Eindexamen economie havo 2018, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5.

Kort antwoord

Het centraal examen economie havo 2018, tijdvak 2 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over risico en verzekeren (5), inkomen en consumptie (5) en productie en kosten (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie havo 2018, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Risico en verzekeren13-175
Inkomen en consumptie18-225
Productie en kosten1, 3-54
Marktvormen2, 24-25, 274
Internationale handel7-104
Vraag en aanbod6, 262
Geld en inflatie111
Conjunctuur121
Overheid en belastingen231
Speltheorie281

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over inkomen en consumptie (18% van de vragen, gemiddeld 7%) en productie en kosten (14% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over overheid en belastingen (4% van de vragen, gemiddeld 20%) en arbeidsmarkt (0% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2018, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2018, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2018, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1

Brabantse nachten zijn lang … Voetbalvereniging Z8G uit de Brabantse Kempen viert binnenkort haar 60-jarig jubileum. De feestcommissie is van plan een spectaculaire Brabantse Avond te organiseren met een optreden van Guus Meeuwis als hoofdact. De locatie hiervoor is het sportpark en de naastgelegen weilanden die worden gehuurd. De penningmeester heeft een inschatting gemaakt van de opbrengsten en kosten (zie bron 1).

Vraag 1 2 punten

Geef een voorbeeld van vaste (constante) kosten van de Brabantse Avond en licht toe waarom deze kosten constant zijn.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • huur weilanden / podium / tent gage Guus Meeuwis (1)
  • deze kosten zijn onafhankelijk van het aantal verkochte toegangskaartjes (1)

Tijdens een vergadering van de feestcommissie wordt er gediscussieerd over de prijs van het toegangskaartje.

  • De voorzitter: “Mijn voorstel is om iedereen die lid is van onze vereniging een korting te geven op het toegangskaartje.”
  • De secretaris: “Ik stel voor de prijs vast te stellen op € 25, dan is er sprake van een break-even situatie.”
  • De locatiebeheerder: “Maar dan hebben we een capaciteitsprobleem. Ik stel voor de prijs zodanig vast te stellen dat de Brabantse Avond wordt uitverkocht, zonder vraagoverschot.”
  • De penningmeester: “Ik stel voor de winst te maximaliseren. Maar dan wordt de capaciteit van de locatie maar voor 87,5% benut.”

Gebruik de uitspraak van de voorzitter.

Vraag 2 2 punten

Geef twee voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om, zoals in het voorstel van de voorzitter, prijsdiscriminatie te kunnen toepassen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Er is sprake van gescheiden deelmarkten (want het lidmaatschap van de vereniging moet kunnen worden aangetoond) (1)
  • De (goedkopere) kaartjes kunnen niet worden doorverkocht aan niet- leden (1)

Gebruik de uitspraak van de secretaris en bron 1.

Vraag 3 2 punten

Toon aan met een berekening dat de verwachte totale constante kosten van de Brabantse Avond € 123.750 bedragen.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • bij P = € 25 geldt GO = GTK GTK = GVK + GCK € 25 = € 10 + GCK GCK = € 15 (1)
  • bij P = € 25 geldt Qv = 8.250 TCK = € 15 × 8.250 = € 123.750 (1)

Gebruik bron 1.

Vraag 4 2 punten

Bereken de winst van de Brabantse avond bij het voorstel van de locatiebeheerder.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • bij Q = 6.000 geldt (6.000 = −150P + 12.000 →) P = € 40 (1)
  • TW = TO − TK TO = € 40 × 6.000 = € 240.000 TK = (€ 10 × 6.000) + € 123.750 = € 183.750 TW = € 56.250 (1)

Gebruik bron 1.

Vraag 5 2 punten

Toon aan met een berekening dat de locatie bij het voorstel van de penningmeester maar voor 87,5% wordt benut.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: aantal verkochte kaartjes bij MO = MK (maximale totale winst): 5.250 (aflezen) huidige capaciteit van de locatie: 6.000 5.250 bezettingsgraad is × 100% = 87,5% 6.000 (2)

De voorzitter: “Wij hebben te maken met een tegenvaller. De verwachte vraag naar onze toegangskaartjes is bepaald vóórdat de datum van de finale van het Europees Kampioenschap (EK) voetbal bekend werd.” De voorzitter vervolgt zijn betoog.

Gebruik bron 1.

Vraag 6 3 punten

Maak van het verdere betoog van de voorzitter een economisch juiste redenering. “Nu blijkt dat de finale van het EK voetbal samenvalt met de Brabantse Avond zal de …(1)… voor de Brabantse Avond afnemen omdat de EK- finale een …(2)… goed is van onze Brabantse Avond. We moeten de vraagvergelijking dus aanpassen naar …(3)…. Dat betekent dat bij elke prijs het …(4)… surplus zal afnemen.” Kies uit: bij (1) betalingsbereidheid / inkomenselasticiteit bij (2) complementair / inferieur / substitutie bij (3) Qv = −150P + 11.000 / Qv = −150P + 13.000 bij (4) consumenten- / producenten- / totale

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • bij (1) betalingsbereidheid bij (2) substitutie bij (3) Qv = −150P + 11.000 bij (4) totale indien vier juist (3) indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien minder dan twee juist (0) (3)

Opgave 2

Het Britse pond crasht

uit een Nederlandse krant, 24 juni 2016: De Britse bevolking sprak zich gisteren tijdens het referendum uit voor een vertrek uit de Europese Unie (EU). Deze aankondiging van de Brexit leidde tot een koersdaling van het Britse pond als gevolg van het gedrag van beleggers. Verder heeft een aantal banken aangekondigd hun hoofdvestiging van Londen naar het Europese vasteland te gaan verplaatsen. De koersdaling van het Britse pond ten opzichte van de euro en de dollar heeft gevolgen voor de internationale handel van Groot Brittannië (GB). Er wordt bijvoorbeeld verwacht dat meer buitenlandse toeristen een weekend naar Londen zullen boeken. Daarnaast wordt verwacht dat de concurrentiepositie van onder meer Nederlandse agrariërs zal verslechteren, terwijl de concurrentiepositie van Britse agrariërs zal verbeteren. De koersdaling kan ook gevolgen hebben voor de inflatie in GB, die waarschijnlijk zal toenemen.

Vraag 7 2 punten

Leg uit dat door het gedrag van beleggers de Brexit kan leiden tot een koersdaling van het Britse pond.

Bekijk het antwoord
  • Beleggers verwachten dat de Brexit slecht is voor de Britse economie en dus voor hun beleggingen (1)
  • Zij kiezen een bestemming voor hun beleggingen buiten GB. Het aanbod van Britse ponden zal (bij gelijkblijvende of afnemende vraag) toenemen (ten opzichte van de euro en de dollar) waardoor de koers van het pond zal dalen (1)

Op basis van het krantenbericht kunnen drie mogelijke gevolgen van de Brexit worden verwacht:

1 Hoofdvestigingen van banken vertrekken uit Londen.

2 Meer buitenlandse toeristen komen naar Londen.

3 Export van Britse agrarische producten stijgt. Deze activiteiten worden geregistreerd op de betalingsbalans.

Vraag 8 3 punten

Geef aan voor elk van bovenstaande gevolgen:

  • of deze dan op de lopende rekening (LR) of op de kapitaalrekening (KR) van de betalingsbalans van GB wordt geregistreerd en
  • of het inkomsten of uitgaven betreft.
Bekijk het antwoord

Opmerking Deelscores steeds alleen toekennen als beide elementen juist zijn.

Een toerist uit Nederland en een toerist uit de Verenigde Staten (VS) zijn voor een stedentrip in Londen. Beiden wisselen op 24 juni 2016, na de uitslag van het referendum, hun eigen valuta om in Britse ponden.

Gebruik bron 1.

Vraag 9 2 punten

Toon aan met een berekening dat de toerist uit de VS het meeste financiële voordeel heeft van de koersdaling van het Britse pond.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor een andere juiste manier van tussentijds afronden ook scorepunten toekennen.

Volgens het krantenartikel zal door de koersdaling van het Britse pond de concurrentiepositie van Nederlandse agrariërs verslechteren.

Vraag 10 2 punten

Leg uit op welke twee manieren dat gebeurt.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Door de koersdaling van het Britse pond zijn Nederlandse agrarische producten duurder geworden op de Britse markt (1)
  • Door de koersdaling van het Britse pond zijn Britse agrarische producten goedkoper geworden op de EU-markt / Nederlandse markt / wereldmarkt (1)

Vraag 11 2 punten

Leg uit dat een koersdaling van het Britse pond kan leiden tot (een toename van de) inflatie in GB.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Door de koersdaling van het Britse pond kunnen Britse exportgoederen goedkoper worden op de EU-markt / Nederlandse markt / wereldmarkt (1p)
  • De vraag naar Britse exportgoederen kan toenemen en groter worden dan de productiecapaciteit, waardoor de prijzen van deze goederen kunnen stijgen. Deze prijsstijging kan doorwerken in het algemeen prijspeil van GB (1p)

De Bank of England (de Britse Centrale Bank) heeft naar aanleiding van de Brexit de prognoses van de Britse economische groei bijgesteld. De president van de Bank of England doet de volgende uitspraak: “Het rentetarief wordt verlaagd van 0,5% naar 0,25%, waardoor de economische groei zich zal herstellen.”

Vraag 12 2 punten

Leg uit op welke twee manieren een renteverlaging kan bijdragen aan herstel van de economische groei.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Per juiste manier en uitleg 1 scorepunt toekennen.

Opgave 3

Zorgeloos kiezen? Met de komst van de Zorgverzekeringswet (2006) is elke Nederlander wettelijk verplicht een basisverzekering af te sluiten bij een zorgverzekeraar. Elke zorgverzekeraar heeft een acceptatieplicht en mag dus niemand weigeren. De basisverzekering is verplicht gesteld om te voorkomen dat er averechtse selectie optreedt. Averechtse selectie kan ertoe leiden dat de premies gaan stijgen. Verder regelt de wet dat iedere verzekerde een eigen risico heeft, om moral hazard te beperken. Dit verplichte eigen risico kent een minimumbedrag, maar de verzekerde kan dit eigen risico wel verhogen in ruil voor een lagere premie.

Vraag 13 2 punten

Leg uit dat averechtse selectie tot een stijging van de premies kan leiden.

Bekijk het antwoord
  • De ‘goede’ risico’s / mensen met een laag risico op zorgkosten zouden zich niet verzekeren omdat zij de premie te hoog vinden / Alleen de ‘slechte’ risico’s / mensen met een hoog risico op zorgkosten zouden zich verzekeren (1)
  • De premie moet hierdoor (verder) stijgen om de schadelast / hoge kosten te kunnen dekken (1)

Vraag 14 1 punt

Leg uit dat een eigen risico moral hazard kan beperken.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Verzekerden kunnen zich minder risicovol gaan gedragen, omdat ze het eerste deel van de zorgkosten zelf moeten betalen. (1)

Bij zorgverzekeraar Personis is de hoogte van de maandpremie van de basisverzekering afhankelijk van twee factoren, namelijk:

  • de gekozen polis (zie bron 1A)
  • het gekozen eigen risico (zie bron 1B)

Gebruik bron 1A.

Vraag 15 2 punten

Verklaar dat de zorgverzekeraar de Zilverpolis goedkoper kan aanbieden dan de Platinapolis.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Bij de Zilverpolis laat de verzekerde de keuze van zorgverlening en apotheek over aan de zorgverzekeraar, waardoor deze de zorg efficiënter en goedkoper kan inkopen. (2)

Gebruik bron 1B.

Vraag 16 2 punten

Leg uit dat de keuzemogelijkheid voor een verhoogd eigen risico een manier is om asymmetrische informatie te beperken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Verzekerden met een lage kans op zorgkosten zullen eerder een verzekering kiezen met een hoog eigen risico / verzekerden met een hoge kans op zorgkosten zullen eerder een verzekering kiezen met een laag eigen risico (1)
  • zodat de verzekeraar inzicht krijgt in het risicoprofiel van de verzekerden (1)

Karin van Lier heeft afgelopen jaar bij zorgverzekeraar Personis een Platinapolis met het minimale eigen risico afgesloten (zie bron 2). Voor het komende jaar wil ze op haar jaarpremie besparen en is daarom bereid te veranderen van polis en van eigen risico. Het komende jaar:

  • vindt ze het niet meer noodzakelijk terecht te kunnen bij een zorgverlener in de buurt, maar wil ze wel graag haar medicijnen kunnen ophalen bij de plaatselijke apotheek.
  • heeft zij voldoende spaargeld om onverwachte zorgkosten op te vangen zodat ze kan kiezen voor het maximale eigen risico.

Gebruik bovenstaande tekst en bron 1A, 1B en 2.

Vraag 17 2 punten

Bereken of het bedrag dat Karin maximaal aan jaarpremie kan besparen, hoger of lager is dan de extra benodigde hoeveelheid spaargeld.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • besparing jaarpremie: (€ 120 − € 75) × 12 = € 540 (1)
  • extra benodigde hoeveelheid spaargeld (€ 875 − € 375 extra benodigde eigen risico): € 500 De besparing is dus hoger (1)

Opgave 4

Eilanden van verschil Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES- eilanden) zijn sinds 2010 bijzondere gemeentes van Nederland. Deze BES-eilanden hebben gezamenlijk circa 24.000 inwoners. Nuestra en Mateo, twee havoleerlingen van het Bonairecollege, onderzoeken of er verschillen in inkomensverdeling bestaan tussen de eilanden onderling en tussen de eilanden als geheel en ‘Europees’ Nederland. Op internet vinden Nuestra en Mateo de volgende gegevens:

  • een tabel met de secundaire-inkomensverhouding op Bonaire, Saba, St. Eustatius en ‘Europees’ Nederland (zie bron 1)
  • een Lorenzcurve van de secundaire-inkomensverdeling op Saba (zie bron 2)
  • een tabel met de secundaire-inkomensverdeling op Bonaire, Saba en St. Eustatius (zie bron 3)
  • een diagram met de verdeling van de huishoudens over de BES-eilanden (zie bron 4)

Vraag 18 2 punten

Maak de onderstaande tekst economisch correct. Inkomens die in een land worden verdiend met het ter beschikking stellen van productiefactoren worden …(1)… genoemd. Een voorbeeld daarvan is …(2)…. De optelsom van al deze inkomens vormt het bruto binnenlands product van een land, berekend via de …(3)… methode. Kies uit: bij (1) overdrachtsinkomens / primaire inkomens / secundaire inkomens bij (2) rente / subsidie / uitkering bij (3) objectieve / subjectieve

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50
Bron 2

CP tarief verlagen tarief handhaven tarief verlagen +5% ; +5% +10% ; −8% BP tarief handhaven −8% ; +10% 0% ; 0%

►►► ν

Bron 3

Saba (2011)

kwartiel* kwartiel kwartiel kwartiel

1 1 en 2 1, 2 en 3 1, 2, 3 en 4 Bonaire 6,0% 20,4% 45,6% 100% St. Eustatius 5,1% 19,2% 44,8% 100% Saba 5,5% … … 100% * De huishoudens zijn ingedeeld in vier kwartielen. Een kwartiel is een groep van 25%.

Bron 4

Saba 7%

Sint Eustatius 13%

totaal 7.300 huishoudens

Bonaire 80%

Opgave 5

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • bij (1) primaire inkomens bij (2) rente bij (3) subjectieve indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien minder dan twee juist (0) (2)

Gebruik bron 3.

Vraag 19 2 punten

Toon aan met een berekening dat de secundaire-inkomensverhouding van St. Eustatius 1 : 10,8 is.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50
Bron 2

CP tarief verlagen tarief handhaven tarief verlagen +5% ; +5% +10% ; −8% BP tarief handhaven −8% ; +10% 0% ; 0%

►►► ν

Bron 3

Saba (2011)

kwartiel* kwartiel kwartiel kwartiel

1 1 en 2 1, 2 en 3 1, 2, 3 en 4 Bonaire 6,0% 20,4% 45,6% 100% St. Eustatius 5,1% 19,2% 44,8% 100% Saba 5,5% … … 100% * De huishoudens zijn ingedeeld in vier kwartielen. Een kwartiel is een groep van 25%.

Bron 4

Saba 7%

Sint Eustatius 13%

totaal 7.300 huishoudens

Bonaire 80%

Opgave 5

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: 4 e kwartiel: (100% − 44,8%) = 55,2% 55,2% = een verhouding van 1 : 10,8 5,1% (2)

Gebruik bron 1 en 3.

Vraag 20 2 punten

Bereken het coördinaat van punt A in bron 2.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50
Bron 2

CP tarief verlagen tarief handhaven tarief verlagen +5% ; +5% +10% ; −8% BP tarief handhaven −8% ; +10% 0% ; 0%

►►► ν

Bron 3

Saba (2011)

kwartiel* kwartiel kwartiel kwartiel

1 1 en 2 1, 2 en 3 1, 2, 3 en 4 Bonaire 6,0% 20,4% 45,6% 100% St. Eustatius 5,1% 19,2% 44,8% 100% Saba 5,5% … … 100% * De huishoudens zijn ingedeeld in vier kwartielen. Een kwartiel is een groep van 25%.

Bron 4

Saba 7%

Sint Eustatius 13%

totaal 7.300 huishoudens

Bonaire 80%

Opgave 5

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • secundair inkomen van het 4 e kwartiel: 5,5 × 9,8 = 53,9% (1)
  • coördinaat (75 ; 46,1) (1)

Gebruik bron 1 en 2.

Vraag 21 2 punten

Zal de Lorenzcurve van de secundaire-inkomensverdeling van Bonaire links of rechts van de Lorenzcurve van Saba liggen? Licht je keuze toe.

Bron 2

CP tarief verlagen tarief handhaven tarief verlagen +5% ; +5% +10% ; −8% BP tarief handhaven −8% ; +10% 0% ; 0%

►►► ν

Bron 3

Saba (2011)

kwartiel* kwartiel kwartiel kwartiel

1 1 en 2 1, 2 en 3 1, 2, 3 en 4 Bonaire 6,0% 20,4% 45,6% 100% St. Eustatius 5,1% 19,2% 44,8% 100% Saba 5,5% … … 100% * De huishoudens zijn ingedeeld in vier kwartielen. Een kwartiel is een groep van 25%.

Bron 4

Saba 7%

Sint Eustatius 13%

totaal 7.300 huishoudens

Bonaire 80%

Opgave 5

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De secundaire-inkomensverhouding van Saba is 1 : 9,1 en de secundaire-inkomensverhouding van Bonaire is 1 : 9,8 (1)
  • Het inkomen in Bonaire is gelijker verdeeld en de Lorenzcurve van Bonaire ligt dus links van de Lorenzcurve van Saba (1)

Nuestra en Mateo willen het verschil in de secundaire- inkomensverhouding tussen de BES-eilanden gezamenlijk en ‘Europees’ Nederland bepalen. De secundaire-inkomensverhouding van ‘Europees’ Nederland hebben ze gevonden op internet. Deze is 1 : 6,7 (zie bron 1), die van de BES-eilanden gezamenlijk moeten ze nog uitrekenen. Mateo: “We gaan er daarbij van uit dat het inkomen per hoofd van de bevolking van de BES-eilanden gelijk is en de huishoudens even groot zijn.”

Gebruik bovenstaande tekst en bron 1 en 4.

Vraag 22 2 punten

Bereken de secundaire-inkomensverhouding van de BES-eilanden gezamenlijk.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als het ongewogen gemiddelde is berekend, geen scorepunten toekennen.

Nuestra en Mateo schrijven in hun profielwerkstuk als conclusie: “De verdeling van het secundaire inkomen op de BES-eilanden is schever dan die in ‘Europees’ Nederland door het verschil in belastingstelsels. ‘Europees’ Nederland heeft een progressief belastingstelsel, terwijl de BES-eilanden een proportioneel belastingstelsel hebben voor inkomens tot ruim een kwart miljoen US dollar.”

Vraag 23 2 punten

Leg de bovenstaande conclusie van Nuestra en Mateo uit. Betrek in je uitleg beide belastingstelsels.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Bij een progressief belastingstelsel (zoals in ‘Europees’ Nederland) geldt voor hogere inkomens een hoger belastingtarief dan voor lagere inkomens, waardoor de secundaire-inkomensverschillen kleiner worden (1)
  • Bij een proportioneel belastingstelsel (zoals in de BES-eilanden) geldt hetzelfde belastingtarief voor elke hoogte van het inkomen, waardoor de verschillen even groot blijven (1)

Opgave 5

Prijzenoorlog

uit een krant, februari 2017: Er is een parkeertarievenoorlog uitgebroken tussen de twee parkeergelegenheden bij vliegveld Aeroport. Vorige week opende prijsvechter Budget Parking (BP) de slagbomen van haar gloednieuwe parkeergelegenheid, een kilometer verwijderd van het vliegveld. Nog geen week later heeft BP haar parkeertarieven al verlaagd. Victor Valet, eigenaar van BP: “Bij ons leidt een prijsverlaging tot meer omzet. Onze parkeergelegenheid ligt iets verder van het vliegveld af dan die van onze concurrent Central Parking (CP), maar de consument let bij parkeren uitsluitend op de prijs en zal daarom massaal kiezen voor BP. En massa is kassa. Acht uur parkeren is bij BP bijna 80% goedkoper dan bij CP.” De woordvoerder van CP kondigt aan dat CP zal reageren met een tariefsverlaging.

Vraag 24 2 punten

Is er na toetreding van BP op de parkeermarkt rondom het vliegveld Aeroport sprake van monopolistische concurrentie of van oligopolie? Licht je keuze toe.

Bekijk het antwoord
  • oligopolie Een voorbeeld van een juiste toelichting is: Er is sprake van een beperkt aantal (twee) aanbieders. (2)

Vraag 25 2 punten

Zien consumenten, volgens Victor Valet, parkeren bij vliegveld Aeroport als een homogeen goed of als een heterogeen goed? Licht je keuze toe.

Bekijk het antwoord
  • homogeen goed Een voorbeeld van een juiste toelichting is: Volgens Victor Valet maakt de consument uitsluitend op basis van de prijs een afweging. (2)

Vraag 26 2 punten

Gaat Victor Valet uit van een prijselastische of prijsinelastische vraag naar parkeren bij hun parkeergelegenheid? Licht je keuze toe.

Bekijk het antwoord
  • Een prijsverlaging / tariefverlaging leidt volgens Victor Valet tot meer omzet (1)
  • Hij gaat er kennelijk van uit dat een prijsverlaging / tariefverlaging tot een meer dan evenredige stijging van de afzet leidt (1)

Gebruik bron 1.

Vraag 27 2 punten

Toon aan met een berekening dat acht uur parkeren bij BP inderdaad bijna 80% goedkoper is dan bij CP.

Bron 1

parkeertarieven BP CP

  • 20 minuten of een gedeelte
  • 20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,50; hiervan € 2;
  • maximale dagtarief € 10
  • maximale dagtarief € 50

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • tarief BP bij 8 uur: € 10 tarief CP bij 8 uur: (3 × € 2) × 8 uur = € 48 (1)
  • verschil: × 100% = −79,2% (1)

Op de lokale omroep wordt een econoom geïnterviewd over de werking van de prijzenoorlog.

  • De econoom: “Stel dat BP en CP de tariefsverlaging nog niet hebben ingevoerd en voor de eenmalige en gelijktijdige beslissing staan: wel of geen tariefsverlaging. Deze situatie heb ik in een schema gezet (bron 2) en zoals u ziet ….”
  • De interviewer: “Ja, ik zie het al. Er is hier sprake van een gevangenendilemma ….”

Gebruik bron 2.

Vraag 28 2 punten

Heeft de interviewer gelijk met zijn uitspraak over het gevangenendilemma? Licht je keuze toe.

Bron 2

CP tarief verlagen tarief handhaven tarief verlagen +5% ; +5% +10% ; −8% BP tarief handhaven −8% ; +10% 0% ; 0%

►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De interviewer heeft geen gelijk. Een voorbeeld van een juiste toelichting is: Tarief verlagen is voor beide partijen de dominante strategie en is tevens de optimale uitkomst. Beide partijen krijgen een hogere winst dan bij tarief handhaven dus er is geen sprake van een gevangenendilemma. (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2018, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-2/ha-1022-a-18-2-o

Andere examens economie havo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2018, tijdvak 2?

Het centraal examen economie havo 2018, tijdvak 2 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over risico en verzekeren (5), inkomen en consumptie (5) en productie en kosten (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2018, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2018, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-2/ha-1022-a-18-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie havo 2018, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.