Eindexamen economie havo 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Studeren loont, Opgave 2 Koko ziet er brood in, Opgave 3 Mag het iets meer zijn?, Opgave 4 Kiezen voor de oude dag, Opgave 5 Kan de rente nog lager?, Opgave 6 Repareer het dak wanneer de zon schijnt.
Het centraal examen economie havo 2022, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (6), geld en inflatie (5) en marktvormen (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Overheid en belastingen | 4, 25-29 | 6 |
| Geld en inflatie | 14-15, 21-23 | 5 |
| Marktvormen | 6, 9-10, 12 | 4 |
| Inkomen en consumptie | 13, 16-18 | 4 |
| Conjunctuur | 1, 19-20 | 3 |
| Risico en verzekeren | 2-3 | 2 |
| Productie en kosten | 5, 11 | 2 |
| Speltheorie | 7 | 1 |
| Vraag en aanbod | 8 | 1 |
| Internationale handel | 24 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over geld en inflatie (17% van de vragen, gemiddeld 7%) en inkomen en consumptie (14% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over vraag en aanbod (3% van de vragen, gemiddeld 12%) en arbeidsmarkt (0% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie havo 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie havo 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie havo 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Studeren loont
Voor de economische ontwikkeling van Nederland is het nodig dat jongeren verder studeren. Een studiefinancieringsstelsel bevordert dat het hoger onderwijs voor zo veel mogelijk jongeren toegankelijk is.
Vraag 1 2 punten
Leg uit dat het de economische groei in Nederland bevordert als jongeren studeren.
Bekijk het antwoord
- Door studeren neemt (het opleidingsniveau en) de arbeidsproductiviteit toe (1)
- en dit leidt tot een hoger bbp (1)
Politieke partijen hebben een verschillende kijk op stelsels voor studiefinanciering. Twee politieke partijen doen een voorstel.
− Partij 1 wil naar een stelsel met twee vaste beurzen: een beurs voor thuiswonende studenten en een beurs voor uitwonende studenten. Studenten ontvangen deze beurs maximaal 4 jaar. Studenten hoeven de bedragen niet terug te betalen.
- Partij 2 wil een stelsel met een studielening met vaste rente en inkomensafhankelijke terugbetalingsvoorwaarden. Studenten ontvangen de lening maximaal 4 jaar. De terugbetaling is in maandelijkse termijnen en is afhankelijk van het inkomen. De terugbetalingstermijn is maximaal 20 jaar, ongeacht of het gehele bedrag dan volledig is afbetaald.
Een econoom, Eelke Sanders, bespreekt de voorstellen van de twee partijen. Eelke Sanders vindt dat de overheid bij het studiestelsel van partij 2 een financieel risico loopt als gevolg van asymmetrische informatie.
Vraag 2 2 punten
Leg uit hoe asymmetrische informatie bij het studiestelsel van partij 2 kan leiden tot een financieel risico voor de overheid.
Bekijk het antwoord
- (Er is asymmetrische informatie omdat) de overheid beschikt over minder informatie van de studenten met betrekking tot de studiehouding / individuele eigenschappen (die de kans op een goedbetaalde baan beïnvloeden) (1)
- De overheid loopt een financieel risico omdat studenten die (al wisten dat ze) later een laag inkomen (zouden) hebben een kleiner deel van de lening terugbetalen (dan de overheid verwacht) (1)
Vraag 3 2 punten
Leg uit dat de kans op moral hazard bij het stelsel van partij 1 het grootst is. Betrek beide stelsels in je antwoord.
Bekijk het antwoord
- Bij het stelsel van partij 1 is de kans op moral hazard relatief groot omdat studenten geld krijgen / geen financieel risico lopen (ongeacht hun gedrag), en daarmee kunnen ze minder hard hun best doen / geld voor andere zaken gebruiken dan studie (terwijl de samenleving / de belastingbetaler daar de kosten van draagt) (1)
- Bij het stelsel van partij 2 is de kans op moral hazard relatief klein, omdat studenten moeten lenen / financieel risico moeten nemen, dus door het stelsel geprikkeld worden tot gewenst gedrag (1)
Mensen met een afgeronde studie zullen naar verwachting meer verdienen en dus meer inkomstenbelasting betalen dan mensen zonder afgeronde studie. Partij 1 wil aantonen dat het stelsel zichzelf op termijn terugbetaalt, en laat onderzoeken hoe groot het verschil in belastingopbrengsten is tussen mensen met en zonder afgeronde studie. Een onderzoeksbureau levert gegevens aan met betrekking tot de gemiddelde inkomens en de inkomensheffing bij die inkomens:
categorie gemiddeld geschatte geschatte belastbaar gemiddelde gemiddelde jaarinkomen1 belastingheffing heffingskorting per jaar1
Mensen zonder € 28.000 37,10% € 5.375 afgeronde studie Mensen met € 50.000 41,50% € 1.900 afgeronde studie
noot 1 De inflatie blijft buiten beschouwing.
De belastingopbrengsten worden geschat op basis van gemiddelde belastingtarieven en heffingskortingen zoals die in de tabel bij beide inkomens worden vermeld. De verwachting is dat iemand met een afgeronde studie gemiddeld 40 jaar werkt, en dat iemand zonder afgeronde studie gemiddeld 45 jaar werkt.
Vraag 4 3 punten
Bereken de extra belastingopbrengsten over het gehele werkzame leven voor een persoon met een afgeronde studie ten opzichte van een persoon zonder afgeronde studie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
- Gemiddeld inkomen met afgeronde studie: € 50.000. De belasting is 41,5% van het gemiddeld inkomen minus de heffingskorting van € 1.900. De belastingopbrengsten van deze groep zijn dus € 18.850 per persoon per jaar (1)
- Gemiddeld inkomen zonder afgeronde studie: € 28.000. De belasting is 37,1% van het gemiddeld inkomen minus de heffingskorting van € 5.375. De belastingopbrengsten van deze groep zijn dus € 5.013 per persoon per jaar (1)
- De totale belastingopbrengsten zijn: 45 jaar x € 5.013 = € 225.585 per persoon zonder afgeronde studie 40 jaar x € 18.850 = € 754.000 per persoon met afgeronde studie De extra belastingopbrengsten zijn € 754.000 − € 225.585 = € 528.415 (1)
Opgave 2 Koko ziet er brood in
Het Nederlandse bedrijf Koko is momenteel de enige fabrikant ter wereld van kokosbrood, een broodbeleg dat alleen in Nederland wordt geconsumeerd. Een paar jaar geleden waren nog zeven bedrijven actief op de Nederlandse afzetmarkt. Koko was op die markt de fabrikant met de grootste afzet en wist daardoor concurrentievoordeel te behalen op de andere aanbieders. Deze aanbieders gingen failliet of werden door Koko overgenomen.
Vraag 5 2 punten
Leg uit hoe Koko door zijn bedrijfsomvang een concurrentievoordeel heeft kunnen behalen op de andere aanbieders van kokosbrood.
Bekijk het antwoord
- Door de grotere afzet dalen de gemiddelde constante kosten (GCK) / dalen de gemiddelde totale kosten (GTK) / kunnen grondstoffen goedkoper worden ingekocht door de schaalvoordelen (1)
- Hierdoor ontstaat er ruimte om de prijs te verlagen (waardoor de concurrentiepositie verbetert) (1)
Vraag 6 2 punten
Maak van de onderstaande zinnen een economisch juiste tekst. Voordat Koko zijn concurrenten overnam, was er sprake van …(1)…. Op dit moment spreken we van …(2)…. Door de overnames heeft Koko nu meer marktmacht, en is prijszetter geworden. Bij een prijsverhoging zal het consumentensurplus …(3)…. Kies uit: bij (1) monopolistische concurrentie / een oligopolie / een monopolie bij (2) monopolistische concurrentie / een oligopolie / een monopolie bij (3) kleiner worden / gelijk blijven / groter worden
Bekijk het antwoord
- (1) een oligopolie (2) een monopolie (1)
- (3) kleiner worden (1)
Door een misoogst van kokos zijn de grondstofkosten voor kokosbrood met 10 eurocent per pakje kokosbrood gestegen. De algemeen directeur van Koko wil deze kostenstijging volledig doorberekenen. Koko levert zijn volledige productie van kokosbrood aan twee grote supermarktketens. Koko weet nog steeds winst te behalen, ondanks de marktmacht van de afnemers. De supermarktketens streven naar maximale winst en overwegen om hun marktmacht als afnemers te gebruiken door met Koko in onderhandeling te gaan over de verhoging van hun inkoopprijs. Als beide supermarktketens ervoor kiezen om met Koko te onderhandelen, zal het resultaat zijn dat Koko de prijs van een pakje kokosbrood met minder dan
10 eurocent verhoogt. Als een van de supermarktketens akkoord gaat met de prijsverhoging van 10 eurocent en als de ander wil onderhandelen, zal Koko uitsluitend leveren aan de supermarktketen die akkoord gaat.
Gebruik bron 1.
Vraag 7 2 punten
Toon met behulp van de getallen in de opbrengstenmatrix in bron 1 aan dat er een gevangenendilemma ontstaat voor de beide supermarktketens. Doe het als volgt:
- Leg uit hoe de dominante strategie van elk van de twee partijen tot stand komt.
- Beredeneer vervolgens dat er sprake is van een gevangenendilemma.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- De dominante strategie van keten 1 is akkoord gaan, want als keten 2 akkoord gaat, dan is de winstdaling € 6.000 en dat is minder dan € 10.000, en als keten 2 onderhandelt, dan is de winstdaling € 2.000 en dat is minder dan € 3.000. De dominante strategie van keten 2 is akkoord gaan, want als keten 1 akkoord gaat, dan is de winstdaling € 6.000 en dat is minder dan € 10.000, en als keten 1 onderhandelt dan is de winstdaling € 2.000 en dat is minder dan € 3.000 (1)
- Dit levert een uitkomst op die voor beide ketens suboptimaal is, want de gezamenlijke winstdaling zou minder geweest zijn als beide ketens zouden onderhandelen (en dus is er sprake van een gevangenendilemma) (1)
De supermarktketens zullen minder pakjes kokosbrood inkopen als hun inkoopprijs is gestegen. De financieel directeur van Koko heeft de verwachte financiële gevolgen uitgewerkt. Hij stelt dat de prijs van een pakje kokosbrood niet met 10 eurocent moet worden verhoogd maar met
5 eurocent.
Gebruik bron 2 bij de volgende drie vragen.
Vraag 8 2 punten
Toon met een berekening aan dat de vraag naar kokosbrood door supermarkten prijselastisch is.
Bron 2
Kredietbeoordelaars zoals Moody’s en Standard & Poor’s beoordelen de kredietwaardigheid van overheden die leningen aangaan met obligaties. De kredietbeoordelaars schatten in hoe groot het risico is dat deze overheden hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen en geven vervolgens een rapportcijfer (beoordeling ofwel rating) voor de kredietwaardigheid van deze overheden. Deze rating is van belang voor beleggers in overheidsobligaties zoals pensioenfondsen en particulieren. Afhankelijk van de rating zullen beleggers tegen meer of minder strenge voorwaarden geld uitlenen aan deze overheid.
Rating en de betekenis: A-rating Obligaties van overheden met deze rating hebben de hoogste kwaliteit met minimaal risico voor beleggers. Deze overheden zullen altijd de verplichtingen van rentebetaling en aflossing nakomen. B-rating Beleggers in obligaties met deze rating lopen enig risico dat de overheid de verplichtingen van rentebetaling en aflossing niet volledig nakomt. Beleggen in deze obligaties is daarom enigszins speculatief (het kan goed aflopen, het kan slecht aflopen). C-rating Obligaties met deze rating kennen een groot risico dat de overheid niet kan voldoen aan de verplichtingen van rentebetaling en aflossing. Beleggen in deze obligaties is zeer speculatief.
►►► ν erratumblad 2022-1
economie havo
Centraal examen havo
Tijdvak 1
Bijlage
Aan de secretarissen van het eindexamen van de scholen voor havo,
Bij het centraal examen economie havo op vrijdag 20 mei, aanvang 13.30 uur, moeten de kandidaten de volgende mededeling ontvangen. Deze mededeling moet bij het begin van de zitting worden voorgelezen en/of aan de kandidaten worden uitgereikt.
Op pagina 2, bij Opgave 2, moet in de tekst bij bron 1
Keten 1 Akkoord gaan met 10 procent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
vervangen worden door:
Keten 1 Akkoord gaan met 10 cent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
Namens het College voor Toetsen en Examens,
drs. P.J.J. Hendrikse, voorzitter
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: • De procentuele verandering van de afzet is 3,5 − 4,0 × 100% = −12,5% 4,0 De procentuele verandering van de prijs is 1,30 − 1,20 × 100% = 8,3% (1) 1,20 • Dus de (absolute) procentuele verandering van de afzet is groter dan de procentuele verandering van de prijs (want 12,5% > 8,3% ) en dus is de vraag van de supermarkten naar kokosbrood elastisch. of Prijselasticiteit Ev = − 12,5 = − 1,5 8,3 Ev < −1, dus de vraag van de supermarkten naar kokosbrood is elastisch (1) (2)
Vraag 9 3 punten
Toon met een berekening aan dat Koko de prijs van een pakje kokosbrood met 5 eurocent zou moeten verhogen om maximale winst te behalen.
Bron 2
Kredietbeoordelaars zoals Moody’s en Standard & Poor’s beoordelen de kredietwaardigheid van overheden die leningen aangaan met obligaties. De kredietbeoordelaars schatten in hoe groot het risico is dat deze overheden hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen en geven vervolgens een rapportcijfer (beoordeling ofwel rating) voor de kredietwaardigheid van deze overheden. Deze rating is van belang voor beleggers in overheidsobligaties zoals pensioenfondsen en particulieren. Afhankelijk van de rating zullen beleggers tegen meer of minder strenge voorwaarden geld uitlenen aan deze overheid.
Rating en de betekenis: A-rating Obligaties van overheden met deze rating hebben de hoogste kwaliteit met minimaal risico voor beleggers. Deze overheden zullen altijd de verplichtingen van rentebetaling en aflossing nakomen. B-rating Beleggers in obligaties met deze rating lopen enig risico dat de overheid de verplichtingen van rentebetaling en aflossing niet volledig nakomt. Beleggen in deze obligaties is daarom enigszins speculatief (het kan goed aflopen, het kan slecht aflopen). C-rating Obligaties met deze rating kennen een groot risico dat de overheid niet kan voldoen aan de verplichtingen van rentebetaling en aflossing. Beleggen in deze obligaties is zeer speculatief.
►►► ν erratumblad 2022-1
economie havo
Centraal examen havo
Tijdvak 1
Bijlage
Aan de secretarissen van het eindexamen van de scholen voor havo,
Bij het centraal examen economie havo op vrijdag 20 mei, aanvang 13.30 uur, moeten de kandidaten de volgende mededeling ontvangen. Deze mededeling moet bij het begin van de zitting worden voorgelezen en/of aan de kandidaten worden uitgereikt.
Op pagina 2, bij Opgave 2, moet in de tekst bij bron 1
Keten 1 Akkoord gaan met 10 procent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
vervangen worden door:
Keten 1 Akkoord gaan met 10 cent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
Namens het College voor Toetsen en Examens,
drs. P.J.J. Hendrikse, voorzitter
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- MK = 0,5 (1)
- MO = MK −0,4Q + 2 = 0,50 dus Q = 3,75 (x 1 miljoen pakjes) (1)
- P = −0,2 x 3,75 + 2 = € 1,25 Koko verhoogt de prijs met € 1,25 – € 1,20 = € 0,05 (1)
Vraag 10 2 punten
Bereken de winst van Koko wanneer de prijs van een pakje kokosbrood voor de supermarkt met 5 eurocent wordt verhoogd.
Bron 2
Kredietbeoordelaars zoals Moody’s en Standard & Poor’s beoordelen de kredietwaardigheid van overheden die leningen aangaan met obligaties. De kredietbeoordelaars schatten in hoe groot het risico is dat deze overheden hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen en geven vervolgens een rapportcijfer (beoordeling ofwel rating) voor de kredietwaardigheid van deze overheden. Deze rating is van belang voor beleggers in overheidsobligaties zoals pensioenfondsen en particulieren. Afhankelijk van de rating zullen beleggers tegen meer of minder strenge voorwaarden geld uitlenen aan deze overheid.
Rating en de betekenis: A-rating Obligaties van overheden met deze rating hebben de hoogste kwaliteit met minimaal risico voor beleggers. Deze overheden zullen altijd de verplichtingen van rentebetaling en aflossing nakomen. B-rating Beleggers in obligaties met deze rating lopen enig risico dat de overheid de verplichtingen van rentebetaling en aflossing niet volledig nakomt. Beleggen in deze obligaties is daarom enigszins speculatief (het kan goed aflopen, het kan slecht aflopen). C-rating Obligaties met deze rating kennen een groot risico dat de overheid niet kan voldoen aan de verplichtingen van rentebetaling en aflossing. Beleggen in deze obligaties is zeer speculatief.
►►► ν erratumblad 2022-1
economie havo
Centraal examen havo
Tijdvak 1
Bijlage
Aan de secretarissen van het eindexamen van de scholen voor havo,
Bij het centraal examen economie havo op vrijdag 20 mei, aanvang 13.30 uur, moeten de kandidaten de volgende mededeling ontvangen. Deze mededeling moet bij het begin van de zitting worden voorgelezen en/of aan de kandidaten worden uitgereikt.
Op pagina 2, bij Opgave 2, moet in de tekst bij bron 1
Keten 1 Akkoord gaan met 10 procent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
vervangen worden door:
Keten 1 Akkoord gaan met 10 cent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
Namens het College voor Toetsen en Examens,
drs. P.J.J. Hendrikse, voorzitter
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als bij de uitwerking sprake is van een doorwerkfout uit de vorige vraag, dan geen scorepunt in mindering brengen.
Opgave 3 Mag het iets meer zijn?
Uit een rapport over de Nederlandse detailhandel in levensmiddelen:
Er is sprake van schaalvergroting bij supermarkten: de gemiddelde grootte van supermarkten, gemeten in winkelvloeroppervlak, neemt toe. In dezelfde periode is het aantal supermarkten licht gestegen.
Gebruik bovenstaande tekst en bron 1.
Vraag 11 2 punten
Toon met een berekening aan dat er tussen 2017 en 2020 sprake was van schaalvergroting bij supermarkten.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: • Het totale winkelvloeroppervlak is verhoudingsgewijs meer gestegen dan het aantal supermarkten: Het vloeroppervlak steeg tussen 2017 en 2020 met 4.772 − 4.453 × 100% = 7,16% 4.772 Het aantal supermarkten steeg tussen 2017 en 2020 met 6.386 − 6.200 × 100% = 3,00% 6.200 of Het winkelvloeroppervlak per supermarkt is toegenomen: 4.453.000 2017: = 718 m per supermarkt 2 6.200 4.772.000 2020: = 747 m per supermarkt 2 1 6.386 • Hieruit blijkt dat de omvang per winkel is gestegen (en dat wil zeggen dat er schaalvergroting is geweest) (1) (2)
Gebruik bron 2.
Vraag 12 2 punten
Hoe blijkt uit bron 2 dat de supermarkten van Albert Heijn in 2018 gemiddeld een grotere omzet halen dan de supermarkten die zijn aangesloten bij Superunie?
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bron 2
Kredietbeoordelaars zoals Moody’s en Standard & Poor’s beoordelen de kredietwaardigheid van overheden die leningen aangaan met obligaties. De kredietbeoordelaars schatten in hoe groot het risico is dat deze overheden hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen en geven vervolgens een rapportcijfer (beoordeling ofwel rating) voor de kredietwaardigheid van deze overheden. Deze rating is van belang voor beleggers in overheidsobligaties zoals pensioenfondsen en particulieren. Afhankelijk van de rating zullen beleggers tegen meer of minder strenge voorwaarden geld uitlenen aan deze overheid.
Rating en de betekenis: A-rating Obligaties van overheden met deze rating hebben de hoogste kwaliteit met minimaal risico voor beleggers. Deze overheden zullen altijd de verplichtingen van rentebetaling en aflossing nakomen. B-rating Beleggers in obligaties met deze rating lopen enig risico dat de overheid de verplichtingen van rentebetaling en aflossing niet volledig nakomt. Beleggen in deze obligaties is daarom enigszins speculatief (het kan goed aflopen, het kan slecht aflopen). C-rating Obligaties met deze rating kennen een groot risico dat de overheid niet kan voldoen aan de verplichtingen van rentebetaling en aflossing. Beleggen in deze obligaties is zeer speculatief.
►►► ν erratumblad 2022-1
economie havo
Centraal examen havo
Tijdvak 1
Bijlage
Aan de secretarissen van het eindexamen van de scholen voor havo,
Bij het centraal examen economie havo op vrijdag 20 mei, aanvang 13.30 uur, moeten de kandidaten de volgende mededeling ontvangen. Deze mededeling moet bij het begin van de zitting worden voorgelezen en/of aan de kandidaten worden uitgereikt.
Op pagina 2, bij Opgave 2, moet in de tekst bij bron 1
Keten 1 Akkoord gaan met 10 procent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
vervangen worden door:
Keten 1 Akkoord gaan met 10 cent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
Namens het College voor Toetsen en Examens,
drs. P.J.J. Hendrikse, voorzitter
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit bron 2 blijkt dat Albert Heijn met een kleiner aantal winkels dan Superunie een grotere totale omzet behaalt, (1)
- en hieruit volgt dat de gemiddelde omzet per winkel bij Albert Heijn groter is dan bij Superunie (1)
Marktanalist Daniëlle Dijkstra bespreekt de ontwikkelingen in de levensmiddelenbranche in de periode 2017−2020. De levensmiddelenbranche bestaat
- behalve de supermarkten
- uit een groot aantal sterk concurrerende levensmiddelenspeciaalzaken. Dijkstra: “We zagen een stijging van de totale afzet van levensmiddelen in de supermarkten van bijna 10%, als gevolg van de hoogconjunctuur. We verwachten dat de afzet van levensmiddelen in speciaalzaken met een ander percentage dan 10% zal stijgen. De levensmiddelen bij speciaalzaken bevinden zich immers in het luxe segment.”
Vraag 13 3 punten
Leg uit waarom in hoogconjunctuur de afzet van luxe levensmiddelen met een ander percentage zal stijgen dan die van niet-luxe levensmiddelen. Betrek het begrip inkomenselasticiteit in je antwoord.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
- In tijden van hoogconjunctuur stijgen de gemiddelde inkomens, en (1)
- luxe goederen hebben een hogere inkomenselasticiteit dan niet-luxe goederen (1)
- dus de afzet van de luxe levensmiddelen zal bij dezelfde inkomensgroei procentueel meer stijgen dan de afzet van niet-luxe levensmiddelen (1)
Opgave 4 Kiezen voor de oude dag
Het Nederlands pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers, die samen de totale uitkering bepalen die iemand ontvangt als hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. De pijlers zijn: 1) het staatspensioen (AOW) 2) het bedrijfspensioen 3) het individueel opgebouwde pensioen
De tweede pijler, het bedrijfspensioen, wordt opgebouwd voor werknemers in loondienst. Werkgevers en werknemers leggen premie in bij pensioenfondsen, die de premies beleggen. Het stelsel van bedrijfspensioenen staat onder andere onder druk door lage beleggingsrendementen. Als gevolg daarvan zijn de bedrijfspensioenuitkeringen in de periode 2014−2018 gelijk gebleven, terwijl de cao-lonen en de consumentenprijzen in diezelfde periode wel zijn gestegen (zie bron 1).
Gebruik bovenstaande tekst.
Vraag 14 1 punt
Maak onderstaande redenering economisch juist: Er is de laatste jaren geen sprake geweest van een waardevast bedrijfspensioen, omdat de …(1)… waarde van het bedrijfspensioen niet is meegestegen met de …(2)…. Kies uit: bij (1) nominale / reële bij (2) cao-lonen / inflatie
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- (1) nominale (2) inflatie (1)
Gebruik de inleidende tekst en bron 1.
Vraag 15 2 punten
Toon met een berekening aan dat de koopkracht van de bedrijfspensioenuitkeringen tussen 2014 en 2018 met 4% is gedaald, afgerond op hele procenten.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- de relatieve prijsstijging: = = 1,041 Poud 108,6 het prijsindexcijfer (PIC) = 104,1 (1) NIC 100
- indexcijfer reëel inkomen (RIC) = × 100 = × 100 = 96,1 PIC 104,1 (NIC = nominaal indexcijfer; NIC = 100 omdat de nominale pensioenuitkeringen gelijk zijn gebleven) Oftewel de koopkracht is gedaald met 100
- 96,1 = 3,9% (oftewel een koopkrachtdaling van afgerond 4%) (1)
Vraag 16 2 punten
Leg uit waarom er bij premie-inleg voor het bedrijfspensioen sprake is van ‘ruilen over de tijd’ voor de werknemer.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- De werknemer offert nu consumptie op door premie te betalen (1)
- en ontvangt dan later een pensioeninkomen dat hij/zij kan besteden (1)
De Sociale Partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) werken aan plannen om de premie-inleg voor het bedrijfspensioen flexibeler te verdelen over de werkzame periode: werknemers krijgen keuzevrijheid om de premie-inleg tijdelijk te verhogen of te verlagen. Om hetzelfde eindbedrag te kunnen halen, moet een tijdelijke premieverlaging in een periode gecompenseerd worden door een tijdelijke premieverhoging in een andere periode.
Vraag 17 2 punten
Licht met een voorbeeld toe dat de keuzevrijheid bij de premie-inleg kan leiden tot keuzes die beter aansluiten bij de levensloop van de deelnemers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
- De inkomsten verschillen per fase in de (individuele) levensloop, bijvoorbeeld van een laag inkomen aan het begin van de carrière tot een hoger inkomen op het hoogtepunt van de carrière, minder inkomsten bij mantelzorgen en/of De consumptieve bestedingen van werkenden verschillen per fase in de (individuele) levensloop, bijvoorbeeld meer bestedingen bij kinderen krijgen, een huis kopen (1)
- De premie-inleg kan dan mee variëren met het inkomen / met de (individuele) consumptiebehoefte (zodat het besteedbaar inkomen beter past bij de behoeften in die fase van de levensloop) (1)
Het plan heeft voordelen, maar er zitten ook risico’s aan als de deelnemers niet verplicht kunnen worden om voor een vast eindbedrag te blijven sparen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat veel deelnemers dan keuzes maken waarbij ze te weinig pensioen opbouwen. Afhankelijk van het feit of een deelnemer een onder- of overspaarder is, kan een tijdelijke verlaging van de premie-inleg voor het bedrijfspensioen wel of niet risicovol zijn. Om te bepalen of een huishouden tot de onder- of overspaarders behoort, wordt gekeken naar de hoogte van de vervangingsratio.
Onderspaarders, overspaarders, gelijkspaarders en vervangingsratio:
- Onderspaarders zijn werknemers van wie het besteedbaar inkomen na pensionering naar verwachting1) lager is dan het besteedbaar inkomen vóór pensionering2).
- Overspaarders zijn werknemers van wie het besteedbaar inkomen na pensionering naar verwachting1) hoger is dan het besteedbaar inkomen vóór pensionering2).
- Gelijkspaarders zijn werknemers van wie het besteedbaar inkomen na pensionering naar verwachting1) gelijk is aan het besteedbaar inkomen vóór pensionering2).
- Vervangingsratio = besteedbaar inkomen na pensionering × 100% besteedbaar inkomen vóór pensionering
noot 1 De verwachting is gebaseerd op eerder ingelegde premies. noot 2 Met ‘besteedbaar inkomen vóór pensionering’ wordt het gemiddelde besteedbare inkomen bedoeld over de gehele periode voor pensionering.
Stel dat een pensioendeelnemer met een besteedbaar inkomen vóór pensionering van € 40.000 een vervangingsratio heeft van 90%.
Vraag 18 2 punten
Bereken het pensioenbedrag dat deze deelnemer per jaar tekortkomt in vergelijking met een gelijkspaarder.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Besteedbaar inkomen na pensionering is € 40.000 × = 100 € 36.000 (1p)
- Een gelijkspaarder zou € 40.000 per jaar krijgen, dus het pensioenbedrag dat de deelnemer tekort komt is € 4.000 per jaar (1p)
Opgave 5 Kan de rente nog lager?
Uit een weekblad, november 2013:
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voorspelt in een rapport voor Nederland en de eurozone in de komende jaren deflatie en een stagnerende economische ontwikkeling.
Een van de oorzaken van de stagnatie is een laag consumentenvertrouwen. De onderzoekers van de OESO hebben een model opgesteld waarin aan het consumentenvertrouwen een centrale rol is toebedeeld ter verklaring van economische groei (zie bron 1).
Gebruik bron 1.
Vraag 19 1 punt
Welke economische factor kan er boven pijl 3 worden ingevuld?
A import door Nederland
B koopkracht van consumenten
C werkloosheidspercentage
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- C (1)
Gebruik bron 1.
Vraag 20 1 punt
Leg uit hoe de overheidsbestedingen (pijl 2) van invloed zijn op het consumentenvertrouwen.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Pijl 2: de overheid vervult een voorbeeldrol; de overheid straalt vertrouwen uit in de economie door meer te besteden. − Pijl 2: meer overheidsbestedingen leiden tot meer productie, hetgeen weer leidt tot meer inkomen, dus meer bestedingsruimte en meer vertrouwen. (1)
De president van de Europese Centrale Bank (ECB) reageert op het rapport van de OESO en beschrijft de gevolgen van het lage consumentenvertrouwen: Het lage consumentenvertrouwen leidt tot ...(1)… bestedingen en …(2)… besparingen door de consumenten. Producenten zullen daarop hun prijzen …(3)…. Vervolgens zullen de lonen, winsten en investeringen …(4).... Consumenten zullen daarop hun bestedingen …(5)…. Daardoor stagneert de economische ontwikkeling.
Vraag 21 2 punten
Maak van de bovenstaande reactie van de president van de ECB een economisch juiste redenering. Kies uit: bij (1) lage/hoge bij (2) lage/hoge bij (3) verhogen/verlagen bij (4) dalen/stijgen bij (5) uitstellen/vervroegen
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
- (1) lage (2) hoge (3) verlagen (4) dalen (5) uitstellen indien vijf antwoorden juist (2) indien vier antwoorden juist (1) indien drie of minder antwoorden juist (0) (2)
De president van de ECB kondigt een renteverlaging aan naar 0,25 procent om de deflatie in Europa tegen te gaan. Als gevolg van de renteverlaging door de ECB verlagen de Nederlandse banken op hun beurt de rente voor hun klanten.
Vraag 22 2 punten
Leg uit dat de renteverlaging door Nederlandse banken deflatie in Nederland kan tegengaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
- Door de renteverlaging zullen de bestedingen van consumenten toenemen / wordt voorkomen dat consumenten bestedingen uitstellen (omdat consumenten minder gaan sparen / gemakkelijker kunnen lenen) (1)
- Door de stijgende vraag / doordat de vraag op peil blijft, ontstaat (bij gelijkblijvend aanbod) opwaartse druk op de prijzen (1)
De renteverlaging door de ECB leidde op de valutamarkten tot een verandering van de wisselkoers van de euro in dollars. Deze wisselkoersverandering draagt ook bij aan het tegengaan van deflatie in de eurozone.
Vraag 23 2 punten
Leidt een renteverlaging in de eurozone tot een daling of tot een stijging van de waarde van de euro in dollars? Leg je keuze uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
- Verlaging van de rente kan ertoe leiden dat beleggers/spaarders hun kapitaal verplaatsen uit de eurozone / dat de toestroom van kapitaal naar de eurozone vermindert (1)
- waardoor er meer euro’s worden aangeboden / minder euro’s worden gevraagd op de valutamarkt en de waarde van de euro in dollars daalt (1)
Vraag 24 2 punten
Leg uit dat deze koersverandering van de euro bijdraagt aan de economische groei in de eurozone.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Erratum op bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Daling van de eurokoers leidt ertoe dat de export toeneemt doordat de internationale concurrentiepositie van Europa verbetert / doordat Europese producten goedkoper worden voor kopers van buiten de eurozone (1p)
- De toegenomen vraag van buiten de eurozone veroorzaakt een grotere productie in de EU, zodat de economische groei wordt gestimuleerd (1p)
Opgave 6 Repareer het dak wanneer de zon schijnt
Uit een tijdschrift, december 2018:
In het stabiliteitspact van de EMU zijn normen afgesproken voor het overheidstekort en de staatsschuld van de lidstaten. De ontwerpbegrotingen van de lidstaten worden ter beoordeling voorgelegd aan de Europese Commissie. De afspraken met Italië zijn dat het overheidstekort in 2019 maximaal 1,6% van het bbp mag bedragen en dat de staatschuldquote moet worden verlaagd. In 2018 is de Italiaanse staatschuld 130% van het bbp. De regering van Italië wil de overheidsuitgaven in 2019 met 35 miljard euro verhogen tot 820 miljard euro (zie bron 1). Het overheidstekort in
2019 wordt hierdoor hoger dan wat met de EMU was afgesproken.
De regering van Italië is niet van plan de begroting aan te passen en doet de volgende 3 beweringen:
1 Een hoger tekort op de begroting in 2019 zal leiden tot meer economische groei.
2 Hogere economische groei leidt in de toekomst tot een lager overheidstekort.
3 Hogere economische groei leidt op twee manieren tot een lagere staatsschuldquote.
Gebruik bron 1.
Vraag 25 2 punten
Toon met een berekening aan dat het begrote overheidstekort van Italië in
2019 hoger is dan 1,6% van het bbp.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Overheidstekort = (Overheidsuitgaven O − Belastingontvangsten B = pijl2 – pijl3=) 820 – 770 = 50 miljard euro (1)
- In % van bbp (Y): × 100% = 2,89% (>1,6%) (1)
Vraag 26 2 punten
Leg bewering 1 uit van de Italiaanse regering.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat ‘Een hoger overheidstekort betekent dat de overheid de belasting verlaagt, en daardoor nemen de bestedingen en dus de productie toe.’, geen scorepunten toekennen.
Vraag 27 1 punt
Leg bewering 2 uit van de Italiaanse regering.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Door de economische groei nemen de belastingontvangsten toe / dalen de overheidsuitgaven aan uitkeringen (en neemt het overheidstekort af). (1)
Vraag 28 2 punten
Leg bewering 3 uit van de Italiaanse regering.
Bron 1
2019
740 (pijl 1)
820 (pijl 2) 770 (pijl 3) overheid
..... (pijl 4)
150 (pijl 5) 220 (pijl 6) bedrijven financiële instellingen gezinnen
20 (pijl 7)
520 (pijl 8) buitenland
500 (pijl 9)
1730 (pijl 10)
Verwachtingen volgens Italië voor de economische kringloop van dit land in 2019 met daarin opgenomen de ontwerpbegroting 2019. De getallen zijn geldstromen in miljarden euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Door hogere economische groei daalt het overheidstekort en neemt de staatschuld minder snel toe. (Hierdoor daalt de staatsschuldquote) (1)
- Hogere economische groei leidt tot een stijging van het bbp. (Hierdoor daalt de staatsschuldquote) (1)
De Europese Commissie stuurt aan op handhaving van de afspraken van het stabiliteitspact. De Commissie kijkt ook naar de gevolgen van de hoge staatsschuld op de lange termijn. Bovendien is het niet nakomen van de afspraken over het overheidstekort ongunstig voor de kredietwaardigheid van Italië. De lage kredietwaardigheid zal tot uitdrukking komen in de ratings van Italiaanse staatsobligaties door kredietbeoordelaars. Op dit moment hebben deze obligaties nog een B-rating (zie bron 2).
Gebruik bron 2.
Vraag 29 2 punten
Leg uit welk effect de lagere rating van kredietbeoordelaars zal hebben op de staatschuld van de Italiaanse overheid.
Bron 2
Kredietbeoordelaars zoals Moody’s en Standard & Poor’s beoordelen de kredietwaardigheid van overheden die leningen aangaan met obligaties. De kredietbeoordelaars schatten in hoe groot het risico is dat deze overheden hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen en geven vervolgens een rapportcijfer (beoordeling ofwel rating) voor de kredietwaardigheid van deze overheden. Deze rating is van belang voor beleggers in overheidsobligaties zoals pensioenfondsen en particulieren. Afhankelijk van de rating zullen beleggers tegen meer of minder strenge voorwaarden geld uitlenen aan deze overheid.
Rating en de betekenis: A-rating Obligaties van overheden met deze rating hebben de hoogste kwaliteit met minimaal risico voor beleggers. Deze overheden zullen altijd de verplichtingen van rentebetaling en aflossing nakomen. B-rating Beleggers in obligaties met deze rating lopen enig risico dat de overheid de verplichtingen van rentebetaling en aflossing niet volledig nakomt. Beleggen in deze obligaties is daarom enigszins speculatief (het kan goed aflopen, het kan slecht aflopen). C-rating Obligaties met deze rating kennen een groot risico dat de overheid niet kan voldoen aan de verplichtingen van rentebetaling en aflossing. Beleggen in deze obligaties is zeer speculatief.
►►► ν erratumblad 2022-1
economie havo
Centraal examen havo
Tijdvak 1
Bijlage
Aan de secretarissen van het eindexamen van de scholen voor havo,
Bij het centraal examen economie havo op vrijdag 20 mei, aanvang 13.30 uur, moeten de kandidaten de volgende mededeling ontvangen. Deze mededeling moet bij het begin van de zitting worden voorgelezen en/of aan de kandidaten worden uitgereikt.
Op pagina 2, bij Opgave 2, moet in de tekst bij bron 1
Keten 1 Akkoord gaan met 10 procent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
vervangen worden door:
Keten 1 Akkoord gaan met 10 cent prijsverhoging Onderhandelen over lagere prijsverhoging
Namens het College voor Toetsen en Examens,
drs. P.J.J. Hendrikse, voorzitter
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Erratum op bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Een lagere rating betekent lagere staatsobligatiekoersen, wat leidt tot verliezen op beleggingen van Italiaanse banken (1p)
- die (bij te zwakke kapitaalpositie) een beroep doen op staatssteun van de Italiaanse overheid, wat leidt tot een stijging van de staatsschuld en tot financieringstekort (1p)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Economie 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-1/ha-1022-a-22-1-o
Andere examens economie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie havo 2022, tijdvak 1?
Het centraal examen economie havo 2022, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (6), geld en inflatie (5) en marktvormen (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie havo 2022, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie havo 2022, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-1/ha-1022-a-22-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen economie havo 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.