Eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 En nooit lieten ze meer iets van zich horen, Tekst 2 Pas op met aubergines!, Tekst 3 Klimaathelden gefeliciteerd!, Tekst 4 Als je puber te laat naar bed gaat, Schrijfopdracht.
Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 telt 38 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (18), tekstverbanden en signaalwoorden (9) en tekstsoorten en tekstdoelen (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Leesvaardigheid | 1, 3-8, 10, 15, 18-20, 24, 27-28, 31-33 | 18 |
| Tekstverbanden en signaalwoorden | 2, 11-12, 16-17, 21, 29-30, 34 | 9 |
| Tekstsoorten en tekstdoelen | 13-14, 23, 25-26, 36 | 6 |
| Samenvatten | 9, 22, 37 | 3 |
| Argumentatie | 35 | 1 |
| Schrijfvaardigheid | 38 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens Nederlands vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Tekst 1 En nooit lieten ze meer iets van zich horen
En nooit lieten ze meer iets van zich horen (1) Ik kan het me niet voorstellen: heb hier geen zin in’ te zeggen en zonder opgaaf van reden abrupt uit heeft moeite zich ergens aan te iemands leven verdwijnen. Maar als 45 binden. Een bijeffect van het altijd ik de berichten moet geloven, met elkaar verbonden zijn door het
5 gebeurt het op grote schaal. Sterker internet, lijkt te zijn dat individuele nog: het gebeurt zo vaak dat er in de contacten aan waarde verliezen. En Verenigde Staten dus een speciale dus worden whatsappjes genegeerd, term voor is verzonnen: ghosting. Dit 50 blijven mailtjes onbeantwoord en is het abrupt verbreken van contact worden afspraken lastminute
10 met iemand
- bijvoorbeeld een afgezegd. voormalige romantische partner
- (4) Ik ken de verhalen over ghosting door telefoontjes, berichtjes, alleen uit de media. Daarin wordt enzovoort niet langer te accepteren 55 ghosting vooral toegeschreven aan of te beantwoorden. millennials (geboren tussen 1980 en
15 (2) De verhalen over ghosting 2000). Zij zouden communicatie- worden veelal gelinkt aan datingapps problemen hebben. als Tinder. Wanneer je elkaar online (5) Maar ghosting is natuurlijk al veel ontmoet, deel je geen kennissen of 60 ouder dan de millennial. Op de vrienden. Dat zou het makkelijker Instagrampagina ‘Liefde van toen’
20 maken om uit iemands leven te van journalist Mark Traa staan mooie verdwijnen: er is immers geen sociale voorbeelden van hoe ghosting er druk om tekst en uitleg te geven. De vroeger uitzag. Traa verzamelt oude kans dat je elkaar weer tegen het lijf 65 contactadvertenties uit kranten
- loopt, is bovendien verwaarloosbaar. gepubliceerd tussen 1840 en 1940 –
25 Maar ghosting komt, zo leerde ik, ook van minnaars, geliefden en in andere vormen voor. Zo ben ik zelf zoekenden. Hoewel de context zeer bedreven in een vorm van ontbreekt, geven de advertenties ghosting waarbij je een feestje 70 bijzondere inkijkjes in de wereld van verlaat zonder afscheid te nemen. de abrupt verscheurde liefdes-
30 (3) Wordt er in de datingwereld zo relaties. Zo schrijft ene ‘M.’: ‘Willem veel geghost, simpelweg omdat er zo kom in vredesnaam terug of geef veel te kiezen valt? Volgens mij is er adres’. Of de oproep aan ‘Snoes’: meer aan de hand. Ik heb mezelf 75 ‘Slechts een brief! Ge zijt toch niet wijsgemaakt dat stiekem een feestje ziek of van gedachten veranderd?’
35 verlaten sociaal geaccepteerd is. (6) Ook journalist Gijs van der Maar waar het op neerkomt, is dat ik Sanden schrijft, in een column over het doe om de confrontatie te zijn online-ervaringen, dat ghosting vermijden, om de discussie over ‘nog 80 een eeuwenoud onderwerp is, dat één drankje’ niet te hoeven voeren. uitentreuren is bezongen en
40 Ik ben daar niet alleen in, mijn beschreven. “Wat wél nieuw lijkt te generatie
- ik ben van 1985
- lijkt het zijn, is de schaal waarop het moeilijk te vinden om ‘sorry, maar ik gebeurt”, schrijft Van der Sanden.
85 “Met de opkomst van datingapps is persoonlijkheidsstoornis borderline het makkelijker geworden elkaar van als oorzaak genoemd, al ontbreekt de ene op de andere dag te het daarvoor aan enige negeren.” Het is aanlokkelijker om 135 psychologische onderbouwing. En iemand te ghosten, want dankzij de dan is er nog de angst voor de
90 talloze nieuwe communicatie- reactie van de ander. Schrijver middelen staan we constant met Emily Kellogg verdedigt vrouwelijke elkaar in contact, terwijl we zo veel ghosters door te stellen dat het soms contacten onmogelijk allemaal 140 de veiligste manier is om een relatie kunnen onderhouden. te beëindigen.
95 (7) Bovendien is het ghosten zelf (10) Het fenomeen ghosting is niet vele malen zichtbaarder geworden. onschuldig. Het kan grote psychische Twintig jaar geleden kon je iemand schade aanrichten, aangezien ghosten door je vaste telefoon niet 145 afwijzing zonder duidelijke reden meer te beantwoorden. Wie dat iemands zelfvertrouwen aantast. Uit
100 deed, was simpelweg niet thuis of zat psychologisch onderzoek blijkt verder aan het avondmaal. Nu verraden dat afwijzing dezelfde gebieden in de twee blauwe vinkjes in Whatsapp dat hersenen activeert als fysieke pijn. je bericht is afgeleverd én gelezen. 150 Dat betekent dus dat je er daad- Een nieuwe foto op Instagram werkelijk lichamelijke hinder van kunt
105 bevestigt dat je nog leeft en gezien je ondervinden. laatste Twitterbericht is er ook niets (11) Dat we door sociale media meer mis met je vingers. Dat maakt het met elkaar in contact staan, betekent ghosten mogelijk pijnlijker: het 155 niet dat we ook beter zijn geworden ‘slachtoffer’ wordt immers zichtbaar in het communiceren zelf.
110 genegeerd. Integendeel, we lijken soms zo bang (8) Psycholoog Wendy Walsh legt uit voor confrontatie, dat we dat er drie niveaus van ghosting ongemakkelijke situaties liever bestaan. De eerste variant is 160 vermijden dan te vertellen hoe we wanneer je iemand tijdelijk negeert, ons voelen of wat we denken. Het
115 bijvoorbeeld omdat het contact je niet gevolg is dat we oppervlakkige goed uitkomt of omdat je even geen relaties met elkaar opbouwen en zin hebt om te reageren. Het tweede daardoor nooit weten wat we van niveau is vervelender: wanneer je 165 elkaar kunnen verwachten. iemand een aantal keer hebt ontmoet (12) Datingapps Bumble en Badoo
120 en je het contact plotsklaps zagen zich zelfs genoodzaakt om verbreekt. En dan is er nog het ghosting op hun platforms in te toppunt: “Wanneer je een seksuele perken. Bij Bumble krijgen gebruikers relatie met iemand bent aangegaan, 170 die niet op berichten reageren dan verdwijnt en de ander daarmee tegenwoordig een melding waarin ze
125 overrompelt.” worden aangespoord het gesprek (9) Er bestaat niet één alomvattende voort te zetten of beleefd te reden waarom mensen ghosten. beëindigen. Vaak genoeg komt ghosting voort uit 175 (13) Bij de uitvinding van het een vorm van narcisme 1) en uit het wereldwijde web, nu dertig jaar
130 idee beter te zijn dan de ander. geleden, voorspelde men dat het Online wordt her en der zelfs de internet onze wereld kleiner zou
maken: verre vrienden en familie- er nu voor zorgt dat we steeds
180 leden hoefden, voor een teken van onachtzamer omgaan met die ene, leven, niet langer te wachten op een 190 individuele connectie. Die lijkt minder brief of een ingesproken cassette- waard. bandje. Die voorspelling is (14) Het is dan ook hoog tijd voor uitgekomen. Met één druk op de nieuwe (on)geschreven regels over
185 knop kunnen we de hele wereld onze hoe we met elkaar omgaan. Regel telefoon binnenhalen. Daartegenover 195 één lijkt me duidelijk: ‘Gij zult niet staat dat de veelheid aan connecties ghosten.’
naar een tekst van Hasna El Maroudi, NRC, 16 maart 2019
noot 1 narcisme: een ziekelijke liefde voor zichzelf / de eigen persoonlijkheid
Vraag 1 1 punt
Wat is het hoofdonderwerp van deze tekst?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 2 1 punt
Hoe wordt de tekst ingeleid in alinea 1? vooral door
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 3 1 punt
In alinea 2 geeft de schrijfster van de tekst twee verschillende verklaringen voor het feit dat ghosting vaak gelinkt wordt aan datingsapps. Noteer deze twee verklaringen in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Beide verklaringen moeten correct zijn voor toekenning van het scorepunt.
Vraag 4 1 punt
Welke twee verklaringen voor ghosten geeft de schrijfster in alinea 3? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Beide verklaringen moeten correct zijn voor toekenning van het scorepunt.
- Als de kandidaat bij 1 alleen antwoordt met ‘sorry, maar ik heb hier geen zin in (te zeggen)’, geen scorepunt toekennen.
- Als de kandidaat bij 1 alleen antwoordt ‘om de discussie over nog een drankje…’, geen scorepunt toekennen.
Vraag 5 1 punt
In alinea 4 zegt de schrijfster dat in de media ghosting vooral wordt toegeschreven aan millennials. De uitleg die de media hierbij geven, is echter subjectief. Citeer het woord uit alinea 4 waaruit blijkt dat de schrijfster deze uitleg subjectief vindt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat meer dan één woord gebruikt, geen scorepunt toekennen.
Vraag 6 1 punt
In alinea’s 5 en 6 staat dat ghosting al eeuwenoud is. Volgens Van der Sanden lijkt er wel wat nieuw te zijn aan het ghosten van tegenwoordig. Schrijf in eigen woorden op wat volgens Van der Sanden nieuw lijkt aan het ghosten van tegenwoordig. Noteer je antwoord in maximaal
15 woorden in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als uit het antwoord van de kandidaat niet duidelijk blijkt dat het ‘tegenwoordig/nu’ betreft, geen scorepunt toekennen.
- Als de kandidaat een zin uit de tekst citeert in zijn antwoord, geen scorepunt toekennen.
- Als de kandidaat meer dan 15 woorden gebruikt, geen scorepunt toekennen.
Vraag 7 1 punt
Alinea 6 eindigt met: “Het is aanlokkelijker om iemand te ghosten, want dankzij de talloze nieuwe communicatiemiddelen staan we constant met elkaar in contact, terwijl we zo veel contacten onmogelijk allemaal kunnen onderhouden.” Alinea 7 begint met: “Bovendien is het ghosten zelf vele malen zichtbaarder geworden.” Wat is het verband tussen deze twee zinnen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 8 2 punten
Volgens psycholoog Wendy Walsh bestaan er drie niveaus van ghosting (alinea 8). Kruis in het schema in de uitwerkbijlage aan bij welk niveau van ghosting de situaties volgens Walsh horen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden Niveaus 1 2 (3) Je laat een goede vriendin een week absoluut niets X van je horen. Je negeert een vakantievriend totaal nadat je thuis X bent gekomen. Na drie keer gezellig samen koffie te hebben X gedronken, laat je niets meer van je horen. Na een leuke avond in het café reageer je twee weken lang niet op appjes met de vraag elkaar nog eens te X ontmoeten. Tegen een geliefde zeg je dat je even naar de winkel gaat voor een boodschap en vervolgens laat je niets X meer van je horen. indien vijf goed (2) indien vier of drie goed (1) indien twee of minder goed (0) (2)
Vraag 9 2 punten
“Er bestaat niet één alomvattende reden waarom mensen ghosten.” (regels 126-127) Vat de in alinea 9 genoemde redenen samen in maximaal 50 woorden. Neem alleen de hoofdzaken op in je samenvatting. Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de kandidaat voorbeelden geeft in plaats van hoofdzaken, geen scorepunten toekennen.
- Als de kandidaat meer dan 50 woorden gebruikt, 1 scorepunt in mindering brengen op de behaalde score.
Vraag 10 1 punt
“Het fenomeen ghosting is niet onschuldig.” (regels 142-143) Noem de twee gevolgen van ghosting die in alinea 10 genoemd worden. Gebruik per gevolg maximaal drie woorden. Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Beide gevolgen moeten correct zijn voor toekenning van het scorepunt.
- Als de kandidaat bij 2 antwoordt met ‘fysieke pijn’, geen scorepunt toekennen.
- Als de kandidaat meer dan drie woorden voor een gevolg gebruikt, geen scorepunt toekennen.
Vraag 11 1 punt
Alinea 12 bestaat uit twee zinnen:
1 Datingapps Bumble en Badoo zagen zich zelfs genoodzaakt om ghosting op hun platforms in te perken.
2 Bij Bumble krijgen gebruikers die niet op berichten reageren tegenwoordig een melding waarin ze worden aangespoord het gesprek voort te zetten of beleefd te beëindigen. Moet je beide zinnen in een samenvatting van deze tekst opnemen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 12 1 punt
Alinea 14 is het slot van deze tekst. Welke functie heeft het slot van deze tekst? Het slot is een
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 13 1 punt
Wat zijn de twee belangrijkste doelen van deze tekst? De tekst wil de lezer
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 14 1 punt
Voor wie is deze tekst vooral bedoeld? voor lezers die
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Tekst 2 Pas op met aubergines!
Pas op met aubergines! (1) Superhelden, een lama en een top 20 van Frankrijk stond volgens de gezicht met ijspegels. Het zijn slechts studie uit 2015 bijvoorbeeld vol drie voorbeelden van de 150 nieuwe 45 hartjes in allerlei maten en kleuren. emoji die vorige maand werden Nederlanders gebruikten de
5 aangekondigd. Later dit jaar zullen ze partypopper en de spierbal-arm meer na updates in WhatsApp en dan andere landen. Facebook verschijnen. Er zijn dan (4) Aan zeemeerminnen, pizzapunten bijna drieduizend emoji in omloop en 50 en kamelen hebben we in de praktijk ze zijn een niet meer weg te denken minder behoefte. Logisch, want die
10 communicatiemiddel. Niet alleen voegen weinig toe aan gesprekken, online, maar ook offline. Er zijn zegt taalkundige Lieke Verheijen, die kussentjes in de vorm van de ‘digi-taal’ onder jongeren onderzoekt. lachende drol, de klassieker ‘Moby 55 “Wie appt dat hij een pizza gaat eten, Dick’1) is vertaald als ‘Emoji Dick’ en denkt er meestal niet direct aan een
15 vorig jaar kwam de
- overigens pizzaplaatje erbij te zoeken. Het slecht ontvangen
- animatiefilm ‘The gebeurt soms voor de grap, maar het Emoji Movie’ uit. Ook de wetenschap is niet echt relevant. Hartjes en stort zich vol op het fenomeen. Wat 60 gezichten voegen emotionele waarde weten we over emojicommunicatie? toe.” We willen met emoji vooral
20 (2) Denk niet dat je origineel bent als communiceren wat we live met je een emoji gebruikt die huilt van het lichaamstaal uitdrukken. En wanneer lachen. Het schaterlachende heb je een inktvis of donut nodig om gezichtje met traantjes over de 65 de lading van je boodschap duidelijk wangen, is met afstand de meest te maken?
25 gebruikte emoji wereldwijd. Hij (5) Slechts 17,5 procent van de beslaat zo’n 15 procent van ons tweets met emoji erin is negatief, emojigebruik, analyseerden concludeerden Sloveense onderzoekers van de universiteiten 70 onderzoekers in 2015 op basis van van Beijing en Michigan in 2015. De meer dan 69.000 tweets uit
30 Oxford Dictionary riep de ‘Face with verschillende landen. Meestal waren tears of joy’-emoji dat jaar tot ‘woord’ dat droevige gezichtjes. In het van het jaar uit. positieve emojigebruik, zo’n (3) De schaterlach staat in 2018 nog 75 54 procent van de gevallen, zat meer altijd met stip op één, blijkt uit variatie. Er wordt op Twitter gestrooid
35 emojitracker.com, die live het met lachende gezichten, hartjes, emojigebruik op Twitter volgt. De ingepakte cadeautjes, feestemoji en nummers twee en drie zijn het hartje trofeeën. en het gezicht met hartjesogen, 80 (6) Gebruikt de jeugd meer emoji dan gevolgd door meer gezichtjes, hartjes oudere generaties? Ja, maar het
40 en enkele handgebaren. Landen verschil is kleiner dan je misschien wereldwijd verschillen daar weinig in, denkt. Facebook Messenger hield al zijn er wel kleine verschillen. De afgelopen jaar een enquête onder
85 ruim negenduizend gebruikers over tweets met het perzikplaatje gaat het hun onlinecommunicatie. Van de 120 daadwerkelijk over fruit, ontdekte de 56- tot 64-jarigen zei 77 procent website Emojipedia in 2016. emoji te gebruiken, tegenover (9) Of mensen grootverbruiker zijn of
92 procent van de 13- tot 18-jarigen. niet, ze zijn het er meestal over eens
90 (7) Emoticons 2) kunnen dat emoji niet thuishoren in e-mails, misverstanden voorkomen. Zet :-P 125 zéker niet in zakelijke context. De achter een zin en het is duidelijk dat ouderwetse emoticon is tegen alle je een grap maakt. Maar in emojiland adviezen in wel het bedrijfsleven is wel érg veel keuze in gezichts- binnengedrongen. Een Scandina-
95 uitdrukkingen. Dat kan verwarrend vische studie vond in 2014 in zijn. Wetenschappers van de 130 17,7 procent van de onderzochte universiteit van Minnesota vroegen werkmails emoticons. Het leeuwen- proefpersonen naar de betekenis van deel betrof de lachende smiley. diverse emoji. Over het gezicht met Zeker in het eerste contact is dat
100 hartjesogen was het oordeel redelijk onverstandig, bleek vorig jaar uit unaniem: dat gaat over liefde. Maar 135 een studie waar Gerben van Kleef een gezicht dat bijvoorbeeld officieel van de Universiteit van Amsterdam een ‘ongeamuseerde blik’ uitbeeldt, bij betrokken was. Proefpersonen leverde verschillende interpretaties vonden een zakelijke e-mailer die
105 op: van teleurgesteld en lachende smileys gebruikte gedeprimeerd tot niet onder de 140 minder competent en stuurden indruk of argwanend. Een vervolg- minder informatieve e-mails terug. studie toonde afgelopen jaar aan dat Van Kleef: “Onze resultaten het amper verschil maakt of beperken zich tot eerste indrukken.
110 verwarrende emoji los of in Als mensen elkaar kennen, maakt zinscontext staan. 145 het misschien minder uit, al kan ik (8) Over ambigue afbeeldingen me voorstellen dat overmatig gesproken: pas een beetje op met smileygebruik ook dan negatieve groente en fruit. Tenzij u over gevolgen kan hebben.” Lachende
115 geslachtsdelen wilt praten, kunt u de drollen naar de baas of klanten aubergine beter vermijden. En de 150 sturen is waarschijnlijk al helemaal perzik staat vaak synoniem voor een slecht idee. billen. Slechts in 7 procent van de
naar een artikel van Anouk Broersma, de Volkskrant, 7 april 2018
noot 1 ‘Moby-Dick of de Walvis’ is een beroemd boek uit 1851 over de jacht op een witte walvis. noot 2 Emoticons zijn met leestekens uitgebeelde emoties, zoals :-). Emoji zijn plaatjes die bijvoorbeeld een emotie uitdrukken, zoals �.
Vraag 15 1 punt
Wat is het hoofdonderwerp van deze tekst?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 16 1 punt
In alinea 1 wordt het onderwerp van de tekst geïntroduceerd. Op welke drie manieren gebeurt dat? Zet in de uitwerkbijlage een kruisje achter de drie juiste antwoorden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De kandidaat moet de drie juiste antwoorden aankruisen voor toekenning van het scorepunt.
Vraag 17 1 punt
Alinea 2 en alinea 3 hebben een gemeenschappelijk deelonderwerp. Welk deelonderwerp is dat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 18 1 punt
“Emoticons kunnen misverstanden voorkomen. Zet :-P achter een zin en het is duidelijk dat je een grap maakt. Maar in emojiland is wel érg veel keuze in gezichtsuitdrukkingen. Dat kan verwarrend zijn.” (regels 90-96) Welke twee zaken worden in deze zinnen tegenover elkaar gezet? Vul de zinnen in de uitwerkbijlage aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De kandidaat moet beide delen van de tegenstelling noemen voor toekenning van het scorepunt.
Vraag 19 1 punt
Welke woordgroep in alinea 7 heeft ongeveer dezelfde betekenis als het woord ‘ambigue’ (regel 112) in alinea 8? Citeer deze woordgroep.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.
Vraag 20 1 punt
Citeer de zin uit alinea 9 die duidelijk maakt welke gevolgen het heeft als mensen emoticons of emoji gebruiken in zakelijke e-mails.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- “Proefpersonen vonden een zakelijke e-mailer die lachende smileys gebruikte minder competent en stuurden minder informatieve e-mails terug.” (regels 137-141) (1)
Vraag 21 1 punt
Alinea 9 is het slot van deze tekst. Welke functie heeft het slot van deze tekst? Het slot
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 22 2 punten
Welke drie van onderstaande zinnen uit de tekst bevatten informatie die zeker in een samenvatting van deze tekst moet worden opgenomen? Noteer de nummers van deze zinnen in de uitwerkbijlage.
1 Er zijn dan bijna drieduizend emoji in omloop en ze zijn een niet meer weg te denken communicatiemiddel.
2 De top 20 van Frankrijk stond volgens de studie uit 2015 bijvoorbeeld vol hartjes in allerlei maten en kleuren.
3 We willen met emoji vooral communiceren wat we live met lichaamstaal uitdrukken.
4 Facebook Messenger hield afgelopen jaar een enquête onder ruim negenduizend gebruikers over hun onlinecommunicatie.
5 Een vervolgstudie toonde afgelopen jaar aan dat het amper verschil maakt of verwarrende emoji los of in zinscontext staan.
6 Of mensen grootverbruiker zijn of niet, ze zijn het er meestal over eens dat emoji niet thuishoren in e-mails, zéker niet in zakelijke context.
7 Proefpersonen vonden een zakelijke e-mailer die lachende smileys gebruikte minder competent en stuurden minder informatieve e-mails terug.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de kandidaat de zinnen uitschrijft bij (of in plaats van) de bijbehorende nummers, dan geldt dit als een correct antwoord.
- Als de kandidaat meer dan drie antwoorden geeft, alleen de eerste drie antwoorden beoordelen.
Tekst 3 Klimaathelden gefeliciteerd!
naar een advertentie in de Volkskrant, 15 maart 2019
Vraag 23 1 punt
De foto in deze advertentie trekt de aandacht van de lezer. Welke andere functie heeft de foto in deze advertentie?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 24 1 punt
In de tekst staat: “We stonden met 40.000 in de regen voor eerlijk en ambitieus klimaatbeleid.” Welke twee zaken uit de tekst vallen onder dit klimaatbeleid? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Beide antwoorden moeten correct zijn voor toekenning van het scorepunt.
Vraag 25 1 punt
Op welke doelgroep richt deze advertentie zich vooral? op mensen die
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 26 1 punt
Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 27 1 punt
Citeer het zinsgedeelte uit de advertentietekst dat beschrijft wat op de foto te zien is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat meer citeert, geen scorepunt toekennen.
Tekst 4 Als je puber te laat naar bed gaat
Als je puber te laat naar bed gaat (1) De schooldag is nog maar net licht van schermpjes is de begonnen, maar de leerlingen lijken melatoninespiegel met 22 procent al doodmoe. Sommigen liggen 45 gedaald. voorover op hun tafeltjes. De (5) Als pubers op vakantie minder
5 docenten vinden het maar niets en apparaten gebruiken en dus hun foeteren inwendig op de biologische klok meer volgen, dan smartphones, ongemotiveerde jeugd maken ze nachten van wel negen of en al te tolerante ouders. Ze 50 tien uur. Die hoeveelheid slaap realiseren zich vaak niet dat ouders hebben ze ook echt nodig om
10 en pubers er echt wel iets aan uitgerust op te staan en goed te proberen te doen. kunnen functioneren. Als ze na de (2) Maar pubers op tijd naar bed vakantie weer op tijd moeten opstaan laten gaan, leidt bij veel gezinnen tot 55 om naar school te gaan, missen ze conflicten. En ’s morgens is het wéér twee à drie uur slaap per nacht. En
15 een strijd om ze op tijd hun bed uit te eerder gaan slapen lukt dus niet, krijgen. Ouders zetten soms wel twee vanwege die op hol geslagen of drie wekkers, flink ver van het bed melatoninespiegel. Als het al lukt om van hun kind. Alleen helpt dat geen 60 ’s ochtends op tijd op school te zier, want de pubers draaien zich om komen, dan zit die slaapverwekkende
20 en zijn weer vertrokken. De ouders melatonine nog altijd in hun hersenen weten zich lang in te houden, maar en daar is niets tegen te beginnen. roepen uiteindelijk geërgerd: “Ga nou Een volwassene die om zeven uur toch op tijd naar bed, dan kun je ook 65 ’s morgens opstaat, heeft daar geen eerder opstaan!” last van en denkt al snel dat die
25 (3) Jammer voor hen, maar ze zitten slaperige puber zich aanstelt. er hoogstwaarschijnlijk naast. Naar (6) Hoe vroeger een tiener moet het slaappatroon bij pubers zijn al opstaan, hoe beroerder hij het op heel wat onderzoeken gedaan en de 70 school doet. De vermoeidheid heeft uitkomsten daarvan zijn vrijwel gelijk: namelijk invloed op zijn
30 bij pubers valt de melatoninepiek
- leerprestaties, zijn geheugen en dus het moment waarop het gehalte natuurlijk ook op zijn motivatie, blijkt van dit ‘slaaphormoon’ in het bloed uit onderzoek. De cijfers van stijgt
- twee uur later dan bij 75 zevenduizend middelbare scholieren volwassenen. stegen in de Amerikaanse staat
35 (4) Dat is bij veel zoogdieren zo, Minnesota aanzienlijk nadat de start maar bij ons maken smartphones en van de lessen was verschoven van andere beeldschermen dat probleem 7.30 uur naar 8.40 uur. En in groter. Toen wij jong waren, lagen we 80 Kentucky zagen de middelbare met een zaklamp onder de dekens te scholen die een uur later begonnen
40 lezen. Nu communiceren jongeren de werklust en de studieresultaten via appjes en videogames. Al na met sprongen toenemen. twee uur blootstelling aan het blauwe
(7) De Amerikaanse sociaal psycho- Alle pubers zouden het recht moeten
85 loog en slaapexpert James B. Maas krijgen om onder optimale zei het zo: “Onze hersenen kunnen omstandigheden te leren. Dus laten niet zonder slaap. Een tekort daar- we het oude gezegde ‘Die geleerd wil aan leidt tot aanzienlijk slechtere 95 worden, moet vroeg opstaan’, prestaties. Vermoeidheid moeten we vervangen door ‘Sta laat op, dan
90 vooral niet verwarren met luiheid. gaan je cijfers omhoog’.”
naar een artikel van Isabelle Filliozat, Psychologie Magazine 4-2018
De teksten die voor dit examen gebruikt zijn, zijn bewerkt om ze geschikt te maken voor het examen. Dit is gebeurd met respect voor de opvattingen van de auteur(s). Wie kennis wil nemen van de oorspronkelijke tekst(en), raadplege de vermelde bronnen. Het College voor Toetsen en Examens is verantwoordelijk voor vorm en inhoud van dit examen.
►►► ν
Vraag 28 1 punt
Wat is het hoofdonderwerp van deze tekst?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 29 1 punt
Welke alinea vormt of welke alinea’s vormen de inleiding van deze tekst en waarom?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 30 1 punt
“Dat is bij veel zoogdieren zo” (regel 35) Citeer het zinsgedeelte waarnaar ‘Dat’ verwijst. Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.
Vraag 31 1 punt
Dat jongeren later gaan slapen dan hun ouders eigenlijk willen, is iets van alle tijden, blijkt uit de tekst. Citeer de zin uit alinea 1, 2, 3 of 4 waarin dit verschijnsel wordt vermeld.
Bekijk het antwoord
- “Toen wij jong waren, lagen we met een zaklamp onder de dekens te lezen.” (regels 38-40) (1)
Vraag 32 1 punt
Als een puber vroeg opstaat, kan hij dan direct goed functioneren, zoals een volwassene die vroeg opstaat? Geef antwoord op de vraag en licht je antwoord toe. Baseer je antwoord op de informatie in alinea 5. Noteer je antwoord in maximaal 15 woorden in de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Voor toekenning van het scorepunt moet de kandidaat de vraag ontkennend beantwoorden en zijn antwoord toelichten.
- Als de kandidaat meer dan 15 woorden gebruikt, geen scorepunt toekennen.
Vraag 33 1 punt
Welk deelonderwerp hebben de alinea’s 6 en 7?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 34 1 punt
Hoe kan het slot van deze tekst opgevat worden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 35 1 punt
De schrijfster gebruikt informatie uit twee onderzoeken en zij citeert een deskundige. Met welk doel gebruikt zij deze informatie en citaten?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 36 1 punt
Wat is het belangrijkste doel van deze tekst?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 37 1 punt
Welke zin vat deze tekst het best samen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Schrijfopdracht
De schooldirectie is aan het nadenken over het aanpassen van de schooltijden, met ingang van volgend schooljaar. Het idee is om de lessen een uur later te laten beginnen. Dat betekent wel dat de lessen ’s middags langer zullen doorgaan. De directie wil graag weten wat de leerlingen vinden van een mogelijke aanpassing van de schooltijden.
In de les Nederlands is de tekst ‘Als je puber te laat naar bed gaat’ behandeld. In die tekst wordt het beeld geschetst van vermoeide pubers aan het begin van de schooldag. In jouw klas ontstaat een discussie hierover. Sommige leerlingen herkennen dit beeld en zien de tekst als bewijs dat ze dus niets aan hun vermoeidheid kunnen doen. Andere leerlingen vinden dat je er zelf verantwoordelijk voor bent dat je genoeg slaapt, om zo uitgerust aan de schooldag te kunnen beginnen.
Je besluit om een e-mail te schrijven aan de schooldirecteur, waarin je laat weten of je voor- of tegenstander bent van het plan om de schooltijden aan te passen. In je e-mail beschrijf je de discussie in de klas over vermoeide pubers. Je geeft een mogelijk voordeel en een mogelijk nadeel van het aanpassen van de schooltijden. Natuurlijk geef je ook uitgebreid je mening. Aan het eind van je e-mail nodig je de directeur uit om met de klas in gesprek te gaan over het plan om de schooltijden aan te passen.
Let op: de laatste opdracht van dit examen staat op de volgende pagina.
Vraag 38 13 punten
Opdracht Schrijf de e-mail aan meneer Overbeek, de directeur van jouw school. Een aantal gegevens is al voorgedrukt in de uitwerkbijlage. Vermeld het onderwerp van je e-mail in de onderwerpregel. Gebruik voor je e-mail de gegevens op de vorige bladzijde en eventueel de tekst ‘Als je puber te laat naar bed gaat’. Gegevens die niet in de opdracht staan, moet je zelf bedenken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Als de kandidaat de opdracht helemaal niet heeft uitgewerkt, geen scorepunten toekennen.
38.1 maximumscore 6 Aftrek inhoud De score is 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.
Indien de volgende elementen onjuist zijn of ontbreken:
- verzoek om een snelle reactie (1p)
38.2 maximumscore 5 Aftrek taalgebruik De score is 5 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.
Let op: Om taalgebruik te kunnen beoordelen, moet de uitwerking van de kandidaat een minimum aantal woorden bevatten. Als de uitwerking van de kandidaat uit minder dan 100 woorden bestaat, géén scorepunten voor taalgebruik toekennen. De voorgedrukte gegevens tellen niet mee voor het bepalen van het aantal woorden.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Nederlands 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0011-a-21-1-o
Andere examens Nederlands vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?
Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 telt 38 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (18), tekstverbanden en signaalwoorden (9) en tekstsoorten en tekstdoelen (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0011-a-21-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.