Eindexamen economie havo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De fatbike, Belastingen en herverdeling, Voetbalclub in de problemen, Economie sturen via de rente, Suikertaks.

Kort antwoord

Het centraal examen economie havo 2026, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (6), risico en verzekeren (5) en geld en inflatie (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie havo 2026, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen7-9, 11, 26-276
Risico en verzekeren1, 3-65
Geld en inflatie20-245
Vraag en aanbod17-19, 284
Speltheorie14-163
Inkomen en consumptie101
Conjunctuur121
Arbeidsmarkt251
Marktvormen291

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over geld en inflatie (19% van de vragen, gemiddeld 7%) en risico en verzekeren (19% van de vragen, gemiddeld 11%). Minder over internationale handel (0% van de vragen, gemiddeld 8%) en productie en kosten (0% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

De fatbike

In Nederland wordt veel gemotoriseerd gefietst. Dat gebeurt onder andere op snorfietsen (fietsen met een brandstofmotor) en fatbikes (elektrische fietsen met brede banden). Zowel snorfietsen als fatbikes mogen maximaal 25 kilometer per uur. Alleen voor snorfietsen geldt een helmplicht. Dit zorgt ervoor dat fatbikes populair zijn geworden.

Vraag 1 3 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst.

Een fatbike is een ...(1)... ten opzichte van een snorfiets en een verzekering voor de fatbike is een ...(2)... ten opzichte van een fatbike. Op de markt voor fatbikes onderscheiden aanbieders zich met behulp van productkenmerken. Dit wordt ...(3)... genoemd. Op deze markt zijn veel aanbieders actief en is er sprake van ...(4)... goederen. Er is sprake van ...(5)....

Kies uit:

  • bij (1) complementair goed / substitutiegoed
  • bij (2) complementaire dienst / substitutiedienst
  • bij (3) prijsdiscriminatie / productdifferentiatie / winstmaximalisatie
  • bij (4) heterogene / homogene
  • bij (5) een oligopolie / monopolistische concurrentie / volkomen concurrentie
Bekijk het antwoord
  • (1) substitutiegoed
  • (2) complementaire dienst
  • (3) productdifferentiatie
  • (4) heterogene
  • (5) monopolistische concurrentie

Indien (1) en (2) juist: 1 scorepunt. Indien (3) juist: 1 scorepunt. Indien (4) en (5) juist: 1 scorepunt.

De populariteit van fatbikes zorgt voor een forse toename van het aantal verkeersongevallen onder jongeren. Deze ongevallen leiden tot kosten voor politie en justitie.

Vraag 2 2 punten

Leg uit dat het gebruik van fatbikes leidt tot negatieve externe effecten, met als gevolg maatschappelijke kosten.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een voorbeeld van een negatief extern effect waarbij wordt benoemd dat deze kosten niet zijn verwerkt in de prijs van de fatbike. (1)
  • Een uitleg dat hierdoor sprake is van maatschappelijke kosten. (1)

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De kosten voor politie en justitie zijn kosten die niet in de prijs van een fatbike zijn verwerkt (negatief extern effect). (1)
  • Deze kosten komen ten laste van anderen dan de fatbikegebruiker (en komen dus ten laste van de maatschappij). (1)

Fietsverzekeraar Fietsgarant heeft 10.000 diefstalverzekeringen voor fatbikes afgesloten. De gemiddelde verzekerde waarde is € 1.600. Het totale schadebedrag per jaar is € 9.600.000.

Vraag 3 1 punt

Bereken de kans op diefstal.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

\text{De kans op diefstal is: } \frac{9.600.000}{10.000} \div 1.600 = 0{,}6

\text{De kans op diefstal is: } \frac{9.600.000}{10.000 \times 1.600} = 0{,}6

Opmerking: Antwoorden met een berekening in procenten of een ratio kan de maximale score opleveren.

Fietsgarant analyseert zijn klantgegevens en hieruit blijkt dat:

  • fatbikes van jongeren vaker worden gestolen dan fatbikes van ouderen, omdat ouderen hun fatbike meestal veiliger stallen;
  • fatbikes relatief vaak worden gestolen in grote steden.

Op basis van de analyse ontstaan er twee voorstellen:

  • premiedifferentiatie toepassen op basis van de leeftijd en postcode van de verzekerde
  • een verplicht eigen risico instellen van 20% van de aanschafwaarde

Vraag 4 2 punten

Leg uit dat door voorstel 1 averechtse selectie afneemt.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • een uitleg van het verband tussen de goede/slechte risico's en de hoogte van de premie. (1)
  • een juiste gevolgtrekking dat goede risico's verzekerd blijven. (1)

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De verzekering zorgt ervoor dat ouderen / goede risico's een korting krijgen (op de premie), (1)
  • waardoor de ouderen / goede risico's verzekerd blijven (en dus averechtse selectie afneemt). (1)

of

  • De verzekering zorgt ervoor dat klanten die niet in een grote stad wonen / goede risico's een korting krijgen (op de premie), (1)
  • waardoor deze klanten / goede risico's verzekerd blijven (en dus averechtse selectie afneemt). (1)

Vraag 5 1 punt

Verklaar dat voorstel 2 zorgt voor een afname van moral hazard onder de verzekerden.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Door voorstel 2 hebben de verzekerden een financieel nadeel van roekeloos gedrag, (waardoor moral hazard zal afnemen).

De werkelijke diefstalcijfers van fatbikes zijn veel hoger dan voorspeld. Verzekeraars stoppen daarom met het verzekeren van fatbikes.

Vraag 6 2 punten

Leg uit in welke richting de collectieve vraaglijn van fatbikes verschuift doordat verzekeraars stoppen met het verzekeren van de fatbikes.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De (collectieve) vraag naar fatbikes zal (bij iedere prijs) afnemen, (omdat het niet meer mogelijk is om een fatbike te verzekeren). (1)
  • Dit zal leiden tot een verschuiving van de (collectieve) vraaglijn naar links. (1)

Opmerking: Het tweede scorepunt alleen toekennen als het een logisch gevolg is van het eerste scorepunt.

Belastingen en herverdeling

Het Centraal Planbureau (CPB) onderzoekt het effect van het belastingstelsel voor verschillende inkomensgroepen in Nederland.

Het CPB kijkt hierbij naar het gemiddelde bruto-jaarinkomen, de betaalde belastingen, sociale premies en het gemiddeld belastingtarief.

Vraag 7 3 punten

Maak van de onderstaande zinnen een economisch juiste tekst.

  • Er is een progressief belastingstelsel. Een stijging van het inkomen leidt tot een ...(1)... van het gemiddeld belastingtarief. Secundaire inkomens zullen ...(2)....
  • Lage inkomens consumeren een groter deel van hun inkomen dan hoge inkomens. Hierdoor dragen lage inkomens een ...(3)... deel van hun inkomen af aan ...(4)... belastingen, zoals btw en accijnzen.
  • Bij de premies sociale zekerheid betaalt iedereen hetzelfde percentage over het belastbaar inkomen tot € 38.000. Over het inkomen daarboven wordt geen premie betaald. Dit betekent dat er sprake is van een ...(5)... premiestelsel.

Kies uit:

  • bij (1) daling / stijging
  • bij (2) denivelleren / nivelleren
  • bij (3) groter / kleiner
  • bij (4) directe / indirecte
  • bij (5) degressief / progressief / proportioneel
Bekijk het antwoord
  • (1) stijging
  • (2) nivelleren
  • (3) groter
  • (4) indirecte
  • (5) degressief

(1) en (2) juist: 1 scorepunt. (3) en (4) juist: 1 scorepunt. (5) juist: 1 scorepunt.

Het CPB gebruikt uitsluitend gegevens uit tabel 1 voor de berekening van het gemiddeld belastingtarief.

SchijflengteBelastingtarief
Schijf 1Van € 0 - € 76.81737,5%
Schijf 2Vanaf € 76.81749,5%

Gebruik tabel 1.

Vraag 8 2 punten

Bereken het gemiddeld belastingtarief bij een belastbaar inkomen van € 142.854.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Schijf 1 = 76.817 x 0,375 = 28.806
  • Schijf 2 = (142.854 − 76.817) x 0,495 = 32.688
  • Totale belasting = 28.806 + 32.688 = 61.494 (1)
  • Gemiddeld belastingtarief = (61.494 / 142.854) x 100% = 43% (1)

Opmerking: Als de leerling met niet-afgeronde bedragen rekent kan de maximumscore worden behaald.

De overheid gebruikt de belastingopbrengsten om inkomen te herverdelen.

Vraag 9 1 punt

Geef een voorbeeld van een overheidsuitgave waarmee inkomen wordt herverdeeld.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • toeslagen (voor zorg / huur)
  • (sociale) uitkeringen
  • subsidies en persoonsgebonden overdrachten
  • bijstand

Het CPB analyseert de herverdeling met figuur 1.

Figuur 1 Inkomensverdeling na herverdeling in Nederland

Gebruik figuur 1.

Vraag 10 2 punten

Bereken hoeveel procent de 10% huishoudens met de hoogste inkomens meer verdient dan de 10% huishoudens met de laagste inkomens.

Lijngrafiek van het cumulatieve totale inkomen tegen het cumulatieve aantal huishoudens, met een stippellijn als gelijke verdeling en punten (10;3) t/m (90;75). Bekijk in Opgaven, pagina 5

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De 10% huishoudens met de hoogste inkomens verdient (100% − 75%) = 25%. De 10% huishoudens met de laagste inkomens verdient (3% − 0%) = 3%. (1)
  • 25 / 3 x 100% ≈ 733,33% (1)

Opmerking: Als de leerling een verschil berekent in procentpunten maximaal 1 scorepunt toekennen.

Het verlagen van belastingtarieven kan leiden tot een hogere economische groei.

Vraag 11 2 punten

Leg uit dat lagere belastingtarieven op arbeidsinkomen via de structuurzijde van de economie kunnen leiden tot een hogere economische groei.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door lagere belastingtarieven op arbeidsinkomen neemt de prikkel om (meer) te werken toe / groeit het arbeidsaanbod. (1)
  • Dit kan leiden tot een hogere groei van de productiecapaciteit en daarmee de productie / het bbp. (1)

Vraag 12 2 punten

Leg uit dat lagere belastingtarieven op arbeidsinkomen via de conjunctuurzijde van de economie kunnen leiden tot hogere economische groei.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door lagere belastingtarieven op arbeidsinkomen zal het besteedbaar inkomen stijgen, waardoor de bestedingen stijgen / de effectieve vraag toeneemt. (1)
  • Dit kan leiden tot hogere groei van de productie / het bbp. (1)

Voetbalclub in de problemen

FC Forward is een voetbalclub die de thuiswedstrijden altijd in een uitverkocht stadion speelt. Toch heeft de club financiële problemen, die de gemeente tot nu toe heeft opgelost.

Vraag 13 1 punt

Is een ticket voor een thuiswedstrijd van FC Forward een collectief goed? Motiveer je antwoord.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Nee, er is geen sprake van een collectief goed, want een ticket is rivaliserend / omdat je geen gebruik kunt maken van een zitplaats in een (uitverkocht) stadion als een ander dit ticket heeft.
  • Nee, er is geen sprake van een collectief goed, want FC Forward kan bezoekers uitsluiten / de bezoekers moeten betalen voor een ticket.

FC Forward huurt het stadion waarin de thuiswedstrijden worden gespeeld. De club dreigt het huurcontract op te zeggen, tenzij de verhuurder de jaarlijkse huur verlaagt. De verhuurder weigert aan deze eis te voldoen ondanks dat het stadion enkel door FC Forward kan worden gebruikt. FC Forward kan alleen blijven bestaan met dit stadion. Het stadion is alleen geschikt voor voetbalwedstrijden.

Vraag 14 1 punt

Beargumenteer dat FC Forward een sterke onderhandelingspositie heeft ten opzichte van de verhuurder.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Het is voor de verhuurder niet mogelijk om een andere huurder te vinden. (Daarom heeft FC Forward een sterke onderhandelingspositie.)

De verhuurder heeft ook een sterke onderhandelingspositie, daarom analyseert FC Forward de onderhandelingspositie (zie matrix 1).

Matrix 1 Verandering van de financiële positie

FC Forward / verhuurder stadionHuur verhogenGelijke huurHuur verlagen
Huurcontract verlengen-3% ; 2%-2% ; 0%15% ; -2%
Huurcontract opzeggen-100% ; -100%-100% -100%-100% ; -100%

Gebruik matrix 1.

Vraag 15 2 punten

Leg met behulp van de getallen uit of de dreiging van FC Forward om het huurcontract op te zeggen geloofwaardig is.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De dominante strategie van de voetbalclub is / De voetbalclub zal altijd het huurcontract verlengen, want -3% > -100%, -2% > -100% en 15% > -100%. (1)

of

  • Omdat de strategie van de verhuurder "Huur verlagen" niet tot een dreiging van "Huurcontract opzeggen" leidt, zal de voetbalclub altijd het huurcontract verlengen, want -3% > -100% en -2% > -100%. (1)
  • Er is dus geen sprake van geloofwaardige dreiging van FC Forward. (1)

Voetbal draagt bij aan de World Happiness Index (WHI) van de regio. Binnen de regio geldt een sociale norm om rekening te houden met de WHI. De inwoners stellen: “Als de verhuurder de sociale norm volgt, kan dit op korte termijn zorgen voor een lager inkomen voor de verhuurder, maar na een aantal jaren juist voor een hoger inkomen.”

Vraag 16 2 punten

Leg de stelling uit met behulp van matrix 1.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het volgen van de sociale norm / bijdragen aan de WHI zal ervoor zorgen dat de huur op korte termijn wordt verlaagd waardoor het inkomen voor de verhuurder daalt (-2%). (1)
  • De financiële positie van FC Forward zal verbeteren (15%), waardoor het op lange termijn in staat is om huurverhogingen te betalen, (waardoor het inkomen van de verhuurder weer kan stijgen (2%)). (1)

FC Forward wil zelf de inkomsten verhogen. De club onderzoekt daarom twee scenario's waarbij ze de prijs van de thuiswedstrijden willen verhogen (zie tabel 2).

Tabel 2 Twee scenario's met verschillende prijselasticiteiten

Ticketprijs (gemiddeld)Gemiddeld aantal toeschouwersExtra omzet naast ticket verkoop als % van de ticketverkoop
Huidige situatie€ 2520.00015%
Scenario 1€ 3020.00015%
Scenario 2€ 3516.00010%

Gebruik tabel 2.

Vraag 17 1 punt

Toon aan dat de prijselasticiteit van de vraag 0 (= nul) is in scenario 1.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • In scenario 1 wordt de prijs verhoogd en verandert de gevraagde hoeveelheid niet. De prijselasticiteit van de vraag is 0.
  • De procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid is 0%.
  • De procentuele verandering van de prijs is (30 − 25) / 25 x 100% = 20%.
  • De prijselasticiteit van de vraag is 0% / 20% = 0.

Gebruik tabel 2.

Vraag 18 3 punten

Bereken de prijselasticiteit van de vraag in scenario 2 en geef een verklaring voor het verschil in prijselasticiteiten van scenario 1 en 2.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • een juiste berekening van de procentuele veranderingen van de prijs en de vraag. (1)
  • een juiste berekening van de prijselasticiteit van de vraag. (1)
  • een juiste verklaring voor het verschil in prijselasticiteiten in scenario 1 en 2. (1)

Een voorbeeld van een juist antwoord voor de eerste en tweede deelscore is:

  • In scenario 2 geldt: de prijs verandert met (35 − 25) / 25 x 100% = 40%
  • de vraag daalt met (16.000 − 20.000) / 20.000 x 100% = -20%
  • Prijselasticiteit van de vraag = -20% / 40% = -0,5

Voorbeelden van een juist antwoord voor de derde deelscore zijn:

  • De prijsverhoging in scenario 1 vinden toeschouwers acceptabel, waardoor de gevraagde hoeveelheid niet verandert en de prijselasticiteit lager is dan in scenario 2.
  • Bij een prijs van € 25 is er sprake van een vraagoverschot / capaciteitstekort. Bij een hogere prijs worden nog steeds alle tickets verkocht.

Gebruik tabel 2.

FC Forward kiest het scenario dat de hoogste totale omzet oplevert.

Vraag 19 2 punten

Kiest de club voor scenario 1 of scenario 2? Verklaar je antwoord met behulp van een berekening.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Omzet kaartverkoop scenario 1: (€ 30 x 20.000) = € 600.000
  • Omzet kaartverkoop scenario 2: (€ 35 x 16.000) = € 560.000
  • Totale omzet scenario 1: € 600.000 x 1,15 = € 690.000
  • Totale omzet scenario 2: € 560.000 x 1,10 = € 616.000
  • De voetbalclub kiest voor scenario 1.

indien drie elementen juist: 2 scorepunten; indien twee elementen juist: 1 scorepunt; indien minder dan twee elementen juist: 0 scorepunten.

Economie sturen via de rente

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft een inflatiedoelstelling van 2%. Een te lage inflatie kan leiden tot deflatie en dat kan weer leiden tot een hogere werkloosheid. Een te hoge inflatie verslechtert de handelspositie van een land.

Vraag 20 2 punten

Leg uit dat deflatie kan leiden tot een hogere werkloosheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Consumenten verwachten bij deflatie verdere prijsdaling en stellen hun consumptie uit. (1)
  • Hierdoor zal de productie dalen, waardoor de vraag naar arbeid daalt (en zal de werkloosheid stijgen.) (1)

Opmerking: Voor het toekennen van het tweede scorepunt moet productie zijn verwoord.

Vraag 21 2 punten

Leg uit dat een te hoge inflatie leidt tot een verslechtering van het saldo op de lopende rekening.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een te hoge inflatie leidt tot stijgende exportprijzen / hogere prijzen ten opzichte van het buitenland. (1)
  • Hierdoor zal de vraag naar goederen en diensten vanuit het buitenland dalen / zal de export dalen. (Daardoor verslechtert het saldo op de lopende rekening.) (1)

of

  • Een te hoge inflatie leidt tot stijgende exportprijzen / hogere prijzen ten opzichte van het buitenland. (1)
  • Hierdoor zal de vraag naar goederen en diensten uit het buitenland stijgen / zal de import stijgen. (Daardoor verslechtert het saldo op de lopende rekening.) (1)

Een econoom ziet dat een hogere inflatie ervoor zorgt dat banken hogere rentes vragen voor hypothecaire leningen.

Vraag 22 2 punten

Leg uit dat een hogere inflatie leidt tot een hogere rente voor hypothecaire leningen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door een hogere inflatie zal de reële waarde van een schuld dalen / zullen de aflossingen in de toekomst reëel minder waard zijn. (1)
  • Om het inflatierisico te voorkomen zal de bank een hogere rente vragen. (En dus stijgt de rente voor hypothecaire leningen.) (1)

of

  • Door een hogere inflatie zullen consumenten de aankoop van hun woning vervroegen / een hoger bedrag moeten lenen door de hogere huizenprijzen. (1)
  • Waardoor de vraag naar vermogen stijgt (en dus de rente voor hypothecaire leningen). (1)

of

  • Wanneer de inflatie te hoog is / hoger is dan de inflatiedoelstelling van de ECB, zal de ECB de rente verhogen. (1)
  • Banken rekenen deze kosten door (en dus stijgt de rente voor hypothecaire leningen). (1)

De econoom kijkt naar de vermogensmarkt (zie figuur 2). De vermogensmarkt is de markt voor vraag en aanbod van onder andere geld en leningen.

Figuur 2 Vermogensmarkt (legenda: V = vraaglijn, A = aanbodlijn, r = rente, Q = geldhoeveelheid)

Gebruik figuur 2.

Vraag 23 1 punt

Geef een verklaring voor het stijgend verloop van de aanbodlijn.

Vermogensmarkt met een dalende vraaglijn V en een stijgende aanbodlijn A, met de rente r op de verticale as en de geldhoeveelheid Q op de horizontale as. Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is: Als de rente stijgt wordt het aantrekkelijker om te sparen / krediet te verstrekken.

De econoom onderzoekt het effect van hogere staatsschulden van overheden op de vermogensmarkt.

Vraag 24 2 punten

Schets in de uitwerkbijlage de nieuwe vraag en/of aanbodlijn als gevolg van de hogere staatsschulden en geef aan of de rente op de vermogensmarkt stijgt of daalt.

Vermogensmarkt (figuur 2) waarin de nieuwe vraag- of aanbodlijn geschetst moet worden in de uitwerkbijlage. Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De vraaglijn verschuift naar rechts. (1)
  • Rente vermogensmarkt: stijgt (1)

Opmerking: Het tweede scorepunt alleen toekennen als het een logisch gevolg is van het eerste scorepunt.

In de eurozone is sprake van hoge inflatie en hoge werkloosheid. De reële lonen dalen.

Vraag 25 2 punten

Leg uit dat lagere reële lonen leiden tot een hogere werkloosheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door lagere reële lonen daalt de vraag naar goederen. (1)
  • Dit zorgt ervoor dat de productie daalt, waardoor de vraag naar arbeid daalt. (En dit leidt tot hogere werkloosheid.) (1)

Opmerking: Voor het toekennen van het tweede scorepunt moet productie zijn verwoord.

Suikertaks

Een gezondheidsbureau in Groot-Brittannië onderzoekt een heffing op suikerhoudende voeding (de suikertaks).

Vraag 26 3 punten

Maak van de onderstaande tekst een economisch juiste redenering.

Door de suikertaks zal het producentensurplus ...(1)... en zal het consumentensurplus ...(2)... op de markt voor suikerhoudende voeding. De overheidsinkomsten zullen ...(3).... Als het inkomen van consumenten stijgt, leidt dit tot een relatief kleine toename van de vraag naar suikerhoudende voeding. Consumenten zien deze goederen als ... (4)... goederen. Er is dan sprake van een ... (5) ... inkomenselasticiteit.

Kies uit:

  • bij (1) afnemen / toenemen / gelijk blijven
  • bij (2) afnemen / toenemen / gelijk blijven
  • bij (3) afnemen / toenemen / gelijk blijven
  • bij (4) inferieure / primaire / luxe
  • bij (5) positieve / negatieve
Bekijk het antwoord
  • (1) afnemen
  • (2) afnemen
  • (3) toenemen
  • (4) primaire
  • (5) positieve

Indien alle vijf antwoorden juist: 3 scorepunten; indien vier of drie antwoorden juist: 2 scorepunten; indien twee antwoorden juist: 1 scorepunt; indien minder dan twee antwoorden juist: 0 scorepunten.

In Groot-Brittannië wordt de suikertaks ingevoerd, met als doel de negatieve externe effecten van suikerconsumptie te verminderen. Suikerhoudende dranken waarvan het suikergehalte minder is dan 5% per liter worden niet belast. Voor dranken met 5% of meer suiker per liter geldt wel een suikertaks. Producenten verlagen daarom het suikergehalte in een deel van de dranken tot 4,9%.

Vraag 27 2 punten

Leg uit of het doel van de suikertaks wordt bereikt.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een juiste beschrijving van de gevolgen van de suikertaks voor de suikerconsumptie. (1)
  • Een juiste gevolgtrekking over de omvang van de negatieve externe effecten / negatieve gevolgen en het al dan niet bereiken van het doel. (1)

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Producenten verlagen het suikergehalte in dranken, waardoor de suikerconsumptie afneemt. (1)
  • Hierdoor zullen de negatieve gevolgen van suikerconsumptie dalen en daarmee is het doel bereikt. (1)

of

  • Producenten maken extra reclame voor de dranken met een lager suikergehalte, daardoor neemt de gevraagde hoeveelheid naar deze drank toe. Hierdoor kan de suikerconsumptie gelijk blijven / stijgen. (1)
  • Hierdoor zullen de negatieve gevolgen van suikerconsumptie niet verminderen / toenemen en daarmee is het doel niet bereikt. (1)

Het gezondheidsbureau onderzoekt de Britse markt voor frisdranken. Figuur 3 toont de opbrengsten en kosten van een frisdrankproducent voordat de suikertaks wordt ingevoerd. Vervolgens wordt een suikertaks ingevoerd van £ 0,50 per liter frisdrank, waardoor de marginale kosten stijgen. De constante kosten worden buiten beschouwing gelaten. De producent streeft naar maximale winst.

Figuur 3 Opbrengsten en kosten van de frisdrankproducent

Gebruik figuur 3.

Vraag 28 1 punt

Arceer in figuur 3 in de uitwerkbijlage de omzet van de frisdrankproducent voordat de suikertaks wordt ingevoerd.

Lijngrafiek met de lijnen MO, MK en GO van de frisdrankproducent tegen het aantal liters frisdrank in miljoenen liters. Bekijk in Opgaven, pagina 10

Bekijk het antwoord

Een juiste arcering is:

Gebruik figuur 3.

Vraag 29 3 punten

Bereken de verandering van de maximale winst van de frisdrankproducent nadat de suikertaks is ingevoerd.

Lijngrafiek met de lijnen MO, MK en GO van de frisdrankproducent tegen het aantal liters frisdrank in miljoenen liters. Bekijk in Opgaven, pagina 10

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De oude winst is (bij MO = MK) gelijk aan 9 x (2,75 − 0,5) = £ 20,25 miljoen. (1)
  • De MK stijgt naar 1, waarbij de nieuwe winst gelijk is aan 8 x (3 − 1) = £ 16 miljoen. (1)
  • De winst verandert met 16 miljoen − 20,25 miljoen = −£ 4,25 miljoen. (1)

Opmerking: Als de leerling met een oude prijs van 2,7 of 2,8 rekent, kan de maximale score worden behaald.

Opmerking: Als de leerling de verandering van de winst in procenten berekent, kan de maximale score worden behaald.

Vraag 30 1 punt

Maak van de onderstaande tekst een economisch juiste redenering.

Voor de invoering van de suikertaks is er sprake van ...(1)... waardoor de productie van frisdrank ...(2)... is dan maatschappelijk gewenst.

Kies uit:

  • bij (1) collectieve dwang / marktfalen
  • bij (2) lager / hoger
Bekijk het antwoord
  • (1) marktfalen
  • (2) hoger

Indien twee antwoorden juist: 1 scorepunt. Indien minder dan twee antwoorden juist: 0 scorepunten.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens economie havo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2026, tijdvak 1?

Het centraal examen economie havo 2026, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (6), risico en verzekeren (5) en geld en inflatie (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2026, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2026, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-1/ha-1022-a-26-1-c).

Hoe oefen ik met het examen economie havo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.