Eindexamen economie havo 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Van drie naar twee schijven!, Opgave 2 Huisvuil ophalen kan goedkoper?, Opgave 3 Banken buiten spel?, Opgave 4 Het begrotingstekort daalt eindelijk, Opgave 5 Krimpflatie, Opgave 6 Inkt, het zwarte goud?.

Kort antwoord

Het centraal examen economie havo 2022, tijdvak 3 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (12), geld en inflatie (5) en risico en verzekeren (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie havo 2022, tijdvak 3. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen1-2, 4, 6-9, 14-1812
Geld en inflatie5, 10, 19-215
Risico en verzekeren11-133
Productie en kosten22, 25-263
Marktvormen27-282
Arbeidsmarkt31
Speltheorie231
Vraag en aanbod241

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over overheid en belastingen (43% van de vragen, gemiddeld 18%) en geld en inflatie (18% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over internationale handel (0% van de vragen, gemiddeld 8%) en vraag en aanbod (4% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Van drie naar twee schijven!

In 2020 is een nieuw belastingstelsel ingevoerd in Nederland. Het belangrijkste doel van de hervorming is om werken meer lonend te maken. Daarom is de belasting op arbeid verlaagd en de belasting op consumptie verhoogd. Het nieuwe stelsel bevat de volgende maatregelen:

1 Het aantal belastingschijven is teruggebracht van drie naar twee met aanpassing van de marginale belastingtarieven (zie bron 1).

2 Tegelijkertijd veranderde de hoogte van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting (zie bron 2).

3 De hypotheekrenteaftrek1) wordt verlaagd naar het tarief in de eerste schijf.

4 Het lage btw-tarief2) is verhoogd van 6 naar 9 procent. De overige btw- tarieven blijven ongewijzigd. noot 1 Hypotheekrenteaftrek is een aftrekpost voor de inkomstenbelasting: de betaalde hypotheekrente voor de eigen woning mag onder voorwaarden afgetrokken worden van het bruto-inkomen om het belastbaar inkomen te bepalen. noot 2 Het lage btw-tarief is het tarief dat geheven wordt op de eerste levensbehoeften en op arbeidsintensieve diensten zoals die van de kapper, schilder en fietsenmaker.

Gebruik de tekst en bron 1.

Vraag 1 3 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste redenering.

  • De inkomstenbelasting is een instrument om de …(1)... inkomens te herverdelen.
  • In het nieuwe stelsel …(2)… het marginale tarief van de lage inkomens tot en met € 20.142, …(3)… het marginale tarief van de hoge inkomens vanaf € 68.601, en …(4)… het marginale tarief van de middengroep.
  • De aanpassingen van de marginale tarieven hebben een …(5)… effect op de inkomensverdeling.
  • De maatregel om de hypotheekrenteaftrek te verlagen naar het tarief in de eerste schijf heeft een …(6)… effect op de inkomensverdeling.
  • In het nieuwe belastingstelsel …(7)… de indirecte belastingen. Kies uit: bij (1) primaire / secundaire bij (2) stijgt / daalt bij (3) stijgt / daalt bij (4) stijgt / daalt bij (5) denivellerend / nivellerend bij (6) denivellerend / nivellerend bij (7) stijgen / dalen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • (1) primaire (2) stijgt (3) daalt (4) daalt (5) denivellerend (6) nivellerend (7) stijgen indien zeven antwoorden juist (3) indien zes of vijf antwoorden juist (2) indien vier of drie antwoorden juist (1) indien minder dan drie antwoorden juist (0) (3)

Een medewerker van een politieke partij wil nagaan of de gemiddelde belastingdruk op arbeid bij werknemers in de middengroep inderdaad daalt onder het nieuwe inkomstenbelastingstelsel. De medewerker berekent dat bij een belastbaar inkomen uit arbeid van € 40.000 en zonder aftrekposten, de gemiddelde belastingdruk bij het oude belastingsysteem 27,9% was. te betalen belasting De gemiddelde belastingdruk = × 100% belastbaar inkomen

Gebruik bron 1 en 2.

Vraag 2 2 punten

Toon aan de hand van een berekening aan of bij een belastbaar inkomen uit arbeid van € 40.000 de gemiddelde belastingdruk onder het nieuwe belastingsysteem is gedaald.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • bij een belastbaar inkomen van € 40.000 hoort een belastingtarief van 36,93% Berekende belasting: 0,3693 x € 40.000 = € 14.772 Te betalen belasting = berekende belasting − heffingskortingen = € 14.772 – € 1.406 – € 2.857 = € 10.509 (1)
  • De gemiddelde belastingdruk = × 100% = belastbaar inkomen €10.509 × 100% = 26,3% €40.000 Dit is lager dan 27,9%, dus de gemiddelde belastingdruk is gedaald (1)

Uit de doorrekening van het nieuwe belastingstelsel door het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de maatregelen zorgen voor:

  • een gemiddelde stijging van het reëel arbeidsinkomen;
  • een stijging van de werkgelegenheid;
  • een daling van de werkloosheid.

Vraag 3 2 punten

Leg uit dat de vraag naar arbeid kan stijgen als gevolg van de invoering van het nieuwe belastingstelsel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het gemiddelde besteedbaar inkomen neemt toe, waardoor er lagere looneisen gesteld worden (ten behoeve van koopkrachtstijging) (1p)

Door de toegenomen vraag naar arbeid daalt de werkloosheid. Een econoom stelt: “De daling van de werkloosheid als gevolg van het nieuwe belastingstelsel is minder sterk dan de stijging van de werkgelegenheid.”

Vraag 4 2 punten

Leg de stelling van de econoom uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Mensen die werkloos zijn kunnen een andere opleiding / andere kwaliteiten hebben dan de gevraagde arbeid (er is sprake van kwalitatieve werkloosheid) (1p)
  • waardoor de toegenomen werkgelegenheid maar ten dele vervuld kan worden door mensen die werkloos zijn (en de daling van de werkloosheid dus minder sterk is dan de stijging van de werkgelegenheid) (1p)

Over de verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent ontstond direct veel discussie in de media. De koopkracht zou dalen als gevolg van toegenomen inflatie. Uit onderzoek van het CPB blijkt dat:

  • 20% van alle consumptieve bestedingen valt onder het huidige lage tarief van 6%;
  • 40% van alle consumptieve bestedingen valt onder het hoge tarief van 21%;
  • 40% van alle consumptieve bestedingen valt onder het tarief van 0%.

Vraag 5 2 punten

Bereken de inflatie die wordt veroorzaakt door de verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9%. Rond je antwoord af op een decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De nieuwe prijsindex van goederen onder het lage tarief is (prijs voor de tariefswijziging = 100): 109 × 100 = 102,83 106 De relatieve prijsstijging van deze goederen is 102,83%
    • 100% = 2,83% (1)
  • Poud = 100 109 Pnieuw : 0,2 × × 100 + (0, 4 + 0, 4) × 100 = 100,566 (1) 106
  • inflatie ≈ Pnieuw
    • Poud = 100,566
    • 100 = 0,5666 ≈ 0,6% (1)

Opgave 2 Huisvuil ophalen kan goedkoper?

De huisvuilophaaldienst van de gemeente Voordonk heeft een wettelijk monopolie op het ophalen van huisvuil bij de 2.500 huishoudens in de gemeente. De huisvuilophaaldienst slaagt er op dit moment niet in om kostendekkend te werken. De jaarlijkse kosten en opbrengsten van het ophalen van huisvuil door de dienst zijn:

Gemeentelijke heffing voor het € 300 per huishouden, ophalen van huisvuil per jaar Loonkosten twee werknemers 2 x € 40.000 = per jaar € 80.000 Afschrijving vrachtwagen € 50.000 per jaar Gemiddelde kosten voor € 130 per huishouden, brandstof, reiniging en onderhoud per jaar vrachtwagen Gemiddelde kosten voor de € 120 per huishouden, verwerking afval per jaar Administratieve kosten € 10 per huishouden, per jaar

Vraag 6 2 punten

Bereken het jaarlijkse financiële tekort van de huisvuilophaaldienst in de gemeente Voordonk.

Bekijk het antwoord
  • TK = TVK + TCK = 2.500 × (€130+€120 +€10) + € 130.000 = € 780.000 (1)
  • TO = Q × P = 2.500 × € 300 = € 750.000 tekort berekenen: TO − TK = € 750.000 − € 780.000 = − € 30.000 (1)

De wethouder van Milieuzaken stelt in de gemeenteraad voor om de huisvuilophaaldienst meer te automatiseren. Daarvoor moet aan de gemeentelijke vuilnisvrachtwagen een technische aanpassing worden aangebracht in de vorm van een automatische grijparm, en de chauffeur moet een speciale training volgen. De wethouder verwacht de volgende veranderingen in de kosten en opbrengsten:

  • De constante kosten nemen toe met € 20.000 per jaar voor de technische aanpassing aan de vrachtwagen en de training.
  • Na deze automatisering is nog maar één werknemer nodig om de huisvuilroute te rijden in plaats van twee.
  • De kans op gezondheidsklachten bij het personeel neemt af. De wethouder legt aan de gemeenteraad uit dat de kostenreductie, in combinatie met de verwachte groei van het aantal huishoudens, ertoe zal leiden dat de huisvuilophaaldienst kostendekkend kan gaan werken. De wethouder gaat ervan uit dat de overige kosten en opbrengsten hetzelfde blijven.

Vraag 7 3 punten

Met hoeveel huishoudens moet de gemeente groeien om kostendekkend te kunnen werken volgens het automatiseringsplan van de wethouder? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • verminderde loonkosten € 40.000 toegenomen investeringskosten € 20.000 (1)
  • break-evenpoint berekenen: TO=TVK+TCK € 300 × Q= € 260 × Q + € 110.000 € 40 × Q = € 110.000 Q=2.750 huishoudens (1)
  • De gemeente heeft 2.500 huishoudens, terwijl kostendekking bij 2.750 huishoudens behaald wordt. Met een groei van 250 huishoudens is dit gerealiseerd (1)

Tijdens een inspraakavond in de gemeente wordt verschillend gedacht over het plan van de wethouder. Mevrouw van Buren stelt dat de gemeente de investering uit moet stellen totdat het nieuwe systeem zich in andere gemeentes voldoende heeft bewezen, om zodoende te voorkomen dat de gemeente te maken krijgt met verzonken kosten. De heer Jastek stelt dat de afgenomen kans op gezondheidsklachten bij personeel leidt tot een daling van de negatieve externe effecten.

Vraag 8 2 punten

Leg de stelling van mevrouw van Buren uit.

Bekijk het antwoord
  • De scholing van de chauffeur van de vuilnisvrachtwagen is heel specifiek (1)
  • Indien het experiment mislukt kunnen de investeringskosten van deze scholing niet terugverdiend worden (1)

Vraag 9 2 punten

Leg de stelling van de heer Jastek uit.

Bekijk het antwoord
  • Door de verminderde kans op bedrijfsongevallen doen werknemers minder beroep op (publieke) voorzieningen zoals zorg / een arbeidsongeschiktheidsuitkering, oftewel (1)
  • kosten die (deels) door de samenleving betaald moeten worden en niet verdisconteerd zijn in de prijs voor het ophalen van huisvuil (1)

Opgave 3 Banken buiten spel?

Een van de oorzaken van de kredietcrisis in 2008 was dat banken te veel krediet verleenden in verhouding tot hun eigen vermogen. Daardoor hadden banken te weinig reserves om verliezen bij de kredietverlening op te vangen. Na de kredietcrisis stelde de toezichthouder, de Europese Centrale Bank (ECB), strengere eisen aan banken. Een van die eisen is de vermogenseis, die stelt dat banken tegenover elke euro verleend krediet tenminste 10 eurocent eigen vermogen op de balans moeten hebben.

Een bank heeft de volgende bezittingen en schulden op de balans (bedragen × € 1 miljoen): Bezittingen Schulden Verleende kredieten € 2.000 Eigen Vermogen € 150 Overige bezittingen € 1.000 Vreemd Vermogen € 2.850 € 3.000 € 3.000

Vraag 10 2 punten

Bereken met welk bedrag de kredietverlening moet afnemen om aan de vermogenseis te kunnen voldoen.

Bekijk het antwoord
  • Bij een eigen vermogen van € 150 miljoen, bedraagt de maximale toegestane kredietverlening € 150 m iljoen = € 1.500 m iljoen (1)
  • De kredietverlening moet met € 2.000 miljoen – € 1.500 miljoen = € 500 miljoen worden teruggebracht (om aan de vermogenseis te voldoen) (1)

Als gevolg van de strengere eisen neemt de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf (mkb) door banken sterk af. Omdat het mkb minder bij banken kan lenen, worden zogenaamde kredietunies opgericht. Bij een kredietunie verleent een ondernemer aan een andere ondernemer krediet, zonder tussenkomst van een bank. Hierbij is sprake van asymmetrische informatie.

Vraag 11 2 punten

Leg uit met behulp van een voorbeeld waarom asymmetrische informatie een probleem kan zijn voor ondernemers die geld willen uitlenen.

Bekijk het antwoord
  • De ondernemer die geld uitleent heeft minder informatie dan de ondernemer die geld leent over (bijvoorbeeld) hoge schulden (kredietwaardigheid) / groot verloop personeel (bedrijfsvoering) / grote schommelingen in grondstofprijzen (bedrijfsrisico’s) van de ondernemer die leent, (1)
  • dit is een probleem voor de ondernemer die geld uitleent omdat deze een (groter) risico loopt (dan zonder de informatieasymmetrie, bijvoorbeeld dat de rente / aflossing niet betaald wordt) (1)

Vraag 12 1 punt

Geef een voorbeeld van een manier waarop ondernemers die geld willen uitlenen, de asymmetrische informatie hierbij kunnen beperken.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − informatie opvragen over de kredietwaardigheid van de ondernemer die wil lenen − de boekhouding van de ondernemer die wil lenen controleren − voorwaarden stellen aan het verstrekken van informatie over de bedrijfsvoering / de bedrijfsrisico’s van de ondernemer die wil lenen (1)

Ondanks de opkomst van kredietunies hebben veel mkb-ondernemingen moeite om aan krediet te komen ter financiering van hun investeringen. De overheid wil stimuleren dat mkb-ondernemingen blijven investeren, en werkt daarom mee aan de oprichting van een investeringsfonds voor het mkb. Het investeringsfonds wordt gevuld door pensioenfondsen en andere verzekeringsmaatschappijen. Een ondernemer kan voor een deel van zijn investering geld lenen bij dat fonds. De overheid geeft garanties voor terugbetaling aan het investeringsfonds, als ondernemers hun verplichtingen niet kunnen nakomen.

Vraag 13 2 punten

Leg uit dat bij de garantstelling van de overheid aan het investeringsfonds moral hazard kan ontstaan.

Bekijk het antwoord
  • Het investeringsfonds kan meer risico nemen/krediet verlenen dan verantwoord is, (1)
  • omdat bij verlies de lasten aan de overheid kunnen worden doorberekend (1)

Vraag 14 2 punten

Leg uit dat de garantstelling van de overheid aan het investeringsfonds gunstig kan zijn voor zowel de inkomsten als voor de uitgaven van de overheid.

Bekijk het antwoord
  • De overheid krijgt meer belastinginkomsten, omdat de bedrijven (door kredietverlening) inkomen / omzet genereren (1)
  • De overheid heeft minder uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen, als (door kredietverlening, via meer investeringen) meer mensen aan het werk komen, die anders werkloos blijven / als minder bedrijven failliet gaan (1)

Opgave 4 Het begrotingstekort daalt eindelijk

Uit een krant, 2015: In het voorjaar van 2013 voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) dat het overheidstekort van Nederland zou uitkomen op 3,1% van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013. De voorspelling bleek onjuist, want eind 2013 was het overheidstekort van Nederland weer onder de 3% gekomen. Daarmee voldeed Nederland voor het eerst sinds de economische en financiële crisis weer aan de norm voor het overheidstekort van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) (zie kader).

Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en de boeteclausule De lidstaten die deel uitmaken van de Economische en Monetaire Unie (EMU) moeten zich vanaf 2013 opnieuw1) houden aan de volgende afspraken:

  • Het overheidstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het bbp.
  • De overheidsschuld mag niet hoger zijn dan 60% van het bbp. Als een lidstaat de beide normen van overheidstekort en overheidsschuld overschrijdt, dan legt de EMU aan de lidstaat een boete op van 0,2% van het bbp van het voorafgaande jaar.

noot 1 De EMU ging tijdens de voorafgaande crisis soepeler om met de normen en legde toen geen boete op.

Vanaf 2014 lag de economische groei in Nederland boven de trendmatige groei. De overheidsschuld als percentage van het bbp kwam in 2013 en 2014 nog steeds ruim boven de norm van het SGP uit (zie bron 1). Ondanks het overschrijden van de norm van de overheidsschuld, heeft Nederland in

2013 en 2014 geen boete van de EMU gehad.

In een havo 5-klas bespreken leerlingen de ontwikkeling van het overheidstekort in Nederland en de toepassing van de boeteclausule voor ons land.

  • Amira: Had Nederland in 2013 die 3%-norm niet gehaald, dan zou Nederland een boete hebben gekregen van ruim 1,5 miljard euro.
  • Oscar: Als we in 2014 een boete opgelegd hadden gekregen, dan zou die boete vanaf 2014 een procyclische werking hebben op de conjunctuur van Nederland.

Gebruik bron 1.

Vraag 15 2 punten

Laat met behulp van een berekening zien of de uitspraak van Amira juist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Het gerealiseerde bbp in 2013 is 603 miljard euro (1)
  • De boete is 0,2% van het bbp in 2013 0,002 x 603 miljard euro = 1,206 miljard euro De boete is minder dan 1,5 miljard, dus de uitspraak is onjuist (1)

Vraag 16 2 punten

Leg uit of de uitspraak van Oscar juist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Door de boete kunnen bepaalde overheidsbestedingen in het jaar daarop verdrongen worden (1)
  • De boventrendmatige groei van de economie / van het bbp zal worden afgeremd doordat de overheidsbestedingen (vanwege de boete) verminderen. (Er is sprake van een hoogconjunctuur.) De (werking is anticyclisch dus de) uitspraak is onjuist (1)

In de klas wordt gediscussieerd over de ruimte voor nieuwe overheidsuitgaven die ontstaat als het overheidstekort onder de SGP- norm is gedaald. Veel leerlingen vinden dat er dan ruimte ontstaat voor nieuwe overheidsuitgaven. Laura is het daar beslist niet mee eens. Haar standpunt is dat het overheidstekort in verband met de vergrijzing verder moet worden verlaagd.

Vraag 17 2 punten

Leg het standpunt van Laura uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De toekomstige generatie heeft (als gevolg van de vergrijzing) te maken met hogere overheidsuitgaven (aan AOW / zorgkosten) doordat het aandeel van ouderen in de bevolking stijgt / met lagere overheidsinkomsten doordat het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de samenleving daalt, (1)
  • en daarom moet het overheidstekort nu alvast verlaagd worden om te voorkomen dat (de staatschuld verder stijgt en) toekomstige generaties (bovenop de hiervoor genoemde lasten ook) de lasten van de hogere staatsschuld moeten dragen (1)

Een van de voorwaarden van het SGP is erop gericht om de omvang van de overheidsschuld te beheersen. De verwachte economische groei in de jaren na de crisis helpt mee om de norm van het SGP te bereiken. Als de Nederlandse regering erin zou slagen om de overheidsschuld van Nederland niet verder te laten toenemen, dan zal uiteindelijk de norm kunnen worden gehaald.

Gebruik bron 1.

Vraag 18 2 punten

Bereken de groei van het bbp in procenten die Nederland na 2015 zou moeten realiseren om weer te voldoen aan de norm van het SGP, als de overheidsschuld in euro’s gelijk zou blijven aan het niveau van 2015.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De staatsschuld is 471 miljard in 2015. De maximale overheidsschuld is 60% van het bbp. Het bbp moet groeien naar 471 miljard = 785 miljard (1)
  • De groei in procenten van het verwachte bbp in 2015 = 785 m iljard × 100% = 124, 2% 632 m iljard De vereiste groei is dus 124,2% - 100% = 24,2% (1)

Opgave 5 Krimpflatie

Uit een krant, december 2016: ‘Stille’ prijsopdrijvingen Een reep chocolade die in gewicht is verlaagd van 225 naar 200 gram, maar nog steeds € 3,49 kost; toiletpapierrollen die 14% minder vellen tellen dan vroeger, maar nog steeds even duur zijn; koffiepads die 0,5 gram minder koffie bevatten, maar waarvoor de consument nog steeds evenveel betaalt. Economen hebben er een naam voor: krimpflatie, een samentrekking van krimp en inflatie. Door de omvang of het gewicht van een product te verlagen, kunnen producenten voorkomen dat zij de prijzen van hun product moeten verhogen vanwege bijvoorbeeld een stijging van de grondstofkosten. Maar, het kan ook een manier zijn om meer winst te maken. De krimpflatie werd ook dit jaar niet meegenomen in het standaardmandje van producten dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt om de consumentenprijsindex (CPI) te bepalen. Woordvoerder Jaap Knoop van het CBS: “De consument is de dupe, want krimpflatie zorgt voor een daling van de koopkracht.”

Vraag 19 1 punt

Geef aan op welke manier krimpflatie zorgt voor een daling van de koopkracht.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: De consument krijgt voor hetzelfde geld minder product / de consument moet meer uitgeven om dezelfde hoeveelheid te kunnen consumeren. (1)

Vraag 20 2 punten

Zorgt krimpflatie voor een overschatting of onderschatting van de door het CBS gemeten inflatie? Leg je keuze uit.

Bekijk het antwoord
  • Als de kostenstijging doorberekend zou zijn in de verkoopprijzen, zouden de verkoopprijzen gestegen zijn (1)
  • De prijzen zijn echter gelijk gebleven, waardoor de gemeten inflatie lager uitkomt dan dat deze was geweest als de krimpflatie wel doorberekend was (1)

Gebruik bron 1.

Vraag 21 2 punten

Bereken met hoeveel procentpunt het CPI van 2017 verandert indien het CBS wel rekening zou houden met krimpflatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • (102,1 x 12 + 102,5 x 3 + 100,6 x 5 + 100,6 x 26 + 98,1 x 14 + 101,3 x 16 + 100,1 x 24) / 100 = 100,5 (1)
  • dus een stijging van 100,5 – 100,3 = 0,2 procentpunt (1)

Theeproducent Roy Bos wordt geconfronteerd met een stijging van de grondstofprijs van de theezakjes. Hij overweegt de inhoud van een doos te verminderen van 20 naar 19 theezakjes en de verkoopprijs te handhaven, omdat hij dan nog winst maakt.

Gebruik bron 2.

Vraag 22 4 punten

Bereken de winststijging per jaar in euro’s voor Roy Bos na de grondstofprijswijziging en de inhoudswijziging. Doe het als volgt:

  • Bereken het effect van de grondstofprijswijziging op de gemiddelde totale kosten per doos (GTK).
  • Bereken het effect van de inhoudswijziging op de gemiddelde totale kosten per doos (GTK).
  • Bereken de nieuwe afzet (Q) en vervolgens de verandering in de totale winst (TW).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: • Het effect van de grondstofprijsstijging op de GTK van een doos is: GTK(oude doos, oude grondstofprijs) = 0,30+0,08+0,12+0,10+0,06 = € 0,66 GTK(oude doos, nieuwe grondstofprijs) = 0,30+0,08+0,12+0,10x1,1+0,06 = € 0,67 (1) • Het effect van een vermindering van het aantal theezakjes per doos op de GTK van een doos is: 19 GTK(nieuwe doos, nieuwe grondstofprijs) = x € 0,67 = € 0,6365 (1) 20 • Qoud = 1.500.000 dozen Qnieuw = 1.500.000 x 20 / 19 = 1.578.947 dozen (1) • (P=Poud=Pnieuw = € 1,20; GWoud = € 0,54) TWoud = Qoud x GWoud = 1.500.000 x € 0,54 = € 810.000 TWnieuw = Qnieuw x GWnieuw = Qnieuw x (P − GTKnieuw) = 1.578.947 x (€ 1,20 − € 0,6365) = 1.578.947 x € 0,5635 = € 889.737 Winststijging = TWnieuw − TWoud = € 79.737 (1) (4)

De enige concurrent van Roy Bos, theeproducent Celine Stevens, wordt ook geconfronteerd met een stijging van de inkoopkosten van de grondstof thee. Beide producenten staan voor de keuze om de verkoopprijs te verhogen óf de inhoud van een doos theezakjes te verminderen. De collectieve afzet van theezakjes blijft gelijk, en beide producenten streven naar maximale winst. De keuzes van beide producenten leiden tot een winststijging, zoals blijkt uit de pay-off-matrix (zie bron 3). Celine Stevens zegt hierover: “Er is geen sprake van een gevangenendilemma, en daarom kan ik het beste de inhoud van een doos thee verlagen.”

Gebruik bron 3.

Vraag 23 2 punten

Bepaal of de uitspraak van Celine Stevens juist is. Doe het als volgt:

  • Leg uit hoe de dominante strategie van elk van de twee partijen tot stand komt.
  • Beredeneer vervolgens of er sprake is van een gevangenendilemma.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De dominante strategie van Roy Bos is de inhoud verminderen, want als Celine Stevens de verkoopprijs verhoogt, dan kiest Roy Bos voor inhoud verminderen, want een winststijging van 6% > 2%, en als Celine Stevens de inhoud vermindert, dan kiest Roy Bos voor inhoud verminderen, want een winststijging van 4% > 1%. De dominante strategie van Celine Stevens is de inhoud verminderen, want als Roy Bos de verkoopprijs verhoogt, dan kiest Celine Stevens voor inhoud verminderen, want een winststijging van 6% > 2%, en als Roy Bos de inhoud vermindert, dan kiest Celine Stevens voor inhoud verminderen, want een winststijging van 4% > 1% (1)
  • Aangezien er geen andere uitkomst is waarbij beide partijen een hogere opbrengst hebben, is er geen sprake van een gevangenendilemma (1)

Opgave 6 Inkt, het zwarte goud?

Uit een tijdschrift: In 2018 werd voor € 9,3 miljard aan inktpatronen omgezet in Europa. De omzet in 2021 is 5 procent hoger dan in 2018. De prijzen voor inktpatronen zijn hoog. Consumenten zoeken naar een goedkopere, maar kwalitatief gelijkwaardige vervanging van originele inktpatronen, de zogenaamde ‘kloon-patronen’. De grote fabrikanten doen er alles aan om de ‘namakers’ te weren. Daarom zitten op sommige originele inktpatronen wel veertig tot vijftig patenten. Ook vervalt de garantie op de printer als er geen origineel inktpatroon is gebruikt.

Vraag 24 1 punt

Zijn printers en inktpatronen substitutiegoederen of complementaire goederen? Leg je keuze uit.

Bekijk het antwoord
  • Dit zijn complementaire goederen, want ze zijn beide nodig om te printen. (1)

Sister is wereldwijd een van de grotere fabrikanten van printers en inktpatronen met een omzet van meer dan 4 miljard euro.

Gebruik het tijdschriftbericht en bron 1.

Vraag 25 2 punten

Bereken de omzet van Sister-inktpatronen in Europa in 2021.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De totale omzet van inktpatronen in 2021 is 5% hoger dan in 2018: € 9.300.000.000 × 1,05 = € 9.765.000.000 (1)
  • De omzet van inktpatronen van Sister in Europa in 2021 is € 9.765.000.000 × 0,15 = € 1.464.750.000 (1)

Inktmarkt.nl is aanbieder van kloon-patronen. De marketingdirecteur legt uit waarom de kloon-patronen van Inktmarkt.nl zo populair zijn: “Wij leveren dezelfde kwaliteit inkt tegen minder dan 50% van de prijs van de originele patronen.”

Sister, met een jaaromzet van 65 miljoen euro op de Nederlandse markt, heeft plannen om de internetwinkel Inktmarkt.nl met een jaaromzet van 20 miljoen euro over te nemen. Inktmarkt.nl verkoopt alleen in Nederland. In bepaalde gevallen moeten overnames verplicht worden aangemeld bij de mededingingsautoriteit.

Vraag 26 2 punten

Leg uit hoe het overnemen van Inktmarkt.nl voor Sister een mogelijk kostenvoordeel kan opleveren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Door de overname van inktmarkt.nl zal de productie van kloonpatronen door concurrenten dalen (1p)
  • Hierdoor is het minder noodzakelijk om te innoveren, waardoor de gemiddelde totale kosten (GTK) kunnen dalen (1p)

Gebruik bron 2 en overige informatie uit deze opgave.

Vraag 27 3 punten

Waren de bedrijven verplicht de overname te melden bij de mededingingsautoriteit? Leg je antwoord uit aan de hand van de twee voorwaarden die in bron 2 zijn vermeld.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking: Een juiste uitleg van de beide voorwaarden is vereist voor toekenning van het derde scorepunt.

De mededingingsautoriteit kan overnames van bedrijven verbieden, om de concurrentie te waarborgen.

Vraag 28 2 punten

Noem twee voordelen voor de consument van meer concurrentie op de markt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Twee van de volgende voordelen:

  • lagere prijs
  • betere kwaliteit / betere service / innovatieve producten
  • meer keuze

per juist voorbeeld 1 scorepunt toekennen

Opmerking: Voor ‘een betere prijs-kwaliteitverhouding’ twee scorepunten toekennen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-3/ha-1022-a-22-3-o

Andere examens economie havo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2022, tijdvak 3?

Het centraal examen economie havo 2022, tijdvak 3 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (12), geld en inflatie (5) en risico en verzekeren (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2022, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2022, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-3/ha-1022-a-22-3-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie havo 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.