Eindexamen economie havo 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Stoppen met aardgas dwingt tot keuzes, Opgave 2 Vliegtaks, Opgave 3 Heffingskortingen inkomensafhankelijk, Opgave 4 De prijs van medicijnen, Opgave 5 Verzekerd van data, Opgave 6 Door delen meer welvaart?.

Kort antwoord

Het centraal examen economie havo 2023, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (13), vraag en aanbod (6) en speltheorie (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie havo 2023, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen1-6, 8, 10-1513
Vraag en aanbod7, 9, 17, 20-226
Speltheorie23-242
Risico en verzekeren25-262
Conjunctuur161
Marktvormen181
Productie en kosten191

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over overheid en belastingen (50% van de vragen, gemiddeld 17%) en vraag en aanbod (23% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over internationale handel (0% van de vragen, gemiddeld 8%) en geld en inflatie (0% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Stoppen met aardgas dwingt tot keuzes

De overheid van een land heeft het klimaatakkoord van Parijs getekend. De overheid heeft daarom het besluit genomen om de eigen gasproductie versneld af te bouwen en gezinnen en bedrijven in het land te stimuleren om het verbruik van gas sterk te verminderen.

Voor de overheid leidt de terugval in aardgasinkomsten tot een financiële tegenvaller op de begroting van miljarden euro’s per jaar. Zonder extra maatregelen ontstaat hierdoor een overheidstekort.

Vraag 1 2 punten

Leg uit dat de overheid ruilt over de tijd indien er een overheidstekort ontstaat.

Bekijk het antwoord
  • Als er een overheidstekort ontstaat moet de overheid meer lenen, (1)
  • waardoor het huidige niveau van overheidsbestedingen toekomstige overheidsbestedingen beperkt omdat er extra moet worden afgelost (1)

Met een verhoging van de energiebelasting op gasverbruik kan de overheid gezinnen en bedrijven stimuleren om minder gas te verbruiken en te kiezen voor alternatieve energiebronnen. Het effect ervan is afhankelijk van de prijselasticiteit van de vraag naar gas. Voor een gemiddeld gezinshuishouden is de prijselasticiteit van de vraag naar gas −0,1. Het jaarlijkse gasverbruik is gemiddeld 1.466 m3 per gezinshuishouden.

De overheid stelt zich ten doel het gasverbruik in kubieke meter (m3) van een gemiddeld gezinshuishouden te verminderen met 5% en wil daartoe de huidige energiebelasting op gas met 75% verhogen.

Gebruik bron 1 en bovenstaande tekst.

Vraag 2 3 punten

Bereken of een verhoging van de huidige energiebelasting met 75% voldoende is om de doelstelling van de overheid te halen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: De verhoging van 75% is niet voldoende om de doelstelling te behalen: • Nieuwe energiebelasting = 1,75 x oude energiebelasting = 1,75 x € 0,346 = € 0,606 levering en transport gas € 0,452 nieuwe energiebelasting € 0,606 nieuwe tarief exclusief btw € 1,058 btw 21% over € 1,058 € 0,222 nieuw gastarief inclusief btw € 1,280 1 • de gasprijs stijgt met (nieuw tarief – oud tarief) € 1,280 – € 0,966 x 100% = x 100% = 32,5% (1) oud tarief € 0,966 • De prijselasticiteit is -0,1 dus de vraag naar gas daalt met 0,1 x procentuele prijsstijging van het gas = 0,1 x 32,5% = 3,3% en dit is minder dan de doelstelling van 5% (1) (3)

Een analist van het ministerie van economische zaken benadrukt dat economische groei van invloed is op de effectiviteit van het overheidsbeleid om de vraag naar gas van gezinnen en bedrijven te verminderen. De analist doet drie uitspraken:

− Uitspraak 1: Economische groei kan enerzijds tot meer gasverbruik en anderzijds tot minder gasverbruik leiden.

  • Uitspraak 2: Economische groei maakt het voor de overheid makkelijker om subsidies te financieren.
  • Uitspraak 3: Subsidies op energiezuinige productietechnologieën en de verhoging van de energiebelasting op gasverbruik van gezinnen en bedrijven, hebben zelf ook weer effect op de economische groei van het land.

Vraag 3 2 punten

Leg uitspraak 1 uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: • Economische groei betekent dat het bbp / de productie toeneemt, waardoor het gasverbruik van bedrijven toe kan nemen (1) • Economische groei betekent dat het bbp en dus het (binnenlands) inkomen toeneemt, waardoor gezinshuishoudens over de middelen beschikken om hun woningen te verduurzamen / te isoleren / te voorzien van alternatieve energiebronnen zodat het gasverbruik af kan nemen of Economische groei betekent dat het bbp / de productie toeneemt, waardoor bedrijven meer winst kunnen maken en meer gasbesparende investeringen kunnen doen waardoor het gasverbruik af kan nemen (1) (2)

Vraag 4 1 punt

Leg uitspraak 2 uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Inkomstenkant (B): economische groei betekent dat het bbp / het inkomen toeneemt en als er meer inkomen wordt verdiend dan leidt dat tot hogere belastingontvangsten (die gebruikt kunnen worden voor de subsidie) − Uitgavenkant (O): economische groei betekent dat het bbp / de productie toeneemt, en als de productie toeneemt kan de werkgelegenheid toenemen en kunnen de uitkeringen voor werkloosheid dalen (zodat er meer financiële ruimte komt om subsidies te financieren) (1)

Vraag 5 2 punten

Leg uitspraak 3 uit. Betrek in je antwoord een positief effect en een negatief effect.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als bij de beantwoording van het positieve en het negatieve effect productie of bbp niet genoemd is dan maximaal een scorepunt toekennen.

Opgave 2 Vliegtaks

Uit een krant:

De Nederlandse overheid heeft het plan om een vliegbelasting van € 7,50 per vliegticket in te voeren voor alle vluchten vanaf een Nederlandse luchthaven: de vliegtaks. De luchtvaartmaatschappijen berekenen de heffing door in de eindprijs van een vliegticket en moeten vervolgens per verkocht ticket € 7,50 afdragen aan de belastingdienst. Het doel van de vliegtaks is om het vliegen voor passagiers minder aantrekkelijk te maken en zo de uitstoot van broeikasgassen te verlagen.

Een onderzoeksbureau analyseert de effecten van de vliegtaks op het milieu en trekt de conclusie dat deze op de korte termijn verwaarloosbaar klein zijn als bij elke vlucht alleen de bezettingsgraad van de vliegtuigen zal dalen.

noot bezettingsgraad = het feitelijke aantal bezette stoelen afgezet tegen het beschikbare aantal stoelen

Vraag 6 1 punt

Geef een verklaring voor de conclusie van het onderzoeksbureau.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: (Door een afname van de vraag naar vliegtickets is de bezettingsgraad /het feitelijke aantal bezette stoelen lager, maar dat maakt op korte termijn geen/weinig verschil want) er zijn evenveel vluchten als voorheen en dus zal de uitstoot van broeikasgassen (vrijwel) gelijk blijven. (1)

Passagiers die vanaf de Nederlandse luchthaven Schiphol naar Rome vliegen, betalen bij luchtvaartmaatschappij Linea Azzurra een prijs van € 300 voor een vliegticket. De prijselasticiteit van de vraag naar deze vliegtickets van Schiphol naar Rome is −1,4.

Vraag 7 3 punten

Bereken hoeveel procent van de passagiers vanaf Schiphol naar Rome blijft vliegen indien de ticketprijs wordt verhoogd met € 7,50.

Bekijk het antwoord

Opmerking Een juiste uitkomst van de procentuele verandering van de vraag (tweede deelscore) is voorwaardelijk voor toekenning van de derde scorepunt.

Volgens een aantal politieke partijen kan het directe effect van de vliegtaks op het milieu worden vergroot door de hoogte van de vliegtaks af te laten hangen van de afstand van de vlucht.

Twee politieke partijen gaan met elkaar in debat.

  • De Gele Partij zegt: Om eenzelfde daling van de vraag te realiseren, is voor lange vluchten een andere vliegtaks op vliegtickets nodig dan voor korte vluchten, omdat de vraag naar tickets voor lange vluchten minder prijselastisch is dan die naar tickets voor korte vluchten.
  • De Witte Partij zegt: Belast juist de tickets voor korte vluchten met een hogere vliegtaks. Een partijlid stelt: “Deze maatregel zal leiden tot een grotere daling van de vraag naar vliegtickets, omdat er voor kortere vluchten meer substitutiegoederen en -diensten zijn.”

Vraag 8 2 punten

Leg uit of de vliegtaks op tickets voor lange vluchten volgens de Gele Partij hoger of lager moet zijn dan de vliegtaks op tickets voor korte vluchten.

Bekijk het antwoord
  • De vraag naar tickets voor lange vluchten reageert (procentueel) minder sterk op eenzelfde (procentuele) prijsverandering dan de vraag naar tickets voor korte vluchten. / De vraag naar tickets voor korte vluchten reageert (procentueel) sterker op eenzelfde (procentuele) prijsverandering dan de vraag naar tickets voor lange vluchten (1)
  • dus is een (procentueel) hogere vliegtaks op tickets voor lange vluchten nodig (om dezelfde daling van de vraag naar vliegtickets te realiseren als bij korte vluchten) (1)

De Witte Partij baseert haar standpunt op de beschikbaarheid van substitutiegoederen en -diensten.

Vraag 9 2 punten

Leidt de vliegtaks voor korte vluchten tot een verschuiving van of een verschuiving langs de vraaglijn van treintickets? Leg je keuze uit en benoem daarbij de richting van de verschuiving van/langs de vraaglijn.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Een verschuiving van de vraaglijn van treintickets.

De luchtvaartmaatschappijen protesteren tegen de voorgestelde vliegtaks van € 7,50 per vliegticket, en stellen dat deze taks ten koste gaat van hun winst en alleen goed is voor de Nederlandse schatkist. Om het effect op de winst te verklaren, tonen zij een marktmodel met een vraag- en aanbodfunctie.

Marktmodel met vraag- en aanbodfuncties

Qv = −P + 480 Qavóór invoering vliegtaks = 2P

  • 105 Qana invoering vliegtaks = 2P
  • 120

Er geldt dat Qv = Qa

P = gemiddelde prijs van een vliegticket in euro’s Q = aantal vliegtickets vanuit Nederlandse luchthavens x 10.000

Op basis van dit marktmodel stellen de luchtvaartmaatschappijen dat ze de vliegtaks niet volledig kunnen doorberekenen in de prijs van een vliegticket.

Vraag 10 3 punten

Bereken hoeveel procent van de vliegtaks voor rekening van de luchtvaartmaatschappijen komt. Bereken daartoe eerst de oude en de nieuwe evenwichtsprijs.

Bekijk het antwoord
  • Evenwichtsprijs vóór invoering vliegtaks: –P + 480 = 2P – 105 3P = 585 P = € 195 (1)
  • Evenwichtsprijs na invoering vliegtaks: –P + 480 = 2P – 120 3P = 600 P = € 200 (1)
  • De luchtvaartmaatschappij neemt 7,50 – (200 – 195) = € 2,50 van de € 7,50 vliegtaks voor eigen rekening, dat is 2, 5 0 x 100% = 33,3% / 33% (1)

Vraag 11 2 punten

Bereken de opbrengst van de vliegtaks voor de Nederlandse schatkist.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als bij de uitwerking sprake is van doorwerkfouten uit de vorige vraag, dan geen scorepunt in mindering brengen.

Opgave 3 Heffingskortingen inkomensafhankelijk

Iedereen in Nederland die inkomstenbelasting moet betalen, heeft recht op één of meer heffingskortingen. Naast de algemene heffingskorting hebben belastingplichtigen die betaald werk verrichten ook recht op een arbeidskorting. Tussen 2014 en 2017 heeft de regering de hoogte van beide heffingskortingen inkomensafhankelijker gemaakt (zie bron 1). Dit heeft effect op de arbeidsmarkt. De regering stelt: “De aanpassing van de arbeidskorting voor inkomens tot en met € 80.000 kan ertoe leiden dat meer mensen zich zullen aanbieden op de arbeidsmarkt.”

Gebruik bron 1.

Vraag 12 2 punten

Leg de stelling van de regering uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit bron 1 blijkt dat de arbeidskorting door de jaren heen hoger is geworden (voor inkomens tot en met € 80.000 als gevolg van de toegenomen inkomensafhankelijkheid) waardoor het netto-inkomen uit arbeid (voor deze inkomens) stijgt (1)
  • Daardoor wordt werken/participeren op de arbeidsmarkt aantrekkelijker, en neemt het arbeidsaanbod toe (aanzuigeffect) (1)

Onderstaand oorzaak-gevolg schema toont de invloed van de verhoogde arbeidskorting (bij inkomens tot en met € 80.000) op de arbeidsvraag.

Gebruik de uitspraak van partij 1 en het schema.

Vraag 13 2 punten

Maak van het schema een economisch juiste redenering. Doe het als volgt:

  • schrijf de letters a t/m f op;
  • schrijf achter iedere letter het juiste economische verschijnsel. Kies uit:

1 looneisen worden gematigd

2 nettoloon stijgt

3 internationale concurrentiepositie verbetert

4 koopkracht neemt toe

5 binnenlandse vraag naar goederen neemt toe

6 vraag naar exportgoederen neemt toe

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • bij (a): 2 nettoloon stijgt bij (b): 4 koopkracht neemt toe bij (c): 5 binnenlandse vraag naar goederen neemt toe (1)
  • bij (d): 1 looneisen worden gematigd bij (e): 3 internationale concurrentiepositie verbetert bij (f ): 6 vraag naar exportgoederen neemt toe (1)

Gebruik bron 1.

Vraag 14 2 punten

Leg uit of het gemiddelde belastingtarief van een werknemer met een inkomen van € 20.000 hoger of lager wordt na de belastingwijziging.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • door de verhoging van de heffingskortingen de te betalen inkomstenbelasting bij een inkomen van € 20.000 afneemt, (1)
  • en dat het gemiddelde belastingtarief door die afname van te betalen inkomstenbelasting daalt (want gemiddeld belastingtarief is belastingbedrag gedeeld door het bruto-inkomen) (1)

Belastingheffing kan een nivellerend effect hebben op de inkomensverdeling. Een belastbaar inkomen van € 120.000 is zes keer zo hoog als een belastbaar inkomen van € 20.000 (zie bron 1 en bron 2). Een werknemer met een belastbaar inkomen van € 120.000 had in 2013 een netto-inkomen van € 66.744. Een werknemer met een belastbaar inkomen van € 20.000 had in 2013 een netto-inkomen van € 16.317. Daarmee was het netto-inkomen van het hogere inkomen 4,1 keer zo hoog als het netto-inkomen van het lagere inkomen. Door de belastingwijziging is er in 2014 sprake van een toegenomen nivellering voor de belastbare inkomens € 120.000 en € 20.000.

Gebruik bron 1 en bron 2.

Vraag 15 2 punten

Toon met een berekening aan dat er door de belastingwijziging in 2014 sprake is van toegenomen nivellering voor de inkomens € 120.000 en € 20.000.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: • 2014: laag (in €) hoog (in €) belastbaar inkomen 20.000 120.000 af: inkomstenbelasting vóór heffingskortingen – 7.270 – 55.616 bij: algemene heffingskorting + 2.093 + 1.362 bij: arbeidskorting + 2.097 + 367 netto-inkomen 16.920 66.113 1 • Daarmee was het netto-inkomen van de hoogste inkomens 66.113/16.920 = 3,9 keer zo hoog als het netto-inkomen van de laagste inkomens. De ratio is kleiner geworden (van 4,1 naar 3,9, dus is er sprake van toegenomen nivellering) (1) (2)

Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelde dat in 2014 en volgende jaren de Nederlandse economie zal groeien. Stel dat deze voorspelling uit is gekomen en dat in 2017 de Nederlandse economie in de fase van hoogconjunctuur verkeerde.

Gebruik bron 3.

Vraag 16 2 punten

Had de aanpassing van de beide heffingskortingen een procyclisch of anticyclisch effect op de conjuncturele ontwikkeling van Nederland in het jaar 2017? Leg je keuze uit met een berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • In 2017 verkeert Nederland in een hoogconjunctuur. Door dit belastingplan wordt er in 2017 –5.162+363–2.481+3.601= –3.679 miljoen euro minder belasting betaald (ten opzichte van 2016) (1)
  • Dit heeft een positief effect op de bestedingen waardoor de hoogconjunctuur wordt versterkt, en dit betekent dat er een procyclisch effect is (1)

Opgave 4 De prijs van medicijnen

De prijs van medicijnen op de Amerikaanse markt is onderwerp van discussie. Zijn de prijzen zo hoog omdat medicijnfabrikanten hoge kosten hebben of omdat ze hoge winsten willen maken? Het Amerikaanse bedrijf Fluid heeft recent de prijs van een flesje van zijn antibioticum Antibio sterk verhoogd. Nadat Fluid een aantal andere bedrijven met patenten voor andere antibiotica heeft opgekocht, ontstond een monopolie voor het medicijn Antibio. Hierdoor ontstond een nieuwe prijsafzetfunctie voor Antibio (zie bron 1). Fluid streeft bij het aanbod van Antibio naar maximale totale winst.

Gebruik bron 1.

Vraag 17 2 punten

Bepaal de prijs die Fluid zal vragen voor één doosje Antibio. Bepaal daartoe eerst de afzet van Antibio.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Een correcte toepassing van MO=MK (eerste deelscore) is voorwaardelijk voor toekenning van de tweede scorepunt.

Gebruik bron 1.

Vraag 18 2 punten

Bereken de maximale totale winst die Fluid maakt met Antibio.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als bij de berekening de duizendtallen ontbreken (TW= $ 175.000) dan maximaal een scorepunt toekennen.

Uit een krant:

Medicijnfabrikant Fluid legt uit waarom ze veel winst op het medicijn Antibio moet maken. Dankzij het patent op dit medicijn verdient het bedrijf niet alleen de ontwikkelkosten terug, maar kan het ook winst maken. Met deze winst kan de ontwikkeling van weer andere, nieuwe medicijnen worden gefinancierd.

Voordat een medicijnfabrikant een nieuw medicijn op de Amerikaanse markt mag brengen, moet het eerst worden goedgekeurd door de U.S Food and Drug Administration (FDA).

Gebruik het bovenstaande krantenartikel.

Vraag 19 2 punten

Leg uit dat er bij de investeringen die door Fluid zijn gedaan voor medicijnontwikkeling sprake kan zijn van verzonken kosten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Medicijnfabrikanten hebben specifieke investeringen gedaan om een medicijn te ontwikkelen (1)
  • Dit zijn verzonken kosten omdat deze kosten op geen andere manier kunnen worden terugverdiend dan via verkoop (op de Amerikaanse markt) / omdat deze kosten op geen andere manier kunnen worden terugverdiend als de FDA geen goedkeuring geeft om het medicijn te mogen verkopen (1)

Kate Miller is voorzitter van een patiëntenvereniging en maakt bezwaar tegen de prijsverhoging van het medicijn Antibio door Fluid. De Amerikaanse patiënten krijgen dit medicijn niet vergoed door de zorgverzekeraar. Zij maakt zich zorgen over de patiënten die afhankelijk zijn van dit medicijn. Kate Miller bespreekt het effect van de prijsverandering en inkomensverandering op de vraag naar dit medicijn.

Vraag 20 1 punt

Maak van de onderstaande zinnen een economisch juiste tekst.

  • Bij medicijnen zie je in het algemeen dat de vraag …(1)… is.
  • Ook bij daling van het inkomen zal de vraag naar het medicijn nauwelijks dalen. Er is hier sprake van een …(2)… goed. Kies uit: bij (1) prijselastisch / prijsinelastisch bij (2) noodzakelijk / inferieur

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • (1) prijsinelastisch (2) noodzakelijk (1)

Kate Miller zoekt naar opties om ervoor te zorgen dat dit medicijn betaalbaar blijft. Zij stelt de volgende maatregelen voor:

A: het vaststellen van een maximumprijs door de overheid B: het sneller laten aflopen van het patent op het medicijn

Vraag 21 2 punten

Leg voor beide maatregelen uit hoe deze een neerwaarts effect kunnen hebben op de prijs van het medicijn Antibio.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Maatregel A: Het instellen van een maximumprijs zal leiden tot een lagere prijs mits de maximale prijs die de overheid vaststelt lager is dan de prijs bij maximale winst (1)
  • Maatregel B: Na afloop van het patent kunnen andere aanbieders het medicijn ook aanbieden en door de toegenomen concurrentie kan de prijs dalen (omdat Fluid niet langer monopolist/prijszetter is, en omdat de afwezigheid van toetredingsbarrières het mogelijk maakt dat andere fabrikanten het medicijn met lagere kosten kunnen fabriceren) (1)

Fluid is geen voorstander van beide maatregelen. De directeur van Fluid stelt dat (te) lage winsten op nieuw te ontwikkelen medicijnen in de toekomst gevolgen kunnen hebben voor de welvaart. Fluid verwijst daarbij naar de Human Development Index.

De Human Development Index (HDI) is een welvaartsindex van de Verenigde Naties die voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land meet.

Vraag 22 2 punten

Onderbouw de stelling van de directeur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Bij lagere winsten kunnen / willen medicijnfabrikanten minder besteden aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen (1)
  • zodat onderzoek naar / ontwikkeling van medicijnen voor nieuwe ziektes onvoldoende plaatsvindt, en waardoor mensen meer / langer / ernstiger ziek zijn en de levensverwachting omlaag kan gaan (en de HDI daalt) (1)

Opgave 5 Verzekerd van data

Een toenemend aantal bedrijven wordt getroffen door computerincidenten die voor veel schade zorgen. Los van technische storingen kan er sprake zijn van cybercriminaliteit als bijvoorbeeld het netwerk van een bedrijf wordt gehackt.

Twee bedrijven, ABC en XYZ, zijn groothandels in specialistische gereedschappen en zijn elkaars grootste concurrent. Stel dat beide bedrijven tegelijk door cybercriminelen worden gehackt. De hackers hebben alle klantgegevens gestolen, en zullen de klantgegevens pas weer teruggeven als er losgeld is betaald. ABC en XYZ maken een afweging. Als ze losgeld betalen hebben ze onmiddellijk weer toegang tot de klantgegevens. Als ze geen losgeld betalen, dat moeten ze een gespecialiseerd IT-bedrijf inhuren. Dat IT-bedrijf heeft enkele weken nodig om de klantgegevens weer terug te halen. De bedrijven hebben de klantgegevens voortdurend nodig, om omzet en vertrouwen van klanten te behouden.

In bron 1 staat een matrix waarin de gevolgen voor beide bedrijven wordt weergegeven.

Gebruik bron 1.

Vraag 23 2 punten

Toon aan de hand van bron 1 aan dat beide bedrijven in een gevangenendilemma terecht komen. Ga als volgt te werk:

  • Leg uit hoe de dominante strategie van beide bedrijven tot stand komt. Noem daarbij de relevante getallen uit de matrix.
  • Leg uit dat er sprake is van een gevangenendilemma.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De dominante strategie van bedrijf ABC is wel losgeld betalen, want als bedrijf XYZ wel losgeld betaalt is –5 > –6 en als bedrijf XYZ geen losgeld betaalt is –2 > –4; De dominante strategie van bedrijf XYZ is wel losgeld betalen, want als bedrijf ABC wel losgeld betaalt is –4 > –5 en als bedrijf ABC geen losgeld betaalt is –2 > –3 (1)
  • De evenwichtssituatie: beide bedrijven betalen losgeld (–5; –4). Dit is een suboptimaal resultaat aangezien de uitkomst waarbij beide bedrijven geen losgeld betalen voor elk van beide bedrijven een beter resultaat oplevert, –4; –3 (1)

Stel dat ABC en XYZ een afspraak maken dat als ze beide gehackt worden, dat beide bedrijven dan zullen kiezen voor de strategie die een beter resultaat oplevert voor beide. Maar XYZ twijfelt of ABC zich wel aan de afspraak zal houden.

Vraag 24 1 punt

Noem een voorbeeld van geloofwaardige zelfbinding waarmee bedrijf ABC bedrijf XYZ kan overtuigen dat het zich aan de afspraak zal houden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Uit de beschrijving van het voorbeeld moet blijken welke negatieve consequentie verbonden is aan het kiezen van de dominante strategie.

ABC sluit bij verzekeringsmaatschappij Veiligheid voor Alles een verzekering af voor schade veroorzaakt door computerincidenten. ABC betaalt daarvoor een premie van € 140 per maand. De kans dat ABC schade oploopt door computerincidenten is ieder jaar 0,3%. ABC verwacht dat het gemiddelde schadebedrag in een jaar met schade ongeveer € 350.000 zal bedragen.

Vraag 25 3 punten

Toon met een berekening aan dat ABC risicomijdend gedrag vertoont door de verzekering af te sluiten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: • De totale jaarpremie is € 140 x 12 = € 1.680 (1) • Het verwachte schadebedrag (/verwachte waarde van de schade) is elk jaar 0,003 x 350.000 = € 1.050 (1) • de totale jaarpremie is hoger dan het (jaarlijkse) verwachte schadebedrag, − en uit de betalingsbereidheid van ABC is af te leiden dat ABC waarde hecht aan het afdekken van risico (en dus risicomijdend is) of − en als ABC risico-neutraal of risicominnend zou zijn, dan zou ABC maximaal het verwachte schadebedrag willen betalen, en dus blijkt uit het afsluiten van de verzekering dat ABC risicomijdend is (1) (3)

Verzekeringsmaatschappij Veiligheid voor Alles vermeldt in haar polisvoorwaarden de volgende uitsluitingen.

Er vindt geen vergoeding van schade plaats indien:

1 medewerkers van het verzekerde bedrijf aantoonbaar opzettelijk schade toebrengen aan het computersysteem

2 het personeel niet getraind is in het herkennen van verdachte computermeldingen

3 het bedrijf de updates van de beveiligingssoftware niet goed heeft uitgevoerd

4 de schade het gevolg is van stroomuitval veroorzaakt door de energieleverancier

Vraag 26 2 punten

Welke twee van de genoemde uitsluitingen zijn bedoeld om het risico op moral hazard tegen te gaan? Licht je keuzes toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De juiste keuze van de uitsluitingen is voorwaardelijk voor toekenning van de tweede scorepunt.

Opgave 6 Door delen meer welvaart?

Van de website van Deel-Kar.nl:

Auto’s zijn duur en staan veruit het grootste deel van hun leven stil. Waarom dan niet je eigen auto delen met een ander, als je hem zelf niet gebruikt? Dat leidt tot minder autobezit en dat is goed voor het milieu. Bied uw auto aan via de app, waar u uw auto kunt omschrijven en kunt aangeven welke vergoeding u vraagt aan de huurder. Natuurlijk is uw auto goed verzekerd via onze partner Deel-Zeker! Of vul uw postcode in en bekijk welke auto’s u kunt huren en welke vergoeding door de autobezitter aan u wordt gevraagd. Voor elke transactie die via onze app of website tot stand komt betaalt de de autobezitter € 10 aan Deel-Kar.nl als vergoeding voor de bemiddeling.

Milieuorganisaties stellen dat dankzij het initiatief van Deel-Kar.nl:

  • enerzijds de milieuvervuiling via afnemend autobezit kan afnemen, maar dat
  • anderzijds de milieuvervuiling door het initiatief van Deel-Kar.nl juist ook kan toenemen.

Vraag 27 2 punten

Verklaar de stelling van de milieuorganisaties.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: • Doordat auto’s (via Deel-Kar.nl) gedeeld worden, is eigen autobezit niet langer noodzakelijk voor autogebruik, en daardoor neemt het eigen autobezit af. Consumenten die voorheen een eigen auto hadden en die toch een autorit willen maken, zullen iets meer moeite moeten doen om de deelauto / een auto van een ander te pakken waardoor het totale autogebruik (voor een korte afstand) kan verminderen en waardoor de milieuvervuiling kan afnemen of Doordat auto’s (via Deel-Kar.nl) gedeeld worden, is autobezit niet langer noodzakelijk voor autogebruik. Dit kan leiden tot minder autoverkoop en minder productie van auto’s (waardoor er minder grondstoffen en energie nodig zijn) waardoor de milieuvervuiling kan afnemen (1) • Doordat auto’s (via Deel-Kar.nl) gedeeld worden is eigen autobezit niet langer noodzakelijk voor autogebruik, en − kunnen voormalige autobezitters meer te besteden hebben voor autogebruik (met name voor langere afstanden), en kan het totale autogebruik toenemen en kan dus ook de milieuvervuiling toenemen of − kunnen consumenten die voorheen geen auto hadden nu gebruik maken van de deelauto, en kan het totale autogebruik toenemen en kan dus ook de milieuvervuiling toenemen (1) (2)

Vraag 28 1 punt

Leg uit dat er toegevoegde waarde ontstaat bij een transactie via Deel-Kar.nl.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: Als de omzet van Deel-kar.nl hoger is dan de inkoopkosten van Deel-Kar.nl ontstaat er toegevoegde waarde / neemt het bbp toe. (Deel-kar.nl levert een dienst waar weinig tot geen inkoopkosten bij komen kijken.) (1)

Econoom Charlotte Brouwer zegt over Deel-Kar.nl: “De winstgevendheid van Deel-Kar.nl wordt negatief beïnvloed door asymmetrische informatie bij zowel de verhuurder als de huurder van een deelauto.

Vraag 29 2 punten

Leg de uitspraak van econoom Brouwer uit.

Bekijk het antwoord

Opmerking Beide vormen van asymmetrische informatie moeten worden verwoord voor de eerste deelscore.

Brouwer stelt: “Sommige huurders van auto’s via Deel-Kar.nl zullen moral hazard gedrag vertonen. De verhuurders hoeven zich daar echter geen zorgen over te maken.”

Vraag 30 2 punten

Verklaar de stelling van econoom Brouwer.

Bekijk het antwoord
  • De huurder van de auto kan zich (extra) roekeloos gedragen in het verkeer omdat hij/zij weet dat de eventuele schade door de verzekeringsmaatschappij gedekt wordt (1)
  • De verhuurders weten dit ook (dit blijkt uit de zin in de tekst “Natuurlijk is uw auto goed verzekerd …”) en weten daardoor dat zij eventuele schade als gevolg van moral hazard vergoed krijgen (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1022-a-23-2-o

Andere examens economie havo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen economie havo 2023, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (13), vraag en aanbod (6) en speltheorie (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1022-a-23-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie havo 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.