Eindexamen economie havo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Macro-dilemma’s, Neem accijns met een korreltje suiker, Vraag en aanbod van aandelen, Verzekeraar neemt geen risico, Economisch beleid.

Kort antwoord

Het centraal examen economie havo 2025, tijdvak 2 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (7), conjunctuur (4) en geld en inflatie (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie havo 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen1, 3-4, 6, 23-257
Conjunctuur11, 13, 21-224
Geld en inflatie5, 12, 153
Vraag en aanbod8-103
Inkomen en consumptie7, 262
Productie en kosten14, 172
Risico en verzekeren19-202
Internationale handel21
Marktvormen161
Speltheorie181
Arbeidsmarkt271

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over conjunctuur (15% van de vragen, gemiddeld 6%) en overheid en belastingen (26% van de vragen, gemiddeld 19%). Minder over marktvormen (4% van de vragen, gemiddeld 10%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Macro-dilemma’s

In veel EMU-landen is sprake van een laagconjunctuur, in enkele landen zelfs van een recessie. Daarom pleiten economen in verschillende EMU-landen voor het voeren van anticyclisch begrotingsbeleid.

De EMU-landen kunnen geen anticyclisch begrotingsbeleid voeren, als hun overheidstekort dan uitkomt boven de afgesproken grens van maximaal 3% van het bbp.

Vraag 1 2 punten

Leg uit dat regeringen door de afgesproken grens voor het overheidstekort, tijdens een recessie, beleid moeten voeren dat de recessie juist groter maakt.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de recessie krijgt de overheid minder belastingontvangsten, hierdoor neemt het overheidstekort toe. Om de begrotingsafspraak na te komen moeten regeringen bezuinigen / de belastingtarieven verhogen.
  • Hierdoor nemen de bestedingen / neemt de effectieve vraag af en daalt het bbp verder, waardoor de recessie groter wordt.

Het beleid in het buitenland heeft gevolgen voor Nederland.

Vraag 2 2 punten

Leg uit als andere EMU-landen in een recessie anticyclisch begrotingsbeleid voeren, het bbp in Nederland kan stijgen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door anticyclisch begrotingsbeleid in andere EMU-landen stijgt het bbp in die landen, waardoor (de consumptie en) de import van die landen zullen toenemen.
  • Daardoor kan Nederland meer exporteren en produceren waardoor het bbp in Nederland ook zal toenemen.

Als landen anticyclisch begrotingsbeleid gaan voeren, heeft dit ook invloed op het overheidssaldo. In onderstaande tabel is de invloed van anticyclisch begrotingsbeleid op het overheidssaldo weergegeven.

Verandering overheidssaldo van Nederland en EMU-landen

Andere EMU-landen voeren anticyclisch begrotingsbeleid.Andere EMU-landen voeren geen anticyclisch begrotingsbeleid.
Nederland voert anticyclisch begrotingsbeleid.↓ ; ↓↓↓ ; ↑
Nederland voert geen anticyclisch begrotingsbeleid.↑ ; ↓↓= ; =

Noot: een pijl omhoog betekent een verbetering van het overheidssaldo en een pijl omlaag betekent een verslechtering.

Vraag 3 3 punten

Verklaar de uitkomst in de cel linksonder.

Doe het als volgt:

  • Leg uit waarom het overheidssaldo van Nederland stijgt.
  • Leg uit waarom het overheidssaldo van andere EMU-landen sterker daalt.
Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een deel van de overheidsbestedingen van andere EMU-landen komt via hun import terecht in Nederland. Hierdoor stijgen de productie en het inkomen in Nederland. De belastingopbrengsten hiervan verbeteren het Nederlandse overheidssaldo.
  • Als andere EMU-landen anticyclisch begrotingsbeleid gaan voeren zullen zij de belastingen verlagen of de uitgaven verhogen waardoor het overheidssaldo verslechtert.

Aanvulling: volgens het erratumblad bij de opgaven moet in het opgavenboekje, op pagina 2, bij vraag 3, het derde opsommingsstreepje met de vraag “Leg uit waarom het overheidssaldo sterker daalt.” geschrapt worden.

Als overheden besluiten anticyclisch begrotingsbeleid te voeren, worden extra uitgaven veelal gefinancierd met leningen, wat leidt tot een hogere staatsschuld.

Vraag 4 2 punten

Zullen de overheidsbestedingen in de toekomst door het huidige anticyclisch begrotingsbeleid toenemen of afnemen? Leg je keuze uit.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door anticyclisch begrotingsbeleid zullen overheden nu lenen. Deze leningen / rentebetalingen worden in de toekomst afbetaald.
  • In de toekomst hebben overheden minder te besteden aan goederen / diensten / salarissen, waardoor de overheidsbestedingen zullen afnemen.

of

  • Door anticyclisch begrotingsbeleid zullen de bestedingen in het land toenemen, waardoor de productie stijgt.
  • Door het toegenomen bbp zal de overheid in de toekomst meer belastingen ontvangen, waardoor de overheidsbestedingen zullen toenemen.

Om de recessie te bestrijden, maar toch de overheidstekorten te bewaken, stellen regeringsleiders voor om afspraken te maken binnen de EMU over gezamenlijk anticyclisch begrotingsbeleid. Een econoom stelt dat de afspraken voor Nederland weinig uitmaken: “Als nu niet wordt bezuinigd, zal Nederland het vertrouwen van de financiële markten verliezen.”

Vraag 5 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste redenering.

Door een toenemend overheidstekort moet de Nederlandse overheid meer lenen, waardoor de rente …(1)… Het aanbod van staatsobligaties neemt …(2)… en dat leidt tot een …(3)… van de obligatiekoersen. Een stijgende staatsschuldquote leidt vanwege het grotere kredietrisico tot afnemend vertrouwen bij beleggers, waardoor de rente …(4)…

Kies uit:

  • bij (1) stijgt / daalt
  • bij (2) toe / af
  • bij (3) stijging / daling
  • bij (4) verder stijgt / verder daalt
Bekijk het antwoord
  • (1) stijgt
  • (2) toe
  • (3) daling
  • (4) verder stijgt

indien vier antwoorden juist: 2 scorepunten; indien drie antwoorden juist: 1 scorepunt; indien minder dan drie antwoorden juist: 0 scorepunten.

Neem accijns met een korreltje suiker

Uit een krant:

De Mexicaanse overheid heeft op 1 januari 2014 een suikeraccijns ingevoerd om de negatieve externe effecten van overmatige suikerconsumptie terug te dringen. Sindsdien betalen Mexicanen een heffing in de vorm van een vast bedrag per pond¹⁾ suiker.

De invoering van een suikeraccijns heeft in Mexico het gewenste effect gehad: over heel 2014 nam de verkoop van suiker met gemiddeld 6 procent af, wat neerkomt op een verminderde consumptie van 1,5 pond per persoon. Deze lagere consumptie blijkt niet evenredig te zijn verdeeld over de verschillende inkomensgroepen, want de vraag naar suiker van mensen met een laag inkomen is prijselastischer dan die van mensen met een hoog inkomen.

noot 1 een pond = 500 gram

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat overmatige suikerconsumptie tot negatieve externe effecten leidt.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Overmatige suikerconsumptie (met diabetes / overgewicht / tandbederf tot gevolg) leidt tot hogere zorgkosten.
  • Deze kosten worden niet (of slechts gedeeltelijk) door de suikerconsumenten zelf betaald.

Gebruik bovenstaand krantenartikel.

Vraag 7 1 punt

Bereken de gemiddelde consumptie van suiker per persoon in 2014, na de invoering van de suikeraccijns.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

Gemiddelde suikerconsumptie:

\frac{1{,}5 \text{ pond per persoon}}{6\%} \times 94\% = 23{,}5 \text{ pond suiker per persoon}

Aanvulling: op pagina 6, bij vraag 7 moet de berekening $\frac{1{,}5 \text{ pond per persoon}}{6\%} \times 100\% = 25 \text{ pond suiker per persoon}$ vervangen worden door $\frac{1{,}5 \text{ pond per persoon}}{6\%} \times 94\% = 23{,}5 \text{ pond suiker per persoon}$.

Gebruik bovenstaand krantenartikel en bron 1.

prijs perpond suikerprijs perpond suikerhooginkomenlaaginkomenlaaginkomenhooginkomenhoeveelheid suikerper pondhoeveelheid suikerper pondgrafiek 1grafiek 2
Bron 1 Vraaglijn naar suiker van lage en hoge inkomens in Mexico

Vraag 8 2 punten

Welke grafiek geeft de vraag naar suiker van Mexicanen met een laag inkomen het best weer? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord

grafiek 2

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

Bij de lage inkomens in grafiek 2 ontstaat er bij eenzelfde prijsverandering een relatief grotere hoeveelheidsverandering dan bij hoge inkomens. Dan is de vraag naar suiker prijselastischer voor de lage inkomens.

Opmerking: 0 of 2 scorepunten toekennen.

De Mexicaanse overheid heeft als doelstelling de totale consumptie van suiker met minimaal 25% te beperken. Dit wil ze bereiken met de ingevoerde accijns. Stel dat in Mexico de prijs van een pond suiker vóór invoering van de accijns 4,50 peso bedraagt.

Gebruik bron 2.

prijs perpond suiker (P)hoeveelheid suiker (Q) (in miljarden pond)ABCDFGEHIJKLMNQv = -0,5P + 5aanbod met accijns:Qa = 1,5P - 7aanbod zonder accijns:Qa = 1,5P - 4
Bron 2 Grafische weergave totale suikermarkt

Vraag 9 3 punten

Laat met een berekening zien dat de doelstelling van de Mexicaanse overheid wordt bereikt.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • berekening nieuwe evenwichtsprijs: 1,5P – 7 = -0,5P + 5 → P = 6; nieuwe evenwichtshoeveelheid: Q = 1,5 x 6 – 7 → Q = 2
  • oude evenwichtshoeveelheid: Q = 1,5 x 4,50 – 4 → Q = 2,75
  • procentuele afname: (2 – 2,75) / 2,75 x 100% = -27,3% (De doelstelling wordt dus bereikt.)

Aanvulling: volgens het erratumblad bij de opgaven moet in de bijlage, op pagina 2, bij Bron 2, de tekst bij de onderste aanbodlijn “aanbod met accijns: Qa = 1,5P - 4” vervangen worden door “aanbod zonder accijns: Qa = 1,5P - 4”. In de figuur hierboven is dat al verwerkt.

De invoering van de suikeraccijns heeft gevolgen voor zowel het consumentensurplus als het producentensurplus op de markt van suiker (zie bron 2).

Gebruik bron 2.

Vraag 10 3 punten

Geef met letters het oppervlak aan dat het consumenten- en producentensurplus weergeeft en het oppervlak dat de accijnsopbrengst weergeeft na het heffen van de suikeraccijns.

Neem daarvoor onderstaande tabel over op het antwoordblad en vul aan op de stippellijnen.

oppervlak consumentensurplus……….
oppervlak producentensurplus……….
oppervlak accijnsopbrengst……….
Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • oppervlak consumentensurplus: ABC
  • oppervlak producentensurplus: HIJ of BCD
  • oppervlak accijnsopbrengst: BCIH of DCIJ

Aanvulling: volgens het erratumblad bij de opgaven is de onderste aanbodlijn in bron 2 de aanbodlijn zonder accijns (Qa = 1,5P - 4).

Vraag en aanbod van aandelen

Uit een krant:

Afgelopen maand daalden de aandelenkoersen in de Verenigde Staten (VS) zeer sterk. In één week zelfs gemiddeld met 8,5 procent. Deze daling wordt door een deel van de beursanalisten gezien als een ‘gezonde’ correctie. Andere analisten maken zich juist zorgen over het effect dat deze daling heeft op het consumentenvertrouwen.

De aandelenkoers wordt bepaald door vraag en aanbod van aandelen op de aandelenmarkt.

Vraag 11 2 punten

Leg uit dat door de daling van de aandelenkoersen, via het consumentenvertrouwen, het bbp kan afnemen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de dalende aandelenkoersen daalt het vermogen van consumenten. Hierdoor zal het consumentenvertrouwen verslechteren.
  • Hierdoor gaan consumenten / bedrijven minder besteden, waardoor de productie zal dalen.

Vanwege hoge inflatiecijfers in de VS heeft de Amerikaanse Centrale Bank (Fed) de rente aangepast.

Vraag 12 2 punten

Leg uit of de Fed de rente heeft verhoogd of verlaagd.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De Fed heeft de rente verhoogd; zo wordt sparen gestimuleerd / lenen afgeremd.
  • Hierdoor dalen de binnenlandse bestedingen, waardoor de inflatie zal afnemen.

De aanpassing van de rente heeft, via de conjunctuurzijde, invloed op de hoogte van de aandelenkoersen. De aanpassing heeft ook effect gehad op de structuurzijde van de economie.

Vraag 13 2 punten

Leg het negatieve verband uit tussen de rentestand en de aandelenkoersen via de conjunctuurzijde van de economie.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een hogere / lagere rente leidt tot meer / minder sparen (of minder / meer lenen), waardoor de bestedingen afnemen / toenemen en de winstverwachting van bedrijven zal dalen / stijgen.
  • Hierdoor zal de vraag naar aandelen van deze bedrijven dalen / stijgen. Dit leidt tot een daling / stijging van de aandelenkoersen.

Aanvulling: op pagina 8 van het correctievoorschrift, bij vraag 13 moeten altijd 2 scorepunten worden toegekend, ongeacht of er wel of geen antwoord gegeven is, en ongeacht het gegeven antwoord.

Vraag 14 2 punten

Leg het negatieve verband uit tussen de rentestand en de structuurzijde van de economie.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een hogere / lagere rente leidt tot hogere / lagere bedrijfskosten.
  • Dit leidt tot een daling / stijging van de investeringen in kapitaalgoederen, waardoor de productiecapaciteit zal dalen / stijgen.

Aan het einde van het kwartaal zijn de aandelenkoersen weer gestegen. Een belegger koopt op 31 januari 4.000 aandelen ASML en 6.000 aandelen ING. Op 1 april verkoopt de belegger deze aandelen weer. De aandelenkoersen zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Nederlandse aandelenkoersen op de beurs in de VS

aandeelkoers ($) 31 januarikoers ($) 1 april
ASML149,40187,50
ING14,6118,32

Vraag 15 2 punten

Bereken de winst van de belegger in procenten van het aankoopbedrag.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • aankoop: 4.000 × 149,40 + 6.000 × 14,61 = $ 685.260; verkoop: 4.000 × 187,50 + 6.000 × 18,32 = $ 859.920; winst $ 174.660
  • winst in procenten van aankoop: $ 174.660 / $ 685.260 x 100% = 25,49%

Verzekeraar neemt geen risico

In een land zijn mensen verplicht zich te verzekeren voor basiszorg. Zorgverzekeraars hebben een wettelijke acceptatieplicht voor de basiszorgverzekering.

De zorgverzekeraars richten zich in hun marketing op specifieke doelgroepen zoals studenten. Met name studenten zijn vanwege hun lage leeftijd over het algemeen gezond, waardoor ze weinig zorgkosten maken. Deze marketing gericht op bepaalde doelgroepen kan echter leiden tot ongewenste situaties op de zorgverzekeringsmarkt.

Gebruik bovenstaande tekst en bron 1.

27,822,516,214,419,1ABCDoverige
Bron 1 Marktaandeel als percentage van de totale afzet van de verschillende zorgverzekeraars in Nederland

Vraag 16 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste redenering.

Op de markt van basiszorgverzekeringen is er sprake van …(1)… solidariteit. De zorgverzekeraars zijn actief op een …(2)…. Op deze markt is er sprake van …(3)… concurrentie. Het aantrekken van studenten leidt tot …(4)… voor de zorgverzekeraar die de studenten aantrekt.

Kies uit:

  • bij (1) verplichte / vrijwillige
  • bij (2) oligopolistische markt / markt van monopolistische concurrentie
  • bij (3) volkomen / onvolkomen
  • bij (4) averechtse selectie / risico-aversie / kostenvoordeel
Bekijk het antwoord
  • (1) verplichte
  • (2) oligopolistische markt
  • (3) onvolkomen
  • (4) kostenvoordeel

indien (1) en (4) juist: 1 scorepunt; indien (2) en (3) juist: 1 scorepunt.

Zorgverzekeraars A en C zijn beide van plan om een campagne te voeren. Deze campagne is gericht op studenten. De kosten van de campagne zijn voor A en C gelijk vast bedrag. Een econoom maakt een pay-offmatrix (zie bron 2). In deze matrix zijn de winstveranderingen van de verzekeraars niet gelijk aan elkaar als één verzekeraar geen campagne voert en de andere verzekeraar wel.

Als verzekeraar A bijvoorbeeld wel campagne voert en verzekeraar C niet, zal de winst van verzekeraar A met 10% stijgen. Als verzekeraar A geen campagne voert en verzekeraar C wel, zal de winst van verzekeraar C met 9% stijgen.

Gebruik bron 1 en 2.

Bron 2 Pay-offmatrix: procentuele winstveranderingen van zorgverzekeraars

C
geen campagnewel campagne
Ageen campagne0% ; 0%-5% ; +9%
Awel campagne+10% ; -6%-1% ; -1%

Vraag 17 2 punten

Leg dit verschil in winstveranderingen uit aan de hand van de gemiddelde constante kosten van de verzekeraars.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van juist antwoord is:

  • Zorgverzekeraar A heeft een groter marktaandeel en kan daardoor de constante kosten van de campagne over meer klanten verspreiden, waardoor de gemiddelde constante kosten (voor A) lager zijn.
  • Hierdoor is de kostprijs bij verzekeraar A lager. Als zorgverzekeraar A geen campagne voert en zorgverzekeraar C wel, dan zal zorgverzekeraar C studenten winnen (+9%), maar minder als zorgverzekeraar C geen campagne voert en zorgverzekeraar A wel (+10%).

Gebruik bron 2.

Vraag 18 2 punten

Leg met behulp van getallen uit de matrix in bron 2 uit of er sprake is van een gevangenendilemma.

Doe het als volgt:

  • Leg uit of beide verzekeraars een dominante strategie hebben.
  • Beredeneer vervolgens of er sprake is van een gevangenendilemma.
Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De dominante strategie van verzekeraar A is campagne voeren, omdat +10% > 0% en -1% > -5%. De dominante strategie van verzekeraar C is ook campagne voeren, omdat +9% > 0% en -1% > -6%.
  • Het (Nash-)evenwicht is dat beide campagne voeren. Ze komen hierdoor in een suboptimale uitkomst / 0% ; 0% > -1% ; -1% dus er is sprake van een gevangenendilemma.

De overheid in dit land heeft een vereveningsfonds ingesteld. Alle zorgverzekeraars storten per verzekerde een bedrag in dit fonds. Zorgverzekeraars met relatief veel slechte risico’s kunnen een beroep doen op dit fonds en kunnen zo een deel van de zorgkosten die ze maken compenseren.

Vraag 19 2 punten

Leg uit waarom de overheid een vereveningsfonds instelt voor de basiszorgverzekering.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • De acceptatieplicht kan ertoe leiden dat de ene verzekeraar relatief veel slechte risico’s heeft, terwijl andere verzekeraars juist relatief veel goede risico’s hebben.
  • Door het vereveningsfonds worden deze verschillen aan schade-uitkeringen verminderd / wordt voorkomen dat verzekeraars met alleen maar slechte risico’s failliet gaan.

Vraag 20 2 punten

Leg uit dat een doelgroepencampagne minder financieel voordeel voor de zorgverzekeraar oplevert als er sprake is van een vereveningsfonds.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • Door doelgroepencampagne probeert de verzekeraar vooral goede risico’s, zoals studenten aan te trekken.
  • Door relatief meer goede risico’s valt een deel van de vergoeding vanuit het vereveningsfonds weg, waardoor doelgroepencampagne financieel minder voordeel oplevert.

Economisch beleid

De stemming op markten wordt vaak aangeduid als het marktsentiment. Dit sentiment wordt onder meer beïnvloed door politieke gebeurtenissen, economische cijfers en verwachtingen.

In een land kondigde de zojuist gekozen president haar nieuwe beleid aan. Zij heeft onder andere belastingverlagingen en omvangrijke investeringen in infrastructuur aangekondigd. De verwachting is dat door dit beleid het consumentenvertrouwen en het producentenvertrouwen zullen veranderen. Deze politieke aankondiging had grote invloed op het marktsentiment in het land.

Vraag 21 1 punt

Geef aan of het aangekondigde beleid van de president tot een negatief of positief marktsentiment leidt in het land. Motiveer je keuze.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

Een positief marktsentiment, want door het aangekondigde beleid zal het consumenten- of producentenvertrouwen toenemen.

Vraag 22 3 punten

Maak van onderstaand schema een economisch juiste redenering.

Doe het als volgt:

  • Schrijf de letters a tot en met f op.
  • Schrijf achter elke letter het nummer van het juiste economische verschijnsel.

Kies uit:

  • 1 belastingverlaging
  • 2 besteedbaar inkomen stijgt
  • 3 binnenlandse bestedingen stijgen
  • 4 grenzen productiecapaciteit bereikt
  • 5 investeringen in infrastructuur
  • 6 particuliere consumptie stijgt
aangekondigdeconomischbeleid(a)(b)(c)(d)(e)(f)inflatierente
Oorzaak-gevolgschema economisch beleid
Bekijk het antwoord
  • a: 5 (investeringen in infrastructuur)
  • b: 1 (belastingverlaging)
  • c: 2 (besteedbaar inkomen stijgt)
  • d: 6 (particuliere consumptie stijgt)
  • e: 3 (binnenlandse bestedingen stijgen)
  • f: 4 (grenzen productiecapaciteit bereikt)

indien alle zes antwoorden juist: 3 scorepunten; indien vijf of vier antwoorden juist: 2 scorepunten; indien drie of twee antwoorden juist: 1 scorepunt; indien een of geen antwoord juist: 0 scorepunten.

Door de aangekondigde belastingverlaging ontstaat er een overheidstekort.

Vraag 23 2 punten

Leg uit dat een overheidstekort kan worden gezien als uitgestelde belastingheffing.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het overheidstekort leidt tot een toename van de overheidsschuld die toekomstige verplichtingen (rentelasten en aflossing) veroorzaakt.
  • Deze verplichtingen moeten (uiteindelijk) met toekomstige belastingontvangsten worden betaald.

De aangekondigde belastingverlaging bestaat uit twee maatregelen. De eerste maatregel is het verlagen van het belastingtarief. De tweede maatregel is het verhogen van de inkomensafhankelijke algemene heffingskorting. Beide maatregelen staan in onderstaande tabel.

schijfbelastbaar inkomenoud tariefoude heffingskortingnieuw tariefnieuwe heffingskorting
1$ 0 - $ 44.72532%$ 1.25020%$ 2.375
2$ 44.726 - $ 95.37538%$ 75024%$ 1.350
3$ 95.376 - $ 182.10042%$ 50032%$ 750
4$ 182.101 en hoger48%$ 035%$ 0

Vraag 24 2 punten

Bereken hoeveel belasting iemand betaalt bij een belastbaar inkomen van $ 50.000 na de belastingmaatregelen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • schijf 1 = $ 44.725 x 0,20 = $ 8.945; schijf 2 = ($ 50.000 – $ 44.725) x 0,24 = $ 1.266; totale belasting van de schijven = $ 8.945 + $ 1.266 = $ 10.211
  • totale verschuldigde belasting = $ 10.211 – $ 1.350 (heffingskorting) = $ 8.861

Door de aanpassing verandert het gemiddelde belastingtarief van iemand met een belastbaar inkomen van $ 40.000.

Vraag 25 3 punten

Bereken de verandering van het gemiddelde belastingtarief in procentpunten van iemand met een belastbaar inkomen van $ 40.000.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat:

  • het correct berekenen van het oude en nieuwe belastingbedrag.
  • het correct berekenen van de gemiddelde belastingtarieven.
  • het correct berekenen van het verschil in procentpunten.

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • oud belastingbedrag: $ 40.000 x 0,32 = $ 12.800; $ 12.800 – $ 1.250 = $ 11.550; nieuw belastingbedrag: $ 40.000 x 0,20 = $ 8.000; $ 8.000 – $ 2.375 = $ 5.625
  • oud gemiddeld belastingtarief: $ 11.550 / $ 40.000 x 100% = 28,9%; nieuw gemiddeld belastingtarief: $ 5.625 / $ 40.000 x 100% = 14,1%
  • het verschil in procentpunten: 28,9% – 14,1% = 14,8 procentpuntendaling.

Vraag 26 2 punten

Leg uit of de voorgestelde verhoging van de heffingskorting een nivellerend of denivellerend effect heeft op de secundaire inkomensverdeling.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de verhoging van de heffingskorting betalen de lagere inkomens in verhouding minder belasting dan de hogere inkomens (waardoor de inkomensverschillen kleiner worden).
  • Hierdoor is er sprake van een nivellerend effect.

Opmerking: Een juiste uitleg is voorwaardelijk voor de toekenning van het tweede scorepunt.

Vraag 27 2 punten

Leg uit dat de vraag naar arbeid kan stijgen als gevolg van de belastingverlaging.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de belastingverlaging stijgt het besteedbaar inkomen, waardoor de effectieve vraag stijgt.
  • Door de stijgende vraag zal de productie gaan stijgen en neemt de vraag naar arbeid toe.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2025, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens economie havo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen economie havo 2025, tijdvak 2 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (7), conjunctuur (4) en geld en inflatie (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-2/ha-1022-a-25-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie havo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.