Eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Zonder stress geen succes, Tekst 2 Dag dialect, Tekst 3 Voor de wereldverbeteraars, Tekst 4 Toetsen verdrijven onze pen, Schrijfopdracht.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 36 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (14), tekstverbanden en signaalwoorden (9) en tekstsoorten en tekstdoelen (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Leesvaardigheid1-2, 5-6, 11, 13-18, 21, 34-3514
Tekstverbanden en signaalwoorden3-4, 8, 12, 19, 25, 29, 32-339
Tekstsoorten en tekstdoelen9, 20, 22-245
Argumentatie26-28, 304
Samenvatten7, 10, 313
Schrijfvaardigheid361

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over leesvaardigheid (39% van de vragen, gemiddeld 47%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Tekst 1 Zonder stress geen succes

Zonder stress geen succes extra stresshormoon aan

  • net zoals je hart dan sneller gaat kloppen. Is

35 de inspanning voorbij, dan zakt die hoeveelheid weer naar een basis- niveau

  • net zoals je hartslag dan kalmeert. “Je brein maakt dus voortdurend het stresshormoon

40 cortisol aan”, zegt ze, “en daar is helemaal niets mis mee.” (1) Stel: je hebt anderhalf uur auto- (5) Dankzij de stress ben je energiek rijden voor de boeg. Het regent, het en geconcentreerd. Kuijsten: “Zonder is donker, de wegen zijn slecht stress geen succes, geen geluk,

45 geen leven. Dreig je te laat te komen, verlicht én je bent moe. Genoeg

5 elementen voor een slechte afloop, dan wordt de afdeling stress actief en zou je denken. Maar het fiets je harder. Heb je een sollicitatie- tegenovergestelde gebeurt: je bent gesprek, dan moet je gefocust zijn.” alert, gefocust en komt daarom veilig (6) Het probleem is volgens

50 Hamming en Kuijsten dat we thuis. Dat lukt dankzij stress.

10 (2) Toch spreken we vaak op een onvoldoende herstellen van zulke negatieve manier over stress. ‘pieken’. Terwijl een afwisseling Onterecht, vinden stressdeskundigen tussen inspanning en herstel juist Suzan Kuijsten en Carolien nodig is om gezond te blijven.

55 Hamming vergelijkt dat met geld Hamming. Stress is geen probleem,

15 betogen zij, je kunt zelfs niet zonder. lenen bij de bank. “Blijf je lenen Een gebrek aan herstel is het zonder terug te betalen, dan sta je op probleem. Ze schreven er onlangs den duur rood en ga je failliet. Zo een boek over: Gek op stress, maar geldt ook: als je onvoldoende herstelt

60 van eerdere activiteiten, maar niet altijd.

20 (3) Hamming en Kuijsten willen dat vervolgens wel weer een nieuwe we stress als iets positiefs gaan zien. prestatie levert, dan bouw je een “Stress heeft een groot imago- achterstand op.” probleem”, zegt Kuijsten. “Het is iets (7) “Die achterstand maakt ons

65 vermoeid én zorgt ervoor dat we waar we vanaf willen, liefst zo snel

25 mogelijk. Maar dat is omdat we gestrest blijven”, zegt Hamming. stress pas stress noemen, zodra we “Want door de constante inspanning er last van hebben.” “Terwijl we die je levert, krijg je wel extra stress gewoon nodig hebben”, voegt energie, maar laad je nooit op. En zo

70 brand je langzaam op. We Hamming daaraan toe.

30 (4) Je kunt stress vergelijken met je associëren dat proces met stress, hartslag, legt Hamming uit. Lever je terwijl stress in eerste instantie nooit een inspanning, dan maakt je brein het probleem was. Het lastige is dat we vermoeidheid nog altijd zien als

75 een motivatieprobleem”, vertelt Kuijsten aan. “Je kunt ook vijf Hamming. “Wat zeggen we vaak als 110 minuten helemaal niets doen, gun we moe zijn? ‘Nog even doorzetten.’ jezelf een spijbelmomentje.” We zijn helemaal niet opgevoed met (10) “Heb je je hersenen belast, dan het idee: ik heb een inspanning kun je ook iets met je lijf doen”, zegt

80 geleverd, daar moet ik nu van Hamming. “Wandelen, bijvoorbeeld. herstellen.” 115 Maar ga dus niet intensief sporten, (8) “Ook ons drukke leven werkt niet want dan maak je nóg meer stress- bepaald bevorderend, het idee dat hormoon aan.” “Hoeveel en hoe vaak we succesvol moeten zijn evenmin”, je moet herstellen, is afhankelijk van

85 zeggen Hamming en Kuijsten. “We de persoon”, zegt Kuijsten. “Wie hard gaan maar door en door en willen 120 werkt, moet hard uitrusten. Wie een altijd beter en meer: hoef je geen beetje werkt, moet een beetje deadline te halen, dan moet je wel uitrusten.” boodschappen doen of sporten. (11) Maar als we juist moeten bij-

90 Daarbovenop komt het idee dat we komen van de stress, wekt de altijd bereikbaar moeten zijn.” 125 boektitel Gek op stress dan geen Kuijsten: “Rustmomenten worden verkeerde indruk? Kuijsten: “Daarom daarom vaak overgeslagen. We is die tweede zin essentieel: ‘maar checken om elf uur ‘s avonds nog niet altijd’.” Hamming: “We hebben

95 onze mail

  • we kunnen nooit uit.” een titel gekozen die opvalt.” “Maar”, (9) “Herstellen, dus. En dat is iets 130 vult Kuijsten aan, “die óók aansluit bij anders dan plezier hebben”, zegt de boodschap. We zijn gek op stress, Kuijsten. “Candy Crush spelen of met zonder dat we het doorhebben.” samengeknepen billen een (12) Al doet ze het zelf ook niet altijd

100 spannende Netflixserie kijken, is goed, geeft Hamming toe. “Natuurlijk géén herstellen.” Hamming: “Dat 135 is een spannende Netflixserie leuk, vergt alsnog mentale arbeid. En dus ik kijk ook weleens drie spanning verhoogt ook nog eens je afleveringen achter elkaar en heb stressniveau.” Geen spannende dan slaaptekort. Maar ik snap wel

105 serie, maar wat dan wel? “Netflixen wat ik dan aan het doen ben. Het zou kan best, als je je maar niet hoeft te 140 goed zijn als meer mensen weten concentreren”, zegt Hamming. hoe belangrijk het is om te “Gewoon sloom wegkijken mag”, vult herstellen.”

naar een artikel van Evy van der Sanden, NRC, 2 januari 2019

Vraag 1 1 punt

Welke twee elementen vormen het hoofdonderwerp van deze tekst? Noteer de juiste nummers in de uitwerkbijlage.

1 belang van herstel na stressmomenten

2 nadelige gevolgen van stress voor je lichaam

3 oorzaken van stress

4 positieve kanten van stress

5 verklaringen voor onze stressmaatschappij

6 waardering voor mensen die kunnen ontstressen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • De kandidaat moet beide juiste nummers geven voor toekenning van het scorepunt.
  • Als de kandidaat de tekst uitschrijft die hoort bij de juiste nummers, dan geldt dit ook als een correct antwoord.

Vraag 2 1 punt

Uit de alinea’s 2 en 3 blijkt een tegenstelling tussen wat mensen vaak vinden van stress en wat de twee deskundigen beweren. Welke zaken worden tegenover elkaar gezet?

  1. A niet zonder stress kunnen – stress is geen probleem
  2. B stress is iets negatiefs – je hebt stress nodig
  3. C stress is lastig – van stress kun je herstellen
  4. D van stress af willen komen – stress heeft een imagoprobleem
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 3 1 punt

Alinea 5 begint met: “Dankzij de stress ben je energiek en geconcentreerd.” (regels 42-43) Wat is het verband tussen deze eerste zin en de volgende zinnen van alinea 5? De volgende zinnen vormen

  1. A een opsomming met de eerste zin.
  2. B een tegenstelling bij de eerste zin.
  3. C een toelichting bij de eerste zin.
  4. D een vergelijking met de eerste zin.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 4 1 punt

Vanaf alinea 6 is er een verandering in de deelonderwerpen. Welke bewering hierover klopt? Alinea 1 tot en met 5 gaan over

  1. A de noodzaak van stress. Vanaf alinea 6 gaat het over de negatieve kanten van stress.
  2. B de opbouw van stress. Vanaf alinea 6 gaat het over mogelijke manieren om uit te rusten.
  3. C het imago van stress. Vanaf alinea 6 gaat het over de vermoeidheid die volgt op stress.
  4. D het nut van stress. Vanaf alinea 6 gaat het over de noodzaak te herstellen na stress.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 5 1 punt

In de alinea’s 7 en 8 worden onze onwennigheid met het idee van herstellen en ons drukke leven genoemd als factoren die onze negatieve kijk op vermoeidheid bepalen. Welke twee andere factoren worden in alinea 8 genoemd? Noteer deze factoren in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat voorbeelden noemt (zoals doorzetten, deadline, boodschappen, sporten, mail checken), dan is het antwoord onjuist.
  • Als de kandidaat bij 1 en 2 niet ‘het idee’ of een synoniem hiervan (zoals ‘de gedachte’/’de overtuiging’/’het gevoel’) noemt, dan is het antwoord onjuist.

Vraag 6 1 punt

In alinea 9 worden twee redenen genoemd waarom je geen spel moet spelen of geen spannende serie moet kijken als je wilt bijkomen van een inspanning. Citeer de twee opeenvolgende zinnen waarin deze redenen staan.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 7 1 punt

Als je een samenvatting gaat maken van de hele tekst, welke zin uit alinea 10 moet dan zeker worden opgenomen in de samenvatting?

  1. A “Heb je je hersenen belast, dan kun je ook iets met je lijf doen.”
  2. B “Hoeveel en hoe vaak je moet herstellen, is afhankelijk van de persoon.”
  3. C “Wie hard werkt, moet hard uitrusten.”
  4. D “Wie een beetje werkt, moet een beetje uitrusten.”
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 8 1 punt

De alinea’s 11 en 12 vormen het slot van deze tekst. Wat gebeurt er vooral in het slot?

  1. A Deze alinea’s spreken de boodschap over herstellen van stress tegen.
  2. B Deze alinea’s verwijzen weer naar de inleiding van de tekst.
  3. C In deze alinea’s wordt alleen nog maar over stressherstel gesproken.
  4. D In deze alinea’s wordt een kritische vraag opgeworpen over de gekozen boektitel.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 9 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze tekst? De tekst wil vooral

  1. A lezers informeren over de positieve werking van stress.
  2. B lezers oproepen vaker te rusten in tijden van stress.
  3. C lezers overtuigen van het belang van herstel na stress.
  4. D lezers waarschuwen voor de negatieve kanten van stress.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 10 1 punt

Welke zin vat de boodschap van de tekst het best samen?

  1. A Het negatieve imago van stress moet veranderen, want we hebben stress nodig om in actie te komen en scherp te zijn.
  2. B Om gefocust te blijven op de vele doelen die we onszelf hebben gesteld, is stress een goede impuls.
  3. C Onze huidige, drukke levens zijn onderhevig aan stress en leveren daarom geen succes en geluk op.
  4. D We hebben stress nodig om succesvol te zijn, maar een goed herstel daarna is wel noodzakelijk.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Tekst 2 Dag dialect

Dag dialect (1) Dorpsdialecten krijgen het steeds geleidelijk een eenheidstaal. moeilijker. Het Hollands klinkt zelfs Hinskens: “Daar is het Standaard- door in Brabant en Limburg. Worden 45 nederlands, waar we nu in praten, streektalen met uitsterven bedreigd? ontstaan. Het is een mengelmoes

5 Spreken we over een paar decennia van dialecten. Het Hollands heeft die allemaal hetzelfde Nederlands? mengtaal het sterkst gekleurd, omdat (2) Streektaalonderzoeker Frans dat gebied politiek en economisch Hinskens komt uit een dialecten- 50 dominant was.” wonderland. Als kind uit het (4) Dominant zijn Noord- en Zuid-

10 Limburgse dorp Ubach over Worms Holland nog steeds. Dat merk je aan zei hij in de jaren zestig ‘wirket’ en de letter ‘r’. Als je de ‘r’ na een ‘lèvet’ (naast het Standaard- klinker niet trillend uitspreekt, maar nederlandse ‘werkte’ en ‘leefde’). In 55 meer glijdend zoals in het het naastgelegen dorp Amerikaans, dan noem je dat de

15 Nieuwenhagen zeiden ze ‘wirkde’ en Gooise ‘r’. Veertig jaar geleden ‘lèfde’. Je hoorde meteen wie waar hoorde je deze r-klank alleen in het vandaan kwam. Als Hinskens, die Gooi en Leiden. De laatste decennia taalverandering onderzoekt aan het 60 duikt hij ook op in de rest van het Meertens Instituut en de Radboud land. Alleen in Vlaanderen krijgt hij

20 Universiteit, nu terugkeert naar zijn nog geen voet aan de grond. Ook geboortestreek, hoort hij de taal- klinkers worden steeds Hollandser verschillen tussen de inmiddels aan gekleurd, vertelt Hinskens. elkaar gegroeide dorpen nauwelijks 65 (5) Die Hollandse ‘r’, ‘ei’, ‘ui’ en ‘ou’ nog. “Bij ouderen soms nog wel, bij veroveren heus niet binnen een dag

25 jongeren veel minder. Voor zover ze heel Nederland. Maar de nog in dialect spreken.” Je ziet het ontwikkelingen gaan aardig rap. Het niet alleen in Limburg, maar ook in is alsof de taalverandering vroeger de rest van het Nederlandse taal- 70 op een gammel rijwiel met houten gebied: dialecten vervlakken. Ze banden reisde en nu op een gloed-

30 raken hun kleurrijke randjes kwijt en nieuwe elektrische fiets. “Mijn groot- smelten samen met de buurdialecten. vaders waren allebei mijnwerkers. Dat is jammer voor taalliefhebbers. Die gingen niet zo ver van huis”, Dreigt het Nederlands in een 75 vertelt Hinskens. “Nu werken, eenheidsworst te veranderen? studeren en trouwen we massaal

35 (3) Dat Nederlandse dialecten naar buiten onze geboortestreek.” elkaar toegroeien, is niet nieuw. Als (6) Als je de verandering van je te paard door het Nederlandse dialecten wilt onderzoeken, dan wil je taalgebied van 500 jaar geleden zou 80 het liefst het taalgebruik van alle rijden, dan zou je horen dat de sprekers van het Nederlands

40 dialecten onderling veel meer analyseren. Omdat dat nu eenmaal verschilden dan nu. Vanaf de niet gaat, hebben dialecten- zestiende eeuw ontstond er onderzoekers verschillende

85 methoden bedacht. Ze kiezen een 130 tijdens een sollicitatie of tegen niet- paar honderd dorpen en steden uit streekgenoten iets wat meer op het en laten telkens een groep Standaardnederlands lijkt. “Als dat plaatselijke dialectsprekers een lijst schakelen niet meer lukt, betekent dit met woorden uitspreken. De dat de verschillen nauwelijks hoor-

90 opnames vergelijken ze met ouder 135 baar zijn. Dan zullen ze verder geluidsmateriaal. Of ze laten in het afslijten.” onderzoek jonge vrouwen en oude (9) Gelukkig doet ons taalgebruik mannen aan het woord. Hinskens: meer dan alleen eenvormig worden. “Uit internationaal onderzoek weten Als je erop let, dan hoor je genoeg

95 we dat jonge vrouwen trendsetters 140 vernieuwing. Het Nederlands varieert zijn in taalverandering. Ze zijn nog niet alleen per streek, maar ook per steeds meer betrokken bij de sociale klasse en per bevolkings- opvoeding dan mannen. Het taal- groep. Hinskens: “In Amsterdam gebruik van jonge vrouwen heeft klinkt de ‘s’ een beetje als ‘sj’. Dit

100 meer kans om uiteindelijk algemeen 145 hebben Joodse immigranten al te worden.” eeuwen geleden meegebracht.” (7) Met de berg gegevens die al dat Marokkaanse migranten hadden in onderzoek oplevert, kun je hun bagage een zeer stemhebbende vaststellen dat het ene dialect sneller ‘z’ en een nadrukkelijke g-klank.

105 verandert dan het andere. “Dialecten 150 Deze klanken hoor je soms ook terug die in een klein geografisch gebied bij niet-Marokkanen. Of dergelijke gesproken worden, zijn kwetsbaar”, klanken zich over heel Nederland zegt Hinskens. “Een klein dorps- zullen verspreiden, is moeilijk te dialect kan op den duur moeilijk voorspellen. Er zullen altijd nieuwe

110 standhouden, vooral als inwoners 155 woorden ontstaan, en nieuwe veel contact hebben met omliggende manieren om ze uit te spreken. Soms gebieden.” slaan die aan in een bepaalde streek, (8) Als we een rode lijst zouden soms onder een leeftijdsgroep of opstellen met de dialecten die het sociale groep.

115 eerst gaan uitsterven, welke 160 (10) Dat dialecten verder naar elkaar dialecten verdienen dan een plekje? zullen toegroeien, is wel duidelijk. Zonder nadenken antwoordt Maar de verschillen in woordgebruik, Hinskens: “Hollandse dialecten.” Dat grammatica en uitspraak zijn nog is ironisch: het op taalgebied zo steeds groot. We hoeven echt niet

120 machtige Holland dreigt zijn eigen 165 bang te zijn dat het Nederlands een streektalen kwijt te raken. “Dat komt eenheidsworst wordt. Uit Groningen voor een groot deel doordat ze kun je de komende halve eeuw vast taalkundig al zo dicht tegen de nog steeds ‘de groet’n krijg’n’. De standaardtaal aan zitten”, zegt lange klinkers in het Twents kunnen

125 Hinskens. In de meeste delen van 170 ‘oook wel tegen een stoootje’. En de het land schakelen sprekers per ‘zachte g’ in Brabant, Limburg en situatie over tussen dialect en Vlaanderen wordt echt niet zomaar standaardtaal. Met je buren of je hard. vrienden gebruik je de streektaal, naar een artikel van Frank Beijen, Quest, februari 2019

Vraag 11 1 punt

Wat is het hoofdonderwerp van deze tekst?

  1. A het onderzoek naar dorpsdialecten
  2. B het ontstaan van nieuwe woorden
  3. C het verdwijnen van streektalen
  4. D het vormen van een eenheidstaal
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 12 1 punt

Deze tekst wordt onder andere ingeleid door het introduceren van een deskundige. Op welke drie andere manieren wordt deze tekst ingeleid in de alinea’s 1 en 2? Kruis de juiste antwoorden aan in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De drie juiste manieren moeten zijn aangekruist voor toekenning van het scorepunt.

Vraag 13 1 punt

In alinea 1 vraagt de schrijver van de tekst zich af of iedereen over een paar decennia “hetzelfde Nederlands” spreekt. Citeer de zin uit alinea 2 of alinea 3 waarin ongeveer hetzelfde staat.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 14 1 punt

“Dat Nederlandse dialecten naar elkaar toegroeien, is niet nieuw.” (regels 35-36) Wat is wél nieuw bij het naar elkaar toegroeien van Nederlandse dialecten?

  1. A De standaardtaal wordt een mengelmoes.
  2. B De taalveranderingen gaan sneller.
  3. C Het Nederlands wordt door het Hollands beïnvloed.
  4. D In Vlaanderen wordt geen Gooise ‘r’ gebruikt.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 15 1 punt

Wat maakt Hinskens in alinea 5 duidelijk met het voorbeeld van zijn grootvaders?

  1. A dat mensen vroeger vaker dialect spraken, omdat zij in de eigen omgeving bleven
  2. B dat mensen vroeger vaker thuis bleven en daarom een dorpsdialect spraken
  3. C dat mijnwerkers vroeger een eigen taal hadden die zij alleen onderling gebruikten
  4. D dat mijnwerkers vroeger niet zo ver reisden, omdat zij alleen dialect spraken
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 16 2 punten

Welke twee manieren om taalverandering te onderzoeken beschrijft Hinskens in alinea 6? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage en gebruik in totaal maximaal 35 woorden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat in totaal meer dan 35 woorden gebruikt, een scorepunt in mindering brengen op de behaalde score.

Vraag 17 1 punt

“Of ze laten in het onderzoek jonge vrouwen en oude mannen aan het woord.” (regels 91-93) Waarom is juist het taalgebruik van jonge vrouwen interessant voor taalonderzoekers?

  1. A omdat de uitspraak van jonge vrouwen vaak correct en duidelijk is
  2. B omdat jonge vrouwen invloed hebben op het taalgebruik van hun kinderen
  3. C omdat jonge vrouwen meestal een algemene taal spreken
  4. D omdat jonge vrouwen thuis in dialect spreken met hun kinderen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 18 1 punt

Citeer de zin die de kern van alinea 8 weergeeft.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, geen scorepunt toekennen.

Vraag 19 1 punt

Alinea 9 begint met zin: “Gelukkig doet ons taalgebruik meer dan alleen eenvormig worden.” (regels 137-138) Welk verband is er tussen deze zin en het vervolg in alinea 9? Het vervolg

  1. A bevat een opsomming bij deze zin.
  2. B geeft een tegenstelling bij deze zin.
  3. C noemt voorwaarden voor deze zin.
  4. D vormt een toelichting op deze zin.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 20 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze tekst? de lezer informeren over

  1. A conclusies uit Nederlands dialectenonderzoek
  2. B de belangrijke rol van Hollandse dialecten
  3. C het tijdloze van taalvernieuwing in Nederland
  4. D veranderingen in Nederlandse dorps- en streektalen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 21 1 punt

Wat is de conclusie van deze tekst? Streektalen verdwijnen doordat er steeds meer Standaardnederlands gesproken wordt,

  1. A maar de ontwikkeling gaat de komende jaren minder snel.
  2. B maar er zullen waarschijnlijk nieuwe dialecten ontstaan.
  3. C maar regionale verschillen blijven voorlopig bestaan.
  4. D maar sociale klassen zorgen ook weer voor taalvernieuwing.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Tekst 3 Voor de wereldverbeteraars

Voor de wereld- verbeteraars en alle andere mensen met idealen

Trouw 1) is digitaal helemaal vernieuwd. De Trouw App voor smartphones biedt het laatste nieuws mét de verdiepende achtergronden. Over onderwerpen als zingeving 2) , duurzaamheid en opinie.

Download de app trouw.nl/app

naar een advertentie in Trouw, januari 2020 noot 1 Trouw is een Nederlandse krant. noot 2 zingeving: het zoeken naar de betekenis/het doel/het nut van het leven

Vraag 22 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie van Trouw?

  1. A lezers aansporen de app van de krant te installeren
  2. B lezers aansporen een abonnement op de krant te nemen
  3. C lezers informeren over de vernieuwing van de krant
  4. D lezers informeren over het laatste nieuws en achtergrondartikelen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 23 1 punt

De advertentie bevat twee afbeeldingen:

1 een grote foto van een persoon die een fles in een vuilniszak doet

2 een kleine foto van een mobiele telefoon met daarop dezelfde afbeelding

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Vraag 24 1 punt

Welke bewering over dagblad Trouw past het best bij afbeelding 1 van deze advertentie (foto van een persoon die een fles in een vuilniszak doet)?

  1. A Trouw biedt een combinatie van nieuws en achtergrondartikelen.
  2. B Trouw heeft aandacht voor onderwerpen zoals milieu.
  3. C Trouw richt zich op lezers die de natuur opzoeken voor ontspanning.
  4. D Trouw schrijft over mensen die verschillende idealen hebben.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Tekst 4 Toetsen verdrijven onze pen

Toetsen verdrijven onze pen (1) Van grotbeschilderingen tot de ze niet snel genoeg meer schrijven moderne smartphone: hoe wij onze om het te snappen”, legt Daniel gedachten en emoties uiten, is 45 Oppenheimer, schrijver en drastisch veranderd. Inmiddels zijn psychologie-deskundige aan de

5 we steeds afhankelijker van het Amerikaanse Carnegie Mellon toetsenbord. Universiteit, uit. “Schrijven gaat veel (2) De eerste vorm van het hand- langzamer dan typen. Dat betekent schrift zou meer dan 5000 jaar 50 dat je er meer tijd aan besteedt, wat geleden in Mesopotamië zijn meestal beter is voor het onthouden.

10 uitgevonden. Een zeer lange weg Het is niet het schrijven op zich dat voltrok zich via kleitabletten, papier, ons helpt dingen te onthouden, maar houtskool, verf en inkt en uiteindelijk meer het feit dat je je meer en langer gingen we de pen gebruiken. En nu, 55 concentreert op dat wat we uit het door de telkens evoluerende hoofd willen leren.”

15 technologie, vervangen we die (6) Bovendien bevorderen het degelijke pen door gadgets en permanente gebruik van technologie toetsen. en het vertrouwen daarop de kennis (3) In sommige landen wordt het 60 van taal bepaald niet. Ana del gebruik van nieuwe technologieën op Carmen del Pino, lerares Engels,

20 overheidsniveau breed ondersteund. zegt: “Volgens mijn ervaren collega’s Zo zijn sinds 2013 handschriftlessen die taal- en literatuurlessen geven, op school niet langer verplicht. Het- schrijven de studenten van vandaag zelfde gebeurde in 2016 in Finland, 65 veel slechter dan de generaties waar schrijven in het nationaal daarvoor. Ze maken meer spelfouten

25 onderwijs geen onderdeel meer is. en hun gevoel voor taal is van een (4) “Studenten hebben geen tijd om zeer laag niveau. Dit komt doordat snel het ouderwetse handschrift te schrijven voor hen geen gewoonte leren, dus is het voor hen helemaal 70 meer is. Ze hebben er in hun niet nuttig”, meldde Minna Harmanen dagelijks leven geen behoefte aan en

30 van de Finse Nationale Raad voor hebben het niet nodig. Ze zijn voor- Onderwijs daarover. Volgens namelijk nog bezig met het digitaal meerdere onderzoeken leidt het schrijven van korte berichtjes, zonder stoppen van leren schrijven echter bij 75 leestekens te gebruiken.” de meerderheid van de studenten tot (7) De lerares Engels vertelt over een

35 slechter uit het hoofd leren en basisschoolleerling die heeft leren begrijpen. lezen door slechts video’s te kijken (5) “Studenten die met de hand en te gamen. Hij is in staat om alle aantekeningen maken, blijken het 80 letters te herkennen, er woorden van leermateriaal beter te onthouden. Dit te vormen en de betekenis ervan te

40 omdat ze gedwongen worden zich er weten. Zijn ontwikkeling was van een beter in te verdiepen, om het met hun hoog niveau. Maar toen hij een paar eigen woorden te zeggen. Nu kunnen jaar later naar de middelbare school

85 ging, werd hij met allerlei moeilijk- 130 handschrift”, vindt Cicerchia. “Zij heden geconfronteerd. Het onderwijs produceren vaak met de hand werd heel lastig, omdat hij geen geschreven werk dat hun intelligentie motoriek heeft voor de traditionele of volledige woordenschat totaal niet vorm van schrijven. weerspiegelt. Simpelweg omdat ze

90 (8) Desalniettemin is het moderne 135 geen woorden willen gebruiken die typen in de praktijk uiterst nuttig en ze fout zouden kunnen spellen. Door belangrijk. Ten eerste is het tegen- te typen, kunnen mensen met woordig bijna onmogelijk om je een dyslexie vrijer schrijven en daardoor specialist voor te stellen, die niet kan presteren zij beter in de klas en

95 typen. Daarnaast is typen volgens 140 tijdens hun carrière.” Oppenheimer gewoon sneller, maar (11) Sara Fernandez, lerares in het ook completer. Een getypte tekst is speciaal onderwijs, ontdekte dat het vaak makkelijker te lezen en het is gebruik van nieuwe technologieën simpeler om zo’n tekst te zoeken. belangrijke positieve gevolgen heeft

100 Bovendien is het gebruik van 145 voor leerlingen. “We kunnen het moderne technologieën uiterst leren schrijven aantrekkelijker maken efficiënt voor mensen met leer- door middel van leuke en ludieke problemen en dyslexie. spelletjes. Op die manier trekken we (9) “Typen is belangrijk voor mensen de aandacht van de leerlingen en

105 met motorische coördinatie- 150 kunnen we ze motiveren. Voor problemen, zoals dyspraxie. Het sommigen werkt de traditionele vorm indrukken van een toets is voor hen niet en is het gebruik van gadgets de veel gemakkelijker en minder pijnlijk enige manier om te communiceren dan het schrijven van een hele brief”, via schrijven. Ik ken talloze leerlingen

110 zegt Meredith Cicerchia, taal- 155 die veel meer vertrouwd zijn met het onderzoeker en redacteur van ‘Read gebruiken van een toetsenbord dan and Spell Blog’. Er wordt geschat dat met het handschrift.” een op de tien mensen een of andere (12) Het is echter nog onduidelijk of vorm van dyslexie heeft. Al deze het handschrift moet of gaat

115 mensen worstelen met het goed 160 verdwijnen. Experts zoeken kunnen lezen van woorden. momenteel naar een manier om de (10) “Het kunnen aanraken van een voordelen van zowel het ouderwetse toets kan helpen bij het vinden van schrijven als het toetsenbord te de juiste letters. Je kunt woorden kunnen combineren. Oppenheimer

120 maken door een reeks van spier- 165 besluit: “Het is moeilijk om te bewegingen. Steeds opnieuw iets beweren dat typen geen steeds typen zorgt voor een automatisch noodzakelijkere vaardigheid is. We patroon. Je handen typen het woord moeten het dus wel leren, maar er zonder dat de dyslectische persoon zitten maar 24 uren in een dag. Ik

125 hoeft na te denken over hoe hij of zij 170 denk dat het handschrift waardevol het moet spellen. Dit, en het feit dat is, maar als ouders en leraren andere je bij het ‘schrijven’ op de computer dingen belangrijker vinden, kan ik spellingscontrole hebt, zijn cruciaal daar moeilijk kritiek op hebben.” voor mensen die worstelen met het naar een artikel in Metro,

28 januari 2020

De teksten die voor dit examen gebruikt zijn, zijn bewerkt om ze geschikt te maken voor het examen. Dit is gebeurd met respect voor de opvattingen van de auteur(s). Wie kennis wil nemen van de oorspronkelijke tekst(en), raadplege de vermelde bronnen. Het College voor Toetsen en Examens is verantwoordelijk voor vorm en inhoud van dit examen.

►►► ν

Vraag 25 1 punt

Hoe wordt de tekst ingeleid in de alinea’s 1 en 2? Kruis de twee juiste manieren aan in de tabel in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De twee juiste antwoorden moeten zijn aangekruist voor toekenning van het scorepunt.

Vraag 26 1 punt

Volgens alinea 3 steunen sommige landen het gebruik van nieuwe technologie op school. Wat zou volgens alinea 4 een reden zijn om dat juist niet te doen? Noteer je antwoord in maximaal 20 woorden in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer dan 20 woorden gebruikt, het scorepunt niet toekennen.

Vraag 27 1 punt

Waarom onthouden studenten de leerstof beter als zij met de hand schrijven? In alinea 5 staan twee zinnen die antwoord geven op deze vraag. Citeer een van deze zinnen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat meer of minder citeert, het scorepunt niet toekennen.

Vraag 28 1 punt

In alinea 6 zegt Ana del Carmen del Pino dat de taalvaardigheid van studenten achteruitgaat. Waarom is dat zo, volgens haar?

  1. A Studenten hebben een zeer laag taalniveau.
  2. B Studenten maken meer spelfouten dan vroeger.
  3. C Studenten schrijven alleen nog maar korte, digitale berichten.
  4. D Studenten zijn niet meer gewend om te schrijven.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 29 1 punt

Wat is het verband tussen alinea 6 en alinea 7? Alinea 7

  1. A geeft een verklaring voor wat in alinea 6 staat.
  2. B geeft een voorbeeld bij wat in alinea 6 wordt beweerd.
  3. C is een tegenstelling bij de informatie in alinea 6.
  4. D vormt samen met alinea 6 een opsomming.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 30 2 punten

Oppenheimer kan zich geen specialist voorstellen die niet kan typen. Welke vijf voordelen van typen noemt hij in alinea 8? Noteer je antwoord in de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat per nummer meerdere voordelen opschrijft, dan wordt alleen het eerstgenoemde antwoord beoordeeld.

Vraag 31 2 punten

Volgens Meredith Cicerchia kunnen mensen met dyslexie vrijer schrijven en beter presteren als zij typen. Vat de redenen samen die hiervoor in alinea 10 worden genoemd. Gebruik maximaal 30 woorden. Vul de zin in de uitwerkbijlage aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De kern van een goed antwoord bevat de volgende elementen: Mensen met dyslexie schrijven vrijer en presteren beter als zij typen, omdat

Opmerkingen

  • Als de kandidaat meer dan 30 woorden gebruikt, 1 scorepunt in mindering brengen op de behaalde score.
  • Bij het eerste element moet ‘niet na hoeven te denken over spellen’ genoemd worden.

Vraag 32 1 punt

Wat is het verband tussen alinea 10 en alinea 11?

  1. A Alinea 11 bevestigt de informatie uit alinea 10.
  2. B Alinea 11 geeft uitleg bij alinea 10.
  3. C Alinea 11 is een aanvulling op alinea 10.
  4. D Alinea 11 vormt een tegenstelling met alinea 10.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 33 1 punt

Alinea 12 is het slot van deze tekst. Welke functies heeft deze alinea? Het slot geeft

  1. A een aanbeveling en een samenvatting.
  2. B een aanbeveling en een conclusie.
  3. C een conclusie en een persoonlijke opvatting.
  4. D een samenvatting en een persoonlijke opvatting.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 34 1 punt

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

  1. A Er wordt steeds meer getypt, maar of het handschrift zal verdwijnen, is onduidelijk.
  2. B Het toetsenbord neemt een steeds belangrijkere plaats in het onderwijs in.
  3. C Studenten die met de hand schrijven, blijken lesstof beter te onthouden.
  4. D Typen is vooral belangrijk voor mensen met motorische coördinatieproblemen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 35 1 punt

In deze tekst komen verschillende deskundigen aan het woord over teksten met de hand schrijven en typen. Bij welke deskundige past onderstaande uitspraak het best? “Hoewel het belangrijk blijft om goed met de hand te kunnen schrijven, is typen een niet meer weg te denken vaardigheid in de huidige maatschappij.”

  1. A Daniel Oppenheimer (alinea’s 5 en 12)
  2. B Ana del Carmen del Pino (alinea 6)
  3. C Meredith Cicerchia (alinea’s 9 en 10)
  4. D Sara Fernandez (alinea 11)
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Schrijfopdracht

Na een toetsweek klagen sommige leerlingen uit de examenklassen over de toetsen met veel open vragen en dus veel schrijfwerk. Sommige leerlingen zeggen dat zij last hadden van verkrampte handen, waardoor hun handgeschreven antwoorden aan het eind van de toets nauwelijks leesbaar waren. Andere leerlingen vinden het ouderwets dat zij op deze manier hun toetsen moeten maken.

Tijdens de les Nederlands is de tekst ‘Toetsen verdrijven onze pen’ besproken. In deze tekst worden naast de voordelen van het toetsenbord, ook voordelen van met de hand schrijven genoemd. Naar aanleiding van die tekst ontstaat een discussie in de klas. Sommige leerlingen vinden het belangrijk dat iedereen een leesbaar handschrift heeft. Andere leerlingen vinden juist dat het tijd wordt dat de school uitsluitend digitaal gaat toetsen.

Naar aanleiding van de klachten van de leerlingen heb je een gesprek met je mentor. Hij legt uit dat het niet zo makkelijk is om alleen digitaal te toetsen. Hij noemt een aantal nadelen, zoals een tekort aan computers en laptops op school, een mogelijke internetstoring en onvoldoende financiële middelen om alles te digitaliseren.

Omdat jij lid bent van de leerlingenraad op school, besluit je om een artikel over dit onderwerp te schrijven voor de digitale nieuwsbrief van school. Deze nieuwsbrief wordt verstuurd naar alle leerlingen van de school.

Let op: de laatste opdracht van dit examen staat op de volgende pagina.

Vraag 36 13 punten

Opdracht Schrijf het artikel voor de nieuwsbrief. Gebruik voor je artikel de gegevens op de vorige bladzijde en eventueel de tekst ‘Toetsen verdrijven onze pen’. Gegevens die niet in de opdracht staan, moet je zelf bedenken.

Bekijk het antwoord

Als de kandidaat de opdracht helemaal niet heeft uitgewerkt, geen scorepunten toekennen.

36.1 maximumscore 6 Aftrek inhoud De score is 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Indien de volgende elementen geheel of gedeeltelijk onjuist zijn of ontbreken:

  • wat kandidaat hoopt te bereiken met artikel (1p)

36.2 maximumscore 5 Aftrek taalgebruik De score is 5 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Let op: Om taalgebruik te kunnen beoordelen, moet de uitwerking van de kandidaat een minimum aantal woorden bevatten. Als de uitwerking van de kandidaat uit minder dan 100 woorden bestaat, géén scorepunten voor taalgebruik toekennen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Nederlands 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0011-a-22-3-o

Andere examens Nederlands vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het centraal examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 36 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (14), tekstverbanden en signaalwoorden (9) en tekstsoorten en tekstdoelen (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0011-a-22-3-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.