Eindexamen economie havo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Boter van buiten, Opgave 2 België prijst zich meer en meer uit de markt, Opgave 3 Eigen energiecentrale, Opgave 4 Onderwijsarbeidsmarkt uit balans?, Opgave 5 Meer is minder, Opgave 6 Een keur aan keurmerken.
Het centraal examen economie havo 2021, tijdvak 3 telt 30 vragen. De meeste vragen gaan over vraag en aanbod (7), marktvormen (6) en overheid en belastingen (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Vraag en aanbod | 1-2, 15, 27-30 | 7 |
| Marktvormen | 3-6, 13, 26 | 6 |
| Overheid en belastingen | 11, 21-25 | 6 |
| Internationale handel | 8-9, 20 | 3 |
| Productie en kosten | 10, 12, 14 | 3 |
| Arbeidsmarkt | 17-19 | 3 |
| Inkomen en consumptie | 7 | 1 |
| Risico en verzekeren | 16 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over vraag en aanbod (23% van de vragen, gemiddeld 10%) en marktvormen (20% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over risico en verzekeren (3% van de vragen, gemiddeld 12%) en geld en inflatie (0% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Boter van buiten
uit een krant, december: In Noorwegen is een botercrisis ontstaan, waarbij de prijs van roomboter uitzonderlijk hoog is geworden. Het aanbod is in handen van één producent, de zuivelondernemer Tine. De productiekosten van Tine zijn gestegen, doordat er na de recente natte zomer minder veevoer van goede kwaliteit was, en dus minder aanbod van melk en een hogere melkprijs. De prijsstijging van roomboter is nog versterkt doordat de Noren tijdens kerst en de jaarwisseling veel lekkernijen bereiden met roomboter. Het importeren van roomboter is geen echt alternatief, omdat Noorwegen de invoer van roomboter met een hoog tarief belast.
Vraag 1 1 punt
Citeer de zin uit het krantenbericht waaruit blijkt dat de vraagzijde van de roombotermarkt van invloed is op de prijsstijging van roomboter.
Bekijk het antwoord
- “De prijsstijging van roomboter is nog versterkt doordat de Noren tijdens kerst en de jaarwisseling veel lekkernijen bereiden met roomboter.” (1)
Vraag 2 1 punt
In welke richting verschuift de vraaglijn in december ten opzichte van de periode daarvoor? Geef ook de reden waarom de vraaglijn in die richting verschuift.
Bekijk het antwoord
- De vraaglijn (GO-lijn) verschuift naar rechts / rechtsboven. Voorbeelden van een juiste reden voor de verschuiving in december, ten opzichte van de periode daarvoor: − bij elke prijs is meer vraag, − de betalingsbereidheid bij elke gevraagde hoeveelheid is hoger. (1)
Zuivelondernemer Tine stelt in december de prijs van roomboter vast op het niveau waarbij de totale winst wordt gemaximeerd. De totale variabele kosten stijgen proportioneel met de productie.
Gebruik bron 1.
Vraag 3 2 punten
Welk vlak geeft de omzet weer die Tine behaalt bij winstmaximering? Noteer de letters van de hoekpunten van het vlak.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Uitsluitend 2 of 0 scorepunten toekennen.
Gebruik bron 1.
Vraag 4 2 punten
Leg uit dat het consumentensurplus van kopers van Noorse roomboter gelijk is aan het vlak EFM.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een redenering dat het consumentensurplus / het vlak EFM gelijk is aan
Om iets aan de hoge prijs van roomboter te doen, besluit de Noorse regering de belasting op de invoer van roomboter op te heffen. Hierdoor treden veel buitenlandse aanbieders toe tot de roombotermarkt in Noorwegen en ontstaat er een markt van volkomen concurrentie. De nieuwe toetreders hebben een andere kostenstructuur dan Tine. In het bronnenboekje wordt de situatie op de roombotermarkt onder monopolie (bron 1) en de situatie onder volkomen concurrentie (bron 2) weergegeven. De verandering van de marktstructuur heeft gevolgen voor zowel het consumentensurplus als het producentensurplus.
Gebruik bron 1 en bron 2.
Vraag 5 2 punten
Leid uit de grafieken af dat het totale surplus toeneemt als de roombotermarkt verandert van monopolie naar volkomen concurrentie.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bron 2
De Laffercurve geeft het theoretische verband weer tussen het belastingpercentage en de belastingontvangsten. De curve is genoemd naar de Amerikaanse econoom Arthur Laffer, die betoogde dat belastingverhoging tot een bepaald punt zou leiden tot een hogere belastingopbrengst. Als dit punt echter bereikt was, dan zou verdere belastingverhoging leiden tot een daling van de belastingopbrengst als gevolg van een verminderde prikkel tot werk en productie, en als gevolg van een toename in belastingontduiking.
Opgave 6 Een keur aan keurmerken
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Door de prijsdaling, de toename van de evenwichtshoeveelheid en de afname van de marginale kosten
- het totale surplus bij monopolie heeft als oppervlak DFML (1p)
- het totale surplus bij volkomen concurrentie heeft als oppervlak RFU, en RFU is groter dan DFML (1p)
Gebruik bron 1 en bron 2.
Vraag 6 2 punten
Leid uit de grafieken af welke gevolgen de situatie van volkomen concurrentie heeft voor het marktaandeel van Tine. Ga ervan uit dat de kostenstructuur van Tine niet verandert.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bron 2
De Laffercurve geeft het theoretische verband weer tussen het belastingpercentage en de belastingontvangsten. De curve is genoemd naar de Amerikaanse econoom Arthur Laffer, die betoogde dat belastingverhoging tot een bepaald punt zou leiden tot een hogere belastingopbrengst. Als dit punt echter bereikt was, dan zou verdere belastingverhoging leiden tot een daling van de belastingopbrengst als gevolg van een verminderde prikkel tot werk en productie, en als gevolg van een toename in belastingontduiking.
Opgave 6 Een keur aan keurmerken
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Uit de grafieken kan afgeleid worden dat
Opgave 2 België prijst zich meer en meer uit de markt
Het Belgische bedrijf Melcopack is producent van toetjes en heeft een jaarlijkse omzet van 170 miljoen euro en een toegevoegde waarde van
120 miljoen euro. Het bedrijf komt echter steeds meer in de problemen doordat de loonkosten in België veel sterker stijgen dan in de buurlanden Duitsland en Nederland. Op dit moment zijn de loonkosten per product in België al hoger dan in de buurlanden. De loonkosten in België blijken veruit de hoogste in de eurozone. Volgens directeur Gilbert Goossens van Melcopack komt dat door het unieke Belgische systeem van automatische aanpassing van de lonen aan de inflatie. Als gevolg hiervan wordt de Belgische internationale concurrentiepositie aangetast.
Vraag 7 1 punt
Zal de koopkracht van de werknemers in België als gevolg van de koppeling van de lonen aan de inflatie in de loop van de tijd dalen, gelijk blijven of stijgen? Licht je keuze toe.
Bekijk het antwoord
- De koopkracht zal gelijk blijven, omdat de lonen even snel stijgen als de prijzen (van consumptiegoederen). (1)
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat het Belgische systeem van loonaanpassing kan leiden tot een verslechtering van de internationale concurrentiepositie van de Belgische ondernemers.
Bekijk het antwoord
- Als de lonen in België ten opzichte van de arbeidsproductiviteit sneller stijgen dan in andere landen (1)
- dan stijgen de loonkosten per product van Belgische producten (en daarmee de verkoopprijs) sneller dan die in andere landen (en als gevolg kunnen de Belgische ondernemers slechter concurreren) (1)
In de Belgische media wordt gewaarschuwd voor het gevaar dat bedrijven hun vestigingen naar het buitenland verplaatsen. Melcopack bestudeert de gevolgen van een verplaatsing van de toetjesproductie naar een van de buurlanden Nederland of Duitsland. In de directievergadering van Melcopack wordt het onderzoek naar de verplaatsing van het bedrijf naar het buitenland besproken. De directeur komt op basis van bron 1 en bron 2 tot de conclusie dat de kostprijs het laagst is bij productie in Nederland.
Gebruik bron 1 en bron 2.
Vraag 9 2 punten
Laat met een berekening zien dat de directeur terecht concludeert dat de kostprijs bij productie in Nederland lager is dan bij productie in Duitsland.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bron 2
De Laffercurve geeft het theoretische verband weer tussen het belastingpercentage en de belastingontvangsten. De curve is genoemd naar de Amerikaanse econoom Arthur Laffer, die betoogde dat belastingverhoging tot een bepaald punt zou leiden tot een hogere belastingopbrengst. Als dit punt echter bereikt was, dan zou verdere belastingverhoging leiden tot een daling van de belastingopbrengst als gevolg van een verminderde prikkel tot werk en productie, en als gevolg van een toename in belastingontduiking.
Opgave 6 Een keur aan keurmerken
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste benadering is:
- Volgens bron 1 is het loonpeil in Nederland hoger dan in Duitsland. Volgens bron 2 is de arbeidsproductiviteit in Nederland hoger dan in Duitsland.
- Benadering van het verschil in loonpeil tussen Nederland en Duitsland:≈ 133,2
- 131,9 = 1,3
- Benadering van het verschil in arbeidsproductiviteit tussen Nederland en Duitsland: ≈ 102,5− 100,3 = 2,2
- Conclusie: Het verschil in arbeidsproductiviteit is groter dan het verschil in loonpeil. Hieruit blijkt dat de loonkosten per product in Nederland lager zijn dan in Duitsland.
Een voorbeeld van een juiste exacte berekening is:
- Berekening index loonkosten per product in Duitsland 131,9 × 100 = 131,5 100,3
- Berekening index loonkosten per product in Nederland 133,2 × 100 = 130,0 102,5
- Conclusie: Hieruit volgt dat de loonkosten per product lager zijn in Nederland (130,0) dan in Duitsland (131,5).
De directeur van Melcopack besluit ondanks het loonkostenvoordeel van de buurlanden om Melcopack toch niet naar het buitenland te verplaatsen vanwege de hoge kosten van de verplaatsing. Om toch winstgevend te kunnen blijven, wil hij de loonkosten bewaken. Hiervoor stelt hij dat de loonkosten als percentage van de bruto toegevoegde waarde niet verder mogen stijgen.
Gebruik bron 3.
Vraag 10 2 punten
Laat met een berekening zien dat het aandeel van de loonkosten maximaal 50% van de bruto toegevoegde waarde van een toetje mag bedragen.
Bron 3
(in euro’s)
winst 0,18 pacht fabriekspand 0,16 rentelasten machines, fabrieksinrichting en bedrijfsauto’s 0,10 afschrijvingskosten machines, fabrieksinrichting en bedrijfsauto’s 0,08 loonkosten 0,52 dienstverlening derde bedrijven (transport, schoonmaak, reclame e.d.) 0,22 energiekosten 0,07 verpakking 0,01 melk en andere grondstoffen 0,11 totaal 1,45
Toelichting bruto toegevoegde waarde = omzet
- inkoopwaarde goederen & diensten bruto toegevoegde waarde = som van de beloning voor productiefactoren + afschrijving
Opgave 3 Eigen energiecentrale
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- (bruto toegevoegde waarde = omzet – inkoopwaarde goederen & diensten =) 1,45 – (0,22 + 0,07 + 0,01 + 0,11) = 1,04 of (bruto toegevoegde waarde = som van de beloning voor productiefactoren + afschrijving =) 0,18 + 0,16 + 0,10 + 0,08 + 0,52 = 1,04 (1)
- De loonkosten als percentage van de bruto toegevoegde waarde zijn 0,52 = 0,5 is 50% (1)
Opgave 3 Eigen energiecentrale
Het zonnepaneel heeft er een broertje bij: de RidgeBlade. Dit is een innovatie op het gebied van energieopwekking uit duurzame bronnen. Duurzame energiebronnen, zoals wind en zon, raken nooit op en blijven dus ook voor de toekomstige generaties beschikbaar. De RidgeBlade is een kleine windturbine die op de nok van een schuin dak wordt aangebracht. Voor een gemiddeld woonhuis zijn vier van deze windturbines naast elkaar nodig. Daarmee kan gemiddeld 60 procent van de benodigde elektriciteit van een huishouden opgewekt worden. De overheid stimuleert investeringen in systemen voor duurzame energieopwekking. De overheid rechtvaardigt het ingrijpen in de energiemarkt vanuit de veronderstelling dat vrijemarktwerking niet leidt tot de overgang van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen omdat er sprake is van externe effecten.
Vraag 11 2 punten
Leg uit hoe vrijemarktwerking de overgang naar gebruik van duurzame energiebronnen belemmert.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Door vrijemarktwerking
Els van Buren overweegt om RidgeBlade windturbines te laten plaatsen op haar woning, zodat ze zelf energie kan opwekken. Ze vraagt een offerte aan bij een installateur (zie bron 1). Ze gaat ervan uit dat ze na de installatie 60 procent van haar elektriciteitsverbruik kan opwekken met de windturbines.
Gebruik bron 1 en bron 2.
Vraag 12 3 punten
Bereken in hoeveel jaar Els de kosten van de windturbines zou kunnen terugverdienen op basis van haar verbruik in 2019 en bij gelijkblijvende energietarieven. Rond de uitkomst naar boven af op hele jaren.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bron 2
De Laffercurve geeft het theoretische verband weer tussen het belastingpercentage en de belastingontvangsten. De curve is genoemd naar de Amerikaanse econoom Arthur Laffer, die betoogde dat belastingverhoging tot een bepaald punt zou leiden tot een hogere belastingopbrengst. Als dit punt echter bereikt was, dan zou verdere belastingverhoging leiden tot een daling van de belastingopbrengst als gevolg van een verminderde prikkel tot werk en productie, en als gevolg van een toename in belastingontduiking.
Opgave 6 Een keur aan keurmerken
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- verbruik en energiebelasting = (€ 412,09 + € 173,51) x 1,21 = € 708,58 (1)
- er wordt per jaar 60% van € 708,58 bespaard = € 425,15 per jaar (1)
- aanschaf / jaarlijkse besparing = = 21,3 jaar 22 jaar (1)
Els onderhandelt met de verkoper van de RidgeBlade over de offerte. Els: “De offerteprijs voor de windturbines is erg hoog. Kan dat goedkoper?” De verkoper: “Bedenk wel dat we hier te maken hebben met nieuwe technologie. Er rust een patent op omdat de fabrikant de innovatiekosten terug moet verdienen.” Els: “Dus dan kan ik beter wachten met de aanschaf totdat het patent is afgelopen?” De verkoper: “Dat kan, maar dat duurt nog vijf jaar en in die jaren loopt u de energiebesparing mis.”
Gebruik het gesprek.
Vraag 13 2 punten
Leg uit hoe het patent de producent in staat stelt de innovatiekosten terug te verdienen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Door het patent mag de producent het product (tijdelijk) als enige aanbieden (1)
- en doordat er geen concurrentie is / doordat er een monopolie bestaat heeft de producent invloed op de prijs (zodat de producent de innovatiekosten kan terugverdienen) (1)
Vraag 14 1 punt
Leg uit waarom de gemiddelde constante kosten voor de RidgeBlade zullen dalen als de verkopen toenemen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: De totale constante kosten (TCK) drukken bij een toenemende verkoop op een groter aantal producten, waardoor de gemiddelde constante kosten (GCK) lager geworden zijn. (1)
Woningbezitters kunnen met een energielabel laten zien hoe energiezuinig hun woning is. Bij verkoop van een woning is een geldig energielabel verplicht. De labelklassen voor woningen lopen van A tot en met G. Woningen met een A-label zijn het energiezuinigst, woningen met een G- label zijn het minst energiezuinig. Het plaatsen van windturbines heeft een gunstig effect op het energielabel van de woning.
Vraag 15 2 punten
Leg uit hoe het energielabel de waarde van een woning beïnvloedt. Betrek de vraagkant en de aanbodkant van de woningmarkt in je uitleg.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Vraagkant: door een hoger energielabel (worden verduurzaamde woningen aantrekkelijker en) stijgt de betalingsbereidheid van kopers / zijn kopers bereid een hogere prijs te betalen (1)
- Aanbodkant: door een hoger energielabel zullen verkopers tegen een hogere prijs aanbieden (1)
De meeste huiseigenaren hebben hun woning gefinancierd met een hypothecaire lening. Verschillende banken bieden klanten een korting op de hypotheekrente van 0,2 procentpunt bij aanschaf van een systeem voor duurzame energieopwekking voor de woning.
Vraag 16 2 punten
Leg uit waarom de banken een rentekorting kunnen bieden aan klanten die energielabel A bij hun woning hebben. Betrek het begrip risico in je uitleg.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Dankzij het hogere energielabel is de woning beter verkoopbaar waardoor de bank minder risico loopt (van te lage opbrengst bij gedwongen verkoop van het onderpand) (1)
- zodat de bank een lager rentepercentage kan rekenen voor de hypothecaire lening als dekking voor de lagere risicokosten (1)
Opgave 4 Onderwijsarbeidsmarkt uit balans?
Nederland staat al vele jaren in de top tien van de meest concurrerende economieën ter wereld. Dat is mede te danken aan een goed onderwijssysteem. Om de kwaliteit van dit onderwijssysteem te waarborgen zijn er voldoende goed opgeleide leraren nodig. Onderzoeksbureau Ecodata onderzoekt hoe de onderwijsarbeidsmarkt zich de komende jaren zal ontwikkelen. Ecodata heeft in het onderzoeksrapport een schema opgenomen van factoren die van invloed zijn op de arbeidsmarkt voor leraren (zie bron 1). Dit schema is nog niet volledig.
Gebruik bron 1.
Vraag 17 2 punten
Moet de pijl van pensioenleeftijd worden getrokken naar de vraag naar leraren of naar het aanbod van leraren? Maak een keuze en leg ook uit of er sprake is van een negatief verband of van een positief verband.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- De pijl moet getrokken worden naar aanbod van leraren (en niet naar de vraag naar leraren) omdat de pensioenleeftijd van leraren invloed heeft op hoe lang leraren doorwerken en zich dus blijven aanbieden op de arbeidsmarkt (1)
- Het verband is positief, / In het schema moet een plus staan, omdat het (arbeids)aanbod van leraren stijgt bij langer doorwerken (als gevolg van een verhoging van de pensioenleeftijd) (1)
De onderzoekers stellen verder in hun rapport dat de omvang van de stille reserve afhankelijk is van de conjuncturele situatie van Nederland. De stille reserve van leraren bestaat onder andere uit gediplomeerde leraren die in andere sectoren van de economie werkzaam zijn. De onderzoekers verwachten dat bij laagconjunctuur gediplomeerde leraren, die in een andere sector werken, zich zullen aanbieden voor een baan in het onderwijs. Bij hoogconjunctuur verwachten ze juist dat gediplomeerde leraren zullen wegtrekken uit het onderwijs naar andere sectoren.
Vraag 18 2 punten
Leg uit dat de verwachtingen van de onderzoekers te verklaren zijn vanuit risico-avers gedrag van gediplomeerde leraren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Onderwijs is niet / minder conjunctuurgevoelig (dan andere sectoren), de leraar wordt niet snel werkloos bij laagconjunctuur (1)
- docenten die risico-avers zijn zullen bij laagconjunctuur dus eerder voor een baan in het onderwijs kiezen en bij hoogconjunctuur ook voldoende zekerheid vinden in andere sectoren (en dan kunnen andere factoren zoals groeimogelijkheden, salaris, type werk de doorslag geven) (1)
Uit bron 1 blijkt dat er een positief verband is tussen het loon en het aanbod van leraren. Om te meten hoe sterk dit verband is, hebben de onderzoekers via een enquête de loonelasticiteit bepaald voor twee groepen werknemers:
- de gediplomeerde leraren uit de stille reserve
- de gediplomeerde leraren die werkzaam zijn in het onderwijs De loonelasticiteit is gegeven door: % verandering arbeidsaanbod loonelasticiteit = % verandering loon Uit de enquête bleek, zoals verwacht, dat de loonelasticiteit onder gediplomeerde leraren uit de stille reserve, positief was. Tot hun verrassing vonden de onderzoekers een negatieve loonelasticiteit van het arbeidsaanbod onder de gediplomeerde leraren die werkzaam zijn in het onderwijs.
Vraag 19 2 punten
Leg uit dat de loonelasticiteit van het arbeidsaanbod onder de gediplomeerde leraren die werkzaam zijn in het onderwijs negatief kan zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- als de loonelasticiteit negatief is, betekent dit dat de gediplomeerde leraren die werkzaam zijn in het onderwijs minder gaan werken bij een loonstijging (1)
- de reden kan zijn dat deze werknemers de voorkeur geven aan meer vrije tijd in plaats van extra bestedingsruimte (inkomenseffect) (1)
Ten slotte concluderen de onderzoekers in hun rapport: “Om in de top tien van meest concurrerende economieën ter wereld te blijven is goed onderwijs nodig. Goed onderwijs beïnvloedt via de internationale concurrentiepositie de economische groei van Nederland. Dat zit zo ………”
Vraag 20 2 punten
Schrijf het vervolg van de conclusie van de onderzoekers. In het vervolg moeten de volgende aspecten aan de orde komen:
- het effect van goed onderwijs op de internationale concurrentiepositie van Nederland;
- het effect van deze verandering van de internationale concurrentiepositie op de economische groei van Nederland.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- beter onderwijs leidt tot een hogere arbeidsproductiviteit in de toekomst waardoor de loonkosten per product kunnen afnemen en de internationale concurrentiepositie van Nederland verbetert (1)
- en een verbetering van de internationale concurrentiepositie leidt tot een toename van de export waardoor de economische groei van Nederland toeneemt (1)
Opgave 5 Meer is minder
Zes miljard euro extra was er nodig om het overheidstekort van Nederland in 2013 onder drie procent van het bruto binnenlands product (bbp) te krijgen. De drie procentnorm is een afspraak uit het Stabiliteitspact tussen de eurolanden. Sinds de kredietcrisis (2008) had Nederland tot aan 2013 deze norm niet meer gehaald. Volgens de Europese Unie (EU) moest de Nederlandse overheid zo snel mogelijk orde op zaken stellen, anders zou er een boete volgen. Om het tekort van zes miljard euro aan te vullen heeft de Nederlandse overheid nieuwe belastingverhogingen doorgevoerd.
Vraag 21 2 punten
Maak van de onderstaande zinnen een economisch juiste tekst. Doordat, sinds de kredietcrisis, de overheidsuitgaven de overheidsinkomsten overtroffen ontstond er een overheidstekort.
- Dit tekort kan worden gezien als een vorm van …(1)….
- De overheid kon het tekort financieren met de …(2)… van obligaties.
- Er is dan sprake van ruilen over de tijd, waarbij de overheid bestedingen verschuift …(3)…, en waarbij de kopers van obligaties bestedingen verschuiven …(4)… Kies uit: bij (1) uitgestelde belastingheffing / besparing bij (2) aflossing / uitgifte bij (3) van het heden naar de toekomst / van de toekomst naar het heden bij (4) van het heden naar de toekomst / van de toekomst naar het heden
Bekijk het antwoord
- bij (1) uitgestelde belastingheffing bij (2) uitgifte (1)
- bij (3) van de toekomst naar het heden bij (4) van het heden naar de toekomst (1)
In de periode 2008-2012 heeft de Nederlandse overheid al diverse belastingverhogingen doorgevoerd. Zo zijn de accijnzen op alcohol en brandstof gestegen, is het btw-tarief verhoogd naar 21% en gingen de assurantiebelastingen omhoog. De belastingverhoging van 2013 betrof de inkomstenbelasting (zie bron 1). Een verhoging van die belasting veroorzaakte veel ophef in de media.
Gebruik bron 1.
Vraag 22 2 punten
Leg uit dat maatregel 2 kan leiden tot meer belastinginkomsten.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Als de inkomensgrenzen van de belastingschijven niet gecorrigeerd worden voor inflatie, en de lonen wel stijgen als gevolg van de inflatie (1)
- dan zal een groter deel van de inkomens van belastingbetalers in de hogere schijven terechtkomen (dan wanneer hun lonen wel worden gecorrigeerd en dan zullen de belastingontvangsten van de overheid toenemen) (1)
Gebruik bron 1.
Vraag 23 2 punten
Noem een maatregel die bij 3 ingevuld kan worden en licht je antwoord toe.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juiste maatregel zijn: − De aftrekposten beperken Uit de uitleg moet blijken dat het belastbaar inkomen van een belastingbetaler kan toenemen door het beperken van de aftrekposten, en dat hierdoor de belastingontvangsten van de overheid toenemen. − De heffingskortingen verlagen Uit de uitleg moet blijken dat het te betalen belastingbedrag toeneemt door het verlagen van de heffingskorting. voor een juiste maatregel die leidt tot hogere belastinginkomsten, (uitgezonderd variaties op 1, 2 en 4 uit de bron) en een daarbij passende juiste, volledige uitleg (2) voor een juiste maatregel met onvolledige of ontbrekende uitleg (1) alle andere antwoorden (0) (2)
Gebruik bron 1.
Vraag 24 3 punten
Beredeneer op basis van figuur 2 met behulp van een berekening of maatregel 4 over de periode 2013
- 2017 een nivellerend of denivellerend effect op de inkomensverdeling tussen belastingplichtigen heeft gehad. Ga als volgt te werk:
- Bereken eerst de gemiddelde belastingdruk voor beide jaren en voor beide bruto-inkomens die in figuur 2 van bron 1 vermeld staan;
- Leid uit je berekeningen een conclusie af over het effect op de inkomensverdeling.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening en een afgeleide conclusie is: te betalen belasting
Opmerking Bij de eerste deelscore uitsluitend twee scorepunten toekennen als voor beide jaren zowel teller als noemer juist zijn gebruikt.
Een econoom reageert ook op de belastingverhoging via een ingezonden stuk in een krant. Hij begint zijn brief als volgt: “Sinds de kredietcrisis in 2008 zijn talloze lastenverzwaringen doorgevoerd. Ondanks deze maatregelen blijft het overheidstekort oplopen. Verhoging van het 52%-tarief van de inkomstenbelasting lijkt op het eerste gezicht een oplossing, maar hierdoor zal het tekort alleen maar verder oplopen. Dat heeft te maken met een verschijnsel waar de Amerikaanse econoom Laffer de aandacht op heeft gevestigd en dat wordt weergegeven door de curve die naar hem is vernoemd (zie bron 2). Ik ben van mening dat de overheid het hoogste belastingtarief juist moet verlagen naar bijvoorbeeld 40% ……”
Gebruik bron 2.
Vraag 25 2 punten
Schrijf het vervolg van de brief van de econoom. Daarin moeten de volgende aspecten aan de orde komen:
- het effect van een verlaging van het hoogste belastingtarief op de belastingopbrengst in Nederland;
- een verklaring voor dit effect.
Bron 2
De Laffercurve geeft het theoretische verband weer tussen het belastingpercentage en de belastingontvangsten. De curve is genoemd naar de Amerikaanse econoom Arthur Laffer, die betoogde dat belastingverhoging tot een bepaald punt zou leiden tot een hogere belastingopbrengst. Als dit punt echter bereikt was, dan zou verdere belastingverhoging leiden tot een daling van de belastingopbrengst als gevolg van een verminderde prikkel tot werk en productie, en als gevolg van een toename in belastingontduiking.
Opgave 6 Een keur aan keurmerken
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- … want een verlaging van het hoogste belastingpercentage in Nederland ─ van 52% naar 40% ─ zal leiden tot toenemende belastingopbrengst (1)
- Dit effect treedt op doordat het vermijdingsgedrag (ontduiken en ontwijken) van de belastingbetaler minder wordt en de belastingbetaler geprikkeld wordt om meer te werken als gevolg van de verlaging van het belastingpercentage (1)
Opgave 6 Een keur aan keurmerken
De markt voor kleding kent steeds meer keurmerken. Keurmerken zijn ontstaan om asymmetrische informatie over de kwaliteitsaspecten van kleding op te heffen. De wildgroei die vervolgens is ontstaan, zorgt weer voor meer onduidelijkheid. De diversiteit aan keurmerken maakt de markt met aanbod uit alle delen van de wereld minder transparant. De keurmerken gaan bijvoorbeeld over eerlijke handel of over mens- en milieuvriendelijke productie. Voor de klant is het lastig om al deze keurmerken met elkaar te vergelijken, en dus is het lastig om te kiezen tussen kleding met verschillende keurmerken. Anderzijds concluderen onderzoekers dat consumenten in Nederland maar beperkt bereid zijn meer te betalen voor een beter geproduceerd kledingstuk dan voor een kledingstuk dat minder verantwoord is geproduceerd, maar in eenzelfde behoefte kan voorzien.
Gebruik bovenstaande tekst bij de volgende twee vragen.
Vraag 26 2 punten
Leg uit dat er op de markt voor kleding met keurmerken sprake is van monopolistische concurrentie.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Er is sprake van monopolistische concurrentie omdat
Vraag 27 2 punten
Leg uit of kledingstukken met keurmerk en kledingstukken zonder keurmerk worden gezien als complementaire of als substitueerbare goederen.
Bekijk het antwoord
- substitueerbare goederen (1)
- omdat kledingstukken met keurmerk en kledingstukken zonder keurmerk elkaar (gedeeltelijk of) volledig kunnen vervangen (vanuit het oogpunt van de consument) (1)
Gebruik bron 1.
Vraag 28 2 punten
Bereken hoeveel procent de consument gemiddeld meer wil betalen voor producten met een keurmerk voor milieuvriendelijke productie dan voor producten met een keurmerk voor eerlijke handel. Geef de uitkomst in hele procenten.
Bron 1
noot 1 prijs van een product zonder keurmerk = 100 noot 2 de index geeft aan hoeveel procent de consument gemiddeld méér/minder wil betalen voor een gelijkwaardig product met keurmerk
HA-1022-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- 110 − 105 (1)
- = 5% (1)
De onderzoekers vatten hun bevindingen samen in twee beweringen:
1 Als het gaat om milieuvriendelijk geproduceerde kleding is er sprake van informatieasymmetrie tussen de producenten en de consumenten.
2 Een keurmerk kan helpen de informatieasymmetrie te verminderen, maar kan ook juist de informatieasymmetrie in stand houden als er te veel keurmerken bestaan.
Vraag 29 2 punten
Leg bewering 1 van de onderzoekers uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De aanbieder van het product weet wel of er is gewerkt op basis van milieuvriendelijke productie (1)
- terwijl de consument dat niet kan weten / controleren (1)
Vraag 30 2 punten
Leg bewering 2 van de onderzoekers uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een keurmerk kan een waarborg bieden voor de juistheid van de claim (zorgt dat de claim controleerbaar is) en geeft de consument wel de informatie (1)
- maar als er te veel keurmerken zijn, is de informatie weer minder goed controleerbaar / kost het de consument te veel moeite om te controleren en neemt de informatieasymmetrie dus weer toe (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-3/ha-1022-a-21-3-o
Andere examens economie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2021, tijdvak 3?
Het centraal examen economie havo 2021, tijdvak 3 telt 30 vragen. De meeste vragen gaan over vraag en aanbod (7), marktvormen (6) en overheid en belastingen (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2021, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2021, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-3/ha-1022-a-21-3-c).
Hoe oefen ik met het examen economie havo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.