Eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Moet de smartphone ook in Nederlandse scholen, Tekst 2 We worden slimmer, maar niet per se wijzer, Tekst 3 Als je taal leuk vindt, doe er dan wat mee!, Tekst 4 Duurzaam leven lukt niet altijd en dat vinden we ‘stom’, Schrijfopdracht.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over tekstverbanden en signaalwoorden (13), leesvaardigheid (10) en tekstsoorten en tekstdoelen (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Tekstverbanden en signaalwoorden1-3, 6-7, 10-11, 14-15, 18, 28, 30, 3413
Leesvaardigheid8-9, 13, 17, 19, 21, 23, 25, 27, 2910
Tekstsoorten en tekstdoelen12, 20, 22, 24, 26, 356
Argumentatie4, 31-334
Samenvatten5, 16, 363
Schrijfvaardigheid371

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over tekstverbanden en signaalwoorden (35% van de vragen, gemiddeld 19%). Minder over leesvaardigheid (27% van de vragen, gemiddeld 48%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Tekst 1 Moet de smartphone ook in Nederlandse scholen

Moet de smartphone ook in Nederlandse scholen worden verboden? (1) De Franse overheid heeft vanaf e-mail leest, dan neem je niet op wat deze maand het gebruik van ik zeg. Dit geldt voor 99,8 procent smartphones op basisscholen en van alle mensen op de hele wereld.” collèges (een middenschool voor 45 (5) Deze redenering gaat trouwens

5 leerlingen tot vijftien jaar) verboden. niet op als een van de twee activi- De apparaten zouden de aandacht teiten een automatisme is, zoals van scholieren te veel afleiden. Zou strijken, wandelen of eten. “Maar zo’n verbod in Nederland ook een zodra je over een handeling moet goed idee zijn? 50 gaan nadenken, dan kun je een van

10 (2) Het is een van de speerpunten de twee taken die je probeert te doen van het beleid van de Franse niet meer adequaat uitvoeren.” onderwijsminister Jean-Michel (6) Kirschner is zelf heel resoluut in Blanquer: smartphones in school- het verbieden van smartphones en gebouwen zijn voortaan uit den boze. 55 laptops tijdens zijn colleges. “Als je in

15 De apparaten leiden volgens hem de mijn klas zit, kom je om naar mij te aandacht van de tieners af en luisteren en niet om interactie te heb- frustreren daarmee het opdoen van ben met andere mensen op een kennis, het primaire doel voor andere plek. Bovendien leid je met kinderen op school. 60 een flikkerend schermpje ook je

20 (3) In Nederland kan zo’n regel niet buurman of buurvrouw af. Dat is bijna door de overheid worden opgelegd; net zo irritant als ongewenst gedwon- het schoolsysteem is hier minder gen worden om mee te roken.” gereguleerd dan in Frankrijk. (7) Als het aan de hoogleraar ligt, Nederlandse scholen mogen zelf 65 dan houden alle scholen hun rug

25 bepalen of het gebruik van recht en voeren per direct een smartphones op school verboden smartphoneverbod in. “Kinderen, wordt. Cijfers over hoeveel van de maar ook volwassenen kunnen alle ruim zeshonderd scholen dit piepjes en pushberichten moeilijk of verbieden, zijn niet voorhanden. 70 zelfs niet negeren. Zij voelen zich

30 (4) Hoogleraar onderwijspsychologie gedwongen om ernaar te kijken”, legt Paul Kirschner van de Open hij uit. “Dat moet je zeker bij tieners Universiteit laat er geen twijfel over niet gaan stimuleren. Je legt ook bestaan: een smartphone, tablet of geen spuit heroïne voor een junk laptop in de klas leidt af. “Mensen 75 neer.”

35 kunnen niet multitasken”, stelt hij. (8) Ook cijfers van de overheid “We hebben maar één stel hersens. bevestigen dit beeld. Uit een groot, We zijn geen computer met twee of representatief onderzoek van DUO vier of acht verwerkingseenheden. Onderwijsonderzoek & Advies bleek Het maakt daarbij niet uit wat voor 80 eind vorig jaar dat smartphones in de

40 geslacht of leeftijd iemand heeft. Als klas leiden tot lagere cijfers en jij met mij praat én tegelijkertijd een verminderde taal- en leesvaardigheid

bij scholieren op de middelbare hun lesstof, omdat kinderen dat door school. Vrijwel alle Nederlandse hun verslaving aan piepjes en appjes

85 docenten vinden dat hun leerlingen amper meer kunnen. “Maar dit soort onder schooltijd te veel tijd op sociale grote kwesties kun je niet alleen op media doorbrengen. 130 het bord van de docenten leggen. De (9) De stichting Kennisnet is basis van verantwoord smartphone- gespecialiseerd in de relatie tussen gebruik moet eigenlijk door de

90 onderwijs en moderne technologie. ouders worden bijgebracht. Zij “Ik zie dat scholen er de afgelopen beslissen in principe ook wanneer drie jaar steeds beter mee omgaan”, 135 een kind zijn of haar eerste stelt Remco Pijpers, specialist jeugd smartphone of tablet krijgt.” en media. “Het is belangrijk dat er (13) Veel ouders worstelen met deze

95 binnen scholen over wordt gepraat kwesties, beaamt orthopedagoog1) door de directie en docenten én dat Riemke Groeneveld. “Ze hebben er er één lijn wordt getrokken. Het werkt 140 een extra opvoedende taak bij niet als er maar één of twee gekregen, eentje waar zij zelf als kind docenten zijn die mobieltjes in het geen enkele ervaring mee hebben

100 lokaal verbieden.” opgedaan”, stelt ze. “Dat leidt continu (10) Nederlandse scholen proberen tot nieuwe vragen: hoe neem je een balans te vinden tussen de voor- 145 smartphones mee in de opvoeding? en nadelen van smartphones, merkt Hoe praat je erover met je kind, hoe hij. “Nieuwe technologieën bieden ga je ermee om als regels worden

105 ook veel voordelen: denk aan het overtreden?” snel doorgeven van lesstof of (14) Zoals bij elk onderwerp is het roosterwijzigingen. Bovendien moet 150 vooral van groot belang om eerlijk je kinderen ook klaarstomen voor een met kinderen te blijven communice- samenleving waarin ICT-toepas- ren, stelt Groeneveld. “En stel duide-

110 singen niet meer weg te denken zijn.” lijke regels op die je kunt toetsen. (11) Hij hoort veel verhalen van Dat biedt kinderen een handvat om te docenten die soms wat moedeloos 155 leren hoe ze met moderne appara- worden van de strijd tegen de tuur moeten omgaan. Bespreek of de oprukkende smartphones. “Tegen het smartphone tijdens de uren dat huis-

115 leger van verslavingsexperts in werk wordt gemaakt, weggelegd kan Silicon Valley valt eigenlijk niet op te worden. En probeer als de kinderen boksen”, stelt Pijpers. “Docenten zijn 160 jong zijn altijd een vorm van toezicht opgeleid om les te geven, om te houden op wat zij precies doen op kinderen te boeien. Maar het is een hun laptop of smartphone. Leg ook

120 zeer ongelijke strijd als je het moet uit waarom je dat wilt doen, maak opnemen tegen een apparaat dat zo inzichtelijk waarom die regels er zijn. onvoorstelbaar veel niet te negeren 165 En wellicht het belangrijkste: geef impulsen afgeeft.” zelf het goede voorbeeld en zit ook (12) Sommige docenten nemen het niet de hele avond op het schermpje

125 leren focussen tegenwoordig op in te turen.”

naar een artikel van Robbert Blokland op internet (NU.nl), 28 september 2018

noot 1 orthopedagoog: opvoedkundige gespecialiseerd in kinderproblematiek

Vraag 1 1 punt

Op welke twee manieren introduceert de schrijver het onderwerp van de tekst in de alinea’s 1 en 2? Kruis de juiste antwoorden aan in de tabel in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als een kandidaat meer dan twee antwoorden aankruist, geen scorepunt toekennen.
  • Het scorepunt alleen toekennen als de twee juiste antwoorden zijn aangekruist.

Vraag 2 1 punt

“De apparaten leiden volgens hem de aandacht van de tieners af en frustreren daarmee het opdoen van kennis (…)” (regels 15-18) Van welk verband is er sprake in deze zin?

  1. A middel - doel
  2. B oorzaak - gevolg
  3. C opsomming
  4. D uitspraak - toelichting
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 3 1 punt

Welk verband is er tussen de alinea’s 1 en 2 enerzijds en alinea 3 anderzijds?

  1. A Alinea 3 geeft een uitleg bij de informatie uit de alinea’s 1 en 2.
  2. B Alinea 3 geeft een voorbeeld bij de informatie uit de alinea’s 1 en 2.
  3. C Alinea 3 vormt een opsomming met de informatie uit de alinea’s 1 en 2.
  4. D Alinea 3 vormt een tegenstelling bij de informatie uit de alinea’s 1 en 2.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 4 1 punt

Volgens Paul Kirschner kunnen mensen niet multitasken (alinea’s 4 en 5). Toch blijkt dit niet voor alle situaties te gelden. Leg uit wanneer mensen niet kunnen multitasken en wanneer wél. Gebruik maximaal 40 woorden en noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • In het antwoord moet duidelijk het verschil tussen wel kunnen multitasken en niet kunnen multitasken worden vermeld. Dit verschil kan ook met voorbeelden worden uitgelegd.
  • Als de kandidaat meer dan 40 woorden gebruikt, geen scorepunt toekennen.

Vraag 5 1 punt

In alinea 6 staat dat Paul Kirschner smartphones en laptops tijdens zijn colleges verbiedt. Vat de argumenten die hij hiervoor geeft samen in maximaal

20 woorden. Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Beide elementen moeten gegeven zijn voor toekenning van het scorepunt.
  • Als de kandidaat als argument noemt dat je geen interactie met andere mensen (op een andere plek) mag hebben, dan is dat geen correct antwoord.
  • Als de kandidaat in totaal meer dan 20 woorden gebruikt, geen scorepunt toekennen.

Vraag 6 1 punt

Wat is de functie van alinea 8? Alinea 8

  1. A licht de mening van Kirschner toe.
  2. B nuanceert de mening van Kirschner.
  3. C onderschrijft de mening van Kirschner.
  4. D weerlegt de mening van Kirschner.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 7 1 punt

De alinea’s 9 tot en met 12 hebben een gezamenlijk deelonderwerp. Welk deelonderwerp is dat?

  1. A nadelen van het gebruiken van smartphones op school
  2. B nieuwe technologieën op school dankzij smartphones
  3. C ongelijke strijd voor docenten tegen smartphones
  4. D zoeken naar evenwichtig gebruik van smartphones op school
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 8 1 punt

In alinea 12 staat dat kinderen verslaafd zijn aan piepjes en appjes. Citeer de twee opeenvolgende zinnen uit alinea 5, 6 of 7 waarin dezelfde boodschap staat.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 9 1 punt

“De basis van verantwoord smartphonegebruik moet eigenlijk door de ouders worden bijgebracht.” (regels 130-133) Veel ouders vinden dit moeilijk. Citeer de zin uit alinea 12 of alinea 13 waarin staat waarom ouders dit moeilijk vinden.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 10 1 punt

Wat is het verband tussen alinea 13 en alinea 14? Alinea 14

  1. A gaat verder in op de vragen in alinea 13.
  2. B geeft een gevolg van het gestelde in alinea 13.
  3. C voegt nieuwe elementen toe aan de informatie in alinea 13.
  4. D vormt samen met alinea 13 een tegenstelling bij alinea 12.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 11 1 punt

Wat is de functie van het slot van de tekst (alinea’s 13 en 14)? Het slot

  1. A bevat een advies.
  2. B geeft een samenvatting.
  3. C trekt een conclusie.
  4. D uit een toekomstverwachting.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 12 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze tekst?

  1. A lezers informeren over de redenen om een smartphoneverbod op scholen in te voeren
  2. B lezers informeren over het belang van verstandig met de smartphone leren omgaan
  3. C lezers overtuigen dat scholen in Nederland een smartphoneverbod moeten invoeren
  4. D lezers overtuigen om minder vaak de smartphone te gebruiken in het bijzijn van kinderen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 13 1 punt

Welke zin geeft het best de hoofdgedachte van de tekst weer?

A Nederland moet, net als Frankrijk, een smartphoneverbod op scholen invoeren, omdat de schoolcijfers en -prestaties achteruitgaan.

B Smartphonegebruik op scholen zorgt voor lagere cijfers en prestaties, maar er kan in Nederland geen landelijk smartphoneverbod op school

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Tekst 2 We worden slimmer, maar niet per se wijzer

We worden slimmer, maar niet per se wijzer

(1) Als we de uitslagen van IQ-testen gemiddelde intelligentiequotiënt (IQ) mogen geloven, dan worden we sinds het begin van de 20ste eeuw steeds slimmer. Maar hoe komt dat? elk decennium met drie punten was En zijn we ook écht intelligenter dan toegenomen. De ontdekking kwam

5 vroeger? 25 bekend te staan als het Flynn-effect. (2) Zo’n 35 jaar geleden belandde (4) Vervolgstudies bevestigden het een flinke stapel intelligentietest- resultaat van Flynn. “En de test- scores uit Nederland op het bureau scores groeien wereldwijd nog van James Flynn. Bij het doorspitten steeds”, zegt Jelte Wicherts, hoog-

10 van de gegevens stuitte de Nieuw- 30 leraar methodologie aan Tilburg Zeelandse filosoof op iets interes- University. Wicherts doet onderzoek sants. De Nederlandse 18-jarigen uit naar de manieren waarop we intelli- de jaren 50 scoorden veel lager dan gentie meten en de verschillen in IQ- hun leeftijdsgenoten in de jaren 80. scores tussen mensen en groepen.

15 Het verschil bleek maar liefst 20 IQ- 35 (5) Over de oorzaken van de stijging punten. wordt druk gespeculeerd, vertelt de (3) Flynn werd nieuwsgierig en breid- IQ-expert. Er is een theorie dat de zijn onderzoek uit. Hij onderzocht kinderen tegenwoordig slimmer zijn, de testresultaten van een twintigtal omdat ze in tegenstelling tot vroeger

20 andere landen en ontdekte dat het 40 opgroeien in kleine gezinnen. Hier-

door zouden ouders meer tijd en hele breedte slimmer zijn geworden. aandacht voor hun kroost hebben. 65 Een IQ-test bestaat doorgaans uit Aannemelijk is dat ook andere verschillende onderdelen en geeft factoren van invloed zijn, zoals daarvan een gemiddelde. “Als we de

45 betere voeding dan vroeger en een onderdelen van IQ-tests afzonderlijk betere gezondheidszorg en scholing. bekijken, zien we dat op bepaalde (6) Zelf denkt Wicherts dat nieuwe 70 onderdelen hoge scores worden be- generaties slimmer worden, omdat ze haald, terwijl op andere onderdelen op andere manieren spelen dan de scores gelijk blijven of juist achter-

50 vroeger. Waar opa nog in bomen uitgaan. Zo zijn we vergeleken met klom en vader in de weer was met vroeger bijvoorbeeld sterker in Lego, spelen kinderen van nu vooral 75 redeneren, maar is ons vocabulaire computerspelletjes. “Mijn kinderen zwakker.” zijn gek op Fortnite, een populair (8) Enkele recente onderzoeken

55 schietspel. Daar komen nogal wat lijken aan te tonen dat de toename in complexe, cognitieve handelingen bij IQ afzwakt. Over de oorzaak tasten kijken. Je ontwikkelt daardoor ruimte- 80 onderzoekers nog in het duister, zo lijk inzicht en leert vooruit te denken zegt Wicherts. “Het is speculeren en snel te reageren. Dat zijn allemaal waarom IQ-scores toenemen en dus

60 onderdelen die je ook in intelligentie- ook waarom ze afzwakken. We tests terugziet”, zegt de IQ-expert. weten nog te weinig over hoe (7) Volgens Wicherts wil de stijging in 85 intelligentie zich ontwikkelt.” IQ-scores niet zeggen dat we over de

naar een artikel van Kaj van Arkel, Algemeen Dagblad, 21 april 2019

Vraag 14 1 punt

Wat is het verband tussen alinea 1 en alinea 2? Alinea 2

  1. A geeft antwoord op de vragen in alinea 1.
  2. B noemt een gevolg bij het gestelde in alinea 1.
  3. C ondersteunt de bewering in alinea 1.
  4. D trekt een conclusie uit het gestelde in alinea 1.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 15 1 punt

Welk kopje geeft het best de inhoud weer van de alinea’s 2, 3 en 4?

  1. A Gemiddelde IQ-scores
  2. B Het Flynn-effect
  3. C Meetbaarheid van intelligentie
  4. D Toename Nederlands IQ
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 16 1 punt

In alinea 5 staat dat kinderen tegenwoordig slimmer zijn dan vroeger. Vat alinea 5 en alinea 6 samen door de oorzaken hiervan weer te geven in het stroomdiagram in de uitwerkbijlage. Houd de volgorde van de tekst aan. Vul de letters van de oorzaken in achter de nummers in het diagram. Twee oorzaken zijn al gegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij 3 en 4 mogen ‘c’ en ‘e’ in willekeurige volgorde genoemd worden.

Vraag 17 1 punt

“(…) dat de toename in IQ afzwakt.” (regels 78-79) Wat wordt hiermee bedoeld?

  1. A De scores op IQ-tests lopen steeds minder uiteen.
  2. B De scores zijn lager op alle onderdelen van de IQ-test.
  3. C Het gemiddelde IQ neemt langzamerhand af.
  4. D Het gemiddelde IQ stijgt minder hard dan voorheen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 18 1 punt

Wat is de functie van alinea 8? Alinea 8

  1. A geeft een korte samenvatting.
  2. B trekt een onverwachte conclusie.
  3. C uit een toekomstverwachting.
  4. D voegt nieuwe informatie toe.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 19 1 punt

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

  1. A Er is geen zekerheid over de oorzaken van de toename van IQ-scores.
  2. B Intelligentietestscores zeggen erg veel over onze mate van slimheid.
  3. C Uitslagen van IQ-tests wereldwijd roepen vragen op voor onderzoekers.
  4. D We zijn de afgelopen honderd jaren uiteindelijk niet slimmer geworden.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 20 1 punt

Wat is het doel van deze tekst?

  1. A informeren over het wereldwijd gestaag afzwakkende IQ
  2. B informeren over langlopend onderzoek naar stijgend IQ
  3. C overtuigen dat een hoog IQ meer omvat dan redeneren
  4. D overtuigen dat IQ-scores lastig te interpreteren zijn
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 21 2 punten

In alinea 1 worden twee vragen gesteld:

1 Hoe komt het dat we steeds slimmer worden?

2 Zijn we ook echt intelligenter dan vroeger? In welke alinea’s komen deze vragen aan de orde? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking

1 scorepunt per juist ingevuld antwoord, waarbij alle correcte alinea’s moeten zijn genoemd voor toekenning van het scorepunt.

Tekst 3 Als je taal leuk vindt, doe er dan wat mee!

naar een advertentie in NRC, juli/augustus 2019

Vraag 22 1 punt

Een afbeelding in een advertentie kan verschillende functies hebben. De afbeelding

1 is nodig om de tekst te kunnen begrijpen.

2 ondersteunt de inhoud van de tekst.

3 trekt de aandacht.

4 voegt nieuwe inhoudselementen aan de tekst toe. Op deze afbeelding zie je woordmagneten op een koelkast. Welke twee functies heeft de afbeelding in deze advertentie vooral?

  1. A 1 en 2
  2. B 1 en 3
  3. C 2 en 3
  4. D 2 en 4

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 23 1 punt

In de tekst staat: “Toch zijn er ook andere dingen die we kunnen doen: het delen van onze taal.” Citeer het zinsgedeelte waarin wordt uitgelegd op welke manier je onze taal kunt delen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 24 1 punt

Op welke doelgroep richt deze advertentie zich vooral? op mensen die

  1. A erg goed in Nederlands zijn en daarin les willen geven
  2. B Nederlanders met een taalachterstand willen helpen
  3. C nieuwe inwoners van Nederland in nood willen helpen
  4. D nieuwkomers in Nederland willen helpen de taal te leren
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 25 1 punt

Volgens de advertentietekst heeft het werk van een taalvrijwilliger twee voordelen: één voor de taalvrijwilliger zelf en één voor de nieuwe landgenoten. Welk voordeel wordt genoemd voor de taalvrijwilliger en welk voordeel voor de nieuwe landgenoten? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage. Gebruik voor elk voordeel maximaal 10 woorden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Beide voordelen moeten genoemd worden voor toekenning van het scorepunt.
  • Als de kandidaat meer dan 10 woorden per voordeel gebruikt, het scorepunt niet toekennen.

Vraag 26 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie? lezers

  1. A aansporen op de website hetbegintmettaal.nl/word-taalcoach te kijken
  2. B informeren over allerlei manieren om de wereld te verbeteren
  3. C oproepen om zich op te geven als taalvrijwilliger
  4. D overtuigen dat de wereld met taal verbeterd kan worden
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 27 1 punt

Op de afbeelding zie je woordmagneten op een koelkast. Op welke manier maakt de opmaak van de afbeelding duidelijk welke magneten belangrijk zijn voor de boodschap van de advertentie? Vul de zin aan in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Uit het antwoord van de kandidaat moet blijken dat het om het verschil in (de kleur van) de achtergrond en/of letters (van de magneten) gaat.
  • Als de kandidaat antwoordt ‘(De magneten die …) zijn anders opgemaakt’, geen scorepunt toekennen.
  • Als de kandidaat antwoordt ‘zijn de woorden ‘taal’, ‘doe’, ‘mee’’, geen scorepunt toekennen.

Tekst 4 Duurzaam leven lukt niet altijd en dat vinden we ‘stom’

Duurzaam leven lukt niet altijd en dat vinden we ‘stom’ (1) Duurzaam leven, we willen wel, zelf om geen tasje mee te nemen. maar we doen het niet. Wat korter Veel minder erg vinden ze dat het douchen, een dagje geen vlees eten 45 niet lukt om minder vlees te eten en

zo moeilijk is het niet en toch komt plantaardige melk te drinken.

5 het er vaak niet van. En dat vinden 41 procent vindt een maaltijd zonder Nederlanders ‘stom’ van zichzelf, vlees ‘armoedig’. In noordelijke blijkt uit onderzoek van Milieu provincies zelfs 52 procent. Centraal dat dinsdag verschijnt. 50 (5) Jongeren (tot 34 jaar) vinden het, (2) De klimaatspijbelaars van 2019 meer dan gemiddeld, stom van zich-

10 werd ‘hypocrisie’ verweten: een beter zelf dat ze niet vaker vegetarisch klimaatbeleid eisen en ook naar eten. Tegelijkertijd douchen ze langer McDonald’s gaan. Maar ‘wel willen dan ouderen en vinden ze een en niet doen’ kun je ook een 55 zuinige douchekop niet prettig. ‘discrepantie’ noemen, zoals de (6) “Het kennisniveau lijkt op peil, het

15 onderzoekers doen. Marktonder- in de praktijk brengen blijkt nog lastig zoeksbureau Motivaction vroeg naar en niet naar eigen wens”, conclu- dagelijkse dingen: de vaatwasser op deren de onderzoekers droog. het ecoprogramma zetten, plant- 60 “Gewoontegedrag veranderen naar aardige melk drinken, plasticafval gewenst gedrag is moeilijk”, zegt

20 scheiden, de verwarming ‘s nachts Anne Kluivers, gedragsdeskundige laag zetten, een boodschappentas bij Milieu Centraal. “Helemaal als de meenemen, niet langer dan vijf obstakels van buitenaf komen. Neem minuten douchen en vegetarisch 65 afval scheiden: sommige gemeenten eten. maken dat makkelijker dan andere.”

25 (3) Vooral die laatste twee doen de (7) De sociale norm drukt ook. In een ruim duizend ondervraagden, gemid- omgeving waarin een vleesloze deld Nederland, minder vaak dan ze maaltijd armoedig wordt gevonden, willen: “Ik hou gewoon te veel van 70 is veranderen lastiger. “Zo is dierlijke douchen. En ik vind vlees heel erg zuivel zichtbaarder in de supermarkt

30 lekker.” Zo verklaren sommige onder- dan sojamelk. Koemelk is de norm.” vraagden het verschil tussen wens (8) “Om gedrag te veranderen heb je en gedrag. Uit andere uitspraken kennis nodig, nieuwe normen en een blijkt dat kleine belemmeringen snel 75 omgeving die een beetje meewerkt”, in de weg staan: het ecoprogramma zegt Kluivers. De kennis is op peil, nu

35 duurt te lang, de rest van het gezin die andere twee nog. “Het helpt als houdt niet van vleesvervangers, de overheid met regels de norm stelt. plastic scheiden kost te veel ruimte, We vinden het inmiddels normaal dat mijn man is een koukleum, en tja, dat 80 je geen gratis plastic tasje meer tasje, dat vergeet je weleens. krijgt, dus vinden we het ook

40 (4) Wat Nederlanders zelf van die stommer als we zelf een tas discrepantie vinden, verschilt. vergeten.”

40 procent vindt het stom van zich-

(9) In het geval van vlees gaan de een campagne van kleine stapjes

85 hakken sneller in het zand, ziet probeert Milieu Centraal, dat burgers Kluivers ook. Anders dan aan dat 100 adviseert over duurzame keuzes, plastic tasje, waar we vrij makkelijk daarom gedrag te veranderen. Dus afscheid van namen, zijn veel niet: word allemaal veganist, maar Nederlanders nog erg gehecht aan ‘probeer eens een dagje geen kaas’.

90 hun dagelijkse stukje vlees. “Elke Niet: doe de auto weg, maar ‘doe een dag vlees op tafel laat in sommige 105 dagje boodschappen op de fiets’. In groepen zien dat je het goed hebt. de hoop dat een dagje 150 dagen Vlees eten is gekoppeld aan diep worden. “Als je het een dagje doet, verankerde sociale waarden.” zie je dat het kan. Als je het drie

95 (10) “Hoe meer je in het persoonlijk maanden doet, wordt het een leven komt van mensen, hoe groter 110 gewoonte.” de weerstand”, zegt Kluivers. Met

naar een artikel van Martine Kamsma, NRC Next, 11 februari 2019

De teksten die voor dit examen gebruikt zijn, zijn bewerkt om ze geschikt te maken voor het examen. Dit is gebeurd met respect voor de opvattingen van de auteur(s). Wie kennis wil nemen van de oorspronkelijke tekst(en), raadplege de vermelde bronnen. Het College voor Toetsen en Examens is verantwoordelijk voor vorm en inhoud van dit examen.

►►► ν

Vraag 28 1 punt

De tekst wordt ingeleid door een opmerkelijk verschijnsel te noemen, namelijk de discrepantie tussen iets wel willen maar niet doen. Op welke andere twee manieren wordt de tekst ingeleid in de alinea’s 1 en 2? Kruis de juiste antwoorden aan in de tabel in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Deze vraag bevat een fout en is daarom geneutraliseerd. Voor deze vraag altijd 1 scorepunt toekennen, ongeacht het antwoord van de kandidaat.

Vraag 29 1 punt

Wat is de belangrijkste boodschap uit het onderzoek van Milieu Centraal, volgens de alinea’s 1 en 2?

  1. A We kunnen nog niet duurzamer leven, omdat er te veel hindernissen zijn.
  2. B We vinden vooral dat anderen duurzamer moeten leven, zelf doen we al genoeg.
  3. C We wensen een duurzamer leven, maar weigeren ons gedrag aan te passen.
  4. D We willen wel duurzamer leven, maar het lukt ons nog niet om te veranderen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 30 1 punt

Wat is de functie van alinea 3? Alinea 3 noemt vooral

  1. A gevolgen bij het gestelde in de alinea’s 1 en 2.
  2. B nadelen van het gestelde in de alinea’s 1 en 2.
  3. C tegenargumenten bij het gestelde in de alinea’s 1 en 2.
  4. D verklaringen bij het gestelde in de alinea’s 1 en 2.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 31 2 punten

“Het kennisniveau lijkt op peil” (regel 56) Welke twee andere factoren dragen bij aan gedragsverandering volgens de alinea’s 6, 7 en 8? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage. Gebruik per factor maximaal 6 woorden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer dan 6 woorden per factor gebruikt, 1 scorepunt in mindering brengen op behaalde score.

Vraag 32 2 punten

Het is moeilijker om afscheid te nemen van vlees dan van de plastic tasjes, blijkt uit alinea 9. Leg uit hoe dat verschil veroorzaakt wordt. Baseer je antwoord op de alinea’s 8, 9 en 10. Vul de zinnen in de uitwerkbijlage aan en gebruik maximaal 15 woorden per zin.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat bij het tweede element alleen (een) voorbeeld(en) gebruikt, geen scorepunt toekennen.
  • Als de kandidaat meer dan 15 woorden per zin gebruikt, 1 scorepunt in mindering brengen op behaalde score.

Vraag 33 1 punt

In alinea 10 staat dat Milieu Centraal met ‘een campagne van kleine stapjes’ ons gedrag probeert te veranderen. Waarom kiest Milieu Centraal voor kleine stapjes?

  1. A omdat bij grote stappen te veel mensen zouden worden overgeslagen
  2. B omdat het hebben van grote verwachtingen juist vaak teleurstellend kan uitpakken
  3. C omdat kleine, positieve ervaringen kunnen leiden tot verandering op lange termijn
  4. D omdat mensen het niet accepteren als in hun persoonlijk leven wordt ingegrepen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 34 1 punt

Welk deelonderwerp hebben de alinea’s 9 en 10 samen?

  1. A campagne van kleine stapjes
  2. B iedereen veganist
  3. C langetermijngedrag
  4. D van weerstand tot gewoonte
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 35 1 punt

Met welk doel lijkt deze tekst te zijn geschreven? De tekst lijkt de lezer vooral

  1. A te adviseren hoe hij uiteindelijk weloverwogen een gezond en duurzaam leven kan leiden.
  2. B te adviseren hoe hij zijn weinig duurzame manier van leven aan kan passen aan de eisen van deze tijd.
  3. C te informeren over de verschillende mogelijkheden om sociale normen te veranderen.
  4. D te informeren over de wens en de moeilijkheid om gewoontes om te buigen naar een duurzame levensstijl.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 36 2 punten

Welke vier van onderstaande zinnen uit de tekst vormen samen de samenvatting van deze tekst? Noteer de nummers van deze zinnen in de juiste volgorde in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat de zinnen uitschrijft die bij de juiste nummers horen, dan geldt dit ook als een correct antwoord.

Schrijfopdracht

In de lessen maatschappijleer wordt veel aandacht besteed aan het onderwerp duurzaamheid. Tijdens deze lessen is de tekst ‘Duurzaam leven lukt niet altijd en dat vinden we stom’ besproken. Uit de bespreking van de tekst blijkt dat veel leerlingen duurzamer leven belangrijk vinden; zij noemen hiervoor meerdere argumenten. In de klas ontstaat wel een discussie over welke manieren nu echt bijdragen tot duurzaam leven. De discussie gaat er ook over hoe makkelijk je je gedrag kunt of wilt aanpassen om duurzamer te leven.

Iedereen in de klas is het erover eens dat de voorbeelden uit de tekst, zoals plasticafval scheiden en de verwarming ’s nachts laag zetten, wel echt helpen om duurzamer te leven. De meeste leerlingen vinden het dan ook niet moeilijk om hun gedrag te veranderen op deze punten. Een deel van de klas betwijfelt echter of bijvoorbeeld vegetarisch eten en niet langer dan vijf minuten douchen echt bijdragen aan een duurzamer leven. Deze leerlingen zijn niet van plan hun gedrag te veranderen of vinden het heel moeilijk om dat te doen.

De grote vraag is hoe je je gedrag toch kunt veranderen als je dat moeilijk vindt, maar het wel wilt. Tijdens de discussie in de les komen jullie er niet uit. In de tekst wordt Anne Kluivers genoemd, gedragsdeskundige bij Milieu Centraal. Je docent stelt voor om haar te interviewen over duurzaam leven en gedragsverandering. Dat vinden jullie een goed plan.

Je docent vraagt jou om namens de klas een e-mail aan mevrouw Kluivers te sturen met het verzoek of jij en jouw klasgenoten haar mogen interviewen. In deze e-mail vertel je uitgebreid over de discussie in de klas. Ook vermeld je een argument voor het belang van duurzamer leven dat in de klas tijdens de discussie genoemd is. In de les zijn er verschillende ideeën voor een duurzamer leven voorgesteld. Jij legt twee nieuwe ideeën in je e-mail aan mevrouw Kluivers voor.

Let op: de laatste opdracht van dit examen staat op de volgende pagina.

Vraag 37 13 punten

Opdracht: Schrijf de e-mail aan mevrouw Anne Kluivers van Milieu Centraal. Een aantal gegevens is al voorgedrukt in de uitwerkbijlage. Vermeld het onderwerp van je e-mail in de onderwerpregel. Gebruik voor je e-mail de gegevens op de vorige bladzijde en eventueel de tekst ‘Duurzaam leven lukt niet altijd en dat vinden we stom’. Gegevens die niet in de opdracht staan, moet je zelf bedenken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Als de kandidaat de opdracht helemaal niet heeft uitgewerkt, geen scorepunten toekennen.

37.1 maximumscore 6 Aftrek inhoud De score is 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0. Indien de volgende elementen onjuist zijn of ontbreken:

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Nederlands 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0011-a-22-1-o

Andere examens Nederlands vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over tekstverbanden en signaalwoorden (13), leesvaardigheid (10) en tekstsoorten en tekstdoelen (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0011-a-22-1-c).

Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.