Eindexamen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Appels met peren vergelijken, Vangen-hervangen, Hygiëne op school, Printabonnement, 65-plussers.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over statistiek (8), lineaire verbanden (6) en kansrekening (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Statistiek1-3, 10-148
Lineaire verbanden4, 15-196
Kansrekening6-94
Exponentiële groei5, 212
Formules en grafieken201

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde A havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kansrekening (19% van de vragen, gemiddeld 0%) en lineaire verbanden (29% van de vragen, gemiddeld 13%). Minder over formules en grafieken (5% van de vragen, gemiddeld 31%) en exponentiële groei (10% van de vragen, gemiddeld 19%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Appels met peren vergelijken

In figuur 1 staat een bericht dat op internet te lezen was over de appel- en perenoogst in Nederland. Hierin wordt gesproken over de oogstraming van 2021; dit is de schatting van de oogstopbrengst (in miljoen kilo) van dat jaar.

[figuur 1: zie het originele examen]

Meer appels en minder peren verwacht dan vorig jaar Geplaatst op 27 juli 2021

Dit jaar zullen in Nederland naar verwachting meer appels worden geplukt dan vorig jaar, terwijl de totale perenoogst lager wordt geraamd dan vorig jaar. De Nederlandse oogstraming komt uit op 250 miljoen kilo appels en 325 miljoen kilo peren. Dit blijkt uit informatie van GroentenFruit Huis en NFO.

Er hangen meer appels aan de bomen dan in 2020. Hierdoor wordt de totale appeloogst (in miljoen kilo) 14 procent hoger ingeschat dan in 2020. Bij peren is het beeld juist andersom waardoor de perenoogst (in miljoen kilo) 19 procent lager wordt geraamd dan vorig jaar.

Neem aan dat een appel gemiddeld 150 gram weegt en een peer gemiddeld 225 gram. Op basis van de oogstraming kun je het geschatte aantal appels en het geschatte aantal peren in 2021 berekenen.

Vraag 1 3 punten

Bereken het verschil tussen deze twee aantallen. Geef je antwoord in een geheel aantal miljoenen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

250 000 000

  • Het geschatte aantal appels is ( = 1, 666... miljard) (1) 0,150

325 000 000

Opmerking Als bij het eerste en tweede antwoordelement een foutieve aanpak is gebruikt, ongeacht of er sprake is van eenzelfde foutieve aanpak, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.

Op basis van het bericht kun je het totale gewicht berekenen dat in 2020 aan appels en peren samen is geoogst.

Vraag 2 3 punten

Bereken dit totale gewicht. Geef je antwoord in een geheel aantal miljoenen kilogram.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • De groeifactoren 1,14 (appeloogst) en 0,81 (perenoogst) (1)
  • De appeloogst in 2020 was ( = 219, 29...) (miljoen kg) en de 1,14 325 perenoogst in 2020 was ( = 401, 23...) (miljoen kg) (1)
  • Het totale gewicht is 219, 29... + 401, 23... = 621 (miljoen kg) (1)

In figuur 2 zie je voor de periode 2000-2010 het totaalgewicht aan peren dat in Nederland is geoogst. Ook zie je de oppervlakte waarop deze peren werden geteeld. Neem aan dat deze oppervlakte gedurende een kalenderjaar gelijk blijft.

figuur 2 perenteelt

Vraag 3 3 punten

Beredeneer, zonder gebruik te maken van getallenvoorbeelden, met behulp van figuur 2 of de gemiddelde perenoogst in miljoen kg per hectare in 2008 groter of kleiner is dan in 2003.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • De perenoogst is in 2008 gelijk aan (of: niet hoger dan) die in 2003 (1)
  • De perenteeltoppervlakte is in 2008 groter dan die in 2003 (1)
  • De gemiddelde perenoogst per hectare is (in 2008) kleiner (1)

De perenteeltoppervlakte neemt in de periode van 2000 tot en met 2015 lineair toe. We kunnen voor die periode de perenteeltoppervlakte beschrijven met de volgende formule: Tp = 6000 + 200 t Hierin is Tp de perenteeltoppervlakte in hectare en t het aantal gehele jaren na 2000.

In de tabel staat de appelteeltoppervlakte in 2003 en 2015. tabel jaar 2003 2015 appelteeltoppervlakte Ta (in hectare) 10 296 7600

Ga ervan uit dat de appelteeltoppervlakte in de periode 2000-2015 lineair afneemt en dat deze oppervlakte gedurende een kalenderjaar steeds gelijk blijft.

Vraag 4 5 punten

Bereken in welk jaar de perenteeltoppervlakte voor het eerst groter is dan de appelteeltoppervlakte.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Een tabel voor de perenteeltoppervlakte: (1p)

jaar (2000) (2003) 2011 2012 (2015) perenteeltoppervlakte (ha) (6000) (6600) 8200 8400 (9000)

  • Een tabel voor de appelteeltoppervlakte: (1p)

jaar (2003) 2011 2012 (2015) appelteeltoppervlakte (ha) (10296) 8498,… 8274 (7600)

  • In 2000 zou de appelteeltoppervlakte 10 296 + 224, 66... · 3 (= 10 970) (ha) zijn (1p)
  • De vergelijking 10 970
    • 224, 66... · t = 6000 + 200t moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1p)
  • De oplossing is t = 11, 7... , dus in 2012 (1p)

Men verwachtte dat na 2015 de appelteeltoppervlakte exponentieel zou afnemen met 19,4% per vijf jaar.

Vraag 5 4 punten

Bereken met hoeveel procent de appelteeltoppervlakte dan per jaar afneemt. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

1 1 (1)

  • Als gerekend wordt met (19, 4) 5 , (0,194) 5 of (1,194) 5 ,voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.
  • Als gerekend wordt met 0,806 : 5 , voor deze vraag maximaal

2 scorepunten toekennen.

Vangen-hervangen

Het is niet eenvoudig het totaal aantal vissen in een meer te tellen. Met behulp van de statistische techniek ‘vangen-hervangen’ is het mogelijk een schatting te doen van het aantal vissen. Deze techniek werkt als volgt:

Vang een aantal vissen uit het meer. Dit is de eerste steekproef. Geef deze vissen een merkteken. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Zet de gemerkte vissen vervolgens weer terug in het meer. Wacht een tijdje tot de gemerkte vissen zich over het hele meer verspreid hebben en vang nogmaals een aantal vissen uit het meer. Dit is de tweede steekproef. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

We kunnen nu veronderstellen dat de proportie gemerkte vissen in de tweede steekproef, gelijk is aan de proportie gemerkte vissen in het hele meer. In formulevorm: R M = (formule 1)

C N Hierbij is:

  • R het aantal gemerkte vissen in de tweede steekproef;
  • C het aantal gevangen vissen dat in de tweede steekproef;
  • M het aantal gevangen, en dus gemerkte, vissen in de eerste steekproef;
  • N het (geschatte) aantal vissen in het meer.

Biologen vangen in een meer bij een eerste steekproef 80 vissen, merken deze en zetten ze weer terug in het meer. Een paar dagen later wordt een tweede steekproef vissen gevangen. Hierin bevinden zich 6 gemerkte en

92 ongemerkte vissen.

Vraag 6 3 punten

Bereken met behulp van formule 1 hoeveel vissen er in het meer zijn. Geef je antwoord in een geheel honderdtal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • = ( C = 92 + 6 = 98 , dus) de vergelijking moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • (De oplossing is 1306,… dus) het antwoord: 1300 (vissen) (1)

We kunnen formule 1 herleiden tot een formule waarmee je eenvoudiger het aantal vissen N in het meer kunt berekenen: M ·C N= (formule 2) R Biologen Adri en Fiona vangen samen een eerste steekproef, waarna zij alle 30 vissen merken die ze samen hebben gevangen. De gemerkte vissen zetten ze terug in het meer. Om de betrouwbaarheid van de schatting van het aantal vissen in het meer te vergroten, vangt elk van hen 180 vissen als tweede steekproef. Eerst vangt Adri 180 vissen en hij telt het aantal gemerkte vissen. Daarna zet hij de 180 vissen terug in het meer. Vervolgens vangt Fiona 180 vissen. In de steekproef van Fiona is er één vis meer gemerkt dan in de steekproef van Adri. Beiden berekenen met formule 2 het aantal vissen in het meer. Fiona’s uitkomst blijkt 60 lager te zijn dan Adri’s uitkomst.

Vraag 7 4 punten

Bereken het aantal gemerkte vissen in de steekproef van Adri.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • N= (= ) (1)
  • Het maken van een tabel bij deze formule (1)
  • Voor R = 9 geldt N = 600 en voor R = 10 geldt N = 540 (dus N is 60 minder) (1)
  • Het antwoord: 9 (gemerkte vissen) (1)

Er is een situatie mogelijk, waarbij je vissen in de eerste steekproef vangt en merkt, in een tweede steekproef weer vissen vangt, maar dat het niet lukt om met formule 1 of 2 het aantal vissen in het meer te schatten.

Vraag 8 2 punten

Beschrijf deze situatie en leg uit waarom het in die situatie niet lukt om met formule 2 het aantal vissen in het meer te schatten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • In de situatie dat je geen gemerkte vissen vangt in een volgende steekproef (kun je het aantal vissen in het meer niet berekenen) (1)
  • Want bij de berekening van N zou er dan door 0 gedeeld moeten worden (en dat kan niet) (1)

Formule 1 en 2 werken in de praktijk minder goed als R klein is. Daarom is er met computersimulaties gezocht naar een formule die betere schattingen geeft. Uit die computersimulaties bleek dat bij kleine waarden van R, onderstaande formule betere schattingen geeft voor het aantal vissen in het meer dan formule 2. ( M + 1) · (C + 1) N= −1 (formule 3) R +1 Het verschil in de schattingen van het aantal vissen volgens de formules 2 en 3 wordt groter naarmate er minder gemerkte vissen in een tweede steekproef worden gevangen. We bekijken de situatie waarbij in de eerste steekproef 120 vissen zijn gevangen en gemerkt en in een tweede steekproef 150 vissen zijn gevangen.

Vraag 9 4 punten

Bereken bij welke aantallen gemerkte vissen in een tweede steekproef de schatting volgens formule 2 meer dan 100 hoger is dan de schatting volgens formule 3.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het antwoord: (bij) 1, 2, …, 11 (gemerkte vissen) (1) of

120 ·150 121 ·151

  • De vergelijking
    • − 1 = 100 moet worden opgelost (1) R R +1
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1p)

Opmerking Als R = 0 niet wordt uitgesloten, voor deze vraag geen scorepunten in mindering brengen.

Hygiëne op school

In 2018 verschenen er berichten in de media over de (toilet)hygiëne op Nederlandse basisscholen en middelbare scholen. De berichten waren gebaseerd op drie onderzoeken onder respectievelijk leraren die werkzaam waren binnen het basis- of voortgezet onderwijs, leerlingen tussen de 5 en 16 jaar oud en ouders met een kind tussen de 5 en 16 jaar oud. In totaal namen 630 leraren, 452 leerlingen en 626 ouders deel aan het onderzoek. We nemen aan dat elk van de drie steekproeven aselect en representatief was.

In de steekproef van de leerlingen gaven 194 van de 452 leerlingen aan regelmatig moeite te hebben met opletten tijdens de les, omdat zij op sommige momenten naar het toilet moeten, maar niet gaan.

Vraag 10 4 punten

Bereken het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het percentage Nederlandse leerlingen tussen de 5 en 16 jaar oud, waarvoor het bovenstaande geldt. Geef de percentages in je antwoord in gehelen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

194

Van de 452 leerlingen in de steekproef zaten er 302 op de basisschool en

150 op de middelbare school. Precies de helft van de basisschoolleerlingen gaat op school niet naar het toilet. Bij de middelbare scholieren is dit 60%. In deze steekproef is er dus een verschil tussen basisschoolleerlingen en middelbare scholieren in het deel dat op school niet naar het toilet gaat.

Vraag 11 4 punten

Onderzoek met behulp van het formuleblad of dat verschil groot, middelmatig of gering is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het opstellen van een juiste kruistabel (1p)

middelbare basisschool (totaal) school liever niet

151 90 (241) naar toilet overig 151 60 (211) (totaal) (302) (150) (452)

151 · 60

  • 90 ·151

Veel ouders vermoeden dat een betere hygiëne op een school samengaat met een lager percentage ziekmeldingen onder de leerlingen van de betreffende school. Neem aan dat de hygiëne van een school uitgedrukt wordt in een score tussen 0 en 100 waarbij geldt: hoe hoger de score, hoe beter de hygiëne van de betreffende school.

Vraag 12 2 punten

Geef op de uitwerkbijlage een schets van een mogelijke puntenwolk die het vermoeden ondersteunt dat een betere hygiëne samengaat met een lager percentage ziekmeldingen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor dit antwoord mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

De 630 leraren in de steekproef hebben gereageerd op de stelling of hun school over voldoende schoonmaakbudget beschikt om de hygiëne op school te kunnen waarborgen. Het resultaat staat in de tabel.

tabel stelling: het schoonmaakbudget is voldoende helemaal helemaal weet mee mee reactie mee neutraal mee niet oneens eens oneens eens percentage 27 11 27 12 19 4

In de media werd naar aanleiding van dit onderzoek geconcludeerd dat ruim een derde van de leraren aangeeft dat het schoonmaakbudget te laag is om de hygiëne te kunnen waarborgen. Kennelijk had men hiervoor de twee reactiemogelijkheden ‘helemaal mee oneens’ (11%) en ‘mee oneens’ (27%) samengevoegd.

Vraag 13 2 punten

Had men op basis van deze tabel ook een uitspraak over het gemiddelde van de lerarenreacties kunnen doen? Licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor dit antwoord mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

Een journalist maakte bij de gegevens uit de tabel een grafiek van het cumulatieve percentage. Zie de figuur.

figuur

De manier waarop de reactiemogelijkheid ‘weet niet’ is opgenomen in de grafiek kan misleidend worden genoemd.

Vraag 14 3 punten

Leg uit waarom deze manier misleidend kan worden genoemd en geef aan wat een betere manier is om met deze reactiemogelijkheid om te gaan bij het maken van zo’n grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het tweede antwoordelement mag voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.

Printabonnement

Een copyshop biedt printabonnementen aan. Voor een vast bedrag per maand kun je een vast aantal pagina’s afdrukken. Wil je meer pagina’s afdrukken in die maand, dan moet je daarvoor extra betalen. Het aantal extra pagina’s dat je afdrukt, wordt bijgehouden door de copyshop. In deze opgave bedoelen we met ‘(afdruk)kosten’ telkens de kosten voor de klant, niet voor de copyshop.

Er zijn verschillende abonnementen. Zie de tabel. tabel Print Print Print Naam abonnement Gratis Soms Regelmatig vast bedrag per maand €0 €3 €5 aantal gratis pagina’s

15 50 100 per maand €1 €1 €1 variabele kosten voor per 10 per 10 per 15 extra pagina’s pagina’s pagina’s pagina’s Bijvoorbeeld: als je het Print Soms-abonnement hebt en in een maand

51 pagina’s afdrukt, dan zijn de kosten voor die maand 3 + 1 = 4 euro. Ook 52 pagina’s kosten bij dit abonnement 4 euro.

Bij het afdrukken van 35 pagina’s in een maand zijn de kosten met een Print Gratis-abonnement lager dan met een Print Soms-abonnement.

Vraag 15 3 punten

Bereken hoeveel procent lager. Geef je antwoord in hele procenten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de besparing wordt berekend ten opzichte van 2 euro, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.

Redouan en Jelle hebben beiden het Print Soms-abonnement voor een jaar afgesloten. In dat jaar drukken ze elk 600 pagina’s af. Het is mogelijk dat Redouan voor dat jaar een ander bedrag kwijt is dan Jelle.

Vraag 16 4 punten

Bereken het maximale verschil in euro’s dat mogelijk is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Omdat de vaste kosten niet van invloed zijn op het maximale verschil, hoeven alleen de variabele kosten vergeleken te worden (1p)

De copyshop besluit dat je voortaan het afdrukken van de extra pagina’s niet meer per 10 of 15 pagina’s betaalt, maar per stuk. Voor elk abonnement kunnen de kosten per afgedrukte pagina worden berekend met behulp van de variabele kosten uit de onderste rij van de tabel. Zo zijn bijvoorbeeld deze kosten bij het Print Gratis-abonnement 0,10 euro per pagina.

In de figuur zijn voor deze nieuwe situatie de afdrukkosten in een bepaalde maand voor de abonnementen Print Soms en Print Regelmatig weergegeven, afhankelijk van het aantal afgedrukte pagina’s. Ook is de grafiek weergegeven van een nieuw abonnement dat de copyshop aanbiedt: Print Vaak.

figuur

Met behulp van de beschrijving van de nieuwe situatie en de figuur, zou je aan de tabel (van de oude situatie) een kolom kunnen toevoegen voor het abonnement Print Vaak.

Vraag 17 4 punten

Bepaal voor het abonnement Print Vaak het vaste bedrag per maand, het aantal gratis pagina’s per maand en het aantal extra pagina’s dat je voor

1 euro kunt afdrukken. Licht je drie antwoorden toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het vaste bedrag per maand is 10 (euro), want de grafiek start (horizontaal) op hoogte 10 (euro) (1)
  • Het aantal gratis pagina’s per maand is 300, want het horizontale gedeelte loopt tot 300 pagina’s (1)
  • Kosten per extra pagina zijn = 0, 05 (euro) (1)
  • Het aantal extra pagina’s dat je voor 1 euro kunt afdrukken is 1 ( = )20 (1)

In de rest van deze opgave bedoelen we met ‘afdrukkosten’ de afdrukkosten per maand voor de klant en met ‘pagina’s’ afgedrukte pagina’s per maand.

De afdrukkosten (in euro) voor de abonnementen Print Soms K S en Print Regelmatig KR worden gegeven door de volgende formules:

3 als 0 ≤ p < 50 KS = (formule 1) 0,1 p

  • 2 als p ≥ 50

5 als 0 ≤ p < 100 KR = 1 (formule 2)

15 p

  • 1 3 als p ≥ 100 2

Hierin is p het aantal pagina’s.

Voor kleine aantallen pagina’s zijn de afdrukkosten bij het abonnement Print Soms lager dan bij Print Regelmatig.

Vraag 18 3 punten

Bereken met behulp van de formules voor K S en KR vanaf welk aantal pagina’s de afdrukkosten bij het abonnement Print Regelmatig lager zijn dan bij Print Soms.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking 0,1 p − 2 = 5 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: (vanaf) 71 (pagina’s) (1)

Voor de afdrukkosten per pagina GR voor het abonnement

Print Regelmatig geldt: KR GR = (formule 3) p Hierin is p het aantal pagina’s, waarbij p minstens 100 is.

Formule 3 kan in de volgende vorm worden geschreven: b GR = a

  • (formule 4) p Hierin zijn a en b positieve getallen en p is het aantal pagina’s, waarbij minstens 100 is.

Vraag 19 3 punten

Bepaal de waarden van a en b in formule 4, zonder gebruik te maken van getallenvoorbeelden voor p . Geef deze waarden in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 · p −1 2 • GR = 15 (3) 1 p 1 23 • GR = 15 1 − (1) p • a = 0, 07 en b = 1, 67 (1) (3)

De afdrukkosten per pagina G kunnen voor elk abonnement, als het aantal pagina’s groter is dan het aantal gratis pagina’s, beschreven worden met een formule van de vorm: d

G =c− (formule 5) p Hierin zijn c en d positieve getallen.

Vraag 20 3 punten

Beredeneer met behulp van formule 5 of de afdrukkosten per pagina dan afnemen of toenemen als het aantal pagina’s toeneemt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Als p toeneemt, dan wordt kleiner (want d is positief en constant) (1)
  • Er wordt dus steeds minder van c afgetrokken (1)
  • ( G neemt toe als p toeneemt, dus) de afdrukkosten per afgedrukte pagina nemen toe (als het aantal afgedrukte pagina’s toeneemt) (1)

65-plussers

Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) publiceerde eind 2018 een artikel met prognoses over het aantal inwoners in Nederland waaruit bleek dat dit aantal minstens tot 2030 zal blijven toenemen. Ook beweerde het CBS in dit artikel dat in 2030 bijna een kwart van de bevolking 65-plus (65 jaar of ouder) is. Zie de figuur. De gegevens gelden telkens op

31 december van het jaar.

figuur

Op basis van gegevens van de jaren 2000 tot en met 2018 en prognoses van 2019 tot en met 2030 verwacht men dat de totale bevolking in de periode 2000-2030 nagenoeg lineair zal groeien, terwijl het aantal 65-plussers exponentieel zal groeien. In deze opgave gaan we ervan uit dat deze lineaire en exponentiële groei zich beide na 2030 voortzetten.

Vraag 21 9 punten

Onderzoek in welk jaar er op 31 december meer dan een kwart van de bevolking 65-plusser is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het maken van een tabel voor de totale bevolking met tenminste de waardes voor 2033 en 2034 (1p)
  • Het maken van een tabel voor de 65-plussers met tenminste de waardes voor 2033 en 2034 (1p)
  • Het maken van een tabel voor de proportie 65-plussers met tenminste de waardes voor 2033 en 2034 (2) Voorbeeld van een tabel jaartal totale bevolking 65-plussers proportie

2031 18,07…(mln) 4,29…(mln) 0,237…

2032 18,14…(mln) 4,38…(mln) 0,241…

2033 18,22 (mln) 4,48…(mln) 0,245…

2034 18,29…(mln) 4,57…(mln) 0,250…

Opmerkingen Als gerekend wordt met ( 4, 2

  • 2, 2 ) 30 , voor deze vraag maximaal 1 −

7 scorepunten toekennen. 4, 2

  • Als gerekend wordt met : 30 , voor deze vraag maximaal 2, 2

7 scorepunten toekennen.

  • Voor het zevende antwoordelement van het tweede antwoordalternatief voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen met een maximum van

2 scorepunten.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Wiskunde A 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-1024-a-24-2-o

Andere examens wiskunde A havo

Hoe ToetsChecker wiskunde A per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde A toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2?

Het centraal examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over statistiek (8), lineaire verbanden (6) en kansrekening (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A havo 2024, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-1024-a-24-2-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde A havo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.