Eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Advies: laat kind met zakmes spelen, Tekst 2 Een goed lijstje geeft het brein rust, Tekst 3 We komen ook op plekken zonder postcode., Tekst 4 Scholen worstelen nog met schermpjes in de klas, Schrijfopdracht.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (11), tekstverbanden en signaalwoorden (6) en tekstsoorten en tekstdoelen (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Leesvaardigheid3-4, 6-7, 9, 11, 13, 19, 21-22, 2511
Tekstverbanden en signaalwoorden1-2, 5, 8, 16, 206
Tekstsoorten en tekstdoelen10, 14-15, 24, 265
Argumentatie17-182
Samenvatten121
Stijlfouten231
Schrijfvaardigheid271

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over leesvaardigheid (41% van de vragen, gemiddeld 47%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Tekst 1 Advies: laat kind met zakmes spelen

Advies: laat kind met zakmes spelen (1) “Niet rennen, Daantje! Niet ren- ging misschien te ver. Wij zijn als nen!” In de speeltuin in het Utrechtse organisatie de laatste jaren Máximapark krijgt een moeder haar 45 opgeschoven van vooral het zoontje van zes niet mee naar huis. beschermen van kinderen, naar het

5 Op zijn sokken rent hij terug naar het stimuleren van hun vaardigheden, speeltoestel, maar onderweg struikelt zodat ze met risico’s om kunnen hij en barst in huilen uit. “Ik zei toch, gaan.” niet rennen!” 50 (5) Je hebt risico én je hebt gevaar. (2) Veel ouders zijn van nature “Bij risico’s moet je je kinderen

10 voorzichtig, maar als je als ouder te begeleiden, anders gaan ze het nooit vaak ‘pas op’ roept, leert een kind leren. En voor gevaar moet je ze niet om zelf op te letten. Dat is de behoeden”, aldus Kloet. VeiligheidNL boodschap van VeiligheidNL, het 55 komt nu met de campagne omdat het expertisecentrum dat vrijdag een voorjaar is aangebroken en er weer

15 campagne lanceerde om risicovol meer buiten gespeeld gaat worden. spelen van kinderen te bevorderen. (6) VeiligheidNL heeft de laatste Ga risico’s niet uit de weg, geeft het jaren meerdere adviezen aangepast, instituut aan. Laat je kind een keer 60 ingetrokken of afgezwakt. “Zo zeiden een fikkie stoken, met een zakmes we eerst: niet steppen en skaten bij

20 spelen of van een berg af fietsen. nat weer. Dat advies is geschrapt. En (3) Mariette, de moeder van Daantje, meerdere kinderen op een trampoline die niet met haar achternaam in de raden we ook niet langer af. Let krant wil, kan zich niet vinden in het 65 alleen op als er kleintjes bij zijn”, advies. “Ik verlies Daantje niet snel aldus Kloet.

25 uit het oog, maar heel beschermend (7) Internationaal wetenschappelijk ben ik volgens mij ook niet. Als onderzoek toont aan dat riskant spe- moeder weet je gewoon wat het len goed is voor de ontwikkeling van beste voor je kinderen is. En dat is 70 kinderen. Daardoor leren ze risico’s niet kinderen in bomen laten klimmen inschatten, worden ze zelfredzaam

30 en met een zakmes laten spelen”, en bouwen ze zelfvertrouwen op. zegt ze terwijl ze haar zoontje troost (8) De meeste ouders die vrijdag in en het zand van zijn broek afklopt. de Bosspeeltuin aanwezig zijn, laten En weg is ie weer. 75 de kinderen spelen zonder zich er al (4) Dat juist een organisatie die we te veel mee te bemoeien. “Dat doe ik

35 kennen van adviezen over meubel- thuis ook niet”, zegt Marijn Hoogland, beschermhoekjes, antislipmatjes en terwijl haar dochter Puck (5) omhoog stopcontactbeveiliging het riskante klautert en op haar schouders gaat spelen wil stimuleren, is enigszins 80 zitten. Even verderop rent haar zoon verrassend. Het is toch geen Giel (7) met vriendje Sep (6) tussen

40 1 aprilgrap? “Nee hoor”, lacht Saskia de speeltoestellen door. Giel vertelt Kloet van VeiligheidNL. “Een aantal dat hij heel erg van buiten spelen van onze adviezen in het verleden houdt. Wat hij het liefst doet?

85 “Klimmen! En hutten bouwen! En op Hij neemt het recente treinongeval bij de surfplank in het water! Van mama Harlingen als voorbeeld. “Na zo’n mag hij alles doen wat hij wil”, zegt ongeluk wordt meteen opgeroepen hij, terwijl hij vragend zijn moeder 125 om halfbewaakte spoorwegover- aankijkt. gangen aan te pakken. Dan ben je

90 (9) “Voor die surfplank is het nu nog een klein risico aan het oplossen met te koud”, zegt Hoogland, die met een grote berg geld. Dat moet je niet haar gezin langs een waterweg willen.” woont. Normaal heeft ze geen 130 (12) Bij het restaurant tegenover de omkijken naar de kinderen. Ook niet speelplaats trakteren opa Ben en

95 als ze langs het water spelen. “Ze oma Els Bottram hun kleinkinderen hebben hun zwemdiploma’s, dus Mees (5) en Jip (3) op limonade. Die waarom niet? En ze vallen soms drinken ze zo snel mogelijk op om tijdens het spelen, maar dat hoort 135 weer te kunnen spelen. Vooral Mees erbij. Als het echt fout gaat, dan houdt van buiten spelen, hij vindt

100 weten ze me wel te vinden.” Ze vindt klimmen in de touwen het leukst. “Dat het veel belangrijker dat haar kinde- vond ik vroeger ook fantastisch”, zegt ren veel buiten spelen en dingen opa Ben. Hij groeide op een boerderij leren. “Anders zitten ze maar op de 140 op en klom in bomen om ekster- iPad.” eieren te stelen. “Dat mag nu ook

105 (10) “Risico’s vermijden is schadelijk niet meer”, zegt hij met een glimlach. en pech hoort erbij”, zegt ook Ira (13) Oma Els vult hem aan: “Het is Helsloot, bijzonder hoogleraar drukker geworden overal. Bijna nie- Besturen van Veiligheid aan de 145 mand groeit meer op met veel natuur Radboud Universiteit. “Je kunt uit om zich heen. Daardoor is het

110 een boom vallen en zelfs om het gevaarlijker geworden.” Opa Ben leven komen. Dat is natuurlijk dra- knikt. “En niemand heeft een boom in matisch. Maar je kunt niet zeggen dat zijn tuin staan, laat staan een goede je nooit meer in een boom mag 150 klimboom.” Of ze hun kleinkind nu klimmen.” zomaar buiten zouden laten

115 (11) Hij noemt het onvermijdelijk dat klimmen? Na wat twijfel zeggen ze organisaties voor veiligheid tot de allebei: “Nee.” conclusie komen dat het negatieve (14) Hun dochter Saartje

  • die naast effect van al die veiligheidsmaat- 155 hen zit
  • mocht dat vroeger wel. Al regelen groter is dan de positieve mocht zij ook al minder dan haar

120 effecten. “De gemiddelde Neder- ouders. “Ik weet dat veel ouders te lander is al zover. Nu politici nog.” beschermend zijn geworden.”

naar een artikel van Bas Tooms en Marije Willems, NRC Handelsblad, 1 april 2017

Vraag 1 1 punt

Een tekst kan op verschillende manieren ingeleid worden. bijvoorbeeld door

1 de aanleiding voor het schrijven van de tekst weer te geven

2 de nieuwste inzichten uit recent onderzoek te noemen

3 een deskundig persoon het onderwerp te laten introduceren

4 een voorbeeld bij het onderwerp van de tekst te geven

5 een waarschuwing vooraf te geven Wat zijn de twee belangrijkste manieren die gebruikt worden in alinea 1 en 2?

Bekijk het antwoord

Opmerking Beide manieren moeten genoemd zijn voor toekenning van het scorepunt.

Vraag 2 1 punt

In alinea 2 wordt gesproken over het expertisecentrum VeiligheidNL. Met welke twee andere zelfstandige naamwoorden wordt er in alinea 2 tot en met 4 ook naar dit expertisecentrum verwezen? Noteer de twee zelfstandige naamwoorden.

Bekijk het antwoord

Opmerking Beide zelfstandige naamwoorden moeten genoemd zijn voor toekenning van het scorepunt.

Vraag 3 1 punt

Waarom is het zo verrassend dat VeiligheidNL nu opeens risicovol spelen stimuleert? (alinea 4)

  1. A Het hele jaar hoor je niets en nu in het voorjaar laat VeiligheidNL ineens van zich horen.
  2. B In het verleden probeerde de organisatie VeiligheidNL het kind juist vooral te beschermen tegen risico’s.
  3. C Ouders zijn van zichzelf al erg voorzichtig en hebben geen advies van VeiligheidNL nodig.
  4. D VeiligheidNL heeft in het verleden zijn nut al bewezen, zodat nieuw advies niet nodig is.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 4 1 punt

“Het is toch geen 1 aprilgrap?” (regels 39-40) Citeer de zin uit alinea 4, 5 of 6 die duidelijk maakt waarom VeiligheidNL juist rond eind maart met het nieuwe advies komt.

Bekijk het antwoord
  • “VeiligheidNL komt nu met de campagne omdat het voorjaar is aangebroken en er weer meer buiten gespeeld gaat worden.” (regels 54-57) (1)

Vraag 5 1 punt

“Zo zeiden we eerst: niet steppen en skaten bij nat weer.” (regels 60-62) Welk verband wordt er vooral aangegeven met het woordje ‘Zo’? ‘Zo’

  1. A geeft vooral aan dat een vergelijking van de diverse adviezen volgt.
  2. B geeft vooral aan dat er voorbeelden van gewijzigde adviezen volgen.
  3. C geeft vooral de aanleiding voor de gewijzigde adviezen weer.
  4. D geeft vooral een verklaring weer voor het veranderen van adviezen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 6 1 punt

Welke moeder voedt haar kinderen op volgens de wetenschappelijke inzichten die beschreven worden in alinea 7: Mariette (alinea 3) of Marijn Hoogland (alinea 8 en 9)? Licht je antwoord toe.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat bij de toelichting enkel een voorbeeld noemt (klimmen, op een surfplank in het water) geen scorepunt toekennen.

Vraag 7 1 punt

“De gemiddelde Nederlander is al zover. Nu politici nog.” (regels 120-121) Wat moeten politici nog doen?

  1. A de nadelen inzien van de vele veiligheidsmaatregelen
  2. B meer maatregelen treffen om de veiligheid te vergroten
  3. C meer overheidsgeld steken in veiligheidsmaatregelen
  4. D organisaties wijzen op de effecten van veiligheidsmaatregelen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 8 1 punt

De alinea’s 12 tot en met 14 vormen het slot van deze tekst. Wat is de belangrijkste functie van het slot? Het slot geeft een

  1. A advies.
  2. B samenvatting.
  3. C voorbeeld.
  4. D waarschuwing.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 9 1 punt

Wat is het onderwerp van deze tekst?

  1. A bevorderen van risicovol spelen van kinderen
  2. B tips voor buitenactiviteiten met kinderen
  3. C toegenomen gevaren voor kinderen buitenshuis
  4. D voordelen van buiten spelen voor kinderen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 10 1 punt

Van welk tekstdoel is hier vooral sprake?

  1. A de lezer informeren over de nieuwste inzichten op het gebied van verantwoord spelen
  2. B jonge ouders overtuigen hun kinderen meer ruimte en bewegingsvrijheid te geven
  3. C ouders en grootouders activeren om vaker de natuur op te zoeken met de (klein)kinderen
  4. D veiligheidsorganisaties instrueren welke verantwoorde activiteiten ze moeten aanprijzen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 11 1 punt

Wat is de hoofdgedachte van de tekst ‘Advies: laat kind met zakmes spelen’?

  1. A De overheid wil zich bemoeien met de veiligheid buitenshuis door veel regels op te leggen.
  2. B Kinderen zijn de afgelopen generaties te lang te beschermd opgevoed door de ouders.
  3. C Ouders vinden dat ze hun eigen kinderen vrijer moeten laten spelen.
  4. D Risicovol spelen is goed om belangrijke vaardigheden voor later te ontwikkelen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Tekst 2 Een goed lijstje geeft het brein rust

Een goed lijstje geeft het brein rust (1) De slechtste reclameslogans, de van het jaar, de tien best bekeken bizarste sportblunders, de leukste YouTube-filmpjes en de populairste spaghetti-etende katten. December is onderwerpen op Twitter de revue. traditiegetrouw de maand van de 45 (5) Dat mensen zo dol zijn op lijstjes,

5 lijstjes, waarin we terugblikken op het komt volgens cognitief psycholoog2) voorbije jaar en een onverbiddelijke Anne de Jong doordat we bang zijn streep trekken tussen winnaars en voor controle- en overzichtsverlies. verliezers. Waarom doen we dat toch “We zijn bang om iets te missen. Aan zo graag? 50 het einde van een jaar denken we

10 (2) De een laat de parade schouder- terug: wat is er allemaal gebeurd? ophalend aan zich voorbijgaan, de Een goed lijstje geeft het brein rust ander vindt het geweldig. De Itali- en reduceert angst. Het maakt ons aanse filosoof en schrijver Umberto brein ontspannen.” Eco viel in de laatste categorie. Naar 55 (6) Zelf herkent ze ook de neiging om

15 een onbewoond eiland zou hij liever dingen te ordenen en ‘rond te het telefoonboek meenemen dan iets maken’. “Aan het eind van het jaar van Shakespeare, vertelde hij eens. schrijf ik altijd een jaarverslag”, zegt “Achter elke naam gaat een verhaal De Jong. “Dat is niet echt een lijst, schuil. Een boek van Shakespeare 60 maar geeft wel een overzicht van de

20 vertelt er maar één.” gebeurtenissen. Ik heb twee kinderen (3) Eco was zó dol op lijsten dat hij er en wil niet vergeten met welke een boek over schreef: ‘De betove- vriendjes ze speelden of waar we op ring van lijsten’. De menselijke vakantie gingen.” behoefte om dingen te categoriseren 65 (7) “Ook evolutionair is de liefde voor

25 is al duizenden jaren oud, blijkt uit lijstjes te verklaren”, zegt De Jong. deze rariteitenverzameling. Uit de “Van oudsher zijn mensen erop wereldliteratuur diepte Eco allerlei ingesteld om geen energie te verspil- lijsten op, zoals de verschillende len. Als je vroeger te veel liep en te soorten mist uit ‘Bleak House’ (Het 70 weinig eten had, was dat vervelend.

30 grauwe huis) van Charles Dickens en Die reflex zie je nog steeds: mensen de inhoud van de zakken van Tom balen als hun parkeerplaats ver weg Sawyer1). Bij de Griekse dichter is van de plek waar ze moeten zijn. Homerus (800 v.Chr.) trof hij de We hebben een hang naar efficiëntie oudste lijst aan: een catalogus van 75 en lijstjes zijn een efficiënte manier

35 schepen uit de ‘Ilias’. om informatie tot je te nemen.” (4) Sinds de opmars van internet

  • (8) Arbeids- en organisatiepsycho- volgens Eco de ‘lijst der lijsten’
  • is loog Cees Schenk ziet nog een derde het aantal nieuwsoverzichten, ver- reden voor de liefde voor lijstjes, kiezingen en andere eindejaarslijstjes 80 zeker als het gaat om ‘personen van

40 explosief gestegen. Dit jaar passeer- het jaar’ of ‘beste politici’. “We willen den al de slechtste reclameslogans graag weten wie de beste is”, zegt

hij. “Het is prettig om jezelf te te voldoen. Dat levert veel spanning vergelijken met een winnaar. op en weinig resultaat.”

85 Omgekeerd geldt trouwens hetzelfde. (10) Kunnen we die lijst met goede Bij lijstjes met verliezers kun je 100 voornemens dit jaar dus achterwege denken: het is met mij zo erg niet.” laten? “Ja”, zegt Schenk. “Denk (9) Eindejaarslijstjes noemt hij een liever vanuit waarden in plaats van ‘knus’ fenomeen. Al moeten we niet doelen. Wil je stoppen met roken?

90 doorslaan in de drang om alles maar Formuleer dat niet als doel, maar in overzichten en lijsten te stoppen. 105 bedenk wat voor persoon je volgend De ‘to-do-list’ ziet Schenk liever jaar wil zijn. Daadkrachtig, bijvoor- richting prullenbak verdwijnen. “Ik zie beeld, of een steun voor anderen. het nut er niet van. Mensen zadelen Daarvoor moet je ook vitaal zijn. Zo

95 zichzelf op met allerlei verplichtingen, wordt niet-roken daar vanzelf een maar het kost veel moeite om eraan 110 onderdeel van.”

naar een artikel van Amber Dujardin, Trouw, 24 december 2016

noot 1 Tom Sawyer: de hoofdpersoon in verschillende boeken van de Amerikaanse schrijver Mark Twain noot 2 cognitief psycholoog: een psycholoog die zich bezighoudt met zaken als geheugen, bewustzijn, emotie en taal

Vraag 12 10 punten

Samenvattingsopdracht Vat de tekst ‘Een goed lijstje geeft het brein rust’ samen in 200 woorden. Besteed daarbij alleen aandacht aan de volgende punten:

1 het verschijnsel dat zich ieder jaar in december voordoet;

2 de vraag die in de tekst centraal staat;

3 wat uit het boek van Umberto Eco blijkt over lijstjes maken in het algemeen;

4 het gevolg van de opmars van internet voor het maken van lijstjes;

5 twee verschillende redenen waarom we volgens cognitief psycholoog Anne de Jong zo dol zijn op lijstjes;

6 een derde reden waarom we zo dol zijn op lijstjes volgens arbeids- en organisatiepsycholoog Cees Schenk;

7 de mening van Schenk over eindejaarslijstjes;

8 de kanttekening die Schenk plaatst bij het maken van lijstjes in het algemeen;

9 het advies dat Schenk geeft.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

NB In het programma Wolf vermeldt u de score van de kandidaat op elk van de negen afzonderlijke inhoudselementen bij de labels 12.1 tot en met 12.9. Bij label 12.a voert u de aftrekpunten voor de woordgrens- overschrijding in als een positief getal.

Opmerking Als de kandidaat antwoordt: ‘Waarom doen we dat zo graag?’ moet uit de tekst van de kandidaat duidelijk worden dat ‘dat’ terugslaat op ‘het maken van lijstjes (waarin we terugblikken op het voorbije jaar)’.

12.3 maximumscore 1 Uit het boek ‘De betovering van lijsten’ / Uit het boek van (Umberto) Eco blijkt dat de menselijke behoefte om dingen te categoriseren / om lijsten te maken al duizenden jaren oud is. of Volgens (Umberto) Eco is de menselijke behoefte om dingen te categoriseren / om lijsten te maken al duizenden jaren oud.

Opmerking De kandidaat moet de titel van het boek en/of de schrijver noemen voor toekenning van het scorepunt.

12.4 maximumscore 1 Het aantal lijstjes is explosief/heel erg gestegen sinds de opmars/het ontstaan van het internet.

12.5 maximumscore 2 Volgens (cognitief psycholoog) (Anne) De Jong zijn de twee redenen voor het maken van lijstjes:

Opmerking Wanneer de naam van (Anne) de Jong niet wordt genoemd, één scorepunt in mindering brengen.

12.6 maximumscore 1 Volgens (arbeids- en organisatiepsycholoog Cees) Schenk willen we graag weten wie de beste is / vergelijken we onszelf graag met een winnaar / vergelijken we ons graag met een verliezer zodat je kunt denken: met mij is het zo erg niet.

Opmerkingen

  • Voor toekenning van het scorepunt dient ook de naam van (Cees) Schenk genoemd te zijn.
  • Wanneer de kandidaat enkel antwoordt dat je kunt denken: ‘met mij is het zo slecht nog niet’, geen scorepunt toekennen.

12.7 maximumscore 1 Volgens Schenk zijn eindejaarslijstjes een ‘knus’ fenomeen. / Schenk staat positief tegenover eindejaarslijstjes.

12.8 maximumscore 1 We moeten echter niet doorslaan in de drang om alles in lijstjes te stoppen / in het maken van lijstjes.

12.9 maximumscore 1 Denk liever vanuit waarden in plaats van doelen.

Opmerking De kandidaat mag in zijn samenvatting de informatie-elementen in een andere volgorde weergeven dan in bovenstaande opsomming, mits de samenhang tussen de informatie-elementen in overeenstemming blijft met die van de samen te vatten tekst.

12.a Regeling met betrekking tot de woordgrensoverschrijding Het woordenaantal wordt bepaald op basis van de volledige uitwerking van de kandidaat zonder de titel. Voor de eerste overschrijding met 10 woorden dienen geen scorepunten te worden afgetrokken. Voor elke volgende overschrijding dient per 10 woorden steeds 1 scorepunt te worden afgetrokken tot een maximum van 10 scorepunten. De toepassing van de aftrekregeling kan overigens nooit leiden tot een score lager dan 0 bij deze opgave.

Schematisch: 201-210: 0 scorepunten aftrek; 211-220: 1 scorepunt aftrek; 221-230: 2 scorepunten aftrek; 231-240: 3 scorepunten aftrek; 241-250: 4 scorepunten aftrek; 251-260: 5 scorepunten aftrek; 261-270: 6 scorepunten aftrek;

271-280: 7 scorepunten aftrek; 281-290: 8 scorepunten aftrek; 291-300: 9 scorepunten aftrek; meer dan 300: 10 scorepunten aftrek.

Tekst 3 We komen ook op plekken zonder postcode.

Onderwijs is cruciaal voor de ont- aansluiten bij het leefpatroon van wikkeling van elk kind, van elke de nomaden. samenleving. Daarom is UNICEF UNICEF ontving sinds 1993 een ook actief in Ethiopië. Daar gaan bijdrage van € 346,4 miljoen. zeker 2,6 miljoen kinderen, Deelnemers van de Postcode grotendeels nomadenkinderen, Loterij: bedankt! Dankzij u kunnen niet naar school. Vanwege de wij UNICEF en 98 andere organi- aanhoudende droogte trekken zij saties financieel ondersteunen. met hun families vaker en verder En dankzij u heeft de Postcode rond. Op zoek naar water en Loterij sinds 1989 al ruim voedsel voor zichzelf en hun € 5 miljard aan goede doelen dieren. UNICEF biedt in geschonken. afgelegen gebieden aangepast Samen voor een betere wereld: onderwijs: kleine scholen die postcodeloterij.nl

Dankzij u.

naar een advertentie in NRC Handelsblad,

28 april 2017

Vraag 13 1 punt

In de foto staat de tekst ‘We komen ook op plekken zonder postcode.’ Leg uit hoe deze tekst van toepassing is op de kinderen op de foto.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De kinderen op de foto zijn nomaden / hebben geen huis / hebben geen vaste verblijfplaats en hebben (dus) geen postcode. (1)

Vraag 14 1 punt

Het doel van een tekst kan onder andere zijn:

1 de lezer amuseren

2 de lezer informeren

3 de lezer tot handelen aanzetten

4 de lezer waarschuwen Wat zijn de twee belangrijkste doelen van deze tekst?

Bekijk het antwoord

Opmerking Beide elementen moeten genoemd zijn voor toekenning van het scorepunt.

Vraag 15 1 punt

Op welke doelgroep richt deze advertentie zich vooral? De advertentie richt zich vooral op lezers die

  1. A graag een prijs willen winnen en daarom willen meedoen aan de Postcode Loterij.
  2. B graag een prijs willen winnen en het belangrijk vinden om kinderen in Ethiopië te helpen.
  3. C graag een prijs willen winnen, waarbij ze tegelijkertijd ook een goed doel kunnen steunen.
  4. D graag een prijs willen winnen, zodat ze het gewonnen geld kunnen doneren aan een goed doel.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Tekst 4 Scholen worstelen nog met schermpjes in de klas

Scholen worstelen nog met schermpjes in de klas (1) De gezichten in de klas van biolo- Snapchat of Instagram en als de giedocent Steven Geurts in Heeswijk- 45 docent langsloopt, ben je daar in één Dinther waren vaak naar beneden dubbelklik ook weer weg.” gericht, op schermpjes. “Hoe interes- (6) “Dat kinderen van nu beter kun-

5 sant mijn les ook is, ik win het nen multitasken, zoals weleens gewoon niet van zo’n apparaatje”, gedacht wordt, is een illusie”, zegt zegt Geurts, die kon blijven waar- 50 Paul Kirschner, hoogleraar onderwijs- schuwen en innemen

  • zijn record is psychologie aan de Open Universi- vijftien telefoons in één les. teit. “Tal van onderzoeken tonen aan

10 (2) Hij was het zat ‘politieagentje te dat het voor de mens onmogelijk is moeten spelen’. Daarom kocht hij twee informatieverwerkende proces- vorig schooljaar een telefoontas: een 55 sen tegelijkertijd uit te voeren, zonder soort schoenenzak met dertig verlies van snelheid en nauwkeurig- genummerde vakjes waar leerlingen heid.”

15 tijdens de les hun telefoon in doen. (7) Zo hadden studenten die tijdens (3) “Het bevalt fantastisch”, zegt het leren af en toe een Facebook- Geurts. “Leerlingen zijn actiever en 60 bericht ontvingen, bijna twee keer zo hebben meer aandacht voor de les.” veel tijd nodig om een tekst te leren. Dat valt ze zelf ook op. In een opstel En studenten die zich tijdens het

20 voor het vak Nederlands over de leren door sociale media lieten telefoontas schreef een leerling dat storen, scoorden 1 tot 1,5 punt lager, nu vaker vragen worden gesteld die 65 bleek uit onderzoek van Kirschner met het onderwerp van de les te zelf. Studenten die zichzelf veel maken hebben. De interesse in het smartphonepauzes gunnen, blijken

25 vak lijkt gestegen te zijn. bovendien niet bereid de benodigde (4) De meeste leerkrachten staan extra tijd in het leren te steken. telefoons in de klas toe, blijkt uit 70 (8) Als je twee activiteiten waarbij je peilingen. Ook gebruiken steeds moet denken tegelijkertijd doet, neem meer scholen tablets en laptops voor je minder waar. Dat is onder meer

30 hun onderwijs. Dat leerlingen daar onderzocht door mensen in een ook andere dingen op doen dan simulator te laten rijden: met leren, plaatst leraren voor dilemma’s. 75 telefoon, zonder telefoon en onder “Veel leerlingen zijn totaal geobse- invloed van alcohol. De bellende deerd door hun telefoon”, zegt mensen veroorzaakten zelfs meer

35 geschiedenisdocent Vincent ongelukken dan de dronken mensen. Fiddelaar die lesgeeft op ROC’s in (9) Kirschner: “Beeld je maar in dat je Zaandam en Amstelveen. Hij vindt 80 in een vergadering zit en op je dat scholen strenger tegen telefoons telefoon bezig bent. Dan hoor je even in de klas moeten optreden. niet wat er gezegd wordt, terwijl je

40 (5) Leerling Rixte (14) uit Rotterdam: niet ineens doof bent geworden. Je “Vooral in het eerste leerjaar was de kunt de betekenis van wat je leest en halve klas met iets anders bezig. Eén 85 hoort niet tegelijkertijd verwerken.” dubbelklik op de iPad en je zit op

(10) “Mensen die veel multitasken, matietechnologie. Niet: leerlingen kunnen onbelangrijke prikkels op den 125 van 9 tot 5 naar een scherm laten duur minder goed negeren”, zegt hij. turen, want dan vervang je de ene “Dat gaat waarschijnlijk op voor de monocultuur door de andere. Maar:

90 huidige generatie beeldscherm- de digitalisering van de samenleving gebruikers. Zij kunnen zich minder ook niet buiten de klas houden. “Het goed concentreren.” 130 onderwijs moet geen museum wor- (11) Dat veel scholen een oplossing den”, zegt Van Domselaar. Iets als zoeken voor alle schermpjes in de een iPadschool noemt hij een hype.

95 klas, blijkt uit de populariteit van de “Technologie kan hoogstens een telefoontas: in augustus vorig jaar op middel zijn. We hebben toch ook de markt gekomen en inmiddels 135 geen digibordscholen?” hangt hij op zo’n 400 scholen in alle (14) Ook Kirschner zegt dat ICT in lokalen. Zo hangt geregeld voor het onderwijs goed kan zijn, maar het

100 20.000 euro aan apparatuur aan de moet geen doel op zich zijn. “Er werd muur. Sommige scholen voerden een tijd geroepen dat leerlingen uit samen met de tas een telefoonproto- 140 het internettijdperk een soort homo col in met regels voor ‘bewust' zappiëns1) zouden zijn; digital gebruik. natives2), die op een heel andere

105 (12) De telefoontas is een idee van manier leren. Dat slaat nergens op. Martijn en Nienke Baars, getrouwd Onze schedels en hersenen zijn in en beiden docent in Apeldoorn. Ook 145 10.000 jaar niet zo veel veranderd.” zij zagen kinderen in de les steeds Hij voegt eraan toe: “Kinderen van nu afgeleid worden. Tegelijkertijd zagen kunnen ook niet vanzelf met de

110 ze het nut van de mobiele telefoon in computer werken, net zoals ze ook de klas: voor quizzen, opdrachten of niet zomaar kunnen autorijden. Ze om woordjes op te zoeken. De smart- 150 moeten dat eerst aanleren.” phone helemaal uit de klas weren, (15) Omgaan met mobiele telefoons dachten ze, is de oplossing niet. Een is ook iets dat je moet leren, vindt

115 middenweg is beter: het schermpje Van Domselaar. “Leerlingen moeten uit de broekzak, maar niet ver uit de leren dat het sociaal onwenselijk is buurt. 155 tijdens de les te whatsappen. Daarin (13) “De meeste scholen kiezen een ligt een taak voor docenten.” Over middenweg als het om technologie afleiding is hij nuchter. “Docenten die

120 gaat”, zegt Kees van Domselaar, geen orde kunnen houden, kunnen voorzitter van de iScholenGroep, een dat ook niet met een iPad. Vroeger netwerk van tachtig middelbare scho- 160 las ik bij bepaalde leraren ook hele len die ervaringen delen over infor- jaargangen Donald Duck in de les.”

naar een artikel van Mirjam Remie, NRC,

3 september 2017

noot 1 homo zappiëns: een generatie kinderen en jongeren die opgroeit met beeldschermen en apparaten. Hierbij wisselen ze moeiteloos van het ene apparaat of beeldscherm naar het andere. noot 2 digital natives: de generatie kinderen en jongeren die met digitale technologieën is opgegroeid

De teksten die voor dit examen gebruikt zijn, zijn bewerkt om ze geschikt te maken voor het examen. Dit is gebeurd met respect voor de opvattingen van de auteur(s). Wie kennis wil nemen van de oorspronkelijke tekst(en), raadplege de vermelde bronnen. Het College voor Toetsen en Examens is verantwoordelijk voor vorm en inhoud van dit examen.

►►► ν

Vraag 16 1 punt

Hoe wordt de tekst ‘Scholen worstelen nog met schermpjes in de klas’ vooral ingeleid in alinea’s 1, 2 en 3 samen?

  1. A door een samenvatting van de tekst te geven
  2. B door een voorbeeld bij het onderwerp van de tekst uit te werken
  3. C door een waarschuwing bij het onderwerp te geven
  4. D door het centrale probleem van de tekst te benoemen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 17 1 punt

In alinea 3 zegt Geurts dat leerlingen sinds de invoering van de telefoontas actiever zijn en meer aandacht voor de les hebben. Hiervoor wordt bewijs aangevoerd. Citeer de zin uit alinea 1, 2 of 3 waarin dit ‘bewijs’ het duidelijkst naar voren komt.

Bekijk het antwoord
  • “In een opstel voor het vak Nederlands over de telefoontas schreef een leerling dat nu vaker vragen worden gesteld die met het onderwerp van de les te maken hebben.” (regels 19-24) (1)

Vraag 18 1 punt

In alinea 5 komt leerling Rixte aan het woord. Welk probleem maakt de schrijver met het voorbeeld van Rixte vooral duidelijk? Rixtes voorbeeld maakt vooral duidelijk

  1. A dat de afleiding van de telefoon of iPad tijdens de les wel meevalt.
  2. B dat de leraar meer rond moet lopen tijdens de les om te controleren.
  3. C dat je tijdens de les snel andere dingen kunt doen op digitale apparaten.
  4. D dat leerlingen in de les graag gebruikmaken van Snapchat en Instagram.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 19 1 punt

Welke uitspraak over alinea 6 is waar?

  1. A Als mensen twee informatieverwerkende processen tegelijkertijd uitvoeren, dan doen ze dat langzamer en minder goed.
  2. B Als mensen twee informatieverwerkende processen tegelijkertijd uitvoeren, dan verliezen ze geen snelheid of nauwkeurigheid.
  3. C Kinderen konden vroeger beter multitasken dan nu en waren daarin toen ook sneller en nauwkeuriger.
  4. D Kinderen van nu kunnen beter multitasken dan vroeger en zijn daarin ook sneller en nauwkeuriger.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 20 1 punt

Wat is het verband tussen alinea 7 en de laatste zin van alinea 6?

  1. A Alinea 7 en de laatste zin van alinea 6 vormen een opsomming.
  2. B Alinea 7 en de laatste zin van alinea 6 vormen een tegenstelling.
  3. C Alinea 7 geeft de gevolgen bij de laatste zin van alinea 6.
  4. D Alinea 7 geeft een uitleg bij de laatste zin van alinea 6.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 21 2 punten

Geef van de beweringen in de uitwerkbijlage aan of deze juist of onjuist zijn op basis van alinea’s 7 en 8. Zet bij elke bewering een kruis in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juist onjuist Je leert sneller als je intussen ook af en toe een x Facebookberichtje leest. Als je tijdens het leren social media gebruikt, haal x je lagere scores. Als je regelmatig smartphonepauzes neemt, x verhoogt dat de bereidheid om extra tijd aan leren te besteden. Dronken mensen veroorzaakten in het onderzoek x meer ongelukken dan bellende mensen. Als je op je telefoon bezig bent en tegelijk naar x iemand luistert, neem je niet alle informatie op. indien vijf goed (2) indien vier goed (1) indien drie of minder goed (0) (2)

Vraag 22 2 punten

In alinea 13 schetst Van Domselaar twee uitersten als het om technologie in het klaslokaal gaat. Welke twee uitersten zijn dit?

Bekijk het antwoord
  • leerlingen van 9 tot 5/de hele schooldag naar een scherm laten turen (1)
  • de digitalisering (van de samenleving) buiten de klas houden (1)

Vraag 23 1 punt

Wat maakt Van Domselaar duidelijk met de zin “Vroeger las ik bij bepaalde leraren ook hele jaargangen Donald Duck in de les.”? (regels 159-161)

  1. A dat de leraar er zelf verantwoordelijk voor is dat de leerlingen in de les opletten
  2. B dat de leraren vroeger ook nooit doorhadden wat je precies deed tijdens de les
  3. C dat een iPad in de les net zo afleidend is als de Donald Duck lezen tijdens de les
  4. D dat er vroeger meer afleiding in de les te vinden was dan tegenwoordig
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 24 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze tekst? De tekst wil de lezer

  1. A ervan overtuigen dat het belangrijk is om minder te multitasken, zowel op school als in het dagelijkse leven.
  2. B ervan overtuigen dat telefoontassen een goede oplossing zijn voor de problemen met het gebruik van de mobiele telefoon in de les.
  3. C informeren over problemen die scholen in de les ondervinden met nieuwe technologieën en mogelijke oplossingen hiervoor.
  4. D informeren over de telefoontas, die door steeds meer scholen gebruikt wordt in de les.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 25 1 punt

Wat is een belangrijke conclusie van deze tekst? Scholen hebben moeite met het gebruik van digitale apparaten in de klas

  1. A en kiezen dan ook voor een verbod daarvan in het lokaal.
  2. B en vinden dat de docenten hier zelf strenger tegen moeten optreden.
  3. C maar hebben de oplossing gevonden in de telefoontas.
  4. D maar hebben een mogelijke oplossing gevonden in de telefoontas.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 26 1 punt

Voor wie is deze tekst vooral bestemd?

  1. A voor mensen die geïnteresseerd zijn in het probleem van afleiding door digitale apparaten op scholen
  2. B voor jongeren die tijdens de les veel met digitale apparaten bezig zijn
  3. C voor leraren die veel last hebben van het gebruik van digitale apparaten in de les
  4. D voor ouders van jongeren die tijdens de les veel met digitale apparaten bezig zijn
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Schrijfopdracht

In de les maatschappijleer behandelen jullie de tekst ‘Scholen worstelen nog met schermpjes in de klas’. De tekst is heel herkenbaar, want ook bij jou op school is het regelmatig onduidelijk of je de mobiele telefoon wel of niet mag gebruiken tijdens de les. Sommige docenten staan wel toe dat je je mobiele telefoon tijdens de les gebruikt, andere verbieden het gebruik ervan volledig en bij weer andere docenten wordt een soort telefoontas gebruikt. Er ontstaat dan ook een levendige discussie over het wel of niet mogen gebruiken van je mobiele telefoon tijdens de lessen. Ook wordt er gediscussieerd over het nut om een algemene schoolregel voor het gebruik van de mobiele telefoon in te voeren.

Je besluit dat je je verder wilt verdiepen in dit onderwerp. Daarvoor interview je leerlingen en docenten over hun ideeën over het omgaan met de mobiele telefoon in de lessen. De meeste leerlingen en docenten gaven zowel voordelen als nadelen aan van het gebruik van de mobiele telefoon tijdens de les en dat verbaast je wel enigszins. Je had verwacht dat de leerlingen vrijwel alleen voordelen zouden noemen en de docenten bijna alleen maar nadelen. Het is dus minder eenvoudig dan het lijkt.

Je vindt het hoe dan ook belangrijk dat de school een duidelijk telefoonbeleid hanteert. Om de school daarvan te overtuigen, schrijf je een artikel voor de nieuwsbrief van de school. In dit artikel ga je in op de voor- en nadelen van het gebruik van de mobiele telefoon tijdens de les en de mogelijke manieren om tijdens de les met de telefoon om te gaan. Ook geef je weer hoe de school volgens jou met mobiele telefoons om moet gaan. Je onderbouwt je eigen standpunt met argumenten. Uiteindelijk hoop je dat de schoolleiding door jouw artikel een duidelijk telefoonbeleid zal invoeren.

Vraag 27 13 punten

Opdracht Schrijf het artikel voor de nieuwsbrief van school. Gebruik daarvoor de gegevens op de vorige bladzijde en de tekst ‘Scholen worstelen nog met schermpjes in de klas’. Gegevens die niet in de opdracht vermeld staan, moet je zelf bedenken.

Bekijk het antwoord

Als de kandidaat de opdracht helemaal niet heeft uitgewerkt, geen scorepunten toekennen.

27.1 maximumscore 6 Aftrek inhoud De score is 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Indien de volgende elementen geheel of gedeeltelijk onjuist zijn of ontbreken:

  • wat kandidaat hoopt te bereiken met artikel: dat de schoolleiding een duidelijk telefoonbeleid zal invoeren (1p)

27.2 maximumscore 5 Aftrek taalgebruik De score is 5 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Let op: Om taalgebruik te kunnen beoordelen, moet de uitwerking van de kandidaat een minimum aantal woorden bevatten. Als de uitwerking van de

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Nederlands 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0011-a-19-1-o

Andere examens Nederlands vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (11), tekstverbanden en signaalwoorden (6) en tekstsoorten en tekstdoelen (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0011-a-19-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.