Eindexamen economie havo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Druiven, Opgave 2 Wat te doen met de poen?, Opgave 3 Venezuela, Opgave 4 Stop: verkeersbordenkartel, Opgave 5 Baanpolarisatie.

Kort antwoord

Het centraal examen economie havo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 30. Van 29 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over vraag en aanbod (5), internationale handel (5) en geld en inflatie (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie havo 2026, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Vraag en aanbod1-3, 5, 235
Internationale handel7-8, 19, 26-275
Geld en inflatie6, 14, 17-184
Overheid en belastingen9-11, 204
Arbeidsmarkt15-16, 28-294
Productie en kosten4, 302
Conjunctuur12-132
Speltheorie24-252
Marktvormen211

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over internationale handel (17% van de vragen, gemiddeld 7%) en arbeidsmarkt (14% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over risico en verzekeren (0% van de vragen, gemiddeld 12%) en inkomen en consumptie (0% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Druiven

Fruit bevat veel gezonde voedingsstoffen en vitamines. Fruit wordt steeds populairder bij consumenten. Hierdoor is er sprake van een groei van deze markt.

Vraag 1 2 punten

Maak van onderstaande tekst een economisch juiste redenering. De populariteit van fruit onder consumenten is gestegen, wat heeft geleid tot een verschuiving van de …(1)… van fruit naar …(2)....

Deze verschuiving leidt, bij een gelijk gebleven …(3)…, tot een …(4)… prijs per kilo.

Kies uit:

bij (1) aanbodlijn / vraaglijn

bij (2) links / rechts

bij (3) aanbod / vraag

bij (4) gelijkblijvende / hogere / lagere

Bekijk het antwoord

(1) vraaglijn

(2) rechts

(3) aanbod

(4) hogere

  • (1) en (2) juist (1)
  • (3) en (4) juist (1)

Een econoom onderzoekt de totale markt voor druiven binnen de EU. Figuur 1 toont deze markt.

Figuur 1 Druivenmarkt binnen de EU
Figuur 1 Druivenmarkt binnen de EU

De vraaglijn geeft de betalingsbereidheid van consumenten weer voor geproduceerde druiven binnen de EU.

Gebruik figuur 1.

Vraag 2 1 punt

Bereken de maximale betalingsbereidheid van de consumenten.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

Maximale betalingsbereidheid van de consumenten als Qv = 0, dus als −7,4P + 80 = 0 → P = 10,81

Gebruik figuur 1.

Vraag 3 2 punten

Bereken de totale marktomzet van druiven binnen de EU. Bereken daarvoor eerst de evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Evenwichtsprijs als Qv = Qa → −7,4P + 80 = 6,6P − 4 → P = 6 Evenwichtshoeveelheid = 6,6 x 6 − 4 = 35,6 (x 1 miljoen) (1)
  • De marktomzet = 6 x 35,6 x 1 miljoen = € 213,6 miljoen (1)

De EU heeft kwaliteitseisen ingesteld voor druiven die ook gelden voor de import van de EU. Een van de kwaliteitseisen is een beperking van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen. De econoom stelt dat deze kwaliteitseis gevolgen heeft voor de productiekosten van druiven.

Vraag 4 2 punten

Leg uit wat het gevolg is van deze kwaliteitseis voor de productiekosten van druiven binnen de EU.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het gevolg is dat het verminderen van bestrijdingsmiddelen kan leiden tot een toename van de arbeidskosten. (1)
  • Omdat er meer onderhoud gedaan moet worden aan de akker, hierdoor zullen de productiekosten van druiven toenemen. (1)

De econoom onderzoekt de markt nadat de kwaliteitseis is ingegaan en schetst daarin een toegenomen vraag naar in de EU geproduceerde druiven (zie de uitwerkbijlage).

Gebruik de uitwerkbijlage.

Vraag 5 2 punten

Toon aan of het totale surplus is toegenomen of afgenomen door de toegenomen vraag. Doe het als volgt:

  • Arceer de verandering van het totale surplus.
  • Geef de verklaring voor de verandering van het totale surplus.
uitwerkbijlage
uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat:

  • Het correct arceren van de verandering van het totale surplus bij een hogere Q en een hogere P. (1)
Antwoordfiguur bij vraag 5 (cv-p7-3-5.webp).
  • Een juiste verklaring voor de verandering van het totale surplus. Een voorbeeld van een juist antwoord is: De in de EU geproduceerde evenwichtshoeveelheid druiven is toegenomen en de evenwichtsprijs is gestegen (waardoor het totale surplus groter is). (1)

In de EU is er sprake van hoge inflatie. Een van de oorzaken zijn de importbeperkende maatregelen. De econoom adviseert daarom de EU om alle importbeperkende maatregelen af te schaffen.

Vraag 6 2 punten

Leg uit welk effect het afschaffen van importbeperkende maatregelen heeft op de inflatie in de EU.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door toegenomen import, stijgt het totale aanbod / De hoeveelheid aanbieders is toegenomen. (1)
  • Dit leidt (bij gelijkblijvende vraag) tot een lagere prijs en dus zal de inflatie dalen. (1)

of

  • De geïmporteerde producten worden goedkoper. (1)
  • Dit leidt (bij gelijkblijvende vraag) tot een lagere prijs en dus zal de inflatie dalen. (1)

Afrika produceert veel druiven. In 2025 was het Afrikaanse aandeel in de omzet op de Europese markt 75%. In 2026 is dit aandeel gestegen naar 90%, terwijl de omzet op de Europese markt in dezelfde periode met 6% daalde.

Vraag 7 2 punten

Bereken met hoeveel procent de omzet van Afrikaanse druiven in Europa is veranderd in 2026 ten opzichte van 2025.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • totale marktomzet daalde van 100 naar 94 oude omzet Afrikaans land = 75. Nieuwe omzet = 94 x 0,90 = 84,6 (1)

84,6 − 75

  • procentuele verandering omzet = × 100% = 12,8% (1)

7 5

of

0,90 x 49

  • = 112,8 → een stijging van 12,8% (2)

0,7 5

Opmerking

Bij het tweede voorbeeldantwoord per gemaakte fout 1 scorepunt in mindering brengen.

Hoewel de consumptie van fruit veel positieve effecten heeft op de gezondheid en welvaart van mensen, leidt een hogere import (en transport) van fruit tot een lager groen bbp van de EU.

Vraag 8 2 punten

Leg de twee negatieve effecten uit van fruitimport op het groen bbp.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een hogere import van fruit leidt tot een lager bbp, waardoor het groen bbp daalt. (1)
  • Het transport / import van fruit zorgt voor schade aan het milieu, waardoor het groen bbp daalt. (1)

Opgave 2 Wat te doen met de poen?

Uit een krant:

De Nederlandse overheid heeft in 2018 een positief overheidssaldo. Door de hoogconjunctuur zijn de overheidsinkomsten in 2018 met 15% gestegen ten opzichte van 2017 naar € 337 miljard. De overheidsuitgaven zijn in 2018 gestegen met 6,2% ten opzichte van 2017 naar € 326 miljard.

Vraag 9 2 punten

Bereken voor 2017 en voor 2018 de verandering van de Nederlandse staatsschuld in miljarden euro’s.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • 2018: € 337 − € 326 = € 11 miljard (afname) (1)
  • 2017: overheidsinkomsten: € 337 / 1,15 = € 293,04 miljard overheidsuitgaven: € 326 / 1,062 = € 306,97 miljard verandering staatsschuld is € 293,04 − € 306,97 = − € 13,93 miljard (toename) (1)

Automatische stabilisatoren hebben invloed op het overheidssaldo.

Vraag 10 2 punten

Noem twee automatische stabilisatoren.

Bekijk het antwoord
  • het (progressieve) belastingstelsel (1)
  • sociale uitkeringen (1)

Het bruto binnenlands product van Nederland in 2020 is € 772,7 miljard. De staatsschuldquote is op dat moment 52,4%. De Nederlandse overheid zou meer kunnen besteden als zij besluit de staatsschuld te laten oplopen naar de EMU-norm van 60%.

Vraag 11 2 punten

Bereken hoeveel miljarden euro’s de Nederlandse overheid meer zou kunnen besteden in 2020.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Werkelijke staatsschuld: € 772,7 x 0,524 = € 404,9 miljard (1)
  • Toegestane staatsschuld: € 772,7 x 0,60 = € 463,6 miljard Verschil in euro’s = € 463,6 − € 404,9 = € 58,7 miljard (1)

Onder economen heerst verdeeldheid over wat de overheid het beste met het overheidsoverschot kan doen: de staatsschuld verlagen of de overheidsbestedingen laten toenemen.

Econoom A is een voorstander van het verlagen van de staatsschuld en stelt:

I. Als de overheid in economisch goede tijden de staatsschuld verlaagt, ontstaat er ruimte om in economisch slechte tijden de overheidsuitgaven te verhogen.

II. Een verlaging van de staatsschuld kan via de vermogensmarkt tot een hogere consumptie leiden.

Vraag 12 2 punten

Leg uit dat econoom A volgens stelling I een voorstander is van een anticyclisch begrotingsbeleid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Econoom A is voorstander van een anticyclisch begrotingsbeleid, want de overheid zal in economisch goede tijden de belastingen verhogen / de overheidsuitgaven verlagen, (waardoor de staatsschuld daalt) (1)
  • Waardoor de overheidsuitgaven in economisch slechte tijden verhoogd kunnen worden en de staatsschuld kan stijgen. (1)

Vraag 13 2 punten

Leg stelling II uit.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De overheid leent minder om de overheidsschuld te financieren, waardoor de vraag naar vermogen daalt. (1)
  • Daardoor zal de rente (op de vermogensmarkt) dalen en kunnen consumenten goedkoper lenen (dus de consumptie stijgt) (1)

of

  • Door een daling van overheidsschuld, krijgen beleggers meer vertrouwen in de kredietwaardigheid van de overheid. (1)
  • Daardoor zal de rente (op de vermogensmarkt) dalen en kunnen consumenten goedkoper lenen (dus de consumptie stijgt) (1)

Econoom B is tegenstander van het verlagen van de staatsschuld. De econoom stelt:

a De rente op een staatslening is nu −0,4%, terwijl de inflatie 2,8% is. Niet aflossen dus!

b In de toekomst zal de beroepsbevolking krimpen, waardoor er te weinig personeel zal zijn op de arbeidsmarkt. Door niet af te lossen houdt de overheid geld over voor het financieren van innovatie projecten.

Vraag 14 2 punten

Leg stelling a uit. Maak hierbij gebruik van het begrip reële rente.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De inflatie is hoger dan de nominale rente, dus de reële rente is negatief. (1)
  • (Dit betekent dat de koopkracht / reële waarde van een schuld lager wordt) waardoor lenen / het aangaan van schulden financieel gunstig is. (1)

Vraag 15 2 punten

Leg met behulp van stelling b uit dat een groter personeelstekort in de toekomst kan worden voorkomen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Innovatieve projecten kunnen leiden tot een betere arbeidsproductiviteit / automatisering. (1)
  • Daardoor is voor dezelfde productie minder personeel nodig (en wordt een groter personeelstekort in de toekomst voorkomen.) (1)

Opgave 3 Venezuela

Venezuela is een land dat te maken heeft met een hoge inflatie. Daarnaast heeft Venezuela een hoge werkloosheid (zie figuur 2).

Figuur 2 Percentage werkloze beroepsbevolking in de periode 2021-2026
Figuur 2 Percentage werkloze beroepsbevolking in de periode 2021-2026

Gebruik figuur 2.

Vraag 16 1 punt

Bereken de procentuele stijging van het werkloosheidspercentage in 2022 ten opzichte van 2021.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is: 27,1 − 20,6 × 100% = 31,6% 20, 6

Vraag 17 2 punten

Leg uit dat hoge inflatie, via de binnenlandse bestedingen, kan leiden tot een hogere werkloosheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als gevolg van de hoge inflatie neemt de koopkracht af en daarmee de vraag naar producten en diensten. (1)
  • De bedrijven zullen minder produceren en hebben minder arbeidskrachten nodig die zij daarom zullen ontslaan. Hierdoor ontstaat er werkloosheid. (1)

De centrale bank van Venezuela besluit om in te grijpen om de hoge inflatie te bestrijden.

Vraag 18 2 punten

Leg uit hoe de centrale bank van Venezuela zal ingrijpen om de hoge inflatie te bestrijden.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De centrale bank van Venezuela zal de rente verhogen. Hierdoor wordt lenen minder aantrekkelijk / sparen aantrekkelijker. (1)
  • De bestedingen zullen hierdoor afnemen, waardoor de vraag naar goederen afneemt (en dus de inflatie zal dalen). (1)

Vraag 19 2 punten

Maak van onderstaande tekst een economisch juiste redenering. Venezuela heeft een negatief overheidssaldo en een negatief particulier spaarsaldo. Hierdoor is het saldo lopende rekening van de betalingsbalans …(1)…. Door hogere rentebetalingen aan het buitenland zal het saldo lopende rekening van de betalingsbalans …(2)…. Internationale beleggers hebben geen vertrouwen in de Venezolaanse overheid. Hierdoor zal de rente op nieuwe staatsobligaties …(3).... Als de overheid een geloofwaardig onderpand kan aanbieden, zal de rente …(4)….

Kies uit:

bij (1) negatief / positief

bij (2) verslechteren / niet veranderen / verbeteren

bij (3) dalen / stijgen

bij (4) dalen / stijgen

Bekijk het antwoord

(1) negatief

(2) verslechteren

(3) stijgen

(4) dalen

  • (1) en (2) juist (1)
  • (3) en (4) juist (1)

Venezuela heeft een staatsschuldquote van 126% van het bbp en kan niet meer aan de rentebetalingen voldoen. De overheid vraagt daarom aan buitenlandse beleggers of zij een deel van de schuld willen kwijtschelden. Hierdoor zou er financiële ruimte ontstaan voor economische groei, waardoor de overige staatsschuld wel kan worden afbetaald.

Vraag 20 2 punten

Leg uit dat er een risico is op moral hazard van de Venezolaanse overheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als de buitenlandse beleggers een deel van de staatsschuld kwijtschelden, kan de overheid denken dat haar schulden telkens worden kwijtgescholden. (1)
  • Dit geeft een prikkel voor de Venezolaanse overheid om meer financiële risico’s aan te gaan / minder sterk te werken aan het terugdringen van de staatsschuld. (1)

Opgave 4 Stop: verkeersbordenkartel

De overheid van Nederland doet een aanbesteding voor nieuwe verkeersborden. Hiervoor vraagt ze alle vijf ondernemingen die actief zijn op deze markt, om een bod uit te brengen. De ondernemingen weten niet van elkaar wat de hoogte is van het bod dat zij gaan uitbrengen. De overheid kiest voor het laagste bod, omdat de productie en levering bij elke onderneming hetzelfde is.

Afbeelding bij Opgave 4 Stop: verkeersbordenkartel (opgaven-p8-1.webp).

Vraag 21 2 punten

Maak van onderstaande tekst een economisch juiste redenering. De markt voor verkeersborden heeft kenmerken van de marktvorm ...(1)… met een …(2)… product. Bij deze aanbesteding is er sprake van …(3)… en als gevolg hiervan leidt deze aanbesteding tot een …(4)… bod.

Kies uit:

bij (1) volledige mededinging / monopolistische concurrentie / oligopolie

bij (2) homogeen / heterogeen

bij (3) asymmetrische informatie / averechtse selectie

bij (4) laag / hoog

Bekijk het antwoord

(1) oligopolie

(2) homogeen

(3) asymmetrische informatie

(4) laag

  • (1) en (2) juist (1)
  • (3) en (4) juist (1)

Het aantal verkeersborden dat moet worden geproduceerd, is te groot voor één onderneming. De onderneming Rond en de onderneming Kruis zijn al herhaaldelijk met elkaar in gesprek geweest en hebben een geheime afspraak over hun productie en het bod dat zij gaan uitbrengen. Deze ondernemingen vormen dus een kartel.

Vraag 22 2 punten

Leg uit dat het kartel leidt tot negatieve externe effecten.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het bod dat beide ondernemingen afspreken zal hoger zijn dan het bod zonder kartelvorming waardoor de overheid te veel betaalt als dit bod geaccepteerd wordt. (1)
  • De extra uitgaven zullen worden betaald door de maatschappij / de belastingbetaler (waardoor er sprake is van negatieve externe effecten). (1)

Als er sprake zou zijn van een maximumprijs van de overheid op de markt voor verkeersborden dan heeft dat invloed op deze markt.

Vraag 23 1 punt

Welke uitspraak is juist?

Een maximumprijs van de overheid op verkeersborden zorgt voor

  1. A een verschuiving van de aanbodlijn naar links.
  2. B een verschuiving van de vraaglijn naar rechts.
  3. C een lagere productie van verkeersborden dan in het evenwicht.
  4. D een hogere productie van verkeersborden dan in het evenwicht.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

De Autoriteit Consument en Markt (ACM = toezichthouder) kan in actie komen als zij het bestaan van een kartel vermoedt. De deelnemende bedrijven van het kartel krijgen dan een boete opgelegd. De wijze waarop de ACM de hoogte van de boete berekent, staat in tabel 1.

Tabel 1 Hoogte van de boete bij constatering van een kartel

Regels
Basis van de boeteDe omzet van de opdracht: € 872.990
Hoogte van de boete45% van de omzet
Mogelijkheden tot het verkrijgen van korting op de vastgesteld boete:
Toegeven van kartel en inzage geven in alle documenten60% korting op de hoogte van de oorspronkelijke boete
Klikken (uit eigen beweging kartel melden bij de ACM)Boetevermindering van 100% van de oorspronkelijke boete

Gebruik tabel 1.

Vraag 24 2 punten

Bereken de hoogte van de boete die de ACM een onderneming oplegt als er sprake is van een kartel en de bestrafte onderneming toegeeft en inzage verleent in de documenten.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Grondslag van de boete is: € 872.990 Boete 0,45 x € 872.990 = € 392.845,50 (1)
  • Korting = € 392.845,50 x 0,60 = € 235.707,30 Boete is: € 392.845,50 − € 235.707,30 = € 157.138,20 (1)

De directeuren van de ondernemingen Rond en Kruis stellen een spelboom op om een gezamenlijk strategie af te spreken.

Spelboom 1 Kortingspercentages op de hoogte van de boete bij constatering van een kartel
Spelboom 1 Kortingspercentages op de hoogte van de boete bij constatering van een kartel

Gebruik spelboom 1.

Vraag 25 2 punten

Verklaar met behulp van getallen uit de spelboom welk kortingspercentage de onderneming Kruis krijgt.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als Kruis kiest voor zwijgen, dan zal Rond kiezen voor klikken, want 100 > 60 en 100 > 0. Als Kruis kiest voor toegeven en inzage geven, dan zal Rond kiezen voor klikken, want 100 > 60 en 100 > 0. Als Kruis kiest voor klikken, dan zal Rond kiezen voor toegeven en inzage geven, want 60 > 0. (1)
  • Onderneming Rond zal kiezen voor klikken, waarna onderneming Kruis (kiest voor toegeven en inzage geven en dus) een kortingspercentage van 60 krijgt. (1)

Opgave 5 Baanpolarisatie

Een econoom onderzoekt de gevolgen van globalisering voor de arbeidsmarkt. Globalisering leidt tot meer internationale handel.

Vraag 26 2 punten

Leg uit dat globalisering leidt tot een hogere wereldwijde productie.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Globalisering leidt tot specialisatie. (1)
  • Hierdoor stijgt de arbeidsproductiviteit (, wat zorgt voor een hogere wereldwijde productie). (1)

Globalisering heeft ook geleid tot baanpolarisatie. Baanpolarisatie houdt in dat het aantal banen voor middelbaar opgeleiden afneemt en tegelijkertijd het aantal banen voor laag- en voor hoogopgeleiden toeneemt. Baanpolarisatie komt in de hele wereld voor. In Europa is dit effect het grootst, in Azië het kleinst en in Noord-Amerika ligt dit tussen beide continenten in.

Tabel 2 Baanpolarisatie, verandering van opleidingsniveau ten opzichte van de totale werkgelegenheid in procentpunten

continentopleidingsniveau
laagmiddelbaarhoog
a1,86−5,123,26
b2,18−6,924,74
c2,64−7,885,24

Gebruik tabel 2.

Vraag 27 2 punten

Welk continent hoort bij welke letter? Verklaar je keuze. Doe dit als volgt:

  • Noteer de letters a, b en c op je antwoordblad en noteer achter elke letter een continent. Kies daarbij uit: Azië, Europa en Noord-Amerika.
  • Geef een verklaring voor je keuze.
Bekijk het antwoord
  • a Azië b Noord-Amerika c Europa (1)
  • Het aandeel van middelbaar opgeleiden daalt het meest bij c (Europa) en het minst bij a (Azië) / Het aandeel van laag- en hoogopgeleiden stijgt het meest bij c (Europa) en het minst bij a (Azië). (1)

De econoom analyseert baanpolarisatie op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Vraag 28 3 punten

Maak van onderstaande tekst een economisch juiste redenering. Als gevolg van economische …(1)… is het aantal banen voor middelbaar opgeleiden afgenomen en is er veel behoefte aan hoogopgeleide mensen. Hierdoor ontstaat een …(2)… op de arbeidsmarkt voor middelbaar opgeleiden, waardoor de gemiddelde lonen van middelbaar opgeleiden…(3)….

Op de arbeidsmarkt voor hoogopgeleiden is er sprake van een …(4)… waardoor de gemiddelde lonen van hoogopgeleiden …(5)….

Kies uit:

bij (1) conjunctuurontwikkeling / structuurontwikkeling

bij (2) tekort / overschot

bij (3) dalen / stijgen

bij (4) afgenomen aanbod / toegenomen aanbod / toegenomen vraag

bij (5) dalen / stijgen

Bekijk het antwoord

(1) structuurontwikkeling

(2) overschot

(3) dalen

(4) toegenomen vraag

(5) stijgen

  • (1) juist (1)
  • (2) en (3) juist (1)
  • (4) en (5) juist (1)

Werknemers willen interessant blijven voor de arbeidsmarkt. Hierdoor gaan werknemers investeren in hun menselijk kapitaal.

Vraag 29 2 punten

Leg uit dat er bij investeren in menselijk kapitaal sprake is van intertemporele ruil bij de werknemer.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De investering in scholing kost de werknemer nu tijd / geld. (1)
  • Dit kan de werknemer later terugverdienen door een hogere verdiencapaciteit. (1)

Investeringen in menselijk kapitaal kunnen ook door de werkgever gedaan worden. Deze investeringen kunnen leiden tot verzonken kosten voor de werkgever.

Vraag 30 2 punten

Leg uit hoe de werkgever ervoor kan zorgen dat er geen verzonken kosten optreden.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De werkgever kan een clausule in het contract van de werknemer opnemen dat hij/zij een minimale periode in dienst moet blijven. (1)
  • Op deze manier kan de werkgever de investering terugverdienen, waardoor er geen verzonken kosten optreden. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens economie havo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2026, tijdvak 2?

Het centraal examen economie havo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 30. Van 29 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over vraag en aanbod (5), internationale handel (5) en geld en inflatie (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2026, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2026, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-2/ha-1022-a-26-2-c).

Hoe oefen ik met het examen economie havo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.