoekers hebben regelmatig de hoeveelheid antistoffen in het bloed van twee schapen, P en Q, bepaald. De schapen zijn even groot. Op tijdstip 0 vindt er bij beide schapen een chlamydia-besmetting plaats. De gemeten hoeveelheden antistoffen zijn weergegeven in het diagram hieronder.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste verklaring: − Schaap P is eerder al gevaccineerd. − Schaap P heeft de ziekte al een keer doorgemaakt. (1)

Maagverkleining

Diana heeft ernstig overgewicht en krijgt daarom een maagverkleining. Door de maagverkleining krijgt ze sneller een vol gevoel. Ook neemt het hongergevoel af, doordat de maag minder ‘hongerhormoon’ maakt. In de afbeelding zie je de situatie voor en na een maagverkleining.

Bij deze operatie wordt van een klein deel van de maag een maagzakje gemaakt. De dunne darm wordt doorgesneden en aan dit maagzakje vastgemaakt. Het maagzakje heeft geen maagportier. De rest van de maag (restmaag) wordt aan de bovenzijde dichtgenaaid en produceert nog verteringssappen. De twaalfvingerige darm wordt weer verbonden met de dunne darm. Door de operatie is de dunne darm korter dan normaal.

Vraag 33 1 punt

Het maagzakje heeft geen maagportier waardoor het voedsel maar kort in het maagzakje blijft. Leg uit dat het voedsel hierdoor uiteindelijk minder goed wordt verteerd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de vertering niet goed verloopt doordat de voedselbrij onvoldoende wordt gemengd met maagsap/verteringssap. (1)

Vraag 34 1 punt

Het ‘hongerhormoon’ wordt vanuit de maag naar de hersenen vervoerd via het bloed. Door welk deel van het bloed wordt dit hormoon vervoerd?

  1. A door de bloedplaatjes
  2. B door de rode bloedcellen
  3. C door de witte bloedcellen
  4. D door het bloedplasma

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Na de maagverkleining moet Diana levenslang vitaminepillen innemen om te compenseren voor een vitaminetekort. Ook is er kans op galstenen na de maagverkleining. Galstenen ontstaan als gal indikt en versteent.

Vraag 35 1 punt

Leg uit waardoor er bij Diana na de maagverkleining een vitaminetekort kan ontstaan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat er minder vitaminen kunnen worden opgenomen uit de voeding. (1)

Vraag 36 1 punt

Welk van de volgende uitspraken over gal is juist?

  1. A Gal bevat verteringsenzymen.
  2. B Gal emulgeert vetten.
  3. C Gal wordt door de galblaas gemaakt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 37 2 punten

Diana heeft ook een groter risico op een voedselinfectie. Leg uit waardoor het risico op een voedselinfectie na de maagverkleining groter is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • geen/minder maagzuur wordt toegevoegd aan de voedselbrij, (1)
  • waardoor er minder bacteriën/ziekteverwekkers worden gedood. (1)

Kamerplanten

Veel mensen in Nederland hebben kamerplanten in huis staan. De Calathea is hier een voorbeeld van. De Calathea komt oorspronkelijk uit het tropische regenwoud van Venezuela. Het klimaat is daar het hele jaar grotendeels hetzelfde, met een constante temperatuur van boven de 20°C.

Vraag 38 1 punt

In het tropische regenwoud leeft de Calathea in de schaduw op de bodem van een dichtbegroeid bos. Met welke abiotische factor moet je volgens de informatie rekening houden wanneer je de Calathea in de woonkamer zet?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste abiotische factor: − (hoeveelheid zon)licht − schaduw − temperatuur (1)

Vraag 39 1 punt

Kamerplanten staan vaak in een pot met daarin potgrond. Potgrond is een mengsel van compost en kunstmest. Compost bestaat vooral uit halfverteerd plantaardig materiaal. Leg uit dat het voor de groei van planten in je woonkamer goed is om de potgrond minimaal één keer per jaar te vernieuwen.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de plant voedingsstoffen uit de potgrond haalt / dat de voedingsstoffen opraken. (1)

Vraag 40 1 punt

In de Calathea vinden stofwisselingsprocessen plaats, zoals fotosynthese en verbranding. Welk van de genoemde processen vindt bij de Calathea in het donker plaats en welke stof wordt daarbij uitgescheiden via de bladeren?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Razendsnelle evolutie

Afrikaanse olifanten hebben slagtanden. In Mozambique werden in een bepaalde periode veel olifanten door stropers gedood om hun slagtanden. Kort na die periode is de populatie olifanten veranderd door een grote toename van slagtandloze vrouwtjes. Onderzoekers hebben een mutatie ontdekt die ervoor zorgt dat de slagtanden zich niet ontwikkelen. Dit gemuteerde gen ligt op een geslachtschromosoom en wordt van moeder op dochter doorgegeven. Wanneer dit gen wordt doorgegeven aan een zoon ontstaat er een miskraam.

Vraag 41 1 punt

In de afbeelding zie je twee paar geslachtschromosomen zoals die bij olifanten kunnen voorkomen. Bij de olifant wordt het geslacht op dezelfde manier bepaald als bij de mens.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Q, met een antwoord waaruit blijkt dat dit de geslachtschromosomen van een vrouwtje zijn. (1)

Welk van de paren geslachtschromosomen P en Q is van een olifant zonder slagtanden? Leg je antwoord uit.

Vraag 42 1 punt

In welke cellen van een olifant zonder slagtanden komt het gemuteerde gen voor?

  1. A alleen in de cellen van slagtanden
  2. B alleen in de geslachtscellen
  3. C in alle lichaamscellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 43 2 punten

Een gedeelte van de olifantenpopulatie met slagtanden is afgenomen. Het deel zonder slagtanden neemt juist toe. Dit kan het gevolg zijn van natuurlijke selectie. Leg uit hoe door natuurlijke selectie het aandeel olifanten zonder slagtanden toeneemt.

Bekijk het antwoord
  • olifanten zonder slagtanden een (selectie)voordeel hebben, / olifanten met slagtanden (door stropers) worden gedood, (1)
  • waardoor olifanten zonder slagtanden zich meer zullen voortplanten. (1)

Een nieuw hart

Bij mensen met hartfalen pompt het hart minder goed. Sommige mensen met hartfalen komen in aanmerking voor een donorhart, maar de wachtlijst is erg lang. Voor deze mensen kan een steunhart dan een tijdelijke oplossing zijn. Een steunhart bestaat uit een pomp die wordt aangesloten op het eigen hart. Het steunhart pompt een deel van het bloed naar de grote bloedsomloop. Het eigen hart blijft zelf ook nog pompen, maar hoeft minder hard te werken.

Vraag 44 2 punten

In de afbeelding zie je hoe het steunhart op het eigen hart is aangesloten. Op welke hartruimte is de instroomopening van het steunhart aangesloten? En op welk bloedvat is de uitstroomopening aangesloten? Schrijf je antwoord zo op: instroomopening: .......................................................................................... uitstroomopening: .........................................................................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • instroomopening: linkerkamer (1)
  • uitstroomopening: aorta (1)

Vraag 45 2 punten

Om wachtlijsten voor donororganen te verkorten, is in 2018 de donorwet ingevoerd. Hierbij kunnen mensen de keuze registreren om geen donor te willen zijn na hun overlijden. In 2018 waren er 6,5 miljoen mensen geregistreerd. In 2020 waren er 9 miljoen mensen geregistreerd. In het staafdiagram kun je aflezen welke keuze er gemaakt werd door de geregistreerde mensen in 2018 en in 2020.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juist antwoord: 2018: 58 × 6,5 miljoen / 100% = 3,8 miljoen donoren 2020: 53 × 9 miljoen / 100% = 4,8 miljoen donoren Het zijn er dus meer in 2020.

Zijn er in 2020 meer of minder geregistreerde mensen beschikbaar als donor dan in 2018? Leg je antwoord uit met een berekening.

Vraag 46 1 punt

Wanneer een donorhart beschikbaar komt, wordt gekeken of de bloedgroep van de donor past bij de bloedgroep van de ontvanger van het hart. Op de uitwerkbijlage staan uitspraken over bloedgroepen. Kruis bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel het scorepunt toekennen.

Vraag 47 1 punt

Mensen die een nieuw hart hebben gekregen, moeten de rest van hun leven medicijnen slikken om afstoting van het nieuwe hart tegen te gaan. Leg uit dat mensen die deze medicijnen slikken vatbaarder worden voor infecties.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat (door deze medicijnen te slikken) minder antistoffen (tegen ziekteverwekkers) worden gemaakt / dat de witte bloedcellen worden onderdrukt / dat het afweersysteem wordt verzwakt. (1)

Onbeschermde seks

Irma vertelt aan een vriendin dat ze de avond ervoor seks met haar vriend had zonder voorbehoedsmiddel. Ze hadden afgesproken dat hij zijn penis zou terugtrekken vóór zijn orgasme, maar Irma denkt dat dit niet helemaal goed gegaan is.

Vraag 48 1 punt

Bij een orgasme van een man verlaten zaadcellen de penis. Via welke genoemde organen verlaten de zaadcellen, in de juiste volgorde, het lichaam van de man?

  1. A urinebuis zaadleider
  2. B urineleider zaadleider
  3. C zaadleider urinebuis
  4. D zaadleider urineleider
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Irma wil niet zwanger worden. Op een voorlichtingssite leest ze de volgende informatie:

‘Wil je een zwangerschap voorkomen na onveilige seks? Er zijn twee mogelijkheden: een morning-afterpil slikken óf een koperspiraaltje laten plaatsen in je baarmoeder. De morning-afterpil is een pil die de eisprong uitstelt. Een koperspiraaltje voorkomt een zwangerschap. Tot vijf dagen na de onveilige seks kun je een koperspiraaltje laten plaatsen in je baarmoeder. Dat kan minstens vijf jaar blijven zitten. Een koperspiraaltje bevat geen hormonen. Het koperspiraaltje zorgt ervoor dat zaadcellen niet kunnen bewegen en dat het baarmoederslijmvlies verandert. De huisarts brengt het koperspiraaltje in.’

Vraag 49 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een schema met processen die kunnen plaatsvinden in het vrouwelijke voortplantingsorgaan. Kruis bij elk proces aan of dit wel of niet wordt verhinderd door een koperspiraaltje.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: wordt verhinderd door een koperspiraaltje wel niet bevruchting X eisprong X innesteling X indien drie kruisjes juist ingevuld (2) indien twee kruisjes juist ingevuld (1) indien minder dan twee kruisjes juist ingevuld (0) (2)

Vraag 50 1 punt

Irma heeft ervoor gekozen om de morning-afterpil te nemen. Twee weken later vertelt ze haar vriendin dat ze niet zwanger is. Ze heeft geen zwangerschapstest gedaan. Leg uit waaraan Irma gemerkt heeft dat ze niet zwanger is.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat Irma haar menstruatie heeft (gehad). (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Biologie 2025, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-25-2-o

Andere examens biologie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (8), voeding en vertering (8) en zenuwstelsel en hormonen (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0191-a-25-2-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.