Eindexamen economie havo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Brood op de plank, Opgave 2 Wokakkoord, Opgave 3 Auto van de zaak, Opgave 4 Een historisch lage rente, Opgave 5 Olieprijzenoorlog in het vat, Opgave 6 Treinmonopolie.
Het centraal examen economie havo 2023, tijdvak 1 telt 31 vragen. De meeste vragen gaan over risico en verzekeren (6), productie en kosten (5) en arbeidsmarkt (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Risico en verzekeren | 1-6 | 6 |
| Productie en kosten | 7, 24-25, 29-30 | 5 |
| Arbeidsmarkt | 8-12 | 5 |
| Overheid en belastingen | 13-15 | 3 |
| Geld en inflatie | 16-17, 19 | 3 |
| Vraag en aanbod | 20, 26-27 | 3 |
| Marktvormen | 21, 28, 31 | 3 |
| Speltheorie | 22-23 | 2 |
| Internationale handel | 18 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over productie en kosten (16% van de vragen, gemiddeld 7%) en arbeidsmarkt (16% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over overheid en belastingen (10% van de vragen, gemiddeld 20%) en inkomen en consumptie (0% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Brood op de plank
Uit een krant, 2019:
Werkenden in loondienst zijn verplicht verzekerd tegen inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Voor deze verzekering betalen werknemers en werkgevers een inkomensafhankelijke premie aan een verzekeringsmaatschappij. De ontvangen premies worden gebruikt om de uitkeringen te betalen die moeten worden uitgekeerd in dat jaar. Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) daarentegen, moeten dit onvoorziene inkomensverlies zelf verzekeren via een individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov). In de praktijk is een individuele aov voor een zzp’er duurder dan een aov voor een werknemer, waardoor veel zzp’ers op zoek gaan naar betaalbare, alternatieve verzekeringsvormen.
Gebruik het krantenbericht.
Vraag 1 2 punten
Maak van de onderstaande zinnen een economisch juiste redenering. De verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor werkenden in loondienst is een …(1)… verzekering en wordt gefinancierd via het …(2)… Zzp’ers kunnen kiezen voor een individuele aov. Door het ontbreken van …(3)… bij het afsluiten van een individuele aov, is er bij deze verzekeringen sprake van …(4)… waardoor de premie relatief hoog is. Kies uit: bij (1) particuliere / sociale bij (2) kapitaaldekkingsstelsel / omslagstelsel bij (3) asymmetrische informatie / collectieve dwang / intertemporele ruil bij (4) averechtse selectie / meeliftgedrag / verzonken kosten
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
(1) sociale (2) omslagstelsel (3) collectieve dwang (4) averechtse selectie
Of zzp’ers een individuele aov afsluiten hangt sterk af van het inkomen (zie bron 1).
Gebruik bron 1.
Vraag 2 1 punt
Toon met een berekening aan dat meer dan 40% van de zzp’ers geen aov heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste berekening is: Het percentage zzp’ers zonder aov is het (ongewogen) gemiddelde percentage zzp’ers zonder aov over alle klassen = (64,8 + 53,0 + 45,8 + 34,8 + 23,0) / 5 = 44,3% (meer dan 40%). (1)
Gebruik bron 1.
Vraag 3 2 punten
Leg met behulp van bron 1 uit dat arbeidsongeschiktheid kan leiden tot denivellering van secundaire inkomens tussen zzp’ers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Lagere inkomensgroepen (binnen de groep zzp’ers) hebben relatief vaak geen individuele aov (zie bron 1), dus bij arbeidsongeschiktheid zullen zij hun inkomen (sterk) zien dalen (1)
- Hogere inkomensgroepen (binnen de groep zzp’ers) hebben relatief vaak een individuele aov (zie bron 1), dus bij arbeidsongeschiktheid zullen zij hun inkomen (grotendeels) behouden. Hierdoor worden de inkomensverschillen groter (= denivellering) (1)
Een vakbondslid stelt: “Arbeidsongeschiktheid kan leiden tot denivellering van secundaire inkomens tussen arbeidsongeschikte zzp’ers en arbeidsongeschikte werknemers, als we bij beide groepen uitgaan van eenzelfde inkomensklasse.”
Vraag 4 2 punten
Leg de stelling van het vakbondslid uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Werknemers in loondienst zijn verplicht verzekerd en zullen in geval van arbeidsongeschiktheid een uitkering ontvangen, (1)
- terwijl een deel van de zzp’ers niet verzekerd is en daarom met een groter (secundair) inkomensverlies te maken krijgt bij arbeidsongeschiktheid dan arbeidsongeschikte werknemers uit eenzelfde inkomensklasse (en dus is er sprake van denivellering) (1)
Zzp’ers willen niet alleen het risico op inkomensverlies bij langdurige arbeidsongeschiktheid afdekken, maar ook het risico op inkomensverlies bij kortdurende ziekte. Zzp’ers kunnen hiervoor:
- een inkomensverzekering afsluiten of
- met een groep mensen uit hun netwerk een zogenoemd broodfonds oprichten (zie bron 2). Bij een broodfonds is er volgens de deelnemers geen sprake van asymmetrische informatie, en het risico op averechtse selectie en moral hazard is heel klein.
Gebruik bron 2.
Vraag 5 3 punten
Leg uit waarom er bij het broodfonds geen sprake is van asymmetrische informatie, en dat het risico op averechtse selectie en moral hazard heel klein is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Doordat de deelnemers aan een broodfonds elkaar kennen is er geen sprake van asymmetrische informatie tussen de leden, en (1)
- zullen deelnemers elkaars risico kennen (en zal er een sociale norm zijn om elkaar te helpen ongeacht het risico), waardoor averechtse selectie geen (grote) rol speelt, en (1)
- er is geen/weinig sprake van moral hazard, omdat deelnemers niet hun gezondheid op het spel zetten als gevolg van (bewust) roekeloos gedrag na deelname aan het broodfonds (1)
Eén van de deelnemers aan broodfonds ‘Brood op de Plank’ heeft zijn deelname opgezegd. De overige deelnemers hebben zzp’er Nelleke uitgenodigd om deel te nemen aan het broodfonds Brood op de Plank (zie bron 2). Ze overweegt of ze de uitnodiging aan zal nemen.
Nelleke rekent erop dat de komende twee jaar gemiddeld 4% van de 50 deelnemers aan het broodfonds schenkingen krijgt van het broodfonds in verband met ziekte. Ze neemt aan dat ze na twee jaar uit het broodfonds stapt, en wil weten hoeveel zij dan per saldo heeft betaald als ze zelf gezond is gebleven.
Gebruik bron 2.
Vraag 6 3 punten
Bereken het bedrag dat Nelleke over een periode van twee jaar per saldo moet betalen bij deelname aan het broodfonds.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De voorwaarde van inleggen totdat de buffer van 36 keer de maandelijkse inleg bereikt is, speelt bij deze berekening geen rol, want die buffer is na
24 keer inleggen nog niet bereikt.
Opgave 2 Wokakkoord
De Aziatische restaurants in Nederland kampen met een groot tekort aan specialiteitenkoks. Dit tekort is ontstaan doordat Aziatische restaurants in korte tijd zeer populair zijn geworden. Specialiteitenkoks zijn koks die in Azië zijn opgeleid en ervaring hebben met specialistische kooktechnieken. De zeer specialistische kennis en kunde kan tot op heden niet worden aangeleerd op Nederlandse scholen. Omscholingstrajecten van Nederlandse koks hebben ook nog geen specialiteitenkoks opgeleverd die op het vereiste hoge kwaliteitsniveau werken.
Vraag 7 2 punten
Leg uit dat bij de investering in omscholingstrajecten sprake is van verzonken kosten voor de sector van Aziatische restaurants.
Bekijk het antwoord
- Als omgeschoolde Nederlandse koks het door Aziatische restaurants gewenste niveau niet bereiken, kunnen ze niet worden ingezet als kok in deze restaurants (1)
- De investeringskosten van scholing kunnen op geen enkele andere manier worden terugverdiend (1)
Als gevolg van het tekort aan specialiteitenkoks dreigen de loonkosten van Aziatische restaurants hoog op te lopen. Om dit te voorkomen willen de Aziatische restaurants koks uit Azië laten overkomen. Dit wordt echter bemoeilijkt door de Wet arbeid vreemdelingen (WAV). In de WAV staan strenge voorwaarden voor het laten werken van werknemers uit landen waarmee Nederland geen vrij verkeer van arbeid heeft afgesproken.
Een gevolg van de WAV is dat de opwaartse druk op de lonen van specialiteitenkoks blijft bestaan.
Vraag 8 1 punt
Verklaar dit gevolg van de WAV op de loonontwikkeling van specialiteitenkoks.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: De WAV beperkt de toename van het aanbod van specialiteitenkoks. Het tekort zal daardoor blijven bestaan, waardoor de lonen zullen stijgen. (1)
De Vereniging Chinese-Aziatische Horeca Ondernemers (VCHO) onderzoekt de arbeidsmarkt van specialiteitenkoks voor Aziatische restaurants met behulp van een model (zie bron 1) om een aantal mogelijke oplossingen te analyseren.
Gebruik bron 1.
Vraag 9 1 punt
Bereken het evenwichtsloon op de markt van specialiteitenkoks voor Aziatische restaurants na de toegenomen vraag.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste berekening is: Na de toegenomen vraag is de vraag gelijk aan het aanbod Qa0 = 10.500 specialiteitenkoks Qv1 = –1,2L + 44.640 = 10.500 L = € 28.450 (1)
De Nederlandse regering en de VCHO sluiten uiteindelijk het zogenoemde Wokakkoord om het vraagoverschot naar specialiteitenkoks te verminderen. In dit Wokakkoord is bepaald dat maximaal 900 nieuwe specialiteitenkoks mogen overkomen uit Azië om in Nederlandse Aziatische restaurants te komen werken. De voorwaarden voor werkvergunningen zijn voor deze koks versoepeld. Een woordvoerder van de VCHO stelt: “We zijn blij met het overeengekomen quotum, maar het is niet voldoende om het tekort aan specialiteitenkoks volledig weg te werken.”
Gebruik bron 1.
Vraag 10 2 punten
Bereken met hoeveel specialiteitenkoks het quotum van 900 koks moet worden verhoogd om het tekort aan koks volledig op te heffen bij een loon van € 25.000.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Qv1 = Qa (bij het loon van € 25.000) Qv1 = –1,2 x 25.000 + 44.640 = 14.640 specialiteitenkoks (1)
- Het arbeidsaanbod inclusief quotum is 10.500 + 900 = 11.400 specialiteitenkoks Het quotum zou verhoogd moeten worden met 14.640 – 11.400 = 3.240 specialiteitenkoks (1)
De VCHO stelt dat het verhogen van een quotum kan leiden tot een daling van de gemiddelde loonkosten waardoor de totale omzet van de Aziatische restaurants kan toenemen.
Vraag 11 2 punten
Leg uit dat een daling van de gemiddelde loonkosten kan leiden tot een toename van de totale omzet van de restaurants.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Lagere gemiddelde loonkosten kunnen leiden tot een verlaging van de prijs (van de gerechten) (1)
- Als de afzetstijging (als gevolg van de prijsdaling) relatief groter is dan de prijsverlaging zal (per saldo) de totale omzet toenemen (1)
Ook de sterke economische groei in Azië zorgt ervoor dat niet aan de totale vraag naar specialiteitenkoks in Nederland kan worden voldaan.
Gebruik bron 1.
Vraag 12 2 punten
Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste redenering. De sterke economische groei in Azië zorgt ervoor dat de vraag naar koks in Azië …(1)…. In de grafiek van bron 1 verschuift daardoor de …(2)… naar …(3)…. Dit leidt tot een …(4)… van het totale surplus op deze markt. Kies uit: bij (1) daalt / stijgt bij (2) aanbodlijn / vraaglijn bij (3) links / rechts bij (4) afname / toename
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- (1) stijgt (2) aanbodlijn (3) links (4) afname indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien minder dan drie antwoorden juist (0) (2)
Opgave 3 Auto van de zaak
Uit een krant, december 2022:
Als een werknemer zijn auto van de zaak ook privé gebruikt, wordt dat door de De gek oppelde afbeelding k an niet worden weergegev en. Het bestand is mogelijk v erplaatst, heeft een andere naam gek regen of is v erwijderd. Controleer of de k oppeling v erwijst naar het juiste bestand en de juiste locatie.
belastingdienst gezien als extra inkomen uit arbeid. Daarom moet een bepaald percentage van de aanschafwaarde van de auto jaarlijks bij het bruto jaarinkomen worden opgeteld, waardoor het belastbaar inkomen stijgt: de zogenoemde fiscale bijtelling.
De overheid van een land houdt zich aan het klimaatakkoord. Daarom zal vanaf 1 januari 2023 deze fiscale bijtelling afhankelijk worden van de CO 2- uitstoot van de auto en het type brandstof dat de auto verbruikt. Volgens de overheid heeft deze nieuwe regeling ook een gunstig effect op de technologische vooruitgang en daarmee op de structurele groei van de economie.
Gebruik bron 1.
Vraag 13 2 punten
Leg uit dat de nieuwe regeling van fiscale bijtelling de negatieve externe effecten van het autorijden kan terugdringen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: • CO2-uitstoot is een negatief extern effect van autorijden, omdat de vervuiling niet tot uitdrukking komt in de prijs van autorijden (en dat leidt tot maatschappelijke kosten) (1) • Doordat de fiscale bijtelling uitstootafhankelijk wordt (zie bron 1) zal de vervuiler meer gaan betalen voor meer CO2-uitstoot. De CO 2-uitstoot zal afnemen, omdat de werknemer (via het prijsmechanisme) wordt gestimuleerd om een auto met minder CO2-uitstoot te kiezen of Doordat de fiscale bijtelling uitstootafhankelijk wordt (zie bron 1) zal de vervuiler meer gaan betalen voor meer CO2-uitstoot. Hierdoor wordt de vervuiling (als gevolg van CO 2-uitstoot) geïnternaliseerd en is er sprake van minder negatieve externe effecten (1) (2)
Vraag 14 2 punten
Leg uit dat de nieuwe regeling van fiscale bijtelling een gunstig effect kan hebben op innovatie en daarmee op de structurele groei van de economie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Door de nieuwe regeling van fiscale bijtelling (zie bron 1) zullen consumenten/werknemers kiezen voor een auto met een lage uitstoot en worden autofabrikanten uitgedaagd nieuwe technieken te ontwikkelen om auto’s te produceren die minder milieubelastend zijn (1)
- Nieuwe technieken / economische activiteiten leiden tot een hogere kwaliteit / kwantiteit van de productiefactoren en daarmee tot een structurele groei van de economie (1)
Meryem krijgt van haar werkgever de beschikking over een auto van de zaak per 1 januari 2023. De werkgever geeft haar een lijst met auto’s waaruit zij mag kiezen (zie bron 2). Zij gaat deze auto ook privé gebruiken. Meryem kiest de auto met de laagste fiscale bijtelling. Ze is benieuwd hoeveel extra belasting ze moet betalen in 2023. Meryem heeft een bruto-inkomen van € 35.000. Aftrekposten en overige fiscale bijtellingen heeft ze niet.
Gebruik bron 1, 2 en 3.
Vraag 15 2 punten
Bereken hoeveel belasting Meryem in 2023 extra moet betalen als gevolg van de door haar gekozen auto van de zaak.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Een andere manier van afronden ook goed rekenen.
- Als er is gekozen voor een andere auto maximaal 1 scorepunt toekennen.
Opgave 4 Een historisch lage rente
Uit een krant, 2019:
De Europese Centrale Bank (ECB) pakt flink uit met een nóg lagere rente om de bestedingen te stimuleren. De economie heeft het hard nodig, vindt de ECB. Het is de taak van een centrale bank om er alles aan te doen om de inflatie op een gewenst stabiel niveau (2%) te houden. De ECB wil de inflatie op dit moment stimuleren, om een veiligheidsmarge te hebben tegen de mogelijke risico's van deflatie.
Vraag 16 2 punten
Leg uit dat de renteverlaging door de ECB kan leiden tot een hogere inflatie.
Bekijk het antwoord
- Door een verlaging van de rente wordt geld lenen aantrekkelijker / wordt sparen minder aantrekkelijk (mits de algemene banken de renteverlaging doorgeven aan de consument) (1)
- hierdoor nemen de bestedingen toe en zal, bij gelijkblijvende productie(capaciteit), de inflatie kunnen toenemen (1)
Vraag 17 2 punten
Leg uit dat verwachte deflatie een negatieve invloed heeft op de economische groei.
Bekijk het antwoord
Opmerking De cursief gedrukte aspecten moeten genoemd of verwoord zijn voor toekenning van scorepunten.
Vanuit de Verenigde Staten (VS) komt kritiek op de renteverlaging door de ECB. Een Amerikaanse politicus: “Die renteverlaging door de ECB kan zorgen voor een verslechtering van de internationale concurrentiepositie van de VS.”
Vraag 18 2 punten
Leg uit dat een renteverlaging van de ECB zorgt voor een verslechtering van de internationale concurrentiepositie van de VS.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Indien de ECB de rente verlaagt zal de rente in de VS relatief hoog zijn. Meer internationale beleggers zullen in de VS krediet willen verlenen. Hierdoor is er meer vraag naar de dollar waardoor de dollar apprecieert (1p)
Opmerkingen
- Bij een antwoord in de lijn van het tweede voorbeeld moeten kapitaalstroom en vraag naar dollars verwoord zijn voor het eerste scorepunt.
- Een beredenering vanuit de EU kan juist zijn.
De beroepsbevolking in Europa vergrijst. De groep werkenden tussen 55 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd groeit relatief snel ten opzichte van de groep werkenden tussen het begin van hun loopbaan en 55 jaar. Hierdoor stijgt het aandeel van 55-plussers in de beroepsbevolking. Een econoom stelt: “Ook door deze vergrijzing van de beroepsbevolking in Europa is de rente relatief laag.”
Gebruik bron 1.
Vraag 19 2 punten
Leg de stelling van de econoom uit met behulp van bron 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Uit de figuur in bron 1 blijkt dat het vermogen van 55-plussers gemiddeld groter is dan dat van mensen onder de 55 jaar, en (1)
- omdat het aandeel 55-plussers (relatief) hoog is, zal het totale vermogen (relatief) hoog zijn. Hierdoor is het aanbod op de vermogensmarkt (ten opzichte van de vraag relatief) hoog, waardoor de rente (relatief) laag is (1)
Opgave 5 Olieprijzenoorlog in het vat
De oliemarkt is een wispelturige markt, dit werd goed zichtbaar kort na de uitbraak van het coronavirus in 2020.
Uit een krant, maart 2020:
Een gigantische klap voor de olieprijs: binnen één dag met 30% gedaald naar US$ 30 per vat ruwe olie. Voor deze historische prijsdaling zijn twee belangrijke oorzaken. Ten eerste werd in China
- vanwege een uitbraak van het coronavirus
- een groot deel van de industrie tijdelijk stilgelegd. China is ’s werelds grootste importeur van olie. Ten tweede is tussen Rusland en Saoedi-Arabië een concurrentiestrijd om meer marktaandeel uitgebroken. Er is sprake van een beperkt aantal aanbieders die de oliemarkt domineren, namelijk Rusland, Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten (VS).
Vraag 20 1 punt
Citeer de zin uit het krantenbericht waaruit blijkt dat de prijsdaling van ruwe olie mede wordt veroorzaakt door een verandering van de vraag.
Bekijk het antwoord
- “Ten eerste werd in China − vanwege een uitbraak van het coronavirus − een groot deel van de industrie tijdelijk stilgelegd.” (1)
Gebruik het krantenbericht.
Vraag 21 2 punten
Van welke marktvorm is er sprake op de markt voor ruwe olie? Verklaar je antwoord aan de hand van twee relevante kenmerken van deze marktvorm.
Bekijk het antwoord
- Oligopolie. Voorbeelden van relevante kenmerken zijn: − er is sprake van een beperkt aantal aanbieders. − er zijn toetredingsbarrières (beschikking over oliebronnen is voorwaardelijk voor toetreding). − er is sprake van marktmacht (dit blijkt uit het gegeven dat er concurrentiestrijd is om marktaandeel). indien oligopolie genoemd en twee kenmerken juist (2) indien oligopolie genoemd en een kenmerk juist (1) alle andere antwoorden (0) (2)
Het gevecht om marktaandeel kan opgevat worden als een simultaan spel.
Gebruik bron 1.
Vraag 22 2 punten
Leg uit dat beide landen zich in een gevangenendilemma bevinden. Doe het als volgt:
- Leg uit of beide landen een dominante strategie hebben.
- Beredeneer vervolgens dat er sprake is van een gevangenendilemma.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De dominante strategie voor Rusland is hoger aanbod handhaven, want ongeacht wat Saoedi-Arabië kiest, de omzetverandering is het minst negatief / het meest positief als Rusland kiest voor hoger aanbod handhaven (↓ > ↓↓ en ↑↑ > ↑). De dominante strategie voor Saoedi-Arabië is hoger aanbod handhaven, want ongeacht wat Rusland doet, de omzetverandering is het minst negatief / het meest positief als Saoedi-Arabië kiest voor hoger aanbod handhaven (↓ > ↓↓ en ↑↑ > ↑) (1)
- Het resultaat dat tot stand komt (handhaven, handhaven) is suboptimaal voor beide landen, want beider individuele resultaten zouden beter zijn als beide landen kiezen voor verlagen van het aanbod (en dus er is sprake van een gevangenendilemma) (1)
Gebruik bron 1.
Vraag 23 2 punten
Verklaar de uitkomst in de cel rechtsonder in de tabel. Betrek in je antwoord de prijselasticiteit van de vraag.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De cel rechtsonder geeft weer dat beide landen hebben besloten om het aanbod te verlagen. Hierdoor zal de prijs van ruwe olie stijgen (1)
- Uit de gegevens blijkt dat (voor beide landen) de omzet is toegenomen (↑ ; ↑) bij de gestegen prijs. Dit betekent dat er sprake is van een prijsinelastische vraag naar ruwe olie (1)
De dalende olieprijzen waren aanleiding voor Saoedi-Arabië en Rusland om met elkaar in overleg te gaan. De Saoedische minister van Energie stelde: “We bevinden ons in een gevangenendilemma. Daarom stel ik voor dat we afspraken maken over de maximale hoeveelheid olie die we aanbieden om zo de prijzen te verhogen.”
De Russische minister van Energie reageerde op zijn Saoedische collega: “Laten we wachten met afspraken maken tot de VS hebben gereageerd op de prijsdaling. Als de VS de huidige productie handhaven, kunnen zij bij een prijsdaling van 30% naar US$ 30 per vat niet winstgevend produceren, terwijl zij dat bij de oude prijs wel konden. Ik verwacht dat de VS de oliemarkt zullen verlaten, zodat de concurrentie op lange termijn wordt beperkt.”
Gebruik bron 2.
Vraag 24 2 punten
Toon met een berekening aan dat de VS bij de nieuwe prijs niet winstgevend kunnen produceren, terwijl zij dat bij de oude prijs wel konden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Bij aflezing van bron 2 zijn de gemiddelde totale kosten voor de VS ongeveer US$ 36 (21,5 + 9,4 + 5,5 = US$ 36,4), dat is meer dan de marktprijs van US$ 30 en de productie is dan niet kostendekkend (1)
- (De nieuwe prijs is 70% van de oude prijs, dus) de oude marktprijs was 30 = US$ 42,86, dat is meer dan US$ 36,4 en de productie was toen 0, 7 wel kostendekkend (en er werd wel winst gemaakt) (1)
Gebruik bron 2.
Vraag 25 2 punten
Zal de VS op korte termijn de olieproductie stoppen en de oliemarkt verlaten? Verklaar je antwoord.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Omdat de prijs hoger is dan de gemiddelde variabele kosten (en omdat de constante kosten op korte termijn doorlopen) (1)
- zal de VS (niet stoppen maar) blijven produceren met als doel om het verlies te minimaliseren / is het verlies bij blijven produceren lager dan het verlies bij stoppen (1)
De dalende olieprijs had ook gevolgen voor andere markten. Zo bleek de prijs voor het gebruik van olietankers voor olieopslag juist te zijn gestegen met meer dan 1.000%. Daarnaast verwachtten analisten dat de dalende olieprijs ertoe kan leiden dat investeerders in duurzame energieproductie een lagere winstgevendheid op hun investeringen behalen.
Vraag 26 2 punten
Beredeneer op welke manier de dalende olieprijs kan leiden tot een prijsstijging van het gebruik van olietankers voor olieopslag.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Door de lage olieprijs kan het voor importeurs / oliehandelaren goedkoper zijn om nu te kopen en op te slaan voor latere consumptie / doorverkoop (1p)
Vraag 27 2 punten
Beredeneer op welke manier de dalende olieprijs ertoe kan leiden dat investeerders in duurzame energieproductie een lagere winstgevendheid op hun investeringen behalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De lage olieprijs maakt het aantrekkelijker om olieproducten te gebruiken als brandstof in plaats van duurzame energie (substitutie) (1)
- Hierdoor daalt de vraag naar duurzame energie en zal de prijs daarvan dalen, (met het gevolg dat de winstgevendheid op de investering in duurzame energieproductie daalt) (1)
Opgave 6 Treinmonopolie
Koning Willem I (koning van 1815 tot 1840) besloot dat er passagiersvervoer per trein moest komen in Nederland in 1835. Er bleken geen particuliere investeerders te zijn en daarom richtte de overheid de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij op (voorloper van de Nederlandse Spoorwegen). De overheid financierde daarmee de aanleg van het spoorwegennet, en zorgde ervoor dat het treinkaartje betaalbaar was. De Nederlandse Spoorwegen (NS) hebben het wettelijk monopolie op passagiersvervoer per spoor gehad tot 2008.
Vraag 28 1 punt
Maak van de onderstaande zin een economisch juiste redenering. De overheid heeft een wettelijk monopolie ingesteld vanwege de hoge …(1)… en vanwege de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de …(2)…. Kies uit: bij (1) constante kosten / variabele kosten bij (2) omzet / prijs / winst
Bekijk het antwoord
- bij (1) constante kosten bij (2) prijs (1)
Tot aan 2008 streefde de NS naar minimaal totaal verlies.
Gebruik bron 1.
Vraag 29 1 punt
Leg uit waarom de marginale kosten gelijk zijn aan de gemiddelde variabele kosten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: De gemiddelde variabele kosten zijn proportioneel variabel, wat betekent dat ieder extra product telkens dezelfde hoeveelheid extra kosten met zich meebrengt (en dus geldt dat MK = GVK). (1)
Gebruik bron 1.
Vraag 30 2 punten
Leg met behulp van bron 1 uit bij welke prijs er sprake is van een minimaal totaal verlies.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Het minimale verlies wordt (hetzelfde als de doelstelling maximale winst) bereikt bij de hoeveelheid Q waarbij MO = MK. Het snijpunt ligt bij Q = 2.000 miljoen km (1)
- In de grafiek is (bij Q = 2.000) te zien dat P = GO = € 0,40 per km (De gemiddelde opbrengsten per km zijn lager dan de gemiddelde kosten per km, waardoor er verlies geleden wordt) (1)
Vanaf 2008 heeft de overheid besloten dat ook andere vervoerders dan de NS passagiersvervoer in Nederland mogen aanbieden. Daartoe heeft de overheid Nederland in regio’s ingedeeld. Per regio verkoopt de overheid één concessie (vergunning) om in die regio passagiersvervoer te verzorgen. De NS en andere vervoersmaatschappijen kunnen bieden op een concessie (vergunning) om in die regio passagiersvervoer te verzorgen. De prijs van de concessie is een vergoeding voor het gebruik van het eerder aangelegde spoorwegennet.
Vraag 31 1 punt
Leg uit van welke marktvorm er sprake is op de markt van passagiersvervoer per trein vanaf 2008.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: Er is sprake van de marktvorm monopolie, omdat er voor elk traject / elke regio steeds één aanbieder van passagiersvervoer is. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1022-a-23-1-o
Andere examens economie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2023, tijdvak 1?
Het centraal examen economie havo 2023, tijdvak 1 telt 31 vragen. De meeste vragen gaan over risico en verzekeren (6), productie en kosten (5) en arbeidsmarkt (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2023, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2023, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1022-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen economie havo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.