Eindexamen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Stil asfalt, Homeopathische middelen, Examenanalyse, File voorkomen, Pasteurisatie, Autodiefstal.
Het centraal examen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over exponentiële groei (9), formules en grafieken (9) en statistiek (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Exponentiële groei | 1-7, 19, 23 | 9 |
| Formules en grafieken | 13-18, 20-22 | 9 |
| Statistiek | 8-12 | 5 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over exponentiële groei (39% van de vragen, gemiddeld 17%) en formules en grafieken (39% van de vragen, gemiddeld 28%). Minder over lineaire verbanden (0% van de vragen, gemiddeld 15%) en statistiek (22% van de vragen, gemiddeld 33%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Stil asfalt
Wie naast een snelweg woont, heeft bijna altijd te maken met overlast door de geluidsintensiteit van het verkeer. De laatste jaren probeert men deze overlast te beperken, onder andere door het aanleggen van zogenaamd stil asfalt. Met de volgende formule kan de geluidsintensiteit I worden berekend als bekend is hoeveel decibel (dB) geluid er wordt geproduceerd.
I = 100,1d −9
Hierin is d de hoeveelheid geproduceerd geluid in dB en is I de geluidsintensiteit in milliwatt per m2.
Een weggedeelte wordt opnieuw geasfalteerd, waarbij het oude asfalt wordt vervangen door stil asfalt. De hoeveelheid geproduceerd geluid daalt daardoor van 80 dB naar 74 dB.
Vraag 1 4 punten
Bereken met hoeveel procent de geluidsintensiteit afneemt. Geef je antwoord in hele procenten.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het antwoord ‒75(%) geen scorepunten in mindering brengen.
Uit metingen blijkt dat de hoeveelheid geproduceerd geluid op stil asfalt door de jaren heen stijgt. Dit komt onder andere door slijtage van het asfalt. In de figuur zijn de resultaten van een aantal metingen weergegeven.
figuur 80 d (dB) 78
76
74
72
0
0 12 24 36 48 60 72 84 t (maanden na aanleg van stil asfalt)
De meetgegevens liggen op en rond de lijn die door de punten ( 0; 73,7 ) en ( 84; 77,0 ) gaat. De formule van deze lijn is d = a · t + 73,7 . Hierin is d de hoeveelheid geproduceerd geluid in dB, t de tijd in maanden na het aanleggen van stil asfalt en a een constant getal.
Afgerond op twee decimalen geldt a = 0,04 . De waarde van a kan nauwkeuriger berekend worden.
Vraag 2 2 punten
Bereken a met behulp van de gegeven punten. Geef je antwoord in drie decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als a is gevonden door de vergelijking 77 =a ⋅ 84 + 73, 7 op te lossen, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Je kunt de formule van d invullen in de formule van I. Dan ontstaat een nieuwe formule waarin de geluidsintensiteit I uitgedrukt is in het aantal maanden t na het aanleggen van stil asfalt. Deze formule luidt:
I = 100,1(0,04t +73,7)−9
Stil asfalt moet volgens planning worden vervangen als de geluidsintensiteit I volgens de formule groter wordt dan 0,058 milliwatt per m2.
Vraag 3 3 punten
Bereken met behulp van de laatste formule hoeveel hele maanden stil asfalt volgens planning meegaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 100,1(0,04t+73,7)−9 = 0, 058 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: 98 (maanden) (1)
Homeopathische middelen
Homeopathische middelen worden gemaakt uit grondstoffen die worden gehaald uit planten, dieren of mineralen. Uit deze grondstoffen wordt allereerst een basisstof gemaakt, de zogenoemde oertinctuur. Oertinctuur is echter nog niet geschikt voor gebruik. Daarvoor moet deze een aantal keren verdund worden. Na deze verdunningen ontstaat dan een homeopathisch middel dat gereed is voor gebruik.
Voor het verdunnen worden verschillende verdunningsreeksen gebruikt. Zie de tabel.
tabel D-reeks verdunningen van 1 : 10 C-reeks verdunningen van 1 : 100 LM-reeks verdunningen van 1 : …
Om aan te geven welke verdunningen een oertinctuur ondergaan heeft, voegt men aan de Latijnse naam van het homeopathische middel een letter en een getal toe. Zo bestaat bijvoorbeeld het middel Arnica D3. De toevoeging D3 geeft aan dat de oertinctuur Arnica driemaal een verdunning van 1 : 10 heeft ondergaan. Het homeopathisch middel Arnica D3 bestaat dus voor 1/1000e deel uit de oertinctuur Arnica.
Vraag 4 3 punten
Bereken welk deel van het homeopathisch middel Sulphur C6 uit de oertinctuur Sulphur bestaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als gerekend wordt met 100 ⋅ 6 , voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.
Naast de D-reeks zijn er ook de C-reeks en de LM-reeks. In de C-reeks is er sprake van verdunningen waarin bij elke verdunningsstap de hoeveelheid oertinctuur in het middel 99% minder wordt. In de LM-reeks is er sprake van verdunningen waarin bij elke verdunningsstap de hoeveelheid oertinctuur in het middel 99,998% minder wordt.
Vraag 5 3 punten
Bereken welk getal er in de tabel op de puntjes moet komen te staan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
99,998
- De groeifactor is 1
- = 0,00002 (1) 100
2 1
- Na elke verdunning is er (100
- 99,998 = ) 0,002(%) oertinctuur over (1) 100
In de D-reeks wordt het percentage oertinctuur in een homeopathisch middel bij elke verdunning tien keer zo klein. Er geldt dus: n 1 P = 100 · 10 Hierin is P het percentage oertinctuur in een homeopathisch middel in de D-reeks en n het aantal verdunningen dat de oertinctuur ondergaan heeft.
Je kunt de formule van P herleiden tot de volgende formule: P = 102−n
Vraag 6 3 punten
Geef deze herleiding.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 100 = 102 en = 10−1 (1)
- P 102 ⋅ 10−1 = (1)
- P 102 ⋅10− n , dus P = 102−n = (1)
Iemand beweert dat de verdunning van de hoeveelheid oertinctuur in Arnica montana D12 gelijk is aan de verhouding van het volume van één waterdruppel tot het volume van
20 olympische zwembaden.
Een waterdruppel bevat ongeveer 0,05 milliliter en een olympisch zwembad heeft een inhoud van ongeveer 2,5 miljoen liter water.
Vraag 7 4 punten
Laat zien dat de bewering klopt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- 0,05 ml is = 0, 00005 l (1) 1000
- Het aantal waterdruppels in 20 olympische zwembaden is gelijk aan
20 ⋅ 2,5 ⋅106 1 0, 00005
- Dat is gelijk aan 1012 en dus is de verhouding (van het volume van één waterdruppel tot het volume van 20 olympische zwembaden) gelijk aan
1 : 1012 (dus de bewering klopt) (1)
Examenanalyse
Ieder jaar worden de resultaten van de examens door Cito geanalyseerd. In deze opgave bekijken we de resultaten van twee examens havo 2014 eerste tijdvak, namelijk het examen filosofie en het examen Engels. Het examen filosofie werd door ongeveer 1500 kandidaten gemaakt. Cito heeft de resultaten van 950 kandidaten binnengekregen en geanalyseerd. De resultaten van de analysegroep staan in figuur 1 en in de tabel op de uitwerkbijlage.
[figuur 1: zie het originele examen] examen havo filosofie 2014 eerste tijdvak 80 frequentie 70
60
50
40
30
20
10
0
0 1 2 3 4 5 6 7 8 910 15 20 25 30 35 40 44 aantal scorepunten
Voor het examen filosofie konden maximaal 44 scorepunten behaald worden. Zowel in de figuur als in de tabel op de uitwerkbijlage kun je zien dat de twee zwakste kandidaten in de analysegroep slechts 1 scorepunt behaalden en dat de beste kandidaat 40 scorepunten behaalde.
Het examen filosofie had een gemiddelde score van 22,5 met een standaardafwijking van 6,9. We bekijken de zwakste kandidaten in de analysegroep, met een score die meer dan tweemaal de standaardafwijking lager ligt dan het gemiddelde.
Als de scores normaal verdeeld zouden zijn, zou je met behulp van een vuistregel van de normale verdeling kunnen berekenen hoeveel kandidaten met zo’n score er in de analysegroep waren. De scores zijn echter niet normaal verdeeld. Het aantal kandidaten met zo’n lage score in de analysegroep blijkt toch ongeveer gelijk te zijn aan het aantal dat je op grond van de normale verdeling zou verwachten.
Vraag 8 4 punten
Toon dit aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Bij een normale verdeling heeft 2,5% van de kandidaten een score die meer dan tweemaal de standaardafwijking lager ligt dan het gemiddelde (1)
- 2,5% van 950 = 23,75 (of 23 of 24) (1)
- De scores moeten lager zijn dan 22,5 − 2 ⋅ 6,9 = 8, 7 (1)
- Aflezen uit de tabel of figuur 1: er zijn 24 kandidaten met een score lager dan 8,7 (dus evenveel als je bij de normale verdeling zou verwachten) (1)
Van het examen Engels, dat door ruim 56 000 kandidaten is gemaakt, zijn de resultaten van 45 813 kandidaten geanalyseerd. Deze resultaten staan in figuur 2 en ook in de tabel op de uitwerkbijlage. Voor dit examen konden maximaal 47 scorepunten behaald worden. De gemiddelde score was 35,6 en de standaardafwijking 5,7.
[figuur 2: zie het originele examen] examen havo Engels 2014 eerste tijdvak 4000 frequentie 3500
3000
2500
2000
1500
1000
500
0
0 1 2 3 4 5 6 7 8 910 15 20 25 30 35 40 45 47 aantal scorepunten
Door gebruik te maken van figuur 2 en de tabel voor Engels op de uitwerkbijlage kun je berekenen hoe groot het verschil is tussen de modus en de mediaan van het aantal scorepunten voor het examen Engels.
Vraag 9 4 punten
Bereken dit verschil. Licht je werkwijze toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit figuur 2 blijkt dat de modus 39 (scorepunten) is (1p)
- Dit is het geval bij 36 (scorepunten) (1p)
- Dus het verschil is 3 (scorepunten) (1p)
Opmerking Voor de berekening van de modus en de mediaan mag ook van alleen de tabel of alleen figuur 2 gebruikgemaakt worden.
Voor het examen filosofie behaalde 22,8% van de kandidaten in de analysegroep een onvoldoende (een cijfer lager dan 5,5).
Vraag 10 3 punten
Laat zien dat het percentage onvoldoendes voor het examen Engels iets meer dan de helft daarvan was.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 5530 kandidaten haalden een cijfer lager dan 5,5 (1)
- Het percentage kandidaten met een onvoldoende was ⋅100(%) (1)
- Dit is 12,…(%) (, dus iets meer dan de helft van 22,8(%)) (1)
Vraag 11 3 punten
Bereken het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het percentage kandidaten met een onvoldoende voor filosofie. Geef de grenzen in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- p (1 − p ) • Hier moet de formule p ± 2 ⋅ worden gebruikt (1) n • Dit geeft 217 ± 2 ⋅ (=) ( 0, 2284... ± 0, 0272... ) 217 ⋅ 1 − 217 950 950 1 950 950 • Het antwoord: [ 20,1; 25, 6] (%) (1) of p (1 − p ) • Hier moet de formule p ± 2 ⋅ worden gebruikt (1) n 0, 228 ⋅ (1 − 0, 228 ) • Dit geeft 0, 228 ± 2 ⋅ = ( 0, 228 ± 0, 0272... ) (1) 950 • Het antwoord: [ 20,1; 25,5] (%) (of [ 20, 0; 25, 6] (%)) (1) (3)
Een Cito-medewerker wil de samenhang tussen de scores van de examens filosofie en Engels onderzoeken. Zij vraagt zich af of een hoge score voor filosofie ook een hoge score voor Engels betekent.
Vraag 12 3 punten
Welke grafische weergave is daarvoor het meest geschikt en welke extra informatie is nodig om die grafische weergave te kunnen maken?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een puntenwolk (of spreidingsdiagram) (1)
- Hiervoor zijn (de resultaten van) de kandidaten nodig die in beide groepen zitten (1)
- Per kandidaat zijn de scores van beide vakken nodig (1)
File voorkomen
Veel verkeersongevallen worden veroorzaakt door auto’s die te dicht op elkaar rijden. Om ongevallen te voorkomen moeten automobilisten een minimale afstand tot hun voorganger houden. Men noemt dit de veilige afstand. Zie de figuur.
figuur
lengte auto = 4,50 meter veilige afstand A tot de voorganger in meters
hoeveelheid benodigd wegdek W per automobilist in meters
De veilige afstand tussen een auto en zijn voorganger hangt af van de snelheid waarmee gereden wordt. Als beide auto’s even snel rijden, geldt: v
A = v · + 0,14 188 Hierin is v de snelheid van beide auto’s in km per uur en A de veilige afstand in meters.
Twee auto’s rijden achter elkaar met een snelheid van 93 km per uur. De afstand tussen de twee auto’s is 50 meter.
Vraag 13 3 punten
Onderzoek of de achterste automobilist minimaal de veilige afstand tot zijn voorganger aanhoudt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het oplossen van de vergelijking 50 = v ⋅ + 0,14 (1) 188
- Dit geeft v = 84, 6... (km per uur) (1p)
- De auto’s rijden harder en bij een hogere snelheid hoort een hogere veilige afstand, dus hij houdt niet minimaal de veilige afstand aan (1p)
Opmerking Als in het tweede antwoordalternatief de waarde van v is afgerond op
85 (km per uur), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
De veilige afstand wordt groter als de snelheid toeneemt.
Vraag 14 3 punten
Beredeneer, zonder getallenvoorbeelden te gebruiken, dat de formule hiermee in overeenstemming is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als v groter wordt, wordt ook groter (1)
- Dan wordt + 0,14 ook groter (1)
- (De factor v in de formule van A wordt groter en) dus wordt v v ⋅ + 0,14 ook groter (dus de veilige afstand wordt groter als de 188 snelheid toeneemt) (1)
Je kunt de formule van A herleiden tot een vorm zonder haakjes. Met behulp van de informatie in de figuur kun je vervolgens een formule opstellen van de hoeveelheid wegdek W in meters die een automobilist nodig heeft als hij de veilige afstand aanhoudt. We gaan ervan uit dat de lengte van een auto 4,50 meter is. De formule van W is te schrijven in de vorm W = ... · v 2 + ... · v + ...
Vraag 15 3 punten
Stel de formule van W op en herleid de formule tot de bovenstaande vorm, waarbij op de puntjes getallen staan. Geef deze getallen in twee decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- W= A + 4,50 (1)
- = + 0,14v (1)
- Dus W = 0, 01v 2 + 0,14v + 4,50 (of W = 0, 01v 2 + 0,14v + 4,5 ) (1)
Wegbeheerder Rijkswaterstaat heeft voor een bepaald stuk snelweg een formule opgesteld voor het maximale aantal auto’s dat in een bepaalde tijd over dit stuk snelweg kan rijden, de zogenaamde capaciteit C. Deze formule luidt:
1000v C= 4,5 + 0,09v + 0,0035v 2
In deze formule is v de snelheid in km per uur en C de capaciteit in aantal auto’s per uur.
Het blijkt dat volgens de formule de grootste waarde van C op dit stuk snelweg bereikt wordt bij een vrij lage snelheid.
Vraag 16 3 punten
Bereken bij welke snelheid hiervan sprake is. Geef je antwoord in hele km per uur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Bepaald moet worden voor welke waarde van v bij C een maximum optreedt (1)
- Beschrijven hoe deze waarde van v bepaald kan worden (1)
- Het antwoord: 36 (km per uur) (1)
Als er meer automobilisten van dit stuk snelweg gebruik willen maken dan volgens de capaciteit C mogelijk is, ontstaat er een file. Dit kan voorkomen worden als iedereen tijdig zijn snelheid aanpast.
Op matrixborden boven de snelweg geeft Rijkswaterstaat dan een maximumsnelheid aan (in hele km per uur). Dit is de hoogste snelheid die voorkomt dat een file ontstaat.
Op dit stuk snelweg moet in de avondspits de capaciteit minimaal
2500 auto’s per uur zijn om een file te voorkomen.
Vraag 17 4 punten
Bereken welke maximumsnelheid Rijkswaterstaat in deze situatie op de matrixborden aangeeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat alleen v = 18,... als oplossing in het derde antwoordelement geeft, maximaal 2 scorepunten voor deze vraag toekennen.
Rijkswaterstaat heeft op dit stuk snelweg gedurende één maandagmorgen metingen verricht en bijgehouden hoeveel auto’s er passeerden. In de tabel zie je de resultaten gedurende één uur. Op dit stuk snelweg is een maximumsnelheid van 130 km per uur toegestaan.
tabel aantal aantal aantal tijdsinterval auto’s tijdsinterval auto’s tijdsinterval auto’s 7.00-7.05 uur 73 7.20-7.25 uur 174 7.40-7.45 uur 235 7.05-7.10 uur 104 7.25-7.30 uur 198 7.45-7.50 uur 267 7.10-7.15 uur 142 7.30-7.35 uur 220 7.50-7.55 uur 282 7.15-7.20 uur 189 7.35-7.40 uur 224 7.55-8.00 uur 265
We nemen aan dat het aantal auto’s per tijdsinterval gelijkmatig over het tijdsinterval verdeeld is. Je kunt dan met behulp van de formule van C bij benadering vaststellen vanaf welk moment de automobilisten vanwege de capaciteit een lagere snelheid dan 130 km per uur moesten gaan aanhouden.
Vraag 18 3 punten
Bereken binnen welk tijdsinterval de automobilisten voor het eerst een lagere snelheid moesten gaan aanhouden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
1000 ⋅130
- C =( = ) 1725,... (auto’s per uur) (1) 4,5 + 0, 09 ⋅130 + 0, 0035 ⋅1302 1725,...
Opmerking Als de kandidaat als antwoord het tijdsinterval geeft waarvoor de cumulatieve frequentie voor het eerst 1725,… is, voor deze vraag maximaal
1 scorepunt toekennen.
Pasteurisatie
Sommige levensmiddelen kunnen langer houdbaar worden gemaakt door ze te verhitten. Door verhitting zullen de meeste bacteriën in deze levensmiddelen afsterven. Hoe langer er wordt verhit, hoe meer bacteriën er afsterven. Bij een bepaald type worst is in figuur 1 het aantal levende bacteriën per gram worst uitgezet tegen de verhittingstijd in minuten. Daarbij is de verhittingstemperatuur 70 °C. In deze figuur, die vergroot op de uitwerkbijlage staat, is op de verticale as een logaritmische schaalverdeling gebruikt. [figuur 1: zie het originele examen] 109 aantal levende bacteriën 108 per gram worst 107
106
105
104
103
102
101
100
0 1 2 3 4 5 6 verhittingstijd (minuten)
In figuur 1 kun je bijvoorbeeld aflezen dat er bij aanvang van de verhitting
300 000 000 levende bacteriën per gram worst aanwezig zijn. Na
6 minuten verhitting is dit aantal gedaald tot 300.
Vraag 19 3 punten
Bepaal na hoeveel minuten verhitting 90% van de bacteriën is afgestorven. Je kunt hierbij de uitwerkbijlage gebruiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als 90% afsterft, blijft 10% van de bacteriën in leven (1)
- Aflezen van het tijdsverschil bij twee geschikte waarden, bijvoorbeeld bij 300 miljoen en 30 miljoen (1)
- Het antwoord: 1 (minuut) (1)
Vaak worden worsten veel langer dan een paar minuten verhit. Als een verhitting onder de 100 °C heeft plaatsgevonden, noemt men dit pasteurisatie. De onderzoeksorganisatie TNO heeft richtlijnen opgesteld voor het pasteurisatieproces. Hiermee kan een slager die zelf worst maakt, bepalen welke verhittingstemperatuur en verhittingstijd nodig zijn. In figuur 2 zie je de verhittingstemperaturen en verhittingstijden van worsten met diameters d van 40 tot en met 140 mm met tussenstappen van 20 mm. Deze figuur staat ook op de uitwerkbijlage.
[figuur 2: zie het originele examen] 400 verhittingstijd (minuten) 350
300 d = 140 250
d = 120 200
150 d = 100
d = 80 100 d = 60 50 d = 40
0
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 verhittingstemperatuur (°C)
In de figuur op de uitwerkbijlage kun je aflezen dat een worst met een diameter van 100 mm bij een verhittingstemperatuur van 80 °C een verhittingstijd van 145 minuten nodig heeft.
Een veelgebruikte verhittingstemperatuur is 75 °C.
Vraag 20 4 punten
Teken in het assenstelsel op de uitwerkbijlage met behulp van figuur 2 een grafiek waarin de verhittingstijd is uitgezet tegen de diameter bij een verhittingstemperatuur van 75 °C.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- De verhittingstijden mogen worden afgelezen met een marge van
5 minuten.
- Als de afgelezen verhittingstijden niet zijn opgeschreven, maar wel juist zijn getekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
- Als de diameter verticaal en de verhittingstijd horizontaal uitgezet is, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
- De grafiek mag ook uitsluitend vanaf diameter 40 tot en met diameter
140 zijn getekend.
- Als de grafiek is doorgetrokken naar (0, 0), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
In plaats van figuur 2 gebruiken sommige slagers ook wel formules om de verhittingstijd te berekenen. Bij een verhittingstemperatuur van 78 °C berekent men de verhittingstijd V dan met de formule: V = 0,7 d + 0,0089d 2 Hierin is V de verhittingstijd in minuten en d de diameter van de worst in mm.
Vraag 21 3 punten
Bereken met de formule de verhittingstijd van een worst met een diameter van 4,5 cm bij een verhittingstemperatuur van 78 °C. Geef je antwoord in hele minuten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 4,5 cm = 45 mm (1)
- V = 0, 7 ⋅ 45 + 0, 0089 ⋅ 452 (1)
- Het antwoord: 50 (minuten) (1)
Een slager maakt worsten met verschillende diameters en kiest bij het pasteuriseren altijd voor een verhittingstemperatuur van 78 °C. Hij wil het pasteurisatieproces niet langer dan 2,5 uur laten duren.
Vraag 22 4 punten
Bereken met de formule welke diameter deze worsten maximaal mogen hebben. Geef je antwoord in hele mm.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 2,5 uur is 150 minuten (1)
- De vergelijking 0, 7 d + 0, 0089d 2 = 150 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: (maximaal) 96 (mm) (1)
Autodiefstal
Elk jaar wordt een percentage van de auto’s in Nederland gestolen. Dit percentage is aan het begin van deze eeuw flink gedaald. In de figuur is voor de jaren 1995 tot en met 2013 zowel het percentage gestolen personenauto’s (kromme) als het aantal gestolen personenauto’s (staafdiagram) weergegeven.
figuur gestolen personenauto’s Nederland 1995-2013 0,60 30 000 percentage aantal 0,55 27 500
0,50 25 000
0,45 22 500
0,40 20 000
0,35 17 500
0,30 15 000
0,25 12 500
0,20 10 000
0,15 7500
0,10 5000
0,05 2500
0,00 0 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013
jaar
In de figuur is te zien dat in de laatste weergegeven jaren het percentage gestolen personenauto’s ongeveer gelijk aan 0,15% bleef. Ook als dit de volgende jaren zo zou blijven, dan nog neemt het aantal gestolen personenauto’s toe, omdat het aantal personenauto’s in Nederland toeneemt. In de tabel is voor een aantal jaren het aantal personenauto’s in Nederland weergegeven.
tabel jaar 2001 2004 2007 2010 2013 aantal personenauto's in Nederland (in 6,55 6,90 7,24 7,59 7,93 miljoenen)
Uit de tabel is af te leiden dat het aantal personenauto’s bij benadering lineair toeneemt. Neem aan dat de komende jaren het percentage gestolen personenauto’s blijft zoals in 2013 en dat het aantal personenauto’s lineair blijft toenemen zoals in de tabel.
Vraag 23 6 punten
Bereken in welk jaar er voor het eerst weer meer personenauto’s gestolen zullen worden dan in 2005.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Een formule voor het aantal personenauto’s A is: = A 6 550 000 + 115 000t (met t = 0 in 2001) (1p)
- De vergelijking 0, 0015 ⋅ ( 6 550 000 + 115 000t ) =
13 750 moet worden opgelost (1)
- (Berekend moet worden in welk jaar het totaal aantal personenauto's
13 750 gelijk is aan) = 9 170 000 (personenauto’s) (of nauwkeuriger) (1) 0, 0015
- De toename van het aantal personenauto’s moet gelijk zijn aan
9 170 000
- 7 930 000 = 1 240 000 (1p)
1 240 000
- Die stijging duurt nog = 10, 7... (jaar) (of nauwkeuriger) (1p)
115 000
Opmerkingen
- Het aantal gestolen auto’s mag worden afgelezen met een marge van 250.
- Om de toename per jaar te berekenen mogen ook andere waarden uit de tabel gekozen zijn.
- In het eerste antwoordalternatief mag de jaarlijkse toename van het aantal gestolen auto’s op een geheel getal afgerond worden.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Wiskunde A 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1024-a-19-1-o
Andere examens wiskunde A havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over exponentiële groei (9), formules en grafieken (9) en statistiek (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A havo 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1024-a-19-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde A havo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.