Eindexamen Nederlands havo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Deel 1 De werkmentaliteit van jongeren, Deel 2 Doorbreek de taal-impasse, Deel 3 Is alle rijkdom puur geluk?.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1 telt 35 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (17), argumentatie (12) en stijlfouten (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Leesvaardigheid1, 3-7, 9, 13-14, 22-23, 27, 29, 31, 33-3517
Argumentatie2, 8, 10, 15-17, 20-21, 25-26, 30, 3212
Stijlfouten11-12, 243
Tekstverbanden en signaalwoorden18-192
Tekstsoorten en tekstdoelen281

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over argumentatie (34% van de vragen, gemiddeld 28%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Deel 1 De werkmentaliteit van jongeren

Stel, je moet voor het vak Nederlands een beschouwing schrijven over een maatschappelijk verschijnsel. Jij hoort vaak de uitspraak: "De jongeren van tegenwoordig zijn liever lui dan moe." Je kiest daarom als verschijnsel de werkmentaliteit van jongeren en zoekt uit in hoeverre de huidige jongeren een andere werkmentaliteit hebben dan de oudere generaties.

Je hebt in deze context over `quiet quitting' gehoord, waar bron 1 over gaat. Je hebt het idee dat deze term de kern van de zaak raakt. Daarom analyseer je de gedachtegang van deze bron.

Bron 1: Alleen het hoognodige doen op je werk? Dat is juist heel verstandig

(1) In mijn opwinding over de krappe arbeidsmarkt waar ik de vorige twee weken over schreef, had ik helemaal quiet quitting1) gemist — volgens het Algemeen Dagblad dé nieuwe trend op het werk. Het komt, uiteraard, uit Amerika en het is "alleen nog maar het hoognodige doen op je werk, en niks extra's".

(2) Dus "je laptop om 17.00 uur dichtklappen, alleen je toegewezen taken uitvoeren, niet meer 's avonds je mail bekijken en meer tijd doorbrengen met je familie".

(3) Experts vonden het niet verstandig om daaraan mee te doen, want zonder dat stapje extra mis je de boot in je carrière. Maar ja, het is iets "van de jonge generatie", die "door corona de verbinding met de arbeidsmarkt is kwijtgeraakt en een andere opvatting over werk heeft dan ouderen".

(4) Toen ik het las, dacht ik drie dingen. Één: ammehoela. Twee: quiet quitting is helemaal niet nieuw. Overal in het land klappen al miljoenen jaren hele volksstammen hun laptop om 17.00 uur dicht, zelfs als ze geen zak gedaan hebben. En drie: er is helemaal niks mis met het hoognodige doen. Dat is hartstikke veel! Ik wou dat ik dagelijks het hoognodige afkreeg.

(5) Want quiet quitting is niet de kantjes eraf lopen, zoals een voormalig Schiphol-topman deed, met z'n jaarsalaris van zes ton en z'n stomme praatjes op tv. Of dat hele leger in Den Haag dat al jaren het Toeslagenschandaal2) "hoog op de agenda heeft staan". Als ze daar het "hoognodige" hadden gedaan, hadden al die ouders allang hun geld gehad en waren de rijen bij de security op Schiphol allang verdwenen.

(6) Werkgevers mogen zich in hun handjes knijpen met mensen die het hoognodige doen. Ik denk dat al die jongeren die dagelijks het hoognodige doen, sowieso tien keer meer doen dan menig scrummaster3) in een jaar.

(7) Ik zou al die quiet quitters dan ook willen adviseren te stoppen met die term, en het gewoon te noemen wat het is, namelijk: je grenzen stellen — het belangrijkste wat er is op het werk.

(8) Ja, werkgevers hebben er belang bij om dat een negatieve kwalificatie te geven — alsof je daarmee stilletjes naar de achtergrond verdwijnt — maar dat is het helemaal niet. Quiet quitting is niet quitten, maar doen waar je voor betaald wordt en onbetaald overwerk weigeren.

(9) Maar het meest ben ik tegen dat "quiet"! Hoezo quiet? Je moet helemaal niks quiet doen op je werk. Juist dan verdwijn je naar de achtergrond. Je moet alles luid doen, zodat niemand meer om je heen kan.

(10) Nu zijn het vaak de mensen die het minst doen, die het meeste lawaai maken. Die amechtig door de gangen met dikke dossiers lopen te zuchten hoe druk ze het hebben. Die het geluid van hun mail zo instellen dat er steeds een harde ping klinkt als er iets binnenkomt (de nieuwsbrief van de Jumbo, mail van hun moeder, de laatste update van de game Minecraft) en luid tijdens vergaderingen hun mening verkondigen om te verhullen dat dat het enige is wat ze doen.

(11) Mensen die quiet blijven, krijgen juist het meeste werk op hun bord — wie zwijgt, stemt toe — moeten alle puinzooi opruimen, raken in een burn-out en worden het meest gemist. Het wordt hoog tijd dat we daar eens tegen in opstand komen.

(12) Vanaf nu noemen we het dus niet meer `quiet quitting', lieve jongeren, maar `loud working'4). En laten we ons niet stilletjes naar de uitgang leiden, maar verheffen we onze stem.

(13) Gaan we keihard in de vergadering roepen dat we écht niet gaan doen wat die luie collega allang had moeten doen. Wijzen we luidkeels op onze magere salarisschaal bij alles wat we doen. Protesteren we als er iets over de schutting wordt gegooid. Verkondigen we luid dat we al onze verlofdagen gaan opnemen. Zeggen we hardop dat we alleen nog ons eigen werk doen en als ze meer willen: voor jou tien andere werkgevers!

(14) Als de recessie straks weer toeslaat, is het vroeg genoeg om ons allemaal weer quiet een burn-out te werken.

Japke-d. Bouma, NRC, 20 september 2022. Japke-d. Bouma schrijft een wekelijkse column voor NRC over werk, carrière, het leven en taal.

noot 1 quiet quitting: letterlijke vertaling: stil stoppen. noot 2 toeslagenschandaal: politieke affaire rond de kinderopvangtoeslag, waarbij duizenden ouders onterecht als fraudeur werden aangemerkt. noot 3 scrummaster: iemand die projecten begeleidt op de werkvloer volgens een methode waarbij grote taken worden opgedeeld. noot 4 loud working: letterlijke vertaling: luid werken.

Bron 2: Vooroordelen over jongeren op de werkvloer

(1) Over de jongste generatie (Gen Z) op de werkvloer bestaan nogal wat vooroordelen. Zo zijn de huidige twintigers lui, veeleisend, willen ze geen kantoorbaan en hoppen ze van de ene baan naar de andere. Maar zijn die vooroordelen wel waar en zo ja, hoe erg zijn ze eigenlijk?

(2) Sommige vooroordelen zijn voor een deel van de jongeren inderdaad waar. Er is een groep die graag parttime wil werken. Niet uit luiheid: nee, ze willen daarnaast vrijwilligerswerk doen, hebben een eigen bedrijf naast hun baan in loondienst of kiezen bewust voor een specifieke werk-privébalans.

(3) Dat maakt ze niet lui. Dat maakt ze wel anders dan generaties boven hen. Daarmee zijn ze niet beter of slechter dan anderen. Bij de een past een voltijdbaan nou eenmaal beter dan bij de ander. Krijg je een sollicitant die minder dan 40 uur wil werken? Vraag diegene vanuit interesse eens waarom het de wens is parttime te werken. Zo leer je de kandidaat beter kennen. En wie weet blijkt deze in zijn vrije tijd wel iets te doen waar jij je voordeel mee kunt doen.

Willem Hop, website YoungCapital, 6 februari 2023. Willem Hop was directeur MKB bij uitzendbureau YoungCapital Nederland.

Bron 3: Werken graag, maar er is meer in het leven

(1) Over het waarom van die veranderde werkmentaliteit hoeft hoogleraar economie Robert Dur niet lang te filosoferen. Veel meer dan met de jongeren zelf heeft het te maken met de economische omstandigheden waarin zij de arbeidsmarkt betreden. Uit zijn onderzoek naar Amerikaanse data blijkt namelijk dat die bepalend zijn voor de prioriteiten die jonge werkenden stellen aan hun baan. "Als het lastig is een baan te vinden, ligt de focus heel erg op inkomen, terwijl in gunstige tijden inhoud en zingeving veel belangrijker worden gevonden", aldus Dur.

(2) Bovendien vermoedt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen dat de veranderde werkmentaliteit niet alleen uit luxe is geboren. Veel jongeren groeiden weliswaar op in grote welvaart met ouders die hen vooral aanmoedigen te doen wat ze leuk vinden, maar óók met werkgevers die hen behandelden als klapstoelmedewerkers (tweederde heeft een flexcontract). Voor elke jongere waren er altijd tien anderen, tot ze er plotseling niet meer waren. "Dan is het niet gek dat zij nu tegen die werkgever zeggen: zoek het uit."

(3) Deze generatie heeft bovendien de opkomst van de `burn-outpandemie' heel bewust meegemaakt, aldus de hoogleraar. Als gevolg van nieuwe technologieën die de grens tussen werk en privé vervaagden en de toegenomen werk- en regeldruk, leken mensen in sectoren als de zorg en het onderwijs afgelopen jaren bij bosjes om te vallen. Volgens onderzoek van TNO lijden inmiddels 1,2 miljoen werkenden aan burn-outklachten. "Jongeren zagen dit bij hun broers en zussen gebeuren", zegt Wilthagen. "Zij zijn daardoor soms bij voorbaat al bang om overbelast te raken."

(4) Volgens voorzitter Kimberley Snijders (21) van de Nationale Jeugdraad, een koepelorganisatie van landelijke jongerenorganisaties, is er nóg een reden dat jongeren minder bereid zijn dat stapje extra te zetten. "Dat ideaal nastreven van een huis en auto waar je status aan ontleent, speelt bij jongeren minder, want hoe hard je ook werkt: je kunt toch geen huis kopen door je studieschuld. En een auto is niet handig en slecht voor het milieu. Dus moet je aan iets anders status ontlenen." De nieuwe statussymbolen zien jongeren elke dag langskomen in hun Instagram-tijdlijn: mooie reizen, sportieve lijven, festivals. Snijders: "In ieder geval zie je nooit een story vanuit de kantoortuin."

Marieke de Ruiter, de Volkskrant, 12 november 2022. Marieke de Ruiter is economieredacteur bij de Volkskrant.

Bron 4: Quiet quitting is een gezonde reactie op werk dat ons voortdurend overvraagt

(1) Niet meer bereikbaar zijn voor je werk buiten je werkuren. Niet aanbieden om onbetaald dat extra taakje te doen. Stipt om negen uur beginnen, en om vijf uur weer weg. Niet meer als eerste je hand omhoogsteken wanneer er overuren moeten worden gedraaid, er een afscheidsborrel moet worden georganiseerd of een dienst van een collega overgenomen moet worden. Quiet quitting is niets meer of minder dan aan het werk blijven, maar mentaal al `uitchecken'. Het wordt gedaan door mensen die ontevreden zijn in hun baan. Iemand die quiet quit, neemt (verwarrend genoeg) géén ontslag, maar besluit niet meer dan het strikt noodzakelijke te doen voor het werk. Zo'n snordrukker is niet langer bereid om veel meer te doen dan de functie-eisen voorschrijven. En het fenomeen zou dan massaal spelen onder jongeren van Generatie Z — dat is namelijk een keertje op TikTok gezegd.

(2) Ik moet je zeggen dat ik het niet helemaal geloof. Er wordt veel over quiet quitting gepraat en geschreven, maar of het daadwerkelijk veel voorkomt, waag ik te betwijfelen. Nieuw is het ook al niet: ook onder de oudere generaties was niet iedereen workaholic. Sommige mensen werken om te leven, in plaats van dat ze leven om te werken. Dat is van alle tijden.

Thijs Launspach, Algemeen Dagblad, 31 oktober 2022. Thijs Launspach is als psycholoog en schrijver werkzaam op gebieden als mentale gezondheid, stress, burn-out, millennials en keuzestress.

Bron 5: De `verwende sneeuwvlokjes' van Generatie Z zoeken hun weg op de arbeidsmarkt

(1) Een nieuwe generatie werknemers betreedt de arbeidsmarkt, een generatie met een niet al te beste reputatie: Generatie Z, geboren tussen 1997 en 2015. De jongeren zouden verwend zijn en weinig weerbaar. Met spottende bijnamen als 'sneeuwvlokjes' en 'rubbertegelkinderen', grootgebracht door 'curlingouders' die hun problemen hebben weggepoetst. Trainingen leren werkgevers en Generatie Z nu met elkaar omgaan.

(2) Generatie Z — de eerste generatie die volledig is opgegroeid met alle mogelijkheden van de digitale wereld — heeft hoge verwachtingen van de arbeidsmarkt, zien werkgevers. Uitdagende functies moeten niet alleen persoonlijke groei brengen, maar ook een positieve impact hebben op mens en maatschappij. Een aantrekkelijk salaris zien de twintigers als rechtvaardig.

(3) De twintigers van Generatie Z zien niet vaak wat in fulltime werken. Het leven naast werken is minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker. In de huidige krappe arbeidsmarkt kunnen ze dan ook eisen stellen. Generatie Z heeft een bevoorrechte positie ten opzichte van voorganger Generatie Y — de millennials — die de arbeidsmarkt betrad in een periode van hoge werkloosheid.

Mayra Pereira Furtado dos Reis, website nos.nl/nieuwsuur, 6 oktober 2023. Mayra Pereira Furtado dos Reis werkt als redacteur voor de online nieuwspagina Nieuwsuur van de NOS.

In alinea 3 lees je dat de jonge generatie "een andere opvatting over werk heeft dan ouderen".

Vraag 1 1 punt

Noteer voor zowel jongeren als ouderen welke opvatting over werk kan worden afgeleid uit alinea 1 tot en met 3. Neem de nummers uit onderstaande zinnen over en zet je antwoord daarachter. Geef geen voorbeelden.

Jongeren vinden het goed om ... (1) ... .

Ouderen vinden het goed om ... (2) ... .

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: Jongeren vinden het goed om 1: (op het werk) (alleen nog maar) het hoognodige/minimale te doen / niets extra's te doen / alleen (je) toegewezen taken uit te voeren / mee te doen aan quiet quitting. Ouderen vinden het goed om 2: (op het werk) iets extra's te doen / meer werk te verrichten (dan er van je wordt verwacht).

Indien twee elementen juist: 1. Indien minder dan twee elementen juist: 0.

Opmerking: antwoorden die alleen uit voorbeelden bestaan, moeten fout worden gerekend. Bijvoorbeeld bij 1: je laptop om 17.00 uur dicht te klappen. Beoordeel de spelling.

"Experts vonden het niet verstandig om daaraan mee te doen" (regels 15-16). De auteur is het niet eens met de opvatting van deze experts.

Vraag 2 1 punt

Welke twee argumenten geeft ze hiervoor, gelet op alinea 3 en 4? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: Al (miljoenen) jaren klappen hele volksstammen / mensen hun laptop om 17.00 uur dicht. / Quiet quitting is niet nieuw / niet (alleen) van de jonge generatie. Er is (helemaal) niks mis met het hoognodige doen. / Het hoognodige doen is hartstikke veel.

Indien twee elementen juist: 1. Indien minder dan twee elementen juist: 0.

Beoordeel de spelling en grammatica.

Uit alinea 1 tot en met 7 kun je drie zinsgedeeltes citeren om een definitie van quiet quitting te geven en een negatieve en een positieve invulling daarvan.

Vraag 3 2 punten

Citeer deze drie zinsgedeeltes en gebruik per citaat niet meer dan 6 woorden. Neem de nummers uit de tabel over en zet je antwoord daarachter.

definitie van quiet quitting:bijpassend citaat:
negatieve invulling van quiet quitting:(1)
positieve invulling van quiet quitting:(2)
(3)
Bekijk het antwoord

Negatieve invulling: 1: "(alleen nog maar) het hoognodige doen".

Positieve invulling: "het hoognodige doen (op je werk)" (regels 7-8, regels 31-32, regels 49-50, regels 51-52) / "alleen je toegewezen taken uitvoeren" (regels 11-12).

2: "(de) kantjes eraf lopen" (regels 35-36). 3: "(het is, namelijk: je) grenzen stellen" (regels 58-59).

Indien drie elementen juist: 2. Indien twee elementen juist: 1. Indien minder dan twee elementen juist: 0. Opmerking: citaten die langer dan zes woorden zijn en/of niet uit aaneensluitende tekst bestaan, moeten fout worden gerekend. Bij verkort citeren dient uitgegaan te worden van het aantal woorden in de tekst en niet in het verkorte citaat.

Je wilt in je beschouwing aandacht besteden aan verschillende visies op het fenomeen `quiet quitting'. Daarom let je extra op kritische opmerkingen en de woordkeus in de tekst. Je ziet dat de term `het hoognodige' in de titel en de tekst meerdere keren voorbijkomt.

Vraag 4 1 punt

Wat is de belangrijkste boodschap van alinea 5 als het gaat om `het hoognodige'?

  1. A Het is lastig te bepalen wat `het hoognodige doen' eigenlijk inhoudt.
  2. B Het zou al mooi zijn als iedereen deed wat echt nodig is.
  3. C Mensen met hoge functies doen ook alleen het hoognodige.
  4. D Ook de oudere generatie doet niet meer dan nodig is.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

De auteur bekritiseert verschillende partijen, om zo haar standpunt over de werkopvatting van jongeren kracht bij te zetten.

Vraag 5 3 punten

Leid voor alle partijen af welke kritiek zij krijgen, gelet op alinea 5 tot en met 10 van bron 1. Neem de nummers uit de tabel over en zet je antwoord daarachter. Geef geen voorbeelden. Één antwoord is al gegeven.

partijkritiek op deze partij
een voormalig topman van Schiphol en vele Haagse politici(1)
scrummasters(2)
jongeren(3) gebruiken de verkeerde term voor wat ze bedoelen
werkgevers(4)
werknemers die het meeste lawaai maken(5)
Bekijk het antwoord
partijkritiek op deze partij
een voormalig topman van Schiphol en vele Haagse politici1: een van de volgende: lopen de kantjes eraf / doen niet wat ze moeten doen / doen niet het hoognodige / lossen problemen niet op / als zij het hoognodige hadden gedaan, zouden de problemen zijn opgelost
scrummasters2: doen minder dan jongeren (die het hoognodige doen) / doen heel/te weinig
jongeren3: gebruiken de verkeerde term voor wat ze bedoelen (al gegeven)
werkgevers4: een van de volgende: waarderen mensen die het hoognodige doen / quiet quitters / quiet quitting te weinig / moeten quiet quitters / quiet quitting meer waarderen; hebben er belang bij om grenzen stellen / quiet quitting negatief te beoordelen; geven het stellen van grenzen / quiet quitting een negatieve kwalificatie; laten mensen die het hoognodige doen / quiet quitters te/onevenredig veel werk doen; zorgen voor burn-outs (bij werknemers die geen grenzen stellen / niet quiet quitten)
werknemers die het meeste lawaai maken5: een van de volgende: doen het minst / weinig; lopen te zuchten dat ze het druk hebben; doen alsof ze het druk hebben; verhullen dat ze het minst / weinig doen

Indien vier elementen juist: 3. Indien drie elementen juist: 2. Indien twee elementen juist: 1. Indien minder dan twee elementen juist: 0. Opmerkingen: uit de antwoorden moet blijken dat er kritiek geuit wordt. Antwoordelementen die alleen uit voorbeelden bestaan, moeten fout worden gerekend. Beoordeel de spelling.

"Vanaf nu noemen we het dus niet meer `quiet quitting', lieve jongeren, maar `loud working'." (regels 96-98). Een deel van dit citaat wordt in alinea 13 nog eens benadrukt door de woordkeus.

Vraag 6 1 punt

Welk deel van het citaat is dat?

  1. A vanaf nu
  2. B quiet quitting
  3. C lieve jongeren
  4. D loud working
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Na het lezen van bron 1 kies je de volgende hoofdvraag voor je beschouwing: Heeft de jongere generatie inderdaad een andere werkopvatting dan de oudere generaties? Om deze vraag te beantwoorden, gebruik je naast bron 1 ook bron 2.

Lees bron 2.

Vraag 7 3 punten

Geef aan hoe er in bron 2 wordt gedacht over verschillen in werkopvatting tussen jongeren en oudere generaties. Neem de nummers uit de tabel over en zet je antwoord daarachter.

Bron 2 signaleert verschillen tussen generaties.

Het volgende kun je volgens bron 2 echter niet zeggen:(1)
Dit is wat je volgens bron 2 wel kunt zeggen:(2)
Dit is een verklaring die bron 2 hiervoor geeft:(3)
Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: 1: een van de volgende: jongeren/de jongste generatie (op de werkvloer)/Gen Z'ers/twintigers zijn lui. De ene generatie is beter/slechter dan de andere. Alle vooroordelen over de jongste generatie/jongeren zijn waar.

2: jongeren/ze zijn anders dan de generatie boven hen / hebben een andere werkopvatting (dan ouderen). / (sommige) jongeren/ze willen graag parttime werken.

3: een van de volgende: andere dingen willen doen naast werk / ze willen andere dingen naast hun werk doen. / ze willen (naast hun werk) vrijwilligerswerk doen / tijd voor hun eigen bedrijf (hebben). voorkeur voor een andere werk-privébalans / ze willen (liever) / kiezen bewust voor een andere werk-privébalans. Bij de een past voltijd/fulltime/deeltijd/parttime (werken) beter dan bij de ander. Voltijd/fulltime (werken) past niet bij iedereen.

Per juist benoemd element: 1. Beoordeel de spelling.

Lees bron 3.

Bron 3 geeft vier verklaringen voor de veranderde werkmentaliteit van jongeren. Deze verklaringen kun je weergeven met `als-dan'-zinnen.

Vraag 8 4 punten

Noteer per alinea de verklaring, door onderstaande `als-dan'-zinnen aan te vullen. Neem de nummers uit de zinnen over en zet je antwoord daarachter. Zorg dat er `als-dan'-zinnen ontstaan die inhoudelijk kloppen.

verklaring in`als-dan'-zin
alinea 1Als de economische omstandigheden gunstig zijn, dan ...(1)... .
alinea 2Als ...(2a)... , dan...(2b)... .
alinea 3Als ...(3a)... , dan...(3b)... .
alinea 4Als ...(4)... , dan is het logisch dat jongeren hun status niet aan werk, maar aan andere zaken ontlenen.
Bekijk het antwoord
verklaring in`als-dan'-zin
alinea 1Als de economische omstandigheden gunstig zijn, dan (1) wordt inhoud/zingeving belangrijker (gevonden) (dan inkomen).
alinea 2Als (2a) een van de volgende: jongeren/ze (door werkgevers) als klapstoelmedewerker zijn behandeld / jongeren/ze steeds flexcontracten aangeboden krijgen / er voor elke jongere (altijd) tien anderen waren (en nu niet meer)
alinea 3dan (2b) een van de volgende: is het niet gek dat jongeren/ze (nu tegen die werkgever) zeggen: zoek het uit / dat ze stoppen bij hun werkgever / dat ze een andere baan zoeken. kunnen jongeren/ze/medewerkers kritischer zijn / voor zichzelf opkomen.
alinea 4Als (3a) een van de volgende: jongeren/ze (de opkomst van) de burn-outpandemie (heel bewust) hebben meegemaakt / jongeren/ze hun broers/zussen/mensen/anderen in een burn-out terecht hebben zien komen, dan (3b) worden/zijn jongeren/ze (bij voorbaat) bang om overbelast te raken. Als (4) een van de volgende: het ideaal/nastreven van een huis/auto minder speelt (bij jongeren) / een huis/auto onbereikbaar is / jongeren/ze (toch) geen huis kunnen kopen / auto willen kopen / jongeren/ze elke dag nieuwe statussymbolen zien op (hun) Instagram(-tijdlijn), dan is het logisch dat jongeren hun status niet aan werk, maar aan andere zaken ontlenen.

De volgende combinatie is ook goed bij 2a-2b: 2a: (als) werkgevers zich zakelijk opstellen als er veel personeel is, 2b: (dan) stellen werknemers/jongeren zich zakelijk op als er weinig personeel is / als het andersom is. Niet goed bij 3a: (als) veel mensen een burn-out krijgen.

Indien zes elementen juist: 4. Indien vijf elementen juist: 3. Indien vier elementen juist: 2. Indien drie elementen juist: 1. Indien minder dan drie elementen juist: 0. Beoordeel de spelling.

Bron 1 en bron 3 geven allebei verklaringen voor de veranderde werkmentaliteit van jongeren. Je mist in bron 3 echter een verklaring die wél wordt genoemd in alinea 1 tot met 3 van bron 1.

Vraag 9 1 punt

Noteer deze verklaring. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: jongeren/ze zijn door corona de verbinding kwijtgeraakt met de arbeidsmarkt (en hebben daardoor een andere opvatting over werk). / Door corona is de verbinding kwijtgeraakt met de arbeidsmarkt.

Niet goed: dat komt door corona. Beoordeel de spelling en grammatica.

In alinea 2 van bron 3 zegt Ton Wilthagen: "Dan is het niet gek dat zij nu tegen die werkgever zeggen: zoek het uit."

Vraag 10 2 punten

Geef aan of de auteur van bron 1 Wilthagens uitspraak wel of niet zal onderschrijven en citeer een zinsgedeelte uit alinea 11 tot en met alinea 13 van bron 1 waaruit dat het duidelijkst blijkt. Neem de nummers uit onderstaande zinnen over en zet je antwoord daarachter.

De auteur zal Wilthagens uitspraak waarschijnlijk (1) (kies uit: wel/niet) onderschrijven.

Dat blijkt het duidelijkst uit het volgende zinsgedeelte: ...(2)... .

Bekijk het antwoord

1: wel

2: "(en als ze meer willen:) voor jou tien andere werkgevers" (bron 1, regels 113-115).

Beoordeel de spelling en grammatica.

In je zoektocht naar meer informatie kom je bron 4 en 5 tegen. Het valt je op dat in deze bronnen, net als in bron 3, verschillende benamingen voorbijkomen om jongeren te typeren. Deze benamingen lijken iets te zeggen over de manier waarop er tegen jongeren en hun werkmentaliteit wordt aangekeken. Je wilt in je beschouwing zorgvuldig omgaan met je eigen woordkeuze en je verdiept je daarom in deze benamingen. Lees bron 4 en 5.

Vraag 11 2 punten

Uit welke van onderstaande benamingen uit bron 3, 4 en 5 blijkt een negatief oordeel over de houding van de huidige generatie werkende jongeren? Noteer alleen de nummers van de negatieve benamingen.

  • 1 klapstoelmedewerkers (bron 3, regel 13)
  • 2 Generatie Z (eerste vermelding: bron 4, regel 12)
  • 3 sneeuwvlokjes (bron 5, regel 4)
  • 4 rubbertegelkinderen (bron 5, regel 4)
  • 5 millennials (bron 5, regel 18)
Bekijk het antwoord

3 en 4. Opmerking: heeft een kandidaat meer dan twee nummers opgeschreven, dan geldt: drie of vier antwoorden gegeven, waarvan twee juist: 1 scorepunt; drie of vier antwoorden gegeven, waarvan één of geen juist: 0 scorepunten; vijf antwoorden gegeven: 0 scorepunten.

"Zo'n snordrukker is niet langer bereid om veel meer te doen dan de functie-eisen voorschrijven." (bron 4, regels 10-11)

Vraag 12 2 punten

Wat zal de auteur van bron 1 vinden van het woord "snordrukker" als typering van de huidige generatie werkende jongeren? Neem de nummers uit onderstaande zin over en zet je antwoord daarachter.

De auteur vindt `snordrukker' waarschijnlijk (1) (kies uit: wel/niet) een geschikte typering van de huidige generatie werkende jongeren, want ...(2)... .

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: De auteur vindt `snordrukker' waarschijnlijk 1: niet een geschikte typering van de huidige generatie werkende jongeren, want 2: een van de volgende: het is goed / er is niks mis mee (volgens haar/de auteur) als je grenzen stelt / aan quiet quitting doet. / ze is positief over quiet quitting. / ze snapt dat de jongere generatie grenzen stelt / aan quiet quitting doet. het is goed (volgens haar/de auteur) als je niet meer doet dan het strikt noodzakelijke/het hoognodige / dan wat je functie-eisen voorschrijven. doen wat je moet doen is (volgens haar/de auteur) al heel veel. jongeren krijgen (volgens haar/de auteur) juist veel werk af. quiet quitting is (volgens haar/de auteur) niet de kantjes eraf lopen. grenzen stellen is (volgens haar/de auteur) belangrijk / het belangrijkste (wat er is op het werk). dit woord/snordrukker is negatief, terwijl de auteur positief is (over deze generatie/jongeren).

Beoordeel de spelling.

Je gaat nu de inhoud van bron 4 en 5 vergelijken met de inhoud van bron 1 en 2. In onderstaande tabel staan vier uitspraken die zijn gebaseerd op bron 4 en bron 5.

Vraag 13 3 punten

Geef bij iedere uitspraak aan of deze overeenkomt met uitspraken in bron 1, bron 2 of geen van beide bronnen. Neem de nummers van de uitspraken over en zet je antwoord daarachter. Let op: kies per uitspraak één antwoord.

uitspraakdeze uitspraak komt overeen met uitspraken in:
1 Quiet quitting is helemaal niet zo nieuw als wordt gezegd.(kies uit: bron 1 / bron 2 / geen van beide bronnen)
2 Quiet quitters verwachten dat een baan persoonlijke en maatschappelijke voordelen biedt.(kies uit: bron 1 / bron 2 / geen van beide bronnen)
3 Het leven naast werken is voor jongeren minstens zo belangrijk.(kies uit: bron 1 / bron 2 / geen van beide bronnen)
4 Jongeren kunnen nu veeleisend zijn dankzij de krappe arbeidsmarkt.(kies uit: bron 1 / bron 2 / geen van beide bronnen)
Bekijk het antwoord

1: bron 1

2: geen van beide bronnen

3: bron 2

4: bron 1 / geen van beide bronnen

Bij bron 1 tot en met bron 5 zou je van twee bronnen kunnen zeggen dat ze minder betrouwbaar zijn vanwege de subjectieve, ironische schrijfstijl.

Vraag 14 1 punt

Welke twee bronnen zijn dat? Noteer alleen de nummers van die twee bronnen.

Bekijk het antwoord

Bron 1 en bron 4.

Bron 1, bron 3, bron 4 en bron 5 zijn afkomstig van gerespecteerde media. Een van deze bronnen kan ook om een andere, inhoudelijke reden betrouwbaar worden genoemd.

Vraag 15 1 punt

Noteer om welke bron het gaat en licht de betrouwbaarheid ervan toe op basis van de inhoud van de bron. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord niet meer dan 15 woorden.

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: (bron) 3, (want) hierin worden experts (op het gebied van werk) aangehaald / autoriteiten/bronnen/onderzoeken genoemd / alleen feiten genoemd.

Opmerking: bij langere antwoorden dient het deel na het vijftiende woord noch inhoudelijk, noch qua taalgebruik te worden beoordeeld. Beoordeel de spelling en grammatica.

Je vraagt je af of je quiet quitting een belangrijke plek in je beschouwing moet geven. In bron 4 en in bron 1 heb je redenen gezien om dit niet te doen.

Vraag 16 1 punt

Noteer zo'n reden om dit niet te doen die zowel wordt genoemd in bron 4 als in de eerste vijf alinea's van bron 1. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord niet meer dan 15 woorden.

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: het/quiet quitting is niet nieuw / is niet iets wat specifiek voorkomt bij jongeren / is iets wat ook voorkomt bij ouderen / oudere generaties.

Opmerking: bij langere antwoorden dient het deel na het vijftiende woord noch inhoudelijk, noch qua taalgebruik te worden beoordeeld. Beoordeel de spelling en grammatica.

Deel 2 Doorbreek de taal-impasse

Tekst 6: Doorbreek de taal-impasse

(1) Mijnheer Van Dale zit er maar mee in zijn maag. Wat te doen met woorden voor beroepen eindigend op -man, nu het na meerdere emancipatiegolven en een #MeToo-revolutie glashelder is dat daar net zo goed een vrouw achter schuil kan gaan? Wat moeten we met alle vuilnismannen, politiemannen en topmannen die dagelijks de revue passeren? Politievrouw lijkt een logisch alternatief, maar voelt vreemd als er niet naar een specifiek persoon verwezen wordt. Zullen we dan maar gaan voor politiepersoon? Toppersoon? En wordt straks elke actrice een acteur? Een duidelijke koers bepalen voor deze en andere gendergerelateerde vraagstukken blijkt voor onze taalinstanties een ware hersenkraker.

(2) Toch is een koerswijziging hard nodig. Waar het gender betreft, is de Nederlandse taal een log, ouderwets en anachronistisch systeem, waarin de man nog altijd als ongenaakbare standaard geldt. De mannelijke norm is vanzelfsprekend: kennen we het geslacht van een woord niet, dan maken we het — zeker in Nederland — mannelijk. Verwijzen we naar een onbekende lezer, dan wordt deze steevast een `hij'. Maak je daar een `zij' van, dan klinkt de zinsconstructie afwijkend en krom.

(3) De mannelijke vorm klinkt nu eenmaal `normaler' in de oren en mijnheer Van Dale en consorten lijken vooralsnog niet van plan om daar iets aan te veranderen. Zo doen we het al eeuwen. Zo heb ik het geleerd en zo leert mijn dochter het op school. De vraag is echter: waarom? Of liever: waarom nog altijd?

(4) Deze zomer liet de Taalunie, die verantwoordelijk is voor het beleid rond de Nederlandse standaardtaal, van zich horen. Twee jaar geleden werd een werkgroep ingesteld van taalkundigen en genderdeskundigen om na te denken over zogenoemde genderbewuste taalconstructies. "Vanwege de toegenomen belangstelling voor taalgebruik waarin iedereen zich kan herkennen" werd met het oog op genderbewust taalgebruik een aantal adviezen en voorbeeldteksten gepresenteerd. Het zijn vrijblijvende suggesties en — op haar zachtst gezegd — halfslachtige maatregelen. De reden: tornen aan taal is nog altijd een taboe.

(5) "Niets moet", benadrukt taalwetenschapster Ingrid van Alphen, die deel uitmaakt van het taalteam. Politieman (grammaticaal mannelijk) en politieagente (grammaticaal vrouwelijk) `mogen' dus gewoon blijven, maar ze kunnen aangevuld worden met bijvoorbeeld het woord `politiepersoon', dat als een genderoverkoepelende term wordt gekarakteriseerd. Nu word ik nogal moe van woorden als `genderbewust', laat staan `genderoverkoepelend'. Dat soort gefoehnde woorden hebben iets betweterigs; alsof ze de taalgebruiker wijzen op wat ze eigenlijk hoort te vinden, hoe ze zich hoort te gedragen. Ik snap dan ook de irritatie over wat sommigen zullen ervaren als oppervlakkig taalgeneuzel.

(6) En toch. Niemand leeft zonder taal. Taal is geen bijzaak, maar noodzaak. Taal is een machtig, overkoepelend systeem waar we allemaal mee leven. De taal die we dagelijks bezigen, is een weerspiegeling van hoe we in de wereld staan en als die spiegel niet langer de werkelijkheid weergeeft, is er iets goed mis. Als onze taal de gelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannen niet in zich bergt — dezelfde taal waar we in onderhandelen en overtuigen, bekvechten en liefkozen — loont het de moeite om daar, ondanks de onvermijdelijke neuzelwoorden, zorgvuldig naar te kijken. Niet alleen naar de taal zelf, maar ook naar de onderliggende processen die haar vormen.

(7) Taal is een organisch systeem en doorgaans wordt aangenomen dat een taal zich via haar gebruikers aanpast aan maatschappelijke ontwikkelingen. Kunstmatig de regels veranderen is volgens deze zienswijze overbodig en misschien zelfs kwalijk: taalvernieuwing gebeurt in de samenleving en zal uiteindelijk door instanties als de Taalunie worden opgepikt en overgenomen. Deze redenering loopt echter spaak en heeft geleid tot een paradox. Nieuwe regels maken onze taal niet kunstmatig; juist het uitblijven van die aangepaste regels zorgt voor een gekunsteld taalgebruik.

(8) Niemand wil fouten maken; we spreken en schrijven het liefst `zoals het hoort', dus volgens de grammaticale regels die onze taalvrijheid beperken. Omdat we ons binnen deze grenzen bewegen en aan deze regels houden, verandert ons taalgebruik nauwelijks. Terwijl de taalinstanties wachten op veranderingen bij de gebruikers vooraleer ze de regels aanpassen. Ziedaar: een taal-impasse.

(9) Het lijkt een kip-eiprobleem, maar de weg naar een oplossing is glashelder. De regels die onze taal zouden moeten faciliteren, hebben haar decennialang gegijzeld. Die regels moeten ingrijpend op de schop. Maar, wat doen onze taalexperts? Die hersenknarsen, bakkeleien en komen na twee jaar met adviezen en voorbeeldteksten ter inspiratie. Doeltreffende ingrepen verpak je echter niet in bubbelplastic woorden die vooral ergernis opwekken. Veranderen is uitpakken.

(10) Ergens moet de schakel om. `Hij' is eeuwenlang ingeburgerd en gedoemd de norm te blijven, tenzij de Taalunie eindelijk doorzet. In het nieuwe advies worden heel wat lastige vraagstukken aangekaart en keurig omschreven, maar het antwoord van de experts blijft bij een reeks optionele, inclusieve alternatieven. De Taalunie zegt niets te kunnen voorschrijven, maar uiteindelijk is grammatica een verzameling regels die we op school hebben geleerd en die wel degelijk voorgeschreven zijn.

(11) Ergens begrijp ik de aarzeling, misschien zelfs de angst bij de beleidsmakers: taal is een gevoelig, dierbaar iets en tornen aan taal roept felle reacties op. Nou en? Een opsomming van vrijblijvende opties om haar/hem/hen tevreden te stellen, is niet langer afdoende. Laat het maar knetteren en schuren. Geen verandering zonder wrijving.

(12) Uit de huidige taal-impasse komen we alleen als de experts het aandurven om door de zure appel heen te bijten. Hak die knopen door. Stop met halfslachtige richtlijnen en kom met nieuwe, heldere regels. Maak onze taal weer eigentijds opdat we ons allemaal kunnen gaan realiseren dat topmensen ook vrouwen zijn en dat mijnheer Van Dale misschien wel al die tijd mevrouw Van Dale is geweest.

Sarah Meuleman, NRC, 22 september 2022. Sarah Meuleman is journalist en auteur, onder meer van de roman Zie mij graag.

noot 1 mijnheer Van Dale: verwijzing naar de maker van het Van Dale-woordenboek. noot 2 #MeToo-revolutie: wereldwijde protestbeweging van mensen die zich massaal uitspraken tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag, begonnen in 2017. noot 3 anachronistisch: niet meer passend in deze tijd.

In alinea 4 en 5 wordt negatief gesproken over een publicatie van een Taaluniewerkgroep.

Vraag 17 1 punt

Wat is er volgens tekst 6 mis met deze publicatie?

  1. A De adviezen van de Taalunie zijn te beperkt om het probleem echt aan te pakken.
  2. B De Taalunie heeft te weinig moeite gedaan om met begrijpelijke voorschriften te komen.
  3. C De Taalunie mengt zich met betweterige adviezen in een weinig zinvolle discussie.
  4. D Door de uitbreiding met nieuwe taalvormen maakt de Taalunie de taal onoverzichtelijker.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Tekst 6 kan met onderstaande kopjes worden onderverdeeld in vijf opeenvolgende delen.

  • Deel 1: Inleiding
  • Deel 2: De huidige omgang met het gendervraagstuk in taal
  • Deel 3: Belang van een andere aanpak van het gendervraagstuk in taal
  • Deel 4: Andere koers, andere regels
  • Deel 5: Over tot actie

Vraag 18 1 punt

Bij welke alinea begint deel 2?

Bekijk het antwoord

Alinea 4.

Vraag 19 1 punt

Bij welke alinea begint deel 3?

Bekijk het antwoord

Alinea 6.

"Deze redenering loopt echter spaak" (regels 114-115).

Vraag 20 1 punt

Welke zin geeft het best het probleem weer dat de auteur heeft met deze redenering?

  1. A Kunstmatig de taalregels veranderen lijkt zinloos, terwijl het niet aanpassen van de regels ook geen taalvernieuwing op gang brengt.
  2. B Niet de invoering van nieuwe regels maar de afwezigheid daarvan maakt ons taalgebruik geforceerd.
  3. C Taal wordt gepresenteerd als een organisch systeem dat zich vanzelf aanpast, terwijl de gebruikers juist behoefte hebben aan duidelijke regels.
  4. D Taalgebruikers zorgen niet voor verandering van de taal, maar tegelijkertijd doen taalinstanties dat ook niet.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Volgens het woordenboek is het woord `taal' zowel vrouwelijk als mannelijk. In tekst 6 is gekozen voor de vrouwelijke vorm.

Vraag 21 3 punten

Citeer een zin uit alinea 6 of 7 waaruit deze keuze blijkt en leg uit waarom deze keuze wél én niet bijzonder is, uitgaande van alinea 1 tot en met 6. Neem de nummers uit de tabel over en zet je antwoord daarachter.

De keuze voor de vrouwelijke vorm blijkt uit het volgende citaat uit alinea 6 of 7:(1)
Volgens alinea 1 tot en met 5 is deze keuze enerzijds wél bijzonder, want(2)
Anderzijds is deze keuze volgens alinea 6 niet bijzonder, want de tekst pleit voor meer(3)
Bekijk het antwoord

1: een van de volgende: "Niet alleen naar de taal zelf, maar ook naar de onderliggende processen die haar vormen." (regels 101-103) / "(Taal is een organisch systeem en) doorgaans wordt aangenomen dat een taal zich via haar gebruikers aanpast aan maatschappelijke ontwikkelingen." (regels 104-108).

2: De kern van een goed antwoord is: een van de volgende: de man geldt nog steeds als standaard / de mannelijke norm is vanzelfsprekend / klinkt `normaler' in de oren. we/mensen verwijzen steevast met `hij' / gebruiken meestal/altijd `hij'. (een zin/zinsconstructie met) `zij' in plaats van `hij' klinkt afwijkend/krom.

3: De kern van een goed antwoord is: (aandacht in de taal voor) genderbewustheid/gendergelijkheid / gelijk(waardig)heid (tussen mannen en vrouwen / tussen genders) / genderoverkoepelende termen (waarin iedereen zich kan herkennen) / weerspiegeling van de werkelijkheid in taal.

Ook goed is de volgende combinatie bij 2 en 3: 2: zij/de auteur pleit zelf voor genderneutraliteit. 3: verandering in de taal. Per juist benoemd element: 1. Beoordeel bij 2 en 3 de spelling.

Uit alinea 7 en 8 van tekst 6 zijn twee visies op taalverandering af te leiden: de visie van instanties en de visie van de auteur.

Vraag 22 2 punten

Vat de visie van instanties op taalverandering samen. Gebruik hiervoor de tabel hieronder. Neem de letters a, b en c over uit de linker kolom. Schrijf daarachter steeds het nummer van je keuze uit de rechter kolom.

a) Taalverandering ...1 gebeurt nauwelijks via taalgebruikers.
2 kan door taalgebruikers de verkeerde kant opgaan.
3 verloopt als vanzelf via taalgebruikers.
4 wordt door taalgebruikers als onnodig gezien.
b) Aanpassen van regels is daarom ...5 geen optie.
6 hoe dan ook overbodig.
7 niet meteen al nodig.
8 wel nodig.
c) De Taalunie ...9 kan dus de taalvernieuwing volgen.
10 moet dus niet wachten op taalvernieuwing.
11 wil taalvernieuwing dus snel doorvoeren.
12 zal taalvernieuwing dus niet aanmoedigen.
Bekijk het antwoord

(instanties:) a: 3, b: 7, c: 9.

Indien drie elementen juist: 2. Indien twee elementen juist: 1. Indien minder dan twee elementen juist: 0.

Vat ook de visie van de auteur op taalverandering samen. Gebruik hiervoor nogmaals de tabel hieronder.

Vraag 23 2 punten

Neem de letters a, b en c over uit de linker kolom. Schrijf daarachter steeds het nummer van je keuze uit de rechter kolom.

a) Taalverandering ...1 gebeurt nauwelijks via taalgebruikers.
2 kan door taalgebruikers de verkeerde kant opgaan.
3 verloopt als vanzelf via taalgebruikers.
4 wordt door taalgebruikers als onnodig gezien.
b) Aanpassen van regels is daarom ...5 geen optie.
6 hoe dan ook overbodig.
7 niet meteen al nodig.
8 wel nodig.
c) De Taalunie ...9 kan dus de taalvernieuwing volgen.
10 moet dus niet wachten op taalvernieuwing.
11 wil taalvernieuwing dus snel doorvoeren.
12 zal taalvernieuwing dus niet aanmoedigen.
Bekijk het antwoord

(de auteur:) a: 1, b: 8, c: 10.

Indien drie elementen juist: 2. Indien twee elementen juist: 1. Indien minder dan twee elementen juist: 0.

In tekst 6 staan de termen "gefoehnde woorden" (regel 77), "neuzelwoorden" (regel 100) en "bubbelplastic woorden" (regel 144).

Vraag 24 1 punt

Welk aspect uit de tekst wordt door deze woordkeus versterkt?

  1. A de constatering van de auteur dat veel hedendaagse taalvormen ouderwets aandoen
  2. B de onvrede van de auteur over de voorzichtigheid waarmee de Taalunie optreedt
  3. C het gegeven dat taalgebruikers graag willen vermijden dat ze taalfouten maken
  4. D het gevoel dat de gelijkheid tussen vrouwen en mannen onvoldoende in de taal tot uiting komt
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Stel, je wilt een betoog houden over het onderwerp van tekst 6.

Vraag 25 3 punten

Welke van de volgende uitspraken uit tekst 6 kies je als standpunt en welke drie als argumenten? Noteer de woorden standpunt en drie argumenten en zet de nummers van je antwoorden daarachter. Let op: je houdt twee nummers over.

  • 1 "Waar het gender betreft, is de Nederlandse taal een log, ouderwets en anachronistisch systeem, waarin de man nog altijd als ongenaakbare standaard geldt." (regels 23-27)
  • 2 "tornen aan taal is nog altijd een taboe." (regels 62-63)
  • 3 "Als onze taal de gelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannen niet in zich bergt (...) loont het de moeite om daar, ondanks de onvermijdelijke neuzelwoorden, zorgvuldig naar te kijken." (regels 93-101)
  • 4 "Taal is een organisch systeem en doorgaans wordt aangenomen dat een taal zich via haar gebruikers aanpast aan maatschappelijke ontwikkelingen." (regels 104-108)
  • 5 "Een opsomming van vrijblijvende opties om haar/hem/hen tevreden te stellen, is niet langer afdoende." (regels 166-169)
  • 6 "Stop met halfslachtige richtlijnen en kom met nieuwe, heldere regels." (regels 176-177)
Bekijk het antwoord

Standpunt: 6.

Drie argumenten: 1, 3, 5.

Indien vier elementen juist: 3. Indien drie elementen juist: 2. Indien twee elementen juist: 1. Indien minder dan twee elementen juist: 0.

"Een opsomming van vrijblijvende opties om haar/hem/hen tevreden te stellen, is niet langer afdoende." (regels 166-169)

Vraag 26 2 punten

Noem twee redenen waarom het volgens tekst 6 niet langer afdoende is om de taalgebruiker vrijblijvende opties te geven voor het verwijzen naar personen. Baseer je antwoord op alinea 7 tot en met 9. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: twee van de volgende: het (uitblijven van aangepaste regels) zorgt voor gekunsteld taalgebruik. / taalgebruikers/we willen geen fouten maken (en blijven zich/ons aan de bestaande regels houden). / taalgebruikers veranderen hun taal anders niet (want ze willen geen fouten maken). / we willen ons (graag) aan de regels houden / ons binnen de (taal)grenzen bewegen / het liefst spreken en schrijven `zoals het hoort'. / taalinstanties passen de regels niet uit zichzelf aan (zolang het taalgebruik niet verandert). / taalinstanties passen de regels pas aan als het taalgebruik verandert. / er is/ontstaat een taalimpasse. / taalgebruikers en taalinstanties (gaan) wachten op elkaar.

Per juist benoemd element: 1. Beoordeel de spelling en grammatica.

"en dat mijnheer Van Dale misschien wel al die tijd mevrouw Van Dale is geweest." (regels 181-183)

Vraag 27 1 punt

Wat maakt deze zin duidelijk?

  1. A Beroepen die meestal door mannen worden uitgevoerd worden pas aantrekkelijk voor vrouwen als er in de taal een vrouwelijke benaming voor is.
  2. B Een eigentijdse taal zorgt ervoor dat de verschillen tussen mannen en vrouwen op allerlei gebieden verdwijnen.
  3. C Nieuwe taalregels kunnen duidelijk maken dat achter de namen van topfuncties niet alleen mannen, maar ook vrouwen kunnen zitten.
  4. D Onze interpretatie van gender verandert pas echt als mannen in de taal zijn ingehaald door vrouwen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Het slot van een tekst kan verschillende functies hebben, zoals de vijf functies hieronder.

Vraag 28 1 punt

Welke twee functies heeft het slot van tekst 6? Noteer alleen de twee juiste nummers.

  • 1 een afweging
  • 2 een conclusie
  • 3 een oproep
  • 4 een samenvatting
  • 5 een toekomstverwachting
Bekijk het antwoord

2 en 3. Het scorepunt alleen toekennen als beide elementen juist zijn.

Deel 3 Is alle rijkdom puur geluk?

Tekst 7: Is alle rijkdom puur geluk?

(1) De sterren op het doek en in het veld, geslaagde entrepreneurs, carrièrejagers, bestsellerschrijvers en alle anderen die met succes de maatschappelijke ladder hebben beklommen, kloppen zichzelf graag op de borst. Ze denken dat ze dit te danken hebben aan persoonlijke verdiensten, zoals werklust, talent, intelligentie of persoonlijkheid. Of aan de combinatie van die vier.

(2) En ze voelen ook weinig voor een plan van zogenoemde limitaristen1) voor een rijkdomsgrens van bijvoorbeeld 2,2 miljoen euro. Eigenlijk zou het boek Waarom succes een kwestie van geluk is van gezondheidspsycholoog Huub Buijssen verplichte lectuur voor hen moeten zijn. Succes op uiteenlopende terreinen als het zakenleven, de literatuur, de wetenschap en zelfs de sport is te danken aan toeval. "Hoe succesvoller iemand is, hoe meer geluk deze persoon had", aldus Buijssen, (co)auteur van 47 boeken.

(3) Wie als oplettende automobilist een ongeluk krijgt, zal dat meestal terecht wijten aan pech. Hij of zij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Maar wie toevallig op het goede moment op de goede plek is en daardoor bij Op12) aan tafel mag, denkt ten onrechte dat dit te danken is aan zijn of haar eigen kwaliteiten. Als het al geluk is, dan is het toch afgedwongen geluk.

(4) Dat is een illusie. Het geluk begint al bij het milieu waarin iemand wordt geboren. Aan de zeven vinkjes3) van Joris Luyendijk (hoogopgeleide ouder, in Nederland geboren, man, hetero, wit, vwo en universiteit) voegt Buijssen er nog zeven toe (lengte, niet-obees, uiterlijk, gezond, welbespraakt, zelfvertrouwen, algemeen beschaafd Nederlands) die het succes bepalen. Zelfs hard werken en risico's nemen zijn geen persoonlijke verdiensten, maar een gevolg van mazzel. Werk hebben, en zeker leuk werk hebben, plus voldoende wilskracht daarmee iets te doen, is een combinatie van geluksfactoren als genen en opvoeding.

(5) Succesvolle ondernemers die tot de rijkste mensen ter wereld behoren, zoals Bill Gates en Elon Musk, danken dat aan een opeenstapeling van geluk. Tientallen keren waren ze op het goede moment op de goede plek. Er is niets magisch aan de ondernemersfilosofie van Musk. Mogelijk is hij de volgende keer niet op het juiste moment of op de juiste plek en stort zijn imperium in. Twee jaar nadat Peters en Waterman hun beroemde bestseller over de kenmerken van excellente ondernemingen publiceerden, was een derde van de door hen genoemde bedrijven al failliet. Geluksfactoren maken bedrijfsprestaties en beurskoersen onvoorspelbaar. De correlatie tussen competentie en succes is zo gering dat die bijna niet wetenschappelijk aan te tonen is.

(6) Nobelprijzen voor wetenschappers gaan zelden naar mensen die "eureka" riepen na grondig onderzoek, maar des te vaker naar mensen die "wat grappig" riepen na een toevallige ontdekking. Ook sportieve en literaire successen zijn veelal te danken aan geluk. Wie in Nederland opgroeit, heeft een grotere kans op een carrière als topsporter dan wie in Pakistan opgroeit. Wie in de Randstad woont en werkt, heeft meer kans dat zijn boek wordt uitgegeven en gerecenseerd dan iemand van het platteland.

(7) Mensen die duizend keer zoveel vermogen hebben, hebben ook duizend keer zoveel geluk gehad. Boven het bestaansmaximum zou 100 procent mazzeltaks moeten worden geheven. In een grenzeloze wereld is dat nog een utopie.

Peter de Waard, de Volkskrant, 12 januari 2023. Peter de Waard is journalist en columnist.

noot 1 limitarist: aanhanger van de economische stroming die bepleit dat er een limiet moet worden gesteld aan individuele rijkdom. noot 2 Op1 was een Nederlands televisieprogramma waarin met meerdere gasten de actualiteiten werden besproken. noot 3 zeven vinkjes: een term die verwijst naar zeven succesfactoren die het verloop van een carrière kunnen bepalen, beschreven door onderzoeksjournalist Joris Luyendijk in het boek `De zeven vinkjes - Hoe mannen zoals ik de baas spelen'.

"Eigenlijk zou het boek Waarom succes een kwestie van geluk is van gezondheidspsycholoog Huub Buijssen verplichte lectuur voor hen moeten zijn." (regels 15-20)

Vraag 29 1 punt

Voor wie zou het boek van Huub Buijssen volgens de tekst verplichte lectuur moeten zijn en met welk doel? Neem de nummers uit onderstaande zin over en zet je antwoord daarachter.

Het boek moet verplichte lectuur zijn voor ...(1)..., want dan ...(2)... .

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: Het boek moet verplichte lectuur zijn voor 1: succesvolle mensen / rijke mensen / mensen die met succes de maatschappelijke ladder hebben beklommen (zoals de sterren op het doek en in het veld, geslaagde entrepreneurs, carrièrejagers, bestsellerschrijvers) / mensen die denken dat ze succes aan zichzelf te danken hebben, want dan 2: zullen ze (in)zien/lezen dat ze hun succes danken aan toeval/geluk (en niet aan persoonlijke verdiensten) / dat ze hun succes niet danken aan persoonlijke verdiensten/zichzelf / dat ze gewoon geluk hadden / dat ze hun succes aan de verkeerde factor toeschrijven.

Beoordeel de spelling.

Alinea 1 bevat nog geen standpunt, maar de mening van de auteur klinkt wel degelijk door in deze alinea. Een kritische lezer kan hier een drogreden in herkennen.

Vraag 30 1 punt

Welke drogreden is dat?

  1. A onjuist beroep op een kenmerk- of eigenschapsschema
  2. B onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema
  3. C overhaaste generalisatie
  4. D verkeerde vergelijking
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

"Dat is een illusie." (regel 38)

Vraag 31 2 punten

Noteer de illusie die wordt bedoeld en het woord uit alinea 4 dat het best de werkelijke situatie typeert. Neem de nummers uit onderstaande zinnen over en zet je antwoord daarachter.

Dit is de illusie: ...(1)... .

Dit is het woord dat de werkelijke situatie het best typeert: ...(2)... .

Bekijk het antwoord

De kern van een goed antwoord is: Dit is de illusie: 1: een van de volgende: (maatschappelijk) succes is afgedwongen geluk / is te danken aan je eigen kwaliteiten. geluk is af te dwingen / is te danken aan je eigen kwaliteiten.

Het woord dat de werkelijke situatie het best typeert, is het woord 2: mazzel/geluk/geluksfactoren. Beoordeel de spelling.

Alinea 5 en 6 onderbouwen de bewering in alinea 4.

Vraag 32 1 punt

Welk argumentatieschema wordt hier vooral voor gebruikt?

Een argumentatieschema op basis van:

  1. A autoriteit
  2. B vergelijking
  3. C voorbeelden
  4. D voor- en nadelen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

"Twee jaar nadat Peters en Waterman hun beroemde bestseller over de kenmerken van excellente ondernemingen publiceerden, was een derde van de door hen genoemde bedrijven al failliet." (regels 67-72)

Vraag 33 1 punt

Wat maakt dit citaat duidelijk over het succes van een bedrijf? Dit citaat maakt duidelijk dat

  1. A bedrijfssucces sterk afhankelijk is van toevalsfactoren zoals tijd of plaats.
  2. B bedrijfssucces vooral is toe te schrijven aan de kwaliteiten van een bedrijf.
  3. C bedrijven die succesvol zijn de beurskoersen sterk beïnvloeden.
  4. D bedrijven failliet gaan als ze niet over de juiste succeskenmerken beschikken.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Tekst 7 noemt allerlei factoren die wel of niet bijdragen aan het hebben van succes, zoals de negen factoren hieronder.

Vraag 34 3 punten

Noteer per factor of deze volgens de auteur van tekst 7 wel of niet bijdraagt aan het hebben van succes. Neem de nummers van alle factoren over en zet daarachter wel of niet.

  • 1 werklust (regel 9)
  • 2 toeval (regel 23)
  • 3 afgedwongen geluk (regel 37)
  • 4 geluk (regel 38)
  • 5 milieu (regel 39)
  • 6 zeven vinkjes (regel 40)
  • 7 wilskracht (regel 53)
  • 8 opvoeding (regel 55)
  • 9 ondernemersfilosofie (regel 63)
Bekijk het antwoord
factorwel of niet
1 werklustniet
2 toevalwel
3 afgedwongen gelukniet
4 gelukwel
5 milieuwel
6 zeven vinkjeswel
7 wilskrachtwel/niet
8 opvoedingwel
9 ondernemersfilosofieniet

Indien negen elementen juist: 3. Indien acht of zeven elementen juist: 2. Indien zes of vijf elementen juist: 1. Indien minder dan vijf elementen juist: 0.

"Is alle rijkdom puur geluk"? (titel)

Vraag 35 3 punten

Zullen onderstaande (groepen) personen uit tekst 7 de vraag uit de titel waarschijnlijk met 'ja' of 'nee' beantwoorden, of blijft dit onduidelijk? Neem de nummers van de personen over en zet daarachter ja, nee of onduidelijk.

  • 1 carrièrejagers (regel 3)
  • 2 Huub Buijssen (regel 18)
  • 3 Bill Gates (regel 58)
  • 4 Peters en Waterman (regels 67-68)
  • 5 de auteur van tekst 7
Bekijk het antwoord

1 nee. 2 ja. 3 nee / onduidelijk. 4 nee / onduidelijk. 5 ja.

Indien vijf elementen juist: 3. Indien vier elementen juist: 2. Indien drie elementen juist: 1. Indien minder dan drie elementen juist: 0.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Nederlands 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens Nederlands havo

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands havo 2026, tijdvak 1?

Het centraal examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1 telt 35 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (17), argumentatie (12) en stijlfouten (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands havo 2026, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-1/ha-1001-a-26-1-c).

Hoe oefen ik met het examen Nederlands havo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.