Eindexamen Nederlands havo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Altijd een oogje in het zeil, Tekst 2 Vereng internationalisering niet tot verengelsing, Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten, Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten, studenten), Tekst 4 Waarom moet lezen per se leuk zijn?.
Het centraal examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), argumentatie (12) en tekstverbanden en signaalwoorden (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Leesvaardigheid | 1-5, 10, 12-17, 19, 22, 24, 26, 28-29, 35-36 | 20 |
| Argumentatie | 6-9, 11, 23, 25, 27, 30-32, 37 | 12 |
| Tekstverbanden en signaalwoorden | 20-21, 33-34 | 4 |
| Stijlfouten | 18 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens Nederlands havo sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Tekst 1 Altijd een oogje in het zeil
De auteur van een tekst kan op verschillende manieren de belangstelling van de lezer wekken of het onderwerp introduceren, zoals:
1 de aanleiding schetsen
2 de centrale vraagstelling formuleren
3 een afweging maken
4 een persoonlijke ervaring vertellen
5 het belang voor de lezer benadrukken
6 het centrale standpunt benoemen In alinea 1 tot en met 4 van tekst 1 zijn drie van deze manieren te herkennen.
Vraag 1 2 punten
Noteer de nummers van die drie manieren.
Bekijk het antwoord
- 1, 2, 4 indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) (2)
“Het recht om te verdwalen leerde mij juist om de weg terug te vinden” (regels 47-49)
Vraag 2 1 punt
Waar leidt ‘verdwalen’ uiteindelijk toe volgens zowel Gabriels (alinea 7) als de auteur van tekst 1 (alinea 12-13)?
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: (leren en) zelfstandigheid/autonomie Beoordeel de spelling. (1)
“‘Door al deze nieuwe technologieën dreigen we controle te verwarren met zorg’, zegt techniekfilosoof Katleen Gabriels.” (regels 67-70)
Vraag 3 1 punt
Wat heeft die controle tot gevolg, volgens tekst 1? Doordat kinderen constant in de gaten gehouden worden,
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
“‘Door al deze nieuwe technologieën dreigen we controle te verwarren met zorg’, zegt techniekfilosoof Katleen Gabriels.” (regels 67-70)
Vraag 4 1 punt
Citeer de woordgroep waarmee zorg ook wordt aangeduid in tekst 1.
Bekijk het antwoord
- “liefdevol opvoeden” (regels 74-75) Beoordeel de spelling. (1)
Uit alinea 9 en 10 wordt duidelijk welk gevolg constante surveillance heeft voor de morele ontwikkeling van kinderen.
Vraag 5 1 punt
Welk gevolg is dat?
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: Kinderen/Ze leren niet (meer) dat goed/slecht gedrag een (eigen) keuze is. / Ze ervaren dat morele keuzes voor hen gemaakt worden (door apparaten). / De morele ontwikkeling wordt onvoldoende gestimuleerd. / Ze kunnen niet meer zelf(standig) kiezen voor (on)gehoorzaamheid. Beoordeel de spelling. (1)
In alinea 14 wordt een aantal opmerkingen gemaakt over het feit dat studenten vaker thuis blijven wonen.
Vraag 6 1 punt
Welk bezwaar zou een kritische lezer tegen die opmerkingen in alinea 14 kunnen inbrengen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
In alinea 7 tot en met 15 worden verschillende bezwaren tegen continue digitale controle genoemd.
Vraag 7 4 punten
Noem vier van die bezwaren. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: vier van de volgende: − We dreigen controle te verwarren met liefdevol opvoeden / zorg. (alinea 7) − Deze/Het ontneemt kinderen een ervaring om van te leren. (alinea 7) − Deze/Het druist in tegen kinderrechten. / De privacy van het kind wordt geschonden. (alinea 8) − Digitale sporen zijn vaak onuitwisbaar. (alinea 8) − Deze/Het bemoeilijkt de morele ontwikkeling van kinderen. / Kinderen leren niet dat goed gedrag / gehoorzaamheid een keuze is. (alinea 9 en 10) − Deze/Het kind krijgt minder de kans zelfstandig/autonoom te worden. (alinea 13) − Deze/Het kan een gezonde ouder-kindrelatie dwarsbomen. / Ouder en kind zitten te dicht op elkaars lip. (alinea 15) per juist antwoord (1) Beoordeel de spelling en grammatica. (4)
In regels 174-176 heeft Katleen Gabriels het over “verkeerde aannames over wat het betekent om een goede ouder te zijn”. Een van die verkeerde aannames is af te leiden uit alinea 15.
Vraag 8 1 punt
Welke verkeerde aanname is dat? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: Je moet je kind altijd/veel in de gaten houden. / Je moet altijd/vaak dicht bij je kind zijn. / Je bent pas een goede ouder als je je kind constant/veel in de gaten houdt. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)
In alinea 16 en 17 wordt gesteld dat het negatieve effect van digitale controle op de ontwikkeling van kinderen wel meevalt.
Vraag 9 2 punten
Geef in eigen woorden weer welke twee verschillende relativeringen voor dit negatieve effect worden gegeven. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling en grammatica.
Opmerking Niet goed: Er is nog weinig onderzoek naar gedaan.
In alinea 4 worden drie vragen gesteld.
Vraag 10 1 punt
Welke omschrijving vat het best samen welk antwoord tekst 1 geeft op die vragen?
A Het is goed dat digitale technologieën beschikbaar zijn om zelfstandigheid bij kinderen aan te leren. Het risico bestaat wel dat die
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Tekst 2 Vereng internationalisering niet tot verengelsing
In de eerste twee alinea’s van tekst 2 neemt de auteur twee standpunten in over internationalisering.
Vraag 11 2 punten
Welke twee standpunten zijn dat? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling en grammatica.
Opmerking Niet goed: Internationalisering is/veroorzaakt een probleem.
“Internationalisering is in drie opzichten breder en belangrijker.” (regels 21-22)
Vraag 12 3 punten
Noteer onder elkaar in welke drie opzichten internationalisering volgens tekst 2 breder is. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling en grammatica.
Opmerking Bij deelscorebolletje 1 en deelscorebolletje 3 moet het duidelijk zijn dat het om een uitbreiding van de huidige situatie gaat.
“Het is geen doel op zich, maar juist een middel om hogere doelen te verwezenlijken.” (regels 75-78) In alinea 6 worden verschillende hogere doelen genoemd die met internationalisering als middel kunnen worden bereikt. Die doelen hebben elk betrekking op een bepaalde sector in de samenleving.
Vraag 13 2 punten
Welk hoger doel kan in welke sector worden bereikt? Noteer de sector en geef voor elke sector een hoger doel uit de tekst. Neem de nummers uit de tabel over en zet daarachter steeds je antwoord. sector hoger doel 1a) 1b) 2a) 2b)
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De rijen mogen in een andere volgorde staan.
“veel andere Europese landen doen dat beter” (regels 133-135)
Vraag 14 1 punt
Wat doen veel andere Europese landen beter? Veel andere Europese landen
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
“Natuurlijk kunnen we niet de ogen sluiten voor de vraagstukken die de komst van internationale studenten naar Nederland met zich meebrengt.” (regels 99-103) Hieronder staan zes voorstellen die mogelijk een oplossing vormen voor een aantal van deze vraagstukken.
1 De integratie van buitenlandse studenten moet bevorderd worden zodat talent voor onze samenleving behouden kan blijven.
2 Er moeten meer internationale studenten voor technische vakken komen.
3 Gemeenten en de Rijksoverheid moeten samen zorgen voor voldoende woonruimte voor studenten.
4 Het aantal Nederlandse studenten dat hun volledige opleiding in het buitenland volgt, moet omhoog, zodat de kosten evenwichtiger worden verdeeld.
5 Het Engelstalig aanbod van onderwijs moet verder uitgebreid worden.
6 Talentvolle studenten moeten meer gestimuleerd worden internationale ervaring op te doen.
Vraag 15 2 punten
Welke drie van deze voorstellen worden in tekst 2 genoemd? Noteer de nummers van je antwoord.
Bekijk het antwoord
- 1, 3, 4 indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) (2)
Vraag 16 2 punten
Welke uitspraak geeft de hoofdgedachte van tekst 2 het best weer?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 17 1 punt
Welk probleem wordt geschetst in alinea 1 en verder uitgewerkt in de rest van de tekst? Het is niet goed voor Nederland
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten
Al uit de eerste zin van tekst 3 blijkt door de toon weinig geloof in de goede bedoelingen van de universitaire bestuurders. Hieronder staan zes citaten uit tekst 3.
1 “mikken ze doodleuk op het 'doortrekken (van de) huidige trends'” (regels 8-9)
2 “kunnen universiteiten en hogescholen hun inkomsten alleen aanvullen door buitenlandse studenten aan te trekken” (regels 26-29)
3 “Want heb je eenmaal een onderwijsapparaat beschikbaar, dan kan een extra student meestal gewoon aanschuiven in de collegebanken” (regels 100-104)
4 “De overige buitenlandse studenten mogen rustig blijven komen” (regels 155-156)
5 “Want dat is een ander probleem” (regels 166-167)
6 “Ben benieuwd of bij mijn voorstel de universitaire bestuurders nog steeds de zegeningen van internationalisering blijven prediken.” (regels 178-181)
Vraag 18 1 punt
Noteer de nummers van de twee citaten waaruit door de toon weinig geloof blijkt in de goede bedoelingen van de universitaire bestuurders.
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide nummers juist zijn.
“Volgens hun recente Internationaliseringsagenda mikken ze doodleuk op het 'doortrekken (van de) huidige trends'.” (regels 6-9) Uit alinea 2 en 3 kan worden afgeleid wat met de “huidige trends” wordt bedoeld.
Vraag 19 2 punten
Om welke twee trends gaat het?
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling.
Opmerking Uit het antwoord moet een ontwikkeling blijken.
Tekst 3 kan na de inleiding worden onderverdeeld in vier opeenvolgende delen die van de volgende kopjes kunnen worden voorzien: Deel 1: Oorzaken en gevolgen van de internationalisering Deel 2: Kritiek op het financieringsstelsel hoger onderwijs Deel 3: Een alternatief voor de bekostiging Deel 4: Een nieuw probleem
Vraag 20 1 punt
Bij welke alinea begint deel 1?
Bekijk het antwoord
- (alinea) 2 (1)
Vraag 21 1 punt
Bij welke alinea begint deel 2?
Bekijk het antwoord
- (alinea) 6 (1)
In alinea 3 tot en met 5 komen vier groepen aan bod die elk een bepaald nadeel ondervinden van de toenemende stroom buitenlandse studenten. Deze informatie over de groepen kan worden weergegeven in de onderstaande tabel.
Vraag 22 3 punten
Benoem steeds de groep en het bijbehorende nadeel. Neem de nummers uit de tabel over en zet daarachter je antwoord. Eén groep is al gegeven. groep nadeel 1a) 1b) 2a) studenten 2b) 3a) 3b) 4a) 4b)
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De rijen mogen in een andere volgorde staan.
“Het kan geen toeval zijn dat de uitgaven voor huurtoeslag flink zijn gestegen sinds 2013, toen de instroom van buitenlandse studenten sterk ging groeien.” (regels 79-83) Een kritische lezer zou kunnen wijzen op het gebruik van een drogreden in bovenstaand citaat.
Vraag 23 1 punt
Welke drogreden is dat? een
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
In alinea 8 noemt de auteur twee positieve effecten die een degressief bekostigingssysteem zal hebben voor het hoger onderwijs.
Vraag 24 2 punten
Welke twee positieve effecten zijn dat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: twee van de volgende: − Groei is financieel minder aantrekkelijk. − Onderwijsinstellingen zetten in op selectieve kwaliteit / verzorgen alleen opleidingen waar ze goed in zijn. − Er zijn meer/nieuwe universiteiten/onderwijsinstellingen nodig. / Er is meer (kans op) innovatie. per juist antwoord (1) Beoordeel de spelling. (2)
In alinea 8 tot en met 11 doet de auteur enkele voorstellen om de problemen op het gebied van internationalisering op te lossen.
Vraag 25 1 punt
Van welk argumentatieschema wordt vooral gebruikgemaakt om deze voorstellen te verdedigen? een argumentatieschema op basis van
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
In alinea 11 wordt een probleem geschetst waarvoor in alinea 10 een oplossing wordt voorgesteld.
Vraag 26 1 punt
Wat is dat probleem? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: Er komen weinig arme (buitenlandse) studenten naar Nederland. / Er komen vooral (buitenlandse) studenten van rijke ouders naar Nederland. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)
Vraag 27 2 punten
Welke tweeledige oplossing wordt voorgesteld? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Ook goed: een samenvoeging van bovengenoemde elementen, bijvoorbeeld: Het verschil tussen het instellingscollegegeld en het wettelijke collegegeld moet (door onderwijsinstellingen) in een fonds gestort worden voor arme (buitenlandse) studenten.
Beoordeel de spelling en grammatica.
tekstfragment 1
Voor instellingen draagt internationalisering in de kern bij aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Het maakt een betere aansluiting op de internationale omgeving mogelijk, bijvoorbeeld in het beroepsonderwijs in de groene sector, in de kunsten en in de toerismebranche. Dit versterkt het onderwijs.
naar: Kamerbrief over internationalisering mbo en ho in: www.rijksoverheid.nl, 4 juni 2018
“Voor instellingen draagt internationalisering in de kern bij aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek.” (tekstfragment 1)
Vraag 28 1 punt
Citeer uit tekst 3 het zinsgedeelte dat het tegenovergestelde beweert.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- “Het tast bovendien de kwaliteit van het onderwijs aan” (regels 40-41) Beoordeel de spelling. (1)
studenten)
In zowel tekst 2 als tekst 3 komen negatieve gevolgen van internationalisering aan bod.
Vraag 29 2 punten
Noem de twee negatieve gevolgen van internationalisering die in beide teksten aan bod komen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling.
Opmerking Niet goed: kansenongelijkheid
“Ben benieuwd of bij mijn voorstel de universitaire bestuurders nog steeds de zegeningen van internationalisering blijven prediken.” (tekst 3, regels 178-181)
Vraag 30 1 punt
Zou bij dit voorstel uit tekst 3, een degressief bekostigingssysteem, de auteur van tekst 2 nog steeds voor internationalisering pleiten en waarom?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
tekstfragment 2
In plaats van de negatieve aspecten van internationalisering te benadrukken, zou de discussie zich juist moeten richten op de vraag hoe de aanwezigheid van buitenlandse studenten tot een groter succes kan worden gemaakt. Al die internationale studenten nemen namelijk een schat aan kennis en ervaringen mee uit hun thuisland, maar een open en vriendelijk klimaat is noodzakelijk om hun aanwezigheid tot een wederzijds succes te maken.
naar: Roland Bertens & Anastasia Kurysheva in: Trouw, 2 oktober 2018
Vraag 31 1 punt
Geef aan of de visie van tekstfragment 2 het best past bij tekst 2 of bij tekst 3 en leg uit waarom. Vul de onderstaande zin aan tot een correcte en volledige zin en gebruik voor je aanvulling niet meer dan 30 woorden. De visie van tekstfragment 2 past het best bij tekst … omdat ….
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: (De visie van tekstfragment 2 past het best bij tekst) 2 (omdat) ook in tekst 2 het belang van internationale (en interculturele) ervaring (voor het onderwijs) wordt genoemd. / ook in tekst 2 internationale ervaring (in het onderwijs) belangrijk wordt gevonden. / ook tekst 2 positief is over internationalisering. / ook tekst 2 aangeeft hoe je internationalisering tot een succes kunt maken. Maximumlengte: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)
Tekst 4 Waarom moet lezen per se leuk zijn?
In alinea 1 en 2 is sprake van een probleem met twee verschillende oorzaken en van een beoogde oplossing voor het probleem.
Vraag 32 4 punten
Wat is dat probleem, wat zijn de oorzaken en wat is de oplossing? Neem het volgende rijtje over en zet de antwoorden erachter. probleem: oorzaak 1: oorzaak 2: oplossing:
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling.
Opmerking Oorzaak 1 en 2 mogen onderling verwisseld zijn.
In alinea 3 wordt het belang van leesplezier en van een bevlogen docent besproken.
Vraag 33 1 punt
Welk verband heeft alinea 4 met alinea 3? Alinea 4
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Tekstfragment 3 komt uit een reactie op tekst 4.
tekstfragment 3
(1) Dat leesvaardigheid een voorwaarde is voor leesplezier, zoals onlangs door een filosoof gesteld werd, is evident. Maar de veronderstelling dat leesvaardigheid vanzelf tot leesplezier zal leiden wordt gelogenstraft door jarenlang internationaal onderzoek door de OESO en de International Association for the Evaluation of Educational Achievement. Daaruit blijkt dat Nederlandse leerlingen in vergelijking met andere landen prima scoren op leesvaardigheid, maar dat zij extreem laag scoren op leesplezier. (2) De roep van de Raad voor Cultuur om meer aandacht voor leesplezier is dan ook geheel terecht en moet zeer serieus genomen worden, omdat alleen mensen die met plezier lezen ook in hun vrije tijd een boek pakken, ook nadat ze de school hebben verlaten. En door te blijven lezen, onderhouden ze hun leesvaardigheid. De waarde van lezen, zowel voor de taalontwikkeling als voor de persoonlijke ontwikkeling van mensen, is door talloze studies aangetoond.
naar: Kees Broekhof in: de Volkskrant, 30 april 2018
De titel van tekst 4 is ‘Waarom moet lezen per se leuk zijn?’ Tekstfragment 3 geeft als antwoord op deze vraag een oorzaak-gevolgketen.
Vraag 34 3 punten
Geef deze keten weer. Neem daartoe de volgende woorden over en vul ze zo aan dat er volledige zinnen ontstaan. Alleen … Daardoor … en dat …
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling en grammatica.
“Schrijver Christiaan Weijts had de leeslijst gezien van een gymnasiumleerling. ‘Ik schrok me kapot.” (regels 37-40)
Vraag 35 1 punt
Leg uit wat maakte dat Weijts zich kapotschrok van de leeslijst. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord niet meer dan 25 woorden.
Bekijk het antwoord
Opmerking Weliswaar zijn de genoemde werken niet allemaal bijzonder dik, maar leerlingen zouden dit wel zo kunnen afleiden uit regel 45-47.
“Het is niet de schuld van Vondel, Hooft en Bilderdijk dat jongeren geen lange teksten meer verwerken.” (regels 78-81)
Vraag 36 1 punt
Hoe komt het volgens de auteur van tekst 4 wel dat jongeren geen lange teksten meer verwerken? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bekijk het antwoord
Opmerking Niet goed: Jongeren hebben de concentratie van een goudvis. / Jongeren hebben geen concentratie meer.
“Maar waarom moet literatuuronderwijs lezen leuker maken?” (regels 53-55) In alinea 5 en 6 wordt, als reactie op deze vraag, gebruikgemaakt van een argumentatieschema.
Vraag 37 1 punt
Welk argumentatieschema komt het duidelijkst naar voren in alinea 5 en 6 samen? een argumentatieschema op basis van
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Nederlands 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1001-a-23-1-o
Andere examens Nederlands havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands havo 2023, tijdvak 1?
Het centraal examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), argumentatie (12) en tekstverbanden en signaalwoorden (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands havo 2023, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1001-a-23-1-c).
Hoe oefen ik met het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.