Eindexamen economie havo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Analyse van het minimumuurloon, Fietsen op Bonaire, CO₂-rechten, AOW-leeftijd, AI in de verzekeringssector.

Kort antwoord

Het centraal examen economie havo 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 26 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (4), marktvormen (4) en risico en verzekeren (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie havo 2025, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Arbeidsmarkt1-44
Marktvormen8, 11, 13, 264
Risico en verzekeren14, 27-294
Overheid en belastingen21-23, 254
Productie en kosten9-10, 173
Geld en inflatie5, 72
Conjunctuur61
Vraag en aanbod121
Speltheorie161
Internationale handel181
Inkomen en consumptie241

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over arbeidsmarkt (15% van de vragen, gemiddeld 7%) en marktvormen (15% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over vraag en aanbod (4% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Analyse van het minimumuurloon

Nederland heeft een wettelijk minimumuurloon voor alle werknemers van 15 jaar en ouder. In een talkshow debatteren twee economen over de gevolgen van het verhogen van dit minimumuurloon.

Econoom 1: ‘Een hoger minimumuurloon kan leiden tot meer economische groei’.

Econoom 2: ‘Een hoger minimumuurloon kan leiden tot een verslechtering van de Nederlandse internationale concurrentiepositie’.

Bron 1 Minimumuurloon 2024

leeftijdminimumuurloon per 31 maart 2024
21 jaar en ouder€ 13,27
20 jaar€ 10,62
19 jaar€ 7,96
18 jaar€ 6,64
17 jaar€ 5,24
16 jaar€ 4,58
15 jaar€ 3,98

Vraag 1 2 punten

Leg de uitspraak van econoom 1 uit.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door een verhoging van het minimumuurloon stijgt het (besteedbaar) inkomen, en daarmee stijgt de consumptie.
  • Waardoor de productie / het bbp stijgt (en dus de economische groei).

Vraag 2 2 punten

Leg de uitspraak van econoom 2 uit.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een correcte uitleg over het verband tussen loonkosten en loonkosten per product.
  • Een correcte uitleg over het verband tussen loonkosten per product en de internationale concurrentiepositie.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de hogere minimumuurlonen zullen de kosten voor bedrijven toenemen. Hierdoor zullen (bij gelijkblijvende arbeidsproductiviteit) de (loon)kosten per product stijgen.
  • Deze hogere kosten worden doorberekend in de prijs, waardoor Nederland duurder wordt voor het buitenland en de internationale concurrentiepositie dus verslechtert.

Aanvulling: Antwoorden via bestedingsinflatie in combinatie met de productiecapaciteit kunnen maximale scorepunten opleveren.

Het debat gaat verder. Econoom 2 beweert: “Het minimumuurloon ligt boven het marktloon. Het verhogen van het minimumuurloon heeft een effect op de werkloosheid”.

Vraag 3 2 punten

Leg uit welk effect het verhogen van het minimumuurloon heeft op de werkloosheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het minimumuurloon wordt verhoogd, waardoor de aangeboden hoeveelheid arbeid (ten opzichte van de gevraagde hoeveelheid) zal toenemen.
  • Hierdoor zal de werkloosheid toenemen.

of

  • Het minimumuurloon wordt verhoogd, waardoor de gevraagde hoeveelheid arbeid (ten opzichte van de aangeboden hoeveelheid) zal afnemen.
  • Hierdoor zal de werkloosheid toenemen.

of

  • Het minimumuurloon wordt verhoogd, waardoor de consumptie stijgt en daardoor de productie stijgt.
  • Hierdoor stijgt de vraag naar arbeid en zal de werkloosheid afnemen.

of

  • Het minimumuurloon wordt verhoogd, waardoor de loonkosten stijgen. De loonkosten per product stijgen, waardoor de productie daalt.
  • Hierdoor daalt de vraag naar arbeid en zal de werkloosheid toenemen.

Opmerking: Het tweede scorepunt uitsluitend toekennen als het een logisch gevolg is van de eerste stap.

Bij de vragen 4 en 5 worden de belastingen buiten beschouwing gelaten.

Het minimumuurloon voor de jongeren (< 21 jaar) is afhankelijk van de leeftijd. Zo krijgt een 16-jarige voor hetzelfde werk een lager minimumuurloon dan een 20-jarige.

Gebruik bron 1.

Vraag 4 1 punt

Bereken hoeveel procent het minimumuurloon van een 20-jarige hoger is dan dat van een 16-jarige.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

\frac{10{,}62 - 4{,}58}{4{,}58} \times 100\% = 131{,}9\%

Een 16-jarige begint op 31 maart 2024 met werken bij een supermarkt. Op 31 juli 2024 is deze persoon nog steeds 16 jaar.

Gebruik bron 1 en 2.

Vraag 5 2 punten

Bereken hoe hoog het minimumuurloon op 31 juli 2024 van de 16-jarige moet zijn om minimaal dezelfde koopkracht te behouden als op 31 maart 2024.

Lijngrafiek van de maandelijkse inflatie van januari tot en met juli 2024 met de waarden 1,00 (31 jan), 0,59 (29 feb), 0,68 (31 mrt), 0,16 (30 apr), 0,39 (31 mei), 0,44 (30 jun) en 0,77 (31 jul). Bekijk in Bijlage, pagina 2

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • De inflatie (van april tot en met juli) is (bij benadering) 0,16 + 0,39 + 0,44 + 0,77 = 1,76%.
  • Het minimumuurloon voor een 16-jarige zal moeten stijgen tot 1,0176 × 4,58 = 4,66 (om dezelfde koopkracht te behouden).

of

  • De inflatie (van april tot en met juli) is 100 × 1,0016 × 1,0039 × 1,0044 × 1,0077 − 100 = 1,77%.
  • Het minimumuurloon voor een 16-jarige zal moeten stijgen tot 1,0177 × 4,58 = 4,66 (om dezelfde koopkracht te behouden).

Opmerking: Als de kandidaat de inflatie berekent op basis van 3 of 5 maanden kunnen maximale scorepunten worden behaald.

De economie van Nederland bevindt zich op het moment van het debat in een laagconjunctuur. Econoom 1 stelt dat de overheid naast het verhogen van het minimumuurloon, ook anticyclisch begrotingsbeleid kan voeren.

Vraag 6 2 punten

Noem twee voorbeelden van anticyclisch begrotingsbeleid van de overheid, in een laagconjunctuur.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

  • loonbelasting verlagen
  • btw verlagen
  • dividendbelasting verlagen
  • vennootschapsbelasting verlagen
  • uitkeringen verhogen
  • overheidsuitgaven aan zorg verhogen
  • overheidsuitgaven aan onderwijs verhogen
  • overheidssubsidies verhogen
  • ambtenarensalarissen verhogen
  • meer ambtenaren in dienst nemen

per juist antwoord: 1

Opmerking: Het voeren van monetair beleid is onjuist.

Econoom 2 is geen voorstander van overheidsingrijpen. Tijdens een laagconjunctuur zal de inflatie lager zijn dan de inflatiedoelstelling van de centrale bank.

In dat geval zal de centrale bank het rente-instrument inzetten.

Vraag 7 2 punten

Leg uit of de centrale bank de rente zal verhogen of verlagen om de inflatie te laten stijgen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De centrale bank zal de rente verlagen, waardoor lenen aantrekkelijker / sparen onaantrekkelijker wordt.
  • Hierdoor zal de consumptie / zullen de investeringen / de bestedingen stijgen, waardoor de (bestedings)inflatie stijgt.

Fietsen op Bonaire

Fietsen op Bonaire wordt steeds populairder. Het wordt gezien als een gezond en duurzaam alternatief voor het vele autogebruik op het eiland. Toeristen maken graag gebruik van huurfietsen om het eiland te verkennen.

Op Bonaire is een beperkt aantal fietsverhuurbedrijven actief. Zij verhuren gewone fietsen voor toeristen die op de goed aangelegde wegen willen fietsen. Daarnaast verhuren de bedrijven speciale mountainbikes aan toeristen die op zandwegen of in nationale parken willen fietsen. Ook de lokale bevolking gebruikt de huurfietsen naast de eigen fiets.

Gebruik bovenstaande tekst.

Vraag 8 2 punten

Maak van onderstaande tekst een economisch juiste redenering.

De Bonairiaanse fietsverhuurmarkt kan worden gezien als ...(1).... De huurfietsen kunnen worden gezien als ...(2)... producten. Huurfietsen en eigen fietsen kunnen worden gezien als ...(3)... goederen.

Kies uit:

  • bij (1) volkomen concurrentie / monopolistische concurrentie / oligopolie
  • bij (2) homogene / heterogene
  • bij (3) substitutie / complementaire
Bekijk het antwoord
  • (1) oligopolie
  • (2) heterogene
  • (3) substitutie

Verhuurbedrijf Hopi Bon wil ook fietsen gaan verhuren. Het bedrijf gaat fietsenrekken plaatsen langs de kust en in enkele binnenlandse plaatsen. Toeristen kunnen fietsen huren en betalen per dag. Ze kunnen de fietsen overal op het eiland plaatsen in de daarvoor bestemde fietsenrekken. Ze kunnen dan eventueel overstappen op een ander type fiets. Hopi Bon rekent eenzelfde prijs voor de twee typen fietsen. De directeur van Hopi Bon maakt een analyse (zie bron 1).

Gebruik bron 1.

Vraag 9 2 punten

Zijn de variabele kosten degressief, proportioneel of progressief?

Leg je antwoord uit.

Grafiek van GO, MO, GTK en MK (in $) tegen het aantal verhuurde fietsen q van 0 tot 60. Bekijk in Bijlage, pagina 3

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De marginale kosten zijn bij elke hoeveelheid / elke q / steeds hetzelfde (weergegeven door een horizontale lijn in de grafiek).
  • Daarom zijn de variabele kosten proportioneel (ten opzichte van q).

Opmerking: Het tweede scorepunt uitsluitend toekennen als het een logisch gevolg is van de eerste stap.

Hopi Bon heeft als doelstelling maximale winst.

Gebruik bron 1.

Vraag 10 3 punten

Bereken het resultaat per dag van Hopi Bon.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bestaat uit:

  • De afzet (q) bepalen bij maximale winst.
  • De P en GTK bepalen bij maximale winst.
  • Het resultaat berekenen bij maximale winst.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • (maximale winst wordt bereikt als MO = MK)
  • MO = MK geeft q = 25
  • Bij een q = 25 hoort een P = 28 en een GTK = 16.
  • TW = 28 × 25 − 16 × 25 = $ 300 (per dag)

De welvaart die ontstaat op deze fietsverhuurmarkt kan worden gemeten aan de hand van het consumenten- en producentensurplus. Door een prijsverlaging stijgt de welvaart.

Gebruik bron 1.

Vraag 11 3 punten

Leg het welvaartseffect uit als Hopi Bon een lagere prijs rekent dan de prijs bij maximale winst.

Doe het als volgt:

  • Leg het effect van een lagere prijs uit op het consumentensurplus.
  • Leg het effect van een lagere prijs uit op het dalende producentensurplus.
  • Leg het effect van een lagere prijs uit op het stijgende producentensurplus.
Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door een lagere prijs wordt het verschil tussen de betalingsbereidheid en de prijs groter / worden er meer producten verhuurd, waardoor het consumentensurplus zal stijgen.
  • Door een lagere prijs wordt het verschil tussen de leveringsbereidheid / MK en de prijs kleiner, waardoor het producentensurplus zal dalen.
  • Door een lagere prijs worden er meer producten verhuurd, waardoor het producentensurplus zal stijgen.

Hopi Bon wil starten met een huurprijs van $ 16, om daarna deze te verhogen naar $ 24. De directeur onderzoekt of het starten met een lage prijs ervoor zorgt dat bij een prijsverhoging de omzet zal stijgen.

Gebruik bron 1.

Vraag 12 3 punten

Zal de omzet van Hopi Bon stijgen of dalen? Leg je antwoord uit door eerst de prijselasticiteit van de vraag te berekenen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als de prijs stijgt van $ 16 naar $ 24 zal de afzet dalen van 40 naar 30.
  • Procentuele verandering P = (24 − 16) / 16 × 100% = 50%
  • Procentuele verandering q = (30 − 40) / 40 × 100% = −25%
  • De prijselasticiteit = −25% / 50% = −0,5 (dus er is sprake van een prijsinelastische vraag).
  • Bij een prijsinelastische vraag leidt een prijsstijging tot een omzetstijging.

Opmerking: Het derde scorepunt uitsluitend toekennen als een verbale conclusie een logisch gevolg is van de eerste twee stappen.

Opmerking: Het derde scorepunt mag ook rekenkundig worden aangetoond.

De directeur wil de lokale bevolking een jaarabonnement aanbieden, zodat ook zij meer gebruik kunnen maken van de huurfietsen. Dit jaarabonnement voor de inwoners is persoonsgebonden. De inwoners betalen een lagere prijs per dag dan de toeristen.

Vraag 13 2 punten

Leg uit of het plan van de directeur voldoet aan de twee voorwaarden van prijsdiscriminatie.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat:

  • een uitleg dat er wordt voldaan aan het scheiden van deelmarkten.
  • een uitleg of er wordt voldaan aan het vermijden van onderlinge doorverkoop.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De inwoners moeten aan kunnen tonen dat zij een inwoner zijn, dus is er sprake van gescheiden deelmarkten.
  • De (goedkopere) abonnementen kunnen niet worden doorverkocht aan toeristen, want deze zijn persoonsgebonden. Aan beide voorwaarden wordt voldaan, dus prijsdiscriminatie is succesvol.

of

  • De (goedkopere) abonnementen kunnen door de inwoners worden doorverkocht aan de toeristen. Slechts aan een van beide voorwaarden wordt voldaan, dus prijsdiscriminatie is niet succesvol.

In Kralendijk, de hoofdstad van Bonaire, worden de huurfietsen door de toeristen overal en nergens achtergelaten, behalve in de daarvoor bestemde fietsenrekken. Dit leidt tot ergernis onder de bevolking. Bovendien raken de huurfietsen hierdoor beschadigd. De directeur van Hopi Bon besluit om een eigen risico in te stellen, zodat de overlast en de schade verminderen.

Gebruik bovenstaande tekst.

Vraag 14 2 punten

Leg uit dat een eigen risico beide problemen op kan lossen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door het eigen risico moeten toeristen zelf deels gaan betalen voor de schade. Hierdoor zullen zij voorzichtiger gedrag vertonen.
  • Omdat de huurfietsen worden gestald in de fietsenrekken (in plaats van overal en nergens) is er geen overlast meer voor de lokale bevolking.

CO₂-rechten

De landen van de Europese Unie (EU) hebben een akkoord gesloten waarin staat dat de uitstoot van CO₂ fors moet dalen. De EU geeft elke lidstaat een hoeveelheid CO₂-emissierechten. Een emissierecht geeft het recht tot uitstoot van één ton CO₂. De overheid van een lidstaat mag deze emissierechten verdelen onder haar bedrijven.

De bedrijven kunnen de emissierechten met elkaar verhandelen. Als een bedrijf meer CO₂ wil uitstoten, moet het rechten kopen van een bedrijf dat bereid is minder CO₂ uit te stoten (dan wat het aan emissierechten van de overheid heeft gekregen).

Vraag 15 1 punt

Geef een verklaring waarom het emissierechtensysteem bedrijven kan prikkelen om minder CO₂ uit te stoten.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Het kopen van emissierechten verhoogt de kosten en geeft bedrijven een prikkel om duurzamer / schoner / minder te produceren, (zodat de CO₂-uitstoot daalt).
  • Het verkopen van emissierechten geeft bedrijven extra opbrengst, waardoor duurzamer / schoner produceren aantrekkelijker is, (zodat de CO₂-uitstoot daalt).

Bedrijven kunnen ook ervoor kiezen om duurzamer te produceren waardoor zij minder emissierechten hoeven op te kopen. Een econoom onderzoekt de casus van twee bedrijven: Gas en Kolen. In het model van de econoom staan winstveranderingen voor beide bedrijven voor het komende jaar.

Pay-offmatrix winstveranderingen in miljoenen euro’s

Winst Gas ; winst KolenKolen: kopen emissierechtenKolen: investeren in duurzame productie
Gas: kopen emissierechten−70 ; −80−50 ; −40
Gas: investeren in duurzame productie−30 ; −60−35 ; −45

Vraag 16 2 punten

Leg uit of beide bedrijven in een gevangenendilemma terecht komen.

Ga als volgt te werk:

  • Leg met behulp van getallen uit hoe de dominante strategie van beide bedrijven tot stand komt.
  • Leg uit of er sprake is van een gevangenendilemma.
Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Gas zal investeren in duurzame productie omdat −30 > −70 en −35 > −50. Kolen zal ook investeren in duurzame productie omdat −40 > −80 en −45 > −60. (Beide hebben een dominante strategie om te investeren.)
  • Het (Nash-)evenwicht / de uitkomst / (−35 ; −45) is optimaal, want er is voor beide spelers tegelijkertijd geen betere uitkomst mogelijk. Er is geen sprake van een gevangenendilemma.

Opmerking: Het eerste scorepunt kan ook behaald worden door middel van best-response-methode.

Investeringen in duurzame productiemethoden leiden tot hoge verzonken kosten. Hierdoor gaan bedrijven op zoek naar nieuwe markten, waardoor de totale CO₂-uitstoot niet daalt.

Vraag 17 2 punten

Leg uit dat de hoge verzonken kosten ervoor kunnen zorgen dat de totale CO₂-uitstoot niet daalt.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de (hoge) verzonken kosten zullen bedrijven alleen investeren als ze deze (specifieke) investeringen kunnen terugverdienen. Hierdoor willen bedrijven meer afzet / nieuwe markten zoeken.
  • Hierdoor kan de productie (dusdanig) toenemen, dat (zelfs) bij een duurzamere productiemethode de CO₂-uitstoot kan toenemen waardoor de totale CO₂-uitstoot gelijk kan blijven.

De Nederlandse overheid geeft een groot deel van de verkregen emissierechten aan bedrijven die vooral produceren voor de export.

Vraag 18 2 punten

Leg uit dat het grotendeels toewijzen van emissierechten aan internationaal opererende bedrijven een vorm van protectie is.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • De Nederlandse overheid geeft exporterende bedrijven emissierechten om te zorgen dat de kosten van bedrijven niet stijgen / de kosten minder stijgen dan van buitenlandse concurrenten.
  • Daarmee beschermt het de eigen productie / werkgelegenheid.

of

  • De Nederlandse overheid geeft exporterende bedrijven emissierechten om te zorgen dat de productie zich niet verplaatst naar een ander land, waardoor de eigen productie / eigen werkgelegenheid behouden blijft.

of

  • De Nederlandse overheid geeft exporterende bedrijven emissierechten, dus is er sprake van een (export)subsidie.
  • Daarmee beschermt het de eigen productie / werkgelegenheid.

De EU wil de daling van de CO₂-uitstoot versnellen. De EU besluit om het aantal emissierechten te verlagen, zodat er minder rechten overblijven voor bedrijven. Dit heeft twee gevolgen voor het groen bbp.

Vraag 19 2 punten

Leg beide gevolgen uit voor het groen bbp.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door het verlagen van het aantal emissierechten daalt de productie, waardoor het bbp daalt en daardoor ook het groen bbp.
  • Door de lagere productie van bedrijven daalt hun uitstoot. De schade aan het milieu daalt daardoor, waardoor het groen bbp zal stijgen.

of voor de tweede deelscore:

  • Door de (zelfde) productie te verduurzamen, zal de schade aan het milieu dalen, waardoor het groen bbp zal stijgen.

Stel dat de EU besluit tot het volgende systeem van emissierechten. De EU stelt de prijs van emissierechten gelijk aan de maatschappelijke kosten die gepaard gaan met de uitstoot. Bedrijven kunnen onbeperkt rechten aankopen bij de EU tegen deze prijs. Er worden geen rechten meer gegeven door de EU.

Vraag 20 1 punt

Benoem het effect van dit andere systeem van de EU op de negatieve externe effecten van CO₂-uitstoot.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat:

Uit het antwoord moet blijken dat de maatschappelijke kosten volledig worden opgenomen in de prijs van een emissierecht.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

Als de prijs van een emissierecht gelijk is aan de maatschappelijke kosten van de uitstoot, gaat de vervuiler er zelf voor betalen. Er zijn dan geen negatieve externe effecten meer.

AOW-leeftijd

De AOW is een basispensioen voor ouderen. Door de vergrijzing verslechtert de betaalbaarheid van de AOW: er zijn minder werkenden die premie betalen waarmee de uitkeringen in dat jaar worden betaald. De Nederlandse overheid heeft daarom een aantal jaar geleden besloten de AOW-leeftijd geleidelijk te verhogen van 65 naar 67 jaar en daarna te koppelen aan de levensverwachting. De AOW-leeftijd stijgt dan mee met de gemiddelde levensverwachting.

Bron 1 Maatregelen en doorrekening van de gevolgen bij verlaging van de pensioenleeftijd

maatregelengevolgen
1. Bespaar op de collectieve zorguitgaven door versobering van de basisverzekering. Dit betekent dat minder geneeskundige handelingen worden vergoed. Het geld dat hiermee vrijkomt, wordt gebruikt om de betaalbaarheid van de AOW te verbeteren.A. Dit leidt op langere termijn tot hogere collectieve zorguitgaven.
2. Verlaag de AOW-uitkering tot het niveau van een bijstandsuitkering. Een bijstandsuitkering is een uitkering voor mensen die niet genoeg geld hebben om in hun levensonderhoud te voorzien, en ook niet in aanmerking komen voor een andere uitkering.B. Er wordt € 4 miljard per jaar bespaard op de AOW-uitkeringen. Dit gaat ten koste van de koopkracht van gepensioneerden.
3. Laat iedereen de AOW-premie betalen. Dit betekent dat ook AOW’ers premie AOW gaan betalen. In de huidige situatie zijn AOW’ers hiervan vrijgesteld.C. Dit leidt ertoe dat het netto-inkomen van alle AOW’ers daalt.

Bron 2 AOW- en bijstandsuitkeringen per maand

bedrag bijstandsuitkering*bedrag AOW-uitkering*
alleenstaande€ 1.195,66€ 1.330,76
(echt)paar€ 1.708,08€ 1.807,20

* De bedragen zijn inclusief vakantiegeld.

Bron 3 tarieven box 1 niet-AOW’ers en AOW’ers

niet-AOW’ers

schijfbelastbaar inkomen per jaartarief
1tot € 73.03236,93%
2vanaf € 73.03249,50%

AOW’ers

schijfbelastbaar inkomen per jaartarief
1tot € 38.70419,03%*
2vanaf € 38.704 tot € 73.03236,93%
3vanaf € 73.03249,50%

* AOW’ers betalen geen AOW-premie, waardoor hun tarief over de eerste € 38.704 19,03% is in plaats van 36,93%.

Vraag 21 1 punt

Wordt de AOW-uitkering volgens het kapitaaldekkingsstelsel of het omslagstelsel gefinancierd? Motiveer je keuze.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Omslagstelsel, want de in een jaar ontvangen premies worden gebruikt om de AOW-uitkeringen in hetzelfde jaar te betalen.
  • Omslagstelsel, want de werkenden van nu betalen voor de AOW’ers van nu.

Vraag 22 2 punten

Leg uit dat het verhogen van de AOW-leeftijd de betaalbaarheid van de AOW verbetert. Maak in je antwoord gebruik van zowel de inkomsten als de uitgaven van de overheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De inkomsten van de overheid nemen toe, omdat werkenden later met pensioen gaan, waardoor er meer premie wordt betaald.
  • De uitgaven van de overheid nemen af, omdat de duur van de pensioentijd / het aantal AOW-uitkeringen afneemt. (Hierdoor verbetert de betaalbaarheid.)

Een deel van de bevolking wil terug naar een AOW-leeftijd van 65 jaar. Een onderzoeker analyseert hoe de extra kosten van een verlaging van de AOW-leeftijd kunnen worden gefinancierd en heeft van drie maatregelen de gevolgen doorgerekend (zie bron 1).

Gebruik bron 1.

Vraag 23 2 punten

Leg uit dat maatregel 1 op langere termijn kan leiden tot hogere collectieve zorguitgaven.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Bij het niet vergoeden van bepaalde geneeskundige handelingen zullen mensen zich minder vaak laten behandelen.
  • Dit kan leiden tot een verergering van het ziektebeeld en dus tot hogere zorgkosten in de toekomst.

De onderzoeker: “Bij maatregel 2 ontvangen AOW’ers een lagere maandelijkse uitkering. Bovendien komt de koopkracht van AOW’ers verder onder druk te staan, zelfs al bij een inflatie van 1%. Voor een (echt)paar met een AOW-uitkering als enige bron van inkomsten, levert maatregel 2 een koopkrachtdaling van minimaal 6% op.”

Gebruik bron 1 en 2.

Vraag 24 2 punten

Toon met een berekening aan dat door maatregel 2 de koopkrachtdaling voor een (echt)paar minimaal 6% is bij een inflatie van 1%.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

  • (1.708,08 − 1.807,20) / 1.807,20 × 100% = −5,5%
  • Koopkrachtverandering = −5,5% − 1% (inflatie) = −6,5%

of

  • 1.708,08 / 1.807,20 × 100 = 94,5
  • 94,5 × 100 / 101 = 93,6, dus een daling van 6,4%

De onderzoeker zegt over maatregel 3: “Dit leidt ertoe dat een alleenstaande oudere met een AOW-uitkering als enige inkomstenbron, jaarlijks een paar duizend euro meer belasting in box 1 moet betalen ten opzichte van de huidige situatie.”

Gebruik bron 1, 2 en 3.

Vraag 25 2 punten

Bereken hoeveel euro een alleenstaande oudere extra in box 1 moet betalen door maatregel 3.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

  • Belasting met maatregel 3: 1.330,76 × 12 = 15.969,12; 15.969,12 × 0,3693 = 5.897
  • Belasting zonder maatregel 3: 1.330,76 × 12 = 15.969,12; 15.969,12 × 0,1903 = 3.038
  • 5.897 − 3.038 = 2.859

of

  • 1.330,76 × 12 = 15.969,12
  • 15.969,12 × (0,3693 − 0,1903) = 2.858

Opmerking: Als de kandidaat met niet afgeronde getallen rekent kan de maximale score worden behaald.

AI in de verzekeringssector

Door de steeds grotere beschikbaarheid van gegevens en de sterk toegenomen rekenkracht van computers heeft artificiële intelligentie (AI) zich sinds 2023 snel ontwikkeld. Met behulp van artificiële intelligentie kunnen grote hoeveelheden gegevens worden geanalyseerd. Steeds meer verzekeraars maken gebruik van artificiële intelligentie bij het beoordelen van individuele risico’s van verzekerden en daardoor bij het vaststellen van een premie per verzekerde.

Gebruik bovenstaande tekst.

Vraag 26 1 punt

Geef een verklaring waarom de verzekeringsmarkt een markt is van onvolkomen concurrentie.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Op een markt van onvolkomen concurrentie heeft de aanbieder invloed op de prijs. Uit de tekst blijkt dat de verzekeraar de premie kan vaststellen (met behulp van artificiële intelligentie).
  • Op een markt van onvolkomen concurrentie is er geen sprake van transparantie. Uit de tekst blijkt dat de verzekeraar artificiële intelligentie gebruikt om risico’s in te schatten en dus is de markt niet transparant.

De risico-inschatting door verzekeraars werkt vervolgens door in de premie. Dit zou kunnen leiden tot een vermindering van averechtse selectie.

Vraag 27 2 punten

Leg uit dat de inzet van artificiële intelligentie kan leiden tot een afname van averechtse selectie.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Gepersonaliseerde premies op basis van het individuele risicoprofiel van verzekerden leiden tot lagere premies voor goede risico’s, / verzekerden worden gestimuleerd om hun risico te verlagen in ruil voor een lagere premie,
  • zodat goede risico’s niet worden verdreven / zich blijven verzekeren / er in verhouding meer goede risico’s komen (en averechtse selectie wordt voorkomen).

Een toezichthouder financiële markten doet de volgende uitspraak: “Als verzekeraars artificiële intelligentie inzetten om premies te personaliseren op basis van het individuele risicoprofiel van verzekerden, kan de solidariteit tussen verzekerden onder druk komen te staan”.

Vraag 28 2 punten

Leg de uitspraak van de toezichthouder uit.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Gepersonaliseerde premies op basis van het individuele risicoprofiel van verzekerden leiden tot lagere premies voor goede risico’s en hogere premies voor slechte risico’s.
  • Waardoor de toegang tot betaalbare verzekeringen voor slechte risico’s moeilijker wordt en zij de lasten in mindere mate / niet langer delen met de goede risico’s.

of voor de tweede deelscore:

  • Waardoor de goede risico’s minder bijdragen aan de totale schade-uitkeringen dan de slechte risico’s.

Uit onderzoek blijkt dat vooral buitenlandse verzekeraars gebruik maken van artificiële intelligentie om data te analyseren en daarmee gerichter de goede risico’s aantrekken.

Vraag 29 2 punten

Leg de gevolgen van de grotere inzet van artificiële intelligentie door buitenlandse verzekeraars uit voor de winstgevendheid van binnenlandse verzekeraars.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Buitenlandse verzekeraars trekken relatief veel goede risico’s aan, waardoor de binnenlandse verzekeraars met een steeds groter aandeel slechte risico’s / dure klanten achterblijven.
  • Hierdoor hebben binnenlandse verzekeraars meer kosten en zal de winstgevendheid afnemen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens economie havo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen economie havo 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 26 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (4), marktvormen (4) en risico en verzekeren (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-1/ha-1022-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie havo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.