Eindexamen Nederlands havo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Altijd een oogje in het zeil, Tekst 2 Vereng internationalisering niet tot verengelsing, Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten, Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten, studenten), Tekst 4 Waarom moet lezen per se leuk zijn?.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), argumentatie (12) en tekstverbanden en signaalwoorden (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Leesvaardigheid1-5, 10, 12-17, 19, 22, 24, 26, 28-29, 35-3620
Argumentatie6-9, 11, 23, 25, 27, 30-32, 3712
Tekstverbanden en signaalwoorden20-21, 33-344
Stijlfouten181

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens Nederlands havo sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Tekst 1 Altijd een oogje in het zeil

De auteur van een tekst kan op verschillende manieren de belangstelling van de lezer wekken of het onderwerp introduceren, zoals:

1 de aanleiding schetsen

2 de centrale vraagstelling formuleren

3 een afweging maken

4 een persoonlijke ervaring vertellen

5 het belang voor de lezer benadrukken

6 het centrale standpunt benoemen In alinea 1 tot en met 4 van tekst 1 zijn drie van deze manieren te herkennen.

Vraag 1 2 punten

Noteer de nummers van die drie manieren.

Bekijk het antwoord
  • 1, 2, 4 indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) (2)

“Het recht om te verdwalen leerde mij juist om de weg terug te vinden” (regels 47-49)

Vraag 2 1 punt

Waar leidt ‘verdwalen’ uiteindelijk toe volgens zowel Gabriels (alinea 7) als de auteur van tekst 1 (alinea 12-13)?

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: (leren en) zelfstandigheid/autonomie Beoordeel de spelling. (1)

“‘Door al deze nieuwe technologieën dreigen we controle te verwarren met zorg’, zegt techniekfilosoof Katleen Gabriels.” (regels 67-70)

Vraag 3 1 punt

Wat heeft die controle tot gevolg, volgens tekst 1? Doordat kinderen constant in de gaten gehouden worden,

  1. A hebben ze geen ruimte meer om fouten te maken.
  2. B leren ze niet meer om zelf oplossingen te bedenken en zelf keuzes te maken.
  3. C vertrouwen ze erop dat bij problemen alles vanzelf goed zal komen.
  4. D weten ze niet hoe het is om ongemerkt onvoldoendes te halen of te spijbelen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

“‘Door al deze nieuwe technologieën dreigen we controle te verwarren met zorg’, zegt techniekfilosoof Katleen Gabriels.” (regels 67-70)

Vraag 4 1 punt

Citeer de woordgroep waarmee zorg ook wordt aangeduid in tekst 1.

Bekijk het antwoord
  • “liefdevol opvoeden” (regels 74-75) Beoordeel de spelling. (1)

Uit alinea 9 en 10 wordt duidelijk welk gevolg constante surveillance heeft voor de morele ontwikkeling van kinderen.

Vraag 5 1 punt

Welk gevolg is dat?

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: Kinderen/Ze leren niet (meer) dat goed/slecht gedrag een (eigen) keuze is. / Ze ervaren dat morele keuzes voor hen gemaakt worden (door apparaten). / De morele ontwikkeling wordt onvoldoende gestimuleerd. / Ze kunnen niet meer zelf(standig) kiezen voor (on)gehoorzaamheid. Beoordeel de spelling. (1)

In alinea 14 wordt een aantal opmerkingen gemaakt over het feit dat studenten vaker thuis blijven wonen.

Vraag 6 1 punt

Welk bezwaar zou een kritische lezer tegen die opmerkingen in alinea 14 kunnen inbrengen?

  1. A Er wordt een verband gesuggereerd tussen vaker thuis blijven wonen en digitale controle dat niet feitelijk wordt aangetoond.
  2. B Studenten zouden vaker thuis blijven wonen door economische oorzaken, maar het is niet duidelijk hoe belangrijk die oorzaken zijn.
  3. C Vaker thuis blijven wonen zou komen doordat de digitale leiband te strak staat afgesteld, maar dat is een verkeerde vergelijking.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

In alinea 7 tot en met 15 worden verschillende bezwaren tegen continue digitale controle genoemd.

Vraag 7 4 punten

Noem vier van die bezwaren. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: vier van de volgende: − We dreigen controle te verwarren met liefdevol opvoeden / zorg. (alinea 7) − Deze/Het ontneemt kinderen een ervaring om van te leren. (alinea 7) − Deze/Het druist in tegen kinderrechten. / De privacy van het kind wordt geschonden. (alinea 8) − Digitale sporen zijn vaak onuitwisbaar. (alinea 8) − Deze/Het bemoeilijkt de morele ontwikkeling van kinderen. / Kinderen leren niet dat goed gedrag / gehoorzaamheid een keuze is. (alinea 9 en 10) − Deze/Het kind krijgt minder de kans zelfstandig/autonoom te worden. (alinea 13) − Deze/Het kan een gezonde ouder-kindrelatie dwarsbomen. / Ouder en kind zitten te dicht op elkaars lip. (alinea 15) per juist antwoord (1) Beoordeel de spelling en grammatica. (4)

In regels 174-176 heeft Katleen Gabriels het over “verkeerde aannames over wat het betekent om een goede ouder te zijn”. Een van die verkeerde aannames is af te leiden uit alinea 15.

Vraag 8 1 punt

Welke verkeerde aanname is dat? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: Je moet je kind altijd/veel in de gaten houden. / Je moet altijd/vaak dicht bij je kind zijn. / Je bent pas een goede ouder als je je kind constant/veel in de gaten houdt. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)

In alinea 16 en 17 wordt gesteld dat het negatieve effect van digitale controle op de ontwikkeling van kinderen wel meevalt.

Vraag 9 2 punten

Geef in eigen woorden weer welke twee verschillende relativeringen voor dit negatieve effect worden gegeven. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Beoordeel de spelling en grammatica.

Opmerking Niet goed: Er is nog weinig onderzoek naar gedaan.

In alinea 4 worden drie vragen gesteld.

Vraag 10 1 punt

Welke omschrijving vat het best samen welk antwoord tekst 1 geeft op die vragen?

A Het is goed dat digitale technologieën beschikbaar zijn om zelfstandigheid bij kinderen aan te leren. Het risico bestaat wel dat die

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Tekst 2 Vereng internationalisering niet tot verengelsing

In de eerste twee alinea’s van tekst 2 neemt de auteur twee standpunten in over internationalisering.

Vraag 11 2 punten

Welke twee standpunten zijn dat? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Beoordeel de spelling en grammatica.

Opmerking Niet goed: Internationalisering is/veroorzaakt een probleem.

“Internationalisering is in drie opzichten breder en belangrijker.” (regels 21-22)

Vraag 12 3 punten

Noteer onder elkaar in welke drie opzichten internationalisering volgens tekst 2 breder is. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Beoordeel de spelling en grammatica.

Opmerking Bij deelscorebolletje 1 en deelscorebolletje 3 moet het duidelijk zijn dat het om een uitbreiding van de huidige situatie gaat.

“Het is geen doel op zich, maar juist een middel om hogere doelen te verwezenlijken.” (regels 75-78) In alinea 6 worden verschillende hogere doelen genoemd die met internationalisering als middel kunnen worden bereikt. Die doelen hebben elk betrekking op een bepaalde sector in de samenleving.

Vraag 13 2 punten

Welk hoger doel kan in welke sector worden bereikt? Noteer de sector en geef voor elke sector een hoger doel uit de tekst. Neem de nummers uit de tabel over en zet daarachter steeds je antwoord. sector hoger doel 1a) 1b) 2a) 2b)

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De rijen mogen in een andere volgorde staan.

“veel andere Europese landen doen dat beter” (regels 133-135)

Vraag 14 1 punt

Wat doen veel andere Europese landen beter? Veel andere Europese landen

  1. A besteden meer aandacht aan kansengelijkheid voor studenten van laagopgeleide ouders.
  2. B bieden studenten van laagopgeleide ouders meer kans op internationale ervaring.
  3. C hebben een betere balans tussen binnenkomende internationale studenten en uitgaande studenten uit eigen land.
  4. D hebben verhoudingsgewijs meer studenten die een volledige opleiding over de grens volgen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

“Natuurlijk kunnen we niet de ogen sluiten voor de vraagstukken die de komst van internationale studenten naar Nederland met zich meebrengt.” (regels 99-103) Hieronder staan zes voorstellen die mogelijk een oplossing vormen voor een aantal van deze vraagstukken.

1 De integratie van buitenlandse studenten moet bevorderd worden zodat talent voor onze samenleving behouden kan blijven.

2 Er moeten meer internationale studenten voor technische vakken komen.

3 Gemeenten en de Rijksoverheid moeten samen zorgen voor voldoende woonruimte voor studenten.

4 Het aantal Nederlandse studenten dat hun volledige opleiding in het buitenland volgt, moet omhoog, zodat de kosten evenwichtiger worden verdeeld.

5 Het Engelstalig aanbod van onderwijs moet verder uitgebreid worden.

6 Talentvolle studenten moeten meer gestimuleerd worden internationale ervaring op te doen.

Vraag 15 2 punten

Welke drie van deze voorstellen worden in tekst 2 genoemd? Noteer de nummers van je antwoord.

Bekijk het antwoord
  • 1, 3, 4 indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) (2)

Vraag 16 2 punten

Welke uitspraak geeft de hoofdgedachte van tekst 2 het best weer?

  1. A Als we verstandig omgaan met internationalisering in het onderwijs, levert dat uiteindelijk veel economische voordelen op.
  2. B Hoewel internationalisering in het onderwijs niet alleen maar positieve kanten heeft, is ze zo waardevol dat we die internationalisering
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 17 1 punt

Welk probleem wordt geschetst in alinea 1 en verder uitgewerkt in de rest van de tekst? Het is niet goed voor Nederland

  1. A dat bestuurders van universiteiten en hogescholen de instroom van buitenlandse studenten terugdringen.
  2. B dat de minister van Onderwijs meegaat in de huidige trend om buitenlandse studenten voor te trekken.
  3. C dat er in de Internationaliseringsagenda gepleit wordt voor het beperken van de instroom van buitenlandse studenten.
  4. D dat er steeds meer buitenlandse studenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen komen studeren.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Tekst 3 Stop met lokken buitenlandse studenten

Al uit de eerste zin van tekst 3 blijkt door de toon weinig geloof in de goede bedoelingen van de universitaire bestuurders. Hieronder staan zes citaten uit tekst 3.

1 “mikken ze doodleuk op het 'doortrekken (van de) huidige trends'” (regels 8-9)

2 “kunnen universiteiten en hogescholen hun inkomsten alleen aanvullen door buitenlandse studenten aan te trekken” (regels 26-29)

3 “Want heb je eenmaal een onderwijsapparaat beschikbaar, dan kan een extra student meestal gewoon aanschuiven in de collegebanken” (regels 100-104)

4 “De overige buitenlandse studenten mogen rustig blijven komen” (regels 155-156)

5 “Want dat is een ander probleem” (regels 166-167)

6 “Ben benieuwd of bij mijn voorstel de universitaire bestuurders nog steeds de zegeningen van internationalisering blijven prediken.” (regels 178-181)

Vraag 18 1 punt

Noteer de nummers van de twee citaten waaruit door de toon weinig geloof blijkt in de goede bedoelingen van de universitaire bestuurders.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide nummers juist zijn.

“Volgens hun recente Internationaliseringsagenda mikken ze doodleuk op het 'doortrekken (van de) huidige trends'.” (regels 6-9) Uit alinea 2 en 3 kan worden afgeleid wat met de “huidige trends” wordt bedoeld.

Vraag 19 2 punten

Om welke twee trends gaat het?

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Beoordeel de spelling.

Opmerking Uit het antwoord moet een ontwikkeling blijken.

Tekst 3 kan na de inleiding worden onderverdeeld in vier opeenvolgende delen die van de volgende kopjes kunnen worden voorzien: Deel 1: Oorzaken en gevolgen van de internationalisering Deel 2: Kritiek op het financieringsstelsel hoger onderwijs Deel 3: Een alternatief voor de bekostiging Deel 4: Een nieuw probleem

Vraag 20 1 punt

Bij welke alinea begint deel 1?

Bekijk het antwoord
  • (alinea) 2 (1)

Vraag 21 1 punt

Bij welke alinea begint deel 2?

Bekijk het antwoord
  • (alinea) 6 (1)

In alinea 3 tot en met 5 komen vier groepen aan bod die elk een bepaald nadeel ondervinden van de toenemende stroom buitenlandse studenten. Deze informatie over de groepen kan worden weergegeven in de onderstaande tabel.

Vraag 22 3 punten

Benoem steeds de groep en het bijbehorende nadeel. Neem de nummers uit de tabel over en zet daarachter je antwoord. Eén groep is al gegeven. groep nadeel 1a) 1b) 2a) studenten 2b) 3a) 3b) 4a) 4b)

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De rijen mogen in een andere volgorde staan.

“Het kan geen toeval zijn dat de uitgaven voor huurtoeslag flink zijn gestegen sinds 2013, toen de instroom van buitenlandse studenten sterk ging groeien.” (regels 79-83) Een kritische lezer zou kunnen wijzen op het gebruik van een drogreden in bovenstaand citaat.

Vraag 23 1 punt

Welke drogreden is dat? een

  1. A cirkelredenering
  2. B onjuist beroep op autoriteit
  3. C onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema
  4. D overhaaste generalisatie
  5. E verkeerde vergelijking

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

In alinea 8 noemt de auteur twee positieve effecten die een degressief bekostigingssysteem zal hebben voor het hoger onderwijs.

Vraag 24 2 punten

Welke twee positieve effecten zijn dat?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: twee van de volgende: − Groei is financieel minder aantrekkelijk. − Onderwijsinstellingen zetten in op selectieve kwaliteit / verzorgen alleen opleidingen waar ze goed in zijn. − Er zijn meer/nieuwe universiteiten/onderwijsinstellingen nodig. / Er is meer (kans op) innovatie. per juist antwoord (1) Beoordeel de spelling. (2)

In alinea 8 tot en met 11 doet de auteur enkele voorstellen om de problemen op het gebied van internationalisering op te lossen.

Vraag 25 1 punt

Van welk argumentatieschema wordt vooral gebruikgemaakt om deze voorstellen te verdedigen? een argumentatieschema op basis van

  1. A autoriteit
  2. B oorzaak en gevolg
  3. C vergelijking
  4. D voorbeelden

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

In alinea 11 wordt een probleem geschetst waarvoor in alinea 10 een oplossing wordt voorgesteld.

Vraag 26 1 punt

Wat is dat probleem? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: Er komen weinig arme (buitenlandse) studenten naar Nederland. / Er komen vooral (buitenlandse) studenten van rijke ouders naar Nederland. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)

Vraag 27 2 punten

Welke tweeledige oplossing wordt voorgesteld? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Ook goed: een samenvoeging van bovengenoemde elementen, bijvoorbeeld: Het verschil tussen het instellingscollegegeld en het wettelijke collegegeld moet (door onderwijsinstellingen) in een fonds gestort worden voor arme (buitenlandse) studenten.

Beoordeel de spelling en grammatica.

tekstfragment 1

Voor instellingen draagt internationalisering in de kern bij aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Het maakt een betere aansluiting op de internationale omgeving mogelijk, bijvoorbeeld in het beroepsonderwijs in de groene sector, in de kunsten en in de toerismebranche. Dit versterkt het onderwijs.

naar: Kamerbrief over internationalisering mbo en ho in: www.rijksoverheid.nl, 4 juni 2018

“Voor instellingen draagt internationalisering in de kern bij aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek.” (tekstfragment 1)

Vraag 28 1 punt

Citeer uit tekst 3 het zinsgedeelte dat het tegenovergestelde beweert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • “Het tast bovendien de kwaliteit van het onderwijs aan” (regels 40-41) Beoordeel de spelling. (1)

studenten)

In zowel tekst 2 als tekst 3 komen negatieve gevolgen van internationalisering aan bod.

Vraag 29 2 punten

Noem de twee negatieve gevolgen van internationalisering die in beide teksten aan bod komen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Beoordeel de spelling.

Opmerking Niet goed: kansenongelijkheid

“Ben benieuwd of bij mijn voorstel de universitaire bestuurders nog steeds de zegeningen van internationalisering blijven prediken.” (tekst 3, regels 178-181)

Vraag 30 1 punt

Zou bij dit voorstel uit tekst 3, een degressief bekostigingssysteem, de auteur van tekst 2 nog steeds voor internationalisering pleiten en waarom?

  1. A Ja, want de financiële kosten voor internationalisering vallen in het niet bij de economische voordelen die internationalisering oplevert.
  2. B Ja, want internationalisering is meer dan alleen maar de komst van buitenlandse studenten naar Nederland.
  3. C Nee, want de basis voor uitwisseling van economische, culturele en diplomatieke contacten wordt dan te smal.
  4. D Nee, want er is dan geen sprake van een financiële balans tussen inkomende buitenlandse en uitgaande Nederlandse studenten.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

tekstfragment 2

In plaats van de negatieve aspecten van internationalisering te benadrukken, zou de discussie zich juist moeten richten op de vraag hoe de aanwezigheid van buitenlandse studenten tot een groter succes kan worden gemaakt. Al die internationale studenten nemen namelijk een schat aan kennis en ervaringen mee uit hun thuisland, maar een open en vriendelijk klimaat is noodzakelijk om hun aanwezigheid tot een wederzijds succes te maken.

naar: Roland Bertens & Anastasia Kurysheva in: Trouw, 2 oktober 2018

Vraag 31 1 punt

Geef aan of de visie van tekstfragment 2 het best past bij tekst 2 of bij tekst 3 en leg uit waarom. Vul de onderstaande zin aan tot een correcte en volledige zin en gebruik voor je aanvulling niet meer dan 30 woorden. De visie van tekstfragment 2 past het best bij tekst … omdat ….

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: (De visie van tekstfragment 2 past het best bij tekst) 2 (omdat) ook in tekst 2 het belang van internationale (en interculturele) ervaring (voor het onderwijs) wordt genoemd. / ook in tekst 2 internationale ervaring (in het onderwijs) belangrijk wordt gevonden. / ook tekst 2 positief is over internationalisering. / ook tekst 2 aangeeft hoe je internationalisering tot een succes kunt maken. Maximumlengte: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)

Tekst 4 Waarom moet lezen per se leuk zijn?

In alinea 1 en 2 is sprake van een probleem met twee verschillende oorzaken en van een beoogde oplossing voor het probleem.

Vraag 32 4 punten

Wat is dat probleem, wat zijn de oorzaken en wat is de oplossing? Neem het volgende rijtje over en zet de antwoorden erachter. probleem: oorzaak 1: oorzaak 2: oplossing:

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Beoordeel de spelling.

Opmerking Oorzaak 1 en 2 mogen onderling verwisseld zijn.

In alinea 3 wordt het belang van leesplezier en van een bevlogen docent besproken.

Vraag 33 1 punt

Welk verband heeft alinea 4 met alinea 3? Alinea 4

  1. A geeft een tegenvoorbeeld van het belang dat leesplezier heeft voor leerlingen.
  2. B laat zien dat naast leesplezier kortere teksten belangrijk zijn om leerlingen aan het lezen voor de lijst te krijgen.
  3. C noemt een andere voorstander van het idee dat leesplezier erg belangrijk is om leerlingen als lezers te behouden.
  4. D weerspreekt het belang dat leesplezier heeft bij het geven van literatuuronderwijs aan leerlingen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Tekstfragment 3 komt uit een reactie op tekst 4.

tekstfragment 3

(1) Dat leesvaardigheid een voorwaarde is voor leesplezier, zoals onlangs door een filosoof gesteld werd, is evident. Maar de veronderstelling dat leesvaardigheid vanzelf tot leesplezier zal leiden wordt gelogenstraft door jarenlang internationaal onderzoek door de OESO en de International Association for the Evaluation of Educational Achievement. Daaruit blijkt dat Nederlandse leerlingen in vergelijking met andere landen prima scoren op leesvaardigheid, maar dat zij extreem laag scoren op leesplezier. (2) De roep van de Raad voor Cultuur om meer aandacht voor leesplezier is dan ook geheel terecht en moet zeer serieus genomen worden, omdat alleen mensen die met plezier lezen ook in hun vrije tijd een boek pakken, ook nadat ze de school hebben verlaten. En door te blijven lezen, onderhouden ze hun leesvaardigheid. De waarde van lezen, zowel voor de taalontwikkeling als voor de persoonlijke ontwikkeling van mensen, is door talloze studies aangetoond.

naar: Kees Broekhof in: de Volkskrant, 30 april 2018

De titel van tekst 4 is ‘Waarom moet lezen per se leuk zijn?’ Tekstfragment 3 geeft als antwoord op deze vraag een oorzaak-gevolgketen.

Vraag 34 3 punten

Geef deze keten weer. Neem daartoe de volgende woorden over en vul ze zo aan dat er volledige zinnen ontstaan. Alleen … Daardoor … en dat …

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Beoordeel de spelling en grammatica.

“Schrijver Christiaan Weijts had de leeslijst gezien van een gymnasiumleerling. ‘Ik schrok me kapot.” (regels 37-40)

Vraag 35 1 punt

Leg uit wat maakte dat Weijts zich kapotschrok van de leeslijst. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord niet meer dan 25 woorden.

Bekijk het antwoord

Opmerking Weliswaar zijn de genoemde werken niet allemaal bijzonder dik, maar leerlingen zouden dit wel zo kunnen afleiden uit regel 45-47.

“Het is niet de schuld van Vondel, Hooft en Bilderdijk dat jongeren geen lange teksten meer verwerken.” (regels 78-81)

Vraag 36 1 punt

Hoe komt het volgens de auteur van tekst 4 wel dat jongeren geen lange teksten meer verwerken? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Niet goed: Jongeren hebben de concentratie van een goudvis. / Jongeren hebben geen concentratie meer.

“Maar waarom moet literatuuronderwijs lezen leuker maken?” (regels 53-55) In alinea 5 en 6 wordt, als reactie op deze vraag, gebruikgemaakt van een argumentatieschema.

Vraag 37 1 punt

Welk argumentatieschema komt het duidelijkst naar voren in alinea 5 en 6 samen? een argumentatieschema op basis van

  1. A kenmerk of eigenschap
  2. B oorzaak en gevolg
  3. C vergelijking
  4. D voor- en nadelen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Nederlands 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1001-a-23-1-o

Andere examens Nederlands havo

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands havo 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), argumentatie (12) en tekstverbanden en signaalwoorden (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands havo 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1001-a-23-1-c).

Hoe oefen ik met het examen Nederlands havo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.