Eindexamen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Door de top, Bloeddruk, Een parabool en een cirkel, Parkje in Lyon, Dicht bij elkaar, Bierbrouwen, Exponentiële functies, Vierdegraadsfunctie.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 19. Van 18 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over exponentiële en logaritmische functies (6), differentiëren (4) en functies en grafieken (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Exponentiële en logaritmische functies12-176
Differentiëren1-2, 9, 184
Functies en grafieken3, 102
Vergelijkingen en ongelijkheden5, 112
Meetkunde met coördinaten6-72
Integreren81
Goniometrische functies191

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over exponentiële en logaritmische functies (33% van de vragen, gemiddeld 14%) en differentiëren (22% van de vragen, gemiddeld 12%). Minder over functies en grafieken (11% van de vragen, gemiddeld 24%) en meetkunde met coördinaten (11% van de vragen, gemiddeld 21%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Door de top

( ) 3 De functie f wordt gegeven door f ( x ) = 2 13 x

  • 1
  • 12 x + 3 . 2 De afgeleide van f is f ' ( x) = 92 x
  • 43 x + 1 12 .

2

Vraag 1 4 punten

Bewijs dat inderdaad geldt f ' ( x) = 92 x

  • 43 x + 1 12 .
Bekijk het antwoord
  • De afgeleide van 2 ( 13 x − 1) is 3 · 13 · 2 ( 13 x − 1) 3 (2) • (1) f ' ( x) = 2 ( 13 x − 1) − 12 2 • (1) ( 13 x − 1) = 19 x 2 − 32 x + 1 2 • (1) • f ' ( x) = 92 x2 − 43 x + 2 − 12 = 92 x2 − 43 x + 1 12 (1) (4)

Het punt A is de linker top van de grafiek van f. Zie de figuur. 2 De functie g wordt gegeven door g ( x) = x

  • 10

3 x+c . Hierin is c een constante. De grafiek van g gaat door het punt A.

figuur

Vraag 2 6 punten

Bereken exact de waarde van c.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • De vergelijking f ' ( x) = 92 x2 − 34 x + 1 12 = 0 moet opgelost worden (1) • Beschrijven hoe deze vergelijking exact opgelost kan worden (1) • Hieruit volgt xA = 1 12 ( x = 4 12 hoort bij de rechter top) (1) • yA = f (1 12 ) = 2 (1) Er moet dus gelden (1 12 ) − 103 ·1 12 + c = 2 2 • (1) • Dit geeft c = 15 (1) (6)

Bloeddruk

De bloeddruk in een slagader stijgt en daalt wanneer het hart het bloed door de aderen pompt. Dit stijgen en dalen is een periodiek verschijnsel dat te benaderen is met een sinusoïde. De periode hiervan is de tijd tussen twee opeenvolgende hartslagen.

De bloeddruk van een gezonde volwassen man in rust is vereenvoudigd weergegeven in de grafiek van figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Deze grafiek is te beschrijven met een formule van de vorm P = a + b sin(c (t

  • d )) , met P de bloeddruk in mmHg (millimeter kwikdruk) en t de tijd in seconden.

Vraag 3 5 punten

Bepaal de waarden van a, b, c en d met behulp van de grafiek in figuur 1. Geef je eindantwoorden zo nodig in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij het aflezen van de periode is een marge van 0,05 toegestaan.

In werkelijkheid verloopt de bloeddruk van een gezonde volwassen man die geen grote inspanning levert niet helemaal als een sinusoïde. Dit komt doordat de bloeddruk iedere periode een langere tijd laag is dan hoog. Hierdoor zijn in de periodieke grafiek van de bloeddruk de bovenste delen smaller dan de onderste delen. Een schets die het verloop van de bloeddruk beter benadert, is te zien in figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Een formule om de gemiddelde bloeddruk te benaderen, is Pgem = Pmin + 0,33( Pmax

  • Pmin ) (1p)

Hierin zijn Pgem , Pmin en Pmax achtereenvolgens de gemiddelde, de minimale en de maximale bloeddruk in mmHg. Er geldt: Pmax > Pmin .

Uit formule (1) is af te leiden dat Pgem bestaat uit een percentage van Pmin en een percentage van Pmax . Het percentage van Pmin is groter dan het percentage van Pmax .

Vraag 4 2 punten

Bereken hoeveel keer zo groot. Geef je eindantwoord als geheel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Pgem = Pmin + 0,33(Pmax − Pmin ) = Pmin + 0,33Pmax − 0,33Pmin = 0,67 Pmin + 0,33Pmax (1)
  • De gevraagde factor is 2 (1)

Het is bekend dat bij een hogere hartslag de gemiddelde bloeddruk stijgt. Formule (1) houdt hier geen rekening mee. Wetenschappers van de Rosalind Franklin University of Medicine and Science in Chicago hebben een formule opgesteld waarin de invloed van de hartslag wel meegenomen is: Pgem = Pmin + (0,33 + 0,0012 · H )( Pmax

  • Pmin ) (2p)

Hierin is H de hartslag, uitgedrukt in het aantal slagen per minuut. Pmin en Pmax zijn weer de minimale en de maximale bloeddruk in rust in mmHg en Pgem is nu de gemiddelde bloeddruk in mmHg bij hartslag H. Ook hier geldt: Pmax > Pmin .

Een gezonde volwassen man heeft in rust een minimale bloeddruk van

80 mmHg en een maximale bloeddruk van 120 mmHg. Tijdens het hardlopen heeft hij een gemiddelde bloeddruk van 100 mmHg.

Vraag 5 3 punten

Bereken bij welke hartslag volgens formule (2) de gemiddelde bloeddruk

100 mmHg is. Geef je eindantwoord in gehele slagen per minuut.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking 100 = 80 + (0,33 + 0,0012 · H )(120 − 80) moet opgelost worden (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1)
  • H = 142 (1)

Een parabool en een cirkel

2 De functie f wordt gegeven door f ( x) = 94 x

  • 16 9 x
  • 20 9 . De grafiek van f snijdt de x-as in de punten A en B en de y-as in punt D. Het punt T is de top van de grafiek van f. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

De raaklijn aan de grafiek van f in punt D maakt een scherpe hoek met de y-as.

Vraag 6 4 punten

Onderzoek op algebraïsche wijze of deze hoek kleiner is dan 30⁰.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • f ' ( x) = 89 x − 16 9 1 • f ′(0) = − 16 9 1 • tan(α) = − 16 9 geeft α = −60,6... (°) (dus de hoek van de raaklijn in D met de x-as is 60, 6... °) (1) • De scherpe hoek die de raaklijn met de y-as maakt, is 90 − 60,6... = 29,3... (°) (en daarmee kleiner dan 30°) (1) (4)

De cirkel c snijdt de x-as in de punten A en B en heeft middelpunt T. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 7 8 punten

Bereken exact de y-coördinaten van de snijpunten van c met de y-as.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De straal van c is (5
    • 2) 2 + (0
    • − 4) 2 = 5 (of (
    • 1
    • 2) 2 + (0
    • − 4) 2 = 5 ) (1)
  • In driehoek UTT ′ , waarbij T ′ de loodrechte projectie van T op de y-as is en U een snijpunt van c met de y-as, geldt TT ′ = 2 en TU = 5 (1p)
  • De stelling van Pythagoras toepassen in driehoek UTT ′ geeft UT ′ = 21 (1p)
  • Dit geeft (vanwege symmetrie) y = −4
    • 21 of y =
    • 4 + 21 (1)

Parkje in Lyon

In de Franse stad Lyon ligt een parkje met de naam ‘Jardin des tout-petits Adolphe-Lafont’. De vorm is nagenoeg driehoekig.

We benaderen de vorm van dit parkje met een driehoek ABC. Zie de figuur.

figuur

Er geldt:

  • Zijde AB, langs de Rue Pascal, is 92 m lang.
  • Zijde BC, langs de Rue Lafontaine, is 101 m lang.
  • Zijde AC, langs de Avenue Marc Sangnier, is 145 m lang.

Vraag 8 6 punten

Bereken algebraïsch de oppervlakte van dit parkje in m2. Geef je eindantwoord als geheel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Volgens de cosinusregel geldt 1012 = 1452 + 922 − 2 ·145 · 92 · cos ( ∠A) (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking algebraïsch opgelost kan worden (1)
  • Hieruit volgt ∠A = 43,7... (°) (1)
  • Er geldt sin(43, 7...°) = , met h de afstand vanuit B op AC (1)
  • Hieruit volgt h (= 92 · sin(43,7...°)) = 63,5... (m) (1)
  • De gevraagde oppervlakte is ( 12 ·145 · 63,5... = 4608,3... dus) 4608 (m2) (1)

Dicht bij elkaar

De functies f en g worden gegeven door:

1 1 f ( x) = x + en g ( x ) = x x S is het snijpunt van de grafieken van f en g. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

In figuur 1 lijkt het alsof de functie f een minimum heeft in het snijpunt S.

Vraag 9 4 punten

Onderzoek of in het snijpunt S de functie f inderdaad een minimum heeft.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de coördinaten van S gevonden kunnen worden (1)
  • De x-coördinaat van S is 0,5… (of de y-coördinaat van S is 1,38…) (1)
  • Beschrijven hoe het minimum van f gevonden kan worden (1)
  • De x-coördinaat van de top van de grafiek van f is 0,6… en dat is niet gelijk aan de x-coördinaat van S (of de y-coördinaat van de top van de grafiek van f is 1,37… en dat is niet gelijk aan de y-coördinaat van S) (1)

Verder wordt de functie h gegeven door h( x) = x . In figuur 2 zijn de grafieken van f en h weergegeven. Voor steeds grotere waarden van x liggen de grafieken van f en h steeds dichter bij elkaar.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 10 2 punten

Leg uit, zonder getallenvoorbeeld of gebruik van de grafische rekenmachine, waarom voor grote waarden van x de grafieken van f en h dicht bij elkaar liggen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voor grote waarden van x nadert (of ) tot 0 (1)
  • Dus zal x+ naderen tot x (dus liggen de grafieken van f en h x dicht bij elkaar) (1)

Vraag 11 3 punten

Bereken voor welke waarden van x het verschil tussen f ( x) en h( x) minder is dan 0,01. Geef je eindantwoord in drie decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking f ( x) − h( x) = 0,01 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • ( x = 49,9646... , dus) x ≥ 49,965 (of x > 49,964 ) (1)

Bierbrouwen

Er zijn vele soorten bier, die allemaal anders smaken. De smaak van bier wordt deels bepaald door de mate van bitterheid. Deze bitterheid wordt voornamelijk bepaald door het ingrediënt hop, dat tijdens het brouwen wordt toegevoegd. Hop bevat alfazuren die tijdens het koken worden omgezet in iso-alfazuren. Deze iso-alfazuren bepalen hoe bitter het bier is.

Hoe langer het bier gekookt wordt, hoe meer alfazuren omgezet worden in iso-alfazuren. Zo is na 5 minuten koken 4,5% van de alfazuren omgezet en na 45 minuten koken 24,2%.

Voor kooktijden tussen 5 en 45 minuten is er bij benadering een exponentieel verband tussen de kooktijd t in minuten en het percentage alfazuren P dat is omgezet. Uit de gegevens volgt dat:

P = 4,5 ·1,043t (1) Hierbij staat t = 0 voor het moment dat het bier 5 minuten heeft gekookt. De groeifactor per minuut bij dit exponentiële verband is afgerond op drie decimalen gelijk aan 1,043.

Vraag 12 3 punten

Bereken deze groeifactor per minuut in vijf decimalen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De vergelijking 4, 5 · g 40 = 2 4, 2 moet opgelost worden (1p)

Na 45 minuten koken geldt het exponentiële verband (1) niet meer. Het percentage alfazuren dat is omgezet neemt vanaf dat moment langzamer toe dan daarvoor. Na 60 minuten koken is meestal het maximumpercentage omgezette alfazuren bereikt. Bij een amateurbrouwer is dit maximumpercentage 27%.

De tijd die nodig is om de eerste helft, dus 13,5% alfazuren, om te zetten is niet gelijk aan de tijdsduur die nodig is om dit percentage daarna nog te verhogen tot 27%.

Vraag 13 4 punten

Bereken hoeveel minuten verschil er tussen deze twee tijdsduren is. Geef je eindantwoord als geheel getal.

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de vergelijking 4,5 ·1, 043t = 13, 5 opgelost kan worden (1)
  • Dit geeft t = 26,0... (1)
  • Dus na 26,0... + 5 = 31,0... (minuten) is de eerste 13,5% omgezet (1)
  • De tweede 13,5% duurt dan (60 – 31,0… =) 28,9… (minuten), dus het verschil is 2 (minuten) (1)

De Europese bitterheidseenheid (EBU, European Bittering Units) is een maat om de bitterheid van bier aan te geven. Voor een bepaalde biersoort kan de bitterheid berekend worden met de formule: 4· P· M B=

5 ·V Hierin is:

  • B de bitterheid in EBU;
  • P het percentage alfazuren dat is omgezet;
  • M de massa aan hop in grammen;
  • V de hoeveelheid bier die gebrouwen wordt in liters.

Volgens het recept moet de hop in deze biersoort 30 minuten gekookt worden. Een amateurbrouwer wil graag een bitterheid van 30 EBU hebben voor zijn bier en gebruikt hiervoor 100 gram hop.

Vraag 14 4 punten

Bereken algebraïsch hoeveel liter bier hiermee kan worden gebrouwen. Geef je eindantwoord als geheel getal.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • P = 4,5 ·1, 04325 ( = 12,8...) (1p)

4 ·12,8... ·100

Opmerking Als de kandidaat zowel bij vraag 14 als bij vraag 13 geen rekening heeft gehouden met het gegeven dat t = 0 het moment betreft dat het bier

5 minuten heeft gekookt, hiervoor bij vraag 14 geen scorepunten in mindering brengen.

Exponentiële functies

De functie f wordt gegeven door f ( x) = 2 x +3 en de functie g wordt 3+2 x gegeven door g ( x) = 2 . In figuur 1 zijn de grafieken van f en g weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

De grafieken van f en g snijden elkaar in de punten A en B. Punt A ligt op de y-as.

Vraag 15 3 punten

Bereken exact de x-coördinaat van B.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 2x+3 = 23+2 x geeft x = 2 x (1)
  • Dus x 2 = 4 x (1)
  • (Dit geeft x = 0 of x = 4 dus) de x-coördinaat van B is 4 (1)

De grafiek van f wordt ten opzichte van de x-as met

  • 15 vermenigvuldigd. Hierdoor ontstaat de grafiek van de functie h. Vervolgens wordt de grafiek van h omhoog geschoven. Hierdoor ontstaat de grafiek van de functie k. De horizontale asymptoot van de grafiek van k gaat door A, het snijpunt van de grafiek van f en de y-as. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 16 3 punten

Stel een functievoorschrift op van k.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • h( x) = − 15 · 2 x+3 (1)
  • yA = 8 (1)
  • k ( x) = − 15 · 2 x+3 + 8 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1)

De grafiek van k snijdt de x-as in het punt C met x-coördinaat x = −3 + 2 log(40) . Deze x-coördinaat kan ook geschreven worden in de vorm x = 2 log( p) , met p een geheel getal.

Vraag 17 2 punten

Bereken exact de waarde van p.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • − 3 + 2 log(40) = 2 log(2 −3 ) + 2 log(40) (1)
  • log(2 ) + log(40) = log(2 · 40) = log(5) (dus p = 5 ) (1)

Vierdegraadsfunctie

De functie f wordt gegeven door f ( x) = x 4

  • 3 x 2 + 2 .

Vraag 18 4 punten

Bereken exact het minimum van f.

Bekijk het antwoord
  • • f ' ( x) = 4 x3 − 6 x (1) • Uit f ' ( x) = 0 volgt x (4 x 2 − 6) = 0 (1) • Dit geeft x 2 = 32 (of x = 0 ) (dus x = − (3) 2 of x = (3) 2 ) (1) ( 32 ) − 3 · 32 + 2 = − 14 (of bijvoorbeeld f ( 32 ) = − 14 ) 2 • Het minimum van f is (1) (4)

Functie f kan ook geschreven worden als f ( x) = ( x 2

  • 1)( x 2
  • 2) . De grafiek van f snijdt de x-as achtereenvolgens in de punten A, B, C en D. Het punt T is het snijpunt van de grafiek van f met de y-as. Zie de figuur.

figuur

In de figuur is ∠ATC aangegeven.

Vraag 19 6 punten

Bereken algebraïsch deze hoek. Geef je eindantwoord in graden in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De richtingscoëfficiënt van de lijn door A en T is = 2 (of 1,414…) 2 2 en de richtingscoëfficiënt van de lijn door C en T is
    • =
    • 2 (1) 1
  • ( tan(α) = 2 dus) de hoek die de lijn door A en T met de x-as maakt is 54,73…(°) en ( tan(β ) = −2 dus) de hoek die de lijn door C en T met de x-as maakt is (–)63,43...(°) (1p)
  • De gevraagde hoek is (180
    • 54,73...
    • 63, 43... =) 61,8 (°) (1)

of

  • AC ( = 1
    • − 2) = 1 + 2 (of 2,414…), AT ( = 2 2 +

2 (2) 2,449…) en CT (= 2 + 1 ) = 5 (of 2,236…) (1)

  • (Het gebruik van de cosinusregel geeft)

(1 + 2 ) = 5 + 6

  • 2 5 · 6 · cos(∠ATC ) (of 2

2, 414...2 = 5 + 6

  • 2 · 2, 236... · 2, 4 49... · cos (∠ ATC ) ) (1p)

(1 + 2 )

  • 11 (of 2
  • Dit geeft cos(∠ATC ) = −2 5 · 6 2 2, 414...
    • 11 cos(∠ATC ) = = 0, 472... ), −2 · 2, 236... · 2, 449... dus de gevraagde hoek is 61,8(°) (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Wiskunde B 2024, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-1/ha-1025-a-24-1-o

Andere examens wiskunde B havo

Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 19. Van 18 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over exponentiële en logaritmische functies (6), differentiëren (4) en functies en grafieken (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B havo 2024, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-1/ha-1025-a-24-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde B havo 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.