Eindexamen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Raaklijn aan cirkel, Versturen van data, Wortelfunctie en transformatie, Windmolens, Hyperbool, Parabolen en sinusoïde, Fiets.
Het centraal examen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 15. Van 13 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (5), meetkunde met coördinaten (2) en exponentiële en logaritmische functies (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Functies en grafieken | 6-7, 11, 13-14 | 5 |
| Meetkunde met coördinaten | 1-2 | 2 |
| Exponentiële en logaritmische functies | 3-4 | 2 |
| Differentiëren | 9, 12 | 2 |
| Bewijzen | 5 | 1 |
| Goniometrische functies | 15 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over functies en grafieken (38% van de vragen, gemiddeld 23%). Minder over vergelijkingen en ongelijkheden (0% van de vragen, gemiddeld 9%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Raaklijn aan cirkel
De cirkel c is gegeven door de vergelijking x 2 + y 2 = 6 x + 6 y
- 13 . De lijn l met vergelijking y = 2 x + 2 raakt de cirkel in het punt A. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Vraag 1 4 punten
Bereken exact de coördinaten van A.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- • y = 2 x + 2 substitueren in x 2 + y 2 = 6 x + 6 y − 13 geeft x 2 + ( 2 x + 2 ) = 6 x + 6 ( 2 x + 2 ) − 13 2 1 • Hieruit volgt 5 x 2 − 10 x + 5 = 0 (of x 2 − 2 x + 1 = 0 ) (1) (Uit x − 2 x + 1 = 0 volgt) ( x − 1) = 0 (of het gebruik van de abc- 2 (2) • formule) (1) • Dus x = 1 en y = 4 (dus A (1, 4 ) ) (1) of • (Uit kwadraat afsplitsen volgt) het middelpunt van de cirkel is M ( 3, 3) (1) • De lijn door M loodrecht op l heeft vergelijking y = − 12 x + 92 (1) • Beschrijven hoe de vergelijking 2 x + 2 = − 12 x + 92 exact opgelost kan worden (1) • Hieruit volgt A (1, 4 ) (1) of • (Uit kwadraat afsplitsen volgt) het middelpunt van de cirkel is M ( 3, 3) (1) 3 − ( 2a + 2 ) • A ( a, 2a + 2 ) geeft rc AM = en dit moet gelijk zijn aan − 12 (1) 3− a 1 − 2a (1) • Beschrijven hoe de vergelijking = − exact opgelost kan worden (1) 3−a (2) • Hieruit volgt ( a = 1 dus) A (1, 4 ) (1) (4)
l snijdt de x-as in het punt S en de y-as in het punt T. Cirkel d is de cirkel met middellijn ST. Zie figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
Vraag 2 5 punten
Bewijs dat d door O gaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een vergelijking voor d is ( x + 12 ) + ( y
- 1) = 1 14 en het punt O ( 0, 0 )
2 (2) •
voldoet aan deze vergelijking want ( 0 + 12 ) + ( 0
- 1) = 1 14 (dus d gaat
2 (2)
door O) (1)
Versturen van data
Data kan via verschillende kanalen verstuurd worden, bijvoorbeeld via een kabel of draadloos.
Bij het versturen van data is het belangrijk dat deze foutloos verstuurd wordt. Data kan foutloos verstuurd worden als de zogeheten kanaalcapaciteit groot genoeg is.
De kanaalcapaciteit is de maximale hoeveelheid data die per seconde over een kanaal overgedragen kan worden. Een formule waarmee de kanaalcapaciteit bepaald kan worden, is
C = B · 2 log (1 + R ) (formule 1)
Hierin is
- C de kanaalcapaciteit in bits per seconde (bps);
- B de bandbreedte in hertz (Hz);
- R de signaal-ruisverhouding. Deze signaal-ruisverhouding is de verhouding tussen de sterkte van het gewenste signaal en de sterkte van de aanwezige ruis.
Met de formule S = 10 · 10 log ( R ) (formule 2)
kan R omgerekend worden naar decibel (dB).
In 2016 had een goed werkende draadloos-internetverbinding vaak een bandbreedte van 20 ·106 Hz en een waarde van S van 40 dB.
Vraag 3 5 punten
Bereken met behulp van de bovenstaande formules de kanaalcapaciteit van deze verbinding. Geef je eindantwoord in miljoenen bps.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 10 · 10 log ( R ) = 40 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1)
- Dit geeft R = 10 000 (1)
- Dit geeft C = 20 ·106 · 2 log (1 + 10 000 ) (1)
- Het gevraagde eindantwoord is 266 miljoen (bps) (1)
Als de ruis (veel) sterker is dan het signaal, dan is R (erg) klein. Voor zulke kleine waarden van R werkt men in de praktijk met de volgende benadering voor C:
C = 1, 44 · B · R (formule 3) In figuur 1 zijn voor B = 1000 de grafieken van formules 1 en 3 weergegeven, waarbij de grafiek van formule 3 gestippeld is.
[figuur 1: zie het originele examen]
In figuur 1 is te zien dat voor groter wordende R de benadering steeds slechter wordt. Men vindt deze benadering acceptabel als het verschil tussen de waarde van C volgens formule 3 en de waarde van C volgens formule 1 maximaal 1% is van de waarde van C volgens formule 1.
Vraag 4 3 punten
Bereken in het geval dat B = 1000 tot welke waarde van R dit het geval is. Rond de door jou gevonden waarde van R af op drie decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als een kandidaat de vergelijking 1, 44 ·1000 · R = 0, 01·1000 · 2 log (1 + R ) oplost, ten hoogste 1 scorepunt voor deze vraag toekennen.
- Voor het antwoord 0,023 geen scorepunten in mindering brengen.
Ook als het signaal veel sterker is dan de ruis, dat wil zeggen voor grote waarden van R, wordt er in de praktijk vaak met een benadering voor C gewerkt.
Voor grote waarden van R geldt 1 + R ≈ R . In dat geval kan formule 1 benaderd worden door:
C = B · 2 log ( R ) (formule 4)
In figuur 2 zijn voor een bepaalde waarde van B de grafieken van de formules 1 en 4 weergegeven, waarbij de grafiek van formule 4 gestippeld is.
[figuur 2: zie het originele examen]
Met behulp van formules 2 en 4 kan voor grote waarden van R de volgende formule voor C opgesteld worden:
C = 0,332 · B · S Het getal 0,332 in deze formule is een afgerond getal.
Vraag 5 4 punten
Toon de juistheid van deze formule aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Dit geeft 10 = 10 B (dus 0,1S = ) en vervolgens B 0,1· B · S C= = 0,332 · B · S (1) log (2p)
Wortelfunctie en transformatie
De functie f is gegeven door f ( x ) = −8 + 2 3 x + 9 . De grafiek van f snijdt de y-as in het punt A. De lijn l raakt de grafiek van f in A. De lijn l snijdt de x-as in het punt B. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Er geldt OA = OB .
Vraag 6 6 punten
Bewijs dit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- (Dus l heeft helling 1, dus) l maakt een hoek van 45° met de x-as (1p)
- l maakt ook een hoek van 45° met de y-as (1p)
- Driehoek OAB is een gelijkbenige driehoek (dus OA = OB ) (1p)
Opmerking Voor het tweede antwoordelement van het eerste alternatief en voor het eerste antwoordelement van het tweede alternatief uitsluitend
0 of 2 scorepunten toekennen.
De grafiek van de functie g ontstaat uit de grafiek van f door middel van een vermenigvuldiging ten opzichte van de x-as met een positieve factor a. Het punt M is het randpunt van de grafiek van g en het punt C is het snijpunt van de grafieken van f en g met de x-as. Zie figuur 2. De lengte van het lijnstuk MC is 6 23 .
[figuur 2: zie het originele examen]
Vraag 7 7 punten
Bereken exact de waarde van a.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- M heeft coördinaten ( −3,
- 8a ) dus er geldt
( −8a )2 + ( 5 13 ) = ( 6 23 ) )
2 (2) 1
Windmolens
Een windmolen kan de bewegingsenergie van de wind omzetten in elektrische energie. De hoeveelheid elektrische energie die een windmolen produceert, is afhankelijk van de windsnelheid. Hoe harder het waait, hoe meer elektrische energie een windmolen kan produceren.
Omdat er energie uit de wind gehaald is en omgezet is in elektrische energie, is de bewegingsenergie van de wind achter een windmolen kleiner dan ervoor. Dus is de windsnelheid achter de windmolen ook kleiner dan de windsnelheid vóór de windmolen.
De energie in joule (J) die een windmolen per seconde produceert, wordt gegeven door de formule: w w w
3 2
E = 14 · c · v3 · 1
- − + (formule 1) v v v
Hierin is
- E de energie die de molen per seconde produceert in J;
- c een (positieve) constante die hoort bij de windmolen, deze constante is onder andere afhankelijk van de grootte en vorm van de wieken;
- v de snelheid van de wind vóór de windmolen in m/s;
- w de snelheid van de wind achter de windmolen in m/s.
Bij een wind met een snelheid van 10 m/s vóór de foto windmolen produceert de windmolen Amstelvogel in Ouderkerk aan de Amstel, zie de foto, elke seconde 1,21 miljoen J. De waarde van c die hoort bij deze windmolen is 5116.
Vraag 8 3 punten
Bereken de snelheid van de wind achter de windmolen in m/s. Geef je eindantwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- w w 3 (2) 1 · 5116 ·103 · 1 − w − + = 1, 21 ·106 moet • De vergelijking 4 10 (10) 10 worden opgelost (1) • Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1) • De snelheid van de wind achter de molen is 6,5 (m/s) (1) (3)
We gaan nu weer kijken naar windmolens in het algemeen. Een windmolen kan niet alle energie uit de wind halen, want dan zou de lucht achter de windmolen stilstaan. Het blijkt dat de maximale hoeveelheid energie die een windmolen uit de wind kan halen alleen afhangt van de verhouding tussen de windsnelheden vóór en achter de molen, dus de verhouding tussen v en w.
w Stel p = , dan kan formule 1 geschreven worden als: v ( )
E = 14 · c · v3 · 1
- p3
- p 2 + p (formule 2)
Bij een constante waarde van v is E maximaal als 1
- p 3
- p 2 + p maximaal is.
Voor elke constante c en v wordt de maximale waarde voor E bereikt bij p = 13 .
Vraag 9 4 punten
Bewijs dat deze maximale waarde voor E inderdaad bereikt wordt bij p = 13 .
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Beschrijven hoe de vergelijking
- 3 p 2
- 2 p + 1 = 0 opgelost kan worden (1)
De maximale waarde voor E noemen we Emax .
De energie van wind met een snelheid v die per seconde wordt opgevangen door een windmolen waarvan c de constante is, wordt gegeven door: Ewind = 12 · c · v 3
Het maximale percentage van de energie die een windmolen uit de wind Emax kan halen is ·100% . Ewind
Vraag 10 3 punten
Bereken dit percentage. Geef je eindantwoord in hele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een getallenvoorbeeld wordt gebruikt waarmee het gevraagde percentage wordt berekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Hyperbool
1,→ 1 Op het domein 2 is de functie f gegeven door f ( x) = . 2x −1 De lijn l met richtingscoëfficiënt −2 raakt de grafiek van f. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Vraag 11 8 punten
Bereken exact het snijpunt van l met de y-as.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het eerste antwoordelement van het eerste alternatief uitsluitend
0 of 2 scorepunten toekennen.
Het punt A met x-coördinaat a is een willekeurig punt op de grafiek van f. Het punt B ligt op de x-as en heeft ook x-coördinaat a. Bij elke waarde van a hoort een driehoek OAB. Zie figuur 2 en figuur 3 voor twee mogelijkheden.
figuur 2 figuur 3
Vraag 12 4 punten
Bereken de minimale lengte van lijnstuk OA. Geef je eindantwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- AB = (1)
- OA = a + (1)
- Beschrijven hoe het minimum van OA gevonden kan worden (1)
- De minimale lengte is 1,4 (1)
Parabolen en sinusoïde
Op domein 0, → is gegeven de functie f ( x ) = ax 2
- a met a > 0 . In figuur 1 is in één assenstelsel voor een aantal waarden van a de grafiek van f getekend.
[figuur 1: zie het originele examen]
De grafiek van f gaat voor elke waarde van a door het punt (1, 0 ) .
Vraag 13 2 punten
Bewijs dit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Er moet gelden ax 2
- a = 0 en dit geeft a ( x 2
- 1) = 0 (1)
- x 2
- 1 = 0 en dit geeft x = 1 (of x = −1 ) (dus het klopt) (1)
Op hetzelfde domein is de functie g gegeven door g ( x ) = sin ( 2πx ) . In figuur 2 is de grafiek van g aan figuur 1 toegevoegd.
[figuur 2: zie het originele examen]
Het punt T is de eerste top van de grafiek van g met x-coördinaat groter dan 1. Zie figuur 2. Er is een waarde van a waarvoor de grafiek van f door T gaat.
Vraag 14 5 punten
Bereken exact deze waarde van a.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- • De vergelijking sin ( 2πx ) = 1 moet worden opgelost (1) • 2πx = 12 π (+2k π) (1) • ( x = 14 + k dus) de x-coördinaat van T is 1 14 (1) ( ) 2 • Er moet gelden a · 1 14 − a = 1 (1) • a = 16 9 1 of 2π • De periode van g is ( =) 1 (1) 2π • De x-coördinaat van T is 1 14 (1) • De y-coördinaat van T is ( sin ( 2π ·1 14 ) = ) 1 (1) Er moet gelden a · (1 14 ) − a = 1 2 • (1) • a = 16 9 1 (5)
Fiets
Het comfort en het rijgedrag van een fiets worden in belangrijke mate bepaald door de framegeometrie. Naast de lengte van de verschillende buizen waaruit een frame bestaat, gaat het bij de framegeometrie ook om de hoeken waaronder de verschillende buizen staan.
In figuur 2 is een tekening van het frame van de fiets van figuur 1 gegeven.
[figuur 1: zie het originele examen]
[figuur 2: zie het originele examen]
De bijbehorende maten zijn:
- de liggende achtervork: AB = 425 mm;
- de staande achtervork: AF = 542 mm;
- de hoek die de liggende en de staande achtervork met elkaar maken: ∠BAF = 58° ;
- de hoek die het verlengde van de stuurbuis DE met het verlengde van AB maakt: ∠BCE = 71° .
De zitbuis BF en de stuurbuis DE zijn bijna evenwijdig. Als ze evenwijdig zouden zijn dan zou de hoek die BF met de lijn door AB maakt even groot moeten zijn als ∠BCE . Deze hoeken verschillen echter.
Vraag 15 6 punten
Bereken dit verschil. Geef je eindantwoord in hele graden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Er geldt sin(58°) = met F ' de projectie van F op AB (1) 542
- Hieruit volgt: FF ' = 459, 64... (mm) (1) 459, 64...
- Er geldt tan(58°) = en hieruit volgt AF ' = 287, 21... (mm) (1) AF '
- Dus BF ' = 425
- 287, 21... = 137, 78... (mm) (1) 459, 64...
Een crank is het verbindingsstuk tussen figuur 3 de trap-as van de fiets en het pedaal. Zie figuur 3.
Cranks bestaan in verschillende lengtes. Een fietser met lange benen heeft baat bij een langere crank. Zo wordt aan iemand met een binnenbeenlengte van 75 cm een cranklengte van 166 mm geadviseerd. Aan iemand met een binnenbeenlengte van 97 cm wordt een cranklengte van 180 mm geadviseerd.
Er is een verband tussen de binnenbeenlengte B in cm en de geadviseerde cranklengte L in mm. Dit verband is te benaderen met een formule van de vorm L = a · B n . Met de bovenstaande gegevens bij binnenbeenlengtes 75 cm en 97 cm zijn de waarden van a en n te bepalen.
Vraag 16 6 punten
Bereken volgens deze formule de geadviseerde cranklengte in mm bij een binnenbeenlengte van 86 cm. Geef je eindantwoord in hele mm.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Er geldt a · 75n = 166 en a · 97 n = 180 (1)
- Dit is te schrijven als a = n en a = n (1)
- De vergelijking = moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1)
- Hieruit volgt n = 0,314... en a = ( 0,314... = ) 42,6… (of 75 180 a = ( 0,314... = ) 42,6…) (1)
- De gevraagde cranklengte is ( L = 42, 6... · 860,314... = ) 173 (mm) (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Wiskunde B 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-1/ha-1025-a-22-1-o
Andere examens wiskunde B havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 15. Van 13 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (5), meetkunde met coördinaten (2) en exponentiële en logaritmische functies (2).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B havo 2022, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-1/ha-1025-a-22-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde B havo 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.