Eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Dagelijks douchen, Tekst 2 Perenbomen als vervanging voor de verloren riffen van de Waddenzee?, Tekst 3 Spup, Tekst 4 Telefoonscherm komt tussen ouder en kind, Schrijfopdracht.
Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), tekstverbanden en signaalwoorden (6) en argumentatie (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Leesvaardigheid | 1, 3-5, 8, 10-13, 15-16, 21-27, 29-30 | 20 |
| Tekstverbanden en signaalwoorden | 2, 6, 9, 14, 17-18 | 6 |
| Argumentatie | 7, 20, 31-32 | 4 |
| Samenvatten | 28, 33 | 2 |
| Tekstsoorten en tekstdoelen | 19 | 1 |
| Schrijfvaardigheid | 34 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over leesvaardigheid (59% van de vragen, gemiddeld 46%). Minder over tekstsoorten en tekstdoelen (3% van de vragen, gemiddeld 18%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Tekst 1 Dagelijks douchen
(1) Lekker warm water, genoeg sop en dat het liefst twee keer per dag. Terwijl het vroeger gebruikelijk was om hooguit een keer per week onder een stromende douche te stappen, zijn er steeds meer mensen die twee keer per dag gaan.
(2) Maar dat is helemaal niet goed voor onze huid. En dus is ons douchegedrag een terugkerend gespreksonderwerp in de spreekkamer van dermatologen¹⁾. “Als jij een wat drogere, gevoelige huid hebt, kunnen klachten van eczeem of psoriasis²⁾ door douchen verergeren”, verklaart Jacco de Pooter, dermatoloog in het Isala Dermatologisch centrum in Zwolle. “Door te warm water, te veel water én wassen met zeep poetsen we namelijk de vetlaag van onze huid. Het gevolg: onze huid wordt droog en kwetsbaar.”
(3) Laten we er eerst een paar cijfers bij pakken. De recentste zijn van het CBS³⁾ uit 2021: de gemiddelde Nederlander doucht zes keer per week, ruim 7 minuten per dag. Per persoon gaat ruim 46 liter per dag op aan douchen. Jongeren tussen 15 en 25 jaar douchen gemiddeld vaker dan een keer per dag én langer, namelijk 8,4 minuten.
(4) Wie een gevoelige huid heeft, loopt een groter risico om bijvoorbeeld eczeem te krijgen, stellen dermatologen. Nu al hebben meer dan 800.000 mensen eczeem door aanraking met bepaalde producten, zoals zeep. De verwachting is dat die groep de komende jaren groter wordt. Ter illustratie: tijdens de coronapandemie zagen dermatologen meer patiënten die eczeem op de handen kregen door al het handen wassen.
(5) “Niemand wil stinken en we denken dat het normaal is om allerlei producten te gebruiken. Maar dat is helemaal niet nodig”, stelt hoogleraar Thomas Rustemeyer, dermatoloog in het Amsterdam UMC. Het is genoeg om alleen de oksels, liezen en voeten met zeep te wassen. Alleen als de huid zichtbaar vies is, kan daar een sopje overheen. Maar anders volstaat water.
(6) “Eigenlijk is ons douchegedrag het resultaat van ‘een revolutie in persoonlijke hygiëne’”, zegt Hilde Bras, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Pas na de Tweede Wereldoorlog werd douchen steeds normaler. Toen drong het pas door tot de lagere klasse.” Lange tijd was een douche of warm bad alleen beschikbaar voor mensen met geld en uit welvarende gezinnen.
(7) In de geschiedenisboeken is niet veel te vinden over douchen. Maar de gegevens die er zijn, laten zien dat het pas sinds de tweede helft van de twintigste eeuw normaler werd. In 1940 had de helft van de Amerikaanse huizen een badkamer, in 1970 was dat 90 procent. In 1937 nam de helft van de Duitsers nog één keer per week een douche, in de jaren tachtig was dat dagelijks. “Het duurde lang voordat we allemaal stromend water hadden, laat staan warm stromend water. De geschiedenis van persoonlijke hygiëne is enorm onderbelicht”, weet Bras.
(8) Ook zoiets: handen wassen deden mensen lange tijd niet vanwege de hygiëne, maar vooral als onderdeel van de verzorging. “Ze koppelden dat helemaal niet aan hygiëne en de verspreiding van ziektes. Zelfs artsen wasten hun handen niet voordat ze een vrouw hielpen bevallen”, vertelt Bras.
(9) Een douche is nu niet meer uit onze huizen weg te denken, maar eigenlijk is dat dus iets van de laatste decennia. Het verklaart waarom we nu vooral nog ouderen kennen die niet elke dag douchen. Zij hebben de tijd meegemaakt waarin ze spaarzaam moesten zijn met water en frissen zich regelmatig op met een washandje bij de wasbak.
(10) Vooral bij jongere generaties zijn de ideeën over douchen en hygiëne in rap tempo veranderd. Dusdanig zelfs dat we nu soms te vaak een warme straal op ons lichaam zetten. “Sommige patiënten douchen 20 minuten per dag, vooral pubers zijn berucht”, zegt Niels Deenen, dermatoloog in het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. “Als je vertelt wat dat met de huid doet, reageren ze verbaasd. Veel mensen weten dat niet.”
(11) Maar hoe kunnen we dan het beste douchen? Daar hebben de dermatologen best adviezen voor: ga een keer per dag 5 minuten, zet het water op een maximale temperatuur van 37 graden en sop niet het hele lichaam in met een dikke laag zeep. Bijkomend voordeel: het is ook nog beter voor de portemonnee.
(12) Al krijgt heus niet iedereen meteen eczeem van een lange, warme douche. Deenen: “Sommige mensen hebben van zichzelf een vette huid. Die zullen minder snel problemen krijgen. En een keertje langer of twee keer op een dag douchen kan echt geen kwaad.”
noot 1 dermatologen: huidspecialisten
noot 2 psoriasis: huidziekte
noot 3 CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, verzamelt data over de Nederlandse samenleving
Ellen van Gaalen, AD, 10 juni 2024
Aan het begin van alinea 1 staat: “Lekker warm water, genoeg sop en dat het liefst twee keer per dag.”
Vraag 1 1 punt
Hoe komt het dat de huid hier droog en kwetsbaar door wordt?
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
De vetlaag van de huid verdwijnt.
In alinea 4 wordt ter illustratie iets gezegd over de coronapandemie.
Vraag 2 1 punt
Wat laat dat voorbeeld zien?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
In alinea 6 spreekt Hilde Bras over ‘een revolutie in persoonlijke hygiëne’.
Vraag 3 1 punt
Wat hield die revolutie in?
Na de Tweede Wereldoorlog
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
In de tekst wordt gesteld dat er nog ouderen zijn die niet iedere dag douchen. Hieronder staan mogelijke verklaringen hiervoor.
Ze zijn het niet gewend, want
- 1 vroeger hadden maar weinig mensen een douche.
- 2 vroeger leverde douchen al huidklachten op, maar was er nog geen goede behandeling hiervoor.
- 3 vroeger moesten mensen zuinig zijn met water.
- 4 vroeger werd douchen niet gezien als een vorm van persoonlijke hygiëne.
Vraag 4 1 punt
Welke TWEE verklaringen komen overeen met de tekst? Noteer de TWEE nummers van die verklaringen.
Bekijk het antwoord
1 en 3
Opmerkingen
- Het scorepunt alleen toekennen als de twee juiste antwoorden zijn gegeven.
- Het scorepunt niet toekennen als de kandidaat meer dan twee antwoorden geeft.
Vraag 5 1 punt
Wat is volgens de tekst het belangrijkste voordeel van minder douchen?
Gebruik voor je antwoord niet meer dan 10 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
minder kans op huidklachten / geen huidklachten / minder kans op een droge huid / minder kans op een kwetsbare huid / Het is beter voor de huid.
Opmerking
Het scorepunt niet toekennen als de kandidaat alleen voorbeelden noemt, zoals eczeem en psoriasis.
Maximumlengte van het antwoord: 10 woorden.
In alinea 12 geeft Deenen een laatste reactie.
Vraag 6 1 punt
Op welke manier wordt de tekst hiermee afgesloten?
Deenen
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Vraag 7 1 punt
Welke onderdelen van de tekst maken dat de tekst als betrouwbaar gezien kan worden? Kruis de TWEE juiste antwoorden aan in de tabel in de uitwerkbijlage.
| onderdeel van de tekst | maakt dat de tekst als betrouwbaar gezien kan worden |
|---|---|
| Er komen deskundigen op het vakgebied aan het woord. | |
| Er komen moeilijke woorden in de tekst voor. | |
| Er worden adviezen gegeven voor beter douchegedrag. | |
| Er worden cijfers over douchen genoemd uit onderzoek. | |
| Er worden voorbeelden van te vaak douchen gegeven. |
Bekijk het antwoord
| onderdeel van de tekst | maakt dat de tekst als betrouwbaar gezien kan worden |
|---|---|
| Er komen deskundigen op het vakgebied aan het woord. | X |
| Er komen moeilijke woorden in de tekst voor. | |
| Er worden adviezen gegeven voor beter douchegedrag. | |
| Er worden cijfers over douchen genoemd uit onderzoek. | X |
| Er worden voorbeelden van te vaak douchen gegeven. |
Opmerking
Het scorepunt alleen toekennen als alle rijen juist zijn.
Hieronder staat een tip voor douchen. Deze tip komt van de website van Milieu Centraal, een organisatie die mensen helpt om duurzame keuzes te maken.
Douche 5 minuten. Neem een leuke douchetimer die je helpt herinneren om maximaal 5 minuten te douchen. Als je van 7,4 naar 5 minuten douchen gaat, bespaar je jaarlijks zo’n € 36 per persoon.
Vraag 8 1 punt
Bij welke alinea past deze tip het best?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Tekst 2 Perenbomen als vervanging voor de verloren riffen van de Waddenzee?

(1) Toen Jon Dickson (34) de perenbomen optakelde die hij een paar maanden eerder naar de bodem van de Waddenzee had laten zakken, vlogen de vissen hem om de oren. “Ik leunde naar voren om een stuk zeewier te bekijken en toen vloog er ineens een vis in m’n gezicht. Ik dacht echt: wat gebeurt hier? En vlak daarna vielen er tientallen vissen uit de bomen, die spartelend op het dek terechtkwamen.”
(2) Dickson werkt als promovendus¹⁾ samen met andere onderzoekers van het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee), de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Utrecht aan een project op Texel. Daar testen ze of afgedankte perenbomen een geschikte vervanging bieden voor de riffen die in de laatste eeuwen uit de Waddenzee zijn verdwenen. “Lange tijd zat het er vol met natuurlijke riffen zoals oester- en mosselbanken en met andere riffen die waren ontstaan op rotsen, keien, drijfhout en scheepswrakken. Dit harde materiaal diende als ondergrond voor schelpdieren en planten.”
(3) De afgelopen 150 jaar is een deel van deze riffen uit de zee verdwenen door ziektes, visserij en baggerwerkzaamheden. Een gebrek aan riffen betekent óók een gebrek aan schuilplaatsen en broedplaatsen voor allerlei vissen en weekdieren. “De bodem van de Waddenzee is nu min of meer een woestijn. Het hele ecosysteem is ingestort, alsof je de fundering onder een huis vandaan haalt. Het is dus hoog tijd voor nieuwe riffen.”
(4) Dat Dickson is gaan promoveren bij het NIOZ lag niet voor de hand. Als Canadees vindt hij Nederland “vooral veel te plat” en “niet wild genoeg”. Bovendien beschouwt hij zichzelf niet als een standaard wetenschapper: “Ik ben meer een doener dan een denker.” Dat hij tóch solliciteerde, had te maken met een onderzoek dat hij op IJsland had gedaan, waarbij hij riffen voor zeewier ontwierp. “Ik zag dat ze bij het NIOZ onderzoek wilden doen naar kunstmatige riffen, dus stuurde ik ze een mailtje met mijn bevindingen en de tekst: wie weet is dit interessant voor jullie toekomstige promovendus. Prompt vroegen ze of ik niet zelf wilde solliciteren.”
(5) Voordat hij naar Texel verhuisde, werkte Dickson als bosbrandweerman in de zomers in British Columbia, Canada. Daar leerde hij met een kettingzaag omgaan. “Op Texel kwam deze vaardigheid goed van pas. Net als het feit dat ik een boot heb leren besturen toen ik als reisgids op een cruiseschip in Antarctica werkte. Op de Waddenzee moet je een zeer behendige schipper zijn.”
(6) Vanaf een boot lieten Dickson en zijn collega’s de perenbomen in de zee zakken. De stammen hadden ze in een piramidevorm vastgemaakt aan stukken beton, zodat ze naar de bodem zouden zinken. “De driehoek is de sterkste vorm om zo’n kunstmatig rif uit op te bouwen.” Daarnaast is de structuur van de perenbomen, die lijkt op de structuur van tropisch koraal, ideaal. “De takken zorgen ervoor dat er veel plekken zijn voor vissen om zich in te verstoppen. De bomen zijn daarom een goed alternatief voor kunstmatige riffen van bijvoorbeeld beton of metaal. Het zeeleven trekt zich bovendien niets aan waarvan het rif is gemaakt”, zegt Dickson. “Vissen zijn geen snobs.”
(7) Voor zijn proefschrift onderzoekt Dickson onder meer of deze structuren inderdaad een goede basis kunnen vormen voor een rif waar wieren, schelpdieren en vissen in kunnen leven. Al na vier maanden zag hij resultaat: de bomen waren al helemaal bedekt met mosdiertjes en zeewieren. “We hadden eigenlijk verwacht dat dit wel vijf jaar zou duren.”
(8) Dickson ontdekte verder dat er in het voorjaar veel mosselen en manteldieren, een groep van ongewervelden, op de riffen groeiden. “Die zijn later in het jaar weer verdwenen. Vermoedelijk opgegeten door grotere roofvissen.” De vissen die aan dek om Dickson heen sprongen, waren botervissen. “Die staan erom bekend dat ze zich graag verschuilen.”
(9) Ook bleken er duizenden eitjes van zeekatten op de riffen te zijn afgezet en groeiden er anemonen. “Niet alle dieren bevonden zich op dezelfde hoogte. Vooral de soorten die aan één standplaats zijn gebonden, zaten wat hoger op het rif, zodat ze niet ten prooi vielen aan krabben die de zeebodem afstruinen op zoek naar voedsel.” Sommige soorten waren op het rif ook groter dan daarbuiten: een teken dat ze goed gedijen.
(10) Hoewel Dickson aangenaam verrast is door de biodiversiteit die hij aantrof, zullen op den duur ook minder gewenste dieren de weg naar de perenbomen vinden: paalwormen. “Die tasten het hout aan, waardoor de bomen zelf uiteindelijk zullen vergaan. Maar hopelijk groeien er tegen die tijd al zoveel schelpdieren op dat er een stevig natuurlijk rif is ontstaan.”
(11) In principe was het idee van het project dat de perenbomen ook weer weggehaald konden worden. “Anders zou het geen experiment meer zijn, maar echt een restauratiemaatregel.” Rijkswaterstaat is nu wel aan het kijken of het project kan worden verlengd. “Hopelijk kunnen we zo een deel van de schade die we aan de biodiversiteit hebben aangericht weer terugdraaien.”
noot 1 promovendus: Een promovendus is iemand die aan een universiteit onderzoek doet en daarover een proefschrift schrijft.
Nikkie Weststeijn en Gemma Verhuizen, NRC.nl, 28 september 2023
Een tekst kan op verschillende manieren ingeleid worden, bijvoorbeeld door:
- 1 de tekst kort samen te vatten;
- 2 de uitkomsten uit recent onderzoek te noemen;
- 3 een deskundige bij het onderwerp te introduceren;
- 4 een vraag te stellen die belangrijk is voor de tekst;
- 5 het onderwerp van de tekst te beschrijven.
Vraag 9 1 punt
Op welke TWEE manieren wordt deze tekst ingeleid in de alinea’s 1 en 2? Noteer de juiste TWEE nummers.
Bekijk het antwoord
3 en 5
Opmerkingen
- Het scorepunt alleen toekennen als de twee juiste antwoorden zijn gegeven.
- Het scorepunt niet toekennen als de kandidaat meer dan twee antwoorden geeft.
In alinea 3 staat: “De bodem van de Waddenzee is nu min of meer een woestijn. Het hele ecosysteem is ingestort, alsof je de fundering onder een huis vandaan haalt.”
Vraag 10 1 punt
Welk probleem bedoelt Dickson hier?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Vraag 11 1 punt
Waarom zijn perenbomen geschikt als vervanging voor riffen? Gebruik voor je antwoord de informatie uit alinea 6.
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Aan het einde van alinea 6 staat: “Vissen zijn geen snobs.”
Vraag 12 1 punt
Wat bedoelt Dickson hiermee?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
In alinea 1 en alinea 8 wordt gesproken over botervissen die aan dek om Dickson heen sprongen.
Vraag 13 1 punt
Waarvan is dit een teken?
Dit is een teken dat
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Vraag 14 1 punt
Wat is de functie van alinea 9 bij de alinea’s 7 en 8?
Alinea 9
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Aan het begin van alinea 7 staat: “Voor zijn proefschrift onderzoekt Dickson onder meer of deze structuren inderdaad een goede basis kunnen vormen voor een rif waar wieren, schelpdieren en vissen in kunnen leven.”
In de tekst worden resultaten genoemd waaruit blijkt dat perenbomen het als kunstmatig rif goed doen.
Vraag 15 2 punten
Kruis in de tabel in de uitwerkbijlage aan of de uitspraken JUIST of ONJUIST zijn.
| Perenbomen doen het goed als kunstmatig rif, want | juist | onjuist |
|---|---|---|
| bepaalde soorten zeedieren waren op het rif groter dan op een andere plek in zee. | ||
| er was in korte tijd meer zeeleven op het rif. | ||
| krabben aten de dieren op die hoger aan de takken vastzaten. | ||
| paalwormen hadden de takken ook al ontdekt. | ||
| sommige dieren konden beter ontsnappen aan hun natuurlijke vijanden. |
Bekijk het antwoord
| Perenbomen doen het goed als kunstmatig rif, want | juist | onjuist |
|---|---|---|
| bepaalde soorten zeedieren waren op het rif groter dan op een andere plek in zee. | X | |
| er was in korte tijd meer zeeleven op het rif. | X | |
| krabben aten de dieren op die hoger aan de takken vastzaten. | X | |
| paalwormen hadden de takken ook al ontdekt. | X | |
| sommige dieren konden beter ontsnappen aan hun natuurlijke vijanden. | X |
- indien vijf rijen goed: 2
- indien vier of drie rijen goed: 1
- indien minder dan drie rijen goed: 0
Vraag 16 1 punt
Waarom verwacht Dickson dat het geen probleem hoeft te zijn dat de perenbomen uiteindelijk vergaan?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Vraag 17 1 punt
Wat is de functie van alinea 11 ten opzichte van de rest van de tekst?
Alinea 11
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Aan het einde van alinea 11 staat: “Hopelijk kunnen we (1) zo een deel van de schade die we (2) aan de biodiversiteit hebben aangericht weer terugdraaien.”
In deze zin staat twee keer ‘we’.
Vraag 18 1 punt
Wie worden bedoeld met ‘we’?
Kruis in de tabel in de uitwerkbijlage aan wie er met de eerste ‘we’ en wie er met de tweede ‘we’ bedoeld worden. Zet één kruisje per regel.
| Jon Dickson en zijn collega’s | mensen van Rijkswaterstaat | mensen in het algemeen | |
|---|---|---|---|
| eerste ‘we’ | |||
| tweede ‘we’ |
Bekijk het antwoord
| Jon Dickson en zijn collega’s | mensen van Rijkswaterstaat | mensen in het algemeen | |
|---|---|---|---|
| eerste ‘we’ | X | ||
| tweede ‘we’ | X |
Opmerkingen
- Het scorepunt alleen toekennen als de twee juiste antwoorden zijn gegeven.
- Het scorepunt niet toekennen als er meer dan één kruisje in een rij staat.
Vraag 19 1 punt
Wat is het belangrijkste doel van deze tekst?
De tekst wil de lezer
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Tekst 3 Spup

www.KNGF.nl
Hieronder staan zes strategieën die reclamemakers kunnen gebruiken om je aan te zetten tot actie.
Vraag 20 1 punt
Welke TWEE strategieën gebruiken de makers van deze advertentie om je te verleiden tot het sponsoren van een Spup? Noteer de TWEE nummers van de juiste strategieën.
- 1 Ze benadrukken de noodzaak van je deelname.
- 2 Ze geven een speciale aanbieding.
- 3 Ze gebruiken beroemdheden in de advertentie.
- 4 Ze gebruiken humor voor een positief gevoel.
- 5 Ze gebruiken vertederende afbeeldingen.
- 6 Ze spreken de lezer rechtstreeks aan.
Bekijk het antwoord
Twee van de volgende:
4, 5, 6
Opmerkingen
- Het scorepunt alleen toekennen als twee van de bovenstaande antwoorden zijn gegeven.
- Het scorepunt niet toekennen als de kandidaat meer dan twee antwoorden geeft.
Als je een pup sponsort, word je op de hoogte gehouden van de vorderingen.
Vraag 21 1 punt
Welk woord gebruiken de makers van de advertentie hiervoor?
Bekijk het antwoord
Spupdates
Vraag 22 1 punt
Welke informatie krijg je volgens de advertentie te zien als je de QR-code scant?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Tekst 4 Telefoonscherm komt tussen ouder en kind
(1) Elke ouder zal zeggen dat een kind gezond met media moet opgroeien. Maar in de praktijk blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan. Voor de meeste jonge kinderen zijn tablets en telefoons de gewoonste zaak ter wereld, blijkt uit het recentste Iene Miene Media-rapport van Netwerk Mediawijsheid.
(2) Jonge kinderen tot en met zes jaar besteden gemiddeld zo’n honderd minuten per dag aan digitale media. Ze kijken tv, maar zitten ook veel op tablets of telefoons. Dat is meer dan het uurtje per dag dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert.
(3) Veel ouders zijn tevreden over de balans van slapen, bewegen en zitten van hun kinderen. Toch geeft bijna de helft van de ouders aan dat ze het lastig vinden om het goede voorbeeld te geven. Zelfs als ze zich ervan bewust zijn dat het niet goed is, kijken ze geregeld op hun telefoon.
(4) Het is juist belangrijk dat je, zeker bij heel jonge kinderen, de telefoon vaker weglegt. Onderzoekers van Tilburg University bestudeerden vorig jaar vijftig vrouwen met baby’s. Ze concludeerden dat smartphonegebruik in de buurt van jonge baby’s en kinderen een negatieve invloed heeft op het emotionele welzijn van baby’s en hun ontwikkeling.
(5) “Nadat ik dit onderzoek heb gedaan en na alles wat ik nu heb gezien, zou ik zeggen dat een telefoon geen plek heeft in een gezin”, zegt onderzoeker Marion van den Heuvel. “In ieder geval niet het eerste jaar.”
(6) Ouders moeten zich daarvan bewust zijn, zeggen deskundigen. “In de eerste jaren van het leven maken hersenen van kinderen een waanzinnige groei door”, zegt Justine Pardoen van Bureau Jeugd en Media¹⁾. “Dat is een kritieke periode. Wat je dan mist, kun je op latere leeftijd niet zo gemakkelijk meer terugwinnen.”
(7) Als een ouder dan veel tijd op de telefoon doorbrengt en niet beschikbaar is voor contact, kan dat een negatieve invloed hebben op de hechting tussen ouder en kind. Ook kinderpsychiaters maken zich daar zorgen over.
(8) Volgens Pardoen zijn er steeds meer kinderen die zeggen dat ze niet goed in hun vel zitten. “Hechtingsproblematiek in de kindertijd is een van de belangrijkste risicofactoren voor depressie en angststoornissen op latere leeftijd”, zegt ze.
(9) Pardoen ziet dat jonge ouders van tegenwoordig drukke levens hebben. “Ze werken hard, hebben allebei banen en hebben nooit een handleiding gekregen voor de plaats van schermpjes in de opvoeding”, zegt ze. “Ook bij het consultatiebureau wordt er geen aandacht aan besteed. Ouders moeten zichzelf vragen stellen: hoe wil ik met een telefoon omgaan en wat gaat dat schermpje in het leven van mijn kind betekenen?”
(10) “Als ouders veel op hun telefoon zitten, gaan kinderen dat ook doen. Zij spiegelen het gedrag van hun ouders”, zegt Tony van Rooij. Hij is onderzoeker op het gebied van gamen, gokken en digitale balans aan het Trimbos-instituut²⁾. “Het lastige is dat je een telefoon altijd bij je draagt en dat er een sterke gewoonte is om hem steeds te pakken.”
(11) “Als dat te veel gebeurt, kan een kind dat normaal gedrag gaan vinden. En dat kan ten koste gaan van de onderlinge relatie”, zegt Van Rooij. “Het is bekend dat kinderen soms opstandiger en driftiger worden om aandacht te zoeken.”
(12) “Kinderen dan ook maar een scherm geven, lost dat probleem niet op. Kinderen kunnen zich minder goed remmen dan volwassenen”, zegt universitair docent Harmen Beurmanjer aan de Radboud Universiteit Nijmegen, gespecialiseerd op het gebied van gezin en gedrag. Dat heeft allerlei gevolgen. “Als kinderen te lang op hun telefoon zitten, gaan ze slechter slapen”, zegt hij. “En mogelijk heeft het negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van hun offline sociale vaardigheden.”
(13) “Van kinderen kun je niet verwachten dat ze weten wat op de lange termijn goed voor hen is”, zegt Beurmanjer. “Dat kun je van dertigjarige ouders wel. Als jij niet wilt dat je kind de hele tijd op een telefoon bezig is, dan moet je een alternatief zoeken. Ga samen iets doen. Dan los je meteen op dat je zelf ook niet op een scherm bezig bent.”
(14) Dat kinderen af en toe voor een scherm zitten, is niet zo erg. Maar je moet het niet overdrijven. “Als je een telefoon pakt, gebruik hem dan functioneel”, zegt Van Rooij. “Gebruik het scherm om samen naar yogafilmpjes te kijken en mee te doen, maar gebruik het niet als kinderoppas.”
(15) Het advies van het Trimbos-instituut is dan ook om als ouder goed te kijken wat een kind nodig heeft om gezond te leven. Als een kind genoeg slaapt, beweegt en sociale activiteiten doet, blijft er daarna misschien tijd over voor een videospelletje. “Als het elkaar maar niet in de weg gaat zitten”, benadrukt Van Rooij.
(16) Daar speelt het voorbeeld dat ouders zelf geven een grote rol bij. Net zoals de meeste ouders zich bewust zijn van drankgebruik en roken in het bijzijn van kinderen, moeten ze dat volgens Pardoen ook zijn over de consequenties van telefoons en tablets.
(17) Ze zegt dat ze schrikt van ouders die tegenwoordig niet weten wat ze met hun tweejarige kinderen aan moeten als ze hun geen scherm mogen geven. “In die leeftijd zijn ze gewoon heel moeilijk”, legt ze uit. “Ze gaan lopen en rennen, je bent er druk mee. Maar als je ze een scherm geeft, leer je ze dat dat de manier is om met gevoelens van onlust om te gaan. Dan creëer je een verslaving en beginnen ze te krijsen als ze het schermpje niet krijgen.”
noot 1 Bureau Jeugd en Media: een organisatie van experts die wetenschappelijke kennis gebruiken om praktische adviezen te geven over onder meer mediaopvoeding
noot 2 Trimbos-instituut: een onafhankelijk, wetenschappelijk kennisinstituut voor mentale gezondheid, alcohol, tabak en drugs. Er is binnen het instituut veel kennis over verslaving.
Rutger Otto, NU.nl, 17 maart 2024
Volgens alinea 1 zijn tablets en telefoons voor de meeste jonge kinderen de gewoonste zaak ter wereld.
Vraag 23 1 punt
Citeer TWEE opeenvolgende zinnen uit alinea 2 of 3 waaruit dit blijkt.
Bekijk het antwoord
“Jonge kinderen tot en met zes jaar besteden gemiddeld zo’n honderd minuten per dag aan digitale media. Ze kijken tv, maar zitten ook veel op tablets of telefoons.” (zin 1 en 2 van alinea 2)
Opmerking
Het scorepunt niet toekennen als de kandidaat meer of minder citeert.
In alinea 3 staat: “Toch geeft bijna de helft van de ouders aan dat ze het lastig vinden om het goede voorbeeld te geven.”
Vraag 24 1 punt
Wat wordt bedoeld met ‘het goede voorbeeld’?
Hiermee wordt bedoeld dat
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Als ouders veel tijd besteden aan een scherm in plaats van aan hun kind, kan dat een direct gevolg hebben voor de band tussen ouder en kind.
Vraag 25 1 punt
Met welk woord wordt dat gevolg in de tekst aangeduid?
Bekijk het antwoord
hechtingsproblematiek
Ouders weten niet goed hoe ze zelf met hun telefoon moeten omgaan in de buurt van hun kinderen.
Vraag 26 1 punt
Welke verklaring geeft de tekst hiervoor?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
In de alinea’s 12 tot en met 17 worden ook gevolgen genoemd voor kinderen als die te veel schermtijd hebben.
Vraag 27 2 punten
Welke DRIE gevolgen zijn dat?
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
- 1 slechter slapen
- 2 negatieve gevolgen voor (de ontwikkeling van) (offline) sociale vaardigheden
- 3 verslaving (aan het scherm)
- indien drie goed: 2
- indien twee goed: 1
- indien minder dan twee goed: 0
Opmerking
De antwoorden mogen in een andere volgorde staan.
Hieronder staan vier zinnen uit de tekst.
Vraag 28 1 punt
Informatie uit welke zin moet zeker opgenomen worden in een samenvatting van de tekst?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Lewis maakt zijn profielwerkstuk over jongeren die verslaafd zijn aan games op hun telefoon. Hij wil hiervoor een deskundige interviewen.
Vraag 29 1 punt
Welke deskundige kan hij het best vragen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Aan het begin van alinea 1 staat: “Elke ouder zal zeggen dat een kind gezond met media moet opgroeien. Maar in de praktijk blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan.”
Vraag 30 1 punt
Wat is volgens deze tekst de belangrijkste reden waarom dat in het echt moeilijker is dan het lijkt?
Ouders
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
In de tekst worden meerdere deskundigen aangehaald. Hieronder staan vier uitspraken over de deskundigen:
- 1 Ze hebben ongeveer dezelfde mening over telefoongebruik door ouders en kinderen.
- 2 Ze werken bij een instituut dat goed bekendstaat om de kennis van het onderwerp.
- 3 Ze zijn door de schrijver van het artikel geselecteerd om een bijdrage te leveren.
- 4 Ze zijn op een wetenschappelijke manier bezig met de invloed van telefoongebruik.
Vraag 31 1 punt
Noteer de nummers van de TWEE uitspraken die de betrouwbaarheid van deze deskundigen ondersteunen.
Bekijk het antwoord
2 en 4
Opmerkingen
- Het scorepunt alleen toekennen als de twee juiste antwoorden zijn gegeven.
- Het scorepunt niet toekennen als meer dan twee antwoorden zijn gegeven.
In onderstaand tekstfragment staan enkele reacties die door lezers op NU.nl zijn gegeven bij de tekst ‘Telefoonscherm komt tussen ouders en kind’. Lees het tekstfragment eerst goed door. Beantwoord daarna vraag 32.
Tekstfragment 1
Don
Sinds ruim een jaar hebben we de afspraak met onze twee zoons van 4 en 8 jaar dat zij enkel in het weekend de telefoon of tablet mogen voor drie keer een uur per dag. We zetten ook een wekker en ze komen ze na een uur netjes weer inleveren. We doen dit, omdat wij beiden merkten dat we met het hele gezin het contact aan het verliezen waren. We zijn nu een jaar verder en ik kan dit iedereen aanraden om te proberen. Zelf word je er ook veel rustiger van en je onderneemt veel meer met je kids en zij genieten ook van de oprechte aandacht.
Jörgen
Och, och, och, wat een betutteling weer. Tijden veranderen, gewoonten en mogelijkheden dus ook ‘Experts’ moeten overal wel iets van vinden tegenwoordig. Vroeger werkte de man en was de vrouw permanent thuis om de kinderen te verzorgen. Dat is tegenwoordig simpelweg onmogelijk, omdat een dubbel inkomen noodzakelijk is om rond te komen. Dan zal je na een drukke werkweek ook nog non-stop met de kleine bezig moeten? Nee hoor, moderne techniek werkt prima. Zo blijft iedereen in het gezin fris en vrolijk.
P.J.
Het meest slechte excuus in dit verhaal is dat ouders geen handleidingen hebben gekregen over opvoeding en schermpjes. Hoe verzin je het?! Diezelfde schermpjes barsten van de opvoedingstips als je er behoefte aan zou hebben. De oorzaken zijn dan ook meer te vinden in de moeite die ouders tegenwoordig nog willen nemen en de energie en tijd die ze in hun kinderen willen steken. Ze achter een scherm zetten, zodat je er geen omkijken meer naar hebt en je zelf naar je scherm kunt kijken, is wel het toppunt. Het ontbreekt nog aan een aan- en uitknop. Op het kind welteverstaan.
Vraag 32 1 punt
Welke lezer zal of welke lezers zullen het eens zijn met de adviezen uit tekst 4?
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
E
Vraag 33 1 punt
Wat is de hoofdgedachte van de tekst ‘Telefoonscherm komt tussen ouders en kind’?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Schrijfopdracht
Artikel
Situatiebeschrijving
In de les Nederlands hebben jullie de tekst ‘Telefoonscherm komt tussen ouder en kind’ gelezen. In deze tekst komen verschillende deskundigen aan het woord die hun zorgen uiten over de gevolgen van overmatig telefoongebruik voor jonge kinderen door ouder(s)/verzorger(s).
Jullie praten hierover in de klas en al snel gaat het gesprek over het vele telefoongebruik van ouder(s)/verzorger(s). Iedereen kan wel een voorbeeld noemen, vaak van een negatieve maar ook wel van een positieve ervaring met dat telefoongebruik. Je docent besluit om een schrijfopdracht te koppelen aan het gesprek en de tekst. Jullie gaan een artikel schrijven voor de website van school over het vele telefoongebruik van ouder(s)/verzorger(s).
Jij wilt met dit artikel ouder(s)/verzorger(s) een aantal tips geven om hun telefoongebruik te verminderen. Hiervoor benoem je eerst een negatief gevolg van te veel telefoongebruik van ouder(s)/verzorger(s) op jonge kinderen dat uit onderzoek is gebleken. Daarna geef je een paar voorbeelden van klasgenoten. Uiteraard vertel je ook wat je van het telefoongebruik van je eigen ouder(s)/verzorger(s) vindt en waarom. Je geeft twee tips en je sluit af met een wens voor de toekomst.
Vraag 34 13 punten
Opdracht
Schrijf het artikel voor ouder(s)/verzorger(s) voor de website van school. Gebruik daarvoor de gegevens uit de situatiebeschrijving en eventueel de tekst ‘Telefoonscherm komt tussen ouder en kind’. Gegevens die niet in de opdracht staan, moet je zelf bedenken.
Besteed in jouw artikel aandacht aan de volgende punten:
- aanleiding voor het schrijven van het artikel;
- het doel van het artikel;
- een negatief gevolg van te veel telefoongebruik van ouder(s)/verzorger(s) voor jonge kinderen dat uit onderzoek is gebleken;
- een voorbeeld van een negatieve ervaring van een klasgenoot met het telefoongebruik van de ouder(s)/verzorger(s);
- een voorbeeld van een positieve ervaring van een klasgenoot met het telefoongebruik van de ouder(s)/verzorger(s);
- je mening over het telefoongebruik van je eigen ouder(s)/verzorger(s);
- een argument of voorbeeld bij jouw mening;
- twee verschillende tips aan ouder(s)/verzorger(s) om hun telefoongebruik te verminderen;
- je wens voor de toekomst over het telefoongebruik van ouder(s)/verzorger(s).
Maak er een samenhangend geheel van en zet er een passende titel boven. Zet onder het artikel je voor- en achternaam en je klas.
Let op: Zorg ervoor dat je tekst minimaal uit 100 woorden bestaat. Bij minder dan 100 woorden krijg je geen punten voor taalgebruik.
Bekijk het antwoord
Geen scorepunten toekennen als de kandidaat de opdracht helemaal niet heeft uitgewerkt.
34.1 maximumscore 6
Aftrek inhoud
De score is 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.
Indien de volgende elementen onjuist zijn of ontbreken:
- een passende aanleiding voor het schrijven van het artikel (bijvoorbeeld het gesprek in de klas / de gelezen tekst): 1
- het doel van het artikel: het telefoongebruik van ouder(s)/verzorger(s) verminderen (door tips): 1
- een negatief gevolg van te veel telefoongebruik van ouder(s)/verzorger(s) voor jonge kinderen (dat uit onderzoek is gebleken): 1
- een voorbeeld van een negatieve ervaring van een klasgenoot met het telefoongebruik van de ouder(s)/verzorger(s): 1
- een voorbeeld van een positieve ervaring van een klasgenoot met het telefoongebruik van de ouder(s)/verzorger(s): 1
- mening kandidaat over het telefoongebruik van diens eigen ouder(s)/verzorger(s): 1
- argument/voorbeeld bij mening: 1
- eerste tip aan ouder(s)/verzorger(s) om hun telefoongebruik te verminderen: 1
- tweede tip aan ouder(s)/verzorger(s) om hun telefoongebruik te verminderen: 1
- wens voor de toekomst over het telefoongebruik ouder(s)/verzorger(s): 1
Opmerkingen
- De kandidaat hoeft ‘telefoongebruik’ niet expliciet te noemen als uit de context blijkt dat het daarover gaat.
- De kandidaat hoeft de term ‘wens’ niet per se te noemen. Andere formuleringen die een wens uitdrukken zijn ook goed. Denk hierbij aan formuleringen als ‘Het zou fijn zijn als...’ en ‘Ik hoop dat...’
Aanvulling: Als uit de inhoud is op te maken dat de kandidaat het artikel schrijft voor ouder(s) en/of verzorger(s), dan hoeven die niet steeds expliciet genoemd te worden bij de uitwerking van de inhoudelijke punten.
34.2 maximumscore 5
Aftrek taalgebruik
De score is 5 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn van 0.
- één of twee formuleringsfouten (onvolledige zinnen, onjuiste woordkeuze, onjuiste verwijzingen, onjuiste zinsbouw): 1; drie of vier formuleringsfouten: 2; vijf of meer formuleringsfouten: 3
- één of twee spelfouten (fouten in de spelling van werkwoordsvormen, overige spelfouten, inclusief ten onrechte opgenomen of weggelaten hoofdletters): 1; drie of vier spelfouten: 2; vijf of meer spelfouten: 3
- twee of meer interpunctiefouten: 1
Let op: om taalgebruik te kunnen beoordelen, moet de uitwerking van de kandidaat een minimum aantal woorden bevatten. Als de uitwerking van de kandidaat uit minder dan 100 woorden bestaat dan dient u géén scorepunten voor taalgebruik toe te kennen.
34.3 maximumscore 2
Aftrek presentatie/conventies
De score is 2 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.
Indien de volgende elementen geheel of gedeeltelijk onjuist of ontbreken:
- passende titel: 1
- vermelding voor- en achternaam en klas onder artikel: 1
- alinea-indeling: 1
- samenhang: 1
- logische volgorde: 1
- passend taalgebruik: 1
Opmerkingen
- Als de kandidaat gebruikmaakt van conventies die niet passen bij de tekstsoort dan moet u 1 scorepunt aftrekken.
- Als in de uitwerking van de kandidaat de witregel na de titel en/of voor de vermelding van naam en klas ontbreekt dan dient u geen scorepunt(en) af te trekken.
Vakspecifieke regels voor de schrijfopdracht: er kunnen meerdere (soorten) fouten in een zin worden gemaakt, die alle apart aangerekend worden. Meerdere spelfouten in één woord worden één keer aangerekend. Spelfouten in dezelfde, identieke woorden worden één keer aangerekend (werkwoordspelling uitgezonderd). Spelfouten in een woord en in afleidingen of samenstellingen van dat foutief gespelde woord worden één keer aangerekend. Spelfouten bij de vervoeging van werkwoorden worden alle apart aangerekend.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Nederlands 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens Nederlands vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), tekstverbanden en signaalwoorden (6) en argumentatie (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0011-a-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.