Eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 De wereld is dol op het Nederlandse ‘niksen’,, Tekst 2 Gun je kind ook eens een teleurstelling, Tekst 3 Een designkraan maakt het helemaal af, Tekst 4 Nooit meer in de rij voor de kassa?, Schrijfopdracht.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (16), tekstverbanden en signaalwoorden (7) en argumentatie (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Leesvaardigheid3, 6, 12-16, 19, 21, 23, 27-30, 33-3416
Tekstverbanden en signaalwoorden1-2, 11, 17-18, 26, 357
Argumentatie4, 7-9, 20, 31-327
Tekstsoorten en tekstdoelen5, 10, 22, 24-25, 366
Schrijfvaardigheid371

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over argumentatie (19% van de vragen, gemiddeld 6%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Tekst 1 De wereld is dol op het Nederlandse ‘niksen’,

De wereld is dol op het Nederlandse ‘niksen’, maar doen we dat wel? ondernemen’. Met als gevolg dat een

30 burn-out op de loer ligt.” (4) Beter is het om af en toe een vrije dag te nemen zonder enig doel. “Ik doe dat sinds anderhalf jaar en neem me elke keer voor om geen voorop-

35 gezet plan te hebben voor die dag. Dus geen afspraak met mezelf om te tuinieren, stofzuigen of de was te doen. Heerlijk, want dan stel ik mezelf ook niet teleur als ik tot niets

40 kom. Zo kom ik tot rust.” (1) Ineens is er wereldwijd belang- stelling voor het fenomeen ‘niksen’. (5) “We moeten wat beter naar dieren In Nederland zijn we, als we inter- kijken. Zoals katten, die dagenlang in nationale media moeten geloven, een hangmatje naast de verwarming

5 massaal aan het niksen: lekker naar liggen te soezen. Slim, want zo spa-

45 ren ze hun energie. Ook chimpan- opdrogende verf kijken, uit het raam staren of uren in een warm bad dob- sees nemen de tijd om in hun nest te beren. Herkenbaar? Niet echt. Maar rusten. Het is niet alleen ideaal, maar toch zouden we het vaker moeten ook nog eens effectief”, legt bioloog

10 doen. Patrick van Veen uit. “We hebben het

50 simpelweg nodig voor het verteren (2) Na het Deense ‘hygge’ (knus- heid), het Zweedse ‘lagom’ (vol- van ons voedsel en voor het her- doende is goed genoeg) en ‘friluftsliv’ starten van de hersenen”, aldus Van (buitenleven) en het Japanse ‘ikagai’ Veen. “Eten, drinken, ademen én

15 (reden van bestaan) zijn de Ameri- slapen zijn basisbehoeften. Die

55 moeten we in acht nemen, anders kanen op een nieuw fenomeen gestuit: het Nederlandse ‘niksen’. gaat het niet goed.” (3) “Niksen is eigenlijk dat je even (6) Nederlanders zijn weliswaar goed geen doel hebt”, stelt Jelle Hermus, in niksen, ze schamen zich er ook

20 auteur van het populaire boek een beetje voor. “Dus combineren we

60 het vaak met een bezigheid waar ‘Steeds Leuker’. Volgens de schrijver is het ontzettend belangrijk dat weinig hersenactiviteit voor nodig is”, mensen af en toe een lege agenda stelt de bioloog. “Er is toch weinig zo hebben. Het komt steeds minder rustgevend als op de wc even de

25 voor. “Het is helemaal niet leuk om sociale media langslopen. Je scrolt,

65 swipet en liket zonder dat je er veel ‘niks doen’ op Instagram te zetten”, grapt hij cynisch. “Dus voelen vooral moeite voor moet doen. Dat is ook jongeren steeds de drang om ‘iets te niksen, wat mij betreft.”

(7) Carolien Hamming, stresscoach, 85 tegenstelling tot andere landen, heel raadt niksen vaak aan aan patiënten normaal, terwijl we gemiddeld wel

70 met burn-outklachten. “Het zit immers vijfentwintig vakantiedagen per jaar helemaal niet in onze calvinistische1) hebben. Amerikanen en Canadezen volksaard om te luieren. We worden daarentegen moeten het met een opgevoed met het idee dat we ons 90 schamele zestien dagen doen. altijd nuttig moeten maken.” (9) Nederlands of niet, Hamming pleit

75 (8) Maar in vergelijking met andere wel voor het ‘lekker niksen’. Door de nationaliteiten zijn Nederlanders komst van internet en oneindig veel gezegend met veel eigen uurtjes, televisiezenders staan we altijd ‘aan’. blijkt uit een onderzoek van het 95 “Het is goed om ook af en toe hele- Sociaal en Cultureel Planbureau. Per maal ‘uit’ te staan. Als het je thuis

80 saldo besteden Nederlanders op een niet lukt, ga je lekker naar een well- dag minder tijd aan verplichtingen, nessoord. Laat je masseren en nip zoals werk of zorg, dan inwoners van aan je theetje. Dan kun je pas echt andere Europese landen. En een 100 goed niksen.” vierdaagse werkweek is hier, in

naar een artikel van Renske Baars, Algemeen Dagblad, 26 januari 2018

noot 1 calvinistisch: hardwerkend en sober

Vraag 1 1 punt

Deze tekst wordt op verschillende manieren ingeleid. Welke drie manieren worden in alinea’s 1 en 2 van deze tekst gebruikt? Noteer de nummers van deze manieren in de uitwerkbijlage.

1 door het advies van de schrijver over niksen weer te geven

2 door vooraf een samenvatting over het nut van niksen te geven

3 door het internationale beeld van het Nederlandse niksen te beschrijven

4 door andere populaire verschijnselen op te sommen

5 door voorstanders van het fenomeen niksen op te noemen

6 door een aantal vragen over niksen te beantwoorden

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Alle drie de manieren moeten genoemd zijn voor toekenning van het scorepunt.
  • Wanneer de kandidaat de bijbehorende tekst bij de manier uitschrijft in plaats van alleen het nummer, dan geldt dit ook als een juist antwoord.

Vraag 2 1 punt

Waarin verschilt alinea 5 met alinea’s 3, 4 en 6?

  1. A Alinea 5 bekijkt de lichamelijke kant van niksen; de andere alinea’s bespreken ons gevoel bij niksen.
  2. B Alinea 5 benoemt de basisbehoeften van mensen en dieren; de andere alinea’s gaan over ontspanning.
  3. C Alinea 5 gaat over luierende dieren; de andere alinea’s gaan over niksende mensen.
  4. D Alinea 5 laat alleen een bioloog aan het woord; de andere alinea’s laten meerdere deskundigen aan het woord.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 3 1 punt

“Nederlanders zijn weliswaar goed in niksen, ze schamen zich er ook een beetje voor. ‘Dus combineren we het vaak met een bezigheid waar weinig hersenactiviteit voor nodig is’, stelt de bioloog.” (regels 57-62) Wat is het verband tussen de eerste en de tweede zin?

  1. A De tweede zin noemt een gevolg van de informatie in de eerste zin.
  2. B De tweede zin vat de informatie uit de eerste zin samen.
  3. C Beide zinnen vormen samen een opsomming.
  4. D Beide zinnen vormen samen een tegenstelling.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 4 1 punt

In alinea 7 spreekt Hamming over onze calvinistische (hardwerkende) volksaard. Hoe wordt deze volksaard in alinea 8 enigszins tegengesproken? door middel van

  1. A een overzicht van de vrije uren in andere landen dan Nederland
  2. B een voordeel van de verplichtingen en taken van Nederlanders
  3. C redenen voor burn-outklachten bij inwoners van andere landen
  4. D voorbeelden van de vele eigen uurtjes die Nederlanders hebben
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 5 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze tekst? De tekst moet de lezer vooral

  1. A adviseren over de prettigste manieren om te niksen.
  2. B informeren over de verschillende voordelen van niksen.
  3. C overhalen om zo veel mogelijk te gaan niksen.
  4. D overtuigen van de biologische functies van niksen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 6 1 punt

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

  1. A Amerikanen zoeken een nieuwe manier om te ontspannen en komen bij het Nederlandse niksen uit.
  2. B Jongeren voelen niet veel voor niksen, want dat maakt geen indruk op hun vrienden op Instagram.
  3. C Niksen heeft veel positieve effecten op ons, maar we vinden het lastig om ons eraan over te geven.
  4. D Niksen is een effectieve manier om voedsel te verteren en de hersenen te herstarten.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 7 1 punt

De schrijver van het tekstfragment stelt dat niksen voor veel mensen moeilijk is, mede doordat er zo veel leuke dingen te doen en te zien zijn, zoals op je mobiele telefoon. Zou bioloog Patrick van Veen (alinea’s 5 en 6 van de hoofdtekst) het eens zijn met de schrijver van het tekstfragment? Vul de zin in de uitwerkbijlage aan en licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Voor toekenning van het scorepunt moet de kandidaat aangeven dat Van Veen het oneens is en moet de kandidaat een toelichting geven.
  • Als de kandidaat alleen antwoordt ‘Dat is ook niksen’, geen scorepunt toekennen.

Vraag 8 1 punt

Stresscoach Hamming (alinea 9 van de hoofdtekst) meent dat je naar een wellnessoord kunt gaan om te niksen. Olga Mecking (tekstfragment) zou daar iets tegenin kunnen brengen. Welke beweringen in de uitwerkbijlage zouden van Mecking kunnen zijn volgens de informatie in het tekstfragment? Zet bij elke bewering een kruis in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alle antwoorden moeten juist zijn voor toekenning van het scorepunt.

Vraag 9 2 punten

Zowel de hoofdtekst ‘De wereld is dol op het Nederlandse ‘niksen’, maar doen we dat wel?’ als het tekstfragment geeft verschillende redenen voor het feit dat we niksen niet zo gemakkelijk vinden als het klinkt. Welke drie van onderstaande redenen worden in beide teksten genoemd? Noteer de nummers van deze redenen in de uitwerkbijlage.

1 Niks doen heeft een negatief imago.

2 Mensen moeten steeds harder en sneller werken.

3 De meeste mensen hebben het gevoel dat ze iets nuttigs moeten doen.

4 Sociale media zorgen ervoor dat je weinig rust krijgt.

5 Om goed te kunnen niksen, moet je eerst tijd vrijmaken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer de kandidaat de bijbehorende tekst bij de reden uitschrijft in plaats van alleen het nummer, dan geldt dit ook als een juist antwoord.

Vraag 10 1 punt

Zowel de hoofdtekst ‘De wereld is dol op het Nederlandse ‘niksen’, maar doen we dat wel?’ als het tekstfragment gaat over niksen. Hoe is het tekstfragment het best te typeren ten opzichte van de hoofdtekst?

  1. A als een aanvulling
  2. B als een conclusie
  3. C als een verklaring
  4. D als een voorbeeld
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Tekst 2 Gun je kind ook eens een teleurstelling

Gun je kind ook eens een teleurstelling kind af te dwingen of recht te zetten;

35 ze komen bij juffen en meesters om ieder wissewasje verhaal halen. Ze bemoeien zich langs de lijn met de corrigerende aanwijzingen van de coach en de scheidsrechter, mengen

40 zich in de ruzies van hun kinderen met anderen, bellen woedend op als hun dochter op een feestje een kinderfilm heeft gezien waarvan ze (1) Afgelopen september spanden voor het slapengaan moest huilen. ouders in Abcoude een rechtszaak

45 (4) Dat ‘curlinggedrag’, vaak onbe- aan tegen de basisschool van hun wust en met de beste bedoelingen, 7-jarige dochter. De reden was komt volgens deskundigen voort uit

5 onenigheid over de klassenindeling. het toenemend streven van ouders Het meisje wilde graag bij haar om hun kinderen tegenslag en teleur- vriendinnen in de groep en boven-

50 stelling te besparen. Socioloog dien waren de ouders bezorgd dat Herman Vuijsje en journalist het pientere kind niet genoeg zou Anneke Groen constateren in hun

10 worden uitgedaagd in de klas waarin recentelijk gepubliceerde boek ze was geplaatst. Eindeloos ouderschap dat ouders (2) Deze ouders lieten de zaak vallen

55 nooit eerder zo bezorgd waren om en toen ze merkten dat ze de anonimi- toegewijd waren aan hun kinderen. teit van hun dochter in de pers niet Ouders zijn assertiever, geloven in

15 konden garanderen. Zij zijn een voor- maakbaarheid, hebben minder beeld van het toenemend aantal va- ders en moeders die de school van kinderen en voelen zich

60 verantwoordelijker voor hun geluk. hun kinderen voor de rechter dagen. “Bovendien moet alles leuk zijn”, zegt Rechtsbijstandsverzekeringen pedagoog Marina van der Wal.

20 meldden onlangs dat het percentage “Ouders willen vooral leuke onderwijszaken flink stijgt. Zij zijn wat opvoeders zijn.” de Deense psycholoog Bent

65 (5) Een van de consequenties, Hougaard ‘curlingouders’ noemt: zeggen deskundigen, is toenemend overbeschermende ouders die alle ongemak om grenzen aan kinderen

25 obstakels voor de voeten van hun te stellen. Ontwikkelingspsycholoog kinderen proberen weg te vegen, net Marga Akkerman heeft dat de laatste zoals in de curlingsport met bezems

70 twintig jaar radicaal zien veranderen. de baan wordt vrijgehouden. “Regels handhaven kan voor teleur- Hougaard waarschuwt dat deze gestelde gezichten zorgen”, zegt ze.

30 kinderen zich daardoor niet “Kinderen wenden zich van je af, volwaardig kunnen ontwikkelen. worden boos, gaan huilen. Dat is (3) Curlingouders gaan op hoge

75 ongemakkelijk. Ouders willen graag poten naar school om iets voor hun

vriendjes blijven met hun kinderen en kunnen op. “Controle kunnen nemen geven daardoor sneller toe.” op grond van inzicht in jezelf is cru- (6) Wat ouders te weinig beseffen, is 125 ciaal om later stevig in je schoenen dat hun gepamper de ontwikkeling te staan”, zegt Jolles.

80 van de zelfredzaamheid van kinderen (10) Meer vrijlaten dus, die kinderen. in de weg staat. Van tegenslag Zelf de gelegenheid geven om foutjes kunnen opgroeiende kinderen iets te maken. Ouders zouden daarom opsteken, of het nu gaat om een 130 hun focus moeten verleggen van het nederlaag op het sportveld, een nú leuk en gezellig houden naar het

85 tegenvallend schoolresultaat of ruzie zelfstandig maken van kinderen. “Op met vriendjes. “Als ouders taken het moment dat je een baby in je weghouden bij hun kind, ontnemen armen houdt, moet je eigenlijk al het ze het de mogelijkheid om te leren”, 135 beeld voor ogen hebben van een zegt neuropsycholoog en hersen- 21-jarige adolescent die het huis

90 wetenschapper Jelle Jolles, auteur uitgaat”, stelt Marina van der Wal van Het tienerbrein. “Voor de ontwik- radicaal. “Als ouder zou je steeds keling van kinderen en tieners is het bezig moeten zijn met: ‘Wat zou dit essentieel dat ze veel ervaringen en 140 kind op dit moment zelfstandig kennis opdoen. Als een ouder de moeten kunnen?’ Maar we denken in

95 problemen oplost, kan de jongere de onze cultuur tegenwoordig te veel in situatie niet zelf aanpassen. Hij kan het hier-en-nu, en te weinig op de die oplossingen niet in de hersenen lange termijn.” opslaan en zich deze op een later 145 (11) Moeten ouders hun kinderen moment dan ook niet herinneren.” dan maar helemaal loslaten? Dat ook

100 (7) Daarom is het volgens Jolles zo weer niet. Jolles vergelijkt het belangrijk dat kinderen de gelegen- begeleiden van kinderen naar zelf- heid krijgen om een blauwtje te standigheid met hen leren lopen en lopen, een beetje verdriet te hebben, 150 fietsen. Eerst een loopwagentje een beetje pijn te hebben, een beetje geven, zijwieltjes monteren, handje

105 eenzaam te zijn. “Ook negatieve vasthouden, zadel vasthouden en ervaringen zorgen voor zelfinzicht, dan pas loslaten. Als kinderen ouder voor zelfregulatie1) en voor worden, neemt praten die sturende empathie2) met anderen. Het helpt ze 155 rol over. om stevige volwassenen te worden. (12) Volgens Jolles is feedback van

110 Doe je dat niet, dan kweek je óf ang- ouders immens belangrijk voor kinde- stige óf luie kinderen, die verwachten ren, zeker voor tieners. Niet het soort dat anderen dingen voor hen doen.” gesprek waarin ouders de oplos- (8) Volgens Marina van der Wal 160 singen voorschotelen, maar open blijven kinderen die niet hebben vragen stellen over hoe het kind iets

115 geleerd tegenslag als leerproces te heeft aangepakt of wil gaan aanpak- gebruiken, onbewust heel hard ken. Bijvoorbeeld: ‘Lastige situatie, ‘mammie’ of ‘pappie’ roepen als het wat zijn jouw gedachten daar nou tegenzit. “Ik denk dat ze daardoor 165 over?’ Of: ‘Wat maak je hieruit op?’ gevoeliger worden voor spanning.” (13) Die feedback zorgt er volgens

120 (9) Als kinderen leren om moeilijke Jolles voor dat de tiener eerdere er- situaties zelf op te lossen, levert dat varingen kan bijslijpen. “En die kleine een gevoel van vertrouwen in eigen aanpassingen worden steeds in de

170 hersenen opgeslagen in de vorm van 175 later moment. Ouders moeten de veranderingen in complexe hersen- route van hun kinderen niet willen netwerken, net als met fietsen vroe- lopen, maar ze kunnen wel helpen de ger. Daardoor blijven de ervaringen weg te wijzen.” beschikbaar voor gebruik op een

naar een tekst van Annemiek Leclaire, NRC, 15 december 2017

noot 1 zelfregulatie: het vermogen je emoties te regelen en je eigen gedrag te kunnen sturen noot 2 empathie: inlevingsvermogen, medeleven

Vraag 11 1 punt

Hoe wordt de tekst ingeleid in alinea 1? vooral door

  1. A een conclusie over het onderwerp van de tekst te trekken
  2. B een samenvatting van de tekst te geven
  3. C een voorbeeld bij het onderwerp van de tekst uit te werken
  4. D het centrale probleem van de tekst te benoemen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 12 1 punt

Waarvan zijn “vaders en moeders die de school van hun kinderen voor de rechter dagen” (regels 16-18) een voorbeeld volgens deze tekst? Gebruik één woord uit alinea 2 voor je antwoord. Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

curlingouders Opmerking Als de kandidaat meer dan één woord gebruikt, geen scorepunt toekennen.

Vraag 13 1 punt

Boven welke alinea past het kopje ‘Oorzaken curlinggedrag bij ouders’ het best? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (boven) alinea 4 (1)

Vraag 14 1 punt

Citeer de kernzin van alinea 4.

Bekijk het antwoord

“Dat ‘curlinggedrag’, vaak onbewust en met de beste bedoelingen, komt volgens deskundigen voort uit het toenemend streven van ouders om hun kinderen tegenslag en teleurstelling te besparen.” (regels 45-50) Opmerking Als de kandidaat niet de volledige zin citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 15 1 punt

In alinea 6 staan de volgende twee zinnen: “Als een ouder de problemen oplost, kan de jongere de situatie niet zelf aanpassen. Hij kan die oplossingen niet in de hersenen opslaan en zich deze op een later moment dan ook niet herinneren.” (regels 94-99) Welk verband is er tussen deze zinnen?

  1. A De eerste zin beschrijft een middel; de tweede zin het doel.
  2. B De eerste zin noemt een oorzaak; de tweede zin het gevolg.
  3. C De tweede zin geeft een tegenstelling bij de eerste zin.
  4. D De tweede zin geeft een voorbeeld bij de eerste zin.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 16 2 punten

Geef van de beweringen in de uitwerkbijlage aan of deze juist of onjuist zijn op basis van alinea’s 4, 5 en 6. Zet in de uitwerkbijlage een kruis in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Bewering: juist onjuist Curlingouders hebben het beste met hun kinderen X voor. Curlingouders kiezen bewust voor hun manier van X opvoeden. Curlingouders stellen gemakkelijk grenzen aan hun X kinderen. Met een curlingopvoeding leren kinderen goed X omgaan met tegenslag. Als een kind zelf een probleem mag oplossen, kan hij goed leren hoe hij er een volgende keer mee om X moet gaan. indien vijf goed (2) indien vier of drie goed (1) indien twee of minder goed (0) (2)

Vraag 17 1 punt

In alinea 7 zegt Jolles: “Doe je dat niet, dan kweek je óf angstige óf luie kinderen, die verwachten dat anderen dingen voor hen doen.” (regels 110-112) Wat bedoelt Jolles met het vetgedrukte ‘dat’? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De kern van een goed antwoord is: kinderen een negatieve ervaring op laten doen / kinderen de gelegenheid geven om een blauwtje te lopen/ een beetje verdriet te hebben/ een beetje pijn te hebben/ een beetje eenzaam te zijn (1)

Vraag 18 1 punt

Wat is het verband tussen alinea’s 6, 7 en 8 enerzijds en alinea 9 anderzijds? Alinea 9 geeft

  1. A een reden bij alinea’s 6, 7 en 8.
  2. B een samenvatting van alinea’s 6, 7 en 8.
  3. C een tegenstelling bij alinea’s 6, 7 en 8.
  4. D een toelichting bij alinea’s 6, 7 en 8.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 19 1 punt

“Ouders zouden daarom hun focus moeten verleggen van het nú leuk en gezellig houden naar het zelfstandig maken van kinderen.” (regels 129-132) In alinea 5 wordt een nadelig gevolg beschreven van een opvoeding waarbij alles leuk en gezellig moet zijn. Welk nadelig gevolg van deze opvoeding voor ouders staat er in deze alinea? Citeer het zinsgedeelte waarin het nadelige gevolg voor ouders staat.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 20 1 punt

In alinea’s 12 en 13 gaat Jolles in op het geven van feedback door ouders. Waarom is dit volgens hem zo belangrijk voor tieners? omdat feedback uiteindelijk leidt tot

  1. A continue aanpassingen in de hersennetwerken van jongeren
  2. B ervaringen die op een later moment gebruikt kunnen worden
  3. C gesprekken met open vragen in plaats van voorgeschotelde oplossingen
  4. D zelfredzame kinderen die hun leven invulling geven zonder hun ouders
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 21 1 punt

Citeer de zin uit alinea 12 of alinea 13 die de belangrijkste boodschap van Jolles weergeeft.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Tekst 3 Een designkraan maakt het helemaal af

De ‘Oktober Woonmaand’ is voor vele Nederlanders het startsein om het huis opnieuw in te richten of leuke woonaccessoires aan te schaffen. Miljoenen mensen wereldwijd hebben andere woonzorgen. Zo heeft één op de drie mensen geen toilet en één op de tien heeft geen toegang tot veilig drinkwater. In landen als Oeganda, met veel mensen op de vlucht, zijn voorzieningen voor schoon drinkwater en sanitair niet vanzelfsprekend. Met uw gift kan het Rode Kruis deze mensen helpen.

Geef via rodekruis.nl of op IBAN NL83 INGB 0000 00 6868 Geef op giro 6868. naar een advertentie in NRC Het Blad, oktober 2018

Vraag 22 1 punt

De foto in deze advertentie trekt de aandacht van de lezer. Welke andere belangrijke functie heeft de foto in deze advertentie?

  1. A De foto ondersteunt de inhoud van de tekst.
  2. B De foto is nodig om de tekst te kunnen begrijpen.
  3. C De foto voegt nieuwe inhoudselementen aan de tekst toe.
  4. D De foto zorgt voor versiering van de tekst.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 23 1 punt

Welke twee zinnen vormen een sterke tegenstelling met de foto? Noteer de nummers van deze zinnen in de uitwerkbijlage.

1 De ‘Oktober Woonmaand’ is voor vele Nederlanders het startsein om het huis opnieuw in te richten of leuke woonaccessoires aan te schaffen.

2 In landen als Oeganda, met veel mensen op de vlucht, zijn voorzieningen voor schoon drinkwater en sanitair niet vanzelfsprekend.

3 Miljoenen mensen wereldwijd hebben andere woonzorgen.

4 Zo heeft één op de drie mensen geen toilet en één op de tien heeft geen toegang tot veilig drinkwater.

5 Een designkraan maakt het helemaal af.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • De kandidaat moet de nummers van beide zinnen noteren voor toekenning van het scorepunt.
  • Wanneer de kandidaat de bijbehorende tekst bij de zin uitschrijft in plaats van alleen het nummer, dan geldt dit ook als een juist antwoord.

Vraag 24 1 punt

Het belangrijkste doel van deze advertentie is de lezer aansporen. Waartoe wil de advertentie de lezer aansporen?

  1. A om bij het kopen van woonaccessoires ook meteen te doneren aan het Rode Kruis
  2. B om in de ‘Oktober Woonmaand’ zijn huis opnieuw in te richten
  3. C om geld over te maken op de rekening van het Rode Kruis
  4. D om waterpompen, latrines, jerrycans en waterzuiveringstabletten aan het Rode Kruis te doneren
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 25 1 punt

Een opvallende opmaak van een advertentie kan verschillende doelen hebben. In deze advertentie staat een cirkel met tekst. Geef aan welke twee doelen de opmaak met de cirkel hier heeft. Noteer de nummers van deze doelen in de uitwerkbijlage.

1 De cirkel benadrukt het doel van de hoofdtekst.

2 De cirkel nodigt uit om de bijbehorende tekst te lezen.

3 De cirkel trekt extra de aandacht van de lezer.

4 De cirkel vult een saaie plek op de foto op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • De kandidaat moet de nummers van beide doelen noteren voor toekenning van het scorepunt.
  • Wanneer de kandidaat de bijbehorende tekst bij het doel uitschrijft in plaats van alleen het nummer, dan geldt dit ook als een juist antwoord.

Tekst 4 Nooit meer in de rij voor de kassa?

Nooit meer in de rij voor de kassa? (1) Hatsiekidee, een kopje koffie van Tikkie. Wel moeten klanten daarna het huis. Bied studenten iets gratis langs een scanner om de code te aan en ze doen wat je van hen 45 laten zien die ze bij het afrekenen op vraagt. Dat is de redenering van hun mobiel hebben ontvangen. Als

5 Erwin Binneveld, eigenaar van Spar straks steeds meer klanten overgaan University (supermarkt) in de Hoge- op kassaloos betalen, dan ontstaan school Utrecht. Sinds woensdag wil bij die scanner ongetwijfeld opnieuw Binneveld dat zijn klanten zelf hun 50 wachtrijen. boodschappen scannen én zelf (5) Vanaf de zomer zet Albert Heijn

10 afrekenen met hun mobiele telefoon. To Go de volgende stap: winkelen De studenten krijgen een kopje koffie zonder enig betaalmoment. Tijdens en zijn sneller klaar, Spar bespaart het winkelen tikt de klant met zijn op kosten en, als de kassa’s ooit hele- 55 naam gestelde ‘tap-to-go’-pas of met maal weg kunnen, vierkante meters. zijn mobiel tegen de prijskaartjes van

15 (2) Met vallen en opstaan experimen- de gekochte artikelen en loopt daar- teert een hele rij detailhandelaren, na doodleuk naar buiten. Tien techneuten en financiële dienst- minuten later schrijft Albert Heijn het verleners met oplossingen voor 60 geld van de betaalrekening af. Een vermeende ongemakken in het Amsterdamse vestiging wordt de

20 dagelijks betalingsverkeer. Het doel eerste, de andere 75 Albert Heijn lijkt het overweldigende succes te To Go’s moeten in de maanden evenaren van contactloos pinnen, dat daarna volgen. sinds zijn introductie in 2013 gestaag 65 (6) Spar University-eigenaar contant geld verdringt als voornaam- Binneveld zegt dat het kassaloos

25 ste betaalmiddel. Het laboratorium betalen nu nog vooral op basis van voor al die nieuwe betaalmethoden is vertrouwen gebeurt. Kwaadwillenden de detailhandel en in het bijzonder de kunnen stiekem een extra croissantje supermarkt. 70 in hun mandje doen en ermee naar (3) Zo kunnen klanten van veel vesti- buiten wandelen. Ook bij Albert

30 gingen van Albert Heijn To Go al Heijns tap-to-go kan iemand zonder langer zelf hun boodschappen met al te veel moeite vijf flesjes water de mobiele telefoon scannen. Toch scannen en er zes in zijn mandje eindigt die klus nu nog aan een 75 stoppen. (onbemande) kassa waar de klant de (7) Een woordvoerder van Albert

35 inhoud van zijn mandje met een Heijn redeneert andersom: “Onze pinpas moet afrekenen. To Go-vestigingen zitten vaak op sta- (4) Spar University, die zeven vesti- tions of drukke knooppunten en daar gingen heeft op Nederlandse univer- 80 heeft de klant haast. Wij gaan ervan siteiten en hogescholen, gaat nu een uit dat we meer spullen verkopen

40 stapje verder door de kassa helemaal door klanten echt tijdwinst te bieden: uit het proces te verwijderen. Klanten binnen 20 seconden naar binnen en betalen via de bekende betaalapp weer naar buiten. De winst in

85 klandizie weegt volgens ons zwaar- incasseert het verschuldigde bedrag der dan de mogelijkheid dat er eens van de betaalrekening of creditcard wat misgaat.” die bij het bedrijf bekend is. (8) De inmiddels bekende zelfscan- (11) Prachtig, maar peperduur. kassa's blijven voorlopig nog 130 Techgigant Amazon krijgt dit kunst-

90 bestaan. “Maar”, zegt Albert Heijn stukje voor elkaar, doordat de winkel To Go-directeur Jan-Willem in Seattle tjokvol zit met camera's, Dockheer, “als straks in een bepaald gewichtssensoren en andere filiaal niemand meer bij de zelfscan- observatietechnologie. Geavanceer- kassa’s staat, omdat tap-to-go zo 135 de computers, die patronen en per-

95 ontzettend goed werkt, kan ik me sonen herkennen, verwerken al die voorstellen dat we die weghalen. Een informatie tot een factuur en een servicebalie blijft er altijd.” automatische incasso. Dat is een (9) Betalen via een app is handig, leuke stunt van Amazon, maar het maar een complete betaalrevolutie is 140 kost een vermogen. Knappe super-

100 het nog niet. De vraag is immers of marktmanager die dat winstgevend het afrekenen het belangrijkste knel- weet te maken. punt is. Een krentenbol met je mobiel (12) Bovendien: eerst maar eens scannen en al lopend afrekenen is kijken hoe de Spar University-app het reuzemakkelijk. Maar wie op zater- 145 doet. Op de Utrechtse Hogeschool

105 dag met een kind aan de hand zijn pakt een studente woensdag rond winkelwagentje vollaadt met gezins- het middaguur haar mobiel, scant boodschappen, te midden van drie- een flesje vitaminewater, en ... hele- honderd andere klanten, heeft wel- maal niets. Fronsend buigt een drie- licht geen zin om ieder pakje boter 150 tal medewerkers van Spar University

110 zelf te scannen. Dat kan een kassa- zich over haar iPhone, die het flesje medewerker veel sneller. Op dit wel scant, maar niet in rekening moment zijn de kassaloze betaal- brengt. “Dat is gek. Zojuist deed hij methoden vooral een aanvulling op het nog”, zegt een medewerker, het pinnen, geen vervanging daar- 155 terwijl een van de app-ontwikkelaars

115 van. direct verdwijnt om het systeem zo (10) De kassaloze toekomstdroom snel mogelijk te repareren. komt, zoals vaker, uit de Amerikaan- (13) In de lunchpauze, als de logope- se techindustrie. In Seattle opende in die- en verpleegkundestudenten januari de eerste Amazon Go. Daar 160 samendrommen voor pistoletjes en

120 haalt de klant bij binnenkomst één salades, is het nog wachten op een keer zijn telefoon langs een paaltje, functionele update van de Spar daarna is er geen contact-, scan- of University-app. Ondertussen klinkt betaalmoment meer. De klant pakt weer het vertrouwde geluid van de wat hij nodig heeft en vertrekt. Even 165 zelfscankassa: ‘biep, biep, biep’ en

125 later stuurt Amazon een bon en pinnen maar.

naar een tekst van Remco Andersen, de Volkskrant, 5 april 2018

De teksten die voor dit examen gebruikt zijn, zijn bewerkt om ze geschikt te maken voor het examen. Dit is gebeurd met respect voor de opvattingen van de auteur(s). Wie kennis wil nemen van de oorspronkelijke tekst(en), raadplege de vermelde bronnen. Het College voor Toetsen en Examens is verantwoordelijk voor vorm en inhoud van dit examen.

GT-0011-a-b 10 / 10 lees verdereinde ►►► ν

Vraag 26 1 punt

Hoe wordt de tekst ingeleid in alinea 1?

  1. A met de aanleiding voor dit artikel over nieuwe betaalmethoden
  2. B met een beschrijving van problemen met de huidige betaalmethoden
  3. C met een conclusie over een nieuw experiment met betaalmethoden
  4. D met een mening over de huidige en de nieuwe betaalmethoden
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 27 1 punt

Alinea’s 1 en 2 hebben een gezamenlijk deelonderwerp. Wat is het onderwerp van deze alinea’s?

  1. A belemmeringen in het betalingsverkeer
  2. B experimenteren met innovatieve betaalmanieren
  3. C Spar University in de Hogeschool Utrecht
  4. D succes van contactloos pinnen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 28 1 punt

“Zo kunnen klanten van veel vestigingen van Albert Heijn To Go al langer zelf hun boodschappen met de mobiele telefoon scannen. Toch eindigt die klus nu nog aan een (onbemande) kassa waar de klant de inhoud van zijn mandje met een pinpas moet afrekenen.” (regels 29-36) Wat is het verband tussen deze zinnen? Er is sprake van een

  1. A opsomming.
  2. B tegenstelling.
  3. C toelichting.
  4. D voorwaarde.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 29 1 punt

“Als straks steeds meer klanten overgaan op kassaloos betalen, dan ontstaan bij die scanner ongetwijfeld opnieuw wachtrijen.” (regels 46-50) In deze zin is er sprake van een voorwaarde. Aan welk(e) signaalwoord(en) herken je deze voorwaarde? Noteer dit woord/deze woorden in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Als (dan)

Vraag 30 1 punt

Volgens de tekst zijn er inmiddels verschillende betaalmethoden in gebruik en zijn er nieuwe betaalmethoden in opkomst. Welke methode wordt (binnenkort) gebruikt door zowel Spar University als Albert Heijn To Go, volgens alinea’s 3, 4 en 5?

  1. A afrekenen met je pinpas
  2. B betalen met je mobiele telefoon
  3. C controle door een codescanner
  4. D gebruik van een bemande kassa
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 31 1 punt

In alinea 6 staat dat kassaloos betalen kan leiden tot diefstal. In alinea 7 geeft de woordvoerder van Albert Heijn een tegenargument hiervoor. Geef in eigen woorden in de uitwerkbijlage aan wat zijn tegenargument is. Gebruik hiervoor maximaal 20 woorden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat (alleen) een voorbeeld geeft, geen scorepunt toekennen.
  • Als de kandidaat een zin uit de tekst citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 32 1 punt

“Betalen via een app is handig, maar een complete betaalrevolutie is het nog niet. De vraag is immers of het afrekenen het belangrijkste knelpunt is.” (regels 98-102) Wat gebeurt er in deze zinnen?

  1. A Er wordt een kanttekening geplaatst bij het succes van de nieuwe betaalapp.
  2. B Er wordt een tegenstelling gegeven tussen betalen met app en gewoon afrekenen.
  3. C Er wordt een uitleg gegeven bij het probleem met het moderne afrekenen.
  4. D Er wordt een vraag gesteld over de haalbaarheid van de nieuwe betaalapp.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 33 1 punt

Waarom zijn de kassaloze betaalmethoden vooral een aanvulling op het pinnen en geen vervanging daarvan? Baseer je antwoord op de informatie uit alinea 9. Vul de zin in de uitwerkbijlage aan en gebruik zelf nog maximaal 20 woorden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer dan 20 woorden gebruikt, geen scorepunt toekennen.

Vraag 34 1 punt

Waar wordt in alinea’s 10, 11 en 12 vooral de nadruk op gelegd?

  1. A op factoren die een rol spelen bij het slagen van het nieuwe betaalsysteem
  2. B op nieuwe taken voor winkelmedewerkers en -managers
  3. C op positieve gevolgen van de nieuwe betaaltechnologie
  4. D op winkels die aangepast moeten worden voor kassaloos betalen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 35 1 punt

Hoe wordt de tekst in alinea’s 12 en 13 afgesloten?

  1. A door een nieuwe vraag te stellen over de betaalapp
  2. B door een samenvatting te geven van de diverse betaalmethoden
  3. C door een kritische blik te werpen op een toekomst zonder kassa’s
  4. D door nader te kijken naar het Spar-voorbeeld uit alinea 1
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 36 1 punt

Met welk doel is deze tekst geschreven? De tekst wil de lezer vooral

  1. A aansporen om gebruik te maken van nieuwe betaalmethoden.
  2. B informatie geven over de ontwikkeling van nieuwe betaalmethoden.
  3. C overtuigen dat de nieuwe betaalmethoden niet goed werken.
  4. D uitleg geven over het gebruik van nieuwe betaalmethoden.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Schrijfopdracht

Je school maakt in de aula gebruik van een cateraar om eten en drinken te verkopen aan de leerlingen. De cateraar heeft een lekker en erg uitgebreid assortiment en veel leerlingen kopen dan ook wat te eten of te drinken in de pauzes. Iedereen moet met contant geld betalen of pinnen, waardoor er in de pauzes lange wachtrijen ontstaan. De leerlingen zijn erg ontevreden over deze situatie, omdat ze veel tijd van hun pauze kwijt zijn aan wachten.

In de les Nederlands is laatst de tekst ‘Nooit meer in de rij voor de kassa?’ behandeld. Je hebt hierdoor een goed beeld gekregen van de mogelijkheden van kassaloos betalen (zoals via een betaalapp, scannen met je mobiel of een op naam gesteld pasje), maar ook van de nadelen ervan. Je hebt daardoor wel een idee over hoe de situatie bij de cateraar in de pauzes kan worden verbeterd.

Je legt je idee voor aan de directeur van je school en hij raadt je aan een e-mail aan Marcel Burgers, de cateraar, te sturen. In deze e-mail geef je jouw mening over de situatie bij de cateraar en leg je jouw idee uit om deze situatie te verbeteren. Je geeft een mogelijk voordeel en een mogelijk nadeel van jouw oplossing. Ten slotte vermeld je wat je hoopt te bereiken met je e-mail. Je vraagt de cateraar of hij je een reactie met zijn mening over jouw idee wil sturen. Van de directeur krijg je het e-mail- adres.

Vraag 37 13 punten

Opdracht Schrijf een zakelijke e-mail naar de cateraar, de heer Marcel Burgers. Een aantal gegevens is al voorgedrukt in de uitwerkbijlage. Vermeld het onderwerp van je e-mail in de onderwerpregel. Gebruik voor jouw e-mail de gegevens op de vorige bladzijde en eventueel de tekst ‘Nooit meer in de rij voor de kassa?’. Gegevens die niet in de opdracht staan, moet je zelf bedenken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Als de kandidaat de opdracht helemaal niet heeft uitgewerkt, geen scorepunten toekennen.

37.1 maximumscore 6 Aftrek inhoud De score is 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Indien de volgende elementen geheel of gedeeltelijk onjuist zijn of ontbreken:

  • verzoek kandidaat aan cateraar om te reageren (1p)

37.2 maximumscore 5 Aftrek taalgebruik De score is 5 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Let op: Om taalgebruik te kunnen beoordelen, moet de uitwerking van de kandidaat een minimum aantal woorden bevatten. Als de uitwerking van de kandidaat uit minder dan 100 woorden bestaat, géén scorepunten voor taalgebruik toekennen. De voorgedrukte gegevens tellen niet mee voor het bepalen van het aantal woorden.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Nederlands 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0011-a-21-2-o

Andere examens Nederlands vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (16), tekstverbanden en signaalwoorden (7) en argumentatie (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0011-a-21-2-c).

Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.