Eindexamen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Onderzoek naar de waarde van boosheid, Tekst 1 Taal is een brug in het denken, Tekst 2 We leven achter een hek. En de rest vindt dat best.
Het centraal examen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (24), argumentatie (8) en tekstverbanden en signaalwoorden (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Leesvaardigheid | 1-8, 12-13, 16-17, 19-21, 25-26, 28-29, 32-36 | 24 |
| Argumentatie | 9-11, 15, 18, 23-24, 31 | 8 |
| Tekstverbanden en signaalwoorden | 22, 30 | 2 |
| Tekstsoorten en tekstdoelen | 27, 37 | 2 |
| Stijlfouten | 14 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens Nederlands vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over leesvaardigheid (65% van de vragen, gemiddeld 50%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Onderzoek naar de waarde van boosheid
Stel, je bereidt je bij het vak Nederlands voor op het schoolexamen schrijfvaardigheid, waarin je op basis van bronnen een beschouwing zult schrijven over een emotie: boosheid. Deze beschouwing heeft als hoofdvraag: `In hoeverre is boosheid een goede emotie?' Je docent Nederlands heeft aangegeven dat je je voor deze voorbereiding in eerste instantie moet baseren op bron 1. Je verdiept je daarom allereerst in bron 1: je neemt de gedachtegang ervan stapsgewijs door en controleert of je de inhoud ervan begrijpt.
Lees bron 1.
Bron 1: Woede als onmisbare morele motor
(1) Als kinderen wordt ons geleerd niet boos te zijn op dode vlinders, op onze kapotte knieën, op de hagel. We krijgen alternatieven aangeboden: verdriet, teleurstelling, pech. Als volwassenen wordt ons geleerd, door filosofen en andere ogenschijnlijk kalme personen, dat kwaad zijn irrationeel is. Als er al gronden zijn voor boosheid, zoals onrecht of wanbeleid, is boosheid contraproductief.
(2) Volgens de Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum gaat boosheid hand in hand met wraak en is boosheid pas goed als deze iets anders wordt: hoop, vergeving, liefde, en andere zalige deugden voor bij het haardvuur.
(3) Ik las onlangs The Case for Rage1) van Myisha Cherry waarin ze gehakt maakt van woedesceptici. Woede is een onmisbare morele motor: woede laat zien dat iets ons echt aan het hart gaat, ze trekt ons uit oneindig gepolder en zet ons ertoe aan om eindelijk eens wat te doen. Woede is soms ook gewoon goed als zodanig.
(4) Moeten we in z'n algemeenheid boosheid meer toejuichen? Natuurlijk niet. Er is ook narcistische boosheid die ontstaat wanneer je ego gekrenkt wordt en je als reactie defensief als een kat begint te blazen. Maar niet alle boosheid is narcistisch, noch per definitie ondemocratisch, gewelddadig, irrationeel of contraproductief. We moeten niet alle woede over één kam scheren. Zonder woede geen vrouwenrechten, geen einde aan discriminatie en racisme.
(5) Omdat `boosheid is slecht' ons met de paplepel is ingegoten, hebben we geleerd om, wanneer we geconfronteerd worden met stemverheffingen en ongepolijst taalgebruik, gelijk terug te deinzen, ongeacht wat er gezegd wordt. Onze tweede reactie is doorgaans tone policing: enkel reageren op de scherpe manier waarop de ander communiceert. Dat is terecht wanneer je partner zich narcistisch boos maakt (`doe even rustig') maar onterecht wanneer iemand boos is over racisme, seksuele intimidatie, het (mondiale) klimaatbeleid of een miljard voor fieldlabs.2)
(6) Laten we eens beter ons best doen om, wanneer we geconfronteerd worden met activistische boosheid, ons ongemak even in te slikken (je gaat echt niet dood) en onze behoefte om de ander tot rust te manen te negeren, vooral als we ons bevinden aan gunstiger uiteindes van allerhande sociale assen van (on)gelijkheid.
(7) Ook mogen we ons vaker afvragen, als `contraproductief!' ons om de oren vliegt: wie maakt boosheid precies contraproductief? Wie maakt dat boosheid niet leidt tot verandering? Cui bono?3) Wie wil meer van hetzelfde? Wie schiet in de zelfverdediging? In plaats van geschrokken te kijken naar, ik noem eens een dwarsstraat, de boze zwarte vrouw, mogen we wat vaker kijken naar hoe (en of) de o zo kalme partij luistert.
(8) Niet alleen omdat we matig omgaan met activistische boosheid, maar ook omdat als we al boos mogen zijn, het een gericht object moet hebben. We mogen niet boos zijn op de hagel, dus zijn we het niet. Maar omdat we niet boos zijn op de hagel, worden we boos op politici. Het is gepast om boos te zijn op de bewindslieden in deze crisis. Maar laten we eerlijk zijn: we zijn ook gewoon boos op corona, kwaad over ons ingeperkte leven, over de situatie in de zorg, over pijn en rouw. Stop het niet weg, laat het er zijn in al zijn ongerichtheid.
(9) Ik las onlangs: "Tegen betaling kunnen bezoekers in een veilige omgeving servies tegen de muur gooien." Ook in opmars: tegen de zee schreeuwen. Zij hebben het begrepen, die zeekrijsers. Ik ga dit weekend eens zeewaarts en ga vreselijk kwaad worden op alle dode vlinders.
Fleur Jongepier, NRC Handelsblad, 29 december 2021. Fleur Jongepier is filosoof en schrijver. Ze was tot 2022 werkzaam als universitair docent filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
noot 1 vertaling: Een pleidooi voor woede. noot 2 In fieldlabs werd tijdens de covid-19-pandemie wetenschappelijk onderzocht hoe bezoekers zich bij grote evenementen gedroegen. Maatschappelijk was er discussie over de kosten van deze fieldlabs, die uit overheidsgelden werden betaald. noot 3 vertaling: Wie heeft er baat bij?
Bron 2: De kracht van boosheid
(1) Woede ziet eruit als het tegenovergestelde van sereen en wijs. Dus je zou zomaar kunnen denken dat ze in de ban moet, wil je ooit verlicht raken en gelukkig zijn. Het tegendeel is waar: boosheid is een van de vier basisemoties van de mens, die gevoeld en geuit moet worden. Ook ergernis, verontwaardiging, irritatie en frustratie vallen onder deze basisemotie. Boosheid is de drijvende kracht achter het bewaken van je grenzen, het beschermen van je integriteit en het onderscheid maken tussen wat juist en niet juist is. Oorspronkelijk heeft boosheid een beschermende functie tegen een mogelijke bedreiging; je lichaam reageert direct op een situatie die bedreigend of stressvol voelt. Het lichaam maakt adrenaline aan die het mogelijk maakt om te vechten, te vluchten of te verstijven. Boosheid voedt jou met een roodgloeiende energie die groter is dan je verlegenheid, angst en bescheidenheid bij elkaar en laat je met de vuist op tafel slaan en in verzet komen.
(2) De furie in je behartigt jouw belangen. Boosheid is een kracht, een grote sterke vriendin die naast je gaat staan en die jou doet voelen waar je grenzen liggen en jou helpt om die te bewaken. Boosheid is een soort vuur dat in je ontstoken wordt, dat jou van een vlammende energie voorziet om voor jezelf op te komen. Dat is soms nodig in het leven.
(3) De eerste feministen (suffragettes) waren woedend, de eerste vakbondsleiders waren ziedend, Martin Luther King1) was razend, de vrouwen achter de #MeToo-beweging2) waren furieus. Het vuur van boosheid geeft kracht en moed om dingen die scheef zitten, aan te kaarten en in beweging te krijgen.
Susan Smit, Happinez, 13 april 2022. Susan Smit is schrijver en columnist. Bovenstaand fragment komt uit een langer artikel over boosheid.
noot 1 Martin Luther King (1929-1968) was een Amerikaanse dominee en een van de meest prominente leden van de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging. noot 2 De #MeToo-beweging is een maatschappelijke beweging tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Zij begon in oktober 2017 op sociale media met de hashtag MeToo.
Bron 3: Ga eens flink tekeer!
In onderstaand fragment uit een boek wordt onderzoek besproken naar effecten van boosheid.
(1) (...) Maar relevanter voor de beslissing of je nu wel of niet tekeer moet gaan: er is geen wetenschappelijk bewijs voor dat opgekropte woede die tijdens een louterende uitbarsting vrijkomt een nuttige strategie is voor geestelijk en lichamelijk welzijn. Het idee je geest van woede te ontdoen kan dan wel intuïtief zuiver klinken, maar het sturen van een woedende mail, tweet, Facebookpost of suggestief Insta-plaatje is geen goede manier om met stress om te gaan. Integendeel, meestal maakt het de zaak alleen maar erger.
(2) Dat weten we al vele jaren: neem deze studie uit 2002 met de titel Je woede uiten: stimuleert of dooft dat de vlam? Dit onderzoek, dat sindsdien nog vele malen is herhaald, ontdekte dat je woede luchten op vele manieren, zoals een boksbal te lijf gaan of luid op een toeter blazen in het oor van degene die de oorzaak van de woede was, niet hielp. De auteur, sociaal psycholoog Brad Bushman, concludeerde zelfs dat "helemaal niets doen meer effect had dan je woede uiten" en dat de resultaten "de catharsistheorie direct tegenspreken". Kortom, tekeergaan dooft de woede niet, dempt de stress niet en zorgt er niet voor dat de woedende persoon zich emotioneel stabieler voelt. Eigenlijk heeft het juist het tegenovergestelde effect. Mensen worden er juist nog agressiever van. In 2011 zei Bushman: "Lucht geven aan je woede is zoals benzine gebruiken om een vuurtje te doven. De vlammen laaien steeds meer op doordat de agressieve gedachten actief blijven in het geheugen en boze gevoelens blijven smeulen."
Timothy Caulfield, Relax! Feit en fictie achter al je dagelijkse beslissingen (2021). Timothy Caulfield is hoogleraar Recht en Gezondheid aan de Universiteit van Alberta in Canada en daarnaast presentator van televisiedocumentaires waarin pseudowetenschappelijke mythes worden ontkracht.
Bron 4: `Hoepel een eind op'
In onderstaand fragment uit een langer tijdschriftartikel worden de opvattingen van twee filosofische stromingen over boosheid in perspectief geplaatst.
(1) "Emoties zijn hoe we moraliteit doen", zo vatte de Hongaars-Amerikaanse filosoof Agnes Callard vorig jaar in een essay in The Boston Review het standpunt van de `sentimentalisten'1) onder haar collega's samen: onze woede is simpelweg hoe we elkaar moreel verantwoordelijk houden, hoe we een gemeenschappelijke moraal vormen. De denkers in een stoïcijnse2) traditie die ze daartegenover plaatst, zien woede uiteindelijk als inherent slecht. Ze proberen hooguit dat wat ze als waardevol zien te isoleren door het bijvoorbeeld morele verontwaardiging te noemen of, zoals Nussbaum,3) transition anger.4)
(2) Het leek Callard zinvol om woede te willen beteugelen, maar het is een fantasie dat je haar zou kunnen zuiveren. We kunnen wel woorden verzinnen om een gevoel te beschrijven dat we rechtvaardig woedend zijn zonder dat er een vleugje wraakzucht in schuilt, maar dat is volgens haar uiteindelijk een filosofische fictie. De duistere kant van woede is onlosmakelijk met de constructieve verbonden. Wrok is ook hoe we moraliteit doen. Wraak is ook hoe we elkaar moreel verantwoordelijk houden.
Jan Postma, de Groene Amsterdammer, 11 november 2021. Jan Postma is journalist, politicoloog en Amerika-deskundige.
noot 1 sentimentalisme: filosofische stroming die stelt dat emoties richting geven aan het leven van een mens. noot 2 stoïcisme: filosofische stroming die stelt dat een mens zich in het leven niet moet laten leiden door emoties. noot 3 Martha Nussbaum is een Amerikaanse filosoof. noot 4 transition anger: woede die nodig is om een maatschappelijk onrecht te kunnen veranderen.
Vraag 1 1 punt
Wat zegt Cherry over het nut van boosheid, gelet op alinea 3?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
"Ik las onlangs The Case for Rage van Myisha Cherry waarin ze gehakt maakt van woedesceptici." (regels 20-23)
Vraag 2 2 punten
Vat de argumentatie van Cherry in alinea 3 samen, door in onderstaande zin de ontbrekende delen aan te vullen met telkens één woord. Neem de nummers uit de zin over en zet daarachter het juiste woord.
Boosheid is ...(1)... , want ze laat zien wat ons persoonlijk ...(2)... en ze leidt mogelijk tot maatschappelijke ...(3)... .
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
- 1 goed / nuttig / onmisbaar / noodzakelijk
- 2 raakt / emotioneert / aangrijpt
- 3 verandering(en) / verbetering(en) / actie(s) / oplossingen
Niet goed: 1 stimulerend 2 aangaat / bezighoudt 3 discussie / bewustzijn
Maximumlengte van het antwoord per element: 1 woord. Beoordeel de spelling.
Bron 1 gaat niet alleen in op het nut van boosheid, maar ook op negatieve kenmerken ervan.
Vraag 3 2 punten
Noem drie algemene negatieve kenmerken van boosheid, gelet op alinea 1 en 2 van bron 1.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
- (Boosheid is) irrationeel.
- (Boosheid is) contraproductief.
- (Boosheid) gaat hand in hand met wraak. / (is) geen (zalige/wijze) deugd.
Beoordeel de spelling.
In bron 1 komen twee soorten boosheid aan de orde: narcistische en activistische boosheid. Je wilt voor jezelf helder krijgen wat deze twee soorten boosheid inhouden.
Hieronder staan zes situaties waarin boosheid een rol speelt.
Vraag 4 2 punten
Welke twee situaties hebben vooral betrekking op narcistische boosheid en welke twee vooral op activistische boosheid, gelet op bron 1? Neem narcistisch en activistisch over en zet daarachter telkens de nummers van de twee juiste uitspraken.
- 1 Een brugklasleerling gaat tekeer tegen zijn ouders omdat hij eerder van een schoolfeest moet thuiskomen dan zijn broer uit vwo 6.
- 2 Een demonstrant ketent zich vast aan de deur van een ministerie tijdens een protest tegen overheidsdiscriminatie.
- 3 Een kantoormedewerker wordt woest van ergernis omdat het maar niet lukt een formulier goed op te slaan op de computer.
- 4 Een minister is boos op zichzelf omdat ze een wet onvoldoende scherp heeft toegelicht in de Tweede Kamer.
- 5 Een vakbondslid protesteert op het Malieveld in Den Haag luid tegen bezuinigingen op de werkeloosheidsuitkeringen.
- 6 Een vrouw is kwaad op een collega omdat hij vervelende opmerkingen maakte over haar `fletse kledingstijl'.
Bekijk het antwoord
narcistisch: 1, 6
activistisch: 2, 5
Je brengt voor jezelf in kaart welke adviezen bron 1 bevat voor een goede omgang met de activistische boosheid van een ander.
Vraag 5 2 punten
Welke drie adviezen passen het best bij activistische boosheid, gelet op alinea 4 tot en met 7? Noteer de nummers van de juiste adviezen.
- 1 Deins desgewenst terug.
- 2 Laat de ander boos zijn.
- 3 Negeer je ongemakkelijke gevoel.
- 4 Richt je op de aanleiding van de boosheid.
- 5 Spreek de boze ander aan op diens toon.
- 6 Zorg ervoor dat de boze ander rustig wordt.
Bekijk het antwoord
2, 3 en 4
De opvatting `boosheid is slecht' is ons "met de paplepel ingegoten" (regels 44-46).
Dit heeft negatieve gevolgen voor onze omgang met boosheid.
Vraag 6 3 punten
Vat uit alinea 5 tot en met 7 drie van deze negatieve gevolgen samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 50 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is: drie van de volgende:
- We deinzen (meteen/automatisch) terug (voor boosheid). / We slikken ons ongemak over de (boze) ander niet in.
- We zeggen alleen iets over de (scherpe) toon (van de boze ander). / over de (scherpe) manier van communiceren. / We reageren alleen met tone policing. / We willen de (boze) ander vooral tot rust manen. / We reageren niet op de inhoud / het probleem. / We luisteren niet.
- We maken (ten onrechte) geen onderscheid tussen soorten boosheid. / tussen narcistische en activistische boosheid.
- We vergeten ons af te vragen wie er baat bij heeft dat zaken niet veranderen. / wie boosheid contraproductief wil maken.
Niet goed: We reageren zelf op scherpe toon.
Maximumlengte van het antwoord: 50 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
De slotzin van bron 1 luidt: "Ik ga dit weekend eens zeewaarts en ga vreselijk kwaad worden op alle dode vlinders." (regels 112-115)
Vraag 7 1 punt
Welke uitspraak geeft de strekking van deze slotzin het best weer, gelet op bron 1?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Vraag 8 2 punten
Welke uitspraak geeft de hoofdgedachte van bron 1 het best weer?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Op basis van bron 1 besluit je het onderscheid tussen narcistische en activistische boosheid in je onderzoek mee te nemen. Je kiest hierbij wel voor neutralere bewoordingen: `boosheid vanuit individuele motieven' en `boosheid vanuit maatschappelijke motieven'.
Je stelt drie deelvragen op:
- 1) Waarom wordt boosheid vaak in haar geheel afgewezen?
- 2) In hoeverre is boosheid vanuit individuele motieven een goede emotie?
- 3) In hoeverre is boosheid vanuit maatschappelijke motieven een goede emotie?
Je selecteert twee extra bronnen waarmee je boosheid verder onderzoekt: bron 2 en 3. Je neemt deze bronnen elk afzonderlijk door en vergelijkt de gedachtegangen ervan met die van bron 1. Ook beoordeel je de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de drie bronnen.
Lees bron 2.
In bron 1 en bron 2 wordt een vrijwel identieke reden gegeven als antwoord op deelvraag 1: `Waarom wordt boosheid vaak in haar geheel afgewezen?'
Vraag 9 1 punt
Vat deze reden samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 15 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is: Boosheid is niet wijs/deugdzaam/positief. / Boosheid is dom/irrationeel/negatief.
Niet goed: Boosheid is contraproductief.
Maximumlengte van het antwoord: 15 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
Je wilt deelvraag 2 en 3 beantwoorden aan de hand van bron 2. Je merkt op dat bron 2 anders kijkt naar het onderscheid tussen boosheid vanuit individuele motieven en boosheid vanuit maatschappelijke motieven dan bron 1.
Vraag 10 3 punten
Typeer dit verschil tussen bron 1 en bron 2. Neem de nummers uit onderstaande zinnen over en zet daarachter je antwoord. Let op: indien een bron onderscheid maakt tussen de twee soorten boosheid, noem dan bij nummer 1b of 2b twee oorzaken.
Bron 1 onderscheidt (1a) (kies uit: wel/niet) duidelijk de twee soorten boosheid. Boosheid wordt namelijk veroorzaakt doordat ...(1b)... .
Bron 2 onderscheidt (2a) (kies uit: wel/niet) duidelijk de twee soorten boosheid. Boosheid wordt namelijk veroorzaakt doordat ...(2b)... .
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is: 1a wel 1b (oorzaak 1:) je ego is gekrenkt / je je persoonlijk gekwetst voelt 1b (oorzaak 2:) er (verontwaardiging over) maatschappelijk onrecht is 2a niet 2b je (lichaam) op een bedreiging reageert / je jezelf beschermt / boosheid voortkomt uit een beschermende functie / je je grenzen bewaakt / je voor jezelf opkomt
Opmerking De twee oorzaken bij 1b mogen worden verwisseld.
Beoordeel de spelling.
Je stelt vast dat bron 1 als informatiebron voor je beschouwing over het algemeen wat betrouwbaarder lijkt dan bron 2.
Vraag 11 2 punten
Geef hiervoor twee algemene redenen.
Geef geen voorbeelden, laat de vindplaats (de krant of het tijdschrift) van de bronnen buiten beschouwing en geef antwoord in een of meer volledige zinnen.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is: twee van de volgende:
- Boosheid wordt (in bron 1) positief én negatief belicht / genuanceerd getypeerd (terwijl bron 2 boosheid uitsluitend positief belicht).
- Er worden (in bron 1) enkele malen (gezaghebbende) bronnen/deskundigen aangehaald (terwijl in bron 2 geen bronnen/deskundigen worden aangehaald).
- De auteur (van bron 1) is een wetenschapper/filosoof (bekend met onderzoek naar boosheid) (terwijl de auteur van bron 2 een schrijver/columnist is).
Niet goed: Het taalgebruik (in bron 1) is formeler/objectiever (dan dat in bron 2).
Beoordeel de spelling en grammatica.
Lees bron 3.
Vraag 12 1 punt
Welke typering doet het meest recht aan boosheid volgens bron 3?
Boosheid is vooral
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
In bron 3 wordt één onderzoek uitgebreid besproken: dat van Bushman uit 2002. Dit onderzoek heeft een brede wetenschappelijke waarde, gelet op alinea 2 van bron 3.
Vraag 13 2 punten
Citeer uit alinea 2 twee afzonderlijke zinnen of zinsgedeelten, elk van maximaal tien woorden, waaruit dit blijkt.
Bekijk het antwoord
Twee van de volgende:
- "(Dat) weten we al vele jaren(: neem deze studie)" (regel 17-18)
- "(Dit onderzoek,) dat sindsdien nog vele malen is herhaald" (regels 20-22)
- "(dat) de resultaten `de catharsistheorie direct tegenspreken'" (regels 31-33)
Aanvulling: Bij het tweede element wordt "(Dit onderzoek, dat sindsdien nog) vele malen is herhaald" (regels 20-22) gerekend, en bij het derde element "(en dat) de resultaten `de catharsistheorie direct tegenspreken'" (regels 31-33).
Je besluit nu bron 2 en bron 3 inhoudelijk te vergelijken.
In alinea 3 van bron 2 enerzijds en in alinea 2 van bron 3 anderzijds worden twee tegengestelde eigenschappen van boosheid benadrukt door een vergelijking met vuur.
Vraag 14 2 punten
Leg per bron uit welke eigenschap van boosheid wordt benadrukt met deze vergelijking. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 20 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
(bron 2:) Boosheid geeft kracht/energie. / leidt tot positieve verandering.
(bron 3:) Boosheid versterkt problemen. / leidt (alleen maar) tot (meer) agressie. / blijft smeulen/actief. / leidt tot negatieve verandering.
Maximumlengte van het antwoord: 20 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
Het valt je op dat bron 2 en bron 3 elk een ander antwoord geven op deelvraag 2: `In hoeverre is boosheid vanuit individuele motieven een goede emotie?'
Vraag 15 2 punten
Vat per bron het antwoord samen dat wordt gegeven op deelvraag 2. Neem de nummers uit onderstaande zinnen over en zet daarachter je antwoord.
Het uiten van boosheid vanuit individuele motieven is volgens bron 2 (1a) (kies uit: wel/niet) goed, want ...(1b)... .
Het uiten van boosheid vanuit individuele motieven is volgens bron 3 (2a) (kies uit: wel/niet) goed, want ...(2b)... .
Bekijk het antwoord
1a wel
1b boosheid beschermt je / helpt je je grenzen te bewaken / helpt je in verzet te komen / helpt je voor jezelf op te komen
2a niet
2b boosheid heeft juist een tegenovergesteld/versterkend effect / leidt tot (meer) agressie / blijft (steeds) smeulen / is schadelijk
Beoordeel de spelling.
Je wilt de gedachtegang van de eerdere bronnen in een breder filosofisch perspectief plaatsen. Je brengt daarom bron 4 inhoudelijk in kaart en vergelijkt daarna de gedachtegang ervan met die van de andere bronnen.
Lees bron 4.
De opvattingen over boosheid van Callard geven je een nieuw antwoord op de hoofdvraag: `In hoeverre is boosheid een goede emotie?'
Vraag 16 2 punten
Welk antwoord zal Callard op de hoofdvraag geven, gelet op bron 4? Neem de nummers uit onderstaande zinnen over en zet daarachter je antwoord.
Volgens Callard staat boosheid ons enerzijds toe ...(1)... .
Anderzijds is boosheid nooit alleen positief, omdat ...(2)... .
Bekijk het antwoord
1: elkaar moreel verantwoordelijk te houden / een gemeenschappelijke moraal te vormen / vorm te geven aan een betere wereld
2: ze onlosmakelijk is verbonden met wrok/wraak(zucht) / er altijd een vleugje wraak in schuilt / ze wraak als duistere kant heeft
Niet goed: 2: ze altijd een duistere emotie is
Beoordeel de spelling.
In onderstaande vier uitspraken wordt Callards waardering van boosheid in bron 4 vergeleken met de waardering van boosheid in bron 1, 2 en 3.
Vraag 17 2 punten
Geef per uitspraak aan of deze wel of niet waar is, gelet op deze bronnen. Neem de nummers van de uitspraken over en zet daarachter wel of niet.
- 1 Callard is negatiever dan bron 1 als het gaat om individuele boosheid.
- 2 Callard is negatiever dan bron 2 als het gaat om boosheid in algemene zin.
- 3 Callard is positiever dan bron 1 als het gaat om maatschappelijke boosheid.
- 4 Callard is positiever dan bron 3 als het gaat om boosheid in algemene zin.
Bekijk het antwoord
1 niet
2 wel
3 niet
4 wel
Je besluit de hoofdvraag zo genuanceerd mogelijk te beantwoorden. Daarbij wil je zoveel mogelijk recht doen aan de inhoudelijke overeenstemming tussen je vier bronnen, waarbij je de meer filosofische benadering vanuit bron 4 nadrukkelijk meeneemt.
Vraag 18 2 punten
Welke bewering verwoordt het genuanceerde antwoord dan het best?
Boosheid kan zeker een goede emotie zijn
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Tekst 1 Taal is een brug in het denken
Lees tekst 1.
Tekst 1: Taal is een brug in het denken
(1) Bestaan er stoornissen die specifiek de taal betreffen? Twee voorbeelden worden regelmatig genoemd. De eerste is afasie, een stoornis (of eigenlijk een pakket stoornissen) die zich kan voordoen als mensen bijvoorbeeld een herseninfarct krijgen en daarna niet goed meer kunnen praten. De tweede heet taalontwikkelingsstoornis en lijkt een aangeboren component te hebben.
(2) Maar de vraag is of deze stoornissen nu inderdaad alleen taal betreffen, zeggen Wolfram Hinzen en Martina Wiltschko in een nieuw artikel – het inspirerendste artikel dat ik dit jaar tot nu toe las. Zo'n denkwijze is gebaseerd op de aanname dat je taal en denken van elkaar kunt scheiden: je hebt eerst een gedachte en die moet je daarna uitdrukken in taal. De gedachte zelf heeft dus een andere vorm, ergens in onze geest. De meeste hedendaagse taalkundige scholen gaan impliciet of expliciet uit van dit idee.
(3) Maar het is eigenlijk maar de vraag of dit klopt. Er zijn allerlei aanwijzingen dat mensen specifieke soorten gedachten hebben die ze eigenlijk alleen in taal kunnen hebben: een gedachte als "ik kom hier morgen nog op terug" bijvoorbeeld, waarin het gaat over iets wat nog niet bestaat, namelijk `morgen', over een handeling die behoorlijk ingewikkeld is als je erover nadenkt (`ergens op terugkomen') en ook over een entiteit waarvan het niet duidelijk is dat dieren of mensen zonder taal die hebben: een `ik'. (Over dit idee van Hinzen schreef ik vorig jaar.)
(4) Bovendien hebben zinnen als je ze goed bekijkt de vermoedelijke structuur van gedachten. Er zitten allerlei lagen in een willekeurige zin zoals "Helaas eet Nene alle koekjes op". Er is een, laten we zeggen, letterlijke betekenis waarin de relatie tussen Nene en de koekjes wordt beschreven, maar daarbovenop zit een niveau waarin deze zin in een bepaalde context moet worden geplaatst – de zin betekent normaliter niet dat Nene alle koekjes van de wereld eet, maar alle koekjes in bijvoorbeeld ons huishouden. Dan is er nog het `helaas' dat uitdrukt hoe de spreker van de zin zich tot deze informatie verhoudt. En helemaal tot slot heeft iedere zin, ook deze, als hij reëel wordt uitgesproken, vaak ook nog een sociale implicatie. Hij kan bijvoorbeeld betekenen dat ik vind dat iemand Nene berispend toe moet spreken, of hij kan een aansporing zijn om naar de winkel te gaan, of hij kan alleen een uitnodiging zijn om mij te troosten in mijn leed.
(5) Al dit soort betekenissen zitten niet alleen vast aan woorden, ze kunnen door talen ook met grammaticale middelen of intonatie worden uitgedrukt. Niet alles kan zo worden uitgedrukt: hoe de koekjes ruiken, kan ik wel proberen in taal te formuleren ("met de geur van de gordel van smaragd"1)), maar een taal heeft nooit een speciale woordvolgorde, of een achtervoegsel, of een stembuiging hiervoor beschikbaar. Zinnen hebben de vorm van bepaalde typen gedachten, en die gedachten kun je alleen met taal uitdrukken, en niet met muziek of een schilderij of het kwispelen van je staart. En dus kun je ze waarschijnlijk ook alleen hebben als je taal hebt.
(6) Volgens Hinzen en Wiltschko zijn er twee lagen in taal die we delen met andere diersoorten: de binnenste en de buitenste. De binnenste is het zogeheten `categoriseren'. We delen de wereld op in discrete voorwerpen: iets is een koekje of geen koekje. Natuurkundig is het zo simpel niet, de grenzen van iets wat we een koekje noemen, zijn eigenlijk vaag, maar zo vaag kunnen we niet eens denken. Het klinkt een beetje onzinnig of zweverig-filosofisch als ik zeg dat het helemaal niet zo duidelijk is wat een koekje is. Terwijl de werkelijkheid, voor zover we weten, wel zo zweverig-filosofisch is. Het is onze geest die alles in hokjes wil stoppen. Die neiging hebben we gemeen met heel veel andere diersoorten (iets is een boom om in te klimmen of niet), maar ze ligt ook ten grondslag aan onze neiging om dingen te benoemen met woorden. Zonder hokjes geen woorden.
(7) Aan de andere kant van het spectrum ligt het sociale gebruik dat we maken van taal: de hele tijd bewegen we elkaar tot allerlei daden, en moeiteloos pikken we dat op. Ik denk dat je geen enkel probleem had om je situaties voor te stellen waarin de koekjeszin inderdaad de luisteraar beweegt tot strafmaatregelen, winkelbezoek of luid gejammer. Zulk sociaal gedrag vinden we onder allerlei andere diersoorten, met name natuurlijk dieren die in groepen leven. Ook hier kun je weer zeggen dat taal en denken eigenlijk niet zouden kunnen bestaan zonder die sociale laag. De mens is een dier dat sociaal denkt, dat z'n gedachten voortdurend deelt met anderen, dat middels taal andermans hoofd leent om verder te kunnen denken. Zinnen bestaan niet in isolatie – ik kan wel op een papiertje schrijven "Nene heeft helaas alle koekjes opgegeten", maar iemand die dat papiertje vindt, kan die zin alleen begrijpen als ze er zelf een situatie bij verzint.
(8) Mensen delen dus zowel het categoriseren als de sociale communicatie met (sommige) andere diersoorten, maar wij hebben iets extra's: een brug die deze twee met elkaar verbindt. Die brug heet taal. Hij voegt bovendien een aantal betekenisdimensies toe die, voor zover bekend, in het denken van dieren niet voorkomen, zoals het verschil tussen een voltooide handeling en een niet-voltooide ("Nene heeft alle koekjes opgegeten" tegenover "Nene at alle koekjes op") of dat tussen een handeling waaraan een einde zit (de koekjes opeten) tegenover een handeling die in theorie eindeloos door kan gaan (van de koekjes eten).
(9) Er moet dus in de menselijke hersenen iets zijn gebeurd waardoor we verschillende vormen van denken met elkaar konden verbinden en deze bovendien ook nog eens in een vorm konden gieten: de zin. Een vorm waardoor we over onze eigen gedachten kunnen nadenken ("wat heb ik voor obsessie met die koekjes?") maar waardoor we deze ook met anderen kunnen delen zodat zij hem kunnen nuanceren ("nou ja, alle koekjes?") of kunnen verbinden met nieuwe informatie ("de suikerpot is ook leeg") om aldus tot een nieuwe conclusie te komen ("Nene is goed bezig").
(10) Het bestaan van taal is een van de raadselachtigste zaken op deze wereld. Met het werk van Hinzen en Wiltschko zijn we volgens mij iets dichterbij gekomen.
(11) Full disclosure.2) Ik ken beide auteurs, en Wiltschko zelfs al minstens dertig jaar, zij het beiden oppervlakkig. Hun artikel is gepubliceerd in Journal of Linguistics, waarvan ik redacteur ben, al heb ik dit artikel niet behandeld.
Marc van Oostendorp, Neerlandistiek, 29 april 2022. Marc van Oostendorp is hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Neerlandistiek is een elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taalkunde, letterkunde en taalbeheersing.
noot 1 gordel van smaragd: aanduiding voor Indonesië, ontleend aan de roman Max Havelaar (1860) van Multatuli. noot 2 vertaling: volledige openheid
Tekstfragment 1: Over de grenzen van taal ...
(1) Taal is een cruciaal onderdeel van samenwerken tussen mensen binnen organisaties en tussen organisaties. Taal verbindt, maakt van `ik' een `wij', maar begrenst als je elkaar niet verstaat. Dan wordt het snel `wij' versus `zij'.
(2) "De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld", is een bekende uitspraak van Ludwig Wittgenstein, de Oostenrijks-Britse taalfilosoof (1889-1951) die ons denken over de relatie tussen taal en de wereld voorgoed heeft veranderd en wiens late werk vaak in verband wordt gebracht met het (sociaal) constructionisme. Deze stroming in de filosofie gaat uit van een werkelijkheid die wij als mensen zelf vormgeven door betekenis te geven aan onze omgeving: dé waarheid bestaat niet, maar is het product van ons handelen. Leren is hier dan ook vooral een sociaal proces waarbij kennis en ontwikkeling tot stand komen door onze interactie met anderen: mensen geven woorden aan gevoelens en ervaringen, maken hun eigen verhalen en onderhandelen over betekenissen. Daarmee heeft taal een belangrijke rol in het nadenken over onszelf en hoe we ons onderscheiden van anderen.
Marlieke van Grinsven en Olivia Kramers, TvOO (Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties), september 2020.
Lees tekst 1.
In alinea 1 tot en met 3 van tekst 1 wordt zowel een algemeen aanvaarde theorie als een nieuwe theorie over de samenhang tussen taal en denken besproken.
Vraag 19 2 punten
Geef per theorie de kern ervan weer. Neem de nummers uit onderstaande tabel over en zet daarachter je antwoord.
| theorie | kern |
|---|---|
| algemeen aanvaarde theorie over taal en denken | 1 |
| nieuwe theorie over taal en denken | 2 |
Bekijk het antwoord
1: Taal en denken zijn verschillende dingen. / Je kunt taal en denken van elkaar scheiden. / Gedachten kennen een andere vorm dan (de uitdrukking ervan in) taal.
2: Je kunt taal en denken niet van elkaar scheiden. / Gedachten en (de uitdrukking ervan in) taal vallen samen.
Niet goed: 1: Er is eerst een gedachte die je daarna uitdrukt in taal. 2: Mensen hebben gedachten die ze alleen in taal kunnen hebben.
Beoordeel de spelling.
In alinea 6 en 7 wordt mensentaal vergeleken met de communicatie van dieren.
Vraag 20 2 punten
Vat de twee overeenkomsten samen tussen mensentaal en de communicatie van dieren, gelet op alinea 6 en 7. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
- De werkelijkheid wordt gecategoriseerd. / We delen de wereld op in discrete voorwerpen. / Mensen en dieren stoppen alles in hokjes.
- Communicatie wordt sociaal gebruikt. / Mensen en dieren zetten (met hun communicatie) soortgenoten/anderen aan tot daden.
Niet goed: Mensen vertonen sociaal gedrag.
Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
Vraag 21 2 punten
Vat de twee verschillen samen waarin mensentaal zich onderscheidt van de communicatie van dieren, gelet op alinea 8. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
- Taal (van mensen) verbindt het categoriseren en de sociale communicatie (in het denken) (en de communicatie van dieren niet).
- Taal (van mensen) kent unieke/extra betekenisdimensies. / kent betekenisdimensies die bij (het denken van) dieren niet voorkomen.
Niet goed: Taal verbindt de binnenste en buitenste laag van taal.
Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
"wij hebben (...) een brug die deze twee met elkaar verbindt. Die brug heet taal." (regels 151-153)
Vraag 22 1 punt
In welke alinea wordt impliciet voor het eerst op deze verbindende functie van taal gewezen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Hieronder volgen zeven uitspraken over de auteur van tekst 1.
Vraag 23 3 punten
Uit welke vier uitspraken blijkt duidelijk de algemene betrouwbaarheid van deze tekst als informatiebron, gelet op tekst 1? Noteer de nummers van de juiste uitspraken.
- 1 De auteur geeft aan dat hij eerder over dit onderwerp schreef.
- 2 De auteur heeft zelf geen baat bij publiceren over dit onderzoek.
- 3 De auteur is een deskundige op dit onderzoeksgebied.
- 4 De auteur is enthousiast over het besproken onderzoek.
- 5 De auteur is open over het feit dat hij deze onderzoekers kent.
- 6 De auteur schrijft in een publieksvriendelijke stijl.
- 7 De auteur verwijst enkele malen naar zijn kennis over taalkunde.
Bekijk het antwoord
- 1 of 2
- 3
- 5
- 7
Aanvulling: Het antwoord wordt vervangen door: Vier van de volgende: 1, 2, 3, 5, 7 (maximumscore 3).
Hieronder volgen zes uitspraken over tekst 1.
Vraag 24 2 punten
Uit welke twee uitspraken blijkt het meest de algemene betrouwbaarheid van deze tekst als informatiebron? Noteer de nummers van de juiste uitspraken.
- 1 De tekst gaat over een complex taalwetenschappelijk onderwerp.
- 2 De tekst gebruikt een verwijzing naar een wetenschappelijke bron.
- 3 De tekst gebruikt relatief zelden taalwetenschappelijk jargon.
- 4 De tekst is gepubliceerd op de website Neerlandistiek.
- 5 De tekst maakt voldoende gebruik van heldere voorbeelden.
- 6 De tekst plaatst kanttekeningen bij bestaande onderzoekstheorieën.
Bekijk het antwoord
- 2
- 4
Lees tekstfragment 1.
De vraag in hoeverre mensen via taal de werkelijkheid kunnen kennen, kan vanuit tekstfragment 1 en vanuit alinea 6 van tekst 1 verschillend worden beantwoord.
Vraag 25 2 punten
Leg het verschil hierin tussen tekst 1 en tekstfragment 1 uit. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 40 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
- Volgens tekst 1 is de werkelijkheid niet in taal te vatten. / vertekent taal de werkelijkheid.
- Volgens tekstfragment 1 ken je de werkelijkheid alleen via taal. / kun je zonder taal de werkelijkheid niet kennen.
of
- Volgens tekst 1 kent de mens de werkelijkheid (enkel) door alles in (talige) hokjes te stoppen. / door alles (in taal) te categoriseren.
- Volgens tekstfragment 1 geven we zelf vorm aan de werkelijkheid via taal. / door met anderen erover te praten.
Aanvulling: Het beoordelingsmodel wordt vervangen door: Volgens tekst 1 is de werkelijkheid niet (in taal) te vatten. / vertekent taal de werkelijkheid. / kun je de werkelijkheid niet kennen. (1) Volgens tekstfragment 1 ken je de werkelijkheid alleen via taal. / kun je zonder taal de werkelijkheid niet kennen. / geven we zelf vorm aan de werkelijkheid via taal. / geven we zelf vorm aan de werkelijkheid door met anderen erover te praten. (1) of Volgens tekst 1 kent de mens de werkelijkheid (enkel) door alles in (talige) hokjes te stoppen. / door alles (in taal) te categoriseren. (1) Volgens tekstfragment 1 geven we zelf vorm aan de werkelijkheid via taal. / door met anderen erover te praten. (1)
Maximumlengte van het antwoord: 40 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
In tekstfragment 1 wordt het constructionisme getypeerd.
Vraag 26 2 punten
Vormen de taalopvattingen van Hinzen en Wiltschko uit tekst 1 een duidelijk voorbeeld van constructionisme, gelet op tekstfragment 1?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Tekst 2 We leven achter een hek. En de rest vindt dat best
Lees tekst 2.
Tekst 2: We leven achter een hek. En de rest vindt dat best
(1) Soms lees je een boek waardoor je even als een kind door de wereld wandelt, met een boel domme kindervragen in je hoofd. Waarom moet ik belasting betalen? Waarom zijn er grenzen? Waarom is er een regering? Waarom heb ik een baas? Waarom moet ik op tijd komen, `vrij' vragen, gehoorzamen?
(2) Het boek dat mijn hoop opfriste, was Het begin van alles. Een nieuwe geschiedenis van de mensheid. Het is geschreven door archeoloog David Wengrow en wijlen antropoloog David Graeber. Graeber stelde zijn leven lang vervelende kindervragen over de sociale organisatie en verhoudingen in onze wereld. Neem zijn boek Bullshit Jobs:1) het idee dat de meeste mensen zich het schompes werken in verzonnen banen waarin ze voornamelijk bezig zijn andere mensen met verzonnen banen druk te houden. Graeber is als een kind aan de ontbijttafel dat vraagt: "Mama, waarom moet je naar je werk?"
(3) Weet u het antwoord altijd?
(4) Kindervragen zijn nuttig. Wie omgeven door rood afzetlint opgroeit, merkt als volwassene dat afzetlint niet meer op. Wanneer je opgroeit in een dierentuin, achter een hek, vergeet je op een dag dat je achter een hek leeft. En wanneer je het wel ziet en je vraagt aan je kooigenoot "waarom leven wij eigenlijk achter een hek?", dan haalt hij waarschijnlijk zijn schouders op of lepelt hij, rustig kauwend op zijn voer, het standaardverhaal op. Dat het gewoon niet anders kon. Dat onze soort ooit vrij rondliep, maar besloot wilde granen te temmen en deze op aangeharkte akkertjes te laten groeien, overgoten met dierenpoep. En dat landbouw onvermijdelijk leidde tot ons leven van vandaag. Het was een valstrik. Landbouw betekende grondbezit en bevolkingsgroei, overschotten in graanschuren, handel en kapitaal, een taakverdeling, bureaucratie, soevereine staten. Oftewel: complexiteit leidt tot hiërarchie.
(5) En als je dat allemaal niet leuk vindt, zo zegt jouw kooigenoot, moet je er toch mee leren leven. Dit hek is een logisch gevolg van de geschiedenis. Onvermijdelijk zelfs. En laten we eerlijk zijn, jij bent de enige die klaagt. De rest vindt het best.
(6) Ik las dit verhaal, oorspronkelijk opgetekend door Rousseau in de achttiende eeuw, ook in boeken van Diamond, Harari, Fukuyama en Pinker.2) Het werd weliswaar telkens opgediend in een andere variant, maar toch. De mens is een religieus, verhalen vertellend gewoontedier. Schouders ophalen zit diep in ons DNA. Je kunt het hek lager maken en nog blijft iedereen netjes in zijn verblijf, want we geloven dat dit zo hoort, dat het niet anders kan.
(7) Kan het anders? Of wandelt de homo sapiens in een parallelle samenleving ook in de `landbouwval', met de natiestaat, hypotheken, parkeerboetes en Sander en de kloof 3) tot gevolg? In hoofdstuk 1 presenteren de auteurs een ontmoeting met die parallelle homosapienswereld, namelijk de achttiende-eeuwse Amerikaanse indianenvolken.4) En wat blijkt? Sociale ongelijkheid was bepaald niet onontkoombaar aan de andere kant van de oceaan, landbouw was geen valstrik, grote bevolkingen waren niet per se hiërarchisch. Bij een eerste kennismaking reageerde de Irokees-Wendat5)-staatsman Kandiaronk met afschuw over de rangen, standen en de obsessie met geld en bezit in de Europese samenleving.
(8) Goed, wij zouden misschien ook met afschuw reageren op het achttiende-eeuwse Frankrijk. En het leven bij een inheems volk ging ook niet over rozen. Als lezer kreeg ik de indruk dat de twee Davids wel erg graag het eigen perspectief in het schaarse bewijs over prehistorische `egalitaire' samenlevingen zien. Ook zij vertellen een verhaal.
(9) Maar het is een noodzakelijk verhaal, een tegenverhaal. Zeker in een tijd waarin de hoeveelheid rood afzetlint alleen maar toeneemt, waarin persoonlijke vrijheden steeds vaker worden ingeperkt door een beroep op veiligheid en gezondheid als laatste waarden die er überhaupt toe doen.
(10) Graeber overleed vorig jaar plotseling na het afronden van de eerste versie van het manuscript. Maar vanaf iedere bladzij in dit boek fluistert hij ons toe dat er helemaal niets onvermijdelijk is in ons bestaan, dat duizend-en-een volkeren die anders leefden ons voorgingen. Zonder hek.
Rosanne Hertzberger, NRC, 2 april 2022. Rosanne Hertzberger is politica, microbioloog en schrijver.
noot 1 vertaling: Onzinbanen. noot 2 Jared Diamond, Yuval Noah Harari, Francis Fukuyama en Steven Pinker hebben allen invloedrijke boeken geschreven over de geschiedenis en toekomst van de mensheid. noot 3 Sander en de kloof is een televisieprogramma van Sander Schimmelpenninck uit 2022 waarin de vermogens- en kansenongelijkheid in Nederland centraal stond. noot 4 Met `indianenvolken' worden hier de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika bedoeld. noot 5 Irokees-Wendat: een van de oorspronkelijke volkeren van Noord-Amerika.
Tekstfragment 2: Ordeloze oudheid
Hij werkte als historicus en was in de archieven dus op zoek naar de patronen:
Een routekaart of rode draad van ooit naar wat nog komen gaat om ons de weg te tonen
Ach, de ontzetting toen hij las dat richting een verzinsel was uit fantasieverhalen...
Er is geen doel, geen plan, geen pad, slechts een chaotisch doolhof dat ons steeds zal doen verdwalen
Marlies ter Voorde, NRC, 30 april 2022.
Lees tekst 2.
In de inleiding van een tekst kan op verschillende manieren de aandacht van de lezer worden getrokken.
Vraag 27 1 punt
Welke manier is in alinea 1 en 2 van tekst 2 vooral gebruikt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
E
"Kindervragen zijn nuttig." (regel 30)
Vraag 28 2 punten
Leg uit welk maatschappelijk nut kindervragen hebben, gelet op de strekking van alinea 1 tot en met 4. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 20 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is:
- We kunnen daarmee (kritisch) nadenken over / We kunnen opnieuw kijken naar / We gaan twijfelen over de vanzelfsprekendheid van onze samenleving/geschiedenis. / onze maatschappelijke ordening.
- Zaken die logisch/vanzelfsprekend lijken, / Zaken die vanuit traditie logisch/vanzelfsprekend zijn, blijken minder vaststaand te zijn (dan we denken). / kunnen worden overdacht. / kunnen opnieuw worden bekeken.
Aanvulling: Bij het eerste element wordt "We gaan twijfelen over (de vanzelfsprekendheid van)" gerekend, in plaats van "We gaan twijfelen over de vanzelfsprekendheid van".
Maximumlengte van het antwoord: 20 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
Volgens alinea 6 en 7 hebben Wengrow en Graeber een nadrukkelijk ander perspectief op de loop van de geschiedenis dan eerdere schrijvers zoals Rousseau, Diamond, Harari, Fukuyama en Pinker.
Vraag 29 2 punten
Geef van elk van deze twee perspectieven de kern weer, gelet op alinea 6 en 7. Neem de nummers uit onderstaande zinnen over en zet daarachter je antwoord.
Volgens eerdere schrijvers verloopt de geschiedenis ...(1)... .
Volgens Wengrow en Graeber verloopt de geschiedenis ...(2)... .
Bekijk het antwoord
1: met weinig ruimte voor variatie / volgens een logisch/vast patroon / onvermijdelijk / steeds hetzelfde / van minder naar meer hiërarchisch
2: met (veel) ruimte voor variatie / niet volgens een logisch/vast patroon / niet onvermijdelijk / niet steeds hetzelfde / niet (per se) van minder naar meer hiërarchisch
Opmerking Uit het antwoord moet een duidelijke tegenstelling tussen de eerste en tweede deelscore blijken. Zo niet, dan kan aan het antwoord maximaal 1 scorepunt worden toegekend.
Beoordeel de spelling.
Vraag 30 1 punt
Welke bewering geeft de functie van alinea 8 en 9 samen het best weer?
Deze twee alinea's samen
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
"Maar het is een noodzakelijk verhaal, een tegenverhaal." (regels 112-113)
Vraag 31 2 punten
Om welke twee redenen is dit tegenverhaal noodzakelijk, gelet op alinea 9 en de gehele tekst? Neem de nummers uit onderstaande zin over en zet daarachter je antwoord.
Dit tegenverhaal is noodzakelijk, omdat we als mensen de ordening van onze maatschappij meestal als ...(1)... ervaren en omdat we in de huidige tijd ...(2)... .
Bekijk het antwoord
1: vanzelfsprekend / de enige mogelijkheid / een gegeven feit / onvermijdelijk / normaal
2: onze (persoonlijke) vrijheden (steeds meer) zien afnemen / (steeds meer) ingeperkt worden
Niet goed: 1: hiërarchisch
Beoordeel de spelling.
Hieronder staan vier positieve typeringen die in meer of mindere mate recht doen aan de beoordeling van het boek Het begin van alles in de tekst.
Vraag 32 2 punten
Orden de typeringen, waarbij je begint met de typering die het meest recht doet aan de beoordeling in de tekst en je eindigt met de typering die het minst recht doet. Noteer alleen de nummers.
De tekst beoordeelt het boek als
- 1 genuanceerd.
- 2 humoristisch.
- 3 leerzaam.
- 4 verfrissend.
Bekijk het antwoord
4, 3, 1, 2
Opmerking Er mag 1 scorepunt worden toegekend als de volgorde niet geheel juist is maar er een foutloze reeks ontstaat door wegstrepen van één getal in het antwoord van de kandidaat. Dit geldt voor de reeksen 4-3-1, 4-3-2, 4-1-2 en 3-1-2.
In de tekst worden impliciet adviezen gegeven over hoe we de werkelijkheid anders kunnen leren zien dan we gewend zijn.
Vraag 33 3 punten
Leid uit de tekst drie van deze adviezen af.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is: drie van de volgende elementen:
- kritische houding in het algemeen aannemen: Blijf kindervragen stellen. / Houd een frisse blik. / Stel kritische vragen.
- maatschappelijke ordening als niet-onvermijdelijk ervaren: Leg je niet neer bij de gegeven maatschappelijke orde. / bij wat niet goed/leuk is (in de maatschappij). / Haal je schouders niet op over de manier waarop onze maatschappij in elkaar zit. / Geloof niet dat alles in onze maatschappij niet anders kan.
- geschiedenis als niet-onvermijdelijk ervaren: Wantrouw het geijkte/traditionele verhaal. / Kijk kritisch naar de geschiedenis. / Besef dat de loop van de geschiedenis nooit onvermijdelijk is.
- alternatieve blik ontwikkelen op geschiedenis/maatschappij: Kijk naar andere maatschappijen. / Heb oog voor het tegenverhaal. / Durf na te denken over een andere inrichting van onze maatschappij. / Zoek alternatieven in de geschiedenis.
- Het begin van alles als inspiratie: Lees het boek Het begin van alles.
Opmerking Bij de beoordeling dient niet te worden uitgegaan van het type advies maar van de (met een liggend streepje) opgesomde elementen.
Beoordeel de spelling.
Vraag 34 2 punten
Welke uitspraak geeft de hoofdgedachte van de tekst het best weer?
Gelet op het boek Het begin van alles
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Lees tekstfragment 2.
Wat hun visies op de geschiedenis betreft, kennen tekst 2 en tekstfragment 2 een duidelijke overeenkomst én een duidelijk verschil.
Vraag 35 1 punt
Vat de overeenkomst tussen de visies samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 10 woorden.
Bekijk het antwoord
De kern van een goed antwoord is: Er zijn geen vaste/onvermijdelijke patronen / Er is geen doel/plan/richting/pad/orde (in de geschiedenis/toekomst).
Maximumlengte van het antwoord: 10 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
Vraag 36 2 punten
Vat het verschil tussen de visies samen. Benoem beide kanten van dit verschil. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan 30 woorden.
Bekijk het antwoord
- Volgens tekst 2 zijn er meerdere ontwikkelrichtingen (voor de toekomst / voor de loop van de geschiedenis). / zijn er andere perspectieven op onze samenleving mogelijk. / kan de samenleving ook niet-hiërarchisch geordend zijn.
- Volgens tekstfragment 2 is er geen ontwikkelrichting. / is de geschiedenis (juist) chaotisch. / kun je (alleen maar) in de geschiedenis verdwalen.
Maximumlengte van het antwoord: 30 woorden. Beoordeel de spelling en grammatica.
Bekijk afbeelding 1.
Stel, een vormgever overweegt afbeelding 1 als illustratie te gebruiken bij tekst 2.
Vraag 37 1 punt
Waarbij kan afbeelding 1 vooral als illustratie worden gebruikt?
Cartoon met een hek en het bordje 'Keep out!' bij de tekst 'Dus we hebben onze vrijheid en veiligheid opgegeven ... Voor meer vrijheid en veiligheid?' en 'Hier waak ik'. Bekijk in Bijlage, pagina 12
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Nederlands 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens Nederlands vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1?
Het centraal examen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (24), argumentatie (8) en tekstverbanden en signaalwoorden (2).
Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vwo 2025, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-1001-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen Nederlands vwo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.