Eindexamen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: ‘Ff me telefoon opladen’, Leerkrachten basisonderwijs, Hart-lopen, Heel Holland Bakt.
Het centraal examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (11), statistiek (7) en exponentiële groei (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 1-3, 5, 11-15, 18, 20 | 11 |
| Statistiek | 6-10, 16-17 | 7 |
| Exponentiële groei | 4, 19, 21 | 3 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over formules en grafieken (52% van de vragen, gemiddeld 28%). Minder over lineaire verbanden (0% van de vragen, gemiddeld 15%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
‘Ff me telefoon opladen’
Op de foto zie je een telefoon waarvan foto het batterijpercentage 73% is. Daarmee wordt bedoeld dat de batterij van de telefoon voor 73% is opgeladen. Wanneer het batterijpercentage van een telefoon lager is dan 100%, kan de telefoon worden opgeladen met behulp van een oplader. Zo’n oplader levert een bepaald vermogen in watt (W). Welk vermogen op een bepaald moment door de oplader wordt geleverd, hangt af van het type telefoon en het batterijpercentage dat de telefoon op dat moment heeft.
In de figuren 1 en 2 zie je de grafieken die horen bij twee types telefoons (PRO 5 en PRO 6). Op de horizontale as staat de tijd vanaf het moment dat de lege telefoon aan de oplader gelegd wordt.
figuur 1 PRO 5 figuur 2 PRO 6
Op de uitwerkbijlage is figuur 1 vergroot afgebeeld, waarbij de doorgetrokken grafiek en de bijbehorende linkeras zijn weggelaten. Het batterijpercentage van de PRO 5 neemt in de eerste 30 minuten lineair toe. Als het batterijpercentage op dezelfde manier zou blijven toenemen, dan is de totale oplaadtijd (van 0 tot 100%) korter dan nu af te lezen is uit figuur 1.
Vraag 1 3 punten
Bepaal door te tekenen in de figuur op de uitwerkbijlage hoeveel minuten de totale oplaadtijd in dat geval zou zijn. Geef je antwoord in hele minuten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als gevolg van tekenafwijkingen kan de afgelezen waarde redelijk variëren. Bij correctie dient daarmee rekening gehouden te worden.
Djimon heeft een PRO 5 en Sasha heeft een PRO 6. Ze leggen hun telefoons op hetzelfde moment aan de oplader. Sasha’s telefoon had op dat moment een batterijpercentage van 10%. Beide telefoons bereiken na verloop van tijd op precies hetzelfde moment een batterijpercentage van 90%.
Vraag 2 4 punten
Bepaal voor hoeveel procent de batterij van Djimon opgeladen was op het moment dat zijn telefoon aan de oplader gelegd werd. Je kunt hierbij gebruikmaken van de figuren op de uitwerkbijlage. Geef je antwoord in hele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- De tijden in het eerste en derde antwoordelement mogen afgelezen worden met een marge van 2 minuten.
- Het percentage in het vierde antwoordelement mag afgelezen worden met een marge van 2 procent.
Het eerste stuk van de gestippelde grafieken in figuur 1 en figuur 2 is voor zowel de PRO 5 als de PRO 6 te beschrijven door een formule van de vorm B = c · t , waarbij B het batterijpercentage in procenten is, t de tijd in minuten en c een getal.
Vraag 3 2 punten
Onderzoek of het getal c bij de PRO 5 groter is dan bij de PRO 6. Je kunt hierbij gebruikmaken van de figuren op de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- De percentages in het eerste antwoordelement mogen afgelezen worden met een marge van 2 procent.
- Als een juiste toelichting ontbreekt, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.
In de laatste twee onderdelen van deze opgave kijken we naar het vermogen dat de oplader levert.
In figuur 1 is te zien dat de oplader van de PRO 5 de eerste 15 minuten zijn maximale vermogen van 17 W levert. Na deze eerste 15 minuten daalt het geleverde vermogen bij benadering exponentieel. Op de uitwerkbijlage is figuur 1 vergroot afgebeeld, waarbij de gestippelde grafiek en de bijbehorende rechteras zijn weggelaten.
Vraag 4 5 punten
Bereken met de gegevens bij 20 en bij 85 minuten met hoeveel procent per minuut het geleverde vermogen van de oplader van de PRO 5 afneemt. Je kunt hierbij gebruikmaken van de figuur op de uitwerkbijlage. Geef je antwoord in hele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Het vermogen mag afgelezen worden met een marge van 0,3 watt. 1
- Als gerekend wordt met (1
- 14) , maximaal 3 scorepunten toekennen. 65
1
- Als gerekend wordt met : 65 , maximaal 3 scorepunten toekennen. 14
Als de telefoons van Sasha en Djimon beide vanaf een batterijpercentage van 0% 90 minuten aan de oplader worden gelegd, dan hoeft de oplader van Sasha minder vermogen te leveren dan die van Djimon.
Vraag 5 2 punten
Leg aan de hand van de figuren 1 en 2 op de uitwerkbijlage uit waarom dit klopt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een juiste toelichting ontbreekt, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.
Leerkrachten basisonderwijs
In 2017 werd er gestaakt door leerkrachten in het basisonderwijs. Er was sprake van aanhoudende onvrede over onder meer het salaris en de werkdruk. In deze opgave wordt met ‘leerkrachten’ telkens ‘leerkrachten in het basisonderwijs’ bedoeld.
Leerkrachten verdienden in 2015 gemiddeld een bruto-uurloon van
26 euro. Daarmee verdienden zij 14 procent minder dan werknemers buiten het onderwijs met hetzelfde opleidingsniveau.
Vraag 6 3 punten
Bereken het gemiddelde bruto-uurloon in 2015 van werknemers buiten het onderwijs met hetzelfde opleidingsniveau. Geef je antwoord in een geheel aantal euro’s.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als vermenigvuldigd wordt met 1,14, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.
In een enquête in 2017 kregen leerkrachten onder meer de volgende drie vragen voorgelegd:
1 Moet u erg snel werken?
2 Moet u heel veel werk doen?
3 Moet u extra hard werken? Zij konden steeds antwoorden met: ‘nooit’, ‘soms’, ‘vaak’ of ‘altijd’.
Bij deze vragen horen drie variabelen die elk kwalitatief en ordinaal zijn.
Vraag 7 2 punten
Leg uit waarom de drie variabelen kwalitatief zijn. Leg ook uit waarom de drie variabelen ordinaal zijn.
Bekijk het antwoord
- De variabelen zijn kwalitatief omdat de mogelijke waarden geen getallen zijn (1)
- De variabelen zijn ordinaal omdat de mogelijke waarden een logische volgorde hebben (1)
In het basisonderwijs werken veel parttimers. In de rest van deze opgave kijken we naar de arbeidsduur per week van leerkrachten. Zowel in 2003 als in 2017 is hier onderzoek naar gedaan. We nemen aan dat er in 2003 en in 2017 een aselecte steekproef is getrokken uit alle leerkrachten die toen werkzaam waren. In de steekproeven is van elke leerkracht zijn of haar arbeidsduur in uur per week bekend. De steekproefresultaten zijn verwerkt in de figuur op de volgende pagina.
figuur Arbeidsduur per week
Uit de figuur kun je bijvoorbeeld afleiden dat in 2017 bij de mannen de steekproefproportie die voltijds werkt 0,6 is. Veronderstel dat het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de bijbehorende populatieproportie precies [0,58; 0,62] is.
Vraag 8 3 punten
Bereken met deze gegevens het totaal aantal mannen in de steekproef van 2017.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 2 · = 0, 02 (of een gelijkwaardige n vergelijking) moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: 2400 (mannen) (1)
Op basis van de figuur zou je kunnen denken dat er in de steekproef van alle leerkrachten in 2017 een lager percentage voltijds werkt dan in de steekproef van alle leerkrachten in 2003.
Vraag 9 4 punten
Geef een getallenvoorbeeld waaruit blijkt dat dit niet noodzakelijk waar hoeft te zijn. Licht je antwoord toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De percentages mogen afgelezen worden met een marge van 1.
We kijken in het laatste onderdeel van deze opgave naar het verschil in arbeidsduur voor mannen en vrouwen die als leerkracht werken.
In een steekproef onder leerkrachten in 2021 was de gemiddelde arbeidsduur voor de mannen 31,2 uur per week met een standaardafwijking van 8,3. De vrouwen werkten gemiddeld 27,2 uur per week met een standaardafwijking van 7,6. Vaak wordt beweerd dat er een groot verschil bestaat in de arbeidsduur per week voor mannen en vrouwen die als leerkracht werken. Bovenstaande gegevens over gemiddelden en standaardafwijkingen in combinatie met de vuistregels op het formuleblad leiden echter tot een andere conclusie, namelijk dat het verschil middelmatig is.
Vraag 10 3 punten
Laat met een berekening zien dat deze conclusie juist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- E= (1)
- E = 0,5... (1)
- Deze waarde voldoet aan de voorwaarde voor de categorie ‘middelmatig’ (dus de conclusie is juist) (1)
Hart-lopen
Tijdens het hardlopen gaat je hartslag omhoog. Maar als die heel hoog oploopt, werkt je hart niet meer optimaal. Daarom is het van belang om rekening te houden met je maximale hartslag. De maximale hartslag is onder andere afhankelijk van je leeftijd en je geslacht. In deze opgave kijken we naar de hartslag van volwassen mannen. Er zijn verschillende formules om de maximale hartslag te berekenen, bijvoorbeeld voor ongetrainde en getrainde mannen: M ongetraind = 220
- L (formule 1) M getraind = 205,8
- 0,685 · L (formule 2)
Hierin is M de maximale hartslag in aantal slagen per minuut en L de leeftijd in hele jaren.
De hartslag geeft je belangrijke informatie tijdens een training. Met behulp van een sporthorloge kun je je hartslag tijdens de training in de gaten houden. De tabel geeft voor diverse soorten trainingen advies over de hartslag die je tijdens die training zou moeten aanhouden.
tabel soort training percentage van de maximale hartslag warming-up / coolingdown 45
- 60 rustige duurtraining 60
- 70 intensieve duurtraining 70
- 80 maximale duurtraining 80
- 90 zware kortdurende
90
- 100 inspanningstraining
Hans is een getrainde man van 48 jaar, houdt een rustige duurtraining en volgt daarbij het advies uit de tabel op.
Vraag 11 3 punten
Bereken welke waarden van de hartslag er voor Hans mogelijk zijn waarbij hij zich houdt aan het advies. Geef de waarden in een geheel aantal slagen per minuut.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- M = 205,8 − 0,685 · 48(= 172,92) (slagen per min) (1)
- 0,6 ·172,92 = 103,752 en 0,7 ·172,92 = 121,044 (1)
- Het antwoord: 104 tot en met 121 (slagen per min) (1)
De formules voor de maximale hartslag voor ongetrainde en getrainde mannen verschillen. Je kunt je afvragen bij welke leeftijden ze meer dan
5 slagen per minuut verschillen.
Vraag 12 5 punten
Onderzoek bij welke leeftijden dit het geval is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Een correcte tabel (4p)
L Mongetraind Mgetraind Mongetraind-Mgetraind … … … …
29 191 185,935 5,065
30 190 185,25 4,75 … … … …
60 160 164,7 -4,7
61 159 164,015 -5,015 … … … …
Opmerkingen
- Als in het eerste antwoordalternatief slechts één vergelijking is opgelost, voor deze vraag maximaal 3 scorepunten toekennen.
- Voor het eerste antwoordelement van het tweede antwoordalternatief mogen voor een niet volledige tabel 1, 2 of 3 scorepunten worden toegekend.
- Als in het tweede antwoordalternatief slechts het bovenste of slechts het onderste tabelgedeelte goed is berekend, voor deze vraag maximaal
3 scorepunten toekennen.
De Engelse fysioloog Hill stelde dat de hardloopprestatie wordt bepaald door de maximale zuurstofopname Z van het lichaam, uitgedrukt in het aantal milliliters per minuut per kilogram lichaamsgewicht (ml/min per kg).
Een formule waarmee Z bij benadering kan worden bepaald is: M Z = 15 · (formule 3) R Hierin is M de maximale hartslag en R de hartslag in rust, beide in aantal slagen per minuut.
Een marathon is een hardloopwedstrijd over 42,195 km. De gemiddelde snelheid v waarmee een hardloper een marathon kan lopen, is afhankelijk van Z. Deze gemiddelde snelheid v (in km/uur) kan berekend worden met de volgende formule: Z v= (formule 4) 3,74 Als twee mannen dezelfde hartslag in rust hebben, dan kun je met behulp van de formules 3 en 4 beredeneren dat de persoon met een hogere maximale hartslag een snellere tijd kan lopen op de marathon dan de persoon met een lagere maximale hartslag.
Vraag 13 3 punten
Geef deze redenering zonder gebruik te maken van getallenvoorbeelden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als M groter is, dan is Z = 15 · groter (1)
- Als Z groter is, dan is v = groter (1)
- Als de gemiddelde snelheid groter is, wordt er een snellere tijd gelopen (1)
Jan, die een marathon gaat lopen, heeft een maximale hartslag van
190 slagen per minuut en een hartslag in rust van 60 slagen per minuut.
Vraag 14 4 punten
Bereken met behulp van de formules 3 en 4 de tijd die hij op de marathon gaat lopen. Geef je antwoord in gehele minuten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Z = 15 · ( = 47,5) (ml/min per kg) (1)
- v= ( = 12, 7...) (km/uur) (1)
- De tijd op de marathon is ( = 3,32...) (uur) (1)
- Het antwoord: 199 (min) (of 3 uur en 19 min) (1)
Met behulp van de formules 3 en 4 is de volgende formule af te leiden voor de gemiddelde snelheid die een hardloper kan lopen op een marathon:
15 M v= (formule 5) 3, 74 R Vervolgens is er met behulp van de formules 2 en 5 een formule af te leiden die voor een getrainde man v uitdrukt in L en R. Deze formule is te schrijven in de vorm: a −b·L v= (formule 6) R Hierin zijn a en b getallen.
Vraag 15 3 punten
Leid formule 6 af uit de formules 2 en 5. Geef daarbij a en b in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
15 · (205,8
- 0, 685 L )
- v= (1) 3, 74 R
3087
- 10, 275 L
- v= (1) 3, 74 R
3087 10, 275 825, 4
- 2,7L
- ( = 825, 40... en = 2, 74... , dus) v = (1) 3, 74 3, 74 R of 15M 4, 01... · M
- ( 4,01... · 205,8 = 825,40... en 4,01... · 0,685 = 2,74... , dus) 825, 4
- 2,7L v= (1) R
Heel Holland Bakt
Zonnebrandcrème, in deze opgave kortweg crème, beschermt de huid tegen verbranding door de zon. De mate van bescherming die een crème biedt, wordt aangegeven met de zogenoemde beschermingsfactor, in deze opgave kortweg factor. Hoe hoger de factor van de crème, hoe beter de bescherming tegen de zon.
In een onderzoek werd de volgende stelling voorgelegd aan een aselecte steekproef uit de populatie ouders van jonge kinderen:
Als je je insmeert met een crème met factor 50, dan kun je niet meer verbranden.
De steekproef bevatte 410 mannen en 611 vrouwen. De onderzoeker was benieuwd in hoeverre er verschil zou zijn tussen de reacties van mannen en vrouwen. In de steekproef waren 74 mannen en 79 vrouwen het eens met de stelling.
Vraag 16 4 punten
Onderzoek of de 95%-betrouwbaarheidsintervallen voor de populatieproportie mannen en vrouwen die het eens zijn met de stelling elkaar overlappen.
Bekijk het antwoord
- • De proporties mannen en vrouwen zijn 74 (79) = 0,180... respectievelijk = 0,129... (1) 410 611 • De bovengrens bij de vrouwen is 0,129... · (1 − 0,129...) 0,129... + 2 · = 0,156... (1) 611 • De ondergrens bij de mannen is 0,180... · (1 − 0,180...) 0,180... − 2 · = 0,142... (1) 410 • Dus de 95%-betrouwbaarheidsintervallen overlappen elkaar (1) (4)
Met behulp van het formuleblad kunnen we onderzoeken of het verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft het wel of niet eens zijn met de stelling gering, middelmatig of groot is.
Vraag 17 4 punten
Voer dit onderzoek uit.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Een kruistabel met absolute aantallen (1p)
eens oneens mannen 74 336 (410) vrouwen 79 532 (611) (153) (868)
74 · 532
- 336 · 79
Opmerking Als bij de berekening van phi voor a, b, c en d de getallen 74, 410, 79 en
611 worden gebruikt, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.
Zonlicht bevat uv A-straling die diep in de huid kan doordringen en daar schade kan aanrichten. Door crème te gebruiken wordt een deel van die straling geblokkeerd. Voor het percentage P van de uv A-straling dat geblokkeerd wordt, geldt: 1 P = 100 · 1
- , waarbij F de factor van de crème is. F In de figuur op de volgende pagina is de grafiek afgebeeld die bij de formule hoort.
figuur
In de figuur is te zien dat de bescherming tegen uv A-straling toeneemt als de waarde van F toeneemt.
Vraag 18 3 punten
Beredeneer aan de hand van de formule dat de bescherming tegen uv A-straling toeneemt als de waarde van F toeneemt, zonder gebruik te maken van getallenvoorbeelden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als F toeneemt, neemt af F (want 1 wordt gedeeld door een groter wordend getal) (1)
- Dan neemt 1 − toe F (want er wordt een kleiner wordend getal van 1 afgetrokken) (1)
- 100 · 1 − neemt ook toe, dus wordt er een groter percentage F uv A-straling geblokkeerd en neemt de bescherming toe (1)
Vraag 19 3 punten
Bereken vanaf welke factor een crème minimaal 98% van de uv A-straling tegenhoudt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 98 = 100 · 1 − moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: (vanaf factor) 50 (1)
In de richtlijnen van huidartsen worden vaak alleen de gewenste blokkeringspercentages (P) voor een crème genoemd. Het is dan handig om F te kunnen berekenen met een herleide vorm van de formule voor P.
Vraag 20 3 punten
Herleid de formule voor P tot een vorm waarin F wordt uitgedrukt in P.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- P = 100
- (1) F 100
Het is zo dat een crème met factor 30 twee keer zo lang tegen zonnebrand beschermt als een crème met factor 15.
Vraag 21 3 punten
Onderzoek of het percentage van de uv A-straling dat geblokkeerd wordt door een crème met factor 30 dan ook twee keer zo groot is als dat van een crème met factor 15.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het percentage bij factor 30 zou dan 2 · 93,3... moeten zijn (1p)
- Aflezen dat het percentage bij factor 15 ruim hoger is dan 50% (1p)
- Het percentage bij factor 30 zou dan hoger dan tweemaal 50% zijn (1p)
- Het antwoord: niet twee keer zo groot, want het percentage kan niet hoger zijn dan 100% (1p)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Wiskunde A 2024, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-1/ha-1024-a-24-1-o
Andere examens wiskunde A havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (11), statistiek (7) en exponentiële groei (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A havo 2024, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-1/ha-1024-a-24-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.