Eindexamen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: ons leven aan technologie ‘uitbesteden’?, Roddelen is een goede zaak!, Tekst 2 Het mag wel wat strenger.
Het centraal examen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2 telt 39 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), argumentatie (9) en samenvatten (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Leesvaardigheid | 5, 8-11, 13, 15-19, 21-23, 26-27, 29-30, 38-39 | 20 |
| Argumentatie | 6, 24-25, 28, 32-35, 37 | 9 |
| Samenvatten | 3-4, 7, 12, 36 | 5 |
| Tekstverbanden en signaalwoorden | 1-2, 14 | 3 |
| Stijlfouten | 20, 31 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over samenvatten (13% van de vragen, gemiddeld 3%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
ons leven aan technologie ‘uitbesteden’?
Tekst 1 kun je met onderstaande kopjes in vijf opeenvolgende delen onderverdelen:
- deel 1: De veranderende betekenis van autonomie
- deel 2: Huidige eenzijdige visies op menselijke autonomie
- deel 3: Verkenning van een genuanceerde visie op autonomie
- deel 4: Belang van geloof in eigen autonoom handelen
- deel 5: Aanbevelingen om de menselijke autonomie te kunnen behouden
Vraag 1 1 punt
Bij welke alinea begint deel 3, ‘Verkenning van een genuanceerde visie op autonomie’?
Bekijk het antwoord
- (alinea) 9 (1)
Vraag 2 1 punt
Bij welke alinea begint deel 5, ‘Aanbevelingen om de menselijke autonomie te kunnen behouden’?
Bekijk het antwoord
- (alinea) 21 (1)
“De betekenis van ‘autonomie’ verschuift langzamerhand van een bij uitstek menselijk vermogen naar een kenmerk van de nieuwste technologie. Dat is fascinerend en ook wel wat beangstigend.” (regels 57-62) Alinea 3 en alinea 4 geven elk een reden waarom deze ontwikkeling “wat beangstigend” is.
Vraag 3 2 punten
Vat per alinea de reden samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
Vraag 4 4 punten
Vat alinea 6 tot en met 9 samen volgens onderstaande tabel. Neem de nummers uit de tabel over en zet daarachter je antwoord. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 60 woorden. samenvattingselement eerste visie op autonomie 1 tweede visie op autonomie 2 oordeel over deze visies 3 conclusie 4
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Maximumlengte van het antwoord: 60 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
In alinea 4 en alinea 12 worden de romans Het boek van alle angsten en Het Alles besproken. Gelet op de strekking van de tekst, is uit deze besprekingen vooral één advies af te leiden over onze omgang met technologie.
Vraag 5 1 punt
Wat is dit advies?
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: Leg je niet neer bij wat algoritmes je voorschrijven. / bij wat technologie je voorschrijft. / Leef niet volgens algoritmes/technologie. / Blijf zelf (kritisch) nadenken. Beoordeel de spelling. (1)
In alinea 13 wordt Paul Nederveen als informatiebron opgevoerd. Gelet op de andere informatiebronnen in tekst 1 zou een kritische lezer het gebruik van Nederveen als overtuigende bron kunnen afwijzen.
Vraag 6 2 punten
Om welke twee van onderstaande redenen zou een kritische lezer Nederveen als informatiebron vooral kunnen afwijzen? Noteer de nummers van de twee juiste redenen.
1 De gebeurtenis naar aanleiding waarvan Nederveen zijn uitspraken deed, is onduidelijk, terwijl deze bij de andere bronnen wel min of meer is aangegeven.
2 De vindplaats van de uitspraken van Nederveen is onduidelijk, terwijl deze bij de andere bronnen wel min of meer duidelijk is.
3 Nederveen heeft aantoonbaar belangen bij dit onderwerp, terwijl de andere bronnen die niet hebben.
4 Nederveen is dj, terwijl de andere bronnen literatoren of filosofen zijn.
5 Nederveen laat zich duidelijk negatief uit over het onderwerp, terwijl de andere bronnen een meer genuanceerde positie tegenover het onderwerp innemen.
Bekijk het antwoord
- 2 (1)
- 4 (1)
“‘wij nihilisten’ [hebben] het laten gebeuren dat de techbedrijven onze levens overnemen” (regels 127-129) In alinea 13 en alinea 14 wordt in een oorzaak-gevolgketen beschreven welke nadelige gevolgen deze ontwikkeling voor de mens kan hebben.
Vraag 7 2 punten
Vat per alinea het belangrijkste nadelige gevolg samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
In alinea 6 tot en met 8 worden verschillende visies op autonomie besproken. In alinea 18 wordt een mogelijke definitie van autonomie genoemd: het kantiaanse autonomiebegrip.
Vraag 8 1 punt
Bij wiens visie past deze definitie het best, gelet op alinea 6 tot en met 8? bij de visie van de
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
“Er zijn uit de roman drie belangrijke lessen te trekken over de ondermijning van de menselijke autonomie door technologie.” (regels 181-185) Deze drie lessen worden uitgewerkt in alinea 16 tot en met 18.
Vraag 9 2 punten
Hieronder volgen vier mogelijke situaties. Geef per situatie aan welke van de drie lessen er het meest op van toepassing is. Neem de nummers van de situaties over en zet daarachter eerste les, tweede les of derde les.
1 Een callcentermedewerker leest een standaardreactie van het beeldscherm voor aan een ontevreden klant, die zojuist boos een klacht heeft ingediend.
2 Een computergebruiker merkt dat haar e-mailadres ineens voor allerlei spam wordt gebruikt, nadat ze eerder een gratis tekstverwerkings- programma heeft geïnstalleerd en daarbij de bijzondere privacy- voorwaarden niet heeft gelezen.
3 Een meisje wil alleen nog via een datingapp met nieuwe mensen in contact komen, omdat ze denkt dat die mensen beter aan haar voorkeuren voldoen.
4 Een student stelt vast dat hij op zijn kamer vereenzaamt door colleges enkel digitaal bij te wonen en hij besluit daarom voortaan bij zijn medestudenten in de collegebanken aan te sluiten.
Bekijk het antwoord
- 1 tweede les 2 eerste les 3 tweede les 4 derde les indien vier elementen juist (2) indien drie of twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) (2)
In alinea 1 en alinea 19 wordt een dom-slimme Tesla als voorbeeld aangehaald. Het gedrag van deze Tesla kan vanuit de visie op autonomie in tekst 1 niet als autonoom worden beschouwd.
Vraag 10 2 punten
Leg dit uit door onderstaande zin aan te vullen. Neem de nummers uit onderstaande zin over en zet daarachter je antwoord. Deze Tesla is weliswaar slim, want …(1)… , maar handelt toch niet autonoom, want …(2)… .
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Niet goed: 1: (want) hij rijdt vanuit zichzelf / vertrouwt op zichzelf 2: (want) hij vormt een gevaar (voor zijn omgeving)
Beoordeel de spelling.
“autonomie [vraagt] om inhoudelijk gewicht” (regels 241-242) Voor dit inhoudelijk gewicht dient vooral aan één basisvoorwaarde te worden voldaan, gelet op alinea 21 tot en met 23.
Vraag 11 1 punt
Citeer uit deze alinea’s de zin die deze basisvoorwaarde het best samenvat.
Bekijk het antwoord
- “Dat vraagt om ouderwetse zaken als zelfonderzoek, innerlijkheid en dialoog.” (regels 284-286) Beoordeel de spelling. (1)
In alinea 21 staat “inperking” van de menselijke autonomie centraal en in alinea 22 staat juist “beperking” van de menselijke autonomie centraal. Deze twee verschijnselen kunnen een verschillende positieve uitwerking op de mens hebben.
Vraag 12 2 punten
Vat per alinea deze positieve uitwerking samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
In alinea 23 staat de vraag centraal wat het betekent als mensen hun leven volledig uitbesteden aan technologie.
Vraag 13 1 punt
Welke uitspraak geeft het gevaar in deze situatie het best weer?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 14 2 punten
Welke bewering doet het meest recht aan de algemene opbouw van tekst 1?
A Eerst worden uitgebreid de huidige opvattingen over menselijke autonomie geanalyseerd, waarna uiteindelijk een nieuwe definitie van
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (2)
dit begrip wordt vastgesteld.
B Eerst worden uitgebreid voorbeelden van menselijke en niet-menselijke autonomie besproken, waarna uiteindelijk wordt vastgesteld hoe het er nu met de menselijke autonomie voor staat.
C Eerst worden verschillende standpunten over menselijke autonomie belicht, waarna uitgebreid het belang van het behoud ervan wordt beargumenteerd.
D Eerst wordt de betekenis van menselijke autonomie verkend, waarna uiteindelijk een concrete oplossing wordt besproken om autonome mensen te kunnen blijven.
Vraag 15 2 punten
Welke bewering doet het meest recht aan de hoofdgedachte van tekst 1?
A Nu de menselijke autonomie minder belangrijk wordt, moeten we de regie over de moderne technologie durven terugpakken, vanuit een
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (2)
krachtige, weloverwogen maatschappijvisie.
B Nu technologie nog niet volledig onze wereld beheerst, kunnen we onze autonomie behouden door ons te bezinnen op een betekenisvolle relatie tussen onszelf en onze omgeving.
C Nu we onze menselijke autonomie dreigen te verliezen, moeten we onze afhankelijkheid van technologie durven loslaten en ons fundamenteel durven terugwerpen op onze menselijkheid.
D Nu we onze vaardigheden deels aan technologie hebben uitbesteed, dreigen we aan autonomie een strikt technologische betekenis toe te kennen, met onvoldoende oog voor onze menselijke waardigheid.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
ik dacht dat ja… maar hij jij naar je heeft "geen zin” werk moest. zegt ‘ie
zelfrijdende auto
autonome auto hè.
naar: Hein de Kort, ComicHouse.nl uit: Het Financieele Dagblad, 18 januari 2019
Stel, een redacteur wil afbeelding 1 gebruiken om de gedachtegang in tekst 1 op komische wijze samen te vatten.
Vraag 16 1 punt
Bij welke alinea’s van tekst 1 past afbeelding 1 het best?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De man uit afbeelding 1 lijkt één advies te zijn vergeten, waardoor hij nu niet meer op zijn werk belandt.
Vraag 17 1 punt
Welk advies is dat, gelet op alinea 21 tot en met 23 van tekst 1? Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: Sta steviger in je schoenen ten opzichte van (autonome) technologie. / Laat (autonome) technologie je leven niet bepalen. / Behoud zeggenschap over je eigen autonomie. / Denk (kritisch) na over de manier waarop (autonome) technologie je leven verandert. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)
tekstfragment 1
Op het sociale medium Twitter ontstaat een discussie tussen een bank en een klant over betalen met je smartphone in plaats van met een bankpas. Tweet 1, bank: Overal makkelijk en snel betalen zonder portemonnee op zak? Dat biedt onze nieuwe app One click. In plaats van je betaalpas gebruik je je smartphone! Appeltje-eitje dus. Tweet 2, klant: O wat fijn! Ik vond betalen altijd zo ingewikkeld… Eindelijk kunnen we nu ook hersenloos geld uitgeven in de fysieke wereld. Tweet 3, bank: Sarcasm(e)
Tweet 4, klant: Deels sarcasme. Deels een inzicht. Betaalgemak is namelijk zelden in het voordeel van de consument. One click vergroot het aantal impulsaankopen. Een beetje moeite om te betalen laat je nog eens erover nadenken of je het artikel echt nodig hebt. Tweet 5, bank: Wij gaan uit van autonomie en zelfbeschikking van onze klanten. Wij zorgen voor een soepele en veilige techniek die zorgt voor gemak en dat is ook wat gewenst is.
naar: twitter.com (tegenwoordig ‘X’ geheten)
De klant in tekstfragment 1 en de auteur van tekst 1 zouden waarschijnlijk aan consumenten hetzelfde advies meegeven voor een verstandige omgang met technologie.
Vraag 18 2 punten
Welk tweeledig advies zouden beiden waarschijnlijk aan consumenten geven? Baseer je antwoord op alinea 20 tot en met 23 van tekst 1 en op de tweets van de klant in tekstfragment 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling.
De inhoud van tweet 4 in tekstfragment 1 komt qua strekking sterk overeen met de inhoud van één alinea van tekst 1.
Vraag 19 1 punt
Welke alinea is dat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Roddelen is een goede zaak!
Je docent Nederlands organiseert een debat over de stelling: ‘Roddelen is een goede zaak!’, waarin je voorstander van deze stelling bent. Omdat je je standpunt met overtuigende argumenten wilt verdedigen, heb je vier bronnen over roddelen geselecteerd. Als eerste stap in je voorbereiding verdiep je je in de gedachtegang van bron 1. Vervolgens neem je de andere drie bronnen door: je bepaalt de bruikbaarheid van de bronnen, en brengt overeenkomsten en verschillen in argumentatie tussen de bronnen in kaart.
Lees bron 1.
Je signaleert dat in alinea 5 van bron 1 roddelen wordt vergeleken met het vlooien van apen.
Vraag 20 2 punten
Noem drie kenmerken van roddelen die in alinea 5 met deze vergelijking worden benadrukt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: drie van de volgende: − Door roddelen ontstaan relaties/bondjes. / Je laat zien bij wie je wilt horen. − Roddelen is informeel/vertrouwelijk. − Roddelen gebeurt vaak. / kost veel tijd. − Door roddelen kom je (fysiek) dicht bij anderen. indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) Beoordeel de spelling. (2)
“Kritiek geven en ontvangen zijn dingen die Feddes leerzaam vindt aan roddelen.” (regels 34-35, bron 1)
Vraag 21 1 punt
Welke uitspraak vat Feddes’ opvatting over de leerzaamheid van roddelen het best samen, gelet op alinea 7 van bron 1? Door kritiek te geven en te ontvangen leer je vooral
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Je wilt in het debat een gevarieerde woordkeuze gebruiken en zoekt in bron 1 naar synoniemen voor ‘positief roddelen’.
Vraag 22 1 punt
Citeer twee woordgroepen uit bron 1 die als een synoniem hiervoor kunnen worden beschouwd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- twee van de volgende: − “constructief roddelen” (regel 11) − “het in vertrouwen uiten van je onderbuikgevoelens” (regel 15) − “emotioneel ontladen” (regel 16) − “vocaal vlooien” (regel 22) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) Beoordeel de spelling. (1)
Je stelt vast dat in bron 1 drie voordelen van roddelen centraal staan.
Vraag 23 3 punten
Noem deze drie voordelen. Nummer de voordelen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Beoordeel de spelling.
Lees bron 2.
Bij nadere beschouwing vind je de reacties in bron 2 onvoldoende betrouwbaar en relevant om in je debatvoorbereiding mee te nemen.
Vraag 24 2 punten
Geef drie redenen waarom je over de betrouwbaarheid van reactie 2 in bron 2 kunt twijfelen. Laat hierbij de stijl en de vindplaats van bron 2 buiten beschouwing. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: drie van de volgende: − De auteur is anoniem. / De expertise van de auteur is onbekend. − De auteur haalt geen deskundigen/onderzoek aan. − De auteur geeft een persoonlijke mening. − De auteur is niet zeker van zijn zaak. / zegt “denk ik”. − Er wordt (ongefundeerd/overhaast) gegeneraliseerd over vrouwen. indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) Beoordeel de spelling en grammatica. (2)
Vraag 25 1 punt
Geef aan waarom je over de inhoudelijke relevantie van beide reacties in bron 2 voor je debatbijdrage kunt twijfelen. Laat hierbij overwegingen vanuit de betrouwbaarheid van bron 2 buiten beschouwing. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: een van de volgende: − In bron 2 staat de vraag centraal waarom vooral vrouwen roddelen. − In bron 2 worden (in strikte zin) geen voordelen van roddelen besproken. − In bron 2 worden (in strikte zin) alleen verklaringen voor roddelen besproken. − In bron 2 wordt slechts een zeer beperkt beeld van roddelen gegeven. Beoordeel de spelling en grammatica. (1)
Lees bron 3 en 4.
In bron 3 staan achtereenvolgens drie voordelen van roddelen centraal die ook worden genoemd in bron 1 of bron 4.
Vraag 26 3 punten
Citeer per voordeel een zinsgedeelte uit bron 3 en een zinsgedeelte uit bron 1 of bron 4 waaruit deze overeenkomst blijkt. Neem de nummers uit onderstaande tabel over en zet daarachter je antwoord. Ga daarbij uit van de volgorde van de voordelen zoals genoemd in bron 3. voordeel in bron 3 overeenkomstig voordeel in bron 1 of bron 4 1a (zinsgedeelte uit bron 3) 1b (zinsgedeelte uit bron 1) 2a “versterkt roddelen de band 2b (zinsgedeelte uit bron 4) tussen gesprekspartners” (regel 5, bron 3) 3a (zinsgedeelte uit bron 3) 3b (zinsgedeelte uit bron 4)
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- voordeel in bron 3 overeenkomstig voordeel in bron 1 of bron 4 1a “(helpt ons te) bepalen hoe we 1b “(het kan je helpen) je eigen kaders ‘volgens de norm’ kunnen handelen” te vormen” (regel 38, bron 1) (regels 3-4) 2a <al gegeven> “versterkt roddelen de 2b “maak je met een beetje geroddel band tussen gesprekspartners” (goede) vrienden” (regel 12, bron 4) (regel 5) of “zorgen voor hechte banden(, zelfs vriendschappen)” (regels 13-14, bron 4) 3a “(is roddelen een uitstekende) 3b “(doordat we) informatie over slecht manier om berichten te verspreiden” gedrag van anderen delen (en zo onze (regels 7-8) / “(zijn roddels een manier medemens waarschuwen voor om waardevolle) informatie in een groot dwazen)” (regels 3-4, bron 4) netwerk te verspreiden” (regels 9-10) indien vijf elementen juist (3) indien vier elementen juist (2) indien drie elementen juist (1) indien minder dan drie elementen juist (0) Beoordeel de spelling. (3)
Bron 3 bevat een voordeel van roddelen dat helemaal niet aan de orde is geweest in bron 1.
Vraag 27 1 punt
Citeer de zin uit bron 3 die dit nieuwe voordeel bevat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- “Ook is roddelen een uitstekende manier om berichten te verspreiden.” (regels 7-8) of “Volgens evolutionair psycholoog Robin Dunbar zijn roddels een manier om waardevolle informatie in een groot netwerk te verspreiden – een groter netwerk dan we zelf helemaal in de gaten kunnen houden.” (regels 8-11) Niet goed: “Het is een hulpmiddel om onze sociale wereld te begrijpen: horen vertellen over goed en slecht gedrag helpt ons te bepalen hoe we ‘volgens de norm’ kunnen handelen.” (regels 2-4) Beoordeel de spelling. (1)
Je leest in alinea 2 van bron 4 over een onderzoek van Robb Willer. Door de manier waarop de resultaten van dit onderzoek in deze alinea worden besproken, vind je dat er sprake is van een drogreden.
Vraag 28 1 punt
Welke drogreden is dat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Als laatste stap in je debatvoorbereiding besluit je de argumentatie die je afleidt uit bron 1 tot en met 4, onder te brengen in vijf thema’s: a fysieke gezondheid b ontspanning c massacommunicatie d sociologie e zelfreflectie
Vraag 29 3 punten
Geef voor elke bron aan welk thema of welke thema’s in de argumentatie van de bron centraal staan. Neem de nummers van (de reacties in) de bronnen uit de tabel over en zet daarachter de letter(s) van het juiste thema. bron(nen) thema(’s) bron 1 thema’s … en … bron 2, reactie 1 thema … bron 2, reactie 2 thema … bron 3 thema’s … en … en … bron 4 thema’s … en …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- (bron) 1: d, e (bron) 2, (reactie) 1: b (bron) 2, (reactie) 2: d (bron) 3: c, d, e (bron) 4: a, d indien negen elementen juist (3) indien acht of zeven elementen juist (2) indien zes, vijf of vier elementen juist (1) indien minder dan vier elementen juist (0) (3)
Je vergelijkt de argumentatie in bron 1 tot en met 4 met de argumentatie van een klasgenoot die ook als voorstander voor roddelen in het debat optreedt, om te bekijken of je belangrijke argumenten over het hoofd hebt gezien.
Vraag 30 3 punten
Hieronder volgen zes argumenten van je klasgenoot. Geef voor elk argument aan of het wel of niet wordt genoemd in bron 1 tot en met 4. Neem de nummers van de argumenten over en zet daarachter wel of niet.
1 Door te roddelen bouw je meer zelfrespect op.
2 Door te roddelen kun je je persoonlijke ongenoegen over iets uiten.
3 Door te roddelen kun je onderling kritisch elkaars meningen toetsen.
4 Door te roddelen kun je vaste machtsverhoudingen doorbreken.
5 Door te roddelen leer je effectief te reageren op onverwachte gebeurtenissen.
6 Door te roddelen word je minder egoïstisch.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- 1 niet 2 wel 3 wel 4 niet 5 niet 6 niet indien zes elementen juist (3) indien vijf of vier elementen juist (2) indien drie elementen juist (1) indien minder dan drie elementen juist (0) (3)
Tekst 2 Het mag wel wat strenger
In alinea 1 wordt de tolerante houding van taalkundigen “tegenover vrijwel elke nieuwlichterij” (regel 13) licht karikaturaal met voorbeelden getekend.
Vraag 31 2 punten
Citeer drie verschillende woordgroepen of woorden uit alinea 1 waaruit het karikaturale karakter van deze voorbeelden duidelijk blijkt.
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − “(zal) meteen (opmerken)” (regels 15-16) − “(Ja,) beste taalgebruiker” (regels 18-19) − “(dat komt) al eeuwenlang (voor)” (regels 19-20) − “(dus mag het ook meervoud zijn,) hoor” (regels 27-28) indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) Beoordeel de spelling. (2)
In alinea 1 worden voorbeelden gegeven van drie algemene argumenten waarom taalkundigen tolerant staan “tegenover vrijwel elke nieuwlichterij” (regel 13).
Vraag 32 2 punten
Vat deze drie algemene argumenten samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: − Een (nieuwe) vorm is regelmatiger (dan de oude vorm). / ligt in de lijn der verwachtingen. − Een (nieuwe) vorm komt allang voor. − Een (nieuwe) vorm is grammaticaal (juist). indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien minder dan twee elementen juist (0) Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica. (2)
“Taalkundigen vinden alles maar goed.” (regels 1-2) Over deze tolerantie van taalkundigen staan in alinea 1 tot en met 3 twee standpunten centraal.
Vraag 33 2 punten
Vat deze twee standpunten en hoofdargumenten samen door onderstaande zinnen aan te vullen. Neem de nummers uit de zinnen over en zet daarachter je antwoord. In algemene zin zijn taalkundigen (1a) (kies uit: terecht/onterecht) tolerant, want …(1b)… . Echter, in specifieke zin zijn taalkundigen (2a) (kies uit: terecht/onterecht) tolerant, want …(2b)… .
Bekijk het antwoord
- De kern van een goed antwoord is: (1a) terecht (1b) (want) taalnormen zijn niet in steen gebeiteld. / je kunt niet voor eeuwig vasthouden aan een norm (die geen basis heeft in het werkelijke taalgebruik). (2a) onterecht (2b) (want) van tolerantie leer je niets. / tolerantie is vanuit didactisch oogpunt onwenselijk. indien de antwoorden bij 1a en 1b beide juist (1) indien de antwoorden bij 2a en 2b beide juist (1) Beoordeel de spelling. (2)
In alinea 6 wordt een onderzoek van Astrid Wijnands besproken.
Vraag 34 1 punt
Welke voorwaarde voor goed grammaticaonderwijs illustreert dit onderzoek vooral, gelet op de strekking van alinea 5 tot en met 7? De gebruikte bronnen moeten
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 35 1 punt
Welk kenmerk van goed grammaticaonderwijs illustreert het onderzoek van Wijnands vooral, gelet op de strekking van alinea 5 en 6? Bij goed grammaticaonderwijs
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
In alinea 6 en alinea 7 wordt uitgelegd hoe men de reflectieve ontwikkeling van leerlingen bij grammaticaonderwijs kan bevorderen.
Vraag 36 2 punten
Vat deze uitleg samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
“van tolerantie leer je niets” (regels 41-42)
Vraag 37 2 punten
Welke twee van onderstaande partijen uit tekst 2 zijn het waarschijnlijk duidelijk eens met deze uitspraak, gelet op de tekst? Noteer de nummers van de twee juiste partijen.
1 Astrid Wijnands
2 de gemiddelde taalkundige
3 de schrijver van tekst 2
4 leerlingen in de grammaticales
5 moderne taaladviseurs
6 taalgebruikers die verouderde normen handhaven
Bekijk het antwoord
- 1 (1)
- 3 (1)
De titel van tekst 2 luidt ‘Het mag wel wat strenger’.
Vraag 38 2 punten
Welke bewering geeft de betekenis van deze titel het best weer? Taalkundigen en taaladviseurs moeten in hun taaladviezen
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Volgens tekst 2 zou het stimuleren van de reflectieve ontwikkeling van leerlingen een belangrijk doel van taalonderwijs moeten zijn. Hieronder volgen vier situaties.
Vraag 39 2 punten
Geef voor elke situatie aan of deze wel of niet de reflectieve ontwikkeling van leerlingen duidelijk zal stimuleren, gelet op de strekking van tekst 2. Neem de nummers van de uitspraken over en zet daarachter wel of niet.
1 Leerlingen krijgen een toets over zinsontleding; daarna corrigeren ze hun toets zelfstandig met een gedetailleerd nakijkformulier en controleren ze kort in tweetallen elkaars correcties.
2 Leerlingen lezen drie varianten van een zin: één met archaïsche woorden, één met moderne, gangbare synoniemen daarvan en één met straattaalsynoniemen; ze moeten daarna aangeven welke van de drie varianten juist is.
3 Leerlingen lezen twee inhoudelijk identieke, correct geschreven teksten die enkel in woordkeuze en zinsbouw nogal afwijken; ze bepalen daarna welke van beide teksten het beste Nederlands bevat.
4 Leerlingen ordenen schematisch Nederlandse leenwoorden uit het Duits, het Spaans en het Russisch; ze bepalen daarna uit welke taal het Nederlands de meeste leenwoorden heeft.
Bekijk het antwoord
- 1 niet 2 wel 3 wel 4 niet indien vier elementen juist (2) indien drie elementen juist (1) indien minder dan drie elementen juist (0) (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Nederlands 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1001-a-24-2-o
Andere examens Nederlands vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2 telt 39 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (20), argumentatie (9) en samenvatten (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vwo 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1001-a-24-2-c).
Hoe oefen ik met het examen Nederlands vwo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.