Eindexamen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een parabool, Watertemperatuur, Drie punten op een grafiek, Een cirkel met rakende en snijdende lijnen, De veldleeuwerik, Dezelfde y-coördinaat, Driehoeken, Waterleiding.
Het centraal examen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 16. Van 14 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (8), meetkunde met coördinaten (5) en bewijzen (1). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Functies en grafieken | 1-3, 5, 8, 10, 14-15 | 8 |
| Meetkunde met coördinaten | 4, 9, 11-12, 16 | 5 |
| Bewijzen | 7 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over functies en grafieken (57% van de vragen, gemiddeld 22%) en meetkunde met coördinaten (36% van de vragen, gemiddeld 20%). Minder over exponentiële en logaritmische functies (0% van de vragen, gemiddeld 16%) en goniometrische functies (0% van de vragen, gemiddeld 14%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Een parabool
De functie $f$ wordt gegeven door $f(x) = 2x^2 + 3x - 4$. De lijn $l$ met vergelijking $y = 2x - 1$ snijdt de grafiek van $f$ in de punten $A$ en $B$.
Vraag 1 4 punten
Bereken exact de coördinaten van $A$ en $B$.
Grafiek van de parabool f en de lijn l met de snijpunten A en B. Bekijk in Opgaven, pagina 2
Bekijk het antwoord
- $2x^2 + 3x - 4 = 2x - 1$ geeft $2x^2 + x - 3 = 0$
- Beschrijven hoe deze vergelijking exact kan worden opgelost
- Hieruit volgt (voor de x-coördinaten van de snijpunten) $x = -1\frac{1}{2}$ en $x = 1$
- De bijbehorende y-coördinaten zijn $y = -4$ en $y = 1$ (dus $A(-1\frac{1}{2}, -4)$ en $B(1, 1)$)
Het punt $P$ ligt op de grafiek van $f$. De raaklijn $k$ aan de grafiek van $f$ in het punt $P$ staat loodrecht op lijn $l$.
Vraag 2 3 punten
Bereken exact de $x$-coördinaat van $P$.
Bekijk het antwoord
- $f'(x) = 4x + 3$
- De richtingscoëfficiënt van $l$ is 2, dus de richtingscoëfficiënt van $k$ is $-\frac{1}{2}$, dus voor $x_P$ geldt $f'(x) = -\frac{1}{2}$ (dus de vergelijking $4x + 3 = -\frac{1}{2}$ moet worden opgelost)
- Dit geeft $x_P = -\frac{7}{8}$
De grafiek van $f$ wordt eerst vermenigvuldigd met -1 ten opzichte van de $x$-as en daarna vermenigvuldigd met -1 ten opzichte van de $y$-as. Zo ontstaat de grafiek van de functie $g$.
Vraag 3 3 punten
Onderzoek op exacte wijze of het punt $(-\frac{1}{4}, 3)$ op de grafiek van $g$ ligt.
Bekijk het antwoord
- Vermenigvuldigen ten opzichte van de $x$-as met -1 geeft de grafiek van $y = -(2x^2 + 3x - 4)$ (of een gelijkwaardige vorm)
- Daarna vermenigvuldigen ten opzichte van de $y$-as met -1 geeft de grafiek van $g(x) = -(2 \cdot (-x)^2 + 3 \cdot (-x) - 4)$ (of een gelijkwaardige vorm)
- $g(-\frac{1}{4}) = 3\frac{1}{8}$, dus het punt $(-\frac{1}{4}, 3)$ ligt niet op de grafiek van $g$
of
- (Terug)vermenigvuldigen van het punt $(-\frac{1}{4}, 3)$ ten opzichte van de $y$-as met -1 geeft een punt met $x$-coördinaat $\frac{1}{4}$
- (Terug)vermenigvuldigen van het punt $(-\frac{1}{4}, 3)$ (of $(\frac{1}{4}, 3)$) ten opzichte van de $x$-as met -1 geeft een punt met $y$-coördinaat $-3$
- $f(\frac{1}{4}) = -3\frac{1}{8}$, dus het punt $(-\frac{1}{4}, 3)$ ligt niet op de grafiek van $g$
Op de grafiek van $f$ liggen twee punten $C$ en $D$ met dezelfde $y$-coördinaat. De afstand tussen $C$ en $D$ is $2\frac{1}{2}$. Zie figuur 2.
Het punt $T$ is de top van de grafiek van $f$.
Vraag 4 5 punten
Bereken exact de afstand van $T$ tot lijnstuk $CD$.
Grafiek van de parabool f met de punten C en D op gelijke hoogte, lijnstuk CD en de top T. Bekijk in Opgaven, pagina 3
Bekijk het antwoord
- Een exacte berekening waaruit volgt dat $x_T = -\frac{3}{4}$
- $y_T = f(-\frac{3}{4}) = -5\frac{1}{8}$
- (Op basis van symmetrie geldt) $x_D = -\frac{3}{4} + \frac{2\frac{1}{2}}{2} = \frac{1}{2}$ (of $x_C = -\frac{3}{4} - \frac{2\frac{1}{2}}{2} = -2$)
- Dus $y_D = f(\frac{1}{2}) = -2$ (of $y_C = f(-2) = -2$)
- De gevraagde afstand is dus $(-2 - -5\frac{1}{8} =) 3\frac{1}{8}$
of
- Voor $x_C$ geldt $2x^2 + 3x - 4 = 2\left(x + 2\frac{1}{2}\right)^2 + 3(x + 2\frac{1}{2}) - 4$; het rechterlid herleiden tot $2x^2 + 13x + 16$; het oplossen van de vergelijking $2x^2 + 3x - 4 = 2x^2 + 13x + 16$ geeft $x_C = -2$
- Dus $y_C = f(-2) = -2$
- $x_T = -2 + \frac{1}{2} \cdot 2\frac{1}{2} = -\frac{3}{4}$
- $y_T = f(-\frac{3}{4}) = -5\frac{1}{8}$
- De gevraagde afstand is dus $(-2 - -5\frac{1}{8} =) 3\frac{1}{8}$
Watertemperatuur
De temperatuur van het zeewater vlak bij het strand 'Playa de San Juan' bij het Spaanse Alicante varieert door het jaar heen. Zie de figuur. Om deze figuur te kunnen maken, is ruim twintig jaar$^{1)}$ lang op dezelfde plek dagelijks de watertemperatuur gemeten. Daarna is van elke dag in het jaar de gemiddelde watertemperatuur berekend. Dit geeft 365 punten in een assenstelsel. Door deze punten kan bij benadering een sinusoïde worden getekend. Deze sinusoïde staat in de figuur.
Bij de sinusoïde past een formule van de volgende vorm:
W = d + a\sin(b(t - c))
(formule 1) Hierin is $W$ de watertemperatuur in °C en $t$ het dagnummer, met $t = 0$ op 1 januari.
De minimale watertemperatuur is 14°C en deze wordt op 13 februari bereikt ($t = 43$). De maximale watertemperatuur is 26°C en deze wordt op 15 augustus ($t = 226$) bereikt.
noot 1 We gaan er in deze opgave van uit dat elk jaar 365 dagen heeft.
Vraag 5 4 punten
Bereken mogelijke waarden van $a$, $b$, $c$ en $d$. Geef $a$, $c$ en $d$ als gehele getallen en $b$ in vijf decimalen.
Sinusoïde van de gemiddelde watertemperatuur W in °C tegen het dagnummer t, met minimum 14 °C en maximum 26 °C. Bekijk in Opgaven, pagina 4
Bekijk het antwoord
- $d = \frac{26 + 14}{2} = 20$
- $a = 26 - 20 = 6$
- $\frac{226 + 43}{2} = 134{,}5$ dus $c = 135$ (of: $43 + 0{,}25 \cdot 365 = 134{,}25$, dus $c = 134$)
- $b = \frac{2\pi}{365}$ ($= 0{,}017214\ldots$), dus de gevraagde waarde van $b$ is 0,01721
Opmerking: Wanneer de waarde van $b$ wordt berekend op basis van een periode gelijk aan $2 \cdot (226 - 43) = 366$, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Aanvulling: De eerste drie deelscores worden vervangen door: $d = (\frac{26 + 14}{2} =) 20$ (1 scorepunt); $a = (26 - 20 =) 6$ (1 scorepunt); $(\frac{226 + 43}{2} =) 134{,}5$ dus $c = 135$ (of: $43 + 0{,}25 \cdot 365 = 134{,}25$, dus $c = 134$) (1 scorepunt).
Iemand beschrijft de temperatuur van het zeewater in het Nederlandse Bergen aan Zee met de volgende formule:
Z = 12 + 6\sin(0{,}0172(t - 150))
(formule 2) Hierin is $Z$ de watertemperatuur in °C en $t$ het dagnummer, met $t = 0$ op 1 januari.
Bij het zwemonderdeel van een triatlon zijn deelnemers verplicht een wetsuit te dragen als de watertemperatuur lager dan 16°C is.
Stel dat in Bergen aan Zee een triatlon wordt georganiseerd. Je kunt dan berekenen wat volgens de formule de eerste dag van het jaar is waarop deelnemers aan deze triatlon bij het zwemonderdeel géén wetsuit meer hoeven te dragen.
Vraag 6 4 punten
Bereken met formule 2 het dagnummer van die dag.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking $12 + 6\sin(0{,}0172(t - 150)) = 16$ moet worden opgelost
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost
- Dit geeft $t = 192{,}4\ldots$ ($t = 290{,}2\ldots$ hoort niet bij de eerste dag)
- Het eindantwoord: (dagnummer) 193
of
- De vergelijking $12 + 6\sin(0{,}0172(t - 150)) = 16$ moet worden opgelost
- Beschrijven hoe een tabel van $Z$ gemaakt kan worden
- Voor $t = 192$ geldt $Z = 15{,}9\ldots$ en voor $t = 193$ geldt $Z = 16{,}0\ldots$
- Het eindantwoord: (dagnummer) 193
Aanvulling: Opmerking: Als een kandidaat het dagnummer 192 als eindantwoord geeft, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Drie punten op een grafiek
De functie $f$ wordt gegeven door:
f(x) = \frac{1}{\sqrt{6x - 2}}
De grafiek van $f$ heeft een horizontale asymptoot met vergelijking $y = 0$. Dit kun je beredeneren met behulp van het functievoorschrift van $f$.
Vraag 7 2 punten
Geef deze beredenering. Het geven van een getallenvoorbeeld of een verwijzing naar een grafiek is niet voldoende.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Als de waarde van $x$ heel groot wordt, dan wordt de waarde van $\sqrt{6x - 2}$ ook heel groot
- Dan wordt $\frac{1}{\sqrt{6x - 2}}$ bijna 0 (dus is inderdaad de lijn met vergelijking $y = 0$ de horizontale asymptoot van de grafiek van $f$)
Het punt $P$ ligt op de grafiek van $f$. De $y$-coördinaat van $P$ is 2. Zie figuur 1.
Vraag 8 3 punten
Bereken exact de $x$-coördinaat van $P$.
Grafiek van f, een tak die van boven naar rechts afvlakt naar de x-as, met het punt P op de tak. Bekijk in Opgaven, pagina 6
Bekijk het antwoord
- Uit $\frac{1}{\sqrt{6x - 2}} = 2$ volgt $2\sqrt{6x - 2} = 1$ (of $\frac{1}{6x - 2} = 4$)
- Dus $4(6x - 2) = 1$ (of een gelijkwaardige lineaire vergelijking)
- Hieruit volgt $x_P = \frac{3}{8}$
Het punt $Q(\frac{1}{2}, 1)$ ligt op de grafiek van $f$. De lijn $l$ is de raaklijn aan de grafiek van $f$ in $Q$. Lijn $l$ snijdt de $x$-as in het punt $A$ en de $y$-as in het punt $B$. Zie figuur 2.
Vraag 9 7 punten
Bereken exact de oppervlakte van driehoek $OAB$.
Grafiek van f met de raaklijn l in Q, de snijpunten A en B met de assen en driehoek OAB gearceerd. Bekijk in Opgaven, pagina 7
Bekijk het antwoord
- $f(x) = (6x - 2)^{-\frac{1}{2}}$
- $f'(x) = -\frac{1}{2}(6x - 2)^{-1\frac{1}{2}} \cdot 6$ $(= -3(6x - 2)^{-1\frac{1}{2}})$
- $f'(\frac{1}{2}) = -3$
- Lijn $l$ heeft vergelijking $y = -3x + b$ en gaat door $Q(\frac{1}{2}, 1)$, dus $b = 2\frac{1}{2}$
- Uit $-3x + 2\frac{1}{2} = 0$ volgt $x_A = \frac{5}{6}$
- De oppervlakte van driehoek $OAB$ is dus $\frac{1}{2} \cdot \frac{5}{6} \cdot 2\frac{1}{2} = \frac{25}{24}$
Opmerking: Voor het tweede antwoordelement mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend, tenzij de enige fout een rekenfout betreft (zie vakspecifieke regel 1). In dat geval mag 1 scorepunt worden toegekend.
Op de grafiek van $f$ ligt één punt $R$ waarvoor geldt dat de $y$-coördinaat gelijk is aan het kwadraat van de $x$-coördinaat.
Vraag 10 3 punten
Bereken de $x$-coördinaat van $R$. Geef je eindantwoord in twee decimalen.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking $f(x) = x^2$ moet worden opgelost
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost
- Dit geeft ($x = 0{,}781\ldots$, dus) de gevraagde waarde $x_R = 0{,}78$
Een cirkel met rakende en snijdende lijnen
De cirkel $c$ heeft vergelijking $(x - 4)^2 + (y - 4)^2 = 16$. De lijn $j$ is de verticale lijn door het middelpunt van $c$. De lijn $k$ heeft vergelijking $y = -\frac{2}{3}x + 8$. Het punt $S$ is het snijpunt van lijn $k$ en lijn $j$. De lijn $l$ heeft vergelijking $y = 8$. De lijn $m$ gaat door $O$ en $S$ en snijdt lijn $l$ in het punt $Q$. Zie figuur 1.
De $x$-coördinaat van $Q$ is 6.
Vraag 11 5 punten
Bewijs dat de $x$-coördinaat van $Q$ inderdaad gelijk is aan 6.
Cirkel c met middelpunt (4, 4), de lijnen j, k, l en m, en de punten S en Q. Bekijk in Opgaven, pagina 8
Bekijk het antwoord
- Een vergelijking van $j$ is $x = 4$
- $y_S = (-\frac{2}{3} \cdot 4 + 8 =) \frac{16}{3}$
- De richtingscoëfficiënt van $m$ is dus gelijk aan $\left(\frac{\frac{16}{3}}{4} =\right) \frac{4}{3}$ (dus een vergelijking van $m$ is $y = \frac{4}{3}x$)
- Voor $Q$ geldt $\frac{4}{3}x = 8$
- Een exacte berekening waaruit volgt $x_Q = 6$
of
- Een vergelijking van $j$ is $x = 4$
- $y_S = (-\frac{2}{3} \cdot 4 + 8 =) \frac{16}{3}$
- $RS = \frac{16}{3}$ met $R$ het snijpunt van $j$ en de $x$-as; $ST = (8 - \frac{16}{3} =) \frac{8}{3}$ met $T$ het snijpunt van $j$ en $l$
- Driehoek $SQT$ is gelijkvormig met driehoek $SOR$ met factor $(\frac{8}{3} : \frac{16}{3} =) \frac{1}{2}$
- $QT = 4 \cdot \frac{1}{2} = 2$, waaruit volgt dat $x_Q = (4 + 2) = 6$
of
- Stel de coördinaten van punt $Q$ zijn $(6,8)$, dan is $y = \frac{8}{6}x$ de vergelijking van de lijn door $O$ en $Q$
- Voor het snijpunt van deze lijn met lijn $k$ geldt $\frac{8}{6}x = -\frac{2}{3}x + 8$
- De $x$-coördinaat van het snijpunt is 4
- Een vergelijking van $j$ is $x = 4$
- Het gevonden snijpunt ligt inderdaad op $j$ (dus geldt $Q(6,8)$)
Het punt $P(12, 0)$ is het snijpunt van $k$ met de $x$-as. De lijn $n$ is de lijn door $P$ en $Q$. Zie figuur 2.
Vraag 12 5 punten
Bewijs dat lijn $n$ cirkel $c$ raakt.
Cirkel c met de lijnen j, k, l, m en n, en het punt P op de x-as. Bekijk in Opgaven, pagina 9
Bekijk het antwoord
- De richtingscoëfficiënt van $n$ is gelijk aan $\left(\frac{0 - 8}{12 - 6} =\right) -\frac{4}{3}$
- Lijn $n$ heeft vergelijking $y = -\frac{4}{3}x + b$ en gaat door $P(12, 0)$, dus $b = 16$
- (Substitutie van $y = -\frac{4}{3}x + 16$ in de vergelijking van $c$ geeft) $(x - 4)^2 + (-\frac{4}{3}x + 16 - 4)^2 = 16$
- De herleiding tot een vergelijking van de vorm $ax^2 + bx + c = 0$, zoals $\frac{25}{9}x^2 - 40x + 144 = 0$
- $D = (-40)^2 - 4 \cdot \frac{25}{9} \cdot 144 = 0$ (dus $c$ en $n$ hebben één punt gemeenschappelijk, dus lijn $n$ raakt cirkel $c$)
of
- De richtingscoëfficiënt van $n$ is gelijk aan $\left(\frac{0 - 8}{12 - 6} =\right) -\frac{4}{3}$
- Lijn $n$ heeft vergelijking $y = -\frac{4}{3}x + b$ en gaat door $P(12, 0)$, dus $b = 16$
- Een berekening waaruit volgt dat $y = \frac{3}{4}x + 1$ een vergelijking is van de lijn loodrecht op $n$ door het middelpunt $(4, 4)$ van $c$
- Een berekening van het snijpunt van deze lijn met lijn $n$ geeft $x = \frac{36}{5}$ en $y = \frac{32}{5}$
- $(\frac{36}{5} - 4)^2 + (\frac{32}{5} - 4)^2 = 16$ (dus het snijpunt ligt op $c$, dus lijn $n$ raakt cirkel $c$)
De veldleeuwerik
Het aantal veldleeuweriken in Nederland wordt jaarlijks bijgehouden. In de figuur is voor elk jaar in de periode 1990-2014 met een stip het percentage veldleeuweriken aangeven als percentage van het aantal in 1990. Bij 1990 is dus een stip op hoogte 100 getekend. In deze figuur is bijvoorbeeld af te lezen dat in 2005 het aantal veldleeuweriken 40% van het aantal veldleeuweriken in 1990 bedroeg.
Het verloop van het percentage veldleeuweriken kan met een exponentieel verband worden benaderd. In de figuur is de grafiek bij dit exponentiële verband getekend. Hierbij wordt uitgegaan van een jaarlijkse afname van het percentage veldleeuweriken met 5%.
Een vogelbeschermer beweert dat volgens dit model in het jaar 2040 minder dan 4% over zal zijn van het aantal veldleeuweriken in 1990.
Vraag 13 3 punten
Onderzoek of de uitspraak van de vogelbeschermer juist is.
Stippen met het percentage veldleeuweriken t.o.v. het aantal in 1990, per jaar van 1990 tot 2014, met een exponentiële grafiek die van 100 naar ongeveer 29 daalt. Bekijk in Opgaven, pagina 10
Bekijk het antwoord
- De groeifactor per jaar is volgens het model 0,95
- De groeifactor per 50 jaar is dan $0{,}95^{50} = 0{,}076\ldots$ (of: na 50 jaar is er $100 \cdot 0{,}95^{50} = 7{,}6\ldots\%$ over)
- $0{,}076\ldots$ is groter dan 0,04 (of: $7{,}6\ldots\%$ is groter dan 4%), dus de uitspraak van de vogelbeschermer is niet juist
of
- De groeifactor per 50 jaar is volgens de vogelbeschermer (kleiner dan) 0,04
- De groeifactor per jaar is dan (kleiner dan) $0{,}04^{\frac{1}{50}} = 0{,}937\ldots$ (dus jaarlijks is de afname groter dan 6,2...%)
- (Een groeifactor per jaar kleiner dan) 0,937... is ongelijk aan 0,95 (of (een afname groter dan) 6,2% is ongelijk aan 5%), dus de uitspraak van de vogelbeschermer is niet juist
of
- De vergelijking $0{,}95^t = 0{,}04$ (met $t$ in jaren vanaf 1990) moet worden opgelost
- Dit geeft $t = 62{,}\ldots$
- Dit is groter dan 50, dus de uitspraak van de vogelbeschermer is niet juist
De metingen voor de periode 1990-2014 kunnen ook worden benaderd met een kwadratisch verband waarvan de grafiek door het punt $(0, 100)$ gaat. Een formule bij dit verband is dus van de vorm $P = at^2 + bt + 100$. Hierin is $P$ het percentage veldleeuweriken ten opzichte van 1990 en $t$ het aantal jaren na 1990.
Andere punten op de grafiek van dit kwadratisch verband zijn $(10 ; 58{,}66)$ en $(20 ; 36{,}52)$. Je kunt hieruit afleiden dat $a = 0{,}10$ en $b = -5{,}09$. Deze twee waarden zijn afgerond, en kunnen nauwkeuriger worden berekend.
Vraag 14 4 punten
Bereken algebraïsch de waarden van $a$ en $b$ in drie decimalen.
Bekijk het antwoord
- Er geldt $58{,}66 = a \cdot 10^2 + b \cdot 10 + 100$ en $36{,}52 = a \cdot 20^2 + b \cdot 20 + 100$
- Beschrijven hoe dit stelsel van twee vergelijkingen algebraïsch kan worden opgelost
- Hieruit volgt $a = 0{,}096$
- Dit geeft $b = -5{,}094$
Dezelfde y-coördinaat
De functie $f$ wordt gegeven door $f(x) = 8 - 2^{3x^2 - 6x}$. Het punt $S$ is het snijpunt van de grafiek van $f$ met de $y$-as. Het punt $A$ is een ander punt op de grafiek van $f$ en heeft dezelfde $y$-coördinaat als $S$. Zie de figuur.
Vraag 15 4 punten
Bereken exact de $x$-coördinaat van $A$.
Grafiek van f met het snijpunt S met de y-as en het punt A op dezelfde hoogte aan de andere kant van de top. Bekijk in Opgaven, pagina 12
Bekijk het antwoord
- $y_S = f(0) = 7$
- $8 - 2^{3x^2 - 6x} = 7$ geeft $2^{3x^2 - 6x} = 1$
- ($2^0 = 1$, dus) $3x^2 - 6x = 0$
- Een exacte berekening waaruit volgt $x_A = 2$
of
- Voor de $x$-coördinaat van $A$ moet $3x^2 - 6x$ dezelfde uitkomst hebben als voor $x = 0$
- De uitkomst van $3x^2 - 6x$ voor $x = 0$ is gelijk aan 0
- Dus de vergelijking $3x^2 - 6x = 0$ moet worden opgelost
- Een exacte berekening waaruit volgt $x_A = 2$
Driehoeken
Gegeven is de driehoek $ABC$ met $\angle C = 25^\circ$ en $BC = 7$. Het punt $D$ ligt op zijde $BC$ zó dat $BD = 1$ en $\angle CAD = 90^\circ$. Zie de figuur.
Vraag 16 6 punten
Bereken $\angle BAD$ in graden. Geef je eindantwoord als een geheel getal.
Driehoek ABC met hoek C van 25 graden, zijde BC met punt D, BD = 1 en CD = 6, en de hoek BAD gemarkeerd met een vraagteken. Bekijk in Opgaven, pagina 13
Bekijk het antwoord
- Uit $\cos(25^\circ) = \frac{AC}{6}$ volgt $AC = 5{,}43\ldots$
- De cosinusregel in driehoek $ABC$ geeft $AB = \sqrt{5{,}43\ldots^2 + 7^2 - 2 \cdot 5{,}43\ldots \cdot 7 \cdot \cos(25^\circ)} = 3{,}09\ldots$
- De sinusregel in driehoek $ABC$ geeft $\frac{7}{\sin(\angle BAC)} = \frac{3{,}09\ldots}{\sin(25^\circ)}$
- Hieruit volgt $\sin(\angle BAC) = 0{,}95\ldots$
- $\angle BAC = 107{,}03\ldots^\circ$ ($72{,}96\ldots^\circ$ voldoet niet)
- Dus $\angle BAD = 107{,}03\ldots - 90$ ($= 17{,}03\ldots$), dus afgerond $\angle BAD = 17^\circ$
of
- Uit $\cos(25^\circ) = \frac{AC}{6}$ volgt $AC = 5{,}43\ldots$
- De cosinusregel in driehoek $ABC$ geeft $AB = \sqrt{5{,}43\ldots^2 + 7^2 - 2 \cdot 5{,}43\ldots \cdot 7 \cdot \cos(25^\circ)} = 3{,}09\ldots$
- $\sin(25^\circ) = \frac{AD}{6}$ dus $AD = 2{,}53\ldots$
- De vergelijking $1^2 = 2{,}53\ldots^2 + 3{,}09\ldots^2 - 2 \cdot 2{,}53\ldots \cdot 3{,}09\ldots \cdot \cos(\angle BAD)$ moet worden opgelost
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost
- Dit geeft $\cos(\angle BAD) = 0{,}95\ldots$ en afgerond $\angle BAD = 17^\circ$
of
- $\angle CDA = 180 - 25 - 90 = 65^\circ$, dus $\angle BDA = 180 - 65 = 115^\circ$
- $\sin(25^\circ) = \frac{AD}{6}$ dus $AD = 2{,}53\ldots$
- De cosinusregel in driehoek $BDA$ geeft $AB = \sqrt{1^2 + 2{,}53\ldots^2 - 2 \cdot 1 \cdot 2{,}53\ldots \cdot \cos(115^\circ)} = 3{,}09\ldots$
- De sinusregel in driehoek $BDA$ geeft $\frac{1}{\sin(\angle BAD)} = \frac{3{,}09\ldots}{\sin(115^\circ)}$
- Hieruit volgt $\sin \angle BAD = 0{,}29\ldots$
- Dit geeft afgerond $\angle BAD = 17^\circ$
of
- Uit $\cos(25^\circ) = \frac{AC}{6}$ volgt $AC = 5{,}43\ldots$
- $\angle CDA = 180 - 25 - 90 = 65^\circ$, dus $\angle BDA = 180 - 65 = 115^\circ$
- $\angle ABD = 180 - 115 - \alpha = 65^\circ - \alpha$ (met $\angle BAD = \alpha$)
- De sinusregel in driehoek $ABC$ geeft $\frac{5{,}43\ldots}{\sin(65^\circ - \alpha)} = \frac{7}{\sin(90^\circ + \alpha)}$
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost
- Dit geeft ($\alpha = 17{,}03\ldots^\circ$, dus) afgerond $\angle BAD = 17^\circ$
of
- Uit $\cos(25^\circ) = \frac{AC}{6}$ volgt $AC = 5{,}43\ldots$
- De cosinusregel in driehoek $ABC$ geeft $AB = \sqrt{5{,}43\ldots^2 + 7^2 - 2 \cdot 5{,}43\ldots \cdot 7 \cdot \cos(25^\circ)} = 3{,}09\ldots$
- De sinusregel in driehoek $ABC$ geeft $\frac{7}{\sin(\angle BAC)} = \frac{3{,}09\ldots}{\sin(25^\circ)}$
- $\angle BAC = \angle BAD + 90^\circ$
- Beschrijven hoe de vergelijking $\frac{7}{\sin(x + 90^\circ)} = \frac{3{,}09\ldots}{\sin(25^\circ)}$ (met $\angle BAD = x$) kan worden opgelost
- Dit geeft ($x = 17{,}03\ldots^\circ$, dus) afgerond $\angle BAD = 17^\circ$
Waterleiding
Een waterleiding is van een bepaald materiaal gemaakt. De sterkte van dit materiaal, de materiaalsterkte, neemt door de druk van het water in de waterleiding in de loop van de tijd af. Bij het ontwerp van een waterleiding rekent men daarom met de materiaalsterkte die een leiding na 50 jaar gebruik nog heeft. Deze materiaalsterkte wordt aangegeven met $S_{50}$.
Voor de materiaalsterkte van een bepaalde kunststof waterleiding geldt de volgende formule:
S_t = \log_{0{,}427}(t) + 12{,}9 \quad \text{met } t \geq 1
Hierin is:
- $t$ het aantal jaar dat de leiding in gebruik is;
- $S_t$ de materiaalsterkte na $t$ jaar gebruik in N/mm$^2$.
De eerste onderhoudsinspectie vindt plaats zodra de materiaalsterkte is afgenomen tot een waarde die 20% hoger ligt dan $S_{50}$.
Vraag 17 4 punten
Bereken algebraïsch na hoeveel jaar gebruik de eerste onderhoudsinspectie plaatsvindt. Geef je eindantwoord in één decimaal.
Bekijk het antwoord
- $S_{50} = \log_{0{,}427}(50) + 12{,}9 = 8{,}30\ldots$
- De vergelijking $\log_{0{,}427}(t) + 12{,}9 = 1{,}2 \cdot 8{,}30\ldots$ $(= 9{,}96\ldots)$ moet worden opgelost
- $\log_{0{,}427}(t) = -2{,}93\ldots$
- $t = 0{,}427^{-2{,}93\ldots} = 12{,}16\ldots$, dus het eindantwoord is: (na) 12,2 (jaar)
Opmerking: Als de berekende waarde voor $t$ wordt afgerond naar 12,1, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
De wand van een waterleiding moet dik genoeg zijn om tegen de maximale waterdruk in de waterleiding bestand te zijn. In de figuur is een dwarsdoorsnede van een cilindervormige waterleiding weergegeven, waarin aangegeven is wat met buitendiameter, binnendiameter en wanddikte bedoeld wordt.
De minimale wanddikte van een bepaalde cilindervormige waterleiding kan berekend worden met de volgende formule:
w = \frac{P \cdot D}{14 + P}
Hierin is:
- $w$ de minimale wanddikte in mm;
- $D$ de buitendiameter in mm;
- $P$ de maximale waterdruk in N/mm$^2$.
Voor deze waterleiding gelden bij een nieuwbouwproject de volgende ontwerpeisen:
- De maximale waterdruk is 1,75 N/mm$^2$.
- De binnendiameter is 312,9 mm.
Vraag 18 4 punten
Bereken in dit geval de minimale wanddikte $w$ van de waterleiding in hele millimeters.
Dwarsdoorsnede van een cilindervormige waterleiding met de aanduidingen buitendiameter, binnendiameter en wanddikte. Bekijk in Opgaven, pagina 15
Bekijk het antwoord
- $D = 312{,}9 + 2w$
- Invullen geeft $w = \frac{1{,}75 \cdot (312{,}9 + 2w)}{14 + 1{,}75}$
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost
- (Dit geeft $w = 44{,}7$ dus) de gevraagde wanddikte is 45 (mm)
Opmerking: Als de berekende waarde voor $w$ wordt afgerond naar beneden, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Wiskunde B 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens wiskunde B havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 16. Van 14 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (8), meetkunde met coördinaten (5) en bewijzen (1).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B havo 2025, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-1/ha-1025-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde B havo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.